CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A05.2 Bijlage 2 RES Herijking pdfversie 20250130.pdf

Gemeenteraad 6 maart 2025, gemeente OudewaterBij agendapunt: 7: Ingekomen stukken16.298 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RES regio Utrecht Herijking Onderweg naar 2050 Conceptversie ten behoeve van ter inzage legging De RES regio Utrecht is een samenwerkingsverband van 16 Utrechtse gemeenten; Bunnik, De Bilt, Houten, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Utrecht, De Ronde Venen, Zeist, Woerden, Wijk bij Duurstede, Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Lopik en Vijfheerenlanden, de provincie Utrecht, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, waterschap Amstel, Gooi en Vecht, waterschap Rivierenland en waterschap Vallei en Veluwe en netbeheerder Stedin.

STARTEN

Lees dit document in Acrobat en niet in uw browser. Niet alle browsers ondersteunen de volledige functionaliteit van dit document

1. Overview Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

Voor u ligt de Herijking van de RES regio Utrecht (voorheen RES U16). Hierin leest u de doelstelling en stand van zaken van de realisatie van de elektriciteits- en warmtetransitie in de RES regio Utrecht. Ook leest u over de werkwijze en de samenwerking binnen de RES regio Utrecht. NB Dit is de conceptversie ten behoeve van ter inzage legging. Definitieve besluitvorming volgt medio 2025.

Hoe leest u dit document U kunt het document van begin tot einde doorlopen. Via het menu aan de linkerzijde kunt u ook direct naar het onderwerp waar u meer over wilt weten. Per inhoudelijk deel is er een infographic met direct daaronder de belangrijkste opgaven en doelstellingen. In dit document zitten links. Door hierop te klikken krijgt u meer informatie over het betreffende onderwerp. Links met dit icoon verwijzen naar een externe website. Beleidskeuzes en kaderstelling staan altijd in de hoofdtekst, nooit achter een link. Bekijk de online versie van dit document hier . Of download de pdf en open deze in Acrobat om de leesbaarheid van dit document te vergroten.

7. Hoe werkt de RES

Hoe is dit document opgebouwd

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

Voor deze Herijking gebruiken we het toekomstig energiesysteem als basis. Dit systeem kent grote ontwikkelingen die sterk doorwerken op de RES. Vervolgens is het opgebouwd rond de onderwerpen Warmtetransitie, Grootschalige Opwek van elektriciteit en Zon op daken en objecten. Onder Hoe werkt de RES leest u meer over de samenwerking, de werkwijze van de RES en het vervolg van deze Herijking en de opgave. Een overzicht van waar we nu staan en welke stappen de afgelopen jaren al zijn gezet in de energietransitie, leest u in Waar staan we nu. Hieronder worden de hoofdlijnen van de RES Herijking weergegeven.

Hoofdlijnen RES Herijking: onderweg naar 2050 In 2021 werd er in regio Utrecht in 16 gemeenteraden, provinciale staten en 4 algemeen besturen van waterschappen besloten over de RES 1.0. Met het oog op de klimaatdoelen voor 2050 werd een gezamenlijke ambitie van 1,8 TWh duurzame elektriciteitsopwek in 2030 vastgesteld. Deze was onderbouwd met plannen, zoekgebieden en de afspraak mogelijke planuitval op te vangen door te blijven zoeken naar aanvullende gebieden. Voor de warmtetransitie werd afgesproken kennis en expertise uit te wisselen en goed af te stemmen als gemeenten in concurrentie konden komen op eenzelfde warmtebron. Meer dan de helft van de opgave voor 2030 gerealiseerd en in de pijplijn Er is veel gebeurd de afgelopen jaren. Zon op dak is ruim verdubbeld. Hetzelfde geldt voor grootschalige opwek met zonnevelden en windmolens. In totaal is nu bijna 60% van de opgave voor 2030 gerealiseerd of zit in de pijplijn. Realisatie van het resterende deel is uitdagend en we lopen achter op de planning. Daarbij zijn er stevige verschillen tussen gemeenten. Realisatie van het doel in 2030 vraagt onverminderde inzet. Vertrekpunt in 2021 was het Klimaatakkoord met landelijk afspraken over de reductie van CO2 uitstoot. De 1,8 TWh voor 2030 is in dit licht een deel van de opgave. Het landelijke doel is in 2050 klimaatneutraal te zijn.

Energiesysteem als vitale infrastructuur De laatste jaren is steeds duidelijker geworden dat het energiesysteem een vitale infrastructuur is voor de regio. Zonder voldoende energie is het moeilijk wonen en werken. De beschikbaarheid van energie was de afgelopen decennia zo vanzelfsprekend dat daar bij ruimtelijke keuzes geen rekening mee gehouden hoefde te worden. Inmiddels is nieuwbouw van woon- en werkgebieden vaak alleen mogelijk als de energievoorziening (o.a. aansluitbaarheid, warmte, elektriciteit, energieopslag) integraal wordt meegenomen in de planvorming. Samenwerking in de RES kan bijdragen aan het verkleinen van het probleem van netcongestie en het beperken van de afhankelijkheid van de regio van andere schaalniveaus. Nu en voor de toekomst. Deze RES Herijking begint daarom bij het energiesysteem. Daarna wordt vanuit die context de rol vanuit de RES-samenwerking beschreven op de thema’s warmtetransitie en elektriciteitsopwekking.

Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

Energiesysteem in verandering: blijvend schaarse netcapaciteit Door congestie voor grootverbruik op invoeding (najaar 2021) en afname (najaar 2022) staat de ontwikkelruimte van de regio onder druk. Tot 2029 is het aansluiten van projecten moeilijk (grootverbruik aansluiting). De situatie kan nog verder verslechteren met beperkingen voor nieuwe kleinverbruik aansluitingen en bestaande aansluitingen. Het is niet langer vanzelfsprekend dat elektriciteit altijd beschikbaar is voor iedereen. Naast de schaarste aan netcapaciteit heeft ook de oorlog in Oekraïne laten zien dat de beschikbaarheid van energie geen gegeven is. De prijs van gas piekte waardoor elektriciteit en warmte slechts met financiële steun van het Rijk betaalbaar gehouden konden worden voor inwoners en bedrijven. Als meest concurrerende regio van Europa groeit de regio, zowel wat betreft bedrijvigheid als het aantal mensen dat hier wil wonen. Gecombineerd met technologische ontwikkelingen en de ambitie om CO2 uitstoot te beperken, zijn dat drie redenen waardoor het energiesysteem tegen haar grenzen aan is gelopen en aan het veranderen is. Bij het gebruik van energie stappen bedrijven voor een groot deel over van aardgas op elektriciteit. In het aanbod van energie gaan we van een volledig stuurbaar energie­aanbod van aardgas, olie en steenkool naar een systeem met duurzame energie­bronnen zoals zon en wind.

Nieuwe technieken bieden nieuwe kansen. Zo staat in de regio bijvoorbeeld de grootste warmtepomp van Nederland bij een rioolwaterzuivering en zijn er meer dan 100.000 daken met zonnepanelen. Het elektriciteitsnet kan deze groei niet bijhouden. Netbewust ontwikkelen is nodig. Om de effecten van netcongestie nu te verzachten én om problemen in de toekomst voor te zijn. Denk aan het streven naar een energiebalans op lagere schaalniveaus, energiebesparing, opwek in de buurt van verbruik, benutten van lokale warmtebronnen en opslag van energie. Dit is ook al terug te zien in Europees, nationaal en provinciaal beleid en regelgeving. Nu de problemen in het energiesysteem zo sterk toenemen is de maatschappelijke sturing op het systeem in beweging. Overheden pakken en krijgen weer meer verantwoordelijkheid in het energiesysteem. Wie exact welke rol krijgt is nog in ontwikkeling. Vaststaat dat we ook lokaal en regionaal daarin positie hebben te nemen. We brengen daarom het systeem, de lokale en regionale belangen, afhankelijkheden en sturingsmogelijkheden in beeld.

