CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A06.1 Statenbrief meest kansrijke gebieden windenergie.pdf

Gemeenteraad 8 februari 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken3.134 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

STATENBRIEF

Aan Provinciale Staten

ONDERWERP

DATUM DOCUMENTNUMMER VAN

Statenbrief meest kansrijke gebieden windenergie 09‑01‑2024 UTSP-1571811695-777 Robin Hoenkamp

TELEFOONNUMMER E-MAILADRES

DOMEIN/OPGAVE TEAM PORTEFEUILLEHOUDER

BIJLAGEN

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

+31628918807 robin.hoenkamp@provincieutrecht.nl SLO/Energietransitie PL1 Van Essen

Onderbouwing meest kansrijke gebieden Bijlagen bij onderbouwing Brief aan gemeenten [planMER] Rapport burgerforum deel A Rapport burgerforum deel B PWE raadpleging Persbericht

Geachte dames en heren,

Essentie / samenvatting: Wij hebben het planMER windenergie inclusief de meest kansrijke gebieden windenergie in de provincie Utrecht vastgesteld. Hierbij geven we aan welke gebieden in de provincie Utrecht het meest kansrijk zijn voor realisatie van windenergie voor 2030. Dit besluit is genomen op basis van objectieve milieuonderzoeken (planMER), adviezen van het burgerforum, informatie over lokaal eigendom, voorkeur van gemeenten, aansluitbaarheid op het elektriciteitsnet en een integrale afweging op basis van ons provinciale omgevingsbeleid. Het planMER wordt samen met de meest kansrijke gebieden aangeboden aan gemeenten. In de komende 6 maanden vragen wij gemeenten besluiten te nemen over hoe zij invulling geven aan het gemeenschappelijk RES-bod. Wij adviseren hen hierbij de informatie uit het planMER met de meest kansrijke gebieden te gebruiken. Na deze 6 maanden stellen we een Tussenbalans 2 op waarin inzichtelijk wordt of er genoeg concrete en realiseerbare plannen van gemeenten voor duurzame opwek zijn om de RES-doelen te halen (zowel wind als zonne-energie). Indien er op dat moment onvoldoende perspectief is op het halen van de RESdoelen, zal het instrument projectbesluit worden ingezet voor één of meer van de meest kansrijke gebieden. Het is van groot belang dat lokaal eigendom hierbij geborgd wordt.

Voor eventuele provinciale projectbesluiten wordt in de eerste helft van 2024 een Beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie opgesteld en aan u ter besluitvorming voorgelegd.

1 van 6

Inleiding: Voorgeschiedenis Om de in het Klimaatakkoord afgesproken opwekcapaciteit van zonne- en windenergie op land te realiseren hebben 30 regio’s in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) een bod gedaan richting het Rijk. In de afgelopen jaren hebben wij samen met de drie regio’s in de provincie Utrecht gewerkt aan een proces waarin de regio’s zich hebben gecommitteerd aan een opwek van grootschalige duurzame elektriciteit van in totaal 3,05 TWh in 2030. Regio Foodvalley ligt gedeeltelijk in Gelderland, waarmee het Utrechtse deel van de drie regio’s opgeteld 2,4 TWh omvat. Deze boden zijn vastgelegd in de RES’en 1.0 welke op 30 juni (regio Foodvalley en regio Amersfoort) en 6 oktober 2021 (regio U16) door uw Staten en andere RES-partners (m.u.v. gemeente Montfoort) zijn vastgesteld. Realisatie van de boden is noodzakelijk voor het behalen van de door u in de Omgevingsvisie opgenomen doelstelling om in 2030 minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik in de provincie Utrecht op te wekken uit hernieuwbare bronnen. Op 21 september 2022 heeft u een besluit genomen over het statenvoorstel Tussenbalans Regionale Energiestrategieën (RES) Provincie Utrecht.

