CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A03.2 rapportage behoefteonderzoek Beschermd Wonen.pdf

Gemeenteraad 8 februari 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken10.644 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

23

Behoefteonderzoek

Beschermd Wonen - Regio Utrecht-West

De verschuiving naar ambulante zorgvormen kan worden gefaciliteerd door het leveren van (ambulante) zorg zo laagdrempelig mogelijk te maken en door de zorg (beter) af te stemmen op de wensen van de inwoners. ➔ Het valt aan te bevelen om te zoeken op welke wijzen zorg en ondersteuning laagdrempeliger gemaakt kan worden. Bij de ambulantisering van BW-zorg geldt dat het van belang is om de drempel tot het ontvangen van ambulante zorg te verlagen. Dit kan door de wijze waarop cliënten die ambulante zorg ontvangen contact opnemen met ondersteuning te vergemakkelijken. Een voorbeeld hiervan is ‘digicontact’ van Abrona. Ook kan bij het laagdrempeliger maken van ambulante zorgvormen worden gekeken naar het betrekken van inwoners zonder zorgvraag in de woonomgeving van inwoners met een zorgvraag. Dit kan door woonvormen te realiseren waarbij cliënten die ambulante zorg ontvangen in complexen wonen waar ook inwoners zonder zorgvraag wonen.

Verloop onder medewerkers van zorgorganisaties vormt een belemmering voor het leveren van goede zorg.

24

Behoefteonderzoek

Beschermd Wonen - Regio Utrecht-West

Verdieping onderzoeksresultaten In dit hoofdstuk wordt enige verdieping gegeven aan verzamelde resultaten op onderwerpen die bij de doordecentralisatie van BW van belang zijn en aan de context waarin de resultaten verzameld zijn.

Betrouwbaarheid en volledigheid van de onderzoeksresultaten De resultaten uit de cliëntinterviews dienen met voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd. Omdat de onderzoekers in totaal slechts met negen cliënten hebben gesproken is het onduidelijk in hoeverre de resultaten van dit deel van de dataverzameling kunnen worden gegeneraliseerd naar de totale onderzoekspopulatie. Verder missen er twee cruciale onderzoeksdoelgroepen om recht te doen aan de onderzoeksopzet, namelijk inwoners die gebruik maken van voorliggende voorzieningen en ambulante ondersteuning. Vanuit de groepsgesprekken met de gemeentelijke toegang, welzijnsorganisaties en zorgaanbieders zien we geen problemen met representativiteit en de daaropvolgende interpretatie van de resultaten.

Over de samenwerking tussen betrokken partijen De eerste conclusie volgt uit de groepsgesprekken die zijn gevoerd met gemeenten, zorgaanbieders en welzijnsorganisaties. Zij vertelden dat het goed bevalt om nauw samen te werken bij het faciliteren van zowel voorliggende als maatwerkvoorzieningen. In de groepsgesprekken werden een aantal voorbeelden over uiteenlopende samenwerkingen aangehaald die zijn overgenomen in deze rapportage. Het format van de gesprekken bood onvoldoende ruimte om verdere voorbeelden aan te halen. Om deze reden is de conclusie zo breed mogelijk geformuleerd.

Beschikbaarheid en toereikendheid van gemeentelijke voorzieningen Er zijn door deelnemers aan de interviews en groepsgesprekken belangrijke punten aangestipt over gemeentelijke voorzieningen die niet zijn overgenomen in de conclusies omdat deze door de moeizame dataverzameling te weinig substantie hebben gekregen. Zo gaven medewerkers uit het voorliggende veld aan dat inwoners vaak moeite hebben met het vinden van geschikte voorliggende voorzieningen in hun eigen gemeente. Dit zou problematisch zijn omdat men drempels ervaart bij het zoeken van ondersteuning buiten de grenzen van de eigen gemeente. Het was niet mogelijk om deze bevinding te toetsen bij inwoners die van voorliggende voorzieningen gebruik hebben gemaakt. Uit interviews met inwoners die van BW-zorg gebruik maakten bleek dat weinig respondenten gebruik hadden gemaakt van voorliggende voorzieningen en dat hier ook geen behoefte aan was. Bij de enige respondent die aangaf hier wel behoefte aan te hebben gehad was onduidelijk waar die behoefte precies lag. Bij de enige respondent die van een voorliggende voorziening, namelijk schulphulpverlening, gebruik heeft gemaakt werd uit het gesprek onvoldoende duidelijk in hoeverre het aanbod aan verdere voorzieningen toereikend was.

