CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

A03.2 bijlage 2 - Wijzigingsbesluit omgevingsvergunning (OLO5270769) (Geanonimiseerd) 97352ae.pdf

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente OudewaterBij agendapunt: 5: Vastellen wijze van afdoening van de ingekomen stukken14.708 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

met

ingang

van

de

vragen? Dan kunt u contact opnemen omgevingsloket@woerden.nl.

via het

algemene

Met vriendelijke groet,

(geanonimiseerd)

ethouders

van

de

gemeente Oudewater,

(geanonimiseerd) medewerker team Vergunningen, toezicht en BN, handhaving

telefoonnummer 14 0348 of via het

Behandeld

(geanonimiseerd)

door

Onderwerp

Bijlage De

1.

1: Voorschriften

milieu

volgende voorschriften zijn

van

toepassing:

MILIEUZORG

Besparing 144

OLO5270769

Dossiernummer

Degene

grondstoffen

van

en

voorkomen

afvalstoffen

inrichting drijft, treft alle maatregelen of voorzieningen ter voorkoming of beperking van afvalstoffen binnen de inrichting, die van hem in redelijkerwijs kunnen worden gevergd. Daarnaast moet scheiding plaatsvinden conform het gestelde in het Landelijk Afvalbeheersplan (LAP). In ieder geval de volgende bedrijfsafvalstoffen worden gescheiden: landbouwplastic of ander kunststofafval, papier en karton, afgewerkte olie en tl-buizen en spaarlampen. van

die de

het ontstaan

Waterbesparing 1.2.

Lekverliezen

apparatuur 1.3. 14.

Het waterverbruik Het drinkwater

inefficiënt watergebruik ten gevolge

water en

van

moet worden

het

niet

optimaal gebruik van

moet jaarlijks worden geregistreerd.

(in m)

voor

van

voorkomen.

pluimvee

moet

worden

verstrekt door middel

van

een

morsvrije

drinkwatervoorziening. 1.5.

Het watergebruik moet zoveel mogelijk worden beperkt. Hiertoe moet, tenzij dit om technische of organisatorische redenen niet mogelijk is, voor reinigingsdoeleinden buiten de stallen gebruik worden gemaakt van een hogedrukreiniger.

Energiebesparing 1.6.

Om

inzicht te

onnodig het

krijgen

verbruik te

gasverbruik

in

in het

aardgas- en voorkomen, worden

de

en

de variatie daarin

daarmee

volgende gegevens geregistreerd:

in

kWh/jaar.

Degene die de inrichting drijft neemt alle energiebesparende maatregelen terugverdientijd van vijf jaar of minder.

1.8.

om

m°/jaar;

het elektriciteitsverbruik

1.7.

elektriciteitsverbruik

met een

Degene die de inrichting drijft, stuurt binnen 3 maanden nadat deze beschikking getreden een energie-uitvoeringsplan naar het bevoegd gezag over: genomen energiebesparende maatregelen nog te nemen energiebesparende maatregelen met termijn van realisatie.

in

werking

is

In het

energie-uitvoeringsplan staat in elk geval een overzicht van de erkende maatregelen voor uw waarbij per erkende maatregel is vermeld of deze wel of niet is uitgevoerd. Als een erkende maatregel niet is uitgevoerd is hiervan de reden vermeld: de activiteit voldoet niet aan de technische randvoorwaarden; a. b. de activiteit voldoet niet aan de economische randvoorwaarden; c. er is geen sprake van een natuurlijk moment; d. de uitgangssituatie of activiteit is niet van toepassing; e. er is een alternatieve maatregel genomen, welke. Toelichting: Het energie-uitvoeringsplan wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. Indien het bevoegd gezag dit nodig acht, moet energie-uitvoeringsplan worden aangevuld en opnieuw worden aangeboden conform dit branche

voorschrift.

1.9.

De

energiebesparende maatregelen, bedoeld in voorschrift 1.8 worden uiterlijk binnen 1 jaar nadat beschikking in werking is getreden getroffen. Als dit niet mogelijk is, wordt dit gemotiveerd in het energie-uitvoeringsplan.

deze

Behandeld

Onderwerp

door

(geanonimiseerd) Dossiernummer

OLO5270769

GELUID

|

N

B

Behandeld

(geanonimiseerd)

door

Onderwerp

Dossiernummer

OLO5270769

ED Eh °

0

2 ®

5

emo

0

oe

en

zodanig

(07.00

De

—

worden

19.00

uur)

controlemeting

industrielawaai

©

®3 5

De stalventilatoren

2.12.

5

< ®

©2 0

2

wo0

oe)

D

x

©

®

Zo folke] ok) Dx D,& on oo az os Za Ds <ä o® 9e xd o® 25 a> oa 5 o So 5 8 @ an Do DD 5)

>

bij de

ingesteld

dat de ventilatoren op

in

werking

moet

kan

stallen

3,

behorend

3

4 en 7 moeten

5

D.

