CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A08 - Ingekomen stuk VNG - Reactie op de Rijksbegroting 2022.pdf

Gemeenteraad 4 november 2021, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6.: Lijst van ingekomen stukken26.575 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wanneer geopolitiek interessante bedrijvigheid binnen de gemeentegrenzen plaatsvindt, is het van belang om het lokale risicobeeld op te maken vanuit het scenario dat deze bedrijvigheid door gerichte cyberdreiging digitaal ontregeld raakt. Deze digitale ontregeling kan tot maatschappelijke ontwrichting leiden. De gemeenten hebben een rol in preparatie op digitale incidenten en crisisbeheersing en gevolgenafhandeling wanneer dit zich in het fysieke domein manifesteert. Wij ondersteunen de gemeenten hierop vanuit de Agenda Digitale Veiligheid (zie ook begroting ministerie JenV).

Inhuur externen is duur Wat wil het kabinet? Voor 2022 investeert het kabinet € 40 miljoen voor omscholingstrajecten naar kansrijke beroepen in de ICT en techniek. Voor het totale subsidiebedrag kunnen naar verwachting bijna 20.000 mensen worden opgeleid om te voldoen aan de eisen aan kennis en vaardigheden die de markt stelt. Werkgevers kunnen via deze regeling 50% van de kosten vergoed krijgen die naar verwachting gemiddeld per omscholing € 7.500 bedragen. Het ministerie heeft voor het regelen van de eigen ICT ook te maken met de algehele krapte op de markt voor ICT-personeel. Door snelle ontwikkelingen op ICT-gebied en daardoor snel wisselende expertises is het vaak niet mogelijk en zinvol zelf alle kennis in huis hebben. Het personeel is bovendien duur. Wat betekent dit voor gemeenten? De capaciteit in ons land op OOV, voor ICT en met name voor informatiebeveiliging is schaars en het is lastig om geschikte mensen te werven. Ook gemeenten hebben daar last van op het terrein van onderzoek, beleid en realisatie. Door de beschikbare capaciteit met andere overheden te delen, stimuleren we kennisdeling en –vermeerdering en het uitruilen van best practices. Voor veel beleidsvragen is nog fundamenteel onderzoek noodzakelijk.

Door aansluiting op relevante onderzoeksinitiatieven en het bestuurlijk versterken van coalities die zich richten op onderzoek en vakinhoudelijke ontwikkeling versterken we het imago van gemeenten als interessante werkgever in dit domein digitale veiligheid.

Aanbesteden Wat wil het kabinet? Beter Aanbesteden Aanbestedingen worden in toenemende mate ingezet als strategisch beleidsinstrument om publieke doelen te bereiken, zoals duurzaamheid en economisch herstel. Om dit te realiseren is verbetering van de aanbestedingspraktijk noodzakelijk. Samen met de VNG en VNO-NCW/MKB-Nederland is EZK daarom het vervolgprogramma Beter Aanbesteden gestart. Doel van dit programma is om te zorgen dat de kennis en kunde van overheden en ondernemers over het aanbestedingsproces verbetert en dat beide partijen eerder met elkaar in dialoog gaan. In 2022 zal het programma zijn tweede jaar ingaan.

40

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Rechtsbescherming In 2022 zal de door het kabinet aangekondigde uitwerking van de maatregelen om de rechtsbescherming bij aanbestedingen te verbeteren worden geïmplementeerd. Dit betekent o.a. wijziging van de Aanbestedingswet 2012 en een aangepaste rol van de Commissie van Aanbestedingsexperts. Wat betekent dit voor gemeenten? Het programma Beter Aanbesteden biedt gemeenten de mogelijkheid om hun inkoop- en aanbestedingspraktijk te verbeteren. Vanaf 2022 kunnen gemeenten een bijdrage aanvragen voor lokale en regionale initiatieven ter verbetering van de aanbestedingspraktijk. Verder worden er onder andere regionale ontmoetingen tussen overheden en ondernemers georganiseerd en kennissessies over aanbesteden en maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI). De aangekondigde wijziging van de Aanbestedingswet 2012 houdt onder meer in dat een klachtenloket over aanbestedingen verplicht wordt en dat de inschrijvingstermijn van een aanbestedingsprocedure moet worden verlengd als een klacht bijtijds is ingediend. Daarnaast komt er een pilot over klachtafhandeling van selectie- of gunningsbeslissingen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

41

7 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Stikstofbeleid Wat wil het kabinet? Het kabinet formuleert geen nieuw beleid op stikstof. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is teleurstellend dat in de rijksbegroting geen extra middelen zijn opgenomen om een brede, structurele oplossing van het stikstofprobleem naderbij te brengen. Dit leidt tot verdere schade aan de natuur, vertraging in de (woning)bouw en langere onzekerheid bij alle betrokkenen. Het is daarom zaak voor effectieve oplossingen op korte termijn. Oplossingen met toekomstperspectief voor het landelijk gebied en die ook medeoverheden ondersteunen bij maatregelen die leiden tot reductie van de stikstofemissie en natuurherstel alsmede benodigde bouwactiviteiten weer goed mogelijk maken.

Regiodeals Wat wil het kabinet? Via de Regio Deals werkt het kabinet samen met de regio’s aan meervoudige opgaven die het perspectief van inwoners en bedrijven op een goede kwaliteit van leven en leefomgeving versterken. Inmiddels is er in 30 regio’s een infrastructuur opgetuigd. Voor 2022 is er nog geld op de begroting gereserveerd. Er is geen doorkijk gegeven voor de jaren daarna. Wat betekent dit voor gemeenten? De regiodeals voorzien in een grote behoefte bij gemeente van budget zonder schotten en goede samenwerking met het rijk. Het zou kapitaalvernietiging zijn te stoppen met geld voor de regiodeals zonder waarborgen dat de inmiddels opgebouwde regionale samenwerking kan worden voortgezet.

42

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

8 Sociale Zaken en Werkgelegenheid Arbeidsmarkt Wat wil het kabinet? Het kabinet zet koers richting een toekomstbestendige arbeidsmarkt. Na de Wet arbeidsmarkt in balans, het pensioenakkoord en verruiming van het geboorteverlof wordt in 2022 het Stimulering Arbeidsmarktpositie scholingsbudget (STAP-budget) ingevoerd, gericht op een leven lang ontwikkelen. Wat betekent dit voor gemeenten? Er wordt extra geïnvesteerd in de dienstverlening, vanuit de Werk aan de Uitvoering werkagenda. Het STAP-scholingsbudget komt beschikbaar, naast het crisispakket ‘NL Leert Door’. Verder is er € 49 miljoen beschikbaar vanuit de subsidieregeling leren en ontwikkelen in het mkb (de SLIM-regeling).

Kansen voor iedereen Wat wil het kabinet? Door het nieuwe inburgeringsstelsel, door werkenden gelijker te behandelen en door mobiliteit te versterken, wordt de kans vergroot dat iedereen mee kan blijven doen. Naast de aanbevelingen van de commissie-Borstlap zijn er zijn meer aanpassingen van de arbeidsmarkt nodig voor een gelijker speelveld. Wat betekent dit voor gemeenten? Vanaf 2022 ontvangen gemeenten de middelen voor loonkostensubsidies op basis van realisaties. Tijdens de crisis konden mensen bij regionale mobiliteitsteams aanspraak maken op passende begeleiding bij het zoeken naar werk of nieuwe bedrijfsactiviteiten en inkomen. Een deel van de trajecten uit dit aanvullend sociaal pakket loopt nog door in 2022, zoals de incidentele extra middelen voor gemeentelijke re-integratie (€ 60 miljoen) en schulden (€ 30 miljoen). Het nieuwe inburgeringsstelsel start op 1 januari 2022. De inburgeraar is zelf verantwoordelijk, maar kan rekenen op begeleiding van de gemeente. Het kabinet heeft hiervoor € 46,5 miljoen aan gemeenten beschikbaar gesteld. Ook voert het rijk in 2022 samen met gemeenten, provincies en sociale partners de aanbevelingen van het aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten uit.

