CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A04.2 Ruimtelijk Kader Statenland definitief_1.pdf

Gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente OudewaterBij agendapunt: 5: Vaststellen wijze van afdoening van de ingekomen stukken12.968 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

profiel is de ruggengraat. • Verbinding op wandelnetwerk Hollandsche IJssel en Tiendwegen. • Behoud en benut hoogteverschil dat voortkomt uit de afgraving buiten de vesting. • Stadstuinen met woning(hout)bouw in kleine korrel in het schootsveld. • De stadstuinen zijn duurzaam (10 jaar) in zelfbeheer bij bewoners of vrijwilligersorganisaties. Nota parkeernormen 2021 De Nota parkeernormen 2021 is een beleidsregel waarin parkeernormen voor diverse functies zijn vastgelegd. Hiervoor zijn de kengetallen/richtlijnen van de CROWpublicatie 381 als basis gebruikt. In de Nota parkeernormen is Oudewater onderverdeeld in deelgebieden. Statenland valt onder de categorie ‘Overig gebied binnen de bebouwde kom’, ook weleens aangewezen als onderdeel van ‘rest bebouwde kom’. In de Nota parkeernormen zijn voor zowel woningen als niet-woonfuncties (winkels, horeca, maatschappelijke doeleinden, et cetera) parkeernormen opgenomen die in acht moeten worden genomen bij het bepalen van de parkeervraag. Daarbij gelden zowel parkeernormen voor het autoparkeren als het fietsparkeren. De parkeervraag moet in beginsel op eigen terrein worden opgelost. De nota biedt kaders voor de gevallen waarbij dit niet mogelijk is. In de parkeernormen wordt de parkeereis per type woning aangegeven voor zowel de fiets als auto. Deze is opgedeeld in een aandeel aanwonenden en een aandeel bezoekers.

De afmetingen van de parkeerplaatsen moeten voldoen aan de CROW‑normen. Voor de parkeernormen fiets voor woningbouw verwijzen we naar de CROW‑kencijfers. Deze vraag moet geheel op eigen terrein worden gerealiseerd. De fietsenstalling moeten voldoen aan de eisen van Stichting Fietsparkeur. Daarnaast kan middels de inzet van deelmobiliteit aanspraak worden gemaakt op een mobiliteitscorrectie (een vermindering op de parkeereis). Hiervoor moet een mobiliteitsplan ter beoordeling worden ingediend. In gemeente Oudewater zijn hier

nog geen beleidsregels voor, dus zal dit als maatwerk worden beoordeeld. Bij deelmobiliteit kan gedacht worden aan deelauto’s en deel(bak)fietsen. Ook kan er worden gedacht aan een mobiliteitshub waar de vormen van deelmobiliteit samen komen met bijvoorbeeld een pakket pick‑up point. Fietsbeleidsplan ‘Oudewater fietst verder’ In het fietsbeleidsplan Oudewater Fietst Verder (2022) is als uitgangspunt gehanteerd dat de fiets als volwaardig vervoermiddel wordt gezien en een goede fietsinfrastructuur tot een vlotte en comfortabele doorstroming van het fietsverkeer leidt. Voor Statenland is de beschikbaarheid van goede fietsverbindingen en fietsparkeervoorzieningen van belang. Het fietspad langs de Utrechtse straatweg is onderdeel van de ‘bestaande fietsinfrastructuur’. Vanuit Statenland zal een goede, comfortabele en verkeersveilige aansluiting op dit bestaande fietspad moeten worden gerealiseerd. Groenblauw beleidsplan Oudewater 20212030 Het groenblauwbeleid is een visie op de inrichting van groen en water van Oudewater. Groen en water zijn essentieel voor het leven van mens en dier en kunnen ook een positieve bijdrage leveren aan het veranderende klimaat. Het is daarom van vitaal belang om bewust en zorgvuldig met het groen en water om te gaan en op een efficiënte manier in te zetten.