& D u

kolke}D< 58 =N S5

zijn voorzien

maximaal

40 Hz

N

®

2

van

(80%)

< ®

|

Om

5 v nn

oe An =S, o

frequentieregelaars

mogen

draaien.

zijn.

geschieden overeenkomstig

(HMRI 1999)", uitgegeven

de

“Handleiding meten en rekenen Volkshuisvesting, Ruimtelijke

door het Ministerie van

® ® mt

D >

Behandeld

(geanonimiseerd)

door

Onderwerp

OLO5270769

Dossiernummer

Ordening

Ook de beoordeling

Milieubeheer.

en

de

van

meetresultaten

moet

overeenkomstig

deze

handleiding plaatsvinden.

Geluidsbeheerplan 2.13.

Binnen

een geluidsbeheerplan aanwezig zijn waarin duidelijk wordt gemaakt hoe geluidklachten en met welke acties adequaat kan worden gereageerd op geconstateerde geluidhinder. Het geluidbeheersplan moet in ieder geval bestaan uit de volgende

wordt

de

inrichting

moet

met

omgegaan

onderdelen: een

de de een een een

overzicht van

de

geluidbronnen; maatregelen om geluidmissies genomen het van wijze opsporen van een geluidbron; te treffen

en

protocol voor de monitoring van geluid; protocol hoe om te gaan met geluidklachten; jaarlijkse evaluatie van geurincidenten en genomen

te voorkomen

of verminderen;

maatregelen.

In het

protocol hoe om te gaan met geluidklachten staan acties om adequaat te reageren op geconstateerde geluidhinder. Het geluidbeheersplan moet jaarlijks worden geëvalueerd met de toezichthouder van de Odru en actueel worden gehouden. Uit de evaluatie kan blijken dat het geluidbeheersplan moet worden aangepast. HOUDEN

VAN

DIEREN

Algemeen 3.1.

In het

bedrijf mogen -

-

3.2.

3.3.

Ramen

hoogste

deuren

Nageschakelde

technieken

De

mest

afgedraaide

De

door

afgedraaide

Het

van

zowel

middel van

mest

stalsysteem op

(Ravcode 7.10)

3.6.

navolgende

aantallen dieren

aanwezig zijn:

E

1.8.1); 2.11.1); 2.11.21).

van

van

de

en

van

de

de

een

E

langdurig

worden

3 moet

opgeslagen

worden

in een

afgesloten

begane grond van stal 4 moet zijn voorzien van een strooiselschuif positieve ionisatie door middel van koolstofborsteltjes (Rav-code E 7.15). verdieping van stal 4 moet zijn voorzien van positieve ionisatie door middel

Het

stalsysteem op

koolstofborsteltjes (Rav-code

De

afgedraaide

mest

in stal 4 mag

in stal

6.8).

van

van

droogtunnel (Rav-code

opfokhennen als de leghennen droogtunnel (Rav-code E 6.4.1).

leghennen

mestopslagloods (Rav-code 3.5.

de

stallen, ruimtes waar mest wordt opgeslagen en gebouwen waarin mestdroging plaatsvindt, moeten behoudens het doorlaten van personen, dieren of goederen, gesloten worden gehouden. en

nagedroogd 3.4.

ten

24.000 opfokhennen (Rav-code 48.000 leghennen (Rav-code E 50.320 leghennen (Rav-code E

-

E

de

E

7.15).

leghennen

in stal 7 moet worden

nagedroogd

door middel

van

wintergartens

in de stallen

3 en 4

een

6.4.1).

Wintergartens 3.7.

De

geperforeerde damwandplaten

moeten

zijn

voorzien

van

een

in de

rolgordijn

buitenwand die de

(gedeeltelijk) afsluit indien er onvoldoende wintergartens breedte 3.8.

van

moet de

via

de automatisch

wintergarten gehouden

de

openingen

onderdruk

geregelde worden.

van

in de

in de

geperforeerde

wintergartens

damwand

is. De onderdruk

stalventilatie op minimaal

in de

1 Pascal per meter

(geanonimiseerd)

Beha ndeld door

Onderwerp

Uittreesnelheid

3.9.

OLO5270769

Dossiernummer

emissiepunten

De centrale

stallen

werkende

emissiepunten van de regelklep waardoor een

minimale

3 en

4 moeten

zijn voorzien van een automatisch 4,0 m/s wordt gewaarborgd.

uittreesnelheid van

3.10.

Geurbeheersplan 3.11.

Binnen

de

inrichting

geurbeheersplan aanwezig zijn waarin duidelijk wordt gemaakt geurklachten en met welke acties adequaat kan worden gereageerd op omgegaan geconstateerde geurhinder. Het geurbeheersplan moet in ieder geval bestaan uit de volgende wordt

moet

een

hoe

met

onderdelen: een

overzicht van

de

geurbronnen; maatregelen

de genomen

en

de

het opsporen

geuremissies

te voorkomen

wijze geurbron; protocol voor de monitoring van geur; een protocol hoe om te gaan met geurklachten; een jaarlijkse evaluatie van geurincidenten en genomen

maatregelen.

van

te treffen

van

om

of verminderen;

een

een

In het protocol hoe om te gaan geconstateerde geurhinder.

met

geurklachten

staan acties om

adequaat

te reageren

op

Toelichting Met het onderdeel

‘protocol voor de monitoring

worden

waarin

opgesteld

uittreesnelheid

van

de

van geur’ wordt bedoeld dat er een protocol moet gemonitord moet worden op onder andere de emissiepunten (regelkleppen) en de werking van de rolgordijnen

is opgenomen

dat

(wintergartens). 3.12.

geurbeheersplan moet jaarlijks worden geëvalueerd met de toezichthouder van de Odru en gehouden. Uit de evaluatie kan blijken dat het geurbeheersplan moet worden aangepast. Het

actueel worden

Registratie 3.13.