Passende balans tussen dienstverlening en handhaving Wat wil het kabinet? Bij dienstverlening aan inwoners en handhaving van regels staat de menselijke maat voorop: hulp aan mensen met schulden wordt versneld, wetten worden eerder geëvalueerd en er liggen keuzes voor uit de opties voor een eenvoudiger toeslagenstelsel. Het kabinet heeft diverse scenario’s uitgewerkt voor een nieuw toeslagenstelsel en zet over de hele linie versneld en versterkt in op werken vanuit de praktijk en publieke waarden. De ondersteuning aan gedupeerde ouders van de kinderopvangtoeslagaffaire gaat door in 2022. Het kabinet heeft de armoede- en schuldenaanpak geïntensiveerd en versneld. Het kabinet stimuleert de inzet van saneringskredieten en reserveert daarvoor in totaal € 30 miljoen voor de komende jaren. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG gaat vanuit de ‘sociale weerbaarheidsagenda 2022-2025’ met het kabinet en andere partijen samenwerken om problematisch gedrag, ongewenste buitenlandse invloeden en radicalisering tegen te gaan. Voor verbeterde kinderopvang is ontwerpwetgeving bijna af. Verbetermogelijkheden in de nieuwe Wet inburgering worden verkend. Op het introduceren van een werkloosheidsvoorziening liggen al bouwstenen voor besluitvorming. Op thema’s als het moderniseren van de arbeidsom-

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

43

standigheden-wetgeving en het verbeteren van het verlofstelsel, is wetgeving opgesteld of in voorbereiding.

Herstel toeslagen Wat wil het kabinet? Het kabinet wil inwoners die gedupeerd zijn door toeslagen compenseren. Naast de herijking van de aanpak worden er regelingen voorbereid voor kinderen, ex-partners van gedupeerde ouders en gedupeerden van vergelijkbare fouten bij andere toeslagen. In afwachting van besluitvorming is hiervoor € 2,2 miljard euro extra gereserveerd op de aanvullende post, waarmee de totale kosten boven de € 5 miljard euro uitkomen: • € 650 miljoen compensatie gedupeerden • € 460 miljoen kindregeling • € 250 miljoen kwijtschelden schulden (rijksbreed) • € 170 miljoen kwijtschelden private schulden • € 90 miljoen niet kinderopvangtoeslag (KOT) • € 590 miljoen ex-partnerregeling Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten ondersteunen gedupeerden met huisvesting, schulden, inkomen, zorg en de opvoeding van kinderen. Herijking van de herstelaanpak en uitbreiding van regelingen zal ook de omvang van de gemeentelijke ondersteuning raken.

Macrobudget participatiewet-uitkeringen (BUIG) Wat wil het kabinet? Gemeenten zijn het laatste vangnet voor inkomensondersteuning van mensen zonder werk en inkomen. Voor deze bijstandsverlening en ook verstrekking van loonkostensubsidies krijgen gemeenten een specifieke uitkering van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die Macrobudget participatiewet-uitkeringen of BUIG wordt genoemd. Het definitieve macrobudget voor het jaar 2021 van de BUIG is vastgesteld op € 6,437 miljard. Daarmee komt het gebundelde macrobudget € 26 miljoen lager uit dan de nadere voorlopige raming van april jongstleden. Het voorlopige macrobudget voor 2022 is vergelijkbaar met dat in 2021 en komt uit op € 6,447 miljard. Bij de algemene bijstand verwacht men een kleine daling van het aantal bijstandsgerechtigden van 370.000 in 2021 naar 367.000 in 2022. Maar daar staat tegenover dat men een groter beroep op de Bijzondere Bijstand voor Zelfstandigen (BBZ) verwacht, zodra de TOZO-regeling per 1 oktober 2021 eindigt. Dit effect zal ook in 2022 nog merkbaar zijn. Daarom is het macrobudget voor het BBZ-deel met € 84 miljoen verhoogd. Verder wordt de verdeling van de BUIG-middelen voor loonkostensubsidies vanaf 2022 aangepast. Voor het jaar 2022 gaat dit om € 324 miljoen (€ 270 miljoen in 2021). Deze middelen worden voortaan apart verdeeld op basis van feitelijke realisaties.

Wat betekent dit voor gemeenten? De impact van de coronacrisis op de werkloosheid is tot nu toe minder groot gebleken dan in eerste instantie werd gevreesd. Vanaf 2022 wordt er zelfs weer uitgegaan van een lichte daling van het aantal bijstandsuitkeringen. Dat betekent weinig schommeling in het BUIG-budget. Tegelijkertijd is het nog redelijk onzeker wat precies de doorwerking gaat zijn van het eindigen van de Tozo-regeling naar de BBZ. In het BUIG-budget is rekening gehouden met een doorstroom van om en nabij 16.000 mensen, maar gedurende 2022 moet blijken wat er werkelijk gebeurt. In het voorjaar volgt een nieuwe nadere raming van het BUIG-budget 2022.

44

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Bekostiging loonkostensubsidie Wat wil het kabinet? Met ingang van 2022 ontvangen gemeenten de middelen voor de loonkostensubsidie op basis van realisatie. Het kabinet wil hiermee stimuleren dat de arbeidskansen worden vergroot voor de doelgroep die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kan verdienen. In het macrobudget wordt gerekend met € 324 miljoen aan toegekende loonkostensubsidies in 2022. Wat betekent dit voor gemeenten? Het macrobudget voor de BUIG wordt op dit moment zoveel mogelijk op basis van objectieve factoren onder gemeenten verdeeld. Vanaf 2022 wordt het deelbudget loonkostensubsidie, dat nu onderdeel uitmaakt van de BUIG, op basis van realisatie (t-1) over gemeenten verdeeld. De bekostiging van de loonkostensubsidie wordt daarmee een apart onderdeel van het Macrobudget uitkeringen Participatiewet, verdeeld op historische uitgaven.

Participatiewet – balans menselijke maat en efficiënt bestrijden fraude Wat wil het kabinet? Het kabinet wil in de sociale zekerheid de balans vinden tussen de menselijke maat en het efficiënt bestrijden van fraude. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit onder andere; inzet op verbetering van de dienstverlening vanuit de menselijke maat naar inwoners. Verder is het bij handhaving belangrijk om het onderscheid te maken tussen enerzijds fouten die gemaakt kunnen worden door de inwoner en anderzijds opzet en grove schuld. Inzet op preventie als ‘de sleutel’ om op voorhand fouten die door inwoners gemaakt kunnen worden te voorkomen en voor misbruik en oneigenlijk gebruik weg te nemen. De VNG ontwikkelt samen met gemeenten en ketenpartners diverse ondersteuningsinstrumenten en organiseert kennisdeling voor en tussen gemeenten.

Wet sociale werkvoorziening (Wsw) Wat wil het kabinet? Ook in 2021 wordt er rekening gehouden met compensatie voor wegvallende bedrijfsopbrengsten bij sociale werkbedrijven door corona. Tekorten in de exploitatie worden in de reguliere systematiek opgevangen door een hogere gemeentelijke bijdrage. Gemeenten ontvangen daarom over de eerste helft van 2021 € 35 miljoen voor coronaschade in de sociale werkvoorziening. Bovendien is er alvast een reservering van € 10 miljoen gemaakt voor de rest van het jaar 2021. Wat betekent dit voor gemeenten? De compensatiemiddelen worden toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie (onderdeel van de integratie-uitkering sociaal domein). Deze middelen kunnen gemeenten gebruiken om financiële tekorten op de Wsw als gevolg van de coronacrisis op te vangen.

