CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A07. Raadsinformatiebrief Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (laagvlieggebied helikopters) (218701).pdf

Gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente OudewaterBij agendapunt: 5: Vaststellen wijze van afdoening van de ingekomen stukken1.192 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSINFORMATIEBRIEF

Van college van burgemeester en wethouders Vergadering van 17 maart 2026 Kenmerk Z/26/096832 / D/26/218701 Portefeuillehouder Vincent Bos Portefeuille Milieu/ODU Opsteller Both, Mariska Onderwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (laagvlieggebied helikopters)

Kernboodschap Met deze raadsinformatiebrief willen wij u informeren over het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Het ontwerp programma heeft van 28 mei tot en met 9 juli 2025 ter inzage gelegen. Vanuit de gemeente Oudewater is er zienswijze ingediend op het ontwerp programma. Op 19 december is per Kabinetsbesluit het definitieve programma vastgesteld. Met deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de beantwoording van onze zienswijze en het vervolgtraject.

Toelichting Met het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) krijgt defensie meer ruimte voor de noodzakelijke groei en versterking van de krijgsmacht. Meer ruimte is noodzakelijk om aan de NAVO-verplichtingen te voldoen. In het NPRD is voor 57 behoeften fysieke en milieuruimte gezocht binnen Nederland. Een van die behoeftes is de behoefte aan meer laagvlieggebieden voor helikopters. Dit is noodzakelijk vanwege het veranderende dreigingsbeeld, waarbij het steeds belangrijker wordt om onopgemerkt te blijven tijdens helikoptervluchten. Door laag te vliegen, kan de kans dat defensie helikopters worden opgemerkt door vijandelijke radarsystemen aanzienlijk worden verkleind. Om dit goed te kunnen beoefenen is meer diversiteit in laagvlieggebieden nodig. Vooral om afwisseling in de training te faciliteren en om ruimte te bieden aan de structurele toename van het aantal laagvlieguren zonder dit enkel af te wentelen op de bestaande laagvlieggebieden. In heel Nederland mag Defensie met helikopers vliegen op minimaal 45 m. Binnen een laagvlieggebied mag lager gevlogen worden, tot ‘grasspriethoogte’. Landen mag alleen binnen op de daarvoor aangewezen helikopterlandingsplaatsen. In het NPRD zijn 12 bestaande laagvlieggebieden voor helikopters en 8 nieuwe laagvlieggebieden helikopters aangewezen. De gemeente Oudewater valt binnen het nieuwe laagvlieggebied N4.

In onze zienswijze zijn we ingegaan op drie aspecten: 1. milieuaspecten (geluid en ecologie); 2. het planologisch regime; 3. overlast en schade. 1. Milieuaspecten In onze zienswijze zijn we ingegaan op de onderbouwing van de milieuaspecten geluid en ecologie. Voor geluid hebben we gevraagd om:

• een nadere motivering betreffende de keuze voor het uitbreiden van de laagvlieggebieden; • meer inzicht betreffende het lokale effect door het nieuwe laagvlieggebied; • inzicht in de geluideffecten evenals inzicht in de uitkomsten van de geluidsonderzoeken; • meer aandacht voor het belang van de stiltegebieden; • het aspect laagfrequent geluid te betrekken bij de beoordeling. Voor ecologie hebben we gevraagd om aandacht voor de gevolgen van de laagvlieggebieden voor de weidevogelgebieden. Onduidelijk is hoe Defensie omgaat met de ecologische waarden in de weidevogelgebieden. Wij hebben daarom gevraagd om een nadere toelichting over de afweging tussen de benodigde vlieguren in het laagvlieggebied en het broedseizoen in de weidevogelgebieden. In de bijlage is het regionaal advies van de ODU opgenomen, waarin beschreven wordt hoe deze vragen beantwoord zijn door Defensie. 2. Licht planologisch regime In de zienswijze hebben we om verduidelijking gevraagd van het licht planologisch regime. In het NPRD zegt Defensie hier het volgende over: “Door de uitbreiding met acht extra helikopterlaagvlieggebieden kan voor alle laagvlieggebieden worden volstaan met een ‘licht’ planologisch regime, waarbij rekening moet worden gehouden met de belangen van defensie in deze gebieden.

