CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A06.2 Bijlage 1 Onderbouwing lijst meest kansrijke gebieden windenergie PU.pdf

Gemeenteraad 8 februari 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken25.799 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

30

Onderzoeksgebied 68 (Gemeente Bunnik en Houten) Deze onderzoeksopstelling scoort relatief negatief op de beoordelingscriteria van het milieuthema leefomgeving. Het aantal gevoelige objecten binnen 500, 750 en 1.000 meter is respectievelijk 48, 218 een 1.164. Een ander belangrijk aandachtspunt is dat het onderzoeksgebied in de rode zone van het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies ligt, waar de ontwikkeling van hernieuwbare energie een significant negatief effect kan hebben op de kernkwaliteiten van het gebied. Daarnaast ligt het onderzoeksgebied in de Limes wat is aangewezen als een archeologisch waardevolle zone en kent dit gebied een hoge trefkans op archeologische resten. Verder ligt het onderzoeksgebied binnen 750 meter van recreatiegebieden Bos Nieuw-Wulven en Amelisweerd/Rhijnauwen/Vechten. Voor de thema’s ecologie, landschap en water worden geen grote negatieve milieueffecten verwacht. In dit gebied ligt potentieel de mogelijkheid om ruim 130 GWh windenergie per jaar op te wekken. Onderzoeksgebied 69 (Gemeente Houten) Deze onderzoeksopstelling heeft relatief weinig negatieve effecten op de leefomgeving en respectievelijk 12, 21 en 94 gevoelige objecten binnen 500, 750 en 1.000 meter. Voor het milieuthema ecologie ligt het aandachtspunt bij de soortenbescherming van broedvogels.

Naar verwachting zijn er in dit onderzoeksgebied broedvogelsoorten aanwezig die gevoelig zijn voor aanvaringen, habitatverlies en verstoring. Voor de thema’s cultuurhistorie & archeologie, water en recreatie worden geen grote negatieve milieueffecten verwacht. Onderzoeksgebied 75 (Gemeente Eemnes) Deze onderzoeksopstelling heeft relatief weinig negatieve effecten op de leefomgeving en respectievelijk 4, 139 en 775 gevoelige objecten binnen 500, 750 en 1.000 meter. Voor het milieuthema ecologie ligt het aandachtspunt bij de soortenbescherming van vleermuizen. Naar verwachting zijn er in dit onderzoeksgebied vleermuissoorten aanwezig die gevoelig zijn voor aanvaringen, habitatverlies en verstoring. Voor de thema’s landschap, cultuurhistorie & archeologie, water en recreatie worden geen grote negatieve milieueffecten verwacht. Deze onderzoeksopstelling sluit goed aan bij de A27 en scoort daardoor positief op de aansluiting bij landschappelijke structuren. Onderzoeksgebied 78 (Gemeente Wijk bij Duurstede) Deze onderzoeksopstelling heeft beperkt negatieve effecten op de leefomgeving en respectievelijk 15, 71 en 108 gevoelige objecten binnen 500, 750 en 1.000 meter. Ook scoort het gebied negatief op omgevingslawaai, waarbij plaatsing van windturbines leidt tot een relatief grote toename van het cumulatieve geluidsniveau.

Voor het milieuthema ecologie moet er bij de bouw van windturbines rekening gehouden worden met stikstofdepositie. Het onderzoeksgebied ligt binnen 5 kilometer van Natura 2000-gebied en er is dan mogelijk ook stikstofdepositie te verwachten in de bouwfase op één of meer stikstofgevoelige habitats, waaronder Kolland & Overlangbroek en Rijntakken. Verder sluit deze onderzoeksopstelling goed aan bij het Amsterdam Rijnkanaal en scoort daardoor positief op de aansluiting bij landschappelijke structuren. Voor de thema’s cultuurhistorie & archeologie, water en recreatie worden geen grote milieueffecten verwacht. In dit gebied ligt potentieel de mogelijkheid om ruim 115 GWh windenergie per jaar op te wekken. Onderzoeksgebied 84 (Gemeente Leusden, Amersfoort en Soest) Deze onderzoeksopstelling heeft beperkt negatieve effecten op het milieuthema leefomgeving. Er bevinden zich slechts weinig gevoelige objecten binnen een straal van 500, 750 en 1.000 meter, respectievelijk 60, 376 en 801. Aandachtspunten voor het milieuthema ecologie zijn vleermuizen en het militair oefenterrein met natuurwaarden. Er komen in dit onderzoeksgebied naar verwachting relatief veel vleermuissoorten voor die gevoelig zijn voor aanvaringen, habitatverlies en verstoring. Daarnaast overlapt het onderzoeksgebied deels met militair oefenterrein met natuurwaarden.

Ook voor het milieuthema cultuurhistorie & archeologie zijn er diverse aandachtspunten. De onderzoeksopstelling bevindt zich volledig in militair erfgoed en bevindt zich binnen 1.000 meter van verschillende cultuurhistorische objecten, zoals een Tankoprit- en afrit uit de Koude Oorlog en het oude Geniekamp. Daarnaast ligt het onderzoeksgebied in de Utrechtse Heuvelrug wat is aangewezen als archeologisch waardevolle zone en is er een hoge trefkans op archeologische resten. Verder ligt het onderzoeksgebied binnen 750 meter van recreatiegebied Bossen Austerlitz/Bornia/Heidestein. Voor de milieuthema’s landschap en water worden geen grote negatieve milieueffecten verwacht. In dit gebied ligt potentieel de mogelijkheid om ruim 120 GWh windenergie per jaar op te wekken. Er zijn voor deze onderzoeksopstelling optimalisaties mogelijk voor het milieuthema leefomgeving, waardoor het aantal gevoelige objecten binnen 500, 750 en 1.000 meter afneemt en de ligging ten opzichte van recreatiegebieden verbetert.

31

Onderzoeksgebied 93 (Gemeente Leusden en Woudenberg) Deze onderzoeksopstelling heeft weinig negatieve effecten op de leefomgeving en respectievelijk 23, 37 en 51 gevoelige objecten binnen 500, 750 en 1.000 meter. Wel scoort het gebied negatief op omgevingslawaai, waarbij plaatsing van windturbines leidt tot een relatief grote toename van het cumulatieve geluidsniveau. Voor het milieuthema ecologie ligt het aandachtspunt bij de soortenbescherming van vleermuizen. Naar verwachting zijn er in dit onderzoeksgebied veel vleermuissoorten aanwezig die gevoelig zijn voor aanvaringen, habitatverlies en verstoring. Verder ligt dit onderzoeksgebied in de Gelderse Vallei met sublandschapstypes Mozaïek en Stroken, waar windturbines negatieve effecten hebben op de karakteristieken en waarden van het landschap. Daarnaast sluit de onderzoeksopstelling niet logischerwijs aan bij de aanwezige landschappelijke structuren. Een laatste aandachtspunt is dat het onderzoeksgebied deels in de Grebbelinie ligt met verschillende cultuurhistorische objecten, zoals een mitrailleurkazemat en Schaapskooi Groot en Midden Moorst, binnen 1.000 meter. Voor de milieuthema’s water en recreatie worden geen grote negatieve milieueffecten verwacht.

Onderzoeksgebied 96 (Gemeente Utrechtse Heuvelrug, Renswoude en Veenendaal) Deze onderzoeksopstelling heeft relatief weinig negatieve effecten bij het milieuthema leefomgeving en respectievelijk 19, 44 en 298 gevoelige objecten binnen 500, 750 en 1.000 meter. Voor het milieuthema ecologie moet er bij de bouw van windturbines rekening gehouden worden met stikstofdepositie en de soortenbescherming van vleermuizen. Het onderzoeksgebied ligt binnen 5 kilometer van Natura 2000-gebied en er is dan mogelijk ook stikstofdepositie te verwachten in de bouwfase op één of meer stikstofgevoelige habitats, waaronder Binnenveld. Daarnaast zijn er naar verwachting in dit onderzoeksgebied veel vleermuissoorten aanwezig die gevoelig zijn voor aanvaringen, habitatverlies en verstoring. Verder ligt dit onderzoeksgebied in de Gelderse Vallei, met sublandschapstypes Mozaïek en Stroken. Afhankelijk van de onderzoeksopstelling kunnen windturbines negatieve effecten hebben op de karakteristieken en waarden van het Mozaïek landschap. Een laatste aandachtspunt is dat het onderzoeksgebied in Militair erfgoed de Grebbelinie ligt met verschillende cultuurhistorische objecten op de grens van 1.000 meter, zoals een kanon- en mitrailleurkazemat. Voor de thema’s water en recreatie worden geen grote milieueffecten verwacht.