Breed offensief Wat wil het kabinet? Om arbeidskansen voor mensen met een beperking te vergroten heeft het kabinet het ‘breed offensief’ geïntroduceerd. Dit bevat verschillende maatregelen die ertoe moeten bijdragen dat meer mensen met een beperking aan het werk komen en blijven. Onderdelen daarvan zijn de vereenvoudiging van de inzet van de loonkostensubsidie, het bevorderen van ondersteuning op maat, werken lonender maken voor mensen met een beperking en de aanpassing van de administratieve werkprocessen. Ook wordt een bedrag van € 40 miljoen aan het macrobudget voor de Participatiewet-uitkeringen toegevoegd om zo een gedeelte van de inkomsten van mensen die in deeltijd werken, vrij te laten.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

45

Wat betekent dit voor gemeenten? Voor zover geen wetswijziging nodig is om voorstellen uit de beleidsmaatregelen Breed offensief te kunnen realiseren vinden die, conform eerdere plannen, gewoon doorgang. Maatregelen waarvoor een wetswijziging nodig is zijn, in verband met het controversieel verklaren van het wetsontwerp Breed offensief, uitgesteld. Het streven van het kabinet is er, nog steeds, op gericht om het wetsvoorstel op 1 juli 2022 in te voeren. Voortgezette behandeling van het wetsontwerp is echter pas mogelijk nadat er een nieuw kabinet is. Die beoogde invoeringsdatum lijkt krap, mede gezien het feit dat de wet, formeel, pas drie maanden na publicatie in het Staasblad in werking kan treden.

Arbeidsmigranten Wat wil het kabinet? Het kabinet wil uitvoering geven aan de adviezen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten. Dit is een beleidsprioriteit van het ministerie SZW. In 2022 start een experiment met het registreren en bijhouden van tijdelijke verblijfsadressen van niet-ingezetenen in de BRP. Het doel is onder andere beter zicht te krijgen op verblijf van arbeidsmigranten in Nederland. Wat betekent dit voor gemeenten? Het rijk werkt samen met gemeenten, provincies en sociale partners aan het verder tot uitvoering brengen van de aanbevelingen van het aanjaagteam in. Dit houdt onder meer voor gemeenten in: extra inspanningen om te komen tot integraal beleid rondom arbeidsmigranten, het realiseren van huisvesting en toezicht en handhaving. In samenwerking met het rijk en ketenpartners zal VNG ondersteuning voor gemeenten uitwerken. Gemeenten krijgen door het experiment met het registreren en bijhouden van tijdelijke verblijfsadressen van niet-ingezetenen in de BRP, beter zicht op waar niet ingezetenen, zoals arbeidsmigranten, in de gemeenten verblijven.

Bestaanszekerheid/Brede schulden aanpak Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft door de coronacrisis de armoede- en schuldenaanpak geïntensiveerd en versneld. De verschillende schuldenprojecten lopen van begin 2021 tot eind 2022. Daarnaast stimuleert het kabinet de inzet van saneringskredieten en reserveert daarvoor in totaal € 30 miljoen voor de komende jaren. Met een saneringskrediet houden mensen met schulden alleen de kredietbank over als schuldeiser, waardoor zij minder stress ervaren. Wat betekent dit voor gemeenten? De incidentele middelen voor het gemeentelijke schuldenbeleid en bijzondere bijstand worden verlengd tot eind 2022. Daarnaast kunnen gemeenten die niet regulier zijn aangesloten bij een kredietbank inzetten op saneringskredieten.

Inburgering Wat wil het kabinet? Op 1 januari 2022 treedt het nieuwe inburgeringsstelsel in werking. Het kabinet streeft ernaar dat nieuwkomers zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren en kunnen meedoen in de samenleving, het liefst via betaald werk. In het nieuwe stelsel start de inburgering sneller, wordt een hoger taalniveau gevraagd en krijgen gemeenten de regie over de uitvoering van inburgering. De groep die valt onder de huidige wet zal van de gemeenten zoveel mogelijk in de geest van de nieuwe wet ondersteuning krijgen. Daarvoor heeft het kabinet € 46,5 miljoen aan gemeenten beschikbaar gesteld. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen middelen voor uitvoeringskosten van de nieuwe Wet inburgering via het gemeentefonds en middelen voor inburgeringsvoorzieningen via een specifieke uitkering. Ten opzichte van de vorige begroting is de raming naar boven bijgesteld, o.a. als gevolg van een hogere volumeprognose.

46

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Het uitstel van de nieuwe Wet inburgering leidt tot een besparing op de uitvoeringskosten voor gemeenten in 2021, maar tot hogere kosten voor de groep die onder het huidige inburgeringsstelsel valt. Gemeenten ontvangen daarvoor een financiële compensatie van € 30 miljoen, verspreid over 2021 t/m 2026. Deze compensatie geldt ook voor de kosten die gemoeid zijn met de verlengde implementatie. Om het huidige inburgeringsstelsel (Wi2013) te verzachten worden (samen met VNG) verschillende verbetermaatregelen uitgewerkt. Hiertoe is budget gereserveerd.

Diversiteit en inclusie Wat wil het kabinet? Het kabinet wil bijdragen aan gelijke kansen op de arbeidsmarkt voor mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Om hun arbeidsmarktpositie te verbeteren zal het kabinet samen met de landelijke organisaties van werkgevers, gemeenten en het onderwijs de geleerde lessen van effectieve aanpakken in de praktijk toepassen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten gaan meer samenwerken met lokale organisaties van werkgevers en onderwijs om ervoor te zorgen dat mensen, met een niet-westerse migratieachtergrond, gelijke kansen krijgen op de arbeidsmarkt.

Toezicht en handhaving kinderopvang Wat wil het kabinet? Het kabinet wil met ingang van 2022 het toezicht en handhaving in de gastouderopvang intensiveren. Er wordt € 6,7 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds voor de genoemde intensivering. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG is in gesprek over de kaders en zal hierover op korte termijn een handreiking beschikbaar stellen.

Flankerend beleid voor de gevolgen van corona Wat wil het kabinet? Voor het bestrijden van de negatieve effecten van de coronacrisis doet het kabinet aan flankerend beleid. Voor re-integratie wordt voor het jaar 2022 eenmalig € 58,2 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Voor bijzonder bijstand wordt in 2022 eenmalig € 15 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. En voor het gemeentelijk schuldenbeleid wordt in 2022 eenmalig € 30 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Voor de jaren 2020 en 2021 zijn hiervoor ook eenmalige middelen via de algemene uitkering beschikbaar gesteld. Wat betekent dit voor gemeenten? Een deel van het flankerend beleid is belegd bij gemeenten. Met eenmalige uitkeringen hebben een ad hoc-karakter waar gemeenten geen langjarig beleid op kunnen baseren.

Arbeidsmarkt vanuit de werkgever Wat wil het kabinet? Het kabinet vindt het belangrijk dat werknemers en zelfstandigen hun werk onder goede condities kunnen verrichten. Dit is ook van belang voor het vergroten van de arbeidsparticipatie en de arbeidsproductiviteit, het beperken van uitval door ziekte en arbeidsongeschiktheid, en het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van werknemers. De overheid bevordert dat sociale partners hier uitvoering aan geven en voert hiertoe overleg met hen. Op de arbeidsmarkt is de grootste uitdaging volgens het kabinet het verkleinen van de verschillen tussen flexibel en vast werk. Voor oplossingsrichtingen verwijst de regering naar de commissieBorstlap.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

47

Wat betekent dit voor de gemeenten? De gevolgen van corona op de arbeidsmarkt zijn ook voor gemeenten nog steeds voelbaar. De coronacrisis heeft de kwetsbaarheid van flexibele arbeid extra aangetoond. Door het uitblijven van een nieuw kabinet worden de noodzakelijke hervormingen op de arbeidsmarkt helaas uitgesteld. De VNG hoopt dat het nieuwe kabinet de adviezen van de commissie-Borstlap, die begin 2020 een rapport uitbracht over de flexibilisering van de Nederlandse arbeidsmarkt, voortvarend zal oppakken in overleg met sociale partners. Net als afgelopen jaar zal er komend jaar samen met het A&O Fonds Gemeenten gewerkt worden aan ondersteunende producten waarmee gemeenten lokaal en regionaal kunnen werken aan een toekomstbestendig personeelsbestand. Zo verschijnt er binnenkort o.a. een praktisch werkboek ‘Succesvol de Arbeidsmarkt op’, een boek vol arbeidsmarktips voor gemeenten en een uitgebreid stappenplan om aan de slag te gaan met lokale arbeidsmarktvraagstukken.

