A02.1 Concept-ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050 (122979).pdf
Tekst van het document
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050 GEZAMENLIJKE AMBITIES EN UITGANGSPUNTEN Conceptversie 28 september 2023
1
Colofon Penvoerder: Coördinatiebureau Groene Hart, Lysias Advies Datum:
28 september 2023
Beelden:
Gemeente Krimpenerwaard
Fort Wierickerschans Lima Fotografie Bas ’t Hoen Fotografie Sjaak-Loef
Ministerie van Beeld
Groene Hart van Holland
1
Inhoudsopgave Samenvatting................................................................................ 3 1.
4.
4.1 Overzicht ..........................................................................21
Inleiding................................................................................. 5
4.2 De kwaliteiten van het Groene Hart..............................23
1.1 Groene Hart in transformatie........................................... 5
4.3 Water en bodem sturend ...............................................24
1.2 Gezamenlijke afspraken voor de toekomst ................... 6
4.4 De landbouw....................................................................26
1.3 Ontwikkelperspectief 1.0:
4.5 Andere bedrijvigheid ......................................................27
een eerste gezamenlijke set uitgangspunten.......................... 8
4.6 Wonen...............................................................................29
1.4 Vaststelling en toepassing
4.7 Natuur en biodiversiteit .................................................30
Ontwikkelperspectief 1.0........................................................... 8
4.8 Mobiliteit en verbindingen..............................................30
1.5 Samenwerken als overheden .......................................... 8 1.6 Leeswijzer........................................................................... 9 2.
Een onhoudbaar systeem: urgentie van een nieuw perspectief........................................................................... 10 2.1 Eeuwen van transformatie............................................. 10 2.2 Bodemdaling.................................................................... 11
4.9 Erfgoed en landschap
31
4.10 Energieopwekking
32
5.
Naar een nieuw toekomstbeeld........................................34
6.
Vervolgproces......................................................................36 6.1 Ontwikkelperspectief 1.0................................................36
2.3 Klimaatverandering ........................................................ 12
6.2 Uitvoeringsagenda en gebiedsprocessen.....................37
2.4 Natuur en biodiversiteit.................................................. 13
Bijlage 1. Geraadpleegde bronnen............................................38
2.5 Andere maatschappelijke opgaven............................... 14 3.
Ontwikkelprincipes ...........................................................21
Randvoorwaarden..............................................................16
Bijlage 2. Opties voor ophogen van de grondwaterstand in de veengebieden ....................................................................39
3.1 Wettelijke kaders en vastgestelde doelen....................16 3.2 Gebiedskenmerken.........................................................18 3.3 Water en bodem sturend ...............................................18 3.4 Leefbaarheid en economische vitaliteit........................19
2
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
Samenvatting
ontwikkelperspectief neemt de mate van concreetheid van gebieds-
Het Groene Hart is een unieke en vitale regio die voor grote
inzichten groeien. Deze 1.0 versie is bedoeld als een advies aan
uitdagingen staat. Het gebied kent een eeuwenlange geschiedenis van mensen die het gebied met succes wisten te transformeren als reactie op de uitdagingen van hun tijd. Ook nu is een nieuw perspectief nodig voor het Groene Hart. Klimaatverandering, bodemdaling en teruglopende biodiversiteit maken dat het gebied wederom tegen natuurlijk, wettelijke en financiële grenzen aanloopt. Alleen met stevig ingrijpen en transformatie kan het Groene Hart inspelen op de impact van klimaatverandering, de bodemdaling remmen en biodiversiteit herstellen. De transformatie biedt ook kansen om het Groene Hart voor komende generaties leefbaar en vitaal te maken en te houden. De vier overheidslagen vertegenwoordigd in het Bestuurlijk
en beleidsafspraken toe naarmate de op kennis gebaseerde de aan het platform deelnemende partijen, dat beoogd richting te geven aan hun beleidsontwikkeling. Daarbij worden overigens, binnen de gemaakte afspraken, onderlinge verschillen en keuzes voor deelgebieden gerespecteerd. Uitgangspunt voor de verdere ontwikkeling van het Groene Hart zijn bovenregionaal vastgestelde doelen zoals de klimaatdoelen (CO2, bodemdaling), Kaderrichtlijn Water en de Vogel- en Habitatrichtlijn; eerder vastgelegde afspraken voor het Groene Hart in de bestuursovereenkomst Groene Hart; het sturende karakter van de condities van water en bodem (water en bodem sturend) en het belang van maatschappelijk draagvlak.
