CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A07.1 3e concept gebiedsagenda Utrechtse Waarden 240930.pdf

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken8.668 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gebiedsagenda voor de Utrechtse Waarden 3e concept d.d. 30 september 2024

Colofon: Deze gebiedsagenda is opgesteld door de gebiedscoördinator Utrechtse Waarden van de provincie Utrecht in samenspraak en afstemming met de bestuurlijke en ambtelijke begeleidingsgroep Utrechtse Waarden. De volgende gebiedspartijen hebben zitting in de bestuurlijke- en ambtelijk begeleidingsgroep: gemeente Lopik, gemeente Montfoort, gemeente Oudewater, gemeente Woerden, gemeente IJsselstein, Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden, LTO afd. Lopikerwaard, Staatsbosbeheer, Agrarisch collectief Lopikerwaard, Natuur en Milieufederatie Utrecht, Werkgroep behoud Lopikerwaard.

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

2

Inhoud Inleiding ............................................................................................................................................. 4 1.

Gebiedsgerichte Aanpak Utrechtse Waarden ............................................................................ 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

2.

Over Utrechtse Waarden ............................................................................................................. 2.1 2.2 2.3

3.

Gebiedspartijen Organisatie gebiedsproces Gezamenlijke uitgangspunten Polderprocessen Meekoppelkansen Samenwerking met aangrenzende deelgebieden

De Utrechtse Waarden als onderdeel van het veenweidegebied De Utrechtse Waarden als onderdeel van het Groene Hart De Utrechtse Waarden als onderdeel van het rivierlandschap Nederrijn/ Lek

Opgaven, uitdagingen en kansen ............................................................................................. 11 3.1. 3.2 3.3 3.4

Opgaven vanuit het UPLG Aanvullende opgaven Vertaling van de opgaven naar de Utrechtse Waarden Uitdagingen en kansen

4.

Hier werken we nu al aan......................................................................................................... 24

5.

Hier zetten we de komende tijd op in ...................................................................................... 26

6.

Overige relevante ontwikkelingen ............................................................................................ 27

Bijlagen (geeltjeskaart wordt nog ingevoegd) ......................................................................................

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

3

Inleiding Voor u ligt de gebiedsagenda Utrechtse Waarden. De gebiedsagenda beschrijft op welke wijze gebiedspartijen in de Utrechtse Waarden werken aan de opgaven voor natuur, water, klimaat en landbouw uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied (UPLG). De agenda brengt in beeld hoe de gebiedsgerichte aanpak in de Utrechtse Waarden vorm krijgt, wat de opgaven zijn voor de Utrechtse Waarden en hoe we daar het komende jaar aan werken. De gebiedsagenda Utrechtse Waarden wordt in oktober 2024 aangeboden aan de Regionale Stuurgroep West (RSG West). De stuurgroep stelt de gebiedsagenda’s vast en monitort het gebiedsproces en de uitvoering. RSG West toetst de gebiedsagenda onder meer op uitvoerbaarheid, draagvlak, doelbereik en financierbaarheid, en let daarbij ook op het doelbereik van de verschillende deelgebieden samen. Voor Utrecht West zijn dit de gebieden Utrechtse Waarden, Vijfheerenlanden, Veenweiden de Meije, Utrechtse Venen en Oostelijke Vechtplassen. Deze gebiedsagenda is een 'levend' document en een eerste in een reeks. Het is nog ontdekken hoe de gebiedsagenda kan worden vormgegeven vanuit de gedachte dat het eigenaarschap bij het gebied ligt. De voorliggende gebiedsagenda biedt een mooie eerste basis om met elkaar als gebiedspartijen op voort te bouwen. De komende jaren wordt de gebiedsagenda jaarlijks geactualiseerd.

Werken aan een toekomstperspectief De opgaven uit het UPLG zijn urgent en hebben impact op het landelijk gebied in de Utrechtse Waarden. Het zijn overigens niet de enige opgaven met een ruimtelijke impact op het landelijk gebied; ook ontwikkelingen op het gebied van woningbouw, energie en bereikbaarheid hebben invloed op de gebiedsgerichte aanpak en daarmee op deze gebiedsagenda. Alles bij elkaar is er de komende 30 jaar sprake van een ingrijpende transitie van het landelijk gebied. De context waarbinnen de gebiedsgerichte aanpak plaatsvindt is continu aan verandering onderhevig, getuige ook de recente ontwikkelingen rond het Nationaal Programma Landelijk Gebied. De richting is op zich helder maar wat het precies vraagt van direct belanghebbenden is dat vaak nog niet. Uitvoering geven aan de UPLG-opgaven - die deels hard en onvermijdelijk zijn - vindt daarom plaats in een context waar onzekerheid en ook stress over de toekomst wordt gevoeld. Dat maakt dat binnen de gebiedsgerichte aanpak voldoende tijd en aandacht moet zijn voor de menselijke kant van veranderingen en de daarmee gepaard gaande sociaaleconomische impact. Met de gebiedsagenda werken we aan een toekomstperspectief voor het gebied als geheel, maar ook voor onze inwoners en (jonge) ondernemers. Concreet aan de slag In de Utrechtse Waarden wordt van oudsher al samengewerkt tussen de verschillende gebiedspartijen.

Dat geeft een stevige basis. De gebiedspartijen willen de komende jaren concreet met elkaar aan de slag en resultaten boeken. Het gebiedsproces moet zichtbaar worden; in woorden maar vooral ook in daden. Financieel kader nog niet opgenomen Bij het opstellen van deze gebiedsagenda is er nog geen volledig zicht op het toekomstig financieel kader voor de uitvoering van de gebiedsgerichte aanpak. De middelen die met de maatregelenpakketten beschikbaar komen, worden op dit moment toebedeeld, ook aan de Utrechtse Waarden. Dit zijn middelen tot 2027. Met het wegvallen van het Transitiefonds is er onzekerheid ontstaan over de beschikbaarheid van middelen voor de langere termijn. De komende periode verwachten we meer duidelijkheid over de mogelijkheden voor de toekomst. Als dit leidt tot veranderingen in de voorliggende gebiedsagenda wordt deze daarop aangepast.

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

4

1. Gebiedsgerichte aanpak de Utrechtse Waarden De Provincie Utrecht kiest ervoor bij de uitvoering van het UPLG te werken op basis van de gebiedsgerichte aanpak. Hierin wordt aan de gebieden de ruimte gegeven te bepalen hoe in een gebied het gebiedsproces vorm krijgt. Voor de gebiedsgerichte aanpak bestaat geen blauwdruk. De uitwerking hangt af van de gebiedspartijen, de karakteristieken van het gebied, eerdere ervaringen met gebiedsgerichte aanpak en de dynamiek tussen al deze factoren.

1.1

Gebiedspartijen

Op het niveau van de Utrechtse Waarden zijn op dit moment de volgende gebiedspartijen betrokken: ▪ Gemeente Lopik ▪ Gemeente Montfoort ▪ Gemeente Oudewater ▪ Gemeente Woerden ▪ Gemeente IJsselstein ▪ Provincie Utrecht ▪ Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden (HDSR) ▪ Staatsbosbeheer ▪ LTO en overige agrarische vertegenwoordiging ▪ Agrarische Collectief Lopikerwaard ▪ Natuur en Milieufederatie ▪ Werkgroep behoud Lopikerwaard Dit is geen uitputtende lijst. Gaande het gebiedsproces kunnen partijen die een bijdrage kunnen en willen leveren aansluiten. Op dit moment wordt bijv. gekeken of het NAJK kan aansluiten, om zo de stem van de jonge boeren te vertegenwoordigen in het gebiedsproces. Ook zal o.a. met het Landgoed Linschoten worden besproken op welke wijze zij kunnen deelnemen. Voor veel organisaties is capaciteit een kritische factor en dit bepaalt mede de mogelijkheden voor deelname. N.B. Op polderniveau zijn vaak andere en meer lokaalgeoriënteerde gebiedspartijen betrokken.