Leven lang ontwikkelen Wat wil het kabinet? De coronacrisis heeft het belang van een leven lang ontwikkelen onderstreept. Hiermee blijven mensen inzetbaar op een veranderende arbeidsmarkt. Dit kan werkloosheid voorkomen en vergroot inkomenszekerheid en werkzekerheid. Het kabinet streeft er daarom naar dat het voor werkgevers en werkenden vanzelfsprekend wordt om te investeren in de ontwikkeling tijdens de gehele loopbaan. Het kabinet stimuleert dat mensen zich gedurende hun loopbaan ontwikkelen. Dit gebeurt onder andere met het STAP-budget (Stimulering arbeidsmarktpositie) Werkenden en niet-werkenden kunnen vanaf 1 maart 2022 tot € 1.000 aanvragen voor een scholingsactiviteit. Het STAP-budget staat los van de arbeidsrelatie en is beschikbaar voor iedereen: werknemers, zelfstandigen en werkzoekenden. Wat betekent dit voor de gemeenten? Gemeenten kunnen werkenden en werkzoekenden op de arbeidsmarkt verwijzen naar bovengenoemd STAP-budget. Scholing kan bijdragen aan het behouden en vinden van werk.

Pensioen Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan een toekomstbestendig pensioenstelsel. Met de afspraken die samen met sociale partners zijn gemaakt, wordt het pensioenstelsel transparanter, persoonlijker en het zal zorgen voor stabiele en voorspelbare pensioenpremies voor werkgevers. Het afgelopen jaar is de wetgeving over het pensioenakkoord in consultatie gegaan. De wetgeving betreft afspraken over een nieuw pensioencontract, een evenwichtige transitie naar een nieuw stelsel en een nieuw fiscaal stelsel. Deze afspraken, uitgewerkt in wetgeving, zullen naar verwachting in het voorjaar van 2022 worden ingediend bij de Tweede Kamer. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2023. Uiterlijk 1 januari 2027 moeten alle pensioenregelingen zijn aangepast. Wat betekent dit voor de gemeenten? Het ABP is het pensioenfonds waar gemeenten bij zijn aangesloten. Hoe de pensioenregeling van ABP eruitziet wordt bepaald in de pensioenkamer. Deze bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers binnen overheid en onderwijs. De VNG is hiervoor lid van de Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW). Eén van de belangrijkste opgaven van de sociale partners in de Pensioenkamer is momenteel om tot een pensioenregeling te komen die voldoet aan de regels conform het nieuwe pensioenstelsel.

Hiervoor moeten de komende jaren verschillende vraagstukken worden uitgewerkt, zoals de keuze voor een pensioencontract. In het voorjaar is de eerste voorlopige keuze gemaakt in de Pensioenkamer, namelijk de keuze voor het “Nieuwe pensioencontract”. Zowel ABP als de sociale partners verwachten al per 1 januari 2026 over te kunnen stappen op de nieuwe pensioenregels. Dit betekent dat sociale partners uiterlijk voor 1 januari 2024 overeenstemming moeten bereiken over een nieuwe pensioenregeling en het zogenaamde transitieplan. In dit transitieplan worden de door sociale partners in de Pensioenkamer gemaakte keuzes samengevoegd,

48

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

definitief gemaakt en toegelicht. Vervolgens heeft ABP nog twee jaar de tijd om de pensioenregeling te implementeren, zodat de nieuwe pensioenregeling uiterlijk per 1 januari 2026 ingaat.

Duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden Wat wil het kabinet? Via de ‘Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden’ (MDIEU) faciliteert het kabinet maatwerkafspraken rondom duurzame inzetbaarheid, langer doorwerken en eerder uittreden. Sociale partners in sectoren kunnen in gezamenlijk overleg subsidie aanvragen. Afgelopen jaar konden sociale partners hier voor het eerst een subsidieaanvraag voor indienen. In totaal bedraagt de subsidie € 1 miljard voor een periode van vier jaar. Van 2021 tot en met 2025 is het voor werkgevers onder voorwaarden mogelijk om medewerkers (maximaal) drie jaar eerder uit te laten treden door middel van het aanbieden van de zogeheten Regeling vervroegde uittreding (RVU), zonder daarover belasting te betalen (RVU-heffing). Uitgangspunt voor deze afspraken is wederzijdse vrijwilligheid. Voor een periode van vijf jaar geldt een tijdelijke vrijstelling van de RVU-heffing voor werkgevers tot een bedrag van circa € 21.000 euro per jaar. Wat betekent dit voor de gemeenten? Begin dit jaar is vanuit de sociale partners in de gemeentelijke sector een subsidieaanvraag gedaan voor een sectoranalyse. De sectoranalyse is een vereiste om in aanmerking te komen voor de subsidies vanuit de ‘Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden.’ (MDIEU).

De sectoranalyse onderstreept het belang van duurzame inzetbaarheid in de gemeentelijke sector. Uit de sectoranalyse blijkt dat gemeentelijke organisaties ten aanzien van duurzame inzetbaarheid alert moeten zijn op zowel de verandering van het werk (digitalisering) als de verandering van het personeelsbestand. Op basis van deze resultaten is momenteel subsidie aangevraagd via de MDIEU voor activiteiten die duurzame inzetbaarheid binnen de gemeentelijke sector stimuleren. De tijdelijke vrijstelling van de RVU-heffing maakt het voor werkgevers mogelijk om afspraken over eerder uittreden te maken met bepaalde werknemers die zich kort voor de AOW-leeftijd bevinden. Door individueel maatwerk toe te passen kan dit individuele medewerkers helpen vitaal hun pensioen te halen.

Veilig en verantwoord werken Wat wil het kabinet? Het kabinet stimuleert werkgevers en werknemers om gezonde en veilige arbeidsomstandigheden te creëren, thuis en op locatie. Gezond werken (thuis en/of op locatie) begint met een goede Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). De naleving hiervan wordt bevorderd door een meerjarenplan. Onderdeel van dit plan is het vergroten van de bekendheid en het bevorderen dat werkgevers in staat zijn risico’s te beheersen. Ook heeft het kabinet € 5 miljoen vrijgemaakt om thuiswerken te bevorderen en daarbij aandacht te besteden aan de mentale gevolgen en gevolgen voor vitaliteit. In het belastingplan is er een gerichte vrijstelling opgenomen in de werkkostenregeling (WKR) voor thuiswerkende werknemers. De vrije ruimte in de WKR van 3% over de eerste € 400.000 van de loonsom voor 2022 wordt niet wordt gehandhaafd, maar beperkt tot 1,7%. De gerichte vrijstelling bedraagt € 2 per dag (Nibudnorm). Deze thuiswerkvergoeding kan ook in een vast bedrag worden uitbetaald en kent dezelfde systematiek als de vaste reiskostenvergoeding woonwerk (128 dagen reisdagen, 214 dagen per jaar). De thuiswerkvergoeding en reiskostenvergoeding woon-werk mogen niet mogen cumuleren, maar moeten evenredig worden toegepast op de vaste werkplek en thuiswerkdagen.