Het aantal

waarbij

de

binnen

de

aanwezige dieren per diersoort wordt ten minste een keer per maand geregistreerd, perioden tussen de registraties van een vergelijkbare tijdsduur zijn. De registraties zijn inrichting aanwezig en worden gedurende tien jaren bewaard.

Bijl age 2: Aandachtspunten Milieu Ter i nformatie

ij Ij ij

wijzen wij u op het volgende: vergunning geldt voor een ieder die het bedrijf drijft. Naast deze vergunning blijft de vergunning van 16 december 2008 onverminderd van kracht. Indien veranderingen niet leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan die het bedrijf ingevolge de vergunning en de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften mag veroorzaken, kan indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, volstaan worden met een vereenvoudigde procedure om de omgevingsvergunning aan te passen. Bij deze beperkte aanpassing moet op grond van artikel 2.1, lid 1, juncto artikel 3.10, lid 3, Wabo een aanvraag te worden ingediend. Deze wordt vervolgens afgehandeld volgens de reguliere vergunningprocedure. Dit betekent dat binnen acht weken een besluit moet worden genomen. Eenmalige verlenging van deze termijn met zes weken is mogelijk. Als niet binnen de termijn een besluit is genomen, geldt de lex silencio positivo. Dit betekent dat de vergunning dan van rechtswege is verleend. Van overdracht van het bedrijf door vergunninghouder dient één maand voordat werkelijke overdracht plaatsvindt, melding te worden gedaan aan het bevoegd gezag. U dient dit ook te doen bij verhuizing Een

van

uw

bedrijf.

Behandeld

(geanonimiseerd)

door

Onderwerp D

OLO5270769

Dossiernummer

gemeld bij grond van de

nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) veroorzaken moeten worden bevoegd gezag. Als bodemverontreiniging ontstaat of dreigt te ontstaan moet dit, op Wet bodembescherming, eveneens worden gemeld bij de provincie (artikel 17.1 Wet

milieubeheer

en

Alle

ongewone het

voorvallen

die

artikel 30

Wet

bodembescherming).

onmiddellijk maatregelen te worden getroffen om verdere verontreiniging nadelige gevolgen voor het milieu zo mogelijk op milieuhygiënisch verantwoorde wijze ongedaan gemaakt te worden dan wel beperkt. Vergunninghouder dient leidingen die met verontreinigende stoffen in aanraking zijn geweest, te (laten) controleren op aantasting en, indien nodig, (laten) herstellen of vervangen (artikel 17.2 Wet milieubeheer). Bij

dergelijk

een

te voorkomen.

voorval dienen

Tevens

dienen

Andere Deze u

0

0

0

toestemmingen omgevingsvergunning geldt

de

mogelijk

andere

alleen voor

de

vergunningen nodig of moet

vergunde

u

werkzaamheden.

bepaalde meldingen

Ontheffing transport: het transport moet

met daarvoor

wegen in de gemeente Oudewater geldt

een

Afhankelijk

van

uw

situatie heeft

doen.

geschikte voertuigen plaatsvinden. Voor de meeste lengtebeperking van maximaal 15 ton en 12 meter. Voor de Noord-Linschoterzandweg en Hogebrug geldt bovendien een breedtebeperking van maximaal 2,20 meter (landbouwvoertuigen maximaal 2,60 meter). Informatie over (ontheffing van) deze beperkingen kunt u inwinnen bij het team Realisatie en Beheer van de gemeente. Een standaardontheffing gaat tot een maximale asdruk van 8 ton. Voor de lengtebeperking wordt alleen ontheffing afgegeven bij ondeelbare transporten zoals heipalen. De aanvraag voor deze ontheffingen moet minimaal één week voor het transport worden ingediend bij het team Realisatie en Beheer van de gemeente. Wet natuurbescherming: mogelijk heeft u voor de uitvoering van de werkzaamheden tevens een vergunning of een ontheffing nodig, of moet u een melding doen, op grond van Wet natuurbescherming (Wnb). Dit geldt bijvoorbeeld als er in het gebied waar de werkzaamheden plaats vinden beschermde planten of dieren aanwezig zijn. Meer informatie kunt u vinden op de website van de provincie Utrecht: massa-

en

www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/groene-wetten-regels/wet-natuurbescherming. Melding activiteitenbesluit: voor het “oprichten of veranderen van de inrichting” moet u wellicht een melding activiteitenbesluit indienen.

Dit kunt u doen

via

www.aimonline.nl.