1.2

Organisatie gebiedsproces

Voor de organisatie van de gebiedsgerichte aanpak in de Utrechtse Waarden hebben de gebiedspartijen gezamenlijk een aantal richtinggevende keuzes gemaakt. In de Utrechtse Waarden is, in aanvulling op de governance-structuur met de Regionale Stuurgroep West (RSG West), ook een governance-structuur ingericht op deelgebied-niveau. Belangrijke overwegingen hierbij waren: ▪ Versterken van partnerschap en samenwerking tussen gebiedspartijen op deelgebiedsniveau en beter benutten van de aanwezige gebiedsspecifieke kennis. ▪ Creëren van een plek waar alle ontwikkelingen en opgaven in de Utrechtse Waarden in samenhang (integraal) met elkaar kunnen worden bekeken en afgewogen. ▪ Benutten van bestaande kennis en ervaring voor lopende en nieuw te starten polderprocessen. Borgen van de cyclus leren en verbeteren. ▪ Voorkomen van bestuurlijke drukte door één bestuurlijke begeleidingsgroep voor alle polders te realiseren.

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

5

Governance-structuur deelgebied 1. Ambtelijke en bestuurlijk begeleidingsgroep voor het uitzetten van de koers Na de zomer 2023 is de ambtelijke begeleidingsgroep gestart, in februari 2024 volgde de bestuurlijke begeleidingsgroep. Aan beide groepen nemen alle hierboven genoemde gebiedspartijen deel. Aan de ambtelijke begeleidingsgroep nemen daarnaast ook de procesbegeleiders van de polderprocessen (op dit moment Polsbroek en Oudewater) deel, om te zorgen voor een goede informatievoorziening en afstemming. De bestuurlijke begeleidingsgroep zet, mede op voorzet en advies van de ambtelijke begeleidingsgroep, de koers uit voor de Utrechtse Waarden. Zij bewaakt de integrale aanpak zodat meekoppelkansen worden benut. Daarnaast is de bestuurlijke begeleidingsgroep van belang om de randvoorwaarden voor de voortgang van het gebiedsproces en de diverse polderprocessen te realiseren. Elk polderproces wijst één of twee bestuurders aan als eerst aanspreekpunt en linking pin naar de bestuurlijke begeleidingsgroep. De (ambtelijke) begeleidingsgroep speelt een belangrijke rol in het gezamenlijk verkennen van de kansen en mogelijkheden om op gebiedsniveau invulling te geven aan het gebiedsproces. Het overleg biedt de mogelijkheid elkaar als gebiedspartners beter te leren kennen en van elkaar te weten waar belangen, behoeften en mogelijkheden liggen voor de uitvoering van de gestelde opgaven.

In de groep worden signalen vanuit het gebied en de achterban die van invloed zijn op het gebiedsproces gedeeld. De begeleidingsgroep ziet voor zichzelf een rol weggelegd om beleid en praktijk bij elkaar te brengen en verkent opgaven door middel van presentaties door de inhoudelijk experts. 2. Kerngroep als trekker en aanjager Eind 2023 hebben de drie overheden (provincie, gemeenten en waterschap) een intentieverklaring getekend. Hierin staat hoe zij binnen het gebiedsproces de Utrechtse Waarden - vanuit het principe van één overheid - willen samenwerken in de gebiedsgerichte aanpak, zowel onderling als met de gebiedspartners. De drie overheden samen vormen de kerngroep. Zij leveren elk capaciteit in de Kerngroep de Utrechtse Waarden; de gebiedscoördinator vanuit de provincie, een ambtelijke vertegenwoordiger namens de vijf gemeenten en een verbindingspersoon namens het waterschap. Deze kerngroep Utrechtse Waarden fungeert op het niveau van het deelgebied als trekker en aanjager. De kerngroep bereidt de ambtelijke en bestuurlijke begeleidingsgroep voor en houdt contact met de verschillende processen en projectleiders van polderprocessen. 3.

Programmateam dat met de voeten in de klei staat Vanuit de bestuurlijke en ambtelijke begeleidingsgroep wordt de noodzaak gevoeld om aan de slag te gaan; niet te blijven steken in gepraat maar juist concreet en zichtbaar te worden voor betrokkenen in het gebied. Voor veel belanghebbenden in het gebied zijn zichtbaarheid en aanspreekbaarheid belangrijk voorwaarden voor (het herstel van) vertrouwen. De bestuurlijke begeleidingsgroep Utrechtse Waarden heeft daarom besloten in het najaar 2024 een start te maken met een programmateam in het gebied. Het streven is het programmateam klein en pragmatisch op te starten, om zo eerste ervaringen op te doen wat wel en niet werkt (experimenteerruimte). Het komende jaar werkt men aan verder vormgeving en inbedding voor wat betreft aansturing, mandaat, organisatie en financiën. Hierbij wordt ook gekeken naar de ontwikkeling rond de Polderaanpak 2.0, als opvolger van de succesvolle aanpak van Klimaatslimboeren op Veen. De Polderaanpak 2.0 is een initiatief van de gezamenlijke collectieven en het waterschap. Waar mogelijk wordt hierop aangehaakt.

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

6

Het programmateam zorgt dat bottom-up de kennis, ervaring en energie van betrokkenen in het gebied wordt benut bij de uitvoering van de UPLG-opgaven. De focus ligt op het creëren van beweging 'onderop' die bijdraagt aan de realisatie van de opgaven. Het programmateam heeft de tijd en de ruimte het gesprek aan te gaan met betrokkenen en hen te ondersteunen op weg naar een eigen gebiedsplan of aanbod. 4. Werken met programmalijnen De bestuurlijk begeleidingsgroep heeft besloten te gaan werken met een meer programmatische aanpak, onder meer door het formuleren van programmalijnen. Deze programmatische aanpak wordt het komende jaar nader uitgewerkt.

1.3

Gezamenlijke uitgangspunten

Gaandeweg hebben de bestuurlijke en ambtelijke begeleidingsgroep belangrijke uitgangspunten voor het gebiedsproces geformuleerd. 1. De gebiedsgerichte aanpak is een lerend proces. De gebiedsgerichte aanpak is een lerend proces waarbij het van belang is ruimte te houden om te experimenteren, te ontdekken wat werkt en fouten te maken. Een transitie is een complex proces waarin ruimte moet zijn om zaken anders aan te pakken en zo te komen tot oplossingen die anders niet naar boven waren gekomen. 2. Balans houden tussen praten en doen. Het gebiedsproces vraagt veel overleg en afstemming tussen gebiedspartijen maar moet tegelijkertijd ook zichtbaar en concreet zijn om mensen betrokken en in beweging te houden. Juist in de verkenningsfase van een gebiedsproces ligt de balans soms te veel bij het praten. Zowel voor gebiedspartijen als belanghebbenden in het gebied is het van belang naast overleg ook echt 'een schop in de grond te steken'. Dit geeft energie en vergroot het draagvlak in het gebied. 3. Bottom-up aanpak als basis voor het gebiedsproces. Medewerking, inzet en draagvlak van onderop is noodzakelijk om invulling te kunnen geven aan de opgaven en de doelen te realiseren. Het is cruciaal kennis en ervaring van direct betrokkenen te waarderen en te betrekken bij het bepalen van de oplossingsrichtingen.

Dit betekent voor het gebiedsproces Utrechtse Waarden dat polders en groepen boeren de ruimte krijgen om met eigen plannen te komen. 4. We beginnen niet op nul. Voor de komst van het UPLG waren veel opgaven op het gebied van natuur, water en klimaat al bekend in het landelijk gebied. Dit betekent dat er al initiatieven, projecten en processen lopen die bijdragen aan de doelrealisatie. Denk bijvoorbeeld aan het Akkoord van Utrecht maar ook aan de groei van agrarisch natuurbeheer. Met de gebiedsgerichte aanpak bouwen we hierop voort en maken gebruik van de lessen die al zijn geleerd. 5. Niet alles kan en hoeft tegelijkertijd. De opgaven zijn groot en grijpen op elkaar in. Belangrijk is om de beweging/transitie in gang te zetten. Waar mogelijk worden opgaven in samenhang opgepakt, maar niet alles kan en hoeft tegelijkertijd. Waar nodig geven we de ruimte en werken we stapsgewijs om energie en beweging vast te houden ('keukentrapje van Remkes'). Dit is maatwerk per gebied en polder. 6. Balans houden tussen de verschillende opgaven. Alle opgaven op het gebied van natuur, water, klimaat en landbouw hebben hun urgentie en dragen bij aan een betere wereld voor toekomstige generaties. De opgaven zijn niet los van elkaar te zien en

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

7

moeten zoveel mogelijk in samenhang worden opgepakt. Het gebiedsproces houdt de focus op alle opgaven en zoekt de verbinding om waar mogelijk te komen tot win-winsituaties.