Bij ontwikkelingen staan, zowel water als groen, echter vaak in hoeveelheid en kwaliteit onder druk. De wens voor meer parkeerplekken kan bijvoorbeeld ten koste gaan van waardevol groen. Of een andere inrichting/beheermethodiek heeft invloed op de ecologische, klimaatbestendige, cultuurhistorische en recreatieve waarden van het groen en water. Daarnaast vragen ontwikkelingen zoals de verandering van het klimaat en de druk op de begroting om een integrale benadering. Daarom is het Groenblauw beleidsplan 2021-2030 en de uitwerking hiervan, het Groenblauw beheerplan 2021‑2025 vastgesteld. De kernwaarden zijn: veilig, duurzaam, ecologie, klimaat, cultuurhistorie en bewoners en recreanten. Samen geven de waarden richting aan de inrichting en het beheer. Het groen en 57

water zorgen er in 2031 voor dat de leefomgeving aantrekkelijk, gezond en veilig is voor mens, dier en plant. Dit geldt voor zowel op het land als in het water. Voor Statenland is het streefdoel een hoogwaardige uitstraling omdat het de kern en de entree van de stad betreft. De hoogwaardige leefomgeving is gericht op de esthetische waarde. Het groen en water in deze gebieden worden specifiek ingericht om een mooie leefomgeving te creëren. Het groen en het water moeten bijvoorbeeld aansluiten bij het cultuurhistorische karakter. Beleid Klimaatbestendig Oudewater 2050 In het Beleid Klimaatbestendig Oudewater 2050 is aangegeven dat de Rijksdoelstelling om in 2050 klimaatbestendig te zijn op lokaal niveau vraagt om concrete maatregelen. Om de Rijksdoelstelling te halen worden nieuwe wijken zoals Statenland klimaatbestendig gebouwd en worden, waar mogelijk, bestaande knelpunten opgelost. Voor de inrichting van de openbare ruimte zijn inrichtingsprincipes geformuleerd. Zo wordt uitgegaan van het planten van bomen die in volgroeide toestand voldoende mate schaduw kunnen geven om hittestress tegen te gaan. De bomen worden daarbij zoveel mogelijk in het groen (in plaats van tussen de verharding) geplant zodat de groei- en leefomstandigheden voor de boom zo optimaal mogelijk zijn.

Bij de plaatsing van bomen wordt rekening gehouden met de ligging van de woningen, zodat de bomen geen schaduw geven op de zonnepanelen van de woningen. Daarnaast wordt ingezet op de aanleg van geveltuinen bij de woningen. Parkeerplaatsen worden, waar mogelijk, in halfverharding uitgevoerd zodat het hemelwater in de bodem kan infiltreren. De benodigde waterbergingscompensatie-eis luidt hier 90 mm, in combinatie met een maximale peilstijging van 0,3 meter en een afvoer van 1,5 L/s/ha. Ook moet 22,5% open water worden gerealiseerd van het toekomstig verhard oppervlak. Woonvisie Oudewater 2020-2025 In een woonvisie legt de gemeente haar ambitie, doelstellingen en beleid vast voor het wonen. In de woonvisie is aandacht voor die doelgroepen waarvoor niet zomaar de juiste woning beschikbaar is. De Woonvisie 58

Oudewater biedt het kwantitatieve en kwalitatieve kader voor verfijning, monitoring en – indien nodig – bijstelling van de woningbouwplanning voor Oudewater. Tevens is de woonvisie een van de bouwstenen voor de nieuwe gemeentelijke en provinciale omgevingsvisie en de basis voor de prestatieafspraken met De Woningraat en Habion. Het woonprogramma in dit Ruimtelijk Kader is gebaseerd op deze woonvisie. Uitgangspunt bij nieuwbouw is dat 30% van de woningen sociaal, 10% middeldure huur en 30% betaalbaar is. Daarbij wordt ernaar gestreefd zoveel mogelijk gemengde bouwprojecten te realiseren, zowel in prijsklassen als in woningen voor bepaalde doelgroepen. In de woonvisie is aangegeven dat in aanvulling op de bestaande voorraad, levensloopbestendige appartementen en ruime eengezinswoningen moeten worden gebouwd. Overeenkomstig het uitgevoerde regionale woningbehoefteonderzoek (2019) bedraagt de regionale behoefte aan woningen tot 2040 circa 104.000 woningen. Voor de gemeente Oudewater is de behoefte berekend op 685 woningen in de periode tussen 2018 en 2040. Omdat uit de praktijk blijkt dat een deel van de woningbouwplannen wordt uitgesteld, wordt uitgegaan van een groter aantal woningen waarvoor ‘harde’ plannen wordt gemaakt. Voor Oudewater zijn dit 760 woningen tot 2040.

