A07.1 UenH strategie regio Utrecht 2026 definiteve versie 15 juli 2025_2.pdf
Tekst van het document
Uitvoering- en handhavingstrategie Regio Utrecht 2026 Regionaal kernteam VTH juli 2025
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................. 2 Samenvatting .................................................................................................................................... 3 Leeswijzer .......................................................................................................................................... 4 Voorwoord ......................................................................................................................................... 5 Deel 1 ................................................................................................................................................. 6 1.
Inleiding en kader ...................................................................................................................7
2.
Evaluatie uniforme regionale U&H Strategie 2022-2025 ......................................................... 9
3.
Bijdrage aan missie en visie ................................................................................................... 9
4.
Probleem/ omgevingsanalyse ................................................................................................ 9
5.
Regionale doelen en prioriteiten ...........................................................................................10
6.
Uitgangspunten en werkwijzen ............................................................................................ 13
7.
Kwaliteitsmanagement.........................................................................................................14
8.
Monitoring en evaluatie ....................................................................................................... 16
9.
De uitvoeringsorganisatie ..................................................................................................... 17
Bekendmaking ..................................................................................................................................18 Deel 2: bijlagen ................................................................................................................................ 19 A.
Productbladen ..................................................................................................................... 20
B.
Evaluatie U&H-strategie 2022-2025 ..................................................................................... 39
C.
Missie en visie van de OD ......................................................................................................41
D.
Probleem/ omgevingsanalyse .............................................................................................. 42
E.
Regionale doelen en prioriteiten .......................................................................................... 45
F.
Informatiegestuurd- risicogericht werken .............................................................................47
G.
Reguleringstrategie ............................................................................................................. 50
H.
Toezichtstrategie ................................................................................................................. 58
I.
Sanctiestrategie .................................................................................................................. 62
J.
Strategie advisering............................................................................................................. 69
K.
Samenwerkingstrategie ....................................................................................................... 71
L.
Gedoogstrategie .................................................................................................................. 73
M.
Klachta andeling en ongewone voorvallen ......................................................................... 73
N.
Risicoanalyse bodem ............................................................................................................ 74
O.
Risicoanalyse MBA’s .............................................................................................................76
P.
Richtlijn dwangsombedragen en begunstigingstermijnen ................................................... 82
Q.
Lijst met a ortingen ........................................................................................................... 89
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
2
Samenvatting De regionale uitvoering- en handhavingstrategie 2026 (hierna: U&H-Strategie) is een document dat beschrijft hoe in de regio Utrecht het instrumentarium voor vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies (VTHA) zo effectief mogelijk wordt ingezet. Het is een sturingsinstrument voor de deelnemers van de omgevingsdienst Utrecht (hierna: ODU). De U&H- strategie bevat regionale doelen op diverse thema’s waar de ODU impact op maakt. De doelen passen bij de Omgevingswet en zijn gericht op maatschappelijke opgaven waar alle overheden in de regio gezamenlijk voor aan de lat staan. Ze zijn herkenbaar in omgevingsvisies van gemeenten en de provincie. De U&H- strategie committeert op deze manier alle gemeenten in de provincie, de provincie zelf en de ODU. In de gezamenlijke regionale doelen zit een ambitie die ervoor kan zorgen dat we in onze regio echt een verschil maken. De focus ligt op de opgaven op gezondheid, duurzaamheid, toekomstbestendige natuur, bodemsturend, waterkwaliteit en (het tegengaan van) milieucriminaliteit. Per opgave zijn voor één of meer thema’s specifieke doelen geformuleerd. Per thema is beschreven hoe vergunningen, toezicht en advies als instrumenten worden ingezet om een positieve bijdrage te leveren aan de thema’s én daarmee een positieve impact te hebben op de grotere maatschappelijke opgaven.
Naast deze thema’s zet de ODU zich ook in op andere onderwerpen, zoals bodem, asbest, vuurwerk, luchtvaart etc. Ook voor die thema’s is de U&H- strategie het kader. Verder zijn er kwaliteitsdoelen opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de ODU kan leveren wat er gevraagd wordt binnen de financiële kaders. De U&H-strategie beschrijft op welke wijze het VTHA-instrumentarium wordt ingezet. Er zijn uitgangspunten opgenomen die gelden als basis voor de uitvoering door de ODU. In de bijlagen is een aantal werkwijzen uitgewerkt die medewerkers van de ODU in staat stelt om op uniforme en transparante wijze te werken. Ten slotte is beschreven waar monitoring en evaluatie zich op richten. Dit is het sluitstuk van de beleidscyclus. Zonder goede monitoring en evaluatie is de U&H- strategie niet meer dan een papieren tijger. Om die reden wordt er stevig ingezet op monitoring. De U&H- strategie is opgesteld in een samenwerking van ruim 40 organisaties en meer dan 200 experts. In een periode van 1,5 jaar is de hele regio Utrecht (en daarbuiten) steeds betrokken bij- of meegenomen in het proces, ook bestuurlijk. Daarmee is de U&H- strategie een breed gedragen document geworden. Door vaststelling van deze U&H-strategie conformeren de deelnemers zich aan de regionale ambities, doelen en prioriteiten.
Dit betekent dat deze in de individuele uitvoeringsprogramma's van de deelnemers moeten worden vertaald, waarbij een adequate uitvoering van de wettelijke taken de ondergrens vormt.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
3
Leeswijzer Deze U&H-strategie bestaat uit twee delen. Deel 1 is het kerndocument en beperkt zich tot de hoofdlijn. Dit deel is kort, toegankelijk en leesbaar voor iedereen met interesse in het onderwerp. Deel 2 bevat alle bijlagen en is meer uitgebreid en gedetailleerd. Dit deel biedt verdieping en is er specifiek bij te pakken voor de details van een thema of onderliggende strategie. De U&H- strategie volgt de opbouw van de beleidscyclus voor VTHA. Het document begint met een inleiding en kader om de positie van dit document aan te geven (hoofdstuk 1). Verder komen kort aan de orde: de evaluatie van de vorige U&H-strategie de bijdrage van de U&H- strategie aan de visie en missie van de ODU een probleem- / omgevingsanalyse regionale doelen en prioriteiten de uitgangspunten die de ODU voor haar werk hanteert een overzicht van het instrumentarium In de bijlage zijn al deze onderdelen uitgebreid beschreven. Verder komt in deel 1 het kwaliteitsmanagement aan de orde, inclusief bijbehorende kwaliteitsdoelen, monitoring en evaluatie en tot slot beschrijft hoofdstuk 9 de uitvoeringsorganisatie.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
4
Voorwoord De regionale U&H- strategie is een document waar de hele regio trots op mag zijn. Veel verschillende mensen hebben hieraan bijgedragen, mensen vanuit de beleidshoek, maar misschien nog wel belangrijker; veel mensen vanuit de uitvoering. Tientallen organisaties uit de regio en daarbuiten hebben samen nagedacht en gewerkt aan een document waarin de maatschappelijke opgaven én uitvoering centraal staan. In mijn jaren als directeur van een omgevingsdienst heb ik ons traditionele VTH-domein zien veranderen. Advisering krijgt een steeds prominentere rol, en ons (VTHA) instrumentarium wordt steeds vaker ingezet om maatschappelijke opgaven met elkaar aan te pakken. Onze fysieke leefomgeving staat erg onder druk, veel problematiek zoals bijvoorbeeld milieucriminaliteit en de staat van onze waterkwaliteit en luchtkwaliteit overstijgt de gemeentegrenzen. De omgevingsdienst Utrecht heeft de juiste schaal en expertise om op een effectieve wijze deze complexe uitdagingen in de fysieke leefomgeving aan te pakken. Elke dag weer zorgen we voor een iets schonere leefomgeving. Of het nu de bodem is, ons oppervlaktewater of de lucht die we inademen, elke dag maken onze mensen zich hard voor de kwaliteit van onze leefomgeving. De regionale U&H- strategie is opgesteld met als doel een positieve impact te hebben op de kwaliteit van diezelfde leefomgeving.