Let op: deze lijst is niet limitatief. Naast de bovengenoemde toestemmingen en meldingen heeft u wellicht nog andere toestemmingen nodig. U bent zelf verantwoordelijk om hier zekerheid over te krijgen.

Tijdens de 0

Alle

werkzaamheden

werkzaamheden

in verband

zodanig worden uitgevoerd dat voor de situatie of voor de gezondheid of onveilige (o.a. personen, wegen) bruikbaarheid nadelige hinder zoveel mogelijk wordt voorkomen. Voor de inrichting (waaronder bouwborden, keten, steigers, damwanden of andere tijdelijke constructies) en afscheiding van de bouwplaats neemt u uiterlijk 24 uur van te voren contact op met team VTH. Tijdens ontgravingswerkzaamheden moet men alert zijn op archeologische resten. Wanneer er archeologische resten aangetroffen of vermoed worden, moet u direct contact opnemen met uw contactpersoon van team VTH. Het melden van het vermoeden van archeologische resten is verplicht (Monumentenwet 1988, artikel 53 en de Wet op de Archeologische Monumentenzorg 2007). Wanneer er bij werkzaamheden asbestbevattend materiaal aangetroffen of vermoed wordt, moet u direct contact opnemen met team VTH. Meer informatie over asbest en voorbeelden van de grote variatie aan asbesthoudende producten die in en om woningen zijn toegepast vindt u op de volgende site van de Rijksoverheid: omgeving

D

0

met

gebouwen

deze en

vergunning,

moeten

een

www.infomil.nl/onderwerpen/hinder-gezondheid/asbest-0/asbestwegwijzer Aansprakelijkheid 0 Wij adviseren u tijdig de omwonenden en anderen, die te maken kunnen krijgen met het project, over de uitvoering van en het tijdstip waarop de werkzaamheden plaatsvinden. Indien er overlast te verwachten is overlegt u met hen over mogelijke andere uitvoeringswijzen of -tijden. De gemeente is niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door de werkzaamheden in welke vorm dan 0 ook.

Wanneer

strijd is met het privaatrecht (Burgerlijk Wetboek), kan er geen uitvoering gegeven vergunde werkzaamheden. Vóór de uitvoering van het werk zal men dan eerst tot privaatrechtelijk overeenstemming moeten komen met de rechtmatige partij. Hiervan afwijken is een wetsovertreding. worden

de

vergunning aan

de

in

Behandeld

(geanonimiseerd)

door

Onderwerp

Dossiernummer

OLO5270769

Geldigheid D D 0

De

vergunning geldt voor onbepaalde tijd (Wabo, artikel 2.23). vergunning kan (gedeeltelijk) worden ingetrokken, wanneer gedurende 26 weken geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning (Wabo, artikel 2.33). Afwijkingen in detaillering en onverwachte situaties in de uitvoeringsfase moeten ter nadere beoordeling worden voorgelegd aan team VTH. De

Toezicht

0

Medewerkers is

het

dat

inmeten.

Dit

bouwwerk

t.b.v. de

is

landmeters

dan

geen

de

“Bag”

kunnen

uw

project voor

van

het

team

Gegevensbeheer

controle

op

de

omgevingsvergunning,

registratie

(basisregistratie Adressen

verschillende de

van

gemeente

maar

een

doelen het

exacte

inspecteren.

bouwwerk

inmeting

Zo

komen van

het

gebruikt Gebouwen). goed. Medewerkers van de Veiligheidsregio Utrecht (brandweer) kunnen wellicht uw project bezoeken. Dit doen zij om te controleren of uw project voldoet aan de gestelde brandveiligheidseisen. Deze medewerkers zijn voor

0

of namens de gemeente

van

mogelijk

Deze administratie wordt o.a.

en

onroerend

van

telefonisch te bereiken op 088-8781000. 0

Medewerkers dan

om

uw

telefoonnummer

Omgevingsdienst regio

de

van

project 088

te controleren —

022

Utrecht

op milieuaspecten.

(ODRU) Deze

kunnen

uw

medewerkers

project bezoeken. Dit doen zij zijn telefonisch bereikbaar op

50 00.

Klimaat De

en Energiebesparing gemeente Oudewater wil

door extra te isoleren voorbereid

een CO2-neutrale gemeente worden. U kunt hieraan bijdragen, bijvoorbeeld of door zonnepanelen te plaatsen. Zo voorkomt u toekomstige kosten en bent u

op de omschakeling

in te schakelen.

Hiervoor

van

is subsidie

www.Oudewater.nl/energie

en

gas

naar

duurzame

beschikbaar.

Meer

verwarming.

We

informatie vindt

adviseren u

u een

energie-adviseur

op de gemeentelijke

websites

www.jouwhuisslimmer.nl

Klimaatverandering en Wateroverlast De gemeente streeft naar een klimaatbestendig Oudewater. Naast de maatregelen die de gemeente neemt, zoals het aanleggen van greppels, hebben we uw hulp hard nodig. Zo kunt u uw regenpijp afkoppelen van het riool en het water opvangen in een regenton of weg laten zakken in de tuin. Of vervang uw terrastegels door groen. Ook kunt u een groen dak aanleggen. Wist u dat een groen dak, ook isoleert in de winter en verkoelt in de zomer? Hiervoor

kunt u

bij de gemeente

subsidie

krijgen. Kijk op www.Oudewater.nl/klimaat

voor

meer

informatie.