Opwek Deze RES Herijking bevat een geactualiseerde onderbouwing van de ambitie van 1,8 TWh duurzame elektriciteitsopwekking in 2030 met windmolens, zonnevelden en zon op daken en objecten. We sturen samen op realisatie uiterlijk in 2030. Als het voor een gemeente of provincie onmogelijk blijkt dit jaartal te halen dan blijft de opgave staan voor na 2030. Voor de periode vanaf 2030 ondersteunen we regionaal de individuele ambities van alle deelnemers. Keuzes over een gezamenlijke kwantitatieve ambitie voor opwek voor de periode tot 2035 en 2050 worden in de volgende collegeperiode gemaakt en vastgelegd in de volgende RES. Volgens het Nationaal Plan Energiesysteem zal de hoeveelheid zonne-energie in de periode 2030-2050 moeten verdrievoudigen en wind op land verdubbelen. Warmte In 2050 zal geen woning meer op aardgas worden verwarmd. Gemeenten voeren de regie op de warmtetransitie in hun eigen gemeente. We zetten in op regionale samenwerking, ondersteuning, kennisdeling en afstemming. Uiterlijk 2026 moeten gemeentelijke warmteprogramma’s worden vastgesteld. De regio ondersteunt gemeenten bij het opstellen hiervan. Inwoners en netbeheerders wordt zo snel mogelijk duidelijkheid gegeven over de warmtevoorziening in de toekomst. Uitgangspunt in de regionale ondersteuning is dat we maximaal inzetten op besparing en het benutten van duurzame warmtebronnen.

In het kader van het NP RES wordt het warmtedeel uit deze RES ook wel de Regionale Structuur Warmte (RSW) genoemd. In 2023 startte het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) met daarin ook een ondersteunende rol voor de regio. Deze RES Herijking is ook leidend voor de regionale activiteiten in het kader van dit programma. Ruimtevraag Alle ontwikkelingen vragen ook fysieke ruimte, boven de grond voor bijvoorbeeld transformatorhuisjes en -stations, onder de grond voor kabels, leidingen en warmte­ systemen. Dit vraagt aandacht van de overheden in hun beleid, regelgeving en projecten. De U10 werkt vanuit het Integraal Ruimtelijk Perspectief aan de samenhang en integratie van ruimtelijke ontwikkelingen waarbij energie een van de onderdelen is.

Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

Vervolg Regionale samenwerking blijft gewenst. We werken aan dezelfde opgave en accepteren lokale verschillen. Zo maken we onze afzonderlijke en gezamenlijke ambities waar. Gemeenten, waterschappen en provincie nemen regelmatig besluiten in uitvoering van of in samenhang met de RES. Het is goed eens per vier jaar de ontwikkelingen samen te brengen en afspraken te maken over het vervolg. Voor de periode na 2030 nemen we bovendien in de volgende RES op wat we gezamenlijk willen en wat nodig is. Uiterlijk in 2029 leggen we de parlementen een geactualiseerde RES voor.

3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

^ Gecombineerde schets van de energietransitie: eigen klimaatambities van de deelnemers (onder), afbouw aardgasverbruik (oranje), opbouw duurzame elektriciteit, inclusief huidige realisatie, pijplijn, en ambitie (blauw).

2. Waar staan we nu Hieronder een overzicht van de stand van zaken. Verderop vindt u meer informatie per thema.

Inhoud:

Warmtetransitie

GROOTSCHALIGE OPWEK

Elektriciteitstransitie

ZON OP DAKEN EN OBJECTEN

1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Opwek

Alle 16 gemeenten hebben een Transitievisie Warmte Momenteel werken de gemeenten aan het opstellen van een warmteprogramma, de update van de Transitievisie Warmte

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

In de regio hebben we nog zo’n 329.300 woningen die we van een alternatief voor aardgas willen voorzien voor 2050.

Ambitie opwek duurzame energie totaal 1,8 TWh in 2030 0,24 TWh aan grootschalige opwek gerealiseerd (zon of wind op land)

0,29 TWh aan zon op daken en objecten gerealiseerd

Er zit nog voor 0,52 TWh aan projecten in de pijplijn

Totale onderbouwing (TWh) (inclusief realisatie 2030-2035)

Huidig Zon op Dak - Huidig Subsidiebeschikking en bouw Vergunningverlening Vergunningaanvraag Voortraject

Direct naar: 8. Energie besparen

Resterende ambitie uitgewerkt

9. Lokaal eigenaarschap

Resterende ambitie niet-uitgewerkt

10. Energiebronnen

Zon op Dak Ambitie ondergrens

Dit betekent (bij een gelijke verdeling) 12.665 woningen per jaar of 35 woningen per dag.

Zon op Dak Ambitie bovengrens

3. Energiesysteem Inhoud: CONVERSIE

1. Overview

Klik op een knop om meer te lezen

PUBLIEKE WAARDEN

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

ZON OP DAKEN EN OBJECTEN

GROOTSCHALIGE OPWEK

SCHAALNIVEAUS

4. Warmtetransitie ENERGIE BESPAREN

5. Grootschalige Opwek

ENERGIEBRONNEN

NETCONGESTIE

OPSLAG EN BUFFERING

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

WARMTETRANSITIE

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

3. Energiesysteem Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

Energie is de basis van het economisch systeem en noodzakelijk om te kunnen werken, eten, reizen en leven. Het energiesysteem is een vitale infrastructuur. Dit betekent dat het van essentieel belang is voor het dagelijks leven van de meeste mensen in Nederland. Dit systeem is aan het veranderen door technologische ontwikkelingen en om CO2 uitstoot terug te brengen. Bij het gebruik van energie gaan bedrijven bijvoorbeeld veel meer elektriciteit gebruiken in plaats van aardgas. In het aanbod van energie gaan we van een volledig stuurbaar energieaanbod van aardgas, olie en steenkool naar een systeem met duurzame energiebronnen zoals zon en wind. Deze bronnen zijn weersafhankelijk. De beschikbaarheid van genoeg energie en op het juiste moment (over de dag en ook in herfst en winter) komt in het geding als we hier niet op meebewegen. Het systeem kraakt. Dat zien we onder andere aan netcongestie in bijna de hele regio. Voor de RES betekent dit keuzes maken die passen bij het energiesysteem van de toekomst. Vanuit de RES richten we ons vooral op de opwek van duurzame elektriciteit, het beperken van de warmtevraag en aardgasvrije oplossingen voor warmte (en koude) in de gebouwde omgeving. De totale ontwikkelingen zijn belangrijke context voor de RES en de eigen duurzaamheidsambities van de deelnemers voor 2030, 2040 en 2050.

Congestie zit de realisatie van de RES in de weg, tegelijkertijd kan de RES bijdragen aan de oplossing. Dit deel bevat geen inhoudelijk kaderstellende uitspraken. Het beschrijft wat het energiesysteem is, welke problemen er nu zijn, in welke richting het energiesysteem zich ontwikkelt en wat dat voor de RES betekent.

Wat is het energiesysteem Het energiesysteem gaat over alles wat er voor nodig is om energie van de bron op het juiste moment en in de juiste vorm bij de verbruiker te krijgen. Hoe zorgen we bijvoorbeeld voor warmte voor het verwarmen van onze huizen en voor productieprocessen van bedrijven. In het systeem gaat het om: • het gebruik van energie • energiebronnen • energieopslag • omzetting van energie (conversie) • de kabels en leidingen om de energie van de bron naar de verbruiker te krijgen. Klik hier voor drie kaartjes van het energiesysteem in de regio. Er zijn vier energieketens: elektriciteit, waterstof, koolstof en warmte. Deze ketens staan niet los van elkaar. Soms wordt energie omgezet. Bijvoorbeeld van gas naar warmte in een warmtenet of van elektriciteit naar waterstof om de energie op te kunnen slaan. Het elektriciteitsnet is van oudsher centraal opgebouwd. Vanuit elektriciteitscentrales wordt de energie via een steeds fijner vertakt systeem naar de gebruiker gebracht. Het aanbod en het gebruik van elektriciteit moeten daarbij op ieder moment in balans zijn. Dit wordt nu gedaan door extra elektriciteit te produceren als de vraag groot is. Het systeem gaat ook over het bij elkaar brengen van vraag en aanbod op ieder moment van de dag. Met name bij elektriciteit is dit van belang.