1.3

Polderprocessen

Polderprocessen zijn belangrijk om de bottom-up aanpak vorm te geven. In de Utrechtse Waarden loopt op dit moment een tweetal polderprocessen: Oudewater Noord en Polsbroek. Beide zijn gestart vanuit een eerste verkenning door de gebiedscommissie West en hebben een vervolg gekregen. Boeren in de betreffende polders hebben het initiatief genomen om samen te bepalen hoe in de polder invulling kan worden gegeven aan opgaven, niet alleen op het gebied van water, klimaat en natuur, maar ook bijvoorbeeld voor energie en bereikbaarheid. In de polderprocessen Polsbroek en Oudewater Noord wordt vanaf zomer 2024 gewerkt met een projectgroep waaraan naast de agrariërs ook de provincie, gemeente, waterschap en collectief deelnemen. Om tot uitvoering te komen is er vaak geld en inzet van overheden nodig. Samenwerken met de agrariërs binnen een projectgroep houdt de lijntjes kort en bevordert de integraliteit.

1.4

Meekoppelkansen

In de Utrechtse Waarden lopen verschillende projecten die mede bijdragen aan de gestelde opgaven op het gebied van natuur, water, klimaat en landbouw. Dit biedt zogeheten meekoppelkansen. Diverse van bovenstaande gebiedspartijen zijn zowel bestuurlijk als ambtelijk betrokken bij onderstaande projecten. Pact Groen Groeit Mee Groen Groeit Mee heeft de ambitie om recreatief groen, natuur, water en landschap mee te laten groeien met de verstedelijking in de provincie Utrecht. Deze ambitie is via het Pact Groen Groeit Mee onderschreven door 41 partijen. Het Groen Groeit Mee gebied de Hollandse IJssel ligt in de Utrechtse Waarden. De doelstellingen en ambities van het UPLG en Groen Groeit Mee komen in grote mate met elkaar overeen. Bijvoorbeeld wat betreft maatregelen gericht op de groenblauwe dooradering van het landelijk gebied, natuur, wateropgaven en natuurinclusieve landbouw. Met behulp van financiering via Maatregelpakket 1 wordt ingezet op de realisatie van deze maatregelen. Het waterschap HDSR is procestrekker van het ontwikkelperspectief Groen groeit Mee Hollandse IJssel. Ook bij verschillende uitleglocaties voor wonen in de Utrechtse Waarden wordt ingezet op een evenwichtige groenontwikkeling van groen en rood, waaronder de locaties Linschoten Zuidoost en De Bleek in de gemeente Montfoort.

Dijkverzwaringstraject Sterke Lekdijk en het project Natuurlijke Uiterwaarden De Lekdijk wordt tussen Amerongen en Schoonhoven over een lengte van 55 km verstrekt zodat deze ook in de toekomst voldoende veilig is. Een groot deel van het traject ligt in de Utrechtse Waarden. In de Utrechtse Waarden is de dijkverzwaring opgesplitst in een drietal deelprojecten: JaarsveldKlaphek, Salmsteke en Salmsteke-Schoonhoven. Deze deelprojecten bevinden zich in verschillende fases. Het project Salmsteke wordt eind 2024 afgerond. Het traject Jaarsveld- Klaphek bevindt zich in de planuitwerkfase en het traject Salmsteke – Schoonhoven wordt eind 2029 afgerond. Het project Sterke Lekdijk heeft naast de focus op waterveiligheid ook versterken van natuur en ecologische kwaliteit, beleving van het erfgoed en mobiliteit en bereikbaarheid als aandachtspunten. Het waterschap HDSR is procesverantwoordelijk en werkt samen met het Rijk, provincie, gemeenten, terreineigenaren en terreinbeherende organisaties en Rijkswaterstaat. Parralel aan het dijkverzwaringstraject loopt het project Natuurlijke Uiterwaarden. De uiterwaarden van de Nederrijn en de Lek vormen samen een aangesloten natuurgebied en zijn daarmee een belangrijke schakel in het natuurnetwerk Nederland. Het project Natuurlijke Uiterwaarden richt zich op het herstellen van de natuurwaarden.

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

8

1.5

Samenwerking met aangrenzende deelgebieden

De Utrechtse Waarden grenst aan verschillende andere gebieden: Deelgebied Veenweide de Meije: de Gemeente Woerden neemt zowel deel aan het gebiedsproces Utrechtse Waarden als Veenweide de Meije. Hiermee is de verbinding en waar nodig samenhang tussen beide gebieden geborgd. Deelgebied Vijfheerenlanden: zowel aan de noordzijde (Utrechtse Waarden) als aan de zuidzijde (Vijfheerenlanden) bevinden zich natuurgebieden die onderdeel uitmaken van N 2000-gebied Uiterwaarden Lek. Bij de Natuurdoelanalyse zijn deze gebieden in samenhang beoordeeld. Stad Utrecht: in het kader van Groen Groeit Mee wordt er samengewerkt rond de gekanaliseerde Hollandse IJssel. Dit project raakt aan de te ontwikkelen Utrechtse wijk Rijnenburg en de recreatieve verbindingen tussen de stad Utrecht en Woerden. Provincie Zuid-Holland: peilvakken van het waterschap HDSR lopen over de provinciegrens heen. Voor de GLB-aanvraag Samenwerking veenweide (polder Westeinde bij Waarder) vindt provinciegrens overschrijdende samenwerking plaats. Fieldlab Groene Hart: In het Fieldlab Groene Hart werkt het samenwerkingsverband van Boeren met Perspectief, Stichting Wijland, KTC Zegveld, Veenweiden Innovatie Centrum (VIC) en BoerenNatuur aan de ontwikkelrichtingen voor de melkveehouderij in het (westelijk) veenweidegebied. Provincie Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht zijn betrokken bij het Fieldlab.

De samenwerking met bijvoorbeeld Woerden de Meije en Vijfheerenlanden wordt ook actief opgezocht om van elkaar te leren en goede voorbeelden over te nemen.

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

9

2. Over Utrechtse Waarden In de Utrechtse Waarden liggen de gemeenten Lopik, Oudewater, Montfoort, Woerden en IJsselstein. De gemeenten Lopik, Oudewater en Montfoort zijn voor Nederlandse begrippen kleine gemeenten qua inwonertal, maar kennen wel een groot buitengebied met verschillende buurtschappen. Gemeente IJsselstein is een meer stedelijke gemeente direct onder de rook van Utrecht met een kleiner buitengebied. De gemeente Woerden ligt slechts voor een klein deel (ca. 5%) in de Utrechtse Waarden, het betreft alleen het deel Reyerscop dat ten zuiden van de A12 ligt. Het gebied kenmerkt zich door rust en ruimte. De oude cultuurhistorische ontwikkeling is nog direct zichtbaar in het landschap, zoals de eeuwenoude cope (perceel) verkaveling door de veenwinning, de kades, de dijken en de lintbebouwing. Door het gebied loopt de Hollandsche IJssel, die in eerdere tijden een belangrijke economische ader vormde. Nu heeft de rivier een belangrijke recreatieve waarde in het gebied. De gemeenten IJsselstein, Montfoort en Oudewater waren in vroegere tijden belangrijke handelsplaatsen langs de rivier en hebben hun mooie historische kern behouden. In het Noorden van het gebied ligt het landgoed Linschoten (ca. 500 ha), een historische buitenplaats met diverse pachtboerderijen die nog goed bewaard is gebleven. In het zuiden wordt het gebied begrenst door de rivier de Lek.

Langs de rivier liggen de natuurgebieden Willige Langerak, De Bol en de Horde die onderdeel uitmaken van het Natura 2000 gebied Uiterwaarden Lek. Door het open karakter van het landschap is de Lopikerwaard een belangrijk weidevogelgebied binnen de provincie Utrecht. De nabijheid van steden en belangrijke verkeersaders maakt dat er een diverse economische bedrijvigheid is in het gebied; landbouw, maakindustrie en diensten waaronder recreatie. De agrarische sector is divers – melkvee, varkenshouderij, fruitteelt, schapen – al voert de melkveehouderij de boventoon. Met 250 melkveebedrijven (2021) kent de Utrechtse Waarden het hoogste aantal melkveehouders in de provincie Utrecht.