Omdat in Oudewater geen omvangrijke nieuwe binnenstedelijke locaties te vinden zijn om extra woningen te bouwen, wordt onder andere gekeken naar locaties aan de rand van de kernen, net buiten de rode contour. De locatie Kerkwetering aan de westzijde is een dergelijke locatie. Ook Statenland ligt voor een deel buiten de rode contour, maar aangezien dit aansluitend is op de bestaande kern liggen hier kansen voor extra woningen. In de raadsvergadering van 27 januari 2026 is een motie aangenomen om 15% extra betaalbare koopwoningen op te nemen in het woningbouwprogramma van Statenland, conform de doelgroepenverordening.

Afval Het afval voor gestapelde woningbouw wordt verzameld in ondergrondse containers. Voor grondgebonden woningen worden kliko’s gebruikt. De opstelplaatsen van de kliko’s en de ondergrondse containers krijgen centrale plekken in de wijk. Er wordt rekening gehouden met de rijroutes, opstelplaatsen en draaicirkels van vuilniswagens. Convenant Toekomstbestendig Bouwen De gemeente Oudewater heeft het Convenant Toekomstbestendig Bouwen ondertekend. Dit convenant bevat breed gedeelde ambities voor duurzame woningbouw met betrekking tot energie, circulariteit, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen en gezondheid. Voor ontwikkelingen biedt het convenant duidelijkheid, standaardisering en herkenbaarheid. Het kent drie ambitieniveaus: Brons, Zilver en Goud. Brons is het minimale basisniveau. Voor de thema’s natuur inclusief, energie en circulair bouwen is Zilver onze ambitie.

4.4 Waterschap Waterkering Een deel van het plangebied ligt binnen de zogenaamde ‘zone waterstaatswerk’. In de HDSR Waterschapsverordening 2024 zijn de waterkeringen opgenomen die vanuit waterhuishoudkundig oogpunt bescherming behoeven. De werkzaamheden die samenhangen met de voorgenomen herontwikkeling van Statenland zijn volgens de beleidsregels van HDSR in beginsel niet vergunbaar in verband met de stabiliteit van de dijk en damwand. Uit onderzoek is gebleken dat er een minimale afstand van 6 meter moet komen tussen de damwand en de woningen om een stabiel waterstaatswerk te behouden. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de minimaal benodigde profielen zoals weergegeven in figuur 4-1 en 4-2 van het adviesrapport van Sweco. De woningbouw dient de lijnen van het minimale profiel niet te passeren. Doorgaans zijn funderingen binnen het profiel wel mogelijk, zolang deze geheel door grond zijn omgeven. Er is hiervoor wel een aanvullende toets nodig.

De waterstaatswerkzone (donkerpaars) en een beschermingszone (lichtpaars) 59

Wanneer minder afstand tussen de damwand en de woningen gewenst is, is een vervolgonderzoek nodig en goedkeuring van HDSR. Mogelijk zijn dan extra maatregelen noodzakelijk. Tussen de damwand en de nieuwe gracht moet een afstand van minimaal 13,9 meter worden gehouden (op basis van een peil van -1,2 meter NAP). Indien er wijzigingen in waterpeilen worden voorgesteld, dient dit opnieuw berekend te worden. Met de kennisgeving van het adviesrapport stelt HDSR zich op het standpunt dat zij in principe akkoord is met de berekende afstanden uit het rapport. Dit geldt ook voor de aanleg van eventuele kelders. In het rapport is de theoretische taludlijn van de kering doorgetrokken tot onder het maaiveld. Zolang eventuele kelders buiten deze lijn blijven, is dit acceptabel. Los hiervan moet nog een definitief oordeel worden gegeven door HDSR over de aanleg van kelders, in verband met grondwater en piping. Dit wordt echter pas relevant als er daadwerkelijk kelders worden aangelegd.