Dat houdt in dat bij een omgevingsplanwijziging binnen een laagvlieggebied er rekening gehouden moet worden of deze wijziging het laagvlieggebied significant beïnvloedt. Dit betekent bijvoorbeeld dat versnippering van een laagvlieggebied door ruimtelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk voorkomen wordt en dat overlast niet onevenredig op een bepaald gebied wordt afgewenteld. Met een dergelijke bepaling worden bepaalde opgaven niet op voorhand uitgesloten. Binnen dit planologisch regime is en blijft daarmee ruimte voor andere belangrijke opgaven, zoals windparken, hoogspanningsverbindingen of woningbouw. Het planologische regime gaat vooral uit van een goede en tijdige afstemming met defensie in geval van grootschalige ontwikkelingen of bouwwerken die de hoogte ingaan zoals windmolens of een hoogspanningsverbinding. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de laagvlieggebieden en het licht planologisch regime zal met de volgende aandachtspunten rekening worden gehouden: • In de vervolgfase zal de concrete verdeling van vlieguren over de helikopterlaagvlieggebieden afhankelijk zijn van de vergunning. Hiervoor wordt in de vervolgfase nader onderzoek gedaan naar de kwetsbare gebieden (met name N2000) in de laagvlieggebieden. • Met betrokken ministeries, provincies en gemeenten zal het benodigde juridisch-planologische regime voor deze gebieden worden uitgewerkt.

• De inpassing van de laagvlieggebieden vraagt om een zorgvuldige overgang, waarbij zoveel als mogelijk rekening wordt gehouden met de omgeving en de omgeving kans krijgt om te wennen aan nieuwe helikopteractiviteiten. • Het is voor de omgeving nodig om beter inzicht te krijgen in wanneer en in welk gebied laagvliegactiviteiten gepland staan. Defensie versterkt hiervoor het omgevingsmanagement en onderzoekt de mogelijkheden om de informatieverstrekking te verbeteren. • In de vervolgfase is verdere afstemming met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), de MLA en betrokkenheid van diverse stakeholders nodig over een zo efficiënt en veilig mogelijk civiel luchtruimgebruik (waaronder naderingen en vertrek van luchthavens en General Aviation).” In de Nota van Antwoord wordt onze zienswijze op de volgende wijze beantwoordt: “Defensie begrijpt de behoefte aan duidelijkheid over een licht planologisch regime. Dit waarborgt een goede balans tussen defensiedoelen en andere ruimtelijke belangen. Dit regime biedt zoveel als mogelijk ruimte voor lokale ruimtelijke ontwikkelingen. Binnen dit lichte regime geldt dat bij ruimtelijke initiatieven die mogelijk conflicteren met laagvliegactiviteiten, zoals hoge bouwwerken of windturbines vooraf contact wordt opgenomen met Defensie. In overleg wordt dan gezocht naar een optimale inpassing van de behoefte.” 3.

Overlast en schade In de zienswijze hebben we gevraagd om verduidelijking van klachten en meldingen van overlast en schade. En om meer duidelijkheid over de informatieverstrekking voorafgaand op vliegbewegingen in het laagvlieggebied. In de Nota van Antwoord wordt hierover het volgende vermeld: • Daarnaast is Defensie aan het onderzoeken hoe de omgeving (beter) kan worden geïnformeerd over wanneer in welke laagvlieggebieden vliegactiviteiten plaatsvinden. Communicatie is daarbij een nadrukkelijk aandachtspunt.

Defensie bekijkt samen met het Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten en het Defensie Helikopter Commando hoe de vereisten van een laagvliegoefening en de wensen over communicatie in balans gebracht kunnen worden. Dit traject wordt in de volgende fase verder uitgewerkt. • Defensie begrijpt de zorgen voor overlast en schade. Defensie is zich ervan bewust dat de laagvlieggebieden meerdere gebruikers kent en probeert daar zoveel als mogelijk rekening mee te houden. Veiligheid voor mens en dier is daarbij belangrijk. In de volgende fase van het NPRD wordt gezocht naar een inpassing die recht doet aan de verschillende belangen binnen het laagvlieggebied.. Voor schadegevallen zijn procedures ingeregeld via een loket waar men terecht kan om (economische) schade te melden. Indien u schade heeft naar aanleiding van het optreden van Defensie, dan kunt u een verzoek tot schadevergoeding richten aan de afdeling Claims van Defensie (https://www.defensie.nl/onderwerpen/klachten-en-schadeclaims/schade-melden). De documenten van het vastgestelde NPRD zijn te vinden op de website: https://nprd.inspraak.defensiedichtbij.nl/downloads.

Financiën Het laagvlieggebied heeft geen financiële gevolgen voor de gemeente Oudewater.

Vervolg Voor de laagvlieggebieden zal Defensie in de vervolgfase nog nader onderzoek doen naar de effecten op natuur. Wij volgen deze ontwikkeling. De provincie is namens de gemeente Oudewater in gesprek met Defensie over het NPRD en het licht planologisch regime. Wij zullen de raad bij nieuwe ontwikkelingen wederom informeren.

Bijlagen • Regionaal advies ODU

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/721/documents/21265