2.1

De Utrechtse Waarden als onderdeel van het veenweidegebied

De Utrechtse Waarden maakt onderdeel uit van het veenweidegebied dat loopt van Vijfherenlanden in het zuiden van de provincie tot Stichtse Vecht in het noorden. De veenweide is in het UPLG aangemerkt als één van de prioritaire gebieden, vanwege de stapeling van opgaven. Voor de veenweidegebieden wordt ingezet op het verminderen van broeikasgasemissies en het tegengaan van bodemdaling door het verhogen van de waterstanden. In de Utrechtse Waarden betreft het met name het westelijk deel van het gebied dat bodemdaling gevoelig is. In Polsbroek en Westeinde bij Waarder/Oudewater Noord lopen polderprocessen waarin bodemdaling één van de thema’s is.

2.2

De Utrechtse Waarden als onderdeel van het Groene Hart

De Utrechtse Waarden maakt onderdeel uit van het Groene Hart; een aaneensluitend gebied dat zich uitstrekt over de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht. Het Groene Hart is door het Rijk aangewezen als NOVEX-gebied, wat betekent dat opgaven (naast UPLG-opgaven ook andere ruimtevragende opgaven als wonen, infrastructuur, energie, etc.) integraal worden benaderd. De verschillende gebieden in het Groene Hart kennen vergelijkbare opgaven en worden om die reden als een samenhangend geheel benaderd. Binnen NOVEX Groene Hart werken het Rijk, drie provincies, veertig gemeenten en vijf waterschappen samen in een bestuurlijk platform om te komen tot een ontwikkelrichting voor het Groene Hart. In 2023 is een bestuurlijke visie ontwikkeld voor de toekomst van het Groene Hart.

2.3 De Utrechtse Waarden als onderdeel van natuurlint uiterwaarden

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

10

De Utrechtse Waarden wordt aan de zuidzijde begrenst door de rivier de Lek. De uiterwaarden in de Utrechtse Waarden maken onderdeel uit van het natuurlint langs de Nederrijn en de Lek. Het streven is om een robuust natuurlint te creëren waardoor de biodiversiteit wordt versterkt en vergroot. De Natura 2000 gebieden in de Uiterwaarden Lek maken onderdeel uit van dit natuurlint.

3. Opgaven, uitdagingen en kansen 3.1.

Opgaven vanuit het UPLG

In het Utrechts Programma Landelijk Gebied staan de opgaven op het gebied van water, natuur, klimaat en landbouw benoemd. Deze opgaven zijn onder te verdelen in drie categorieën, afgeleid uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG): • Internationale verplichtingen met hoge ecologische en juridische urgentie. Doelen die rechtstreeks voortkomen uit internationale verplichtingen hebben de hoogste prioriteit. • Ondersteunende doelen met bestaande bestuurlijke afspraken. Het NPLG richt zich ook op ondersteunende doelen die direct bijdragen aan de internationale verplichtingen voor VHR-, KRW- en klimaatdoelen. Het zijn doelen waarover al bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waaronder financiële afspraken en afspraken over verdeling van verantwoordelijkheden. • Ondersteunende doelen zonder bestaande bestuurlijke afspraken. Het NPLG benoemt ook doelen waarover nog geen wetgeving voorhanden is of waarvoor nog geen bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, maar die wel cruciaal zijn voor de realisering van de meer verplichtende doelen, vanwege de samenhang ermee. In onderstaand schema staan de opgaven op een rij met waar mogelijk of al bekend een gebied specifieke vertaling. Er zijn echter ook opgaven waarvoor de provinciale opgave bekend is maar waarbij in het gebiedsproces duidelijk moet worden welke bijdrage vanuit de Utrechtse Waarden kan worden geleverd aan deze opgave.

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

11

UPLGthema

Afkomstig uit (voetnoot geeft mate van urgentie aan)

Opgave

Doelgat de Utrechtse Waarden

Natuur

Europese Vogel- en Habitat-richtlijn )1

N2000-gebieden mogen niet verder verslechteren en moeten herstellen.

Maatregelen uit NatuurDoelAnalyses (NDA’s) voor Natura 2000 Uiterwaarden Lek.

Natuur

Wet Stikstofreductie 40% Areaal stikstofgevoelige habitat Nog niet bekend. en natuurbinnen de begrenzingen van N2000 in heel verbetering)1 Nederland is onder de KDW. 50% Areaal stikstofgevoelige habitat binnen de begrenzingen van N2000 in heel Nederland is onder de KDW. 74% Areaal stikstofgevoelige habitat binnen de begrenzingen van N2000 in heel Nederland is onder de KDW. Indirect gekoppeld Daling van 46% ammoniakemissie t.o.v. • Streefwaarde voor stikstofemissie is 40 • aan doelstelling 2018. Hierdoor vermindert de kg/ha/jaar. Stikstofwet)3 ‘stikstofdeken’ met positief effect op stikstofdepositie in kwetsbare • natuurgebieden als gevolg. Daarnaast verminderen van emissie in de overgangsgebieden dat direct neerslaat binnen het N 2000 gebied.

Natuur

Aanpak Termijn (waar wordt verwezen naar gereed Maatregelpakketten: de middelen die o.b.v. LNV in voorjaar 2024 beschikbaar heeft UPLG gesteld voor het UPLG) Gebiedsspecifiek door provincie i.s.m. Nu terreinbeheerder en waterbeheerder met middelen uit Maatregelpakket 4 en SPUK Natuur. Inzetten op verminderen 2025 stikstofemissie t.b.v. ‘deken’ door middel van polderprocessen Met middelen uit Maatregelpakket 3 2030 en GLB-subsidie. 2035

Verminderen stikstofemissie t.b.v. ‘deken’ door middel van polderprocessen. Met middelen uit Maatregelpakket 3 en GLBsubsidie.

2035

Natuur

Europese Vogel- en • Habitatrichtlijn)1 Doorvertaald in Europese verordening natuurherstel)1

•

Soorten en habitattypen: maatregelen voor natuurherstel voor tenminste 30% van de in 2019 in een ongunstige Staat van Instandhouding (oSvI) verkerende VHR-soorten en habitattypen een landelijk gunstige Staat van Instandhouding (gSvI) wordt bereikt, dan wel een sterk positieve trend in gang gezet wordt. Trends soorten en habitattypen: landelijke negatieve trends van alle VHR-soorten en -habitattypen zoveel mogelijk stoppen. • Conditie bestaande areaal: Habitattypen en leefgebieden soorten: maatregelen treffen zijn om 30% van het totale areaal van habitattypen en van de leefgebieden van soorten dat niet in goede conditie is in goede conditie te brengen (peiljaar 2019). • Nieuw te ontwikkelen areaal: Habitattypen en leefgebieden soorten: Maatregelen treffen om 30% van het te ontwikkelen areaal dat noodzakelijk is voor een gSvI van de habitattypen en van de

•

•

•

Voor hele Provincie Utrecht is • aangegeven hoeveel areaal van welk natuurtype moet worden gerealiseerd. Realiseren van extra areaal (agrarische) natuur voor hele Provincie Utrecht betreft het 860 ha natuur en 11.200 ha agrarische • natuur in 2030 in de vorm van GBDA en open grasland. Van de 11.200 ha agrarische natuur is 3561 ha reeds tussen 2019 en 2023 gerealiseerd. De Utrechtse Waarden kan aan natuur bijdragen door bijvoorbeeld instellen van één of meerdere weidevogelreservaten en het uitbreiden van agrarisch natuurbeheer gericht op weidevogels.

Gebiedsspecifiek: binnen de NNN 2030 gaat provincie hiermee aan de slag in nauwe samenwerking met TBO’s en waterschap met middelen van de provinciale begroting. Buiten de NNN krijgen de agrarisch collectieven een belangrijke rol. Middelen zijn voor eerste fase beschikbaar in maatregelpakket 2.

13

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

•

Natuur • • •

Natuurpact)2

•

Akkoord van Utrecht)2

•

•

•

Natuur •

Aanvalsplan Landschap)3

•

leefgebieden van soorten te realiseren. Realisatie resterende Natuur Netwerk • Nederland (NNN) gereed *) Inrichting en kwaliteitsverbetering van bestaande NNN •

Voor hele Provincie Utrecht is • aangegeven hoeveel areaal van welk natuurtype moet worden gerealiseerd. Realiseren van extra areaal (agrarische) natuur voor hele Provincie Utrecht betreft het 860 ha natuur en 11.200 ha agrarische natuur in 2030 in de vorm van GBDA en open grasland. Van de 11.200 ha agrarische natuur is 3561 ha reeds tussen 2019 en 2023 gerealiseerd. De Utrechtse Waarden kan aan natuur bijdragen door bijvoorbeeld instellen van één of meerdere weidevogelreservaten en het uitbreiden van agrarisch natuurbeheer gericht op weidevogels. Nog niet bekend •

Realisatie Groene Contour, mogelijk areaal op provinciale kaarten < gekwantificeerde omvang provinciale opgave. 10% van het areaal landelijk gebied Niet voor de Utrechtse Waarden bestaat uit Groenblauwe dooradering gespecificeerd *) voor de hele Provincie Utrecht.