32

6. Landelijke ontwerpnormen windturbines leefomgeving In aanvulling op het planMER is een uitvoerbaarheidsanalyse uitgevoerd om de effecten van de ontwerpafstandsnorm van het Rijk op de onderzoeksgebieden in beeld te brengen. Op Rijksniveau wordt momenteel gewerkt aan het opstellen van landelijke (ontwerp)normen windturbines leefomgeving omdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2021 heeft geoordeeld dat de normen voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer buiten toepassing moeten worden gelaten. Hier is meer te vinden over de achtergrond en ontwikkeling van deze nieuwe normen. De ontwerpnormen kunnen uiteraard nog wijzigen, maar er is een goede kans dat op een gegeven moment aan deze afstandsnorm (of een vergelijkbare norm) voldaan moet worden. Naast een afstandsnorm zijn in de ontwerpnormen voor windturbines ook normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid opgenomen. Deze ontwerp-afstandsnorm is 2 keer de tiphoogte van een windturbine. In de bijlage van het planMER is een uitgebreide rapportage te vinden van de analyse van het effect van het toepassen van de ontwerp-afstandsnorm voor een tiphoogte van 241 meter (de afmetingen van het referentiewindturbinetype uit het planMER) en 200 meter (een lagere turbine die naar verwachting tegen 2030 nog beschikbaar is op de markt).

Omdat de afstandsnorm in de praktijk het meest beperkend is voor de mogelijkheden om windenergie in te passen, is alleen naar dit onderdeel van de ontwerpnormen gekeken. De uitvoerbaarheidsanalyse is hier te vinden in het planMER.

6.1 Analyse In onderstaande tabel is weergegeven welk percentage van de potentie voor de opwek van duurzame energie (de opwekpotentie) verloren gaat bij het toepassen van de afstandsnorm bij 241 meter en 200 meter tiphoogte. Hierbij is meegenomen dat bij een verlaging van de tiphoogte ook de opbrengst lager zal zijn. In sommige gevallen kan dit gecompenseerd worden door meer turbines te plaatsen. Voorkeursgebieden gemeenten Opwekpotentie (GWh / jaar, netto) Onderzoeksgebied

Afname opwekpotentie

Oorspronkelijke opstelling 23 72,8

Na 2x 241m tip norm 72,8

Na 2x 200m tip norm 76,3

Na 2x 241m tip norm 0%

Na 2x 200m tip norm -5%

24 264,8

240,8

226,5

9%

14%

57 72,2

72,2

56,5

0%

22%

59 96,0

72,0

75,1

25%

22%

81 85,3

85,3

77,1

0%

10%

89 43,2

43,2

32,3

0%

25%

99 67,7

22,6

34,2

67%

49%

Voor zoekgebied 99 geldt dat zo weinig ruimte over zou blijven dat er maar 1 windturbine met een tiphoogte van 241 meter of 2 windturbines met een tiphoogte van 200 meter op een realistische manier ingepast zouden kunnen worden. Voor de overige gebieden geldt dat nog minimaal ruimte voor 3 windturbines overblijft na toepassing van de ontwerp-afstandsnorm. Gebieden vanuit MCA Opwekpotentie (GWh / jaar, netto) Onderzoeksgebied

Afname opwekpotentie

1

Oorspronkelijke opstelling 73,0

Na 2x 241m tip norm 73,0

Na 2x 200m tip norm 57,7

Na 2x 241m tip norm 0%

Na 2x 200m tip norm 21%

7

170,7

170,7

153,8

0%

10%

8

97,3

97,3

76,5

0%

21%

9

170,6

170,6

134,3

0%

21%

10

170,5

170,5

153,3

0%

10%

18

97,1

72,9

76,5

25%

21%

33

20

72,4

48,3

56,8

33%

22%

28

73,0

73,0

57,4

0%

21%

29

72,9

24,3

38,2

67%

48%

32

48,0

0,0

0,0

100%

100%

35

96,8

24,2

57,1

75%

41%

38

72,8

72,8

57,3

0%

21%

39

72,5

24,2

56,9

67%

22%

40

194,1

169,8

152,0

13%

22%

42

456,5

408,5

376,3

11%

18%

43

193,0

144,7

170,6

25%

12%

47

72,1

48,0

56,2

33%

22%

48

72,3

72,3

75,4

0%

-4%

49

46,5

46,5

35,5

0%

24%

53

23,5

23,5

18,1

0%

23%

55

71,8

23,9

37,2

67%

48%

60

68,2

45,5

51,8

33%

24%

67

42,9

21,4

31,8

50%

26%

68

134,5

67,2

102,1

50%

24%

69

95,2

71,4

55,7

25%

41%

75

65,9

22,0

49,1

67%

26%

78

118

94

91

20%

23%

84

127,8

127,8

108,0

0%

15%

93

65,1

43,4

48,9

33%

25%

96

109,0

43,6

48,7

60%

55%

Onderzoeksgebied 32 komt niet in de lijst meest kansrijke gebieden: Voor onderzoeksgebied 32 geldt dat bij toepassing van de ontwerp-afstandsnorm geen ruimte meer overblijft voor het plaatsten van windturbines met minimaal 200 meter tiphoogte. Aangezien niet verwacht wordt dat de ontwerp-afstandsnorm dusdanig wijzigt, wordt dit onderzoeksgebied op basis van deze uitvoerbaarheidsanalyse niet als meest kansrijk gezien. Aandachtspunten voor onderzoeksgebieden 29, 55 en 67: Voor de onderzoeksgebieden 29, 55 en 67 geldt dat niet genoeg ruimte overblijft voor het plaatsen van minimaal 3 turbines. Dit maakt deze gebieden kwetsbaar en vormt een belangrijk aandachtspunt als gekozen wordt om voor deze onderzoeksgebieden een ruimtelijke procedure te starten.

34

7. Aansluitbaarheid Stedin – de netbeheerder in de provincie Utrecht – heeft voor de voorkeursgebieden van gemeenten en de gebieden die als meest kansrijk naar voren komen uit de Multi Criteria Analyse gekeken naar capaciteit op de stations (bestaand en gepland voor 2030). Hoofdconclusie uit de analyse van Stedin is dat windenergie in al deze gebieden aansluitbaar is. Op sommige stations zal er wel rekening gehouden moeten worden met andere opwekprojecten en met de planning, maar in de basis is er capaciteit om windenergieprojecten te kunnen aansluiten. Het aansluiten van windenergie heeft voor Stedin ook de voorkeur boven zonne-energie (zie hiervoor de kernboodschap in bijlage 2).

7.1 Analyse Hieronder zijn in de tabellen de aandachtspunten per onderzoeksgebied weergegeven. Voorkeursgebieden gemeenten Nr. Gemeente

Aandachtspunten voor haalbaarheid i.r.t. netaansluiting

23

Lopik

24 57

Woerden, Montfoort Vijfheerenlanden

59

Vijfheerenlanden

81

Soest, Amersfoort

Mogelijk i.c.m. onderzoeksgebied 42 wel, maar anders hoogstwaarschijnlijk te klein voor de afstand tot het netstation geen Mogelijk i.c.m. onderzoeksgebied 59 wel, maar anders hoogstwaarschijnlijk te klein voor de afstand tot het netstation Mogelijk i.c.m. onderzoeksgebied 57 wel, maar anders hoogstwaarschijnlijk te klein voor de afstand tot het netstation geen

89

Amersfoort

Ver van groter station, maar wel mogelijk bij 2 keer 5 MW

99

Rhenen

Er komt nieuw 21 kV station in Veenendaal waar het op zou kunnen (max. 20 MW)

Kansrijke gebieden op basis van MCA en uitvoerbaarheidsanalyse Nr. Gemeente Aandachtspunten voor haalbaarheid i.r.t. netaansluiting 1

Oudewater

geen

7

Oudewater

geen

8

Montfoort, Oudewater

9

Woerden

Groot aantal turbines moeilijker aan te sluiten, mogelijk naar 21 kV Linschoten (3-4 turbines) Grote afstand tot netstation, dus alleen mogelijk bij groot aantal turbines

10

Lopik

Grote afstand tot netstation, dus alleen mogelijk bij groot aantal turbines

18

Montfoort, Oudewater

20

Woerden

Groot aantal turbines moeilijker aan te sluiten, mogelijk naar 21 kV Linschoten (3-4 turbines) geen