Behandeld

door

Onderwerp

Bijlage

(geanonimiseerd) Dossiernummer

3:

Beroep

OLO5270769

Behandeld

(geanonimiseerd)

door

Onderwerp

Bijlage

4

Voor het in Het

OLO5270769

Dossiernummer

:

Legeskosten

behandeling

legesbedrag

nemen

is als volgt

van

uw

aanvraag

om

omgevingsvergunning

bent

u

leges verschuldigd.

opgebouwd:

Omschrijving Wabo 2.1

1A

(bouwen)

Beoordeling rapport milieu Beoordeling rapport akoestiek Welstand, volgens tarieventabel

€ €

Totaal te betalen

€

€

bedrag

Het bedrag is berekend op basis www.overheid.nl.

(geanonimise rd)

€

van

onze

legesverordening,

De

deze

kunt

legeskosten voor de “activiteit bouwen” zijn gebaseerd BTW) van het bouwplan.

op de door

In

onderstaand

overleg

Door Door

u

met u

zijn op <DATUM>

de bouwkosten

conform

schatting van de bouwkosten (excl. BTW) vastgestelde bouwkosten (excl. BTW)

€ €

opgegeven

ons

N.B. Voor het laatste (vetgedrukte) bedrag ontvangt u binnenkort aanslag, dan kunt u binnen zes weken na ontvangst van de heffingsambtenaar van de gemeente Oudewater.

u

ons

inzien op de website

vastgestelde

kosten

(exclusief

vastgesteld.

(geanonimiseerd)

legesaanslag. Bent u het niet eens aanslag bezwaar aantekenen bij de een

met die

Behandeld

(geanonimiseerd)

door

Onderwerp

Dossiernummer

OLO5270769

Bijlage 5: Wijziging besluit mer-beoordeling OVERWEGINGEN ALGEMEEN

Mededeling

Op

29 mei 2020

is ter

voorbereiding op een aanvraag omgevingsvergunning (onderdeel milieu) een ingediend door Agrifirm NWE B.V. (namens Pluimveebedrijf Wiltenburg B.V.) op de Hekendorpse Buurt 8 in Hekendorp. Op 12 juni 2020 is deze aanmeldnotie aangevuld waarbij de gehele aanmeldnotitie (exclusief plattegrondtekening) is vervangen. De aanmeldnotitie is ingediend vanwege het veranderen van bestaande stalsystemen, het verminderen van het aantal legkippen, het herindelen van de bestaande stallen en de bouw van inpandige wintergartens in de stallen 3 en 4. De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling beschouwen wij als een mededeling zoals bedoeld in artikel 7.16 van de Wet aanmeldnotitie

milieubeheer. Documenten De

volgende e e

documenten

maken

deel

uit van

mededeling: vormvrije m.e.r.-beoordeling d.d. 8 juni 2020; _plattegrondtekening, projectnummer EX-18-1040, laatst gewijzigd op 29

Met deze

gegevens

Omschrijving

is voldoende

invulling gegeven

aan

artikel

7.16,

tweede

reeds

de

mei 2020.

lid van

de Wet

milieubeheer.

activiteiten

De

inrichting omvat een pluimveehouderij. meldingen geaccepteerd: e

de

_aanmeldnotitie

Voor

de

locatie

zijn

volgende vergunningen

en

_Omgevingsvergunning,

d.d. 16 december 2008; 8.19 Wet milieubeheer, d.d. 31 mei 2010; Omgevingsvergunning artikel 3.10 lid 3 Wabo, d.d. 7 december 2011; Omgevingsvergunning artikel 3.10 lid 3 Wabo, d.d. 24 oktober 2012; Omgevingsvergunning artikel 3.10 lid 3 Wabo, d.d. 24 juli 2013; Omgevingsvergunning artikel 3.10 lid 3 Wabo, d.d. 22 oktober 2015; Melding Activiteitenbesluit, d.d. 19 december 2015.

Melding

artikel

In onderstaande tabel

RAV-

is het

huidige

en

het

gewenste

aantal dieren vermeld.