Met steeds meer weersafhankelijke energieopwekking is het aanpassen van het energiegebruik op de beschikbaarheid van energie steeds belangrijker. Wie gaat er over het energiesysteem Er is niet één partij die verantwoordelijk is voor het totale energiesysteem. Voor elektriciteit geldt dat de netbeheerders verantwoordelijk zijn voor het systeem op verschillende niveaus. Zo is er een landelijk netwerk van TenneT, wat aan de ene kant internationaal verbonden is en aan de andere kant via het regionale netwerk van Stedin

Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

naar woningen en bedrijven gaat. Gemeenten hebben geen eerste verantwoordelijkheid voor het energiesysteem. Zij hebben wel een regiefunctie in de keuze voor aardgasvrije warmteoplossingen in wijken en op bedrijventerreinen en zijn vaak verantwoordelijk voor de vergunningverlening voor energieprojecten. Daarmee hebben gemeenten bijvoorbeeld invloed op waar zon en wind opgewekt wordt en transformatorstations wel en niet mogen komen. Ook de provincie is in een aantal gevallen het bevoegd gezag. Zo is zij vergunningverlener bij windparken en grootschalige batterijopslag. Bovendien geeft de provincie met de Energievisie en P-MIEK mede richting aan de ontwikkeling van het systeem en de investeringen van de netbeheerders. De rollen en verantwoordelijkheden ten aanzien van het energiesysteem zijn in beweging. Hoe het precies gaat worden, is nog niet bekend. Daarom is het in ieder geval van belang te weten waar belangen en afhankelijkheden voor de eigen gemeente en regio liggen en wat sturingsmogelijkheden zijn. Meer over wie er over het energiesysteem gaat vindt u hier.

Het systeem kraakt Het elektriciteitsnet kan de ontwikkelingen niet bijbenen. Deze vitale infrastructuur om in de regio te kunnen wonen en werken hapert. Dat leidt steeds vaker tot problemen. De bestaande kabels en transformatiestations hebben niet genoeg capaciteit om op piekmomenten alle gevraagde of aangeboden elektriciteit te vervoeren. De netbeheerders hebben daarom congestie op grootverbruik afgekondigd. Wat is er aan de hand? • Elektriciteitsverbruik verdrievoudigd, pieken tot 10x zo hoog: de regio groeit snel en bovendien verschuift het energieverbruik in de regio meer en meer naar elektriciteit. Dit heet elektrificatie. Gebouwen worden verwarmd met een warmtepomp, bedrijfsprocessen schakelen over van gas naar elektriciteit en ook auto’s en bussen rijden steeds vaker op elektriciteit in plaats van benzine of diesel. Daarnaast verandert ook de bron van elektriciteit sterk. Elektriciteit komt nu bijvoorbeeld ook van al meer dan 100.000 daken in plaats van enkele centrale punten. Dit alles leidt er toe dat er veel meer elektriciteit over het netwerk gaat. Op termijn wel drie keer zoveel. De pieken in de opwek en afname van stroom nemen nog veel sterker toe.

Door een stapeling van elektrificatie van bedrijfsprocessen, duurzame warmteoplossingen, groei van de regio en het laden van elektrische voertuigen ontstaan er grote pieken in de vraag op bepaalde momenten op de dag, met name in de winter. Zonnepanelen geven juist de meeste opbrengst op koele zonnige middagen in het voorjaar.

• Weersafhankelijke energieproductie: aanbod en vraag van elektriciteit moeten altijd in balans zijn. Zonne-energie en windenergie laten zich niet leiden door de vraag naar elektriciteit maar door de hoeveelheid zon en wind. Het is niet altijd even zonnig en het waait niet altijd even hard. Dat geldt gedurende de dag, stroom uit zonnepanelen kan je (nog) niet op grote schaal bewaren voor de avond. Het geldt ook door de seizoenen heen. Terwijl gas gemakkelijk opgeslagen kan worden voor de winter, is seizoensopslag van elektriciteit nog in ontwikkeling. Het in balans houden van het net door het aanbod aan te passen aan de vraag wordt daardoor steeds uitdagender. • Uitbreiding elektriciteitsnet kan de groei niet bijhouden: om deze veel hogere pieken op te vangen wordt het netwerk uitgebreid. Het net tot 10 keer verzwaren is duur, tijdrovend en kost veel materiaal en ruimte. Het is ook niet nodig. Naast verzwaring van het net wordt nu ook geprobeerd de piekbelasting naar beneden te krijgen door te sturen op (het moment van) energieverbruik, -opwek en opslag. • Schaarste op elektriciteitsnet nieuwe realiteit: de netbeheerders hebben congestie afgekondigd. Dat wil zeggen dat er op dit moment geen nieuwe grootverbruikaansluitingen mogelijk zijn voor opwek of afname totdat de netbeheerders het netwerk voldoende hebben uitgebreid om de gegroeide piekvraag en -aanbod aan te kunnen.

Mogelijk wordt de komende jaren het gebrek aan netcapaciteit zo nijpend dat ook congestie op kleinverbruik ontstaat. Netbeheerders investeren tot 2030 ongeveer 740 miljoen euro in de provincie. In 2029 hopen de netbeheerders door netuitbreiding de grootste problemen verholpen te hebben. Als we echter geen netbewuste keuzes maken waardoor we slimmer gebruikmaken van het elektriciteitsnet dan schiet de regio na 2030 zo weer de congestie in. Wilt u meer informatie over netcongestie klik dan hier.

Ontwikkeling van het energiesysteem Het huidige systeem is dus niet ingericht voor de opgave waar we voor staan. Congestie beïnvloedt het tempo waarin de RES-doelen gerealiseerd kunnen worden. Echter, realisatie van de RES-doelen kan juist ook bijdragen aan oplossingen voor congestie. We willen robuuste keuzes maken die bijdragen aan een oplossing en die passen bij hoe de wereld er in de toekomst uit ziet. Het gaat daarbij om het verlagen van de fossiele energievraag en het vergroten van de (lokale) duurzame opwek van energie (trias energetica).

Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

We zien een aantal ontwikkelingen die zullen doorzetten: • Decentraal systeem: energie is overal: zon, wind, energie uit bodem, lucht of water. Naast een paar centrale energiebronnen zoals elektriciteitscentrales zijn er meer en meer decentrale bronnen: zonnepanelen op daken en in het veld, windmolens, lokale warmtebronnen enz. In onze regio wordt nu al op meer dan 100.000 plekken energie opgewekt. • Batterijen en buffering: bij elektriciteitsopwekking werd het net de afgelopen jaren als een soort batterij beschouwd. Overdag aan het net leveren als de zon schijnt en ‘s avond het licht aan en het huis verwarmen met stroom die ergens anders vandaan komt. Op momenten gaat er nu heel veel stroom de regio uit. Op andere momenten gaat er vervolgens weer heel veel stroom de regio in die ergens anders is opgewekt. Dat vraagt veel van het netwerk en is niet efficiënt. In toenemende mate zie je daarom de opkomst van opslag van energie waarbij de energie even wordt vastgehouden om daarna lokaal te worden gebruikt. Het gaat daarbij om kleine en grote batterijen, maar ook om het opslaan van warmte en/of het omzetten van (overtollige) stroom in waterstof. Batterijen die bij het opladen en ontladen geen rekening houden met de drukte op het elektriciteitsnet verergeren overigens juist de congestie. • Regelbaar vermogen: ook zien we toenemend regelbaar vermogen.