28

Vijfheerenlanden

geen

29

Vijfheerenlanden

geen

35

Stichtse Vecht

geen

38

De Ronde Venen

geen

39

Stichtse Vecht

geen

40

Vijfheerenlanden

Grote afstand tot netstation, dus alleen mogelijk bij groot aantal turbines

42

Lopik, IJsselstein

geen

43

Stichtse Vecht

geen

47

Vijfheerenlanden

48

Vijfheerenlanden

49

Utrecht

Mogelijk i.c.m. andere zoekgebieden wel, maar anders hoogstwaarschijnlijk te klein voor de afstand tot het netstation Ligt ver van netstation af, mogelijk wel in combinatie met andere onderzoeksgebieden of groot aantal turbines geen

35

53

Nieuwegein

55

Vijfheerenlanden

60

Houten

67

De Bilt

68

Bunnik

69

Houten

75

Eemnes

78

Wijk bij Duurstede

84

Leusden, Amersfoort, Soest Leusden en Woudenberg

93 96

Utrechtse Heuvelrug, Renswoude en Veenendaal

Gezien groot aantal ontwikkelingen in gebied is capaciteit voor teruglevering een aandachtspunt, cablepooling kan mogelijk helpen Mogelijk i.c.m. andere zoekgebieden wel, maar anders hoogstwaarschijnlijk te klein voor de afstand tot het netstation Gezien groot aantal ontwikkelingen in gebied is capaciteit voor teruglevering een aandachtspunt, cablepooling kan mogelijk helpen geen Gezien groot aantal ontwikkelingen in gebied is capaciteit voor teruglevering een aandachtspunt, cablepooling kan mogelijk helpen Gezien groot aantal ontwikkelingen in gebied is capaciteit voor teruglevering een aandachtspunt, cablepooling kan mogelijk helpen geen Gezien groot aantal ontwikkelingen in gebied is capaciteit voor teruglevering een aandachtspunt, cablepooling kan mogelijk helpen geen geen Er komt nieuw 21 kV station in Veenendaal waar het op zou kunnen (max. 20 MW) of mogelijk kijken op net Liander

7.2 Conclusie In overleg met Stedin is duidelijk geworden dat alle bovenstaande gebieden aansluitbaar kunnen zijn voor windenergie. Bij meerdere onderzoeksgebieden zijn wel aandachtspunten die te maken hebben met de afstand tot het netstation en/of de grootte van het bestaande netstation. Dit betekent dat een businesscase voor windenergie in een aantal onderzoeksgebieden alleen mogelijk is vanaf een bepaald aantal windturbines, in een aantal andere gebieden cablepooling met zonne-energie mogelijk nodig is en in een aantal andere gebieden er een maximum aantal windturbines aangesloten kan worden. De aandachtspunten verschillen per gebied, waarbij voor onderzoeksgebied 9 de belangrijkste aandachtspunten gelden.

36

8. Lokaal eigendom Lokaal eigendom is van groot belang bij de realisatie van windenergieprojecten. Dit is door Provinciale Staten (PS) aangegeven via het amendement 22 Lokaal Eigendom dat in 2022 is aangenomen bij de behandeling van de Tussenbalans. Ook het burgerforum heeft dit thema en het belang van zeggenschap en financiële participatie aangestipt als één van de hoofdthema’s. Om dit bij alle windenergieontwikkelingen in de provincie Utrecht te bewerkstelligen zal een Beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie opgesteld worden in de eerste helft van 2024 en aan PS ter besluitvorming worden voorgelegd. Dit Beleidskader zal in eerste instantie gelden voor de locaties waar de provincie de rol van bevoegd gezag op zich zal nemen. Daarnaast zal aan gemeenten die zelf met windenergie-initiatieven aan de slag zijn, gevraagd worden om hier ook rekening mee te houden. Bij de overdracht van bevoegdheid zal het thema lokaal eigendom een onderwerp zijn waar de provincie zal nagaan of de gemeente dit voldoende oppakt in de ontwikkeling. Op deze manier wordt lokaal eigendom zo goed mogelijk geborgd voor alle gebieden waar windenergieontwikkelingen komen. Omdat dit niet anders is voor de verschillende onderzoeksgebieden, weegt lokaal eigendom niet zwaar mee in de keuze voor specifieke onderzoeksgebieden.

Bij windenergieprojecten is vaak sprake van een samenwerking tussen drie partijen: energiecoöperatie, ontwikkelaar en grondeigenaar. Om in beeld te krijgen in welke onderzoeksgebieden extra kansen voor lokaal eigendom liggen, is informatie bij de volgende drie doelgroepen opgehaald: • Inventarisatie energiecoöperaties in de provincie Utrecht: opgesteld door koepelcoöperatie Energie van Utrecht (zie bijlage 2). Hiermee is inzichtelijk gemaakt waar energiecoöperaties al bezig zijn met windenergie en waar zij kansen zien. • Inventarisatie (agrarische) grondeigenaren: opgesteld door LTO Noord (zie bijlage 2). Hiermee is inzichtelijk gemaakt waar (agrarische) grondeigenaren al (collectief) bezig zijn met windenergie en waar zij kansen zien. • Commerciële ontwikkelaars van windenergie.

8.1 Uitkomst inventarisatie lokaal eigendom Energie van Utrecht heeft als koepel van energiecoöperaties in de provincie Utrecht een inventarisatie gedaan onder bestaande energiecoöperaties. Per onderzoeksgebied is gekeken of energiecoöperaties actief zijn met windenergie of daar interesse in hebben. Voor energiecoöperaties komen er drie mogelijkheden naar voren in de inventarisatie: al bezig met windenergie in dit gebied, zeer geïnteresseerd in dit gebied of geïnteresseerd in dit gebied mits het uit het planMER komt. Daarmee wordt bedoeld dat het door de provincie als meest kansrijk wordt aangemerkt. De gebieden met voorkeur van gemeenten uit hoofdstuk 2 komen over het algemeen zeer positief uit de inventarisatie onder energiecoöperaties. In onderzoeksgebieden 23, 24 en 57 zijn energiecoöperaties al met windenergie bezig. In onderzoeksgebieden 59, 81, 84 en 89 hebben energiecoöperaties grote interesse en voor de overige onderzoeksgebieden is er interesse als het onderzoeksgebied als meest kansrijk beoordeeld wordt. Voor de gebieden uit de MCA van hoofdstuk 5 hebben energiecoöperaties interesse in alle gebieden als ze meest kansrijk gezien worden door de provincie, waarbij een nadrukkelijke interesse wordt getoond voor gebied 84.

8.2 Uitkomst inventarisatie (agrarische) grondeigenaren LTO Noord heeft samen met de Natuur en Milieufederatie Utrecht een inventarisatie gedaan onder (agrarische) grondeigenaren. Per onderzoeksgebied is gekeken of (agrarische) grondeigenaren actief zijn met windenergie of daar interesse in hebben. Uit de lijst van hoofdstuk 2 en 5 heeft deze doelgroep al interesse in gebieden 24, 40 en 42. Daarnaast hebben (agrarische) grondeigenaren mogelijk interesse in de gebieden 1, 23, 28, 38, 43, 75 en 78. Er is daarnaast ook interesse in andere gebieden die niet uit hoofdstuk 2 en 5 komen. Aangezien de lijst meest kansrijke gebieden niet betekent dat windenergie onmogelijk is in andere gebieden zouden deze initiatieven mogelijk verder gebracht kunnen worden via een gemeentelijke procedure.

8.3 Commerciële ontwikkelaars Van een deel van de onderzoeksgebieden is bekend dat commerciële ontwikkelaars er afspraken over het gebruik van grond voor windturbines hebben gemaakt, of dat ontwikkelaars van windparken in gesprek zijn met grondeigenaren. Energiecoöperaties of andere geïnteresseerde omwonenden zijn bij een groot deel van deze initiatieven betrokken, maar op enkele uitzonderingen na zijn er nog geen schriftelijke afspraken over de samenwerking gemaakt. Lokaal eigendom wordt in het stadium van een eventueel projectbesluit geborgd, onder andere door 37

toetsing aan het provinciaal Beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie dat de eerste helft 2024 opgesteld wordt.