Gerichte grondverwerving i.c.m. 2027 kavelruil met middelen voor verwerving en inrichting uit Provinciale begroting.

Voor realisatie is provinciale subsidie beschikbaar (zolang de voorraad strekt). •

•

2040

Verkennen hoe de GBDA 10% in gebiedseigen kan worden 2030 ingevuld door het collectief. Met inzet op meer communicatie en kennisuitwisseling wordt

14

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

• •

Natuur •

Landelijke • Bossenstrategie)2

• •

• Klimaat •

• Europees • 1 Klimaatakkoord)

•

Realisatie op provinciaal niveau, maar • wordt niet voor de Utrechtse Waarden gespecificeerd. • • Reductie 0,09 Mton CO2eq/jr uitstoot • Verdere veenoxidatie tegengaan. • t.o.v. 2016 voor Provincie Utrecht • Nog niet gespecificeerd per (komt overeen met 50% reductie deelgebied, wel komt er binnenkort bodemdaling t.o.v. 2016). een kansenkaart beschikbaar waarop (N.B. absolute getallen worden mogelijk aangegeven wordt waar in een gebied nog verlaagd, maar % reductie blijft de meeste reductie te realiseren is. gelijk). • Aanleg nieuw bos *) en hiermee vastlegging CO2.(ook klimaatdoel)

•

getracht dit areaal te vergroten. • Middelen komen van verschillende subsidiestromen binnen de provinciale begroting en maatregelpakketten 1 en 2 Het gebied wordt gevraagd mee 2040 te denken over kansen en mogelijkheden. • Effectieve maatregelen zijn: 2030 peilopzet en water infiltratie systemen (WIS). Om doelen te halen zullen in grote delen van het agrarisch gebied maatregelen nodig zijn. Er lopen nog onderzoeksprogramma’s om te kijken of ook andere maatregelen effectief kunnen zijn. Voor de uitvoering (het aanleggen van WIS) zijn o.a. middelen beschikbaar vanuit de provinciale regionale veenweide strategie (RVS) en middelen die LNV in voorjaar 2024 beschikbaar heeft gesteld voor het UPLG..

15

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

•

Klimaat •

Europees • Klimaatakkoord)1

Reductie 30% methaan uitstoot t.o.v. • 2021 ≈reductie 0,3 Mton CO2eq/jr voor Provincie Utrecht.

Niet voor de Utrechtse Waarden gespecificeerd.

•

Effect autonome ontwikkeling afwachten.

•

Maximaal inzetten op voer- en managementmaatregelen, natuurlijk verloop van stoppers en zoeken naar kansen via gebiedsprocessen om methaan uit vee te reduceren. Voor het halen van de doelstelling zijn we deels afhankelijk van Rijksbeleid zoals beëindigingsregelingen en afbouw derogatie.

•

•

•

•

Water •

•

Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) )1

•

•

•

•

Voldoen aan waterkwaliteitsnormen • per KRW-waterlichaam. Voldoen aan norm voldoende water voor grondwaterlichamen. • Realiseren goede waterkwaliteit in overige wateren (niet KRWwaterlichamen). Dit is een inspanningsverplichting van de KRW2

N- en P-gehaltes voldoen niet en zullen • moeten verbeteren.

•

Europese Nitraat • richtlijn)1

Te hoge waarden abiotische parameters - Gewasbeschermingsmiddelen (grond- en oppervlaktewater). • - Medicijnresten (grond- en oppervlaktewater). • - PAK’s (oppervlaktewater).

2030

• Verdere verlaging N- en P2027 gehalte door combinatie agrarisch waterbeheer en aanleg bufferstroken/afbouw derogatie, aanleg groenblauwe dooradering en maatregelen UMDL. Met middelen uit Maatregelpakketten 1 en 2. Met middelen vanuit de waterschappen ecologisch oeveren slootbeheer.

16

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

•

•

Water •

Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie )2 en Nat. Adaptatiestrategie)2

• •

De fysieke leefomgeving is aangepast • aan het veranderend klimaat. Robuust watersysteem

Niet gespecificeerd voor de Utrechtse • Waarden. •

•

•

Overige abiotische parameters via generiek beleid (dus geen onderdeel GGA). Richting een grondwaterstand van 20 cm tot 40 cm onder maaiveld. Minimaliseren van de aanvoer van gebiedsvreemd water.

2050

In onderzoek: Zoekgebieden, in gebiedsprocessen nog te bepalen, t.b.v. waterberging (voor wateroverlast) en water vasthouden (voor droogte). Reserveren 10% tot 20% van de polders voor waterberging, bij voorkeur de diepste delen. Deze laatste opgave is deelgebiedsoverstijgend en moet vanuit een breder perspectief opgepakt. Onderzoek: Hertoetsing normering wateroverlast. (NBWnormen). Er wordt onderzocht of toegewerkt kan worden naar een meer risico-gestuurd systeem waarin meer maatwerk mogelijk is.

17

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

• •

• Landbouw

•

• Transitie

•

Omvorming naar circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw.

•

•

•

Niet gespecificeerd voor de Utrechtse • Waarden.

• Bedrijven economisch versterken 2050 door onder andere vergoedingen voor ecosysteem-diensten (zoals ANLb), verbeteren landbouwstructuur, grondstrategie en stimuleren korte ketens en nieuwe teelten. Door prestaties zichtbaar te maken met behulp van de KPI's van de UMDL kunnen de ondernemers hogere prijzen realiseren voor hun producten.

•

Om doelsturing te stimuleren en het verdienvermogen te versterken zet de provincie in op een beloningsregeling UMDL aangevuld met voer- en management-maatregelen, innovatie en begeleiding van het ondernemerschap via coaching, bedrijfsplannen en samenwerking.

•

Beschikbaar stellen kennis en ondersteuning. In polderprocessen en in

18

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

samenhang met andere opgaven. Verder uitwerken met middelen Maatregelpakket 3 *) Elke groenaanplant draagt bij vastlegging CO2 (koppelkans Klimaatopgave) 1) Internationale verplichtingen met hoge ecologische en juridische urgentie 2) Ondersteunende doelen met bestaande bestuurlijke afspraken 3) Ondersteunende doelen zonder bestaande bestuurlijke afspraken.

19

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

3.2

Aanvullende opgaven

De opgaven uit het UPLG raken aan andere ook ruimtevragende opgaven zoals woningbouw, energie en infrastructuur. Dit maakt de ruimtelijke puzzel die moet worden gelegd nog groter en complexer. Er is op dit moment nog geen totaal overzicht van de verschillende ruimtelijke vraagstukken en hoe die elkaar raken, overlappen of eventueel kunnen versterken. In het gebiedsproces ligt de focus op de UPLG-opgaven, waarbij de aanvullende opgaven niet het oog worden verloren en op enig moment ook een rol kunnen spelen in het gebiedsproces.

3.3

Vertaling van de opgaven naar de Utrechtse Waarden

Veel opgaven zijn nog niet (ruimtelijk) doorvertaald naar de Utrechtse Waarden. Er hebben in de ambtelijke begeleidingsgroep wel verkennende sessies op het gebied van water, natuur, klimaat en landbouw plaatsgevonden die eerste duiding geven van de reikwijdte en/of potentie van de opgaven. Dit zal het komende jaar verder worden uitgewerkt (zie ook hoofdstuk 5). Water In de Utrechtse Waarden is op dit moment sprake van een robuust watersysteem maar dat is voor de toekomst niet meer vanzelfsprekend. Er vinden steeds meer weersextremen plaats met plaatselijk een grotere kans op wateroverlast en droogteproblematiek. In combinatie met hogere grondwaterstanden om de veenoxidatie te beperken kan dit voor extreme situaties zorgen. Dit betekent dat het watersysteem in de nabije toekomst onvoldoende bestand is tegen ongewenste situaties zoals wateroverlast of watertekort en de veerkracht niet meer heeft zich te herstellen van deze ongewenste situaties. Vanwege het veranderende klimaat is het van belang om regionaal steeds meer zelfvoorzienend te worden wat betreft het watersysteem. Dit betekent dat er meer water moet worden vastgehouden in de 5% – 10% laagste delen. Dat kan in de meeste gevallen niet per polder of deelgebied maar vraagt om een bovenregionale aanpak. Waterlichamen en watersystemen overstijgen immers de grenzen van het deelgebied de Utrechtse Waarden.