Dat wil zeggen dat bedrijven hun bedrijfsprocessen zo inrichten dat energie vooral gebruikt wordt als het overvloedig beschikbaar is en het net dat aankan en juist minder elektriciteit gebruiken als dat weinig beschikbaar is of het net dat niet aankan. Ook batterijen kunnen dit, indien juist ingeregeld, doen. Deze ontwikkeling wordt gestimuleerd door de invoering van flexibele tarieven voor elektriciteit. Een hoge prijs als elektriciteit schaars is en een zeer lage prijs bij energieoverschot. Zo wordt regelbaar vermogen ook een onderdeel van het bedrijfsmodel. • Maatschappelijke veerkracht: ondernemers en bewoners slaan ook steeds vaker de handen ineen om zelf de controle te krijgen over het lokale energiesysteem. Vanuit een lokale coöperatieve gedachte streven zij naar een betrouwbare en betaalbare energielevering voor iedereen. De inzet is: maximaal gebruik van lokale duurzame bronnen, het minimaliseren van transport door het afstemmen van opwek, opslag, gebruik en conversie en gelijktijdig vraag en aanbod bij elkaar brengen. We zien dit bijvoorbeeld in energiehubs waar vraag en aanbod van energie van verschillende bedrijven op elkaar zijn afgestemd.

• Balanceren op lagere schaalniveaus: we zien schaalniveaus in het systeem ontstaan waarbij het loont zo min mogelijk afhankelijk te zijn van hogere niveaus. Dat kan zijn achter de elektriciteitsmeter van een huis of bedrijf, gezamenlijk als bedrijventerrein, als wijk of dorp en zo voort. Overal in de regio zijn er ruimtelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld woningbouw projecten. Het slim benutten van de lokaal aanwezige energiebronnen door deze projecten vermindert de afhankelijkheid van het elektriciteitsnet voor deze ontwikkelingen.

^ Verschillende schaalniveaus

• Netbewust ontwikkelen: keuzes voor energiebronnen hebben invloed op elkaar en zijn deel van de oplossing of vergroten juist het probleem. Bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling of woningbouw zonder daarbij de netbelasting zoveel mogelijk te beperken is een risico voor de haalbaarheid van het project en kan op andere plekken problemen geven. Bij het onderstaande kopje ‘wat betekent dit voor de RES’ staan meer voorbeelden van netbewuste keuzes. • Ruimtevraag: alle verzwaringen van het energiesysteem vragen ook fysieke ruimte, vaak op plekken waar daar nog geen rekening mee is gehouden. Trafohuisjes in de wijk, kabels voor stroom en leidingen voor warmte in de grond, warmtebuffers, WKOinstallaties, warmtepompen enzovoort, allemaal hebben ze ruimte nodig.

Ontwikkelingen in beleid, wet- en regelgeving We zien de ontwikkelingen van het energiesysteem ook terug in wet- en regelgeving. In het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) geeft het Rijk aan hoe een duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem (2050) vorm gaat krijgen. Achter technische keuzes voor het toekomstig energiesysteem schuilen maatschappelijke afwegingen. Daarom noemt

Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

het NPE een aantal publieke waarden voor het systeem: • Betaalbaar en economisch krachtig • Betrouwbaar en veilig • Duurzaam • Rechtvaardig en participatief • Ruimte en milieu • Transparante afweging van belangen Mede op basis hiervan zijn er richtinggevende keuzes gemaakt. Elektriciteit wordt gezien als de ruggengraat van het energiesysteem. Het verbruik van elektriciteit zal ongeveer verdrievoudigen om op een duurzame manier te kunnen verwarmen, transporteren en produceren. Het kabinet hanteert een doelstelling voor een CO2 -vrij elektriciteitssysteem in 2035. Dat betekent dat alle elektriciteit afkomstig is uit hernieuwbare bronnen of kernenergie. Volgens het NPE zal de hoeveelheid energie geproduceerd uit zonne-energie in de periode 2030-2050 daartoe moeten verdrievoudigen en de energieproductie uit wind op land verdubbelen. Voor de warmtevraag wordt ingezet op het benutten van lokale warmtebronnen waar mogelijk. De Energievisie van de provincie Utrecht sluit aan op het NPE. Er wordt gekozen voor 1,5% energiebesparing per inwoner per jaar, het optimaal benutten van duurzame energiebronnen binnen de provincie met als doel energieneutraal te zijn in 2050 voor de gebouwde omgeving.

Daarom zet de provincie in op het uitbreiden van de lokale opwekcapaciteit en op warmtenetten als de maatschappelijke kosten van een collectieve warmteoplossing niet significant afwijken van een individuele oplossing. Ook zet de provincie in op het flexibiliseren van de energievraag en energieopslag. Energie dient beschikbaar en betaalbaar te zijn voor iedereen waarbij gestreefd wordt naar de laagste maatschappelijke kosten. De provincie wil energiekosten omlaag brengen en het systeem robuuster maken door met bedrijven, andere organisaties en inwoners gezamenlijk het lokale energiesysteem te herontwerpen in energiehubs. Ook kiest de provincie voor zoveel mogelijk lokaal eigenaarschap, minimaal 50% bij elektriciteitsopwekking. Bij het ontwerpen van het energiesysteem houdt de provincie nadrukkelijk rekening met ruimtelijke kwaliteit, beleving van het landschap en een zorgvuldige ruimtelijke verdeling van energievraag en -opwek in het landelijk en stedelijk gebied, waarbij opwek zoveel mogelijk plaatsvindt nabij het gebruik. De provincie volgt samen met relevante partners de ontwikkeling van SMR’s actief. De komende jaren ligt inzet van een SMR nog niet voor de hand. Voor waterstof wordt voor de gebouwde omgeving alleen een rol gezien voor piekwarmte voor warmtenetten.

Wat betekent dit voor de RES Deze RES Herijking bevat geen inhoudelijke kaders ten aanzien van het energiesysteem. Wel hebben de geschetste ontwikkelingen gevolgen voor de keuzes in en uitvoering van de RES. Op hoofdlijnen zien we de volgende consequenties: Algemeen • Warmteoplossingen, energiebronnen en buffering/opslag in samenhang ontwikkelen. Bijvoorbeeld bij de elektrificatie van de warmtevraag van woningen zijn zonnepanelen weinig zinvol zonder ook een vorm van opslag te integreren. • Denken in schaalniveaus: balans in tijd en omvang van energielevering en -gebruik op zo laag mogelijk schaalniveau, daarmee hogere schaalniveaus ontzien. • Vraag en aanbod van energie bij elkaar brengen. • Bij nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijvigheid het energiesysteem al in het ontwerp meenemen. • Maatschappelijke kracht van inwoners en bedrijven benutten bij onder andere energiehubs en energiegemeenschappen. Elektriciteitsopwekking • Duurzame energieopwekking op land zal verder toenemen ook na 2030. • Energieopwek steeds meer in samenhang met de lokale energievraag ontwikkelen. • SMR (kernenergie op kleine schaal) is in ieder geval tot 2030 geen onderdeel van het systeem. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei gaat zelfs uit van 2040.

Warmtetransitie • Keuzes in de warmtetransitie afstemmen op de haalbaarheid van het hele systeem, het kan netcongestie verergeren (hogere piekvraag) of juist dempen (buffercapaciteit). • Lokale warmtebronnen, zoals oppervlaktewater en rioolwater, zoveel mogelijk (collectief) benutten. • Vanuit het energiesysteem heeft een collectief warmtenet, waar mogelijk, de voorkeur boven individuele oplossingen. • Waterstof alleen toepassen voor piekwarmte bij warmtenetten. Om de impact van de ontwikkelingen in het energiesysteem op gemeenten en regio te kennen, te weten waar belangen en afhankelijkheden voor de eigen gemeente en regio liggen en wat de sturingsmogelijkheden zijn, komen we in 2025 tot een regionaal energiebeeld. Daarbij nemen we het gemeentelijk schaalniveau als uitgangspunt.