Dit vergt de nodige administratieve lasten, omdat het werkpatroon (vaste werkplek/thuiswerk) wekelijks kan veranderen. Het kabinet zet voorts via een brede maatschappelijke en domein-overstijgende samenwerking in op het terugdringen van burn-out klachten en op meer vitaliteit. Het kabinet zorgt ervoor dat gezond en veilig werken de norm blijft, ook in een veranderende arbeidsmarkt. In 2022 wordt een nieuwe langetermijnvisie op het arbobeleid vastgesteld: de Arbovisie 2040. Belangrijke onderwerpen zijn preventie, het verbeteren van de arbeidsgerelateerde zorg en de verbinding daarvan met de reguliere zorg en het verbeteren van de naleving. De concept Arbovisie

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

49

wordt in 2022 na advies van de Sociaal Economische Raad (SER) vastgesteld. Het kabinet werkt de Arbovisie samen met vele betrokkenen in het veld uit in een agenda voor de periode 2022-2025, zodat deze gedragen, concrete maatregelen bevat. Wat betekent dit voor de gemeenten? Veilig en verantwoord (thuis)werken is een belangrijk aandachtspunt voor gemeentelijke werkgevers, zeker in deze coronacrisis. Gemeenten hebben een toenemende behoefte aan duidelijke informatie over thuiswerken en arbeidsrechtelijke - en fiscale aspecten. De gemeentelijke cao kent nog geen thuiswerkvergoeding, maar de VNG is hierover in gesprek met vakbonden. Hierbij is ook aandacht voor de samenloop met de reiskostenvergoeding woon-werk. Het is van groot belang dat er een duidelijk fiscaal kader is. Wij willen er in de eerstvolgende cao voor zorgen dat een mogelijke regeling over thuiswerken goed aansluit op de fiscale gerichte vrijstelling. De VNG neemt namens de Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW) deel aan lopende SER-adviezen/ trajecten in de Commissie-Arbeidsomstandigheden en ad-hoc-Commissie Hybride Werken. Ook ontwikkelt de VNG in gelijkwaardig verband een Arbocatalogus hybride werken ter ondersteuning gemeenten.

Ouderschapsverlof Wat wil het kabinet? Vanaf 2 augustus 2022 krijgen werknemers die ouderschapsverlof opnemen een uitkering. De uitkering geldt alleen in het eerste jaar na de geboorte van het kind, duurt maximaal negen weken, is 50% van het gemaximeerd dagloon en wordt betaald door het UWV. Wat betekent dit voor gemeenten? De gemeentelijke cao kent al betaald ouderschapsverlof. Het betaald ouderschapsverlof in de gemeentelijke cao geldt voor acht jaar na de geboorte van het kind, duurt maximaal 13 weken, is 50% tot 90% van het loon (afhankelijk van de loonschaal) en wordt betaald door de werkgever. Vanaf 2 augustus 2022 hebben gemeentelijke medewerkers dus recht op: 26 weken ouderschapsverlof, waarvan 13 weken doorbetaald door de werkgever en negen weken met een uitkering van het UWV. Wij willen er in de eerstvolgende cao voor zorgen dat uitkering op basis van de wet en de doorbetaling op basis van de cao goed op elkaar aansluiten.

De Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten Wat wil het kabinet? De Wet banenafspraak heeft tot doel om 125.000 extra banen te realiseren bij reguliere werkgevers voor mensen met een arbeidsbeperking. In 2020 is de landelijke doelstelling van 67.500 banen (overheid (17.500) en markt (50.000) samen) met 66.097 banen voor het eerst niet gehaald. De coronacrisis zal hieraan hebben bijgedragen, maar de mate van invloed is onduidelijk. De sector markt heeft de doelstelling net gehaald, maar de sector overheid niet. De voorgenomen quotumregeling voor overheidswerkgevers blijft vooralsnog gelden. Het wetgevingsproces om de Wet banenafspraak te vereenvoudigen is vertraagd en zal aan een nieuw kabinet worden voorgelegd. Om de duurzaamheid van banen te vergroten, wordt het Loonkostenvoordeel (LKV) banenafspraak voor werkgevers structureel beschikbaar gesteld in plaats van maximaal drie jaar. Ook kunnen werkgevers het LKV banenafspraak toepassen voor alle werknemers die ze in dienst hebben en niet alleen voor de werknemers die onlangs in dienst zijn getreden. Daarnaast wordt de doelgroepverklaring afgeschaft. Al deze maatregelen vergen wetswijzigingen en zijn beoogd per 2024. Vanaf 2025 zijn middelen gereserveerd voor het structureel beschikbaar maken van het LKV.

50

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeentelijke werkgevers hebben de aantallen net gehaald, maar voortdurende aandacht blijft noodzakelijk. Voorgenomen maatregelen dragen bij aan de vereenvoudiging en het blijven halen van de aantallen. Het is echter nog onduidelijk wanneer de vereenvoudigingen van de Wet banenafspraak worden doorgevoerd, hierdoor kunnen gerealiseerde banen via inkoop nog niet meetellen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

51

9 Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jeugd Wat wil het kabinet? Naar aanleiding van het rapport ‘Stelsel in groei’ van de stuurgroep ‘Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet’ en de ‘Uitspraak van de Commissie van Wijzen’ is besloten om in 2022 € 1,3 miljard extra beschikbaar te stellen aan gemeenten voor de tekorten in de jeugdzorg. Dit komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor dat jaar. Tegelijkertijd zijn er afspraken gemaakt over de invulling van een set aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen moet opleveren, zoals het breder invoeren van een praktijkondersteuner jeugd-ggz bij de huisarts. Momenteel werkt de VNG in de ‘vijfhoek’ samen met het rijk en andere betrokken partijen (o.a. cliënten, aanbieders en professionals) aan een hervormingsagenda. De agenda moet leiden tot een verbetering van de hulp aan kinderen en een financieel houdbaarder stelsel. Wat betekent dit voor gemeenten? De afspraak over de € 1,3 miljard extra middelen naar aanleiding van de uitspraak van de Commissie van Wijzen was al bekend, net als de maatregelen die al in 2022 genomen moeten worden om tot een besparing te komen van € 214 miljoen. Daarnaast wordt € 9 miljoen aan de VNG beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de hervormingsagenda. Op VNG.nl8 kunt u de komende tijd op de hoogte blijven van de belangrijkste ontwikkelingen rond de agenda.

Zorg nu en in de toekomst: corona en pandemische paraatheid Wat wil het kabinet? De coronapandemie heeft helder gemaakt dat de organisatie van de (publieke) gezondheidszorg te allen tijde robuust en flexibel moet zijn om voorbereid te zijn op dreigingen van (nog onbekende) ziekteverwekkers of andere bedreigingen. Samenwerken binnen het zorgstelsel en regie vanuit de overheid bleken essentieel, ook kwamen kwetsbaarheden in de paraatheid naar boven die aangepakt moeten worden. Het kabinet komt daartoe eind 2021 met een beleidsagenda, waarbij in het bijzonder wordt ingegaan op het versterken van de publieke gezondheid en daarbij behorende infrastructuur en delen van gegevens over domeinen heen. De uitwerking en besluitvorming zijn aan een volgend kabinet. Verder vraagt het kabinet voor de kortere termijn aandacht voor de reële mogelijkheid dat er (plaatselijk) oplevingen van het coronavirus zijn. Het kabinet wil alles in het werk stellen om een (gedeeltelijke) sluiting van de samenleving te voorkomen. Door intensieve monitoring, testen en door actief de groep te benaderen die nog niet gevaccineerd is. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn op basis van de Wet Publieke Gezondheid verantwoordelijk voor een goede uitvoering van publieke gezondheidszorg. Dat gaat over gezonde inwoners, leefbare wijken en buurten en een energieke samenleving.

Bij uitstek een gemeentelijke taak. De GGD’en zijn in opdracht van de gemeenten de belangrijkste regionale uitvoerders. De komende periode vraagt van gemeenten om het opdrachtgeverschap naar GGD’en steviger vorm te kunnen geven, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de regionale werkstructuur tussen gemeenten en zorgverzekeraars, en met oog voor de landelijke paraatheid bij crisisbeheersing. Dit vraagt ook landelijk passende voorwaarden, waarover al gesprekken worden gevoerd tussen het rijk, de VNG en Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

8

52

https://vng.nl/artikelen/hervormingsagenda-jeugd

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Het rijk doet een beroep op gemeenten om lokaal, bijvoorbeeld via de GGD en maatschappelijke partners, een bijdrage te leveren in het benaderen van de groepen die nog niet gevaccineerd zijn.