De wateropgaven zijn te verdelen in opgaven voor de waterkwaliteit (KRW) en voor de waterkwantiteit (waterberging en water vasthouden). Waterkwaliteit van grond- en oppervlakte water De Kaderrichtlijn Water is erop gericht om de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater te waarborgen. In de Utrechtse Waarden bevinden zich vier waterlichamen in het gebied en vijf waterlichamen langs de rand. De doelen voor oppervlaktewater zijn erop gericht om te zorgen voor schoon en ecologisch gezond water en het voorkomen van achteruitgang van de kwaliteit van water. Om de ecologische en chemische waarde voor de KRW- en overige wateren te behalen moet de emissie van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen verder teruggedrongen worden. Ook inzet in de aanvoerende wateren (ook wel de overige wateren genoemd) is van belang voor het bereiken van de doelen in de KRW-wateren, hiervoor zijn doelen gesteld. De KRW waterlichamen in de Utrechtse Waarden voldoen in de toetsing van 2024 aan de doelen voor stikstof. Fosfor voldoet deels. Biologie scoort nergens goed. Voor de gewasbeschermingsmiddelen overschrijdt er 1 de norm, voor 12 gewasbeschermingsmiddelen is het niet duidelijk. De gemeten waarde ligt boven de norm, waardoor de stof als niet-toelaatbaar wordt geregistreerd. Ook in de overige wateren is het streefbeeld behorend bij een goede waterkwaliteit nog niet bereikt.

In de Utrechtse Waarden speelt ook de problematiek met betrekking tot exoten, ook hier zullen (preventieve) maatregelen voor moeten worden genomen.

Voor wat betreft grondwater is de kwaliteit op grondwaterlichaamniveau op orde, maar hierbij wordt getoetst aan een beperkt aantal stoffen. Om achteruitgang te voorkomen moeten emissies van risicovolle stoffen naar het water worden beperkt of voorkomen. Een goede oppervlaktewater- en grondwaterkwaliteit is ook van belang voor het drinkwater. De drinkwatervoorziening in de provincie Utrecht loopt tegen zijn grenzen aan. In de Utrechtse Waarden liggen diverse drinkwaterwinningen. Het is van belang dat mogelijkheden om bestaande winningen goed in te passen daarom zo goed mogelijk worden benut. Dit omvat bijvoorbeeld het extensiveren van het landgebruik binnen grondwaterbeschermingsgebieden naar meer harmoniërende functies. Daarnaast kunnen drinkwaterwinningen mogelijk bijdragen aan het voorkomen van wateroverlast en beter ingepast worden voor herstel van natte natuur. Daarnaast kunnen er kansen voor uitbreiding of voor nieuwe winningen in beeld komen. Waterkwantiteit Vernatting van veengebieden in de Utrechtse Waarden Voor de Veengebieden geldt dat er sprake is van een complexe problematiek.

Er is sprake van tegenstrijdige ‘opdrachten’, die op zichzelf al impactvol zijn: - In de Regionale Veenweide Strategie, de Kamerbrief Water en Bodem Sturend en het concept UPLG wordt gestuurd op het verhogen van grondwaterstanden naar 40 tot 20 cm onder maaiveld in veengebieden om broeikasgasemissies en bodemdaling tegen te gaan. Maar dit zorgt voor een grotere zoetwatervraag en voor minder waterberging. - En dat strookt niet met de andere Water en Bodem sturend opdracht: ivm klimaatverandering moeten we juist zuiniger omgaan met water (meer gebiedseigen water vasthouden, minder gebiedsvreemd water inlaten) én ruimte maken om piekbuien te kunnen opvangen. Het verhogen van de waterstanden levert dus extra wateropgaven op; de berging in het gebied neemt af en de watervraag neemt in de zomer maanden toe en mogelijk een (tijdelijk) negatief effect op de waterkwaliteit. Op dit moment is het mogelijk om met het gebied te bewegen naar een drooglegging van gemiddeld 40 cm. Wanneer het waterpeil wordt verhoogd tot deze drooglegging blijft de huidige functie landbouw haalbaar. In verschillende veenweidepolders is dit reeds praktijk Wel zal de wateroverlast en watervraag toenemen.

Voor de wateroverlast moet in de polderprocessen worden gezocht naar oplossingen, waarbij afspraken gemaakt worden over acceptatie en inpassing, met eventuele nadeelcompensatie of ANLb-beheerpakket waterberging. Wanneer de drooglegging kleiner wordt dan gemiddeld 40 cm, dan kan functieverandering van de landbouw noodzakelijk zijn. Dit vergt een nieuw instrumentarium, zoals herwaardering, afwaardering, waterbuffers, schadevergoeding etc. Het waterschap HDSR werkt aan een actualisatie van het lange termijnperspectief op basis van eigen analyses, KNMI-scenario’s en gezamenlijke verkenningen. Voor het toekomstige watersysteem is het in 2026 te verwachten advies van de deltacommissaris van groot belang. Daarin worden keuzes gemaakt die bepalend zijn of de Utrechtse Waarden nog gebruik kan maken van het hoofdwatersysteem of dat het gebied zelf de broek (waterberging) moet ophouden. Beide opties werken ruimtelijk anders uit. Voor onderdelen van het watersysteem (met name waterconservering) is het ook voor de toekomst noodzakelijk om bovenregionaal schaalniveau te werken (deltaregio Centraal Holland en in Groene Hartverband). De impact van waterpeilverhoging op de landbouw is al vele jaren onderwerp van onderzoek en experiment bij de pilot Klimaatslim boeren op veen en de Proefboerderij in Zegveld. Bodem

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

21

In het Klimaatakkoord is de ambitie opgenomen om in 2030 een extra vastlegging van 0,5 Mton CO2eq per jaar te realiseren in landbouwbodems. Dit kan gerealiseerd worden door een toename van het organische stofgehalte en een vermindering van lachgas in deze bodems. Hiervoor is een integrale aanpak (“duurzaam bodembeheer”) vereist, omdat zaken als organische stofgehalte, bodemleven en bodemverdichting onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Natuur: o.a. Natura 2000, weidevogels en groenblauwe dooradering Ook in de Utrechtse Waarden is sprake van achteruitgang van biodiversiteit en daarmee de noodzaak deze te versterken. De Utrechtse Waarden kent een tweetal Natura 2000-gebieden in de Uiterwaarden van de Lek. Beide hebben geen goede staat van instandhouding. De reeds uitgevoerde en geplande maatregelen, zoals beschreven in de Natuurdoelanalyse Uiterwaarden Lek, zijn nog niet voldoende om de gunstige staat van instandhouding te realiseren. Behalve voor Stroomdalgraslanden valt verslechtering van de overige habitattypen zoals slikkige rivieroevers, glanshaver-vossenstaarthooilanden en vochtige alluviale bossen niet uit te sluiten. Voor kamsalamander is met name de kwaliteit van het leefgebied niet op orde. Voortplantingspoelen vallen te snel droog en bevatten (invasieve exotische) vissen die eitjes en jongen opeten.

Ook bevatten de poelen teveel voedingsstoffen, waardoor de waterplanten die kamsalamander nodig heeft om eitjes op af te zetten niet voorkomen. Dit maakt het nemen van maatregelen zowel binnen als buiten de Natura 2000 noodzakelijk. De maatregelen binnen de N 2000 worden verwerkt in de beheerplannen en door de terrein-beherende organisatie Staatsbosbeheer uitgevoerd. Voor de maatregelen buiten de N 2000 wordt een nader plan opgesteld. Op dit moment is nog niet helder wat er nodig is in de overgangsgebieden om de goede staat van instandhouding te bevorderen. Daar vindt nog verdere data-analyse op plaats. De Utrechtse Waarden is door het open landschap een ideaal gebied voor weidevogels. De VHRopgaven vragen om een verdere uitbreiding van het weidevogelgebieden en het realiseren van weidevogelreservaten in het westelijke deel van de provincie. Kansen om deze opgave te realiseren liggen met name in het westen van de Utrechtse Waarden en kunnen worden opgepakt in samenhang met de Aanpak bodemdaling. Voor de opgave rond groenblauwe dooradering (GBDA) lijkt veel potentie in het gebied in combinatie met de kleine landschapselementen, agrarisch natuurbeheer en bijvoorbeeld agroforestry. Voor het polderproces in Oudewater Noord heeft een inventarisatie uitgewezen dat er sprake is van reeds 7,4% groenblauwe dooradering.