4. Warmtetransitie Inhoud: Klik op een knop om te lezen

1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

WARMTENET

GEOTHERMIE

WIJKAANPAK

4. Warmtetransitie

WARMTEPOMP

5. Grootschalige Opwek

KOUDEVRAAG

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES ENERGIE BESPAREN

AQUATHERMIE

GEMEENTE EN INWONERS

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

SEIZOENSOPSLAG

4. Warmtetransitie Inhoud:

4. Warmtetransitie

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas zijn. Dit om de CO2 emissie met 95% te verlagen t.o.v. 1990. Elke gemeente heeft de regie op haar eigen warmtetransitie, maar werkt hier uiteraard niet alleen aan. Samen met inwoners, woningcorporaties, bedrijven en ondernemers, energieinitiatieven en de deelnemers van RES regio Utrecht werken we aan concrete warmteprogramma’s, waarin energie besparing en het benutten van de aanwezige duurzame warmtebronnen centraal staan. Door deze programma’s samen tot uitvoering te brengen, proberen we tot betrouwbare en betaalbare duurzame warmteoplossingen te komen. Dit hoofdstuk geeft richting aan de regionale activiteiten in het kader van zowel NP RES als NPLW en is tevens de Regionale Structuur Warmte (RSW).

5. Grootschalige Opwek

Waar staan we nu?

1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

Het benutten van de aanwezige warmtebronnen is belangrijk om afhankelijkheid van schaarse elektriciteit (aanbod en netcapaciteit) te beperken. De verschillende aardgasvrije warmteopties hebben elk een verschillende impact op de elektriciteitsvraag, op de woning en de wijk en op het ruimtegebruik. We zoeken in de regio naar de juiste balans, in afstemming met bewoners (door gemeenten). De bovengemeentelijke warmtebronnen van betekenis in de regio zijn geothermie en aquathermie uit oppervlaktewater (TEO). Betrokken gemeenten, provincie en waterschappen werken samen aan kennisdeling, onderzoek en een eerlijke en slimme verdeling van deze bronnen. Waar nodig kijken we ook bovenregionaal voor samenwerking. Zo is gemeente De Ronde Venen over geothermie in contact met de MRA-gemeenten (Metropoolregio Amsterdam). De warmtevraag vanuit de gebouwde omgeving Update van de warmtevraag volgt uit PBL Startanalyse Q4-2024

Trends en ontwikkelingen We zien een aantal trends en ontwikkelingen in de warmtetransitie. • Uitdagingen in de wijkaanpak: Gemeenten zijn gestart met het aardgasvrij maken van de eerste buurten en wijken. Daarbij komen ze uitdagingen op verschillende vlakken tegen, zoals betaalbaarheid, een overbelast elektriciteitsnet de komende jaren, de inpassing in de ruimte en de toenemende koudevraag. Ook is er nog behoefte aan een goed verhaal over de noodzaak en een aantrekkelijk toekomstbeeld. • Instrumentarium collectieve oplossingen nog niet op orde: De alternatieven voor verwarmen met aardgas zijn nog niet voor iedereen financieel aantrekkelijk en aan vernieuwde wet- en regelgeving wordt nog gewerkt (o.a. WGIW, WCW, waarborgfonds). • Technische innovaties: Ook in de warmtetransitie staat innovatie niet stil. Zo worden warmtetechnieken niet alleen stiller, compacter en efficiënter, maar wordt ook gekeken naar modulaire en opschaalbare warmtesystemen. Daarnaast is er steeds meer aandacht voor biobased isoleren en het slimmer afstemmen van vraag en aanbod van warmte. Regionaal nemen we deze ontwikkelingen mee in de ondersteuning aan gemeenten.

Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

Ambities voor 2030 en daarna De afspraken in het Klimaatakkoord onderschrijven we allemaal. Sommige gemeenten hebben deze voor zichzelf zelfs aangescherpt; zo wil bijvoorbeeld gemeente Wijk bij Duurstede in 2030 energieneutraal zijn en gemeente Montfoort in 2040.

Regionaal stellen we geen tussentijdse gezamenlijke kwantitatieve doelen, maar zetten we in op samenwerking, ondersteuning, kennisdeling en afstemming. We zorgen er samen voor dat de warmtetransities van alle gemeenten bij elkaar leiden tot een duurzaam energiesysteem.

Uit de jaarlijkse monitor warmtetransities, verzorgd door provincie Utrecht voor de 3 RES regio’s binnen de provincie, blijkt dat in de RES regio Utrecht nog een kleine 330.000 woningen van het aardgas moeten. Ook heeft een deel van de stadsverwarming nog een duurzame bron nodig.

4. Warmtetransitie

Alleen aardgas 5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

Aantal woningen (percentage)

Stadsverwarming*

Elektrisch verwarmd

Zonder gebruik aardgas

Met gebruik aardgas (hybride)

Zonder gebruik aardgas

Met gebruik aardgas (hybride)

2017

324.306 (80,2%)

47.312 (11,7%)

14.153 (3,5%)

1.618 (0,4%)

1.213 (0,3%)

15.771 (4,0%)

2022

329.321 (77,1%)

61.080 (14,3%)

11.960 (2,8%)

11.960 (2,8%)

3.417 (0,8%)

9.397 (2,3%)

* De uitsplitsing zonder/met gebruik aardgas betreft het gebruik in de woning. Het gebruik van aardgas in de centrale wordt hierin niet meegenomen.

7. Hoe werkt de RES

Ter vergelijking: Alleen aardgas (2022): 81,1% (PU) en 87,4% (NL)

^ Tabel Hoofdverwarmingsinstallaties woningen regio Utrecht

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

Onbekend

Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

Inzet komende periode De opgave is groot en complex en nog niet alle randvoorwaarden zijn passend, maar stilstaan is geen optie. De focus van de regionale activiteiten ligt op zaken die wél kunnen, nu en ter voorbereiding op het moment dat er meer kan. Uitgangspunten voor regionale ondersteuning De regionale ondersteuning baseren we op onderstaande uitgangspunten. We denken daarmee te komen tot een robuust en duurzaam energiesysteem en te voldoen aan landelijk gestelde kaders en deadlines. 1. We zetten maximaal in op energie besparen (gedrag, isoleren, ventileren en zonwering). Dit doen we ook als isoleren niet nodig is voor de duurzame warmteoplossing (zoals een MT warmtenet met bijv. geothermie als bron). En ook als energie besparen de business case van een warmtenet of bronnet minder rendabel maakt doordat de warmtevraag daardoor afneemt. We kiezen hiervoor omdat: • een lager energieverbruik een lagere energierekening betekent • geïsoleerde gebouwen beter geschikt zijn voor een duurzaam warmtealternatief dat een lagere temperatuur heeft dan de huidige fossiele bronnen • hoe beter het gebouw geïsoleerd is en het gedrag van de gebruiker is afgestemd op de beschikbaarheid van energie, hoe minder elektriciteit er opgewekt hoeft te worden. • een geïsoleerd gebouw comfortabeler is voor de gebruiker.

• de Europese richtlijn voor energieprestaties gebouwen (EPBD iv) stelt dat het energieverbruik van woningen omlaag moet, nieuwe gebouwen vanaf 2030 zero-emission buildings (ZEB) moeten zijn en vanaf 2050 alle gebouwen, waarvoor dat haalbaar is, een ZEB zijn. Uiteraard houden we betaalbaarheid en de consequenties voor het energiesysteem goed in de gaten bij de keuzes die gemaakt worden rondom besparen.