Uit oogpunt van beheer van de waterkering dient vanaf de teen van het grondlichaam 2 meter te worden vrijhouden, bijvoorbeeld door middel van een jaagpad dat door de gemeente wordt onderhouden. Een alternatief is het nieuw te graven stadskanaal, mits dit past binnen de stabiliteit volgens het rapport. Er dient te worden voorkomen dat de kadastrale percelen van de tuinen direct aan het grondlichaam grenzen. HDSR staat ook open voor een alternatief door het te bebouwen oppervlak verheeld te maken. Dit houdt in: vanaf de keringlijn gezien 25 meter integraal ophogen tot NAP +1,05 meter, oftewel 20 cm boven de toetshoogte. In dat geval kan dichter bij het water worden gebouwd en hoeft geen rekening meer te worden gehouden met het grondlichaam, maar enkel met de damwand. Verharding Aangezien in het plangebied woningen en verharding (straten, stoepen) worden toegevoegd, zal in overeenstemming met het beleid van HDSR compensatie moeten plaatsvinden. Het advies van HDSR is om

Geluidbelastingkaart provinciale wegen Utrecht 2021 (Op basis van Wet geluidhinder, incl. aftrek ex. art. 110g Wgh). 60

22,5% van de toegenomen bebouwing/ verharding te compenseren, waarvan minimaal 15% in oppervlaktewater. De bestaande watergangen worden zoveel mogelijk behouden of opgewaardeerd. Het teruggebrachte vestingwerk bestaat uit een nieuwe watergang tussen de Hollandsche IJssel en de Molenwal / Oude Utrechtse straatweg. Veel van het te compenseren oppervlaktewater zal hier worden gerealiseerd.

standaardwaarde 53 dB. Een overschrijding hiervan is, mits gemotiveerd, toegestaan tot 70 dB. Als bovendien het plan in procedure wordt gebracht nadat de provincie de gpp’s heeft vastgesteld (medio 2026), zal het geluid vanwege de Utrechtse straatweg ook aan de standaardwaarde uit het Bkl moeten worden getoetst. Voor provinciale wegen bedraagt deze 50 dB. Een overschrijding hiervan is, mits gemotiveerd, toegestaan tot 60 dB.

4.5 Milieuaspecten

Daarnaast zal de nieuwe wijk door meer verkeersafwikkelingen meer geluid veroorzaken, met name aan de Molenwal. En wellicht zijn er andere akoestische effecten die nadelig zijn voor de omgeving zoals extra reflecties. Het Bkl stelt hier kaders voor. Ook hier moet rekening mee worden gehouden. Een goede stedenbouwkundige opzet kan de effecten van het geluid verminderen. Tot slot moet rekening worden gehouden met het geluid van de omliggende sportvelden, zoals de voetbalvelden van FC Oudewater. Dit laatste aspect wordt beoordeeld in het kader van bedrijven en zonering.

Geluid Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige functies. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen hoe om te gaan met geluid met betrekking tot geluidgevoelige functies en stiltegebieden. Bij geluidgevoelige functies gaat het om gebouwen ten behoeve van functies zoals wonen, onderwijs of zorg. De projectlocatie ligt nabij de Utrechtse straatweg, de provinciale weg N228. In het gebied worden nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Dat betekent dat het geluid vanwege wegverkeer moet worden getoetst aan het Bkl. Omdat de Utrechtse straatweg een provinciale weg is, geldt hier echter een overgangssituatie. De provincie Utrecht heeft nog geen geluidproductieplafonds (gpp’s) vastgesteld. Het geluid vanwege het verkeer op deze weg moet daarom nog worden getoetst aan de Wet geluidhinder (Wgh). Deze stelt een voorkeurswaarde van 48 dB. Uit onze gegevens blijkt dat de geluidbelasting in het plangebied hoger is dan 48 dB (inclusief aftrek ex. artikel 110g Wgh). Als deze wordt overschreden, dan moet hiervoor de hogerewaardeprocedure worden doorlopen. Hierbij geldt een maximale ontheffingswaarde van 63 dB.