8.4 Conclusie Lokaal eigendom wordt, middels het nog vast te stellen Beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie, geborgd in alle meest kansrijke gebieden. In een aantal gebieden zijn al energiecoöperaties actief en hebben ze daar afspraken met ontwikkelaars en/of grondeigenaren. In andere gebieden is dit nog niet het geval, maar hebben energiecoöperaties daar wel interesse in. Lokaal eigendom zal als aandachtspunt bij alle gebieden in de lijst meest kansrijke gebieden meegegeven worden, waarbij gebieden waar nog geen energiecoöperatie actief is een extra aandachtpunt mee krijgen.

38

9. Integrale afweging op basis van ruimtelijk beleid en aandachtspunten uit burgerforum en RES regio’s Zoals aangegeven in de inleiding is stap 4 om te komen tot de meest kansrijke gebieden een integrale afweging. Dit is gedaan op basis van het provinciaal ruimtelijk beleid door onder andere een check te doen op de zeven thema’s uit de Omgevingsvisie. Daarnaast is er ook gekeken naar aandachtspunten die door het burgerforum en de RES regio’s zijn meegegeven. In dit hoofdstuk is ten eerste gekeken naar extra kansen voor clusteren, gebieden langs infrastructuren en/of bij bedrijventerreinen (paragraaf 9.1). Daarna is er gekeken naar de onderwerpen cultuurhistorie (paragraaf 9.2), wonen en werken (paragraaf 9.3), ecologie (paragraaf 9.4), bodem en water (paragraaf 9.5), recreatie (paragraaf 9.6) en hoogtebeperkingen en radar (paragraaf 9.7). Per thema is in dit hoofdstuk verwerkt welke aandachtspunten er zijn voor de onderzoeksgebieden die uit de Multi Criteria Analyse (MCA) komen, bovenop wat al in het planMER was onderzocht. Bij een aantal gebieden zijn de aandachtspunten zo zwaarwegend dat de onderzoeksgebieden alsnog niet in lijst meest kansrijke gebieden worden opgenomen.

9.1 Kansen op clusteren, langs infrastructuur of bij bedrijventerreinen Verschillende adviezen van het burgerforum vragen om rekening te houden met de onderwerpen clusteren, aansluiten langs infrastructuur en bij bedrijventerreinen. De laatste twee punten komen ook terug in de input van de RES regio’s en in de RES’en 1.0. Er is daarom een extra check gedaan of er gebieden zijn die aan al deze drie punten goed voldoen, maar in hoofdstuk 5 bij de MCA net buiten de lijst zijn geëindigd. Hierbij is wel een ondergrens aangehouden voor de MCA-score, namelijk dat een gebied wel in de bovenste 50% van de MCA is gekomen. •

•

•

Voor het onderwerp clusteren is gekeken naar onderzoeksgebieden waar minimaal 5 windturbines passen. Van de gebieden uit de bovenste 50% van de MCA (en die niet al in de lijst van hoofdstuk 5 zaten) geldt dit voor de volgende gebieden: 2, 65, 76 en 78. Voor het onderwerp bedrijventerreinen is gekeken naar onderzoeksgebieden die in de buurt liggen van één van de 50 grootste bedrijventerrein in de provincie Utrecht. Van de gebieden uit de bovenste 50% van de MCA (en die niet al in de lijst van hoofdstuk 5 zaten) geldt dit voor de volgende gebieden: 19, 34, 37, 73, 78, 90 en 97. Voor het onderwerp infrastructuur is gekeken naar onderzoeksgebieden die logische aansluiting hebben op snelwegen, spoorwegen of vaarwegen. Van de gebieden uit de bovenste 50% van de MCA (en die niet al in de lijst van hoofdstuk 5 zaten) geldt dit voor de volgende gebieden: 19, 33, 34, 65, 73 en 78.

Uit deze extra check komt dus alleen gebied 78 naar voren die aan al deze drie punten voldoet en in de bovenste 50% van de MCA zit. Dit gebied is daarom toegevoegd en vanaf hoofdstuk 5 al genoemd (zie paragraaf 5.2) zodat het ook de checks uit hoofdstuk 6, 7 en 8 kon doorlopen. In gebied 78 zijn vijf windturbines mogelijk, er is een bedrijventerrein in de nabijheid (1 van de 25 grootste in de provincie) en er kan aansluiting gevonden worden bij infrastructuur (Amsterdam-Rijnkanaal). Onderzoeksgebieden 42 en 43 worden opgenomen in de bundel meest kansrijke gebieden na een optimalisatie voor het milieuthema leefomgeving. Dat houdt in dat hoewel er in theorie misschien meer windturbines in het onderzoeksgebied ingepast zouden kunnen worden, ervoor is gekozen de onderzoeksopstelling maar een deel van het gebied te laten beslaan. Windturbines die anders relatief dichtbij een woonkern zouden staan worden dan bijvoorbeeld weggelaten in de onderzoeksopstelling. Het aantal windturbines in de onderzoeksopstelling neemt dan af, maar de verwachte milieueffecten ook. Hoofdkeuze 3 het burgerforum (“Kies voor plekken waar je windmolens bij elkaar kunt zetten (en er minder plekken nodig zijn)”) geeft aan dat clusteren gewenst is.

Omdat de kansen om windturbines in de provincie Utrecht te clusteren juist in grotere onderzoeksgebieden (zoals gebied 42 en 43) gevonden moeten worden, is het voorstel om in een vervolgfase te onderzoeken of er manieren zijn om tot een balans te komen tussen het realiseren van een groter cluster van windturbines en het zoveel mogelijk beperken van de milieueffecten.

9.2 Cultuurhistorie Gebieden 53, 60 en 68 liggen in de rode of oranje zone van het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies (aangeduid als ‘complexe belemmering’ in het planMER). Parallel aan de uitvoering van het planMER is een Heritage Impact Assessment (HIA) uitgevoerd voor elf concrete onderzoeksgebieden voor windenergie in 39

de gemeenten Utrecht en De Bilt in de nabijheid van Hollandse Waterlinies. Voor dit assessment is de UNESCOleidraad ‘New online guidance for wind energy projects in a world heritage context’ toegepast. Uit de HIA blijkt dat de onderzochte windturbinelocaties in meer of mindere mate mogelijk een negatieve impact hebben op de kernkwaliteiten van het UNESCO-Werelderfgoed. Daaruit kan geconcludeerd worden dat windenergie op locaties in de rode of oranje zone van het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies zeer moeilijk verenigbaar is met het UNESCO-Werelderfgoed . De onderzoeksgebieden die voortkomen uit de MCA, maar in deze zones liggen worden daarom niet aangemerkt als meest kansrijk. Onderzoeksgebied 9 ligt in zeer waardevol agrarisch cultuurlandschap. Samen met de aandachtspunten voor ecologie (paragraaf 9.4) en het aandachtspunt met betrekking tot de netaansluiting (paragraaf 7.1) zorgt dit ervoor dat onderzoeksgebied 9 niet als meest kansrijk wordt aangemerkt. Daarnaast liggen de onderzoeksgebieden 35, 38, 39, 43, 49, 67 en 69 (deels) in de gele zone van het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies. Dit is een attentiezone, buiten het Werelderfgoed gebied, waarbinnen ontwikkelingen van hernieuwbare energie mogelijk zijn zolang wordt aangetoond dat het uitstralingseffect van de ontwikkeling wordt voorkomen.

Dit betekent dat de ontwikkeling van windenergie hier niet uitgesloten is. De onderzoeksgebieden die voortkomen uit de MCA, maar in deze zones liggen worden daarom nog steeds aangemerkt als meest kansrijk. Onderzoeksgebied 96 en 99 liggen in de Grebbelinie waar de ontwikkeling van windenergie niet op voorhand is uitgesloten. Bij het kiezen van een opstelling is het belangrijk dat er aandacht is voor de cultuurhistorische objecten in dit gebied. Gebieden 84 en 81 liggen in militair erfgoed (uit de Koude Oorlog) dat aangetast kan worden door plaatsing van windturbines. Het is dan ook een belangrijk aandachtspunt om zorgvuldig te kijken naar de positionering van eventuele windturbines in deze gebieden. Dichtbij onderzoeksgebied 18 ligt erfgoed van de Oude Hollandse Waterlinie. Bij het kiezen van een opstelling is het belangrijk dat er aandacht is voor. Onderzoeksgebied 38 ligt deels in gebied aangemerkt als historische buitenplaatszone. Er kunnen binnen dit onderzoeksgebied opstellingen van windturbines worden onderzocht, waarbij de aanbeveling is die buiten de historische buitenplaatszone te blijven.