Dit strategisch kader in combinatie met de nieuwe omgevingsdienst Utrecht zorgt ervoor dat we samen een krachtig momentum hebben gecreëerd in de regio Utrecht. Door dit effectief en uitvoerbaar beleid slim te koppelen aan robuuste uitvoeringskracht, heeft de regio de juiste focus en slagkracht die nodig is om de leefomgeving te beschermen, nu en in de komende jaren. We staan samen aan de lat om deze regionale U&H- strategie te implementeren en onze regio nog veiliger en gezonder te maken. Dit document luidt de start in van een sterkere vorm van regionale samenwerking in de fysieke leefomgeving, als directeur van de Omgevingsdienst Utrecht zal ik daar in de toekomst verder op aansturen. Met vriendelijke groet, Hugo Jungen
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
5
Deel 1
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
6
1.
Inleiding en kader
Inleiding Dit is hét regionale kader van de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht voor de taakuitvoering van de ODU. De ODU werkt vanaf 1 januari 2026 voor alle gemeenten in de provincie Utrecht en de provincie zelf. De U&H-strategie beschrijft welke maatschappelijke opgaven centraal staan in de regio en hoe de deelnemers de ODU inzetten om deze doelen te behalen. De U&Hstrategie is gemaakt met en door de regio én met overheden van buiten de regio. De deelnemers, de ODU en haar partners trekken samen op. Vooral in de uitvoering. Want daarmee wordt de meeste milieuwinst behaald. Het gemeenschappelijk uitvoeringskader geeft richting en wordt gebruikt om de komende jaren te blijven sturen op de maatschappelijke impact van de ODU. Deze U&H-strategie is het gezamenlijk uitvoeringskader van alle gemeenten in de provincie Utrecht en de provincie Utrecht zelf. Een gezamenlijke U&H-strategie is wettelijk verplicht op grond van de Omgevingswet. Deze U&H-strategie gaat over de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering (VTHA) die gemeenten en provincie verplicht en facultatief hebben overgedragen aan de ODU. De U&H-strategie bestaat uit twee delen. In deel I is de U&H-strategie op hoofdlijnen beschreven. In deel II, de bijlagenbundel, zijn onder meer de strategieën verder uitgewerkt.
De twee delen vormen gezamenlijk de U&H-strategie en worden beiden vastgesteld door de colleges van de deelnemers. Aanleiding De huidige regionale uitvoering- en handhavingstrategie loopt per 2026 af. De bevoegde gezagen en Utrechtse omgevingsdiensten hebben destijds bij de ontwikkeling van deze strategie al afgesproken dat er een opvolger zou komen, met een hogere kwaliteit. Een doorontwikkeling, waarbij het goede behouden blijft en verbeterd wordt wat beter kan. Dat heeft geresulteerd in een intensief traject met ruim 40 partners om te komen tot de U&Hstrategie. Deze samenwerking en het behaalde resultaat vormen een belangrijke mijlpaal voor de regio. Achtergrond en scope De samenleving mag van de overheid een professionele kwaliteit van de uitvoering van de VTHAtaken verwachten. De gemeenten en de provincie zijn verantwoordelijk voor de VTHA-taken. Zij zijn de bevoegde gezagen. De ODU voert de wettelijke VTHA-basistaken op het gebied van milieu, asbest en bodem uit. De bevoegde gezagen kunnen ervoor kiezen om meer taken bij de ODU neer te leggen. Een overzicht van alle taken staat in de producten- en dienstencatalogus (PDC) van de ODU. Binnen de provincie Utrecht is er nog een omgevingsdienst verantwoordelijk voor de uitvoering van VTHA-taken: de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG).
De OD NZKG is verantwoordelijk voor de meest risicovolle bedrijven waarvoor uitsluitend de provincie bevoegd gezag is en valt buiten de scope van deze U&H-strategie. De U&H-strategie is enkel van toepassing op de VTHA taken die de ODU voor 26 gemeenten en de provincie Utrecht uitvoert. Governance Een gangbare definitie van governance is ‘het waarborgen van de onderlinge samenhang van de wijze van sturen, beheersen en toezicht houden van een organisatie, gericht op een efficiënte en effectieve realisatie van doelstellingen, als ook het daarover op een open wijze communiceren en verantwoording afleggen ten behoeve van belanghebbenden’.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
7
Governance gaat over het invullen van de randvoorwaarden om de regionale doelstellingen uit de U&H-strategie te realiseren. Of de uitvoering van deze taken nu wel of niet binnen de eigen organisatie gebeurt, de colleges van Burgemeester en Wethouders (B&W) en Gedeputeerde Staten (GS) blijven altijd verantwoordelijk voor- en aanspreekbaar op de realisatie van deze doelstellingen. De ODU is een vorm van verlengd lokaal bestuur. In dit geval een publiekrechtelijke samenwerking met een openbaar lichaam volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen. Binnen deze regeling kunnen takenpakketten, mandaat en kwaliteitsverordeningen per gemeente of provincie verschillen. De afgelopen jaren is sterk aangestuurd op een regionale U&H-strategie met regionale doelen waarbinnen ruimte is voor lokale prioriteiten. Doordat deze doelen voor alle bevoegde gezagen vergelijkbaar zijn, kan de ODU hier efficiënter en effectiever aan werken en zo meer maatschappelijke impact maken. Er is aanvullend ruimte voor extra of andere lokale ambities. Ieder bevoegd gezag werkt nog met een individuele dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de ODU. De bevoegde gezagen brengen deze extra of lokale ambities in via de eigen DVO. De U&H-strategie is uniform voor de taken die uitgevoerd worden door de ODU en is één van de VTHbeleidstukken die door de gemeenten en provincie zijn vastgesteld.
Dit betekent dat de gemeenten en provincie eigen strategieën vaststellen voor de taken die niet aan de omgevingsdienst zijn overgedragen. Gemeenten en de provincie kunnen de strategieën uit deze U&H-strategie ook van toepassing verklaren op hun eigen taken. De regionale U&H-strategie is gebaseerd op maatschappelijke opgaven, lokale strategieën kunnen daar ook op gebaseerd worden. Op deze wijze ontstaat er een regionale beleidscyclus op bepaalde opgaven met meer samenhang en effectiviteit in de uitvoering en een betere communicatie over bereikte resultaten. Naast een meerjarige U&H-strategie, eist de Omgevingswet ook regionale uitvoeringsprogramma’s en evaluaties die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen uit de meerjarige strategie. De deelnemers en de ODU stellen gezamenlijk het regionaal uitvoeringsprogramma op. De uitvoering daarvan wordt voorbereid door de ODU. Door alle deelnemers wordt de voortgang van de uitvoering bewaakt en geëvalueerd. Dit geheel vormt de beleidscyclus en staat bekend als de BIG 8-cyclus (zie a eelding hieronder). VTHA is slechts één van de instrumenten om langere termijn doelen te bereiken. Strategisch beleid kent daarom meerdere BIG-8- achtige cycli, voor elk van de instrumenten die worden ingezet op dat specifieke beleid. Regionale Beleidscyclus (BIG-8)
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
8
2.