Zorg voor de toekomst: Juiste Zorg op de Juiste Plek Wat wil het kabinet? De komende jaren blijft de vraag naar zorg onder druk van de vergrijzing en technologische mogelijkheden sterk toenemen. De groei van de beroepsbevolking en het aantal mantelzorgers kan geen gelijke tred houden met deze groeiende zorgvraag. Om de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van onze zorg te borgen is het nodig om de zorg toekomstbestendig te maken. In de nota ‘Zorg voor de Toekomst’ benoemt het kabinet drie belangrijke pijlers om de beweging ‘Juiste Zorg op de Juiste Plek’ mogelijk te maken: 1. preventie en gezondheid: het VWS verkent met gemeenten en zorgverzekeraars wat nodig is om het fundament onder toekomstig preventiebeleid te verstevigen via minder vrijblijvende inzet en samenwerking en financiering hierop aan te passen. 2. zorg vanuit regie en samenwerking: regionaal in beeld brengen van toekomstige uitdagingen en uitwerken van een gezamenlijke aanpak door de inkopende partijen gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren. Waarbij het kabinet ook stelt dat dit meer congruentie in de verschillende regio-indelingen binnen en buiten de zorg vraagt. In het bijzonder staat het kabinet stil bij de toekomstige ontwikkeling van de ouderenzorg, het hervormen van het stelsel van de jeugdzorg en een toekomstbestendig GG-zorglandschap.

Verdere uitwerking en besluitvorming wordt aan een volgend kabinet gelaten. 3. zorgvernieuwing en werkplezier voor de zorgprofessionals: aandacht voor voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel, minder administratieve lastendruk en efficiënter werken door slim gebruik van E-health, technologie en data-uitwisseling. Wat betekent dit voor gemeenten? Investeren in regionale samenwerking met gemeenten, zorgverzekeraar(s) en zorgkantoor is en blijft van belang voor uitvoering van gemeentelijke taken in de publieke gezondheid, ouderenzorg, GGZ en ook jeugdzorg. Daarnaast blijven afspraken op landelijk niveau ten Wmo en Jeugdwet cruciaal om op lokaal en regionaal niveau deze gemeentelijke taken uit te voeren, op een wijze die bijdraagt aan de beweging ‘Juiste Zorg op de Juiste Plek.’

Volksgezondheid Wat wil het kabinet? Het Nationaal Preventieakkoord loopt door. Voor de uitvoering van maatregelen uit de Lokale Preventieakkoorden blijft uitvoeringsbudget beschikbaar (€ 10 miljoen). Voor de aanpak van gezondheidsachterstanden komt vanuit het programma Gezond in de Stad (GIDS) via een decentralisatie-uitkering € 20 miljoen naar gemeenten. Verder treedt in 2022 het wetsvoorstel ‘prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg’ in werking (onder voorbehoud van goedkeuring door de Eerste Kamer) waarvoor € 5,3 miljoen voor gemeenten in het gemeentefonds beschikbaar komt. Het programma Kansrijke Start is verlengd en daarvoor is € 1,7 miljoen beschikbaar gesteld voor gemeenten die lokaal coalities willen opstarten. In het Rijksvaccinatieprogramma wordt in 2022 de uitgestelde HPV-vaccinatie voor meisjes uitgevoerd en wordt dit ook beschikbaar voor jongens conform mededeling in de meicirculaire. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten dienen vanuit hun opdrachtgeversrol aan GGD-en óf andere uitvoerende partijen van de jeugdgezondheidszorg, toe te zien op de implementatie van het prenataal huisbezoek. Verder kunnen gemeenten hun lokaal gezondheidsbeleid versterken via de diverse programma’s/middelen die het rijk in 2022 beschikbaar stelt.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

53

Aanpak dak- en thuisloosheid Wat wil het kabinet? Via het actieprogramma dak- en thuisloze jongeren (2019-2021) en de Brede aanpak dak- en thuisloosheid (2020-2021) is ingezet op een forse vermindering van het aantal dak- en thuisloze mensen in Nederland. Hiermee zijn lokaal en regionaal mooie resultaten behaald, maar beide programma’s lopen eind 2021 ten einde. Het kabinet kondigt geen nieuwe initiatieven aan. Wat betekent dit voor gemeenten? De financiering vanuit de actieprogramma’s was incidenteel. Gemeenten hebben in de lokale aanpak soms gekozen voor structurele oplossingen (bijvoorbeeld woonvoorzieningen) en zullen daarvoor elders financiering moeten vinden. Wij blijven hier samen met onze landelijke partners aandacht voor vragen bij het rijk.

Maatschappelijk opvang/Beschermd wonen (MO/BW) Wat wil het kabinet? In 2022 wordt verder gewerkt aan de voorbereiding van de implementatie van het advies ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis.’ Als onderdeel daarvan bereiden gemeenten de inhoudelijke doordecentralisatie van beschermd wonen per 1 januari 2022 voor. Vanaf 1 januari 2023 is de financiële doordecentralisatie gepland, tegelijk met de invoering van het nieuwe verdeelmodel gemeentefonds. Met publicatie van de septembercirculaire is ook het objectief verdeelmodel Beschermd wonen gepubliceerd. Dit rekenmodel biedt gemeenten nu inzicht in de uitkomsten van het nieuwe verdeelmodel en de overgangsregeling (ingroeipad) na verwerking van de nacalculatie van de Wlz-uitname. Er is afgesproken de bekostiging van een bepaalde groep cliënten met ingang van 2021 vanuit Beschermd Wonen over te hevelen naar de Wet langdurige zorg (Wlz). Daarvoor is al eerder met ingang van het jaar 2021 een bedrag van € 495 miljoen gekort op de integratie-uitkering Beschermd Wonen. Bij de afspraak is overeengekomen de uitname op basis van nacalculatie bij te stellen. Voor de verdeling van de middelen Beschermd Wonen is een nieuw verdeelmodel ontwikkeld. De besluitvorming over de stapsgewijze invoering ervan per 2023 wordt overgelaten aan een nieuw kabinet.

Ook de middelen voor de verstrekking van hulpmiddelen in instellingen zijn overgeheveld van de algemene uitkering naar de Wlz. Ook daarvoor is het werken met nacalculatie afgesproken. Wat betekent dit voor gemeenten? Met de publicatie van het objectief verdeelmodel Beschermd Wonen, is alle informatie beschikbaar om de voorbereiding van de doordecentralisatie Beschermd Wonen regionaal, in een vastgestelde Norm voor Opdrachtgeverschap verder vorm te geven. Conform bestuurlijke afspraken hebben gemeenten deze afspraken eind 2021 klaar. Via een dashboard en een landelijk transitieteam worden de regio’s daarin ondersteund en gevolgd. In de septembercirculaire zijn de resultaten van de nacalculatie verwerkt. Dit leidt tot een aanvullende uitname uit de integratie-uitkering Beschermd Wonen van € 50 miljoen in 2021 die oploopt tot € 149 miljoen vanaf 2022. Op de site van de rijksoverheid is een rekenbestand geplaatst dat inzicht geeft in de nieuwe verdeling en de overgang er naartoe. Voor de versterking van mobiliteitshulpmiddelen uit de Wlz wordt in 2021 een bedrag van € 15 miljoen uitgenomen. Deze uitname wordt in de jaren erna verlaagd naar structureel € 11 miljoen vanaf 2024.

Maatschappelijke diensttijd Wat wil het kabinet? Maatschappelijke Diensttijd (MDT) is na een officiële start in maart 2020 gestaag gegroeid naar een lerend MDT-netwerk dat weet wat er leeft onder jongeren, dat slagvaardig jongeren kan werven en begeleiden en dat maatschappelijk relevante activiteiten kan faciliteren. Voor 2022 wil het kabinet met een vernieuwde subsidieregeling nog eens 65.000 jongeren bereiken en het MDT-netwerk laten uitgroeien naar een landelijk dekkend netwerk. Ook is verdere inbedding van MDT als instrument in

54

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

de uitvoering van het sociaal domein voorzien. In totaal stelt het rijk voor 2022 een bedrag van € 100 miljoen beschikbaar en zet ook in op het vergroten van cofinanciering. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten die een start willen maken met invoering van het instrument MDT op lokaal niveau, kunnen in 2022 via een vernieuwde subsidieregeling middelen aanvragen en zich aansluiten bij het MDT-netwerk.