Voor de andere wegen geldt dat het geluid aan de standaardwaarde uit het Bkl moet worden getoetst. Voor de omliggende gemeentelijke wegen is deze

De gemeente Oudewater heeft de beleidsregel hogere waarden Wgh vastgesteld om zo een goed akoestisch woonen leefklimaat te realiseren. Hierin zijn voorwaarden benoemd waaraan het plan moet voldoen, zoals een geluidluwe gevel. Het advies is om een akoestisch onderzoek uit te laten voeren wanneer de stedenbouwkundige uitwerking bekend is. Bodemverontreiniging Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn er voor het aspect bodemkwaliteit instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/ natuur, wonen en industrie. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast (bodemkwaliteitskaart) en neemt dit op in het definitieve omgevingsplan (artikel 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de 61

bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Het is in dit geval noodzakelijk dat er voorafgaand een bodemonderzoek wordt uitgevoerd volgens de Omgevingswet. De initiatiefnemer is verplicht aan te tonen dat de kwaliteit van de bodem geschikt is voor het gebruik ‘wonen met tuin’. Hiervoor is het verplicht om voorafgaand een bodemonderzoek in te dienen. Dit voorafgaand bodemonderzoek is gericht op de nieuwbouwlocatie én de bijbehorende buitenruimte (tuin). Het onderzoek start met een vooronderzoek volgens de NEN5725. Bij verdenkingen van bodemverontreiniging volgt minimaal een verkennend onderzoek volgens de NEN5740 en/of NEN5707/NEN5897. Op de locatie is een verkennend bodemonderzoek (Grondslag milieukundig adviesbureau; kenmerk 3276; d.d. 30-071997) bekend. Dit rapport is niet (meer) actueel voor het voorgenomen initiatief. Uit het bodemonderzoek blijkt dat: - In een groot aantal boringen bodemvreemde materialen (puin, kolen) aanwezig zijn. - Analytisch zijn er destijds lichte verhogingen in de grond en in het grondwater gemeten. - Binnen het ontwikkelingsgebied is een gedempte sloot bekend. Zolang de herkomst en de samenstelling van het dempingmateriaal niet bekend zijn, wordt een slootdemping aangemerkt als verdacht op de aanwezigheid van bodemverontreiniging.

Bedrijven en zonering De ‘Vereniging van Nederlandse Gemeenten’ (VNG) heeft in 2024 de uitgave ‘Activiteiten en milieuzonering 2024’ gepubliceerd. De nieuwe handreiking ondersteunt de uitvoeringspraktijk bij keuzes over de toelaatbaarheid en inpassing van ‘milieuhinderlijke activiteiten’ onder de Omgevingswet. Hierin zijn richtafstanden vastgesteld die aangehouden moeten worden tussen bedrijven met bepaalde milieuhinder en gevoelige functies zoals woningen. Als aan de richtafstanden kan worden voldaan, kan worden vastgesteld dat er in beginsel sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij de woning. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen gemengde gebieden en ‘rustige woonwijken’. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging; direct naast woningen komen 62

andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren volgens de VNG-brochure eveneens tot het omgevingstype ‘gemengd gebied’, omdat daar de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden kan rechtvaardigen. Statenland ligt direct naast de N228, een doorgaande provinciale verkeersverbinding. Daarnaast ligt een aantal niet-woonfuncties op korte afstand. Bij het opstellen van het Omgevingsplan of bij afwijken van de regels ervan moet worden getoetst aan de instructieregels in het Bkl. Er moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna: ETFAL) (art 8.0a Bkl). Dit betekent dat omliggende bedrijven niet worden belemmerd in hun (toekomstige) bedrijfsactiviteiten en dat het woon- en leefklimaat op en om de planlocatie aanvaardbaar is. Gevoelige gebouwen In het Bkl staan gevoelige gebouwen gedefinieerd in artikel 3.21 (geluidgevoelig), artikel 5.91 (geurgevoelig) en artikel 5.80 (trillinggevoelig). Deze artikelen komen overeen. Een gevoelig gebouw is: a. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan.