Evaluatie uniforme regionale U&H Strategie 2022-2025
De regionale U&H-strategie 2022- 2025 had als belangrijkste doel om te voldoen aan het Besluit omgevingsrecht en is in die opzet geslaagd. De U&H-strategie 2022- 2025 was ook het vertrekpunt voor een blijvende doorontwikkeling van de kwaliteit van het werk dat door de Utrechtse omgevingsdiensten verricht wordt. Ook in die opzet is het geslaagd. Zo is er aan de hand van de subdoelen uit de U&H- strategie 2022- 2025 op inhoud verder gewerkt aan die doorontwikkeling. Enkele voorbeelden daarvan zijn: de pilot ‘a andeling van klachten met een gezondheidscomponent’; de verdere professionalisering van informatiegestuurd- en datagericht werken; de ontwikkeling van het dashboard energiebesparing en; de sterk verbeterde jaarrapportages. Anderzijds zijn de geleerde lessen van de U&H-strategie 2022- 2025 en de implementatie ervan meegenomen in de nieuwe U&H-strategie. Die lessen gaan zowel over de inhoud van de U&Hstrategie als over het proces om te komen tot een breed gedragen U&H-strategie. Ze staan in bijlage B.
3.
Bijdrage aan missie en visie
Deze U&H-strategie is hét regionale kader van de Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht voor de taakuitvoering van de ODU. Het beschrijft welke maatschappelijke opgaven de deelnemers centraal stellen in de regio en hoe de deelnemers de ODU inzetten om deze doelen te behalen. Door één centrale opdracht van de deelnemers aan de ODU creëren de deelnemers efficiënt, effectief, realistisch en doelmatig werk. Het document biedt toekomstperspectief waar op basis van prioriteiten uitvoering aan kan worden gegeven. Vanuit de centrale positie kan de ODU kennis en ervaring inbrengen en proactief en prikkelend adviseren. De ODU wordt als centrale partner gebruikt voor het signaleren van ontwikkelingen waar alle partners wat mee moeten.
4.
Probleem/ omgevingsanalyse
De doelen uit de Omgevingswet zijn het uitgangspunt. De maatschappelijke doelen van de Omgevingswet zijn het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Bij het beschermen gaat het om het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Op basis van deze doelen herkennen we vijf maatschappelijke opgaven in de regio Utrecht. Deze opgaven vormen de basis voor de U&H- strategie. De opgaven komen grotendeels uit de omgevingsanalyse ten behoeve van de omgevingsvisie van de provincie Utrecht en zijn getoetst aan gemeentelijke omgevingsvisies. De keuze is expliciet om de klassieke methode van doelen stellen met deze probleem-/omgevingsanalyse aan te vullen en te verrijken. Een uitgebreide beschrijving staat in bijlage D. De vijf maatschappelijke opgaven die centraal staan: 1. Gezonde leefomgeving 2. Bodem en water 3. Duurzaamheid 4. Toekomstbestendige natuur 5. Milieucriminaliteit.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
9
5.
Regionale doelen en prioriteiten
Regionale doelen In de U&H-strategie staan doelen die focus aanbrengen binnen verschillende thema’s, welke allemaal onderdeel zijn van een maatschappelijke opgave. Op deze manier wordt er maximaal impact gemaakt op de belangrijkste maatschappelijke opgaven die de deelnemers met elkaar in de regio hebben. De inzet van VTHA-instrumenten draagt bij aan het bereiken van de doelen. Voor elk van de thema’s is samen met meer dan 200 experts van binnen en buiten de regio geformuleerd waar de ODU met de inzet van het VTHA-instrumentarium aan bijdraagt en wat ervoor nodig is om dat waar te kunnen maken. Hierdoor is er een transparant en vrijwel volledig beeld ontstaan van de opgaven die er liggen. Hieronder staat kort en bondig welke doelen er per opgave respectievelijk thema zijn gesteld, met enkele voorbeelden van de wijze waarop die doelen bereikt moeten worden. De opgaven en thema’s zijn onderling niet geprioriteerd. Voor alle thema’s geldt een wettelijke basis. Wel verschilt de aanpak tussen diverse thema’s, maar er is geen thema belangrijker dan het andere. Binnen de thema’s gelden wel prioriteiten. Een uitgebreide beschrijving van de wijze waarop doelen tot stand zijn gekomen en hoe prioriteiten worden gesteld staat in bijlage E. Gezonde leefomgeving Geur Doel
Hoe?
Bijdragen aan het verminderen van geurhinder voor een gezonde woon- en leefomgeving, door regulering van geurbronnen.
De inzet van het VTHA-instrumentarium staat in de bijlage. Het gaat in ieder geval om: Voorschriften opnemen in vergunningen over de toepassing van BBT. Toezicht op de werking van installaties. Overlast aanpakken bij de bron. Adviseren over geurnormen als onderdeel van lokale omgevingsplannen.
Omgevingsveiligheid Doel
Hoe?
Bijdragen aan het beheersen van veiligheid- en gezondheidsrisico’s.
De inzet van het VTHA-instrumentarium staat in de bijlage. Het gaat in ieder geval om: Extra aandacht voor nieuwe vormen van energieopwekking, zoals (grote) batterijen voor energieopslag en waterstof. Extra aandacht bij oplevercontroles bij nieuwe bedrijven waar omgevingsveiligheid een issue is. Bijdragen aan het opstellen van een regionaal programma omgevingsveiligheid.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
10
Luchtkwaliteit Doel
Hoe?
Bijdragen aan het per 2030 voldoen aan de laatst vastgestelde EU- normen.
De inzet van het VTHA-instrumentarium staat in de bijlage. Het gaat in ieder geval om: Strenger vergunnen. Vergunningen zijn gericht op doel (resultaatgerichte waarden) en minder of niet op middelen. De grootste vervuilers krijgen prioriteit in toezicht en bij actualisatie van vergunningen. Toezicht op de werking van installaties.
Geluid Doel
Hoe?
Bijdragen aan het verminderen van geluidshinder voor een gezonde woon- en leefomgeving.
De inzet van het VTHA-instrumentarium staat in de bijlage. Het gaat in ieder geval om: Voorschriften opnemen in vergunningen over de toepassing van BBT. Toezicht op de werking van installaties. Inzetten op het voorkomen van vermijdbaar geluid. Adviseren over geluidsnormen als onderdeel van lokale omgevingsplannen.
Bodem & water Bodem sturend Doel
Hoe?
Bijdragen aan het duurzaam gebruiken en benutten van bodem- en watersystemen, zodat de leefomgeving beschermd wordt en klimaatbestendig en waterveilig is ingericht.
De inzet van het VTHA-instrumentarium staat in de bijlage. Het gaat in ieder geval om: Risicogericht werken, sturen op naleefgedrag. Een integrale benadering van bodem- en watersystemen. Toezicht op de hele keten van (grond)stoffenstromen.
Waterkwaliteit Doel
Hoe?
Bijdragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit conform de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) door het voorkomen van lozen van chemische en organische stoffen in water door bedrijven.