2. Om bewoners en Stedin op korte termijn duidelijkheid te geven over de plannen voor de gebouwde omgeving, ondersteunen we gemeenten om z.s.m. concrete warmteprogramma’s op te stellen en vast te stellen. Daarin is per wijk/gebied aangegeven of er een warmtenet of bronnet wordt voorzien of dat het een all-electric wijk zal worden. Ook wordt er een fasering gegeven. In de keuzes wordt naast duurzame warmte ook koeling meegenomen. We hanteren bij voorkeur de volgende denklijn: • We willen zo goed mogelijk de warmtebronnen die te realiseren zijn benutten, zodat we zo min mogelijk elektriciteit en groen gas nodig hebben. Daarom starten we met het opstellen van nieuwe uitvoeringsplannen in wijken waarin een warmtenet of bronnet kansrijk lijkt. Dit voorkomt (gedeeltelijk) dat bewoners zelf een individuele oplossing regelen en de aanleg van een warmtenet of bronnet financieel minder aantrekkelijk wordt. • In wijken waarin een warmtenet of bronnet niet kansrijk lijkt en een individuele oplossing het meest logische alternatief is, geven we de bewoners die duidelijkheid, maar we stimuleren de installatie van allelectric warmtepompen nog niet. Dat kan pas als het net verzwaard is (na 2030) of als er regelbare warmtepompen zijn die verplicht kunnen worden. We stimuleren wel isolatie en de installatie van hybride warmtepompen, die we als goede tussenoplossing zien.

In de periode dat het elektriciteitsnet verzwaard wordt, bereiden we ons voor op wijkaanpakken om de installatie van all-electric warmtepompen te stimuleren door collectieve inkoopacties en ontzorging. Zo kunnen we direct aan de slag zodra het mogelijk is. • In de wijkaanpakken wordt utiliteit in de wijk meegenomen, bedrijventerreinen krijgen elk hun eigen aanpak. • Groen gas en waterstof lijken in de gebouwde omgeving weinig kansrijk door schaarste. Alleen voor hoogwaardige toepassingen in de industrie, of daar waar waterstof lokaal opgewekt en gebruikt kan worden, is groen gas of waterstof een optie.

Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

• Het lang in stand houden van het aardgasnet terwijl een groot deel van de gebouwde omgeving al over is op een duurzame warmteoplossing, leidt tot hoge maatschappelijke kosten. Deze landen o.a. bij de meest kwetsbare groep. Daarom kan het inzetten van de aanwijsbevoegdheid verstandig zijn. Ook helpt dat voor de haalbaarheid van een collectieve oplossing. 3. Bij de inzet van duurzame warmtebronnen kijken we breder dan gemeentegrenzen en stemmen we regionaal af, zoals wordt gevraagd in het wetsvoorstel voor de Wet Collectieve Warmte . 4. We zorgen er gezamenlijk voor dat de som van de warmtetransities bijdraagt aan een robuust en duurzaam regionaal energiesysteem. Daarbij kijken we niet alleen naar duurzame warmtebronnen, maar ook naar piekvoorziening, buffering en seizoensopslag.

Door dit met elkaar af te spreken en uit te voeren, hebben we een vergelijkbaar speelveld en is het makkelijker om lef te tonen. Uiteraard respecteren we elkaars (eerder genomen) besluiten, ook als deze afwijken van deze uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn in lijn met het NPE en de Energievisie van provincie Utrecht.

Regionale activiteiten Op basis van genoemde trends, ontwikkelingen en uitgangspunten, zet de regio zich in om de warmtetransitie verder te brengen door: • Inzicht te krijgen in de som van de zestien gemeentelijke warmtetransities en de impact daarvan op het energiesysteem • Relevante onderzoeken uit te zetten • Inzicht te krijgen in lokale en regionale netcapaciteit • Verdelingsvraagstukken rondom duurzame bronnen te begeleiden, waar relevant • ‘Kopieerbare’ kennis en ervaringen te delen • De warmtetransitie te monitoren • Te lobbyen en door gemeenten te ondersteunen bij: • Strategieontwikkeling voor de inzet van bronnen • Het verkrijgen van inzicht in kansrijke warmteoplossingen per wijk • Het verder uitwerken van afwegingscriteria per warmteoplossing • Het opstellen van een Warmteprogramma als programma onder de Omgevingsvisie • Het uitwerken van de opzet van een gemeentelijk warmtebedrijf • Kennisuitwisseling over diverse vormen van participatie • Samenwerking met energie-initiatieven • Het verkennen van publiek en lokaal eigenaarschap • Duidelijkheid krijgen in rollen en bevoegdheden De regionale ondersteuning op warmte is verdeeld over verschillende partijen: RES regio Utrecht , NPLW , provincie Utrecht en Energie Diensten Centrum (EDC) . We streven naar optimaal samenwerken en verdelen van werkzaamheden tussen de partijen.

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

5. Grootschalige Opwek Inhoud: ZON-WIND-BALANS

1. Overview Klik op een knop om te lezen

2. Waar staan we nu OPTIMALE TURBINES BEDRIJVENTERREINEN

3. Energiesysteem CLUSTEREN LANGS INFRASTRUCTUUR

4. Warmtetransitie

OER

ENERGIE HUB

5. Grootschalige Opwek CLUSTEREN OPWEK EN GEBRUIK

6. Zon op daken & objecten DUBBEL RUIMTEGEBRUIK

DELEN AANSLUITING

7. Hoe werkt de RES LOKAAL EIGENAARSCHAP

PROJECTBATTERIJ

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

5. Grootschalige Opwek Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

Duurzame (lokale) elektriciteit is de ruggengraat van ons toekomstige energiesysteem. Het draagt bij aan het realiseren van de klimaatdoelen en zorgt voor de benodigde energie voor onze woningen, scholen, ziekenhuizen, winkels, bedrijven en transport. In de toekomst gebruiken we tot 3 keer meer stroom. Daarom zullen we in de regio ook meer stroom gaan opwekken met wind- en zonne-energie. Er is alleen windenergie als het waait en alleen zonne-energie als de zon schijnt. Daarom is een goede mix tussen wind en zon belangrijk. Grootschalige opwek dient goed te worden ingepast in ons totale energiesysteem. Nieuwe opwek wordt bij voorkeur gerealiseerd nabij energievraag en waar mogelijk gecombineerd met slimme energieoplossingen.

4. Warmtetransitie

Waar staan we nu 5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

De helft van de ambitie is inmiddels ingevuld, nog stap nodig om ambitie te halen In de regio hebben we afgesproken in 2030 1,3 TWh duurzame elektriciteit op te wekken met zonnevelden en windparken. Met 0,5 TWh aan zon op dak komen we daarmee op een ambitie van 1,8 TWh. Andere technieken, waaronder kleinschalige kernenergie, worden vooralsnog niet meegenomen in de RES. Deze zijn op dit moment nog onvoldoende marktrijp en/of onvoldoende opschaalbaar om een rol te kunnen spelen in de ambitie voor 2030. We volgen de ontwikkelingen en als daar aanleiding toe is kunnen we in de toekomst nieuwe technologieën meenemen. De regionale ambitie wordt ingevuld met de bijdragen van de gemeenten. Wij zijn daar sinds de RES 1.0 voortvarend mee aan de slag gegaan. Inmiddels is 0,6 TWh aan zonnevelden en windparken vergund en deels ook gerealiseerd. En nog eens 0,2 TWh aan grootschalige opwek is concreet bij initiatiefnemers in voorbereiding. Voor de helft daarvan is de vergunning inmiddels aangevraagd.