Diercategorie

aantal

categorie

aanvraag

dieren bestaand

Stal 3

Opfokhennen Nageschakelde techniek, droogtunnel Legkippen Legkippen Nageschakelde techniek, droogtunnel

E 1.8.1 E 6.4.1 E 2.11.21 E 2.100 E 6.4.1

BWL

2005.06.V2

24.000

24.000

24.000

24.000

8.320 3.160 BWL

2005.06.V2

8.320

Stal 4 E 2.111

Legkippen Legkippen Langdurige mestopslag (mestloods) Strooiselschuif BWL 2017.02 (begane grond) Positieve ionisatie d.m.v. koolstofborsteltjes BVL (verdieping)

E 2.11.21 E 6.8 E 7.10 E7.15

48.000 42.000 42.000

48.000

21.000 2020.03

21.000

Stal 7 E 2.111

Legkippen Nageschakelde techniek, droogtunnel;

E 6.4.1

Op grond

2005.06.V2

48.000

48.000

48.000

48.000

de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) is sprake van een IPPC-installatie bij pluimveehouderijen met meer dan 40.000 plaatsen voor pluimvee, 2.000 plaatsen voor mestvarkens (> 30 kg) of 750 plaatsen voor zeugen. Omdat meer dan 40.000 stuks pluimvee wordt gehouden is er sprake van een IPPC-installatie. van

bijlage 1

BWL

intensieve varkens-

Omdat sprake

van

en

is van

milieueffectrapportage

activiteiten is er op

genoemd in categorie D 14 van de bijlage bij het Besluit grond van artikel 7.2 Wm een m.e.r.-beoordeling nodig voordat

een

aanvraag

Behandeld

door

Onderwerp

(geanonimiseerd) Dossiernummer

OLO5270769

omgevingsvergunning in behandeling kan worden genomen. Categorie D 14 ziet op een voor de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten en De veranderingen omvatten een toename die de drempelwaarde niet overschrijdt. Procedure De

publicatie besluitvormingsprocedure

de Wet Besluit

Geen

installatie houden

bestemd

van

dieren.

en

uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.16 tot en met 7.18 van dit besluit is op gelet op het bepaalde in artikel 2, lid 5 onder b van het milieueffectrapportage niet nodig. milieubeheer.

bezwaar

Op grond

is

Publicatie van

mogelijk artikel 6:3

van

beroep, tenzij dit besluit

een

de Algemene wet bestuursrecht is dit besluit niet vatbaar voor bezwaar of belanghebbende, los van het voor te bereiden besluit, rechtstreeks in zijn belang treft. Indien u rechtstreeks in uw belang wordt getroffen, kunt u uw bezwaarschrift binnen 6 weken indienen bij gemeente Oudewater, Postbus 100, 3420 DC te Oudewater. van

Behandeld

(geanonimiseerd)

door

Onderwerp

OLO5270769

Dossiernummer

BEOORDELING Op grond

van

artikel 7.17 van

de Wet

nodig is, rekening worden gehouden e

milieubeheer

moet

bij de beslissing of wel of geen milieueffectrapport

met:

_ voor zover relevant de resultaten van eerder uitgevoerde controles of andere beoordelingen gevolgen

e

voor het

van

milieu;

de relevante criteria

van

bijlage

III

bij de mer-richtlijn.

Uitgevoerde controles of andere beoordelingen Er zijn in het verleden diverse controles uitgevoerd, deze hebben echter geen relevante resultaten opgeleverd waarmee rekening moet worden gehouden bij de beslissing of er een milieueffectrapportage nodig is. Criteria bijlage III De criteria e e e

bij de mer-richtlijn zijn: de activiteit; de plaats waar de activiteit wordt verricht; _de kenmerken van de gevolgen van de activiteit. van

bijlage

Ill

de kenmerken van

Kenmerken

van

de activiteit

Emissie

ammoniak, geur, fijnstof relevante milieuaspecten van het houden van dieren zijn geur, ammoniak en fijnstof. onderstaande tabel zijn de emissies van de bestaande en gewenste situatie vermeld. De meest

BESTAAND Rav-categorie

diercategorie

emissiefactor ammoniak | geur

ern dieren

kg/i/d

In

emissie totaal

| ammoniak

fijnstof

OU/s/d

geur

kglj

lijd

fijnstof

OU/s

gli

Stal 3 E 1.8.1

Opfokhennen

24.000

0,05

0,18

23

1.200,0

4.320,0

552.000

E 6.4.1

Droogtunnel (*)

24.000

0,001

0,12

-6,9

24,0

2.880,0

-165.600

E 2.100

Legkippen

3.160

0,315

0,34

84,0

995,4

1.074,4

265.440

E2.11.1

Legkippen

48.000

0,09

0,34

65,0

4.320,0

16.320,0

3.120.000

E68

me

48.000

0,05

48.000

0,09

0,34

65,0

4.320,0

16.320,0

3.120.000

48.000

0,002

0,2

-19,5

96,0

9.600,0

-936.000

Totaal

13.355,4

50.514,4

5.955.840

Stal 4

5

2.400,0

n

-

=

Stal 7 E2.11.1 E 6.4.1

GEWENST

Rav-categorie

Legkippen Droogtunnel (**)

diercategorie

emissiefactor ammoniak | geur

tal dieren

kg/j/d

emissie totaal

| ammoniak

fijnstof

OU/s/d

g/j/d

geur

kg/j

fijnstof

OUl/s

gli

Stal 3 E 1.8.1

Opfokhennen

24.000

0,05

0,18

23

1.200,0

4.320,0

552.000

E 6.4.1

Droogtunnel (*)

24.000

0,001

0,12

-6,9

24,0

2.880,0

-165.600

E 2.11.21

Legkippen Droogtunnel (**)

8.320

0,055

0,34

65,0

457,6

2.828,8

540.800

8.320

0,002

0,2

-19,5

16,6

1.664,0

-162.240

0,34

65,0

2.310,0

14.280,0

2.730.000

E 6.4.1 Stal 4 E 2.11.21

Legkippen

42.000

0,055

E68

mesonen

42.000

0,05

-

E 7.10

Strooiselschuif

21.000

-0,011

-

-13,0

-

-20,0

E7.15

Positieve d.m.v.