De inzet van het VTHA-instrumentarium staat in de bijlage. Het gaat in ieder geval om: De BBT worden zoveel mogelijk toegepast, waar het kan BBT- plus. Er worden voorschriften opgenomen in vergunningen die de doelmatige werking van de lozingsketen beschermen.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
11
Bij het actualiseren van vergunningen worden de voorschriften afgestemd op de doelen uit de Kaderrichtlijn water (KRW). Er wordt nauw samengewerkt met de waterschappen.
Toekomstbestendige natuur Biodiversiteit Doel
Hoe?
Bijdragen aan het herstel van de biodiversiteit.
De inzet van het VTHA-instrumentarium staat in de bijlage. Het gaat in ieder geval om: Bij het toetsen van vergunningen wordt rekening gehouden met de cumulatie van effecten. Toezicht op basis van kwetsbaarheid van gebieden. Ecologische advisering bij aangevraagde evenementen. Ondersteuning bij de toepassing van Soortenmanagement plannen (SMP’s).
Milieucriminaliteit Doel
Hoe?
Bijdragen aan de bestrijding van milieucriminaliteit op landelijke geprioriteerde thema’s: afvalverwerking, asbest, gewasbeschermingsmiddelen en zeer zorgwekkende stoffen.
De inzet van het VTHA-instrumentarium staat in de bijlage. Het gaat in ieder geval om: Vergunningaanvragen worden getoetst aan het gemeentelijk- en provinciaal BIBOB- beleid. Toezicht richt zich op de gehele keten van (afval)stoffen. De ODU sluit aan bij landelijke thematafels over de geprioriteerde thema’s.
Duurzaamheid Circulaire economie Doel
Hoe?
De ODU stimuleert circulariteit (grondstofbesparing en afvalpreventie), zolang dat op een veilige en gezonde manier kan.
De inzet van het VTHA-instrumentarium staat in de bijlage. Het gaat in ieder geval om: Hergebruik van afval wordt wel overwogen en risicogericht toegestaan door middel van proefnemingen. Via vergunningvoorschriften wordt grondstoffenbeperking gestimuleerd. In vergunningen wordt circulair ontwerp opgenomen. De actualisatie van verginningen is gebaseerd op sector en/ of op specifieke grondstofstromen.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
12
Energiebesparing Doelen
Een zo groot mogelijke bijdrage aan energiebesparing bij bedrijven. Een zo groot mogelijke bijdrage aan de vermindering van CO2uitstoot door bedrijven als gevolg van energiecontroles. Bijdragen aan de verduurzaming van energiegebruik.
Hoe? De inzet van het VTHA-instrumentarium staat in de bijlage. Het gaat in ieder geval om: Toezicht op de verduurzaming van energieverbruik. Toezicht op koudemiddelen en stookinstallaties. Toezicht op energielabelverplichtingen. Toezicht op de inrichting van duurzame energiesystemen.
Bodemenergie Doelen
6.
Bijdragen aan het behouden van een juiste balans tussen het beschermen en benutten van het Utrechtse bodemenergiesysteem. Bijdragen aan een eerlijke verdeling van energie en water voor alle eindgebruikers.
Hoe? De inzet van het VTHA-instrumentarium staat in de bijlage. Het gaat in ieder geval om: Bij het beoordelen van vergunningaanvragen wordt getoetst of de verdeling van energie en water evenredig is. De van negatieve invloed op drinkwatervoorzieningen wordt zo veel mogelijk beperkt dan wel voorkomen. Kwetsbare gebieden worden beschermd door het voorkomen van onnodige doorboring van kleilagen. Toezicht op de werking van bodemenergiesystemen.
Uitgangspunten en werkwijzen
Uitgangspunten Deze U&H- strategie is gebaseerd op een aantal uitgangspunten die ook doorwerken in de implementatie. Deze uitgangspunten zijn opgehaald tijdens de vele expertsessies en zijn randvoorwaardelijk bij het kunnen bereiken van de doelen uit de U&H- strategie. De uitgangspunten zijn: De ODU werkt informatiegestuurd en risicogericht om te bepalen hoe het VTHAinstrumentarium wordt ingezet. De deelnemers en de ODU hebben medewerkers die niet in primaire processen werken maar zorgdragen voor de implementatie van de U&H-strategie, blijvende aandacht voor de regionale beleidscyclus hebben en knelpunten en successen ophalen in de organisatie en bij de deelnemers. De “Best beschikbare technieken (BBT)” en de meest actuele richtlijnen en kaders worden toegepast waar mogelijk. De werkprocessen van de ODU voorzien in een warme overdracht van vergunningen naar toezicht, ook als het toezicht niet bij de ODU zelf ligt. Er wordt gehandhaafd volgens de Landelijke Handhavings- en Sanctiestrategie Omgevingsrecht (LHSO), en waar het kan op de specifieke zorgplicht. De regio opereert zo veel mogelijk als één overheid.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
13
De regio sluit zo veel mogelijk aan bij landelijke sporen, lobby’s en andere initiatieven. Op deze manier wordt zo snel mogelijk van elkaar geleerd en bijgedragen aan uniformiteit en duidelijkheid. De ODU signaleert en adviseert proactief over (uniforme) milieu gerelateerde regels in het omgevingsplan en brengt gemeenten hierover waar nodig bij elkaar.
Werkwijzen Voor de uitvoering wordt gewerkt met diverse werkwijzen en volgens een aantal strategieën. Deze staan integraal in deel II. Het gaat om de volgende werkwijzen en strategieën: Informatiegestuurd- en risicogericht werken. Zie bijlage F. Reguleringstrategie. Zie bijlage G. Toezichtstrategie. Zie bijlage H. Handhavingstrategie. Zie bijlage I. Advisering. Zie bijlage J. Samenwerkingstrategie. Zie bijlage K. Gedoogstrategie. Zie bijlage L. Klachta andeling. Zie bijlage M
7.
Kwaliteitsmanagement
Kwaliteitsdoelstellingen Elke deelnemer van de ODU heeft een verordening uitvoering- en handhaving omgevingsrecht vastgesteld. In de verordeningen is een verplichting opgenomen om te voldoen aan de kwaliteitscriteria. Ook is in de verordening een verplichting opgenomen om doelen uit te werken op de volgende onderwerpen: Uitvoeringskwaliteit Dienstverlening Financiën Bij de uitvoering van de aan de ODU opgedragen taken worden kwaliteitsdoelen gesteld. Deze kwaliteitsdoelen staan in de tabel hieronder. Uitvoeringskwaliteit Doelstellingen
Indicatoren
De ODU koppelt in rapportages effecten op de leefomgeving (outcome) aan gerealiseerde activiteiten (output), zoals bijvoorbeeld het aantal uitgevoerde controles.
In rapportages is per activiteitensoort een outcome analyse opgenomen.
De met ketenpartners gemaakte uitvoeringsafspraken onder de Omgevingswet worden nageleefd.
Steekproefsgewijs wordt gecontroleerd of de uitvoeringsafspraken worden gehanteerd.
De door de ODU geleverde producten uit de producten- en dienstencatalogus voldoen aan de juridische eisen en gemaakte dienstverleningsafspraken.
Aantal te actualiseren vergunningen volgens het jaarlijks uitvoeringsjaarprogramma Aantal daadwerkelijk geactualiseerde vergunningen.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
14
Dienstverlening Subdoelstellingen
Indicatoren
De ODU neemt ingekomen overlastmeldingen en klachten binnen 2 werkdagen inhoudelijk in behandeling en geeft een terugkoppeling aan de indiener van de melding.