Op dit moment wordt door het agrarisch collectief een inventarisatie van de groenblauwe dooradering voor de hele Utrechtse Waarden uitgevoerd. Voor bos daarentegen worden minder mogelijkheden gezien in het open landschap van de Utrechtse Waarden; mogelijkheden voor bos kunnen worden onder meer gezocht in de uitbreiding van het IJsselbos. Landbouw De stikstofopgave en nog meer de methaanopgave hebben grote impact op de melkveehouderij in het gebied. Dat zorgt er - in combinatie met het afschaffen van de derogatie en de bufferstroken voor dat het perspectief en het verdienmodel van boeren een belangrijk onderwerp van gesprek is. De sociaaleconomische impact is groot en er wordt rekening gehouden dat het leidt tot meer boeren die hun bedrijf de komende jaren zullen beëindigen. De gronddruk, en daarmee de grondprijzen, is in de Utrechtse Waarden momenteel erg hoog. Daardoor komen er relatief weinig gronden, en daarmee schuifruimte, vrij voor het gebiedsproces.

3.4

Uitdagingen en kansen

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

22

Het realiseren van de UPLG-opgaven is niet eenvoudig. Er zijn dan ook tal van uitdagingen voor de komende periode en het gebiedsproces. Gelukkig komen met uitdagingen ook vaak kansen. Het benoemen van uitdagingen en kansen is een continu proces. Uitdagingen en kansen liggen er zowel op de inhoud, organisatie, condities (middelen, capaciteit, instrumentarium). Overigens hoeven uitdagingen en kansen niet door alle gebiedspartijen hetzelfde te worden gevoeld. Onderstaande lijst is slechts een greep uit uitdagingen en kansen waar het gebiedsproces de Utrechtse Waarden mee te maken heeft.

Uitdagingen: ▪ ▪

▪ ▪ ▪

▪ ▪

Er is nog geen goed beeld waar de Utrechtse Waarden op dit moment staat m.b.t. emissies. Daarmee is ook niet helder wat de (resterende) opgave is. De gevolgen van het afschaffen van de derogatie en het instellen van bufferstroken heeft grote impact op de bedrijfsvoering en inkomen van melkveehouders. De verwachting is dat dit leidt tot een groot aantal stoppers in de Utrechtse Waarden. Hoge grondprijzen en/of hoge maandelijkse hypotheeklasten zijn een obstakel voor veel boeren om een duurzaam toekomstperspectief te realiseren. Stoppende boeren houden hun grond veelal vast waardoor er weinig grondmobiliteit ontstaat. Functieverandering NNN vindt plaats op basis van vrijwilligheid. Met name in de agrarische sector is er weerstand tegen functieverandering van agrarische grond naar natuur. Instandhoudingsdoelstelling Natura 2000 Uiterwaarden Lek is in belangrijke mate afhankelijk van de rivierdynamiek van de Lek. Dit ligt buiten de invloedsfeer van het gebiedsproces de Utrechtse Waarden. De gewenste waterpeilverhoging om bodemdaling en veenoxidatie tegen te gaan (vanwege klimaat), botst met de huidige bedrijfsvoering van melkveehouders. Peilverhoging kan leiden tot een (tijdelijk) negatief effect op de waterkwaliteit, door grotere uitspoeling van nutriënten zoals fosfaat.

Kansen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

Inzet op de combinatie landbouw met natuur en het versterken van agrarische natuurbeheer heeft de potentie van een win-winsituatie. Inzet van grond van stoppende agrariërs voor extensivering, biodiversiteit en waterberging. Uitbreiding van de groenblauwe dooradering en kleine landschapselementen (KLE) versterkt de landschappelijke kwaliteit. Natuurontwikkeling in combinatie met recreatieve voorzieningen versterkt de recreatieve kracht van de Utrechtse Waarden; Hollandse IJsselgebied. Agrariërs die goed scoren op KPI’s presteren financieel vaak beter (onderzoek WUR en door de provincie Gelderland). Er zijn mogelijkheden voor win-winsamenwerking tussen agrariërs en natuurbeherende organisaties. Nabijheid van de stad biedt mogelijkheden voor korte keten initiatieven.

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

23

4. Hier werken we nu al aan In de bestuurlijke en ambtelijke begeleidingsgroep zijn aan de hand van de kaart van de Utrechtse Waarden alle projecten, pilots, innovaties en initiatieven in beeld gebracht die al bijdragen aan de opgaven op het gebied van natuur, water, klimaat en landbouw. Deze kaart is opgenomen in de bijlage. Hieronder lichten we een aantal onderwerpen uit. Pilot PAS-melders Wat Pilot PAS-melders

Wat doen we Onderzoek naar de haalbaarheid om met (stoppende) agrariërs in het gebied de (stikstof)puzzel te leggen die kan leiden tot legalisatie van zes PAS-melders in de gemeente Montfoort.

Door wie Gemeente Montfoort

Wanneer Oplevering voorjaar 2025

Wat doen we Factfinding: huidige situatie groenblauwe dooradering wordt voor de hele Utrechtse Waarden in beeld gebracht. Welk percentage kan nu al worden aangemerkt als groenblauwe dooradering? Waar liggen kansen (o.a. quick wins) en mogelijkheden om 10% in 2030 te realiseren?

Door wie Agrarisch collectief Lopikerwaard in afstemming met het agrarisch collectief Rijn, Gouwe en Wiericke

Wanneer Oplevering voorjaar 2025

Pilot Oudewater Noord groenblauwe dooradering en KRW: huidige situatie groenblauwe dooradering (7,4%) en KRW is in beeld, net als oplossingsrichtingen en obstakels. Volgende fase start om te komen tot een plan voor realisatie van GBDA in Oudewater Noord. Deze pilot is onderdeel van gebiedsproces Oudewater Noord.

HDSR i.s.m. gebiedsproces Oudewater Noord

2024- 2026

Door wie Agrarisch collectief Rijn, Gouwe en Wiericke is, HDSR Agrarisch collectief Lopikerwaard i.s.m. betrokken gebiedspartijen

Wanneer

Factfinding groenblauwe dooradering Wat Groenblauwe dooradering

Tegengaan bodemdaling Wat Vernatting Westeinder van Waarder

Wat doen we Peilverhoging/vastleggen praktijkpeil in peilgebied.

Aanleg water infiltratiesysteem (WIS) in Polsbroek Zuid en Keulevaart

Eerste fase van voorbereiding in gang zetten. Hiervoor wordt een subsidieaanvraag gedaan voor tegengaan bodemdaling.

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

Najaar 2024 subsidieaanvraag, aansluitend start voorbereidingsfase.

24

Introductie Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw Wat Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw (UMDL)

Wat doen we Elf boeren in de Utrechtse Waarden nemen deel aan de eerste fase van de introductie van de UMDL.

Door wie Agrarisch collectief Lopikerwaard

Wanneer 2024-2026

Versterken biodiversiteit (N 2000, uitvoering Akkoord van Utrecht, agrarisch natuurbeheer etc.) Wat

Wat doen we

Door wie

Wanneer

N 2000

Uitvoering geven aan maatregelen zoals beschreven in de natuurdoelanalyse als ook in de reactie van de ecologische autoriteit. Functieverandering Functieverandering t.b.v. NNN vindt plaats op vrijwillige basis. Doorlopend aandacht voor kansen en mogelijkheden van beschikbaarheid van gronden.

Staatsbosbeheer (binnen N 2000), provincie (buiten N 2000)

Doorlopend

Provincie, Staatsbosbeheer en grondeigenaren

Doorlopend

Staatsbosbeheer

Doorlopend

HDSR ism agrarisch collectief Lopikerwaard Agrarisch collectief Lopikerwaard

doorlopend

Binnen NNN

Gebieden met prioriteit: Hollandsche IJssel (Groen Groeit Mee) Uiterwaarden Lek Landgoed Linschoten Inrichting en beheer Bestaande natuurgronden worden ingericht en beheerd gericht op kwaliteitsverhoging biodiversiteit.