Domeinoverstijgende financiering Wat wil het kabinet? Begin 2021 zijn externe partijen geconsulteerd over het wetsvoorstel ‘Domeinoverstijgende samenwerking’. Vanwege de demissionaire status van het kabinet is dit wetsvoorstel niet aangeboden aan de Tweede Kamer. Gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren zoeken steeds vaker de samenwerking op om de zorg rondom de burgers die zorg nodig hebben zo goed mogelijk te regelen. Deze domeinoverstijgende samenwerking kan leiden tot betere zorg in de thuisomgeving, waardoor in potentie een intramurale opname in de Wlz is te voorkomen of in ieder geval is uit te stellen. Door deze samenwerking kunnen ook crisissituaties voorkomen worden, doordat zorg eerder opgeschaald kan worden. Op basis van de huidige Wlz in combinatie met de in de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) geregelde bestedingsmogelijkheden van de middelen vanuit het Fonds langdurige zorg (Flz), is het voor zorgkantoren niet mogelijk om te investeren in een ander domein. Met het wetsvoorstel Domeinoverstijgende samenwerking wordt middels een aanpassing van de Wlz geregeld dat de uitvoeringstaken van de zorgkantoren verbreed worden, zodat zij de mogelijkheid krijgen te investeren in preventieve maatregelen.

Het doel van het wetsvoorstel is om domeinoverstijgende samenwerking tussen een aantal ‘zorgdomeinen’ te vergemakkelijken om zo duurdere en zwaardere zorg te voorkomen of tenminste uit te stellen. Naast de aanpassingen in de Wlz wordt ook een aanvulling van de Wmg voorgesteld. Hierdoor komt er een wettelijke grondslag voor aanvullende bekostiging van de geleverde zorg, naast de persoonsvolgende bekostiging per cliënt. Zorgkantoren hebben op basis van de cliëntvolgende bekostiging te beperkte mogelijkheden om bijzondere maatregelen via de bekostiging per cliënt in te kopen. De bijzondere maatregelen zijn bij specifieke cliëntgroepen of in bijzondere omstandigheden wel nodig om zorg te leveren, maar zijn afzonderlijk niet als zorg aan te merken en bovendien niet toe te rekenen aan individuele cliënten. Wat betekent dit voor gemeenten? Domeinoverstijgende financiering is voor gemeenten belangrijk. Nog te vaak zijn er discussies met zorgverzekeraars, rijk en gemeenten over wie waarvoor verantwoordelijk is. Domeinoverstijgende samenwerking kan hier verlichting in aanbrengen.

Personen met verward gedrag – Grip op onbegrip Wat wil het kabinet? Voor de sluitende aanpak voor personen met verward gedrag wordt een samenhangend pakket aan maatregelen genomen waarvoor in 2022 € 33,1 miljoen en structureel € 32,8 miljoen beschikbaar is. Uit de € 33,1 miljoen voor 2022 wordt een bijdrage geleverd van € 14,8 miljoen aan de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden. Het doel van deze subsidieregeling is het wegnemen van belemmeringen voor het verstrekken van medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerde personen, waaronder ook personen met verward gedrag. Een bedrag van € 12 miljoen is beschikbaar op artikel 1 Volksgezondheid voor de uitvoering van het actieprogramma Personen met verward gedrag door ZonMW. Dit kan worden ingezet voor: • het faciliteren van gemeentelijke projecten en initiatieven die bijdragen aan het realiseren van een regionale sluitende aanpak voor personen met verward gedrag • de inzet van ggz-expertise in de wijk • flexibele inzet van zorg en begeleiding • pilots met vervoer van personen met verward gedrag door regionale ambulancevoorzieningen

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

55

Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen hun integrale aanpak voor hun meest kwetsbare inwoners met behulp van subsidies van ZonMW (o.a. wijkGGD’er en kennisnetwerken) versterken. Hier kunnen gemeenten een aanvraag voor indienen.

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) Wat wil het kabinet? De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is op 1 januari 2020 in werking getreden. Voor het ondersteunen van de afronding van de implementatie en de uitvoering van de wet is structureel € 11 miljoen beschikbaar. De middelen zijn onder andere beschikbaar voor ondersteuning van de ketensamenwerking en vertrouwenswerk in de ggz. Het grootste deel van dit budget gaat naar de instellingssubsidies voor vertrouwenspersonen. Dat maakt het mogelijk dat er bij verplichte zorg een beroep kan worden gedaan op de patiëntvertrouwenspersoon (pvp) en de familievertrouwenspersoon (fvp). De werkzaamheden van de pvp en fvp hebben hun wettelijke basis in de Wvggz. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten hebben de impact van de Wvggz op hun werk gevoeld. Gemeenten willen dan ook een evaluatie over de werking van de Wvggz, waarbij met name getoetst wordt op de uitvoerbaarheid en in hoeverre het wel houdbaar is. Naast de beleidsinhoudelijke wetsevaluatie (die momenteel loopt) zou dat dus ook een evaluatie moeten zijn van de kosten in relatie tot de beleidsmatige opbrengst.

Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden Wat wil het kabinet? Het doel van deze subsidie is het wegnemen van financiële belemmeringen voor het verstrekken van medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerde personen. De kosten worden met name gemaakt bij de ggz en in ziekenhuizen. De uitgavenposten worden door de uitvoerder van de regeling (CAK) gemonitord. In 2022 is een bedrag van € 41,9 miljoen begroot. Wat betekent dit voor gemeenten? Kwetsbare doelgroepen maken veel gebruik van deze mogelijkheid tot kostenvergoeding van onverzekerden. Van gemeenten wordt verwacht dat zij deze groepen toe leiden naar een zorgverzekering. De bereidheid om dat te doen is er, maar het ontbreekt gemeenten aan de noodzakelijke middelen. Verder willen gemeenten nog gemakkelijker toegang tot en samenwerking met zorgverzekeraars omdat juist de kwetsbare doelgroepen zoals bewoners van de vrouwenopvang tussen wal en schip vallen.

Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Wat wil het kabinet? Ook in 2022 is het de opgave om geweld in afhankelijkheidsrelaties eerder en beter in beeld te krijgen, het duurzaam te stoppen en terug te dringen en de schade ervan te beperken. Er wordt een vervolg gegeven aan de in gang gezette maatregelen voor specifieke doelgroepen, zoals slachtoffers van seksueel geweld, ouderenmishandeling, schadelijke praktijken en voor het vergroten van gendersensitiviteit in de aanpak van huiselijk geweld. In 2022 wordt op de begroting van het ministerie van VWS € 16,7 miljoen beschikbaar gesteld voor uiteenlopende maatregelen (zie begroting ministerie JenV voor aanpak huiselijk geweld als prioriteit in de Veiligheidsagenda). De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft al enige jaren te kampen met een financieel tekort. Om de problematiek op te lossen is in 2020 een aantal besparingsmaatregelen uitgewerkt dat echter niet toereikend was om het tekort volledig op te lossen. Voor het jaar 2021 wordt het tekort bij de eerste suppletoire begroting geraamd op € 16 miljoen. Een oplossing voor de structurele problematiek is op dit moment onderwerp van onderzoek (o.a. kostprijs- en benchmarkonderzoek) (zie ook begroting ministerie JenV). Zowel het ministerie van VWS als JenV schrijven in hun begroting over de herziening van de jeugd- en

56

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

gezinsbescherming en over het in dat kader relevante toekomstscenario ‘Kind- en gezinsbescherming’. Dit scenario biedt perspectief op een meer effectieve en eenvoudiger georganiseerde jeugdbescherming. Dit betreft de samenwerking van professionals onderling en de samenwerking met het gezin en het sociaal netwerk. Dit scenario, waar onderdelen van het programma GHNT mee samenhangen, wordt in 2022 op basis van een in 2021 onder veldpartijen gehouden consultatieronde met de praktijk verder ontwikkeld. Wat betekent dit voor gemeenten? Ook in 2022 is er voor gemeenten ruimte om aandacht te blijven besteden aan de regionale en lokale aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling, mede in relatie tot de vereenvoudiging van de jeugdbeschermingsketen. De ontwikkelingen op beide gebieden volgen we als mede-opdrachtgever van het programma ‘Geweld Hoort Nergens Thuis’ (GHNT) en van het toekomstscenario vanuit de VNG op de voet. Dit geldt ook voor de wijze waarop de € 5 miljoen voor de voortzetting programma GHNT in 2022 ingezet wordt.