De ODU handelt 100% van de aanvragen omgevingsvergunning af binnen de daarvoor geldende termijnen.
Aantal aanvragen (per soort) Behandeltermijn per aanvraag (soort)
Bij toezicht informeert de toezichthouder ondernemers proactief over wet- en regelgeving en BBT. De verstrekte informatie wordt in het dossier vastgelegd.
Aantal ingekomen klachten en meldingen Start behandeling Terugkoppeling
Aantal controles Aantal vastgelegde informatiemomenten
Financiën Subdoelstellingen De ODU is een robuuste omgevingsdienst die haar takenpakket deskundig kan uitvoeren. Daarom voldoet de ODU aan de landelijke (robuustheids)eis die gesteld wordt aan de omzet op de basistaken en milieu gerelateerde plustaken inclusief overhead.
Indicatoren
Robuustheidseis IBP VTH Omzet basis- en milieu gerelateerde plustaken
Kwaliteitscriteria De organisaties die VTH-taken uitvoeren moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria 3.0 (hierna: KC 3.0), om op die manier voldoende deskundigheid in huis te hebben om de taken uit te voeren. Die deskundigheid wordt gemeten in termen van opleiding, ervaring, ingezette uren en competenties. De ODU wil op 1 april 2026 voldoen aan deze eisen op de deskundigheidsgebieden uit de KC 3.0. Procescriteria De procescriteria betreffen eisen aan het proces. De criteria geven de elementen aan die minimaal aanwezig moeten zijn: - Evaluatie - Beleid - Strategie - Uitvoeringsprogramma - Voorbereiding Uitvoering VTH en advisering – Monitoring. Daarnaast moeten de criteria gebruikt worden bij het inrichten van de organisatie. De criteria bieden de kaders voor een kwaliteitssysteem van het bevoegd gezag. In de procescriteria wordt op een systematische wijze de samenhang tussen beleid en uitvoering beschreven. De samenhang tussen de beleids- en uitvoeringscyclus noemt men de regionale beleidscyclus (BIG-8). Het doorlopen van deze cyclus en hoe dit in de praktijk vorm te geven staat uitgebreid in de Handreiking regionale beleidscyclus van het Interbestuurlijk programma VTH (IBP-VTH). De regionale beleidscyclus gaat uit van een meerjarig regionaal uitvoeringsprogramma op basis van een uitvoering- en handhavingstrategie.
Hierbij staat het toewijzen van de noodzakelijke capaciteit en financiële middelen voor het uitvoeren van (boven)wettelijke taken en het bereiken van de gestelde doelen centraal. Het regionale programma moet vervolgens worden doorvertaald naar de
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
15
deelnemers waarbij aanvullende wensen van de gemeente in het uitvoeringsprogramma kunnen worden meegenomen. Deze U&H-strategie is nog niet doorvertaald naar een regionaal uitvoeringsprogramma. Dit is in het licht van de totstandkoming van de ODU en de fase waarin de regionale samenwerking zich bevindt op dit moment nog een te grote stap. De totstandkoming van een regionaal meerjaren uitvoeringsprogramma is wel een wenselijke ontwikkeling. Het stelt de ODU in staat om vanuit een uniforme en stabiele wijze te werken aan de regionale doelen en prioriteiten en de organisatie op de meest efficiënte wijze hierop in te richten. De deelnemers van de ODU richten daarom in 2026 een proces in om de basis voor een dergelijk regionaal meerjarenprogramma te ontwikkelen. In dit proces gaan de deelnemers en de ODU ook op zoek naar een manier om de BIG-8 cyclus (beter) af te stemmen op de planning en control (P&C)-cyclus.
8.
Monitoring en evaluatie
Monitoring De volgende vragen staan centraal bij de monitoring: Ligt de uitvoering op schema ten opzichte van het UVP? Is aanpassing van de afgesproken inzet nodig? Dit kan zowel op- als afschaling betekenen. Wordt het juiste instrumentarium ingezet om onze doelen te bereiken? Moeten de beleidsdoelen aangepast worden? Welke trends zijn zichtbaar? Hoe verhouden de resultaten zich tot die van andere omgevingsdiensten in een benchmark? Worden de juiste KPI’s gehanteerd? Evaluatie Jaarlijks evalueert de ODU samen met haar opdrachtgevers de effecten van de gepleegde inzet. Dit kan leiden tot het aanpassen van strategieën, prioriteiten en in te zetten middelen. De vertaling landt in het uitvoeringsprogramma voor het jaar erop. In het geval dat deze vertaling consequenties voor de begroting van de opdrachtgevers en/of de ODU heeft, moet deze tijdig in beeld zijn en doorgevoerd. Anders verwoord, de BIG 8 cyclus moet op de P&C- cyclus van de deelnemers aan gaan sluiten. Ook wordt er jaarlijks geëvalueerd of de U&H- strategie aangepast moet worden. Op bestuurlijk niveau (bevoegde gezagen) vindt er periodiek, bv. elke vierjaar, een evaluatie van de U&Hstrategie plaats. Waar staan we nu? Deze U&H-strategie is de eerste die volledig gericht is op het bereiken van maatschappelijk effect op regionale opgaven. Dat vraagt om een andere manier van registreren en rapporteren.
Op sommige onderdelen wordt dit al uitgevoerd, bijvoorbeeld bij energiebesparing. Op andere onderdelen moet dit nog nagenoeg geheel ontwikkeld worden. Die tijd heeft de ODU nodig. In gezamenlijkheid werken ODU en haar opdrachtgevers/deelnemers aan deze opgave. Denk aan het verder ontwikkelen van dashboards en het verder verbeteren van rapportages en de wijze van presenteren van resultaten. Voor een goede monitoring is het belangrijk om data aan kwalitatieve gesprekken te koppelen. Jaarlijks komen de regionale experts op verschillende thema’s bij elkaar om deze gesprekken te voeren. Dit worden “BIG-8 gesprekken” genoemd. De regionale U&H-strategie blijft hierdoor een levend document.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
16
9.
De uitvoeringsorganisatie
Capaciteit en middelen De ODU richt zijn uitvoering in op basis van de door de opdrachtgevers afgenomen uren. Deze zijn vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst (DVO). De wijze waarop de uitvoering wordt ingericht, inclusief de inzet van middelen, is gebaseerd op de wettelijke taken, doelen en subdoelen die in deze U&H-strategie zijn vastgelegd. De opdrachtgevers en de ODU bepalen gezamenlijk hoe de hiervoor benodigde capaciteit eruitziet. Zij leggen dit vast in een (gezamenlijk) uitvoeringsprogramma (UVP), bij voorkeur voor meerdere jaren. De opdrachtgevers van de ODU borgen de benodigde middelen voor de uitvoering in hun begrotingen. Op basis van de in de DVO's opgenomen taken organiseert de ODU de hiervoor benodigde capaciteit, zodat de ODU in staat is om de door de deelnemers afgenomen taken uit te voeren. Voor eventuele aanvullende opdrachten wordt capaciteit ingehuurd, omdat het in beginsel tijdelijke opdrachten betreft. Projecten met een regionaal en/of gezamenlijk belang Om de doelen uit de U&H-strategie te bereiken kan niet alleen gewerkt worden vanuit de uitvoeringsprogramma’s van deelnemers, maar ook vanuit opdrachten waar deelnemers een gezamenlijk belang bij hebben. Dit kunnen allerlei vormen van opdrachten zijn om bijvoorbeeld nader onderzoek te doen naar een element uit de doelen of om een specifieke actie te initiëren.