2.100,0

-

-231,0

-

-

-273.000

-

-420.000

ionisatie

koolstofborsteltjes Stal 7

-

21.000

-

-

Behandeld

(geanonimiseerd)

door

Onderwerp

OLO5270769

Dossiernummer

E2.11.1

Legkippen Droogtunnel (**)

E 6.4.1

48.000

0,09

0,34

65,0

4.320,0

16.320,0

3.120.000

48.000

0,002

0,2

-19,5

96,0

9.600,0

-936.000

Totaal

10.293,2

51.892,8

4.985.960

Regeling geurhinder en veehouderij is geen geurfactor opgenomen voor additionele technieken voor mestbewerking en mestopslag zoals een droogtunnel. De gehanteerde factor voor geur van de droogtunnel is gebaseerd op de volgende rapporten van de Wageningen University & Research (WUR): (*) de geurnorm voor een droogtunnel in combinatie met een stal voor opfokhennen is gebaseerd op de geurnorm voor leghennen in combinatie met een droogtunnel in onderstaand onderzoek. (**) Rapport 803 Wageningen UR Livestock Research ASG van oktober 2014 ‘Mogelijkheden voor het vaststellen van emissies van leghennenstallen met een nageschakeld mestdroogsysteem’. In dit rapport wordt voor een droogtunnel in combinatie met een stal voor leghennen een geurfactor van 0,2 aangehouden. In de

De

veranderingen geven een toename van de geuremissie en een afname van de ammoniak- en fijnstofhet verhogen van de ventilatiesnelheid (uittreesnelheid van de emissiepunten van de stallen 4) is de geurbelasting van alle omliggende geurgevoelige objecten lager dan in de vergunde situatie.

emissie. Door en

Gezondheid De effecten op de volksgezondheid emissie van fijnstof neemt af. Deze

stofdeeltjes

ook een

bij pluimvee zijn

reductie van

endotoxinen

plaats.

Geluid Geluidemissie wordt

hoofdzakelijk

veroorzaakt

met

kunnen

te relateren van

name

endotoxinen

bevatten.

de Door

uitstoot van

fijnstof. De fijnstof vindt

reductie van

en afvoerbewegingen van vrachtwagens, dieren, mest, eieren, kadavers en afvalstoffen. Door de bouw de inpandige wintergartens is er buiten de inrichting mogelijk een toename van geluiden die worden veroorzaakt door de dieren in de wintergartens. De afstand tussen de grens van de inrichting en de dichtstbijzijnde woning (Hekendorpse Buurt 10A) is circa 25 meter.

het aan- en afvoeren

ventilatoren en

Overige

3

door aan-

van

van

kenmerken

Door

de

van

het

vermindering van het aantal te houden legkippen zal er sprake zijn van een geringe vermindering waterverbruik, verbruik voer, hoeveelheid afvalstoffen en mest en bodem- en waterverontreiniging. Door de waarborg dat de uittreesnelheid van de stalventilatie altijd minimaal 4,0 m/s zal bedragen, zal het energieverbruik iets toenemen. Plaats waar de

activiteit wordt

uitgevoerd

bedrijf ligt in het buitengebied

Het

van de gemeente Oudewater op een afstand van circa 600 meter van de Hekendorp. In de omgeving liggen naast (agrarische)bedrijfsbestemmingen ook een burgerwoningen. Het gebied heeft een overwegend agrarisch karakter.

bebouwde aantal

kom

van

De

achtergrondconcentratie

Het

bedrijf ligt op 7 kilometer van en veehouderij (Wav).

voor

fijnstof ter plaatse

is relatief

laag (circa

20

microgram/m®).

op grond

van

zeer kwetsbaar gebied dat is aangewezen op grond van de Wet afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied die zijn aangewezen de Wet natuurbescherming is 1060 meter.

Gevolgen

van

de kenmerken

ammoniak

van

een

De

de activiteit

Ammoniak De ammoniakemissie van een

de

depositie natuurgebied

In de bestaande

van

neemt

af. Vanwege

de Wet

niet mogen situatie

is direct

naast de

inrichting

bedrijf is een fruitteeltbedrijf met fruitbomen ammoniakschade varkensstallen

natuurbescherming vindt een toets plaats voor de effecten Uitgangspunt is dat de natuurlijke kenmerken van

op Natura 2000-gebieden. worden aangetast.

ammoniak

waarbij

in de

directe ammoniakschade

Geur

situatie

gewassen

waarbij

de

van

op korte

kassenbedrijf gelegen (Hekendorpse Fruitbomen

de is schade

afstand

van

de

van

Buurt

zijn mogelijk gevoelig

voor

ammoniakuitstoot

kippen-

stal. De

huidige

uit

situatie is een

10a).

