A06. RIB Reële tarieven onderzoek Utrecht-west 2024 (150347).pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
Van college van burgemeester en wethouders Vergadering van Kenmerk Z/24/071498 / D/24/150347 Portefeuillehouder Bernadette Schomaker Portefeuille Jeugd, jeugdzorg jongerenwerk kinderopvang en peuterspeelzalen passend onderwijs Opsteller Vandezande, David Onderwerp Reële tarieven onderzoek Utrecht-west 2024
Kennisnemen van Neem kennis van de uitkomsten van het reële tarievenonderzoek Utrecht-west.
Inleiding Aanleiding De afgelopen maanden is er een tarievenonderzoek uitgevoerd voor wat betreft de regionale overeenkomsten voor Wmo en Jeugdhulp. Doel van het onderzoek is te komen tot een het bepalen van reële tarieven voor Wmo en Jeugd en deze wijzigingen per 1 januari 2025 op te nemen in de huidige overeenkomsten met aanbieders. Middels deze raadsinformatiebrief wordt u als raad geïnformeerd over de inhoud van dit onderzoek en de financiële consequenties hiervan. Inleiding Aanleiding voor het uitvoeren van het tarievenonderzoek is de Algemene Maatregel van Bestuur reële (verder te noemen: AMvB) die sinds 1 juli 2017 voor de Wmo van kracht is. De AMvB verplicht gemeenten reële tarieven te vast te stellen voor de aanbieders. Sinds 1 juli 2022 is daarnaast de Wet maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015 in werking getreden. De AMvB bepaalt niet hoe hoog de tarieven moeten zijn, maar stelt wel de eis dat tarieven reëel moeten zijn. Het begrip ‘reëel’ weerspiegelt de (goede) verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van diezelfde voorziening in de betreffende gemeente of regio. Gemeenten hebben, mits goed onderbouwd, ruimte om bepaalde kostprijs-elementen normatief vast te stellen.
De product omschrijvingen die de gemeente opstelt moeten voor een bijbehorende tarief door een gemiddeld efficiënt georganiseerde aanbieder kunnen worden geleverd. Dat betekent niet dat het tarief voor elke aanbieder kostendekkend hoeft te zijn. De regionale overeenkomsten, afgesloten door het inkoopbureau Utrecht-West, voor Wmo en Jeugdhulp zijn ingegaan op 1 januari 2022. De tarieven zijn bij per die ingangsdatum van de overeenkomst vastgesteld aan de hand van de uitkomsten van een tariefonderzoek en een second opinion. In de contracten is opgenomen dat de gemeenten in de regio Utrecht-West de tarieven jaarlijks dient te indexeren. In de periode van 2022 tot en met 2024 zijn door werkgeversen werknemersvakbonden nieuwe CAO-afspraken gemaakt die uiteindelijk leiden tot CAO wijzigingen die effect hebben op de kostenstructuur van aanbieders. Aanbieders zijn verplicht om te werken volgens de arbeidsvoorwaarden die
vastgelegd zijn in een CAO. We constateren dat de CAO-wijzigingen hebben geleid tot een hoger kostenniveau voor de aanbieders in verhouding tot de door de gemeenten berekende tarieven. Ook de indexering van de huidige tarieven hebben nog steeds het effect dat er een verschil bestaat tussen de door de aanbieders te volgen CAO-afspraken en de berekende geïndexeerde tarieven van gemeenten. Hierdoor is een verschil ontstaan tussen de hoogte van de indexering middels de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA), de effecten daarvan op de tarieven en het kostenniveau van de aanbieders. Aanbieders hebben aangegeven dat het huidige tarief te laag is en beroepen zich op nieuw te berekenen tarieven conform de AMvB. Inmiddels voeren de regiogemeenten gesprekken met de aanbieders over zorgvernieuwing en het beter op elkaar afstemmen van vraag en aanbod. We worden daarbij ondersteund door het bureau EHDK.