De deelnemers van de ODU hebben binnen hun DVO uren gereserveerd voor opdrachten met een regionaal belang. Deze uren worden onder andere ingezet om de noodzakelijke acties uit te voeren die in het belang van de realisatie van de doelen van deze U&H-strategie zijn. Scheiding vergunningverlening, toezicht en handhaving De omgevingsdienst heeft conform de kwaliteitscriteria een functiescheiding tussen vergunningverlening en toezicht ingericht. Het rouleren van toezichthouders voorkomt een vaste handhavingsrelatie en helpt om het kennisniveau van toezichthouders te vergroten. De frequentie van roulatie is a ankelijk van de branche waar toezicht op gehouden wordt. Bereikbaarheid en beschikbaar buiten kantooruren De milieuklachtentelefoon, flora en faunapiket en de zwemwatertelefoon (van 1 mei tot 1 oktober) is 24 uur per dag bereikbaar en wordt bemenst door een boodschappendienst. Tijdens een calamiteit verleent de ODU ondersteuning aan de ketenpartners zoals de VRU. Ongewone voorvallen worden gemeld aan het bevoegd gezag. Deze komen via de milieuklachtentelefoon, de zwemwatertelefoon of een formulier binnen. Werkprocessen De ODU is een jonge organisatie die zich richt op verdere harmonisatie. De ODU werkt met één zaaksysteem (Powerbrowser) en geharmoniseerde workflows en werkinstructies.
De ODU werkt procesgericht vanuit een zaakgerichte benadering op basis van uniforme, efficiënte en toekomstbestendige processen en werkafspraken (primair proces en o.b.v. prioritering voor bedrijfsvoering-processen). De ODU werkt met de procesbeheerapplicatie Sensus, waarin alle workflows, processen, werkinstructies en werkafspraken (primair proces en o.b.v. prioritering voor bedrijfsvoeringprocessen) eenduidig en overzichtelijk beschikbaar en te beheren zijn. Er wordt continu gewerkt aan verdere optimalisatie.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
17
Bekendmaking Deze U&H-strategie treedt per 1 januari 2026 in werking en vervangt de “Uniforme uitvoering- en handhavingstrategie regio Utrecht 2022- 2025”. De U&H- strategie wordt openbaar bekend gemaakt, zodat ketenpartners, inwoners en ondernemers er kennis van kunnen nemen. Dat gebeurt via overheid.nl en de websites van de bevoegde gezagen en de ODU.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
18
Deel 2: bijlagen
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
19
A. Productbladen Gezonde leefomgeving
Omgevingsveiligheid
Wat willen wij bereiken?
Bijdragen aan het beheersen van veiligheid- en gezondheidsrisico’s.
Hoe zetten we ons instrumentarium in?
Hoe zetten we vergunningverlening in? De juiste ketenpartners en toezichthouders worden, wanneer er sprake is van een risico voor de omgevingsveiligheid, bij aanvragen betrokken. Elke aanvraag waar dat van toepassing is, wordt aan de risico’s van nieuwe vormen van energie- opwekking en opslag, zoals (grote) batterijen en waterstof getoetst. Hoe zetten we toezicht in? Bij nieuwe bedrijven, met hogere omgevingsveiligheidsrisico’s voert de ODU altijd een oplevercontrole uit. Toezichthouders wijzen ondernemers op bovenwettelijke maatregelen en subsidiemogelijkheden hiervoor. Hoe zetten we advisering in? Er wordt geadviseerd over de risico’s van nieuwe vormen van energie- opwekking en opslag, zoals (grote) batterijen en waterstof. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de meest recente informatiebronnen.
Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit?
Oppakken in 2026: Overzicht van ketenpartners en (hun) informatiebronnen. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: Initiëren en bijdragen aan een regionaal beleidskader of omgevingsprogramma Omgevingsveiligheid, met daarin eenduidige definities, maatregelen die in een vergunning kunnen worden opgelegd (via Omgevingsplan of voorwaarden aan een BOPA) en bovenwettelijke ambities. Overzicht van risico’s op het thema omgevingsveiligheid. Deze risico’s zijn gekoppeld aan (nieuwe) bedrijven en activiteiten. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Niet van toepassing Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Niet van toepassing
Samenwerking. Met wie werken we samen?
VRU, Gasunie, ProRail
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
20
Monitoring. Hoe meten we dit?
In elk dossier waarin sprake is van een risico voor de omgevingsveiligheid is vastgelegd op welke wijze hierop is getoetst. Het aantal nieuwe vergunningen voor bedrijven met hogere omgevingsveiligheidsrisico's waarbij een oplevercontrole is uitgevoerd. Het werkproces bevat een instructie wanneer welke ketenpartner wordt betrokken. Minimaal 5 % van de dossiers controleren op het op het tijdig betrekken van ketenpartners (representatieve steekproef). In elk dossier is vastgelegd op welke wijze er aandacht is voor nieuwe vormen van energie- opwekking en opslag (representatieve steekproef). Het aantal oplevercontroles ten opzichte van de verleende vergunningen/meldingen met een hogere omgevingsveiligheidsrisico.
Gezonde leefomgeving
Luchtkwaliteit
Wat willen wij bereiken?
Bijdragen aan het voldoen aan de laatst vastgestelde EUgrenswaarden per 2030.
Hoe zetten we ons instrumentarium in?
Hoe zetten we vergunningverlening in? Er worden in vergunningen strengere voorwaarden opgenomen met betrekking tot luchtemissies, zowel bij nieuwe vergunningen als bij de actualisatie van bestaande vergunningen. Waar mogelijk wordt een verplichting opgenomen tot het monitoren van luchtemissies, mits passende normering binnen de BREF-range mogelijk is. Hoe zetten we toezicht in? Bedrijven die de meeste negatieve invloed hebben op de luchtkwaliteit krijgen de hoogste prioriteit. Projectmatig toezicht op de werking en keuring van (stook)installaties die een negatieve invloed op de luchtkwaliteit kunnen hebben. Toezichthouders geven aan bij welke bedrijven mogelijk winst te behalen valt door de vergunning te actualiseren. Hoe zetten we advisering in? Adviseren op basis van best practices en bewezen effectieve maatregelen. Bijdragen aan een duurzame regionale overlegstructuur voor het thema luchtkwaliteit. Op verzoek van gemeenten bijdragen aan de actualisatie van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
21
Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit?
Oppakken in 2026: Een overzicht van juridische mogelijkheden om striktere voorschriften in vergunningen op te nemen, waarbij het startpunt het rapport “resultaatgerichte waarden stellen” van KokxDeVoogd is. Een overzicht maken van het wettelijk kader voor luchtkwaliteit, inclusief EU-richtlijnen, landelijke wetgeving en de speelruimte in het omgevingsplan. Een overzicht van beschikbare en relevante data. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: Inzicht in welke bedrijven het meeste bijdragen aan luchtvervuiling. In kaart brengen welke emissies er zijn bij verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Een prioritering voor sectoren en stoffen maken. Opleiden van toezichthouders in het herkennen luchtemissies/installaties. Opleiden van VTHA-medewerkers in het kader van BREF/BBT, RIE en Europese ontwikkelingen. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Onderzoeken wat de pilot ten aanzien van fijnstof reductie bij agrariërs bij de OD De Vallei heeft opgeleverd. Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Niet van toepassing
Samenwerking. Met wie werken we samen?