Vanuit de groepsgesprekken werd wel duidelijk dat voorliggende of ambulante voorzieningen ontoereikend zijn voor inwoners met GGZ- of verslavingsproblematiek. Dit komt doordat, volgens de deelnemende partijen, de aard van de problematiek intensievere ondersteuning vereist. In de cliëntinterviews wordt dit door één cliënt met verslavingsproblematiek tegengesproken. Echter, de onderzoeker die het interview afnam twijfelde aan de betrouwbaarheid van de antwoorden van deze cliënt. Door twee andere cliënten met verslavingsproblematiek werd aangegeven dat voorliggende of ambulante voorziening niet hadden geholpen. Verder wordt door aanbieders van zowel BW-zorg als voorliggende voorzieningen aangekaart dat het beschikbare budget als een knelpunt wordt ervaren. In de groepsgesprekken wordt een duidelijk signaal afgegeven dat men binnen de huidige financiële kaders onvoldoende aandacht en tijd aan bemoeizorg kan besteden. Dit is van belang omdat men bemoeizorg ziet als een belangrijke factor bij vroegsignalering, dat weer belangrijk is bij een verschuiving naar meer ambulante zorgvormen.

25

Behoefteonderzoek

Beschermd Wonen - Regio Utrecht-West

Terugkoppeling pijlers regioplan U16 Op basis van de verzamelde data is het niet goed mogelijk om een inhoudelijke terugkoppeling te geven op alle pijlers uit het regioplan van de U16 (zie 3.1.2). Desalniettemin is er geprobeerd om met de beschikbare data waar mogelijk wel waar mogelijk een koppeling te maken met de pijlers. Er zijn aanwijzingen dat de invulling van pijler één, ‘basisset’, aandacht vereist. Zoals genoemd in het vorige kopje is onvoldoende duidelijk in hoeverre het aanbod van gemeentelijke voorzieningen toereikend is. Dat gemeentelijke budgettaire kaders bij de invulling van ambulante voorzieningen ontoereikend worden geacht lijkt ook een signaal dat invulling van deze pijler nog aandacht vraagt. In het groepsgesprek met de gemeentelijke toegang is de tweede pijler, ‘toegang’, kort aan bod gekomen. De ambitie achter de pijler is dat de toegang lokaal belegd wordt met als doel dat inwoners in hun eigen gemeente om hulp kunnen vragen. Sinds 1 januari 2023 is de toegang formeel op gemeentelijk niveau belegd. De gemeenten gaven aan het groepsgesprek met de gemeentelijke toegang dat dit enigszins wennen was, maar dat partners uit de gemeente hen steeds beter konden vinden. De organisatie van de toegang verschilt per gemeente.

Zo heeft Stichtse Vecht via TIM Stichtse Vecht bijvoorbeeld drie verschillende teams met elk een eigen aandachtsfunctionaris en expertisegebied, en heeft De Ronde Venen de toegang via acht integrale serviceloketten van verschillende grootte georganiseerd. De gemeenten geven verder aan dat de samenwerking met partners uit de basisset over tijd steeds beter werkt. Zo organiseert Stichtse Vecht periodieke overleggen met beleidsmedewerkers, aandachtsfunctionarissen en zorgaanbieders. De derde, vierde en vijfde pijlers, respectievelijk ‘aanbieders’, ‘woonplekken’ en ‘voorzieningen’, zijn niet getoetst of besproken tijdens de dataverzameling.

26

Hoofdkantoor Groningen Sylviuslaan 5 9728 NS Groningen Postbus 473 9700 AL Groningen

Uw contactpersoon Wiebe Dam – w.dam@zorgfocuz.nl

Kantoor Utrecht Arthur van Schendelstraat 650 3511 MJ Utrecht T. 050 – 82 00 461 contact@zorgfocuz.nl www.zorgfocuz.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/571/documents/17824