Kernboodschap De regionale overeenkomsten met Wmo- en Jeugdhulpaanbieders worden per 1 januari 2025 voor de duur van één jaar verlengd (de eerste initiële periode van de huidige overeenkomst loopt tot en met 31 december 2024). De regio UtrechtWest heeft opdracht gegeven om voorafgaand aan het verlengen van de overeenkomsten per 1 januari 2025 een tarievenonderzoek uit te voeren. Bureau HHM (verder te noemen: HHM) voert dit onderzoek uit. In dit onderzoek is rekening gehouden met de diensten en producten en de bijbehorende productomschrijvingen en de uitkomsten van eerdere tariefonderzoeken. Verder heeft HMM gebruik gemaakt van eerder door HMM uitgevoerde kostprijsonderzoeken in andere regio’s en diverse (landelijke) benchmarkrapporten. Het uiteindelijke tarief komt tot stand in een transparant proces in afstemming met de aanbieders, zodat het tarief voor aanbieders herleidbaar en herkenbaar is. Daarom is consultatie en dialoog met aanbieders onderdeel van het proces om tot reële tarieven te komen, omdat hiermee inzicht in de regionale uitvoeringspraktijk wordt verkregen. Dit leidt tot zorgvuldig tot stand gekomen en transparante tarieven. Het tarievenonderzoek bevindt zich in de afrondende fase en uit de (voorlopige) uitkomsten kan worden opgemaakt dat de gemeenten in Utrecht-West een structurele kostenstijging voor 2025 kan verwachten.
Financiën Het tarievenonderzoek bevindt zich in de afrondende fase en uit de (voorlopige) uitkomsten kan worden opgemaakt dat de gemeenten in Utrecht-West een structurele kostenstijging voor 2025 kan verwachten. In de onderstaande tabel treft u de (voorlopige) procentuele kostenstijging per gemeente, die voortkomt uit het reële tarievenonderzoek aan: De Ronde Venen
Montfoort
Oudewater
Woerden
% stijging ten opzichte van 2023 waarvan indexatie
23,0%
21,5%
21,9%
23,3%
9,3%
9,3%
9,3%
9,3%
% stijging door reëel tarief ten opzichte van 2023
13,7%
12,2%
12,6%
14,0%
De benodigde extra procentuele verhoging voor jeugd en Wmo zoals uit het HHM-onderzoek komt bedraagt voor de gemeente Oudewater bedraagt gemiddeld 12,6%. De reguliere indexatie bedraagt 9,3%. De doorrekening van de voorgestelde reële tarieven heeft een impact op zowel de producten Individuele Begeleiding, Begeleiding Groep en Kortdurend Verblijf bij de Wmo als op de gehele in Utrecht-West gecontracteerde producten voor jeugdhulp. In de doorrekening is alleen rekening gehouden met een prijsontwikkeling, niet met een ontwikkeling van het aantal beschikkingen. Met een stijging of daling van het aantal beschikkingen kunnen de totale kosten mogelijk nog veranderen. Alle doorrekeningen zijn gedaan op basis van definitieve informatie uit 2023. De reële tarieven gaan ook gelden voor de lokale maatwerkcontracten die de gemeente zelf met aanbieders heeft afgesloten. Voor Hulp in het Huishouden (Wmo) wordt er separaat een reële tarievenonderzoek uitgevoerd door bureau HHM. Ook hier worden kostenstijgingen verwacht, waarbij
in elk geval rekening moet worden houden met CAO-stijgingen van afgelopen periode.
Vervolg In juli 2024 zullen aan de aanbieders de parameters met de daaraan gekoppelde adviestarieven voorgelegd worden. De adviestarieven worden in september 2024 ter accordering aan de colleges voorgelegd, zodat deze uiterlijk op 1 oktober 2024 gepubliceerd kunnen worden, alvorens ze van kracht zijn op 1 januari 2025. Na accordering door de colleges zal aan de Raad in oktober 2024 nader worden gerapporteerd.
Bijlagen -