9.3 Wonen en werken Bij de selectie van de 99 onderzoeksgebieden is al rekening gehouden met de uitbreidingslocaties voor wonen en werken die zijn opgenomen in het Provinciale Programma Wonen en Werken 2023 (PPWW). Dit betekent dat het grootste deel van de concrete woningbouwplannen in de provincie Utrecht meegenomen zijn bij het bepalen van de onderzoeksgebieden. Daarnaast is er nog een extra check gedaan naar toekomstige concrete woningbouwplannen van gemeenten die nog niet in de PPWW 2023 zijn opgenomen, maar die wel in of direct naast de meest kansrijke gebieden liggen. Dit speelt aan de zuidzijde van Eemnes bij gebied 75. De beoogde woningbouwplannen sluiten niet uit dat er nog ruimte voor 2 of 3 windturbines overblijft in onderzoeksgebied 75. Gebied 75 valt daarmee dus niet uit de lijst meest kansrijke gebieden, maar de woningbouwplannen vormen wel een aandachtspunt. Er is ook een check gedaan op plannen voor nieuwe of uitbreiding van bedrijventerreinen. Dit speelt tussen knooppunt Everdingen en Hagestein waar bedrijventerrein Gaasperwaard naar het zuiden zou uitbreiden. Dit zou betekenen dat onderzoeksgebied 55 kleiner zou worden. Uit de uitvoerbaarheidsanalyse op basis van de landelijke ontwerpnormen windturbines leefomgeving (zie hoofdstuk 6) was er voor dit gebied al niet genoeg ruimte voor het plaatsen van minimaal 3 turbines.

In combinatie met de mogelijke uitbreiding van het bedrijventerrein wordt de kans op realisatie kleiner waardoor het gebied niet in de lijst meest kansrijke gebieden opgenomen wordt.

9.4 Ecologie Onderzoeksgebied 9 is één van de onderzoeksgebieden met de meeste aandachtspunten (dubbel min) op de beoordelingscriteria bij het milieuthema ecologie in het planMER van alle onderzoeksgebieden. In dit gebied, nabij de Nieuwkoopse Plassen en De Haeck, foerageren veel vogels. Daarbij komt dat het gebied in het meest waardevolle agrarische cultuurlandschap van de provincie Utrecht ligt. Bovendien is de afstand tot een netstation

40

bij onderzoeksgebied 9 relatief groot. Deze combinatie van factoren maakt dat onderzoekgebied 9 niet wordt aangemerkt als meest kansrijk. Onderzoeksgebied 7 ligt grotendeels in weidevogelkerngebied en geheel in stiltegebied. De verwachting is bovendien dat de relatief hoge dichtheid van weidevogels in dit onderzoeksgebied maakt dat windturbines in dit gebied veel effecten op weidevogels zullen hebben. Deze combinatie van factoren maakt dat onderzoekgebied 7 niet wordt aangemerkt als meest kansrijk. Onderzoeksgebied 28 ligt geheel in weidevogelkerngebied. Dit maakt dat onderzoekgebied 28 niet wordt aangemerkt als meest kansrijk. Onderzoeksgebied 40 krijgt meerdere aandachtspunten mee uit de beoordelingscriteria van het milieuthema ecologie in het planMER. Daarnaast is de mogelijke aanwezigheid van de purperreiger, krakeend, en/of zwarte stern (Natura 2000) een belangrijk aandachtspunt. Gelet op de ecologische aandachtspunten is het expert judgement dat het onzeker is of windturbines in dit onderzoeksgebied kunnen worden ingepast. Dit maakt dat onderzoeksgebied 40 niet als meest kansrijk aangemerkt wordt. Onderzoeksgebied 42 heeft meerdere aandachtspunten uit de beoordelingscriteria van het milieuthema ecologie in het planMER. De aanwezigheid van veel weidevogels en de mogelijke aanwezigheid van de purperreiger (Natura 2000) zijn belangrijke aandachtspunten.

Ecologisch veldonderzoek moet uitwijzen of er windturbines kunnen worden ingepast in dit onderzoeksgebied. Gelet op de ecologische aandachtspunten wordt op basis van expert judgement ingeschat dat inpassing van windturbines in het oostelijk deel van het onderzoeksgebied relatief kansrijker is. Met deze kanttekening wordt onderzoeksgebied 42 opgenomen in de lijst meest kansrijke gebieden. In onderzoeksgebied 29 zijn aanwezige weidevogels een belangrijk aandachtspunt. Met deze kanttekening wordt onderzoeksgebied 29 opgenomen in de bundel meest kansrijke gebieden. Onderzoeksgebieden 81 en 84 liggen in gebieden die in de Omgevingsverordening provincie Utrecht zijn aangemerkt als militair oefenterrein met natuurwaarden (MON). Deze gebieden kennen hoge natuurwaarden. Bij onderzoeksgebied 84 ligt bovendien een ecoduct. Het functioneren van dit ecoduct is ook een belangrijk aandachtspunt. Windenergie in deze gebieden vereist een zeer zorgvuldige ecologische inpassing. Met deze kanttekening wordt onderzoeksgebied 84 opgenomen in de bundel meest kansrijke gebieden. Onderzoekgebied 81 wordt op verzoek van gemeenten ook opgenomen in de bundel meest kansrijke gebieden, met genoemde aandachtspunten voor ecologie. Uit de in het kader van het planMER uitgevoerde gevoeligheidsanalyse voor kwetsbare soorten komen bovendien de volgende extra aandachtspunten naar voren: •

Voor een groot deel van de gebieden zijn weidevogels een aandachtspunt. Een cumulatieve overschrijding van de 1%-mortaliteitsnorm is aannemelijk gezien de lage 1%-mortaliteitsnorm van de soorten (bijvoorbeeld voor de grutto 3 individuen). Onderzoeksopstelling 57 is gelegen in weidevogelkerngebied, waardoor hier een groot risico is op verstorende effecten (inclusief sterfte) en sprake is van ruimtebeslag. Daarnaast lijken de lijnopstellingen 1, 10, 23, 42, 69 en 99 het meest kritisch wat betreft de impact op weidevogels, door hun ligging nabij weidevogelkerngebied of in gebied met een hoge dichtheid aan weidevogels. Dit is zonder inachtneming van mitigerende maatregelen, die voor weidevogels in het broedseizoen (met name tijdens de baltsperiode) effectief kunnen zijn.

•

Van de onderzochte aandachtsoorten is de purperreiger het meest gevoelig voor de ontwikkeling van windenergie in de onderzoeksgebieden. De soort heeft een lage 1%-mortaliteitsnorm. Ieder slachtoffer onder de purperreiger betreft een overschrijding van deze 1%-mortaliteitsnorm. Daarnaast liggen veel van de onderzoeksgebieden in risicogebied van de purperreiger. Vooral onderzoeksgebieden 23 en 42 lijken het meest kritisch wat betreft hun impact op de purperreiger door de ligging nabij Zouweboezem (hetzelfde geldt voor onderzoeksgebied 40, maar dat onderzoeksgebied wordt zoals eerder in deze paragraaf beschreven onder andere gelet op de purperreiger niet in de lijst meest kansrijke gebieden opgenomen). Dit is exclusief eventuele mitigerende maatregelen. Bij de keuze waar projectbesluiten voor windenergie genomen worden, zullen in de keuze deze cumulatieve effecten in overweging genomen moeten worden.

41

9.5 Bodem en water Gebied 47 bevindt zich in de uiterwaarden. Hiervoor geldt een dusdanig streng beleid ten aanzien van waterdoorvoer en obstakels dat het niet kansrijk is om hier windturbines te realiseren. Hierdoor wordt dit gebied niet aangemerkt als meest kansrijk gebied.

9.6 Recreatie Voor recreatie geldt dat recreatieve belangen in de vervolgfase meegewogen moeten worden. Bij een nadere invulling van de gebieden moet worden gekeken hoe recreatiemogelijkheden en windenergie in de onderzoeksgebieden samen kunnen gaan.