Hierin is besloten dat de provincie start met een verkenning als voorbereiding op een projectbesluitprocedure indien er op 1 december 2022 onvoldoende windlocaties in beeld zijn om 1 TWh windenergie in 2030 te realiseren. Zoals aangegeven in de Statenbrief Voortgang Windenergie van 14 februari 2023 waren de totale plannen van gemeenten onvoldoende (concreet) om zicht te hebben op realisatie van de afgesproken ambitie voor 2030. Omdat uit de Tussenbalans is gebleken dat aanvullende windlocaties nodig zijn voor de realisatie van de totale 2,4 TWh zijn we gestart met een plan-m.e.r. (Milieueffectrapportage) procedure ten behoeve van locatiekeuzes voor windenergie. Voor dit planMER is een concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld en op 14 februari 2023 ter inzage gelegd. In het Coalitieakkoord 2023-2027 is uitgewerkt hoe vormgegeven wordt aan het proces zoals aangekondigd in de Tussenbalans. Hierin zijn de doelstellingen van RES 1.0, het belang van verbeteren van de balans tussen zonneen windenergie en het halen van de doelstelling van 2,4 TWh duurzame opwek bevestigd. Dit betekent dat er geen apart doel voor windenergie is, zoals bijvoorbeeld de eerder genoemde 1 TWh, maar dat het gaat om realisatie van de totale doelstelling van de RES’en via wind en zonne-energie. In het startgesprek deel 1 dat op 11 oktober jl.

heeft plaatsgevonden zijn we met uw Staten aan de hand van de Statenbief proces windenergie in gesprek gegaan over het vervolgproces. In deze brief brengen we u op de hoogte van de gebieden die wij aan de hand van de analyse in bijlage 1 het meest kansrijk achten. Meest kansrijke gebieden als aanbod aan gemeenten Met het besluit over het planMER hebben wij ook de meest kansrijke gebieden voor windenergie vastgesteld. Dit zijn de gebieden waarvan we verwachten dat ze het meest kansrijk zijn om voor 2030 windenergie te realiseren. Dat betekent niet dat het in andere gebieden niet mogelijk is om windenergie te realiseren. Ook is dit een lijst met een aanzienlijke overprogrammering en zal het dus zeker niet nodig zijn om in al deze gebieden windenergie te realiseren om de doelen te halen. Verderop in deze statenbrief is te lezen hoe deze meest kansrijke gebieden zijn geselecteerd. Het planMER inclusief de meest kansrijke gebieden wordt met een begeleidende brief aangeboden aan gemeenten (zie bijlage 1). De regio’s en gemeenten hebben nu een periode van 6 maanden tot het zomerreces om besluiten over locaties voor windenergie en/of zonne-energie te nemen. We adviseren gemeenten hierbij om de lijst meest kansrijke gebieden te gebruiken om te beslissen voor welke locaties zij een ruimtelijke procedure voor windenergie starten.

Hierbij behouden gemeenten de ruimte om de doelstellingen op een andere manier in te vullen. Ze kunnen ook zonlocaties of andere windlocaties benutten dan de locaties die door de provincie als meest kansrijk zijn aangemerkt. We vragen gemeenten om met de besluiten duidelijkheid te geven over de planning, haalbaarheid, aansluitbaarheid en lokaal eigenaarschap van de plannen. Gemeenten die zelf de rol van bevoegd gezag oppakken ondersteunen we daarbij indien gewenst. Dit kan ook voor gebieden die niet als meest kansrijk zijn aangemerkt. Uiteraard zullen deze gebieden wel beoordeeld moeten worden op basis van het provinciale omgevingsbeleid. Tussenbalans 2: analyse van de gemeentelijke plannen Na een periode van 6 maanden zal op basis van raadsbesluiten een analyse gemaakt worden van de plannen van gemeenten waaruit moet blijken of deze plannen bij elkaar voldoende zijn om de RES-doelen in 2030 te halen. Op basis van de concretisering en voortgang van de plannen voor windenergie en zonnevelden wordt in beeld gebracht of de projecten voor 2030 aansluitbaar en uitvoerbaar zijn. Ook zal de voortgang en prognose voor zon op

2 van 6

dak hierbij betrokken worden. Na deze zes maanden zal bezien worden of de RES-doelen van 1,8 TWh (U16), 0,5 TWh (Amersfoort) en 0,1 TWh (Utrechtse deel Foodvalley) in 2030 naar verwachting gerealiseerd zullen worden of dat aanvullende plannen nodig zijn. In dat geval zal voor de resterende opgave de projectbesluitprocedure voor één of meer windlocaties vervolgd worden. De resterende opgave wordt gebaseerd op genomen raadsbesluiten. Dit betekent dat indien niet uit een raadsbesluit blijkt dat een duurzaam energieproject voor 2030 gerealiseerd kan worden, dat deel van de ambitie niet wordt meegerekend als bijdrage aan de 2,4 TWh voor 2030. Adviezen burgerforum In de periode van 12 oktober tot 25 november 2023 heeft een participatieproces plaatsgevonden ten behoeve van de besluitvorming over de meest kansrijke gebieden voor windenergie. Hiervoor is een Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) uitgevoerd waarbij inwoners via een online raadpleging de mogelijkheid hebben gekregen om wegingen mee te geven op de criteria die van belang zijn bij het samenstellen van de meest kansrijke gebieden (zie uitkomsten in bijlage 5 en 6). De uitkomsten van deze PWE zijn aangeboden aan een burgerforum dat is gevraagd om advies te geven over de weging van de criteria. Het gehele participatietraject bestaande uit de PWE raadpleging en het burgerforum zal begin 2024 geëvalueerd worden.