Voor de gewenste realisatie dient te worden aangetoond dat er sprake is van ETFAL. Bij de gewenste ontwikkeling (woningbouw, wat inhoudt het toevoegen van gevoelige gebouwen op planlocatie), dient rekening te worden gehouden met de omliggende bestemde bedrijven (ten westen, oosten en zuiden van planlocatie) en andere functies zoals sportvelden. Zowel met oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de nieuw te bouwen woningen, als met oog op geen extra belemmeringen in de (toekomstige) bedrijfsactiviteiten van de omliggende bestemde bedrijven.

Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in het Bkl en zijn de ‘omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit’ opgenomen. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een resultaatverplichting; • Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de Rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10).

De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51 lid 2 (aandachtsgebieden voor zowel stikstofdioxide als fijnstof) en lid 3 (aandachtsgebieden voor fijnstof) Bkl. De beoogde ontwikkeling voldoet wat betreft de normen voor een goede luchtkwaliteit. De concentraties van stikstofdioxide, fijnstof en zeerfijnstof voldoen aan de wettelijke normen. Het project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden (NIBM); deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en

200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. In het kader van een goed woon- en leefklimaat wordt bij een ruimtelijke ontwikkeling uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Externe veiligheid Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. In de directe omgeving van het plan liggen geen risicovolle bedrijven, wegen, spoorwegen, waterwegen of buisleidingen waarover of waardoor structureel en grootschalig gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Er zijn tevens geen bronnen van elektromagnetische straling gelegen in de omgeving van het plan. Ecologie Op 4 maart 2021 heeft onderzoeksbureau voor natuur en landschap Viridis een quicksan Wet natuurbescherming Statenland uitgevoerd. Conclusie is dat de voorgenomen bouwwerkzaamheden geen negatieve effecten hebben op beschermde natuurgebieden; wel zouden er mogelijk beschermde soorten kunnen worden aangetroffen. In december 2021 heeft Viridis een soortgericht onderzoek Statenland uitgevoerd waaruit gebleken is dat in het onderzochte gebied geen beschermde soorten of beschermde nest-verblijfsplaatsen aanwezig zijn. Deze onderzoeken zijn inmiddels verlopen en moeten worden geactualiseerd. Op grond van het geactualiseerde onderzoek moet worden bepaald of uitvoering van het plan leidt tot de aanvraag van een natuurvergunning bij de provincie Utrecht.

Stikstof In het kader van de omgevingsvergunning zal met behulp van de dan actuele versie van de AERIUS Calculator moeten worden berekend wat de effecten van de bouw van de woningen zijn voor de stikstofdepositie bij omliggende Natura 2000‑gebieden. Dit moet worden gedaan voor zowel de bouwfase als de gebruiksfase. Het meest nabij gelegen Natura 2000‑gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ ligt op een afstand van minimaal 5 kilometer.

63

4.6 Bodem Archeologie In 2018 en in 2021 is in twee delen van het plangebied archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek. Hieruit wordt opgemaakt dat in het noordelijke deel van het projectgebied, in 2018 onderzocht, archeologische sporen kunnen worden verwacht in de vorm van de voormalige vestinggracht. De ongestoorde top daarvan wordt verwacht op een diepte van meer dan 100 cm –mv (-1,3 m NAP), direct onder de verstoorde bovengrond. De bodem van de voormalige gracht bevindt zich op ca. 250 cm –mv (2,8 m –NAP). Indien de bodemingrepen van de projectontwikkeling dieper reiken dan 100 cm –mv bestaat de kans dat de aanwezige voormalige vestinggracht wordt verstoord. In dat geval dient vervolgonderzoek te worden uitgevoerd in de vorm van proefsleuvenonderzoek, met als doel de gracht en daarmee geassocieerde sporen en vondsten in kaart te brengen.