9.7 Hoogtebeperkingen en radar Voor een aantal onderzoeksgebieden zijn aandachtspunten bekend in de vorm van mogelijke hoogtebeperkingen of beperkingen gelet op radar. Omdat nog niet zeker is of windenergie met deze beperkingen samen kan gaan, moet dit nog worden uitgezocht. Voor bijvoorbeeld radaronderzoeken is het nodig om heel concrete opstellingen van windturbines (x- en y-coördinaten) te weten. Dit is nog niet bekend voor de onderzoeksgebieden en daarom kan dit onderzoek ook nog niet worden uitgevoerd. • • •

•

Defensieradar: dit is aandachts- en onderzoekspunt bij alle onderzoeksgebieden. Meetmast van het KNMI bij Cabauw: dit is een aandachtspunt in een deel van onderzoeksgebied 10. Er wordt contact gezocht met het KNMI om te bespreken wat wel en niet mogelijk is. Toetsingsvlakken Schiphol: dit is een aandachtspunt voor onderzoeksgebied 38. Het noordelijkste puntje van onderzoeksgebied 43 ligt ook in toetsingsvlakken, maar bij onderzoeksgebied 43 kan ervoor gekozen worden om windturbineopstellingen buiten de toetsingsvlakken te onderzoeken. De toetsingsvlakken volgen uit het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol. Straalpad Gebrandytoren: er loopt een straalpad door onderzoeksgebied 42. Dit is een aandachtspunt waar bij het inpassen van windturbines rekening mee kan worden gehouden.

9.8 Conclusie Op basis van de integrale afweging komen onderzoeksgebieden 7 (ecologie), 9 (ecologie, cultuurhistorie en netaansluiting), 28 (ecologie), 40 (ecologie), 47 (bodem en water), 53 (cultuurhistorie), 55 (wonen en werken), 60 (cultuurhistorie) en 68 (cultuurhistorie) niet in de lijst meest kansrijke gebieden op basis van aandachtspunten die te maken hebben met verschillende beleidsvelden (bij de gebieden het thema waar de aandachtspunten voor gelden). Op basis van een extra check op de punten clusteren, aansluiting bij infrastructuur en aansluiting bij bedrijventerreinen wordt onderzoeksgebied 78 aan de lijst meest kansrijke gebieden toegevoegd.

42

10. Conclusie In dit document is een onderbouwing gegeven hoe de lijst meest kansrijke gebieden windenergie is samengesteld. De lijst is opgebouwd op basis van voorkeuren gemeenten (hoofdstuk 2), input van RES regio’s (hoofdstuk 3), adviezen uit de inwonersraadpleging en het burgerforum (hoofdstuk 4), de Multi Criteria Analyse (hoofdstuk 5), de landelijke ontwerpnormen windturbines leefomgeving (hoofdstuk 6), aansluitbaarheid (hoofdstuk 7), lokaal eigendom (hoofdstuk 8) en een integrale afweging (hoofdstuk 9). Al deze stappen leiden tot de lijst meest kansrijke gebieden voor windenergie in de provincie Utrecht. In dit hoofdstuk zijn de onderzoeksgebieden die in de lijst meest kansrijke gebieden komen per RES regio omschrijven. Hierbij wordt per onderzoeksgebied dat op basis van de voorgaande hoofdstukken als meest kansrijk aangemerkt wordt, aangegeven wat de aandachtspunten zijn. In een eventueel vervolgproces dient met betreffende aandachtspunten rekening gehouden te worden.

43

RES regio U16 Gebieden waar gemeenten voorkeur voor hebben

# gebied

Gemeente

Geschat aantal 4

Indicatieve opwek (GWh) 73

10

241

3

72

4

96

Aandachtspunten planMER Stikstof + Purperreiger + Weidevogels

Overige aandachtspunten Grote afstand tot netaansluiting

23 Lopik

24 Woerden, Montfoort 57 Vijfheerenlanden 59 Vijfheerenlanden

Optimalisatie leefomgeving + Broedvogels + Landschap + Recreatie Stikstof + Weidevogels + Landschap Stikstof + Vleermuizen + NNN + Landschap

geen

Grote afstand tot netaansluiting Grote afstand tot netaansluiting

Sluit aan Kansen bij: BedrijvenEnergiecoöperatie actief + terrein De grondeigenaren interesse Copen A12 Energiecoöperatie actief + grondeigenaren interesse

Opgenomen in RES 1.0 ja

ja

A2

Energiecoöperatie actief

ja

A2

Energiecoöperatie actief

geen

Onderzoeksgebied 23 Dit onderzoeksgebied ligt in de gemeente Lopik bij bedrijventerrein De Copen. Gemeente Lopik heeft aangegeven dat het provinciale planMER belangrijke input is voor verdiepende planuitwerking van dit onderzoeksgebied. Dit gebied is door de gemeenteraad aangewezen als locatie voor windenergie en opgenomen in het Toets- en Afwegingskader voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit. De bestaande windturbines zullen hierbij vervangen worden. • Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor stikstof, broedvogels Natura 2000 en effect op landschappelijke waarden. • De volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk, er hebben geen optimalisaties plaatsgevonden. • Het onderzoeksgebied is al opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Een netaansluiting in combinatie met onderzoeksgebied 42 is interessant om te onderzoeken, op zichzelf staand is dit windpark mogelijk te klein om rendabel te zijn voor de afstand tot het netstation. Onderzoeksgebied 24 Dit onderzoeksgebied ligt in de gemeenten Montfoort en Woerden ten zuiden van de A12. Gemeente Montfoort heeft wet voorkeursrecht gemeenten toegepast op percelen in dit gebied en ziet kansen voor duurzame energiebronnen. Gemeente Woerden heeft het deel in de polder Reijerscop aangewezen als zoekgebied voor windenergie, hiervoor is zij een gebiedsproces gestart.

• Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor soortbescherming broedvogels en niet-broedvogels, effect landschappelijke waarden, aansluiting op landschappelijke structuren en ligging ten opzichte van recreatiegebieden. • In het planMER geldt dat het hele onderzoeksgebied negatief scoort op het aantal gevoelige objecten binnen 750 meter. Er is daarom een optimalisatie leefomgeving gemaakt waardoor het aantal nabijgelegen gevoelige objecten wordt verminderd. 44

• •

Het onderzoeksgebied is al opgepakt door een lokale energiecoöperatie. Er gelden geen specifieke aandachtspunten vanuit de aansluitbaarheid op het net.

Onderzoeksgebied 57 Dit onderzoeksgebied ligt in de gemeente Vijfheerenlanden ten zuiden van de A2 bij Zijderveld. De gemeenteraad heeft dit onderzoeksgebied aangewezen voor een projectm.e.r. ten behoeve van windenergie. • In het planMER geldt dat dit gebied negatief scoor op stikstof, weidevogelgebieden, effect op landschappelijke waarden en aansluiting op landschappelijke structuren. • Er is een optimalisatie Leefomgeving mogelijk waardoor het aantal nabijgelegen gevoelige objecten wordt verminderd en onder andere de aansluiting bij landschappelijke structuren verbetert. • Het onderzoeksgebied is al opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Het is interessant om de mogelijkheid voor netaansluiting in combinatie met onderzoeksgebied 59 te onderzoeken, op zichzelf staand is dit windpark hoogstwaarschijnlijk te klein om rendabel te zijn voor de afstand tot het netstation. Onderzoeksgebied 59 Dit onderzoeksgebied ligt in de gemeente Vijfheerenlanden ten noorden van de A2 bij de Tienhovenseweg. De gemeenteraad heeft dit onderzoeksgebied aangewezen voor een project-m.e.r. ten behoeve van windenergie. • Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor stikstof, soortenbescherming vleermuizen, NNN, effect op landschappelijke waarden en aansluiting op landschappelijke structuren.

• De volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk, maar er is een optimalisatie Infrastructuur mogelijk om het aantal nabijgelegen gevoelige objecten te verminderen en onder andere de aansluiting bij landschappelijke structuren te verbeteren. • Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie, maar er is een zeer geïnteresseerde coöperatie. • Het is interessant om de mogelijkheid voor netaansluiting in combinatie met onderzoeksgebied 55 of 57 te onderzoeken, op zichzelf staand is dit windpark mogelijk te klein om rendabel te zijn voor de afstand tot het netstation.