Levendige boerensloten Agrarisch natuurbeheer

Gebieden met prioriteit: Broek en Blokland (79 ha), Ruige Weide (38 ha), Waardse Dijk (10 +3 ha) Willeskop (17 ha) Ecologische beheer van sloten en natuurvriendelijke oevers. Uitvoering agrarisch natuurbeheer (bestaande situatie) 180 agrariërs Weidevogelbeheer 2540 ha Slootbeheer 392 km Landschap 8221 st bomen + 4 ha bosjes

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

doorlopend

25

5. Hier zetten we de komende tijd op in Het gebiedsproces zet in op verschillende niveaus: het gehele gebied de Utrechtse Waarden, specifieke gebieden binnen de Utrechtse Waarden (Uiterwaarden, Hollandse IJssel), gemeenteniveau en polderniveau. Sommige maatregelen zijn generiek van aard en andere vragen een meer specifieke uitwerking in gebieden of polders. Het is van belang de verschillende niveaus goed met elkaar te verbinden. Alleen op deze manier kunnen top-down opgaven en de bottom-up kennis en ervaring goed bij elkaar komen. Wat

Waarom

Door wie

Resultaat

Breed in gesprek met agrariërs, terreinbeherende organisaties en overige terreineigenaren.

Veel belanghebbenden in de Utrechtse Waarden willen weten voor welke opgaven ze aan de lat staan. Wat wordt er van hen verwacht en wanneer is het goed genoeg? Ook is het belangrijk een luisterend oor te hebben voor hun zorgen en behoeften. Dit eerste gesprek is voor velen een belangrijke voorwaarde voor verdere samenwerking met betrekking tot de opgaven.

programmateam

Zomer 2025: met zoveel mogelijk belanghebbenden is het gesprek gevoerd over de opgaven op het gebied van natuur, water, klimaat en landbouw en de mogelijkheden en onmogelijkheden die worden ervaren.

Met de toekenning van de maatregelpakketten komen middelen beschikbaar voor o.a. het realiseren van levendige boerensloten, natuurvriendelijke oevers, polderprocessen, en maatregelen binnen en buiten N 2000 gebieden.

Kernteam (trekker) i.s.m. ABG en BBG

Opstellen uitvoeringsplan maatregelpakketten.

Voor de hele Utrechtse Waarden is in beeld waar behoeften, kansen en mogelijkheden liggen polderprocessen. Voorjaar 2025: voor de Utrechtse Waarden is een uitvoeringsplan opgesteld hoe we zo snel mogelijk aan de slag kunnen met de beschikbare middelen.

Het uitvoeringsplan maakt het mogelijk om zo snel mogelijk concreet aan de slag te gaan Gebiedsspecifieke grondstrategie.

Grond is een cruciale factor om beweging te creëren in gebiedsprocessen. Om beweging te krijgen is het van belang om met de gebiedspartijen een strategisch grondbeleid op te stellen waarbij voldoende ruil- en schuifgronden beschikbaar komen.

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

Kernteam (trekker) i.s.m. ABG en BBG

Voorjaar 2025: grondstrategieplan voor de Utrechtse Waarden een bepaling van de taakstelling (oppervlakte) voor grondaankopen. De taakstelling is de afgesproken inzet om de doelen in het gebiedsplan te kunnen behalen.

26

Ruimtelijke vertaling Water en bodem sturend.

Deze vertaling geeft meer inzicht in de mogelijkheden en onmogelijkheden aan van toekomstige ontwikkelingen in de Utrechtse Waarden.

Kernteam (trekker) i.s.m. ABG en BBG

Zomer 2025: kaart met eerste ruimtelijk ontwerp.

Versnellen erftransities.

Versterken van het ROinstrumentarium om meer helderheid en kaders mee te geven bij erftransities en meer snelheid bij de afwikkeling van aanvragen. Experimenten en pilots kunnen ondersteunend zijn om tot nieuwe oplossingsrichtingen te komen voor de invulling van de opgaven.

Kernteam (trekker) i.s.m. ABG en BBG

Zomer 2025: gebiedsbrede aanpak erftransities.

Programmateam i.s.m. ABG en BBG

Doorlopend

Ruimte voor experimenten en pilots.

6. Overige relevante ontwikkelingen Risico’s van ondermijning en drugscriminaliteit De komende jaren zal door stoppende agrariërs veel agrarische bebouwing vrijkomen. De Utrechtse Waarden ligt dicht bij stedelijk gebied en wordt ontsloten via diverse snelwegen. Dit maakt het gebied interessant voor o.a. drugcriminelen. Er zijn al meerdere signalen dat agrariërs door onbekenden worden benaderd voor verhuur van ruimten. Agrariërs die financieel kwetsbaar zijn lopen groter risico om (onbewust) betrokken te raken bij en verstrikt in illegale activiteiten. Dit kan verstrekkende gevolgen hebben. Het Platform Veilig Ondernemen Midden Nederland zet actief in op bewustwording, preventie en ondersteuning. Energie Door de provincie zijn kansrijke zoekgebieden aangewezen voor windenergie. Gemeenten moeten hier de komende tijd besluiten over nemen. In de Utrechtse Waarden zijn meerdere kansrijke gebieden aangewezen. In een aantal situaties lijkt dit te conflicteren met de aanwezigheid van weidevogelkerngebieden. Maar er liggen tegelijkertijd ook meekoppelkansen voor duurzame energie, onder andere via de inzet op multifunctioneel ruimtegebruik. Bijvoorbeeld de functiecombinatie met het verhogen van de grondwaterstanden en waterberging in de veenweidengebieden.

(Transparante) zonnevelden zijn te combineren met fruitteelt en andere landbouwgewassen en met het houden van bijvoorbeeld schapen en kippen (agri-pv). Duurzame energiebronnen op een deel van een agrarisch bedrijf kunnen bijdragen aan een duurzaam verdienmodel voor het gehele bedrijf. Denkbaar is dat dit ook op ‘buurtschapsniveau’ gebeurt waarbij de opbrengst van een zonneveld rechtstreeks ten goede komt van enkele agrarische bedrijven. Door netwerkcongestie kan duurzame energieopwekking nu nog niet altijd worden benut als verdienmodel. Wanneer zonnevelden of windturbines in lokaal eigendom ontwikkeld worden, kan de omgeving meebeslissen over het plan (bijvoorbeeld landschap, natuurwaarden) en wat er gebeurt met de opbrengsten. Zo worden er vaak gebiedsfondsen opgericht waarmee investeringen in de kwaliteit van de leefomgeving worden gedaan. Ook zijn er in het gebied initiatieven waarbij meekoppelkansen kunnen worden benut tussen bedrijventerrein de Copen en het realiseren van een biogasinstallatie.

3e concept Gebiedsagenda Utrechtse Waarden d.d. 30 september 2024

27

Wonen en Werken Vanwege de grote opgave voor wonen en werken zijn (naast inbreidingslocaties en transformatielocaties in het bestaande stedelijk gebied) uitbreidingslocaties voor wonen en werken in het landelijk gebied nodig. Dit leidt plaatselijk tot transformatie van landelijk naar stedelijk gebied. De lijst van uitbreidingslocaties in het Provinciaal programma wonen en werken (PPWW) wordt ongeveer eens in de anderhalf jaar aangepast. Naast de programmering via het PPWW is het op basis van de Omgevingsverordening ook mogelijk een eenmalige uitbreiding te realiseren tot maximaal 50 woningen voor de lokale vitaliteit. In het PPWW23 zijn in dit gebied uitbreidingslocaties opgenomen voor woningbouwlocaties in IJsselstein (Planetenbaan), Lopik (Cabauw, Lopik, Lopikerkapel), Oudewater (Kerkwetering) en Montfoort (De Bleek, Lindeboomseweg, LinschotenZuid) en voor bedrijventerreinen in IJsselstein (De Kroon), Montfoort (Heeswijk – Oost) Lopik (De Copen) en Oudewater (Tappersheul). Afgezien van de kwantitatieve opgave in woningbouwaantallen wordt ook gestreefd naar een goede stedelijke kwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/631/documents/19136