Een aantal gemeenten heeft de afgesproken bijdrage inmiddels gerealiseerd. Andere zijn op weg hun bijdrage te realiseren. Bij enkele gemeenten blijkt het om technische, ruimtelijke en/of juridische redenen moeilijk de volledige bijdrage te kunnen leveren. Er zijn ook enkele gemeenten waar de noodzakelijke besluitvorming over (een deel van de) zoekgebieden en projecten lijkt te stagneren. Separaat heeft de provincie een besluit over extra windlocaties genomen. Om de regionale ambitie te kunnen realiseren is daadkrachtige besluitvorming over de bestaande en aanvullende zoekgebieden door gemeenten nodig. Dit moet ervoor zorgen dat in de regio de komende vijf jaar 1,3 TWh aan grootschalige elektriciteit wordt opgewekt. Onderstaande tabel geeft per gemeente de bijdrage weer aan de regionale ambitie van 1,3 TWh in 2030. Daarnaast staat het ingeschatte totale opwekvermogen van de concrete zon- en windprojecten en de zoekgebieden die nog door de gemeenten op haalbaarheid worden onderzocht en/of worden uitgewerkt. Deze zoekgebieden dragen bij aan het invullen van de bijdrage voor 2030 en bij een aantal gemeenten bevatten ze ook een doorloop naar extra opwek tot 2035. Dit omdat gemeenten ook werken aan hun eigen klimaatambities na 2030. In de laatste kolom staat de opwek die reeds is ingevuld met concrete projecten waarvan de vergunning is aangevraagd/ verleend tot en met realisatie.

Een behoorlijk deel van deze zoekgebieden zit in de verkennende fase. Daarom is er een reële kans dat een deel van deze zoekgebieden nog uitvalt. Doordat het totaal van zoekgebieden groter is dan de ambitie, kan enige uitval worden opgevangen.

Gemeentelijke bijdrage en status realisatie Bijdrage aan ambitie Totaal aan projecten grootschalige opwek en zoekgebieden in 2030 ambitie 2030 en doorloop 2035**

Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

Waarvan reeds in­gevuld met ­projecten* (gerealiseerd, vergund, vergunning aangevraagd)

Totaal in TWh

1,3 TWh

1,6 TWh

0,6 TWh

Totaal in GWh

1269 GWh

1639 GWh

612 GWh

Uitgesplitst per deelnemer (GWh) Bunnik

50

62

62

De Bilt

25

62

16

De Ronde Venen

88

88

16

Houten

177

177

177

IJsselstein

39

40

0

Lopik

55

65

13

Montfoort

44

44

11

Nieuwegein

48

55

35

Oudewater

12

39

0,3

Stichtse Vecht

93

93

0

Utrecht

355

303

139

Utrechtse Heuvelrug

80

80

31

Vijfheerenlanden

33

90

30

Wijk bij Duurstede

57

162

72

Woerden

76

81

10

Zeist

37***

38

0

Provincie Utrecht****

160*****

160

-

*

peildatum 1 oktober 2024

** gemeenten werken aan beleid voor aanvullende opgave na 2030, dat geeft een doorloop naar 2035 *** Verlaging van de afgesproken bijdrage op basis van technische beperkingen **** Aanvullende windambitie provincie bovenop ambitie gemeenten. *****bijdrage provincie nog niet meegeteld door mogelijke effect op bijdrage gemeenten

Tijdig realiseren van de ambitie 2030 kent uitdagingen, waaronder netcongestie In de praktijk spelen bij diverse zoekgebieden uitdagingen. Zo zijn er (deels) tegen­ gestelde belangen tussen energietransitie en natuur- en cultuurhistorische waarden (o.a. Nieuwe Hollandse Waterlinie). Ook is er beperkte interesse bij ontwikkelaars voor complexe opwekprojecten en staat de business case voor grootschalige opwek­ projecten onder druk. Door netcongestie en de noodzakelijke verzwaring van het elektriciteitsnet is niet altijd duidelijk wanneer een opwekproject kan worden aangesloten. Volgens de planning van de netbeheerder kunnen alle beoogde opwekprojecten rond 2030 zijn aangesloten. Aanvullende locaties zijn nodig Voor deze RES Herijking is de planMER RES Herijking regio Utrecht opgesteld. Deze laat zien dat binnen de regio Utrecht ruim voldoende mogelijkheden bestaan om de opwekambitie voor 2030 te realiseren. Vanuit milieuperspectief blijkt dat in vrijwel alle gemeenten er voldoende opwekpotentie is voor het minimaal realiseren van de afgesproken bijdragen. Voor de gemeenten Nieuwegein, Zeist en Utrecht laat de planMER zien dat binnen de zoekgebieden die nu in beeld zijn niet de volledige bijdrage kan worden ingevuld om milieutechnische redenen. In Nieuwegein en Utrecht wordt gezocht naar aanvullende zoekgebieden waarmee de bijdrage kan worden gerealiseerd.

Voor gemeente Zeist lijkt vanwege technische beperkingen de bijdrage ook op lange termijn niet haalbaar. Als regio en als RES-partners vinden we het belangrijk dat we onze bijdrage aan de verduurzaming van de regio Utrecht en de landelijke doelstelling voor grootschalige opwek leveren. Om de afgesproken ambitie volledig in te vullen heeft de provincie separaat aanvullende windlocaties aangewezen. De keuze voor deze locaties is gemaakt op basis van de PlanMER windenergie Utrecht die de provincie eind 2023 mede heeft vastgesteld. Daarnaast zoekt een aantal gemeenten ook naar aanvullende zoekgebieden voor wind- en zonne-energie. Dit gebeurt voor het realiseren van de eigen bijdrage en als onderdeel van het planuitvalmechanisme. Aanvullende locaties zijn ook nodig voor het realiseren van de eigen klimaatambities na 2030.

Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

Lokaal eigenaarschap is het nieuwe normaal Enkele jaren geleden was participatie door coöperaties, bewoners en bedrijven in zon- en windprojecten nog een uitzondering. Vandaag de dag is lokaal eigenaarschap in opwekprojecten vanzelfsprekend geworden. In bijna alle gemeenten en bij (wind) projecten waarbij de provincie bevoegd gezag is, is de (inspannings)verplichting van (minimaal) 50% lokaal eigenaarschap vastgelegd in beleid. Het lokaal eigenaarschap wordt vaak ingevuld door een lokale coöperatie. Via de coöperatie kunnen grondeigenaren, bewoners en bedrijven meedenken, meedoen en meeprofiteren bij projecten. Bij de individuele coöperaties is veel kennis aanwezig en met het bestaande coöperatieve kennisnetwerk wordt expertise en ervaring snel ontsloten.

Trends en ontwikkelingen • Systeem bewust ontwikkelen. Nieuwe locaties voor zonnevelden en windparken worden in samenhang met het totale energiesysteem bekeken en ontwikkeld. • Dubbel ruimtegebruik. Ruimte is schaars in de regio Utrecht. Daarom wordt bij nieuwe zonnevelden (en windparken) actief gezocht naar mogelijkheden voor de combinatie met andere functies. Dit sluit aan bij de zonneladder. • Bedrijven(terreinen) zoeken naar meer regie over eigen energie. Netcongestie laat zien dat levering van voldoende stroom niet altijd meer vanzelfsprekend is. Daarom zoeken steeds meer bedrijven naar mogelijkheden voor een (deels) eigen stroomvoorziening. Ontwikkelen van opwek nabij de vraag (zoveel mogelijk op zelfde netvlak) is daar een onderdeel van. • Clusteren energieopwek voor behoud van landschap en natuur. Onderzoeken onder bewonersgroepen laten een voorkeur zien voor het concentreren van nieuwe opwek langs wegen en bij bedrijventerreinen, om zo landschappelijk waardevolle gebieden te vrijwaren. • Business case opwekprojecten staat onder druk. Door de toename van de kosten voor arbeid en materieel en verlaging van subsidies staat de business case onder druk. Daarmee neemt de interesse van de markt voor het ontwikkelen van nieuwe projecten af. Dat geldt in het bijzonder voor relatief kleine en complexe locaties.