Een aantal taken ligt altijd bij het bevoegd gezag, zoals het opstellen van het Omgevingsplan en hierin de mogelijkheden voor een betere luchtkwaliteit benutten. Daar is ook de GGDrU bij betrokken. Verder zijn er goede mogelijkheden om regionaal samen te werken, bijvoorbeeld om in beeld te brengen wel bedrijven emissies veroorzaken en afspraken over monitoring. Landelijk haakt de ODU aan bij ODNL en de SLA lobby, ook wordt er geïnvesteerd in de relatie met de brancheverenigingen.
Monitoring. Hoe meten we dit?
Het aantal vergunningen verleend en geactualiseerd op het thema lucht kwaliteit waarin strengere voorschriften zijn opgenomen. Door middel van het toezichtseffect van toezicht op bedrijven die de meeste negatieve invloed hebben op de luchtkwaliteit. De bereikte (theoretische) uitstootvermindering van stoffen naar de lucht, op basis van vergunningen actualisatie en het toezichtseffect. Het aantal toezichtacties welke hebben geleid tot een herstel van een overtreding met een luchtkwaliteits component.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
22
Gezonde leefomgeving
Geur
Wat willen wij bereiken?
Bijdragen aan het verminderen van geurhinder voor een gezonde woon- en leefomgeving, door regulering van geurbronnen.
Hoe zetten we ons instrumentarium in?
Hoe zetten we vergunningverlening in? Bij het toetsen van aanvragen wordt rekening gehouden met lokale afwegingen en regels ten aanzien van geurhinder. Bij het toetsen van aanvragen wordt zoveel mogelijk ingezet op het toepassen van BBT. Voorschriften opnemen voor de toepassing van BBT. Streven naar uniforme toepassing handreiking 2025 in regio, met toepassing standaardwaarden en advies bij maatwerk tot aan de grenswaarde. Hoe zetten we toezicht in? Toezichthouders hebben inzicht in ‘basisinformatie’ als mate van hinder, afstand tot geurbron, etc. Toezicht op de werking van bedrijven, inclusief installaties en fysieke inrichting, zoals sluizen, filters en deuren. Toezicht op basis van klachten. Hoe zetten we advisering in? Vroegtijdig in het proces adviseren het beperken van geurhinder. Adviseren van bedrijven om geurbronnen te verminderen en te reguleren. Adviseren in het kader van de totstandkoming van Omgevingsplannen. bijdragen aan het in beeld brengen van de gezondheidseffecten van geuroverlast in het kader van aanpak bij de bron. Hiervoor maakt de ODU onder meer gebruik van een actueel klachtenregistratiesysteem.
Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit?
Oppakken in 2026: De pilot voor samenwerkingsafspraken over klachtenafhandeling over geur (en gezondheid) evalueren en de aanpak verder verbeteren. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: Een overzicht welke milieubelastende activiteiten ernstige geurhinder veroorzaken. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Opnemen van relevante milieubelastende activiteiten als prioriteit in de actualisatiestrategie voor vergunningen en in de prioritering voor toezicht . Koppelen van relevante milieubelastende activiteiten aan een onderzoeksplicht voor bedrijven.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
23
Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) (Wetenschappelijke) inzichten in de gezondheidseffecten van geur vertalen in gerichte maatregelen die in de uitvoering te gebruiken zijn. Onderzoeken van de mogelijkheid om geur te reduceren via nieuwe technieken (Uv-stralen bijvoorbeeld). Samenwerking. Met wie werken we samen?
GGDrU, VNG, politie, OD en gemeenten
Monitoring. Hoe meten we dit?
Registeren van klachten over geur in het klachtenregistratiesysteem, met aantallen ingediende en gevalideerde klachten over geur. Aantal verleende vergunningen met voorschriften voor de toepassing van BBT. Aantal toezichtsacties bij bedrijven op de algehele werking en het aantal geconstateerde overtredingen en constateringen per soort. Actualisatie van de vergunde situatie Veehouderijbedrijven in het Fundament Omgevingsinformatie Landelijk Gebied (FOLG) en provincie dekkende Geuratlas.
Gezonde leefomgeving
Geluid
Wat willen wij bereiken?
Hoe zetten we ons instrumentarium in?
Bijdragen aan het verminderen van geluidshinder boven de geldende normen. Bijdragen aan het beperken van gezondheidsrisico’s door geluidsbelasting.
Hoe zetten we vergunningverlening in? Maatwerkvoorschriften opleggen ten aanzien van vermijdbaar geluid. De negatieve gezondheidseffecten van geluidoverlast worden getoetst. Hierbij wordt een gebiedsgerichte aanpak gehanteerd. Zo wordt op industrieterreinen een andere norm gehanteerd dan in woonwijken. Er wordt rekening gehouden met cumulatieve en gezamenlijke geluidseffecten in plaats van enkel individuele geluidseffecten. Er worden voorschriften opgenomen die gaan over gedrag, bijvoorbeeld de sluis bij de toegangsdeur van horecagelegenheden. Waar mogelijk, worden in vergunningen voorschriften opgenomen voor de toepassing van de Best Beschikbare Technieken (BBT) zodat een lagere geluidsnorm kan worden bereikt. Hoe zetten we toezicht in? Bij algemene bedrijfsbezoeken wordt ook het aspect geluid betrokken.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
24
Toezichthouders hebben extra aandacht voor het aanpakken van vermijdbaar geluid, dat eenvoudig verminderd of voorkomen kan worden.
Hoe zetten we advisering in? Adviseren ten behoeve van omgevingsplannen. Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit?
Oppakken in 2026: Het bestaande protocol voor het meten en beheersen van laagfrequent geluid is gedeeld met- en bekend bij met bevoegde gezagen. Vergunningverleners volgen een training over het (cumulatieve) effect van geluid op de gezondheid van de mens en/of weten bij wie ze terecht kunnen om advies te vragen over dit thema. Er is een overzicht welke info en data waar beschikbaar is. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: Stel checklists op om te bepalen wanneer advies nodig is van OD of in samenspraak met de GGD. Er wordt een centrale locatie worden ingericht waar klachten over geluid worden verzameld, geanalyseerd en snel opgepakt voor verdere actie. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande klachtenanalysetool. Er zijn/ worden voldoende toezichthouders opgeleid om te werken met geluidsmeetapparatuur. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Vergunningverleners volgen een training over het (cumulatieve) effect van geluid op de gezondheid van de mens en/of weten bij wie ze terecht kunnen om advies te vragen over dit thema. De ODU informeert grote organisaties/installatiebedrijven, bijvoorbeeld voor de plaatsing van warmtepompen en airco's, om overlast te verminderen. Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Vergunningen worden op het onderdee geluid geactualiseerd.
Adviseurs stellen, samen met de afdeling communicatie een vierjaarlijkse communicatiestrategie op over bepaalde geluidsthema’s (bijvoorbeeld geluidsdempers op ventilatoren).
Samenwerking. Met wie werken we samen?
De partijen die in elk geval betrokken worden zijn geluidsadviseurs, RO-adviseurs, beleidsadviseurs, GGD, en RIVM (voor het geluidsregister)
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
25
Monitoring. Hoe meten we dit?
In elk vergunningendossier is vastgelegd op welke wijze er aandacht is voor de negatieve gezondheidseffecten van geluidoverlast (representatieve steekproef). Aantal verleende vergunningen met voorschriften voor de toepassing van BBT. In elk vergunningendossier is vastgelegd op welke wijze rekening gehouden is met cumulatieve en gezamenlijke geluidseffecten in plaats van enkel individuele geluidseffecten (representatieve steekproef). Toezichtseffect op het thema geluid (representatieve steekproef in combinatie kwalitatieve evaluatie).