Uw Staten zullen geïnformeerd worden over de uitkomsten van deze evaluatie. Het burgerforum heeft drie typen adviezen uitgebracht: • Een prioritering van de hoofdkeuzes die de provincie kan gebruiken bij de afweging tussen gebieden. • Adviezen die de provincie kan gebruiken bij de afweging tussen gebieden. • Algemene aandachtspunten die niet locatiespecifiek zijn. Het rapport met alle adviezen en aandachtspunten van het burgerforum is te vinden in bijlagen 5 en 6. De prioritering van de hoofdkeuzes die de provincie kan gebruiken om een afweging te maken tussen de gebieden ziet er volgens het burgerforum als volgt uit: 1. Kies voor plekken die zorgen voor zo weinig mogelijk extra overlast voor mensen. 2. Kies voor plekken waar de natuur en dieren er het minst last van hebben. 3. Kies voor plekken waar je windmolens bij elkaar kunt zetten (en er minder plekken nodig zijn). 4. Kies voor plekken waar de bevolking zeggenschap en het meeste voordeel kan hebben van de financiële opbrengst. 5. Kies voor plekken waar windmolens het best kunnen passen bij het landschap. 6. Kies voor plekken met de laagste kosten voor de maatschappij op gebied van aansluiting, proceduretijd etc. 7. Kies voor plekken waar windmolens helpen andere problemen die spelen in de maatschappij op te lossen. 8.

Kies voor plekken die het minst invloed hebben op plekken die belangrijk zijn voor geschiedenis en cultuur. Het eerste punt vindt het burgerforum het belangrijkste, daarna het tweede punt, enzovoort. Bij elke hoofdkeuze zit een toelichting die in het rapport (bijlage 5) te vinden is. In de onderbouwing van de meest kansrijke gebieden is omschreven hoe het zwaarwegend advies van het burgerforum is overgenomen, waarbij in hoofdstuk 4 per advies is aangegeven hoe dit meegenomen is om te komen tot de meest kansrijke gebieden (zie bijlage 1). Samenstelling bundel meest kansrijke gebieden Zoals besproken in startgesprek deel 1 is de keuze voor de meest kansrijke gebieden gebaseerd op het planMER, lokaal eigendom, voorkeur van gemeenten, aansluitbaarheid op het net en ons provinciale omgevingsbeleid. Daarbij is op basis van het hiervoor beschreven zwaarwegend advies van het burgerforum een weging aan deze criteria gegeven. In bijlage 1 is een uitgebreide uitleg gegeven over hoe de bundel van meest kansrijke gebieden is samengesteld. De volgende stappen beschrijven in het kort de werkwijze die gevolgd is om te komen tot de meest kansrijke gebieden: • Stap 1: Voorkeursgebieden gemeenten: Gebieden waar gemeenten via een besluit een voorkeur voor hebben uitgesproken.

De 7 gebieden waaraan gemeenten de voorkeur geven en waarvoor zij al besluiten hebben genomen komen in de bundel meest kansrijke gebieden. Er is hierbij wel een variatie in het type besluit en de fase waarin het initiatief zich bevindt. Op basis van de Multi Criteria Analyse uit de volgende

3 van 6

stap is er geen aanleiding om deze gebieden niet op te nemen. De locaties Rijnenburg, Goyerbrug en Isselt zijn al verder in de procedure en maken geen onderdeel uit van de 7 gebieden. Het milieuonderzoek naar deze 3 locaties is al zo vergevorderd dat onderzoek in het kader van dit planMER geen toegevoegde waarde meer had. De 3 locaties zijn niet opgenomen in het planMER en komen dus ook niet terug in de bundel meest kansrijke gebieden, maar ze tellen natuurlijk wel mee voor de opwek die nodig is voor het behalen van de RES doelen. • Stap 2: Multi Criteria Analyse op basis van advies burgerforum. Op basis van het planMER is een Multi Criteria Analyse (MCA) opgesteld voor de milieueffecten. Hierop zijn de adviezen van het burgerforum zoals hiervoor beschreven toegepast door een zwaardere weging te geven aan de milieuthema’s die hoger geprioriteerd worden en een lichtere weging aan milieuthema’s die lager geprioriteerd zijn. Zo gaf het burgerforum aan dat het thema leefomgeving (overlast voor omwonenden verminderen) het zwaarst moest meetellen. Uit de MCA volgt een lijst van gebieden die het beste scoren. • Stap 3: check op landelijke normen, lokaal eigendom en netaansluiting. Vervolgens is voor alle gebieden in de lijst uit stap 2 geanalyseerd of hier knelpunten optreden op het gebied van lokaal eigendom, netaansluiting en/of landelijke ontwerpnormen voor windturbines.