Ambities voor 2030 en daarna Als regio staan we voor de opwek van 1,8 TWh in 2030 Dat is onze bijdrage aan de landelijke doelstelling voor energieopwekking in 2030. Deze ambitie realiseren we met windparken, zonnevelden en (grote) zonnedaken. De 1,8 TWh is opgebouwd uit 1,3 TWh grootschalige opwek en 0,5 TWh aan zon op daken en andere objecten. De ambitie wordt ingevuld met bijdragen van de 16 gemeenten in de regio, windlocaties aangewezen door de provincie en in beperkte mate met OERprojecten. In de RES 1.0 zijn per gemeente concrete afspraken gemaakt over de bijdrage. Gekozen is voor een uitwerking op gemeentelijk niveau. Zo sluiten we maximaal aan bij de lokale context. Zie tabel gemeentelijke bijdrage en status realisatie. Indien voor gemeenten dusdanige technische belemmeringen optreden dat zij hun bijdrage redelijkerwijs niet kunnen realiseren wordt de bijdrage voor die gemeenten naar beneden bijgesteld. De totale ambitie voor de regio blijft 1,8 TWh. Als een gemeente haar volledige bijdrage niet voor 2030 realiseert, blijft het restant staan voor realisatie na 2030. Richting 2050 tot drie keer meer stroom nodig. Meer opwek in onze regio Volgens de huidige inzichten (o.a. Nationaal Programma Energie en Energievisie Utrecht) gebruiken we rond 2050 tot drie keer zoveel stroom door de elektrificatie van onze energievoorziening. Deze orde grootte geldt ook voor onze regio.

Voor een (bijna) energieneutrale energievoorziening is dan ook tot drie keer zoveel duurzame opwek nodig in de regio Utrecht. De Energievisie schetst illustratief dat voor een enerergieneutrale gebouwde omgeving in de RES regio Utrecht in 2050 ongeveer 7,3 TWh aan opwek nodig is. Als we dat evenredig in de tijd verdelen betekent dat dat we als regio in 2040 ongeveer 4,6 TWh aan duurzame stroom moeten opwekken oplopend tot 7,3 TWh in 2050. Met de bestaande opwektechnieken bestaat in onze regio een mogelijke energiemix in 2050

Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

grofweg uit: 100 windturbines, 2500 ha zon op dak en 2500 ha zonnevelden. Met deze RES Herijking wordt geen kwantitatieve regionale opwekopgave voor de periode 2030-2050 vastgesteld. Lokaal en bovenlokaal aan de slag met energieneutraliteit De meeste gemeenten en de provincie werken aan hun beleidsambitie om in de periode 2040 – 2050 energieneutraal te zijn. Wijk bij Duurstede wil dit al in 2030 bereiken. De Energievisie van de provincie heeft als ambitie een energieneutrale gebouwde omgeving in 2050. Bij deze ambities is naast een aardgasvrije warmtevoorziening ook duurzame opwek een belangrijk onderdeel. De (eigen) opwekopgave voor individuele gemeenten verschilt sterk omdat ook het verbruik per gemeente sterk verschilt. Daarnaast is er per gemeente een groot onderscheid in de technische mogelijkheden die o.a. samenhangen met de hoeveelheid ruimte (landelijke gebied) en planologische belemmering zoals natuur en cultuurhistorie. Voor sommige gemeenten (vooral plattelandsgemeenten) ligt lokaal opwekken wat wordt verbruikt op de middellange termijn binnen handbereik. Voor anderen gemeenten (waaronder Zeist en de stad Utrecht) lijkt dit ook op de lange termijn technisch onhaalbaar. Naast een lokale opwekopgave is er voor een energieneutrale regio als geheel dan ook een bovenlokale opgave die we gezamenlijk moeten invullen.

Slimme keuzes nieuwe opwek hangen samen met energiesysteem en ruimtelijke ontwikkelingen De bestaande netcongestie laat zien dat voor nieuwe zoekgebieden integratie met het energiesysteem essentieel is. Lukraak realiseren van zonnevelden en windparken is naar de toekomst toe geen begaanbare weg. Het zorgt voor overbelasting van het net en de economische haalbaarheid is in het geding. Dat tekent zich nu al af. Daarnaast speelt synergie met ruimtelijke ontwikkelingen een belangrijke rol. Steeds duidelijker wordt dat nabijheid van voldoende opwek een

randvoorwaarde is voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werkgebieden en de verduurzaming van bestaande gebieden en transport. De oplossing wordt daarbij zoveel mogelijk gezocht op het laagst mogelijke netvlak. Lokaal waar het kan, bovenlokaal waar het moet. Tot slot moet de energie ook beschikbaar zijn op het moment dat deze wordt gebruikt. Dat vraagt om een evenwichtige mix van zon- en windenergie en ook om een goede afstemming tussen opwek en verbruik en slimme oplossingen rond uitwisseling, opslag en omzetting van energie op het niveau van wijken en bedrijventerreinen. Hierbij bestaat er een belangrijke samenhang met de aardgasvrije warmteoplossing. Werkenderwijs aan de slag opweg naar een energieneutraal regio in 2050 De vernieuwende slimme oplossingen (waaronder energiehubs, opslag en agriPV) staan veelal nog in de kinderschoenen. We gebruiken de komende periode daarom om kennis en ervaring op te doen met deze slimme oplossingen. De RES samenwerking draagt met pilots, waarmee in de praktijk zichtbaar wordt wat kan, bij aan de kennisontwikkeling en kennisdeling in onze regio. Daarbij sluiten we waar mogelijk aan bij lopende trajecten (gemeenten, provincie, landelijk). Daarnaast werken we (sub)regionale scenario’s uit die inzicht geven in de lokale en bovenlokale opwekpotentie op de middellange en lang termijn.

Dit wordt gedaan in samenhang met het energiesysteem van de toekomst en in samenhang met ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Het IRP en de Energievisie worden hierbij betrokken. Deze scenario’s geven de beslisinformatie om keuzes te maken over de integrale opwekopgaven voor individuele gemeenten en de regio als geheel. De uitgewerkte opgaven worden in de volgende collegeperiode vastgesteld.

Inhoud: 1. Overview

2. Waar staan we nu

3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Grootschalige Opwek Opwek

Inzet komende periode Gemeenten en de provincie zetten zich maximaal in om de besluiten die nodig zijn te nemen en de vergunningen te verlenen waarmee de beoogde zon- en windparken kunnen worden ontwikkeld. Doel daarvan is de ambitie van 1,3 TWh aan grootschalige opwek in de regio Utrecht in 2030 te realiseren. Bij nieuwe zoekgebieden voor opwek wordt ook gezocht naar clustering met energievraag en het ondersteunen van het energiesysteem. Netcongestie en het energiesysteem van de toekomst dwingen ons op een andere manier naar de energieopgave te kijken. Het realiseren van nieuwe opwek op logische plekken (bijvoorbeeld bij bedrijventerreinen en bij energiehubs) helpt bij het oplossen van netcongestie en draagt bij aan een goede en betrouwbare toekomstige energievoorziening voor woon- en werkgebieden. Om bestaande belemmeringen op te lossen en om kennis en ervaring op te doen met nieuwe slimme geïntegreerde energieoplossingen, pakken we in de regionale samenwerking verschillende onderzoekslijnen op. Daarbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij concrete lopende initiatieven en maken we gebruik van goede voorbeelden en kennis die er al is. Enkele van de onderzoekslijnen zijn:

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen

• Mogelijkheden maatschappelijke business case en publieke deelname voor opwekprojecten op kansrijke locaties waar “de markt” geen interesse in heeft (financieel en organisatorisch). Gemeente Utrecht is hier voor enkele locaties al mee gestart. • Haalbaarheid (technisch, ruimtelijk, financieel, organisatorisch) multifunctioneel ruimtegebruik zonneparken in het licht van de zonneladder en de wens voor toepassing van agriPV. In de gemeente Houten is toepassing van agriPV een nadrukkelijke uitkomst van het burgerberaad en o.a. Wageningen University doet onderzoek naar de mogelijkheden voor multifunctioneel ruimtegebruik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/636/documents/19303