Dit

directe al

en

jaren bijzondere omstandigheid zich voordoet dat de fruitbomen worden afgeschermd door de kassen. Op grond van het Rapport Stallucht en Planten (juli 1981) wordt voor fruitbomen een afstand van 25 geadviseerd, daaraan kan niet worden voldaan. Echter de ammoniakemissie neemt ten opzichte van de vergunde situatie op bedrijfsniveau af met 3.062,2 kg per jaar (22,9%) zodat de situatie er beter op wordt en er geen belangrijke negatieve gevolgen zijn. bestaande

aan

derden

een

kassen.

Behandeld

door

Onderwerp

(geanonimiseerd) Dossiernummer

OLO5270769

geuremissie neemt toe. De toename van de geuremissie heeft echter geen toename van de geurbelasting omliggende woningen tot gevolg. Dit komt omdat de uittreesnelheid in de emissiepunten van de stallen 3 op en 4 wordt verhoogd tot minimaal 4 meter per seconde. In het computerprogramma V-Stacks Vergunning wordt gerekend met een gemiddelde uittreesnelheid op basis van de gemiddelde ventilatiebehoefte door het jaar heen. In de aanvraag is opgenomen dat de diameter van de emissiepunten van de stallen 3 en 4 worden voorzien van een regelklep en een flowmeter die ervoor zorgen dat de diameter van het emissiepunt wordt afgestemd op de ventilatiebehoefte met als gevolg dat de snelheid van de uitgaande ventilatielucht altijd minimaal 4 meter per seconde bedraagt. Dit geeft een betere verspreiding van de uitgaande luchtstroom dan wanneer wordt uitgegaan van de standaard situatie. In de standaard situatie zal met name bij lage buitentemperaturen de uittreesnelheid lager kunnen zijn dan de gemiddelde uittreesnelheid. De

Ondanks de vermindering

van de geurbelasting van omliggende geurgevoelige objecten is er ook in de aangevraagde situatie sprake van een overbelaste geursituatie. Deze overbelaste situatie in combinatie met geurklachten maakt het opstellen van een geurbeheersplan noodzakelijk. In een geurbeheersplan komen de volgende punten aan de orde: e _een overzicht van de geurbronnen; e _een beschrijving van de maatregelen ter voorkoming van geurhinder; e _een protocol waarin wordt vastgelegd hoe de communicatie met de omgeving wordt georganiseerd tijdens een klachtensituatie. aan te vragen revisievergunning zal een voorschrift worden opgenomen waarin het opstellen van geurbeheersplan verplicht wordt gesteld. Door de afname van de geuremissie zijn er geen belangrijke nadelige gevolgen.

In de nog een

Fijnstof De emissie

van

fijn stof neemt

stuks wordt

af met 969.880 gram

per

jaar. Deze afname komt doordat het aantal legkippen aangevraagde situatie alle stallen zijn voorzien van een fijnstof reducerende techniek. De achtergrondconcentratie ter plaatse is relatief laag. Uit de berekening bij de aanmeldnotitie blijkt dat de concentratie op omliggende woningen laag is en er ruimschoots wordt voldaan aan de normen voor fijnstof op omliggende woningen. In deze berekening is al de cumulatie met omliggende veehouderijen meegenomen via de achtergrondconcentratie. Doordat er sprake is van een afnamen van de emissie van fijnstof zijn er geen belangrijke nadelige gevolgen op dit punt. met 840

verminderd

maar

ook doordat

in de

Gezondheid De emissie

van

fijnstof neemt af, hiermee

is er ook een

afname

van

de emissie

van

endotoxinen.

Op basis van het door het RIVM in 2016 uitgebrachte rapport "Veehouderij en gezondheid omwonenden" (hierna: het VGO-rapport) en het eveneens in 2016 verschenen rapport “Emissies van endotoxinen uit de veehouderij: emissiemetingen en verspreidingsmodellering” van Wageningen University & Research (hierna: het endotoxinerapport), gaat het hier vanwege de gevolgen van de emissies van endotoxinen om een risicovol bedrijf. Uit het VGO-rapport wordt duidelijk dat de emissies van fijnstof, ammoniak (secundair fijnstof) en endotoxinen negatieve gezondheidseffecten kunnen veroorzaken. Uit de genoemde onderzoeken dat tot 500 meter rondom individuele pluimveehouderijen een overschrijding van de door de Gezondheidsraad geformuleerde advieswaarde van 30 EU (endotoxine units) per kubieke meter lucht

blijkt ook kan Door

voor

komen.

vermindering van het aantal legkippen en het toepassen van fijnstof reducerende technieken in alle stallen, neemt de emissie van fijnstof af met 969.880 gram per jaar. Hiermee nemen ook de gezondheidsrisico’s rondom de pluimveehouderij af waardoor er door de aangevraagde wijziging geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten.

Behandeld

Onderwerp

door

(geanonimiseerd) Dossiernummer

OLO5270769

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/736/documents/21594