Dit heeft ertoe geleid dat een enkel gebied niet in de bundel meest kansrijke gebieden komt. • Stap 4: integrale afweging op basis van omgevingsbeleid, adviezen burgerforum en RES regio’s. Ten slotte zijn alle overgebleven gebieden integraal ruimtelijk afgewogen. Hier is invulling aan gegeven door op basis van kennis van andere beleidsvelden te kijken of deze gebieden op andere thema’s zoals woningbouw, cultuurhistorie of ecologie grote effecten hebben die vanuit het planMER onvoldoende in beeld waren. Deze verdieping op specifieke provinciale belangen heeft ertoe geleid dat enkele gebieden niet in de bundel meest kansrijke gebieden komen. Daarnaast is in deze stap op basis van de adviezen van het burgerforum en input vanuit de RES-regio’s gekeken of er aanvullende gebieden waren die goed scoorden op ‘clustering, langs infrastructuur en bij bedrijventerreinen’. Een gebied dat op al deze drie onderwerpen goed scoorde is toegevoegd aan de lijst. Wat na deze stap overblijft is de bundel met meest kansrijke gebieden voor windenergie. Bij het samenstellen van de meest kansrijke gebieden is rekening gehouden met overprogrammering in verband met planuitval.

Dat betekent dus dat er méér gebieden als meest kansrijk worden aangeduid dan waarvoor daadwerkelijk windenergie voor 2030 mogelijk gemaakt zal worden, omdat vooraf rekening gehouden moet worden met de situatie dat plannen niet uitgevoerd kunnen worden. Dit is in lijn met de aanpak van alle drie de Utrechtse RES-regio’s en het biedt gemeenten en RES-regio’s meer afwegingsruimte. Bij het samenstellen van de meest kansrijke gebieden is ook rekening gehouden met de landelijke ontwerpnormen voor windturbines. In stap 3 is hiernaar gekeken middels een uitvoerbaarheidsanalyse (zie hoofdstuk 6 van de onderbouwing voor meer informatie). In de bundel meest kansrijke gebieden zitten alle gebieden waar gemeenten zelf een voorkeur aan hebben gegeven (stap 1). Het is mogelijk dat in deze gemeenten ook een ander gebied in de bundel is opgenomen. Voor gemeenten die zelf een bijdrage leveren passend bij de ruimtelijke mogelijkheden zal de provincie terughoudend zijn om projectbesluiten te nemen voor extra locaties. In dat geval kunnen gemeenten deze gebieden zien als overprogrammering voor de eigen opgave. Lokaal eigendom als randvoorwaarde Zowel uw Staten als het burgerforum hebben aangegeven dat lokaal eigendom, zeggenschap en financiële participatie van groot belang zijn.

Om dit te bewerkstelligen bij alle windenergieontwikkelingen in de provincie Utrecht zal een Beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie opgesteld worden in de eerste helft van 2024 en aan u ter besluitvorming worden voorgelegd. Dit Beleidskader biedt een aanknopingspunt om vergunningen in het kader van de projectbesluitprocedure te beoordelen op het onderdeel lokaal eigendom en participatie. Dit Beleidskader zal in eerste instantie gelden voor de locaties waar de provincie de rol van bevoegd gezag op zich zal nemen. Daarnaast zal aan gemeenten die zelf met windenergie-initiatieven aan de slag zijn gevraagd worden om hier ook rekening mee te houden. Bij de overdracht van bevoegd gezag naar gemeenten zal het thema lokaal eigendom een onderwerp zijn waar de provincie zal nagaan of de gemeente dit voldoende oppakt in de ontwikkeling.