Overige meest kansrijke gebieden

# gebied

Gemeente

Geschat aantal 3

Indicatieve opwek (GWh) 73

4

97

1 Oudewater 8 Montfoort

Aandachtspunten planMER Broedvogels + Landschap + Weidevogels Broedvogels + Landschap

Overige aandachtspunten

Sluit aan bij:

geen

geen

Max. 3-4 turbines op netaansluiting

A12

Kansen Interesse grondeigenaren geen

Opgenomen in RES 1.0 geen geen

45

7

170

4

97

3

72

2

49

3

97

3

73

3

48

17

96-4561

9

72-1932

3

72

2

47

2

43

3

71

10 Lopik 18 Montfoort, Oudewater 20 Woerden

29 Vijfheerenlanden

35 Stichtse Vecht 38 De Ronde Venen

39 Stichtse Vecht

42 Lopik 43 Stichtse Vecht 48 Vijfheerenlanden

Omgevingslawaai + Zendmast KNMI + Broedvogels + Landschap + Grote afstand Weidevogels + Natura 2000 netaansluiting Landschap + Weidevogels + Max. 3-4 turbines op Cultuurhistorie netaansluiting Broedvogels + Archeologie geen + Natura 2000 Stikstof + Broedvogels + geen Landschap + Natura 2000 + Weidevogels Stikstof + Landschap + Hollandse Waterlinies Cultuurhistorie + Natura 2000 + Weidevogels Stikstof + Landschap + Toetsingsvlak Cultuurhistorie Schiphol Stikstof + Vleermuizen + geen Landschap + Natura 2000 + Weidevogels Omgevingslawaai + Stikstof Gerbrandytoren + Natura 2000 + Broedvogels + Weidevogels + Landschap Stikstof + Landschap + geen Natura 2000 + Weidevogels Stikstof + Natura 2000 + Grote afstand Landschap + Weidevogels netaansluiting Aantal gevoelige objecten Hollandse Waterlinies

49 Utrecht 67 De Bilt

69 Houten

Vleermuizen + Landschap + Hollandse Waterlinies Recreatie Broedvogels + Weidevogels Hollandse Waterlinies + capaciteit teruglevering

geen

geen

geen

geen

geen

geen

A12

geen

geen

A27

geen

geen

A2 en spoor

geen

geen

AmsterdamRijnkanaal AmsterdamRijnkanaal

Grondeigenaren interesse geen

geen

geen

Grondeigenaren interesse

geen

AmsterdamRijnkanaal A27

Grondeigenaren interesse geen

geen

A2, bedrijventerrein Lage Weide A28

geen

geen

geen

geen

Spoor

geen

geen

geen

geen

1 Voor dit gebied geldt dat een optimum gevonden moet worden tussen de voordelen van clustering en afstand tot woningen. De laagste energieopbrengst is bij de grootste

afstand tot woningen, de hoogste energieopbrengst is bij het in stand laten van het cluster. 46

78 Wijk bij Duurstede Utrechtse Heuvelrug, Renswoude, 96 Veenendaal

4

118

Omgevingslawaai + Stikstof

3

65

Stikstof + Wespendief

Capaciteit teruglevering geen

AmsterdamRijnkanaal A12

Grondeigenaren interesse Nieuw station bij Veenendaal

geen ja

Onderzoeksgebied 1 Dit onderzoeksgebied ligt in het westen van de gemeente Oudewater, op de grens met provincie Zuid-Holland en tussen Driebruggen en Papekop. Gemeente Oudewater heeft nog geen besluit genomen over windenergie. De informatie over dit onderzoeksgebied helpt de gemeente om dit besluit te nemen in de periode van 6 maanden en daarmee aan te geven op welke manier ze een bijdrage willen leveren aan de RES doelen. • Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor soortenbescherming broedvogels niet-broedvogels en effect op landschappelijke waarden. • De volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk, er hebben geen optimalisaties plaatsgevonden. • Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Er gelden geen specifieke aandachtspunten vanuit de aansluitbaarheid op het net. Onderzoeksgebied 8 Dit onderzoeksgebied ligt in de gemeenten Montfoort en Oudewater langs de grens met provincie Zuid-Holland onder Woerden ten zuiden van de A12. De informatie over dit onderzoeksgebied helpt beide gemeenten om het besluit over windenergie te nemen in de periode van 6 maanden en daarmee aan te geven op welke manier ze een bijdrage willen leveren aan de RES doelen. • Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor soortenbescherming broedvogels en effect op landschappelijke waarden.

• De volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk, maar er is een optimalisatie infrastructuur mogelijk om het aantal nabijgelegen gevoelige objecten te verminderen. • Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Het is voor dit onderzoeksgebied mogelijk om 3-4 windturbines op station Linschoten aan te sluiten. Voor extra windturbines moet een alternatieve oplossing gevonden worden. Onderzoeksgebied 10 Dit onderzoeksgebied ligt in het westen van de gemeente Lopik tussen Polsbroek en Cabauw. Gemeente Lopik bereidt momenteel windenergie voor in gebied 23 in de gemeente. In dit gebied zal dan ook alleen mogelijk verder windenergie opgepakt worden als de gemeente dit alsnog zelf wil of als er in het gebied waar de gemeente zelf de voorkeur aan geeft onvoldoende windenergie gerealiseerd wordt. • Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor omgevingslawaai, soortenbescherming broedvogels en effect op landschappelijke waarden. • De volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk, er hebben geen optimalisaties plaatsgevonden. • Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Het onderzoeksgebied ligt vrij ver van een netstation af. • Ook moet rekening gehouden worden met de KNMI meetmast bij Cabauw.

47

Onderzoeksgebied 18 Dit onderzoeksgebied ligt in de gemeenten Montfoort en Oudewater in de polders ten westen van Montfoort. Dit onderzoeksgebied helpt beide gemeenten om het besluit over windenergie te nemen in de periode van 6 maanden en daarmee aan te geven op welke manier ze een bijdrage willen leveren aan de RES doelen. • Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor effect op landschappelijke waarden en aansluiting op landschappelijke structuren. • De volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk, maar er is een optimalisatie leefomgeving mogelijk om het aantal nabijgelegen gevoelige objecten te verminderen en de negatieve scores op stikstofdepositie en de soortenbescherming van broedvogels te verbeteren. • Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Het is voor dit onderzoeksgebied mogelijk om 3-4 windturbines op station Linschoten aan te sluiten. Voor extra windturbines moet een alternatieve oplossing gevonden worden. • Het erfgoed van de Oude Hollandse Waterlinie nabij dit onderzoeksgebied is een aandachtspunt. Onderzoeksgebied 20 Dit onderzoeksgebied ligt in het oosten van de gemeente Woerden tussen Woerden en Harmelen. Gemeente Woerden bereidt momenteel windenergie voor in onderzoeksgebied 24 in de gemeente.

In dit gebied zal dan ook alleen mogelijk verder windenergie opgepakt worden als de gemeente dit alsnog zelf wil of als er in het gebied waar de gemeente zelf de voorkeur aan geeft, onvoldoende windenergie gerealiseerd wordt. • Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor soortenbescherming broedvogels en de ligging ten opzichte van archeologische waarden en recreatiegebieden. • De volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk, maar er is een optimalisatie infrastructuur mogelijk om het aantal nabijgelegen gevoelige objecten te verminderen en de ligging ten opzichte van archeologische waarden te verbeteren. Daarnaast verbetert deze optimalisatie meerdere beperkt negatief scorende beoordelingscriteria voor de milieuthema’s ecologie, landschap en cultuurhistorie & archeologie. • Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Er gelden geen specifieke aandachtspunten vanuit netinfra. Onderzoeksgebied 29 Dit gebied ligt in het zuidwesten van de gemeente Vijfheerenlanden bij Meerkerk. Gemeente Vijfheerenlanden kijkt momenteel naar gebieden 57 en 59 in de gemeente om windenergie te realiseren.

Onderzoeksgebied 29 zal dan ook alleen mogelijk verder windenergie opgepakt worden als de gemeente dit alsnog zelf wil of als er in de gebieden waar de gemeente zelf de voorkeur aan geeft, onvoldoende windenergie gerealiseerd wordt. • Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor stikstof, soortenbescherming broedvogels en effect op landschappelijke waarden. • Weidevogels zijn een belangrijk aandachtspunt in dit gebied. • Niet de volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk. Alleen het deel zoals opgenomen in de optimalisatie leefomgeving en infrastructuur uit het planMER is meest kansrijk. • In dit gebied blijft bij toepassing van de landelijke ontwerpnormen windturbines leefomgeving slechts ruimte voor 2 turbines van 200 meter tiphoogte. • Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Er gelden geen specifieke aandachtspunten vanuit de aansluitbaarheid op het net.