VN-verdrag Handicap Wat wil het kabinet? De implementatie van het VN-verdrag Handicap en het vergroten van de toegankelijkheid van de samenleving blijft een belangrijk beleidsdoel. Ook in de troonrede werd in het bijzonder aandacht gevraagd voor de impact van de pandemie op onder meer mensen met een beperking. Verder werd in de troonrede het belang van het tegengaan van ongelijke behandeling en discriminatie onderstreept. Onder mogelijke gronden van discriminatie vallen ook beperkingen (‘validisme’). Met de ratificatie van het VN-verdrag Handicap heeft Nederland zich gecommitteerd aan het tegengaan van uitsluiting van mensen met een fysieke beperking, verstandelijke beperking, chronische ziekte of psychische kwetsbaarheid en aan het bevorderen van inclusie van deze groepen. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit dat het van belang is dat zij blijven werken aan hun Lokale Inclusie Agenda, samen met ervaringsdeskundigen.

Invoering PGB 2.0 Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de verwerking en uitbetaling van het persoonsgebonden budget (PGB) toegankelijker en eenvoudiger maken. Het digitale systeem PGB 2.0, dat PGB 1.0 vervangt, wordt verder ontwikkeld en geïmplementeerd. Voor de opdrachten op het gebied van ‘zorgdragen voor langdurige zorg’ is in 2022 € 24,2 miljoen beschikbaar. Vorig jaar was dit totaal € 18,1 miljoen. Hieronder vallen onder meer de kosten voor het programma ‘Volwaardig leven’, de stimuleringsregeling InZicht en de ontwikkeling en implementatie van het PGB 2.0-systeem. Wat betekent dit voor gemeenten? Steeds meer PGB-budgethouders kunnen al werken met het digitale systeem PGB 2.0. Hiermee regelen zij de administratie sneller, gemakkelijker, overzichtelijk en veiliger. Een groot aantal zorgkantoren is aangesloten. In 2021 en 2022 volgen geleidelijk de gemeenten. Eerst ligt de focus op de realisatie van functionaliteiten voor gemeenten, deze worden uitgebreid getest, en vervolgens kan begonnen worden met het daadwerkelijk aansluiten van gemeenten op PGB 2.0. De kosten voor de realisatie van het PGB 2.0-systeem en de ondersteuning van gemeenten bij de implementatie worden gedragen door het ministerie van VWS. Dit geldt ook voor de kosten gerelateerd aan het onderhoud van het huidige PGB 1.0-systeem.

Gemeenten worden actief geïnformeerd over hoe zij aan kunnen sluiten op PGB 2.0, hoe de implementatie vorm krijgt en welke ondersteuning daarbij wordt geboden vanuit het programma. Gemeenten gaan gefaseerd over, in zogenaamde tranches. Uitgangspunt hierbij is: ‘zorgvuldigheid boven snelheid’. Gemeenten ontvangen altijd minimaal 6 maanden voor een geplande livegang een uitnodiging om deel te nemen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

57

10 Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking Partnerschap Buitenlandse Zaken – VNG Wat wil het kabinet? In 2022 start het meerjarig, multi-thematisch partnerschap tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en de VNG. Dit partnerschap richt zich op het versterken van lokaal bestuur en lokale weerbaarheid in ontwikkelingslanden. Het partnerschap is een vertaling van het belang van sterk, adequaat en inclusief bestuur voor ontwikkeling. Het krijgt invulling via een programma voor vijf jaar, met een totaal budget van € 50 miljoen. Ook komt er een meer gestructureerde beleidsdialoog. Wat betekent dit voor gemeenten? Het ministerie van Buitenlandse Zaken en de VNG hebben de afgelopen periode samen aan de ontwikkeling van het programma gewerkt. Verschillende Nederlandse gemeenten zijn daarbij betrokken. Bij gemeenten zit veel relevante expertise. Die kan op verschillende manieren worden ingebracht, zowel ad-hoc als structureel. Gemeenten kunnen hun interesse kenbaar maken bij VNG International.

Versterkte Nederlandse handels- en investeringspositie Wat wil het kabinet? Het kabinet wil op verschillende manieren het verdienvermogen van het Nederlandse bedrijfsleven versterken. Dit koppelt het kabinet aan: • het versterken van duurzame economische ontwikkeling elders in de wereld • het bijdragen aan oplossingen voor mondiale maatschappelijke uitdagingen in het kader van de Sustainable Development Goals (SDG). In dit verband realiseert Trade and Innovate NL (TINL) een landelijk dekkend netwerk van regionale ontwikkelingsmaatschappijen die zich gezamenlijk inzetten voor internationalisering van de regio’s. Tegelijkertijd verdiept het netwerk de onderlinge relaties. Alle provinciale en stedelijke partners worden ingezet om het bereik van ondernemers in het buitenland te vergroten en te versterken via workshops, seminars, in- en uitgaande missies en bedrijfsadvisering. In samenspraak met de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) heeft het kabinet een pakket aan acties en maatregelen uitgewerkt, waarmee invulling wordt gegeven aan de beleidsnotie ‘Nederland-China: een nieuwe balans’. De capaciteit ten behoeve van inkomende bezoeken wordt bijvoorbeeld versterkt, met een zogenoemde ‘visitors office’. Dit is vooral bedoeld voor het versterken van de regie en de samenwerking met decentrale overheden.

Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten, veelal in regioverband, zijn partner in de versterking van de Nederlandse handels- en investeringspositie. Zij kunnen gebruik maken van de daartoe ingerichte ondersteuning. Omgekeerd wordt van gemeenten gevraagd niet geïsoleerd te werk te gaan, maar naar synergie te streven, door bijvoorbeeld informatie te delen over deelname in handelsmissies, beurzen en dergelijke. Specifiek ten aanzien van China geldt ook voor gemeenten het streven naar evenwicht tussen de kansen die de relatie biedt enerzijds en preventie en weerbaarheid ten aanzien van de kwetsbaarheden anderzijds.

Recovery & Resilience Facility (RRF) Wat wil het kabinet? Het kabinet geeft aan dat de kaders van de Europese Commissie rondom de inzet van de ‘Recovery & Resilience Facility (RRF) gerespecteerd worden. Bij de uitwerking van het RRF wil het kabinet naast de

58

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

minimale eisen van de Europese Commissie op digitalisering en de klimaatopgaven ook inzetten op gezondheidszorg. Opvallend is de beperkte verbinding met de ambitie van het kabinet om de transitie naar een (meer) circulaire inrichting van de economie vorm te geven. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor Nederland betekent het RRF een investering van € 5,6 miljard in herstel en transitie van onze economie en brede welvaart waarvan minimaal 37% aan de klimaattransitie en minimaal 20% aan de digitale transitie moet worden besteed. In de criteria van de Europese Commissie is aangegeven dat de plannen voor de investeringen met regionale en lokale overheden in gezamenlijkheid worden opgepakt. Tot op heden is dit nog niet het geval en wij willen hierover in gesprek met het kabinet om het belang van de uitvoering en de koppeling met regionale agenda’s te borgen. Het kabinet spreekt in de rijksbegroting niet over de aanvullende wetgevingspakketten die er op Nederland afkomen vanuit Europa als onderdeel van de Green Deal (Fit for 55) en Digital Decade. De uitwerking van deze wetten heeft een grote impact op de dagelijkse praktijk van gemeenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/424/documents/13201