Bodem & water
Bodemsturend
Wat willen wij bereiken?
Bijdragen aan het duurzaam gebruiken en benutten van bodemen watersystemen, zodat de leefomgeving beschermd wordt en klimaatbestendig en waterveilig is ingericht.
Hoe zetten we ons instrumentarium in?
Hoe zetten we vergunningverlening in? Gebruik maken van de juiste informatiesystemen (BIS, BRO, LGR, DSO) om vergunningen aanvragen te beoordelen. Zorgvuldige en tijdige registratie van bodemkwaliteitsgegevens in de systemen. Hoe zetten we toezicht in? Risicogericht, op basis van naleefgedrag en op basis van locatie historie (BIS). Zorgvuldige en tijdige registratie van bodemkwaliteitsgegevens in de systemen. De hele keten van (grond)stoffenstromen betrekken bij het toezicht. Hoe zetten we advisering in? Actief meewerken aan het ontwikkelen van toetsingskaders, passend bij een integrale benadering van bodem en water in de ondergrond. Gebruik maken van de juiste informatiesystemen.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
26
Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit?
Oppakken in 2026: Een informatieprotocol met duidelijke werkafspraken over het aanleveren, beheren en toegang tot informatie. Toezichthouders geven beleidsmakers actief feedback over wat zij tijdens het werk signaleren (BIG 8 gesprek). Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: De ODU draagt bij aan het opzetten van een regionale overlegstructuur waar op zijn minst kennis en ervaring wordt uitgewisseld. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Een regionaal bodeminformatiesysteem dat aansluit op landelijke voorzieningen. Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Een SamenWerkingsFunctionaliteit ontwikkelen, zodat (digitale) samenwerking beter kan verlopen.
Samenwerking. Met wie werken we samen?
Provincie, gemeenten, omgevingsdienst, drinkwaterbedrijven, waterschappen, de veiligheidsregio, Rijkswaterstaat, ondernemers en inwoners.
Monitoring. Hoe meten we dit?
Minimaal 25 dossiers controleren op het toepassen van de meest actuele informatie (representatieve steekproef). Verleende vergunningen (minimaal 25 dossiers) beoordelen op zorgvuldige registratie van bodemkwaliteitsgegevens in de systemen. De toepassing van het 4 ogen principe in de werkprocessen op het gebruik van juiste informatie bij vergunningverlening en advies (minimaal 25 dossiers).
Bodem & water
Waterkwaliteit
Wat willen wij bereiken?
Bijdragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit conform de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) door het voorkomen van lozen van chemische en organische stoffen in water door bedrijven.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
27
Hoe zetten we ons instrumentarium in?
Hoe zetten we vergunningverlening in? In vergunningen worden voorschriften opgenomen die de waterkwaliteit , de doelmatige werking van de openbare voorzieningen voor de inzameling en transport van afvalwater beschermen en de werking van rioolwaterzuiveringsinstallaties blijven garanderen. De best beschikbare technieken (BBT) worden zo veel mogelijk toegepast, en waar nodig BBT plus. De aangepaste richtlijn industriële emissies en veehouderijen (RIE) is onderdeel van het toetsingskader bij vergunningverlening. In de vergunningsprocedure wordt er ten aanzien van lozingsactiviteiten advies gevraagd aan het waterschap en bij milieubelastende activiteiten (“indirecte lozingen”) aan de gemeente, conform de regionale samenwerkingsafspraken vanuit de regio. Vergunningen worden conform het programma geactualiseerd waarbij de voorschriften in de vergunning worden afgestemd op de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Hoe zetten we toezicht in? Bedrijven die de meeste negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit krijgen de hoogste prioriteit in het toezicht. Toezicht wordt ingezet bij gezamenlijke controles (ODU en waterschap) op lozingen, inclusief bemonstering en aandacht voor foutieve lozingen/lozingsrouten.
Toezichthouders dragen bij aan een groter bewustzijn van ondernemers door informatie te geven over bepaalde stoffen (ZZS, medicijnresten, microplastics, PFAS) en lozingen bij bedrijven en koepelorganisaties. Vanuit het toezicht worden bedrijven aangedragen waar mogelijk winst te behalen valt door de vergunning te actualiseren. Toezicht heeft een signalerende functie voor het waterschap en reageert op signalen vanuit het waterschap. Er wordt toezicht gehouden op afspoeling bij bedrijven. Hoe zetten we advisering in? Het bewustzijn over stoffen (ZZS, medicijnresten, microplastics, PFAS) en lozingen bij bedrijven wordt vergroot door hier informatie over te geven aan ondernemers. Bijdragen - en deelnemen aan het reeds opgezette Platform Water. Inzetten op het zo uniform mogelijk formuleren van omgevingsplanregels met betrekking tot afvalwatersystemen en lozingen.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
28
Wat is hiervoor nodig en welke acties voeren we daarvoor uit?
Oppakken in 2026: De richtlijn industriële emissie industrie en veehouderijen (2024) implementeren. Een overzicht samenstellen van de locaties waar de geprioriteerde KRW- én Zeer zorgwekkende stoffen worden geloosd (via platform water) Lozingsroutes in kaart brengen (via platform water). De verschillende wettelijke bevoegdheden en taken in het kader van waterkwaliteit inzichtelijk maken. Een big8 gesprekscyclus inrichten om de voortgang op dit onderwerp te monitoren. Budgetteren en plannen voor 2026 en 2027: Er zijn uren in de DVO’s gereserveerd voor het adequaat oppakken van signalen van het waterschap en andere bevoegde gezagen, voor bemonstering en laboratoriumanalyse. Juridische uitwerking maken van de mogelijkheden voor het toepassen van de specifieke zorgplicht. Op de back log voor 2027 & 2028 (misschien eerder omdat er momentum is) Niet van toepassing Op de back log voor 2028 & 2029 (misschien eerder omdat er momentum is) Niet van toepassing
Samenwerking. Met wie werken we samen?
Monitoring. Hoe meten we dit?
Actief inzetten op het bestaande Netwerk Water en Klimaat, en het Platform Water. Waterschappen, gemeente, provincie, GGDrU, VRU en Rijkswaterstaat. De activiteiten uit dit productblad worden verbonden met het “Uitvoeringsprogramma Impuls KRW” van de Provincie Utrecht. Lees hier meer over het programma. Steekproefsgewijs controleren van de juiste toepassing van de richtlijn industriële emissie industrie en veehouderijen en de uitvraag van adviezen aan het waterschap bij vergunningen. Het aantal volgens het programma geactualiseerde vergunningen, waarin voorschriften zijn opgenomen afgestemd op de doelen van de KRW. Het aantal hoog geprioriteerde bedrijven waarbij toezicht is uitgevoerd en het aantal bij deze bedrijven geconstateerde overtredingen bij deze bedrijven. Het toezichtseffect van toezicht op bedrijven die de meeste negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit. De bereikte potentiële uitstootvermindering van stoffen naar water via lozingen, op basis van afvalwaterbemonstering. Het aantal toezichtacties op basis van signalen waterschap.
Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026
29
Toekomstbestendige natuur
Biodiversiteit
Wat willen wij bereiken?
Bijdragen aan het herstel van de biodiversiteit.
Hoe zetten we ons instrumentarium in?