4 van 6

Communicatie met gemeenten en andere stakeholders Colleges van gemeenten worden geïnformeerd over de uitkomsten van het planMER middels een brief (zie bijlage 2). Hierin wordt het planMER inclusief de meest kansrijke gebieden aan hen aangeboden en worden ze opgeroepen om in een periode van 6 maanden hierover het gesprek met de gemeenteraad aan te gaan. Gedeputeerde van Essen heeft alle wethouders in de provincie persoonlijk geïnformeerd of en zo ja welke gebieden in de betreffende gemeenten zijn opgenomen in de lijst met meest kansrijke gebieden.. Daarnaast is er een bijeenkomst op het provinciehuis waar de gedeputeerde en het ambtelijk team de wethouders van alle 26 gemeenten en hun ambtenaren bijpraten over het besluit. Op 18 januari wordt er een webinar georganiseerd voor raadsleden en andere stakeholders. Hierbij zullen ze geïnformeerd worden over het planMER en de meest kansrijke gebieden. In dezelfde week zal ook een online sessie georganiseerd worden voor de leden van het burgerforum waar nadere uitleg wordt gegeven over hoe hun adviezen zijn verwerkt in het genomen besluit. NRD herijking RES U16 In RES- regio U16 wordt momenteel de herijking van de RES voorbereid. Voor het aandeel zonne-energie wordt hier aanvullend aan het planMER windenergie dat wij hebben uitgevoerd een planMER voor voorbereid door de regio U16.

Als start van deze procedure is een kennisgeving gedaan van dit voornemen en een Notitie Reikwijdte en Detailniveau gepubliceerd. Hierover bent u middels Statenbrief NRD U16 ten behoeve van de herijking RES geïnformeerd. De regio’s Amersfoort en Foodvalley hebben op dit moment nog geen besluit genomen over het uitvoeren van een aanvullende planMER voor zonne-energie. Vervolgprocedure / voortgang: Op 17 januari 2024 wordt een infosessie voor de commissie Milieu en Mobiliteit georganiseerd over de bundel meest kansrijke gebieden. Tijdens deze sessie informeren wij u over de manier waarop de selectie van de meest kansrijke gebieden heeft plaatsgevonden. Voorafgaand aan de vaststelling van het Beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie zal er in het voorjaar nog een werksessie plaatsvinden waarin u de mogelijkheid krijgt om aandachtspunten mee te geven op basis van een conceptversie van het Beleidskader. Er volgen nu zes maanden waarin de RES-regio’s en individuele gemeenten uitsluitsel kunnen geven voor welke locaties zij zelf de rol van bevoegd gezag op zich nemen. Gemeenten die zelf de rol van bevoegd gezag oppakken ondersteunen we daarbij indien gewenst. Dit kan ook voor gebieden die niet als meest kansrijk zijn aangemerkt. Uiteraard zullen deze gebieden wel beoordeeld worden op basis van ons provinciale omgevingsbeleid.

Na de zomer van 2024 informeren wij u via een statenbrief over de uitkomsten van de analyse van raadsbesluiten van gemeenten (Tussenbalans 2). Indien blijkt uit deze analyse dat aanvullende provinciale inzet via een of meer projectbesluiten nodig is om de RES-doelstelling van 2,4 TWh te halen, zal deze statenbrief ter bespreking geagendeerd worden voor een startgesprek deel 2. Bij dit eventuele tweede startgesprek krijgen uw Staten de mogelijkheid om aandachtspunten mee te geven voor de locaties waarvoor een projectbesluit genomen zal worden. Onderstaande tabel geeft een tijdlijn per onderdeel in het proces en geeft aan hoe dit zich verhoudt tot de stappen zoals afgesproken in de Werkwijze Programma’s en Projectbesluiten. Wat Infosessie over meest kansrijke gebieden Gemeenten raadsbesluit Vastelling Beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie Tussenbalans 2: analyse van raadsbesluiten gemeenten Participatieproces (indien projectbesluiten nodig) Startgesprek deel 2 (indien nodig)

Wanneer 17 januari Jan – juli 2024 Juni 2024

Stap werkwijze nvt nvt nvt

PS Infosessie Statenvoorstel

Zomer 2024

Verkenning

-

Najaar 2024

nvt

-

Najaar 2024

Startgesprek

Ontwerp- projectbesluiten (indien nodig) Projectbesluiten (indien nodig)

Vanaf eind 2024 2025

Ontwerp PB Projectbesluit

Statenbrief ter bespreking Statenbrief ter info Statenbrief ter info

5 van 6

Gedeputeerde Staten van Utrecht,

Voorzitter, mr. J.H. Oosters

Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/571/documents/17666