Het zuidelijke deel van het projectgebied, in 2021 onderzocht, kent geen belemmeringen omdat hier geen sprake is van een potentieel archeologisch niveau. Archeologie vormt hier geen belemmering voor de voorgenomen werkzaamheden en de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Het is echter nooit volledig uit te sluiten dat binnen delen die worden vrijgegeven toch archeologische resten voorkomen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet geldt een wettelijke meldplicht archeologische (toevals)vondsten. Het westelijke deel van het plangebied (oranje op de afbeelding) is nog niet onderzocht, wat gezien de hoge archeologische verwachting wel moet gebeuren. Daarbij verdient het aanbeveling om in dat onderzoeksrapport de resultaten samen met die van 2018 en 2021 te bundelen zodat er één overzichtskaart is met de gespecificeerde archeologische verwachting.

Onderzoeksgebieden archeologie. In oranje het te onderzoeken gebied 64

Aardkundige waarden Aardkundige waarden vormen het structurerende reliëf in het landschap. Het zijn die onderdelen van het landschap die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van een gebied. In het projectgebied van Statenland liggen geen aardkundige waarden. Bodemgesteldheid/bodemdaling In Statenland is sprake van een slappe grond en bodemdaling. Nieuwe ontwikkelingen moeten hier rekening mee houden. De nieuwbouw mag niet leiden tot bodemdaling.

65

66

5. Proces

67

Proces Op basis van het Ruimtelijk Kader wordt een stedenbouwkundig bureau gevraagd om een stedenbouwkundig plan op te stellen. Het Ruimtelijk Kader dient hiervoor als toetsingskader. Dit stedenbouwkundig plan wordt door de raad vastgesteld. Aan de hand van het stedenbouwkundig plan worden een inrichtingsplan en een beeldkwaliteitsplan met bouwkavels opgesteld. Het inrichtingsplan dient als handboek voor de gemeente voor de inrichting van de openbare ruimte. Het beeldkwaliteitsplan met bouwkavels is om duidelijke kaders mee te kunnen geven aan ontwikkelende partijen die de bouwopgave op zich zullen nemen. De gemeente kan ook beslissen om het gehele gebied door een ontwikkelaar te laten bouwen, inclusief de openbare ruimte.

Participatie In 2021 is een ontwerpstudie gedaan voor Statenland. In 2021 zijn er een tweetal online bijeenkomsten geweest waarin omwonenden en andere belangstellenden hun inbreng konden geven op de studie. Daarnaast is er op 12 februari 2026 een participatiebijeenkomst geweest over dit Ruimtelijk Kader. Uit de bijeenkomsten komen de volgende aandachtspunten (op hoofdlijnen): 1. Bouw niet te hoog en te massief aan de Hollandsche IJssel. 2. Behoud het groene langs de Stormkade. 3. Wanneer aan de Molenwal wordt ontsloten, zorg dan voor zo weinig mogelijk hinder voor omwonenden. 4. Verbeter de verkeersveiligheid rond de bushaltes en de aansluiting bij de Molenwal. 5. Zorg voor voldoende parkeerplaatsen binnen het projectgebied. Meer informatie over de laatste participatiebijeenkomst is te vinden in het participatieverslag. In het Ruimtelijk Kader is aandacht geschonken aan de aandachtspunten. In de vervolgfase wordt het stedenbouwkundig plan, beeldkwaliteitsplan en inrichtingsplan opgesteld en worden deze aandachtspunten ook meegenomen. Er worden daarnaast meerdere participatiemomenten georganiseerd zodat omwonenden en andere stakeholders ook in deze fase inbreng kunnen geven en geïnformeerd worden. Hiervoor wordt een participatieplan opgesteld.

Externe partners zoals de omgevingsdienst (ODRU), het hoogheemraadschap (HDSR) en de Provincie Utrecht zullen bij dit proces ook opnieuw betrokken worden.

68

69

70

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/721/documents/21253