48

Onderzoeksgebied 35 Dit gebied ligt in gemeente Stichtse Vecht tussen de A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal bij Nieuwer Ter Aa. Gemeente Stichtse Vecht heeft aangegeven geen windenergie op te willen wekken in de gemeente en heeft daarom ook geen voorkeur aangegeven. • Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor stikstof, effect op landschappelijke waarden en de ligging ten opzichte van cultuurhistorische gebieden en objecten. • De volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk, maar er is een optimalisatie infrastructuur mogelijk om het aantal nabijgelegen gevoelige objecten te verminderen en de ligging ten opzichte van cultuurhistorische gebieden en objecten te verbeteren. Daarnaast kan de onderzoeksopstelling daarmee beter aansluiten landschappelijke structuren van de A2. • Het onderzoeksgebied bevindt zich in de gele zone van het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies. • Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Er gelden geen specifieke aandachtspunten vanuit de aansluitbaarheid op het net. Onderzoeksgebied 38 Dit onderzoeksgebied ligt binnen de gemeente De Ronde Venen en ligt ten westen van het Amsterdam Rijnkanaal bij Baambrugge. Gemeente De Ronde Venen heeft aangegeven geen windenergie op te willen wekken in de gemeente en heeft daarom ook geen voorkeur aangegeven.

• Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor stikstof, effect op landschappelijke waarden, de aansluiting op landschappelijke structuren en de ligging ten opzichte van cultuurhistorische gebieden en objecten. • De volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk, maar er is een optimalisatie leefomgeving mogelijk om onder andere het aantal nabijgelegen gevoelige objecten te verminderen en de ligging ten opzichte van cultuurhistorische gebieden en objecten te verbeteren. • Het onderzoeksgebied bevindt zich in de gele zone van het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies. • Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Er gelden geen specifieke aandachtspunten vanuit de aansluitbaarheid op het net. Onderzoeksgebied 39 Dit onderzoeksgebied ligt in gemeente Stichtse Vecht ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal bij Loenen aan de Vecht. Gemeente Stichtse Vecht heeft aangegeven geen windenergie op te willen wekken in de gemeente en heeft daarom ook geen voorkeur aangegeven. • Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor stikstof, soortenbescherming vleermuizen en effect op landschappelijke waarden. • Niet de volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk. Alleen het deel zoals opgenomen in de optimalisatie infrastructuur uit het planMER is meest kansrijk.

• Het onderzoeksgebied bevindt zich in de gele zone van het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies. • Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Er gelden geen specifieke aandachtspunten vanuit de aansluitbaarheid op het net. Onderzoeksgebied 42 Dit onderzoeksgebied ligt het oosten van de gemeente Lopik rondom de N210 nabij IJsselstein en Benschop. Gemeente Lopik bereidt momenteel windenergie voor in gebied 23 in de gemeente. In dit gebied zal dan ook alleen mogelijk verder windenergie opgepakt worden als de gemeente dit zelf wil of als er in de gebieden waar de gemeente zelf de voorkeur aan geeft onvoldoende windenergie gerealiseerd wordt.

49

• • •

• • •

Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor omgevingslawaai, stikstof, broedvogels Natura 2000, soortenbescherming broedvogels, effecten op landschappelijke waarden en aansluiting op landschappelijke structuren. In dit gebied zijn weidevogels en de purperreiger een belangrijk aandachtspunt. Hoe meer eventuele turbines naar het oosten georiënteerd worden, hoe kleiner het effect op weidevogels en de purperreiger verwacht wordt. Het deel zoals opgenomen in de optimalisatie leefomgeving uit het planMER komt het meest tegemoet aan het advies van het burgerforum om leefomgeving zwaarst te laten wegen. In het volledige gebied is echter een groot cluster aan windturbines mogelijk. Aangezien het burgerforum ook vraagt clustering zwaar te laten wegen, moet voor een eventueel vervolg een optimum gevonden worden tussen het beschermen van woningen en zo veel mogelijk turbines in dit gebied concentreren. In het onderzoeksgebied ligt een vrij te houden (optisch) straalpad van de Gerbrandytoren. Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie. Er gelden geen specifieke aandachtspunten vanuit de aansluitbaarheid op het net.

Onderzoeksgebied 43 Dit onderzoeksgebied ligt in het noorden van gemeente Stichtse Vecht langs het Amsterdam-Rijnkanaal bij Vreeland. Gemeente Stichtse Vecht heeft aangegeven geen windenergie op te willen wekken in de gemeente en daarom ook geen voorkeur aangegeven. • Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor stikstof, effecten op landschappelijke waarden en aansluiting op landschappelijke structuren. • Het deel zoals opgenomen in de optimalisatie leefomgeving uit het planMER komt het meest tegemoet aan het advies van het burgerforum om leefomgeving zwaarst te laten wegen. In het volledige gebied is echter een relatief groot cluster aan windturbines mogelijk. Aangezien het burgerforum ook vraagt clustering zwaar te laten wegen, moet voor een eventueel vervolg een optimum gevonden worden tussen het beschermen van woningen en zo veel mogelijk turbines in dit gebied concentreren. • Het onderzoeksgebied bevindt zich in de gele zone van het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies. • Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Er gelden geen specifieke aandachtspunten vanuit de aansluitbaarheid op het net. Onderzoeksgebied 48 Dit onderzoeksgebied ligt in gemeente Vijfheerenlanden ten oosten van Lexmond en nabij de A27.

Gemeente Vijfheerenlanden kijkt momenteel naar gebieden 57 en 59 in de gemeente om windenergie te realiseren. In dit gebied zal dan ook alleen mogelijk verder windenergie opgepakt worden als de gemeente dit zelf wil of als er in de gebieden waar de gemeente zelf de voorkeur aan geeft onvoldoende windenergie gerealiseerd wordt. • Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor stikstof, broedvogels Natura 2000, effecten op landschappelijke waarden, aansluiting op landschappelijke structuren en de ligging ten opzichte van boringsvrije zones. • De volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk, er hebben geen optimalisaties plaatsgevonden. • Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Het onderzoeksgebied ligt vrij ver van een netstation af.

50

Onderzoeksgebied 49 Dit onderzoeksgebied ligt in het noorden van de gemeente Utrecht bij bedrijventerrein Lage Weide. Gemeente Utrecht is zelf bezig met besluitvorming over de windzoekgebieden voor hun Klimaatvisie. Er is door de gemeente geen specifieke voorkeur uitgesproken over een onderzoeksgebied, zij gaan aan de gang met alle gebieden uit de op te stellen Klimaatvisie. • Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor het aantal gevoelige objecten binnen 750 en 1.000 meter. • De volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk. • Het onderzoeksgebied bevindt zich in de gele zone van het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies. • Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Er gelden geen specifieke aandachtspunten vanuit de aansluitbaarheid op het net. Onderzoeksgebied 67 Dit onderzoeksgebied ligt ten zuiden van gemeente De Bilt bij de A28. Gemeente De Bilt heeft een voorkeur voor onderzoeksgebieden op korte afstand van snelwegen A27 en A28, maar heeft nog geen besluit genomen over windenergie. De informatie over dit onderzoeksgebied helpt de gemeente om een besluit te nemen in de periode van 6 maanden en daarmee aan te geven op welke manier zij een bijdrage wil leveren aan de RES doelen.

• Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied aandachtspunten heeft voor soortenbescherming vleermuizen, landschappelijke waarden en de ligging ten opzichte van cultuurhistorische gebieden en objecten en recreatiegebieden. • De volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk, maar er is een optimalisatie Infrastructuur om onder andere het aantal nabijgelegen gevoelige objecten te verminderen en de soortenbescherming van vleermuizen en de ligging ten opzichte van recreatiegebieden te verbeteren. • Het onderzoeksgebied bevindt zich in de gele zone van het Afwegingskader Energietransitie Hollandse Waterlinies. • In dit onderzoeksgebied blijft bij de toepassing van de landelijke ontwerpnormen windturbines leefomgeving nog ruimte voor 2 windturbines van 200 meter tiphoogte. • Het onderzoeksgebied is nog niet opgepakt door een lokale energiecoöperatie. • Er gelden geen specifieke aandachtspunten vanuit netinfra. Onderzoeksgebied 69 Dit onderzoeksgebied ligt in het zuiden van Gemeente Houten bij Schalkwijk. Gemeente Houten heeft reeds een windpark en is bezig met de vergunningprocedure van windpark Goyerbrug. In dit gebied zal dan ook alleen mogelijk verder windenergie opgepakt worden als de gemeente dit zelf besluit. • Uit het planMER wordt duidelijk dat dit gebied negatief scoort op soortenbescherming broedvogels. • Niet de volledige onderzoeksopstelling is meest kansrijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/571/documents/17667