Platform Groene Hart (rijk, provincies, gemeenten, waterschappen)
Water en bodem zijn sturend voor de verdere ontwikkeling van het
hebben in 2022 afgesproken om in het kader van NOVEX Groene
gebied. Vanuit dat vertrekpunt is het remmen van bodemdaling
Hart gezamenlijk afspraken te willen maken voor de toekomst
in veengebieden een prioritaire opgave. Dit is zowel nodig om
van het gehele gebied. In het voorliggende Ontwikkelperspectief
de uitstoot van broeikasgassen te reduceren als om de door
1.0 hebben zij daartoe gezamenlijke ambities en uitgangspunten
bodemdaling veroorzaakte schade aan gebouwen en infrastructuur
opgenomen. Ook zijn er openstaande vragen en discussiepunten
te beperken. Verhoging van grondwaterpeilen in veengebieden is
geagendeerd voor beleidsontwikkeling zoals de ruimtelijke
hiervoor een onontkoombaar middel. Dat moet zo veel als mogelijk
voorstellen en omgevingsvisies. In volgende versies van het
gebeuren in samenhang met het behouden en versterken van de
3
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
groen-blauwe kwaliteit, de landschappelijke en cultuurhistorische
Binnen
waarde van het Groene Hart en de leefbaarheid en de economische
ontwikkelprincipes doen zich nog veel keuzemogelijkheden voor,
vitaliteit. Van deelgebied tot deelgebied moeten op dit punt nadere
die bovendien van deelgebied tot deelgebied kunnen verschillen.
keuzes worden gemaakt.
Het Ontwikkelperspectief 1.0 schetst daarvoor verschillende
Binnen de uitgangspunten beschrijft dit Ontwikkelperspectief
opties met de daaraan verbonden voor- en nadelen. Voortgaan
1.0 een aantal ontwikkelprincipes om te hanteren binnen gebiedsprocessen en ruimtelijke opgaven. Met name in de veenweidegebieden is het noodzakelijk de bodemdaling af te
de
hier
voor
benoemde
uitgangspunten
en
op de huidige weg is echter geen optie, gelet op de gevolgen van klimaatverandering, noodzaak de bodemdaling te beperken, waterkwaliteit te verbeteren, de verzilting tegen te gaan en de
remmen. Dat beperkt mogelijkheden voor nieuwe woningbouw,
toestand van de natuur te verbeteren.
voor industriële activiteiten, voor grootschalige infrastructuur
Het toekomstbeeld voor de lange termijn is uiteraard nog
en voor de landbouw in het gebied in zijn huidige vorm. Voor
niet zeker. Maar wel leiden de uitgangspunten en de gekozen
innovatieve woonvormen, de landbouw, de biodiversiteit, de
ontwikkelprincipes tot een toekomst van het Groene Hart met nog
recreatie-en toeristische sector en voor het midden- en kleinbedrijf
meer veerkracht, diversiteit en kwaliteit, zonder de leefbaarheid en
ontstaan echter ook nieuwe perspectieven. In het bijzonder
de economische vitaliteit tekort te doen. De steun van de overheid
voor de landbouw is steun van de overheid onontbeerlijk om de
voor de beoogde transitie is even onontbeerlijk als voorwaardelijk,
noodzakelijke transitie te laten slagen. Ook de stedenring rond
ook voor draagvlak in het gebied. In het verleden heeft het gebied
het Groene Hart kan profiteren van de beoogde toename van de
zich altijd aan veranderende omstandigheden aan weten te passen.
groen-blauwe en landschappelijke kwaliteit. Voorwaarde is wel
Dat zal ook in de toekomst zeker lukken.
het vergroten van de bereikbaarheid van het gebied door een stelsel van kleinschalige voorzieningen en infrastructuur. Tenslotte moeten en kunnen ook de mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie worden versterkt.
4
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
1. Inleiding 1.1 Groene Hart in transformatie Het Groene Hart staat voor grote uitdagingen met de impact van klimaatverandering, bodemdaling, en dalende biodiversiteit. Wil het gebied in de toekomst leefbaar(der) en vitaal zijn voor inwoners, (agrarisch) ondernemers, recreanten en de natuur, dan zijn transformaties in het gebied onvermijdelijk. De landschapsbiografie van het Groene Hart laat zien dat mensen zich al eeuwenlang aanpassen aan de omstandigheden in het Groene Hart. De noodzakelijke transformatie biedt ook veel kansen en impulsen voor verbeteringen in de directe leef- en werkomgeving door knelpunten op te lossen en kwaliteit toe te voegen. Dit Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050 bevat een eerste set ontwikkelprincipes voor hoe het gebied zich verder kan ontwikkelen en transformeren met de grote uitdagingen én kansen die er liggen.
5
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
Dit leidt tot een toekomstbeeld 2050 met meerdere uitkomsten en
agenderend zijn aan de Ruimtelijke Voorstellen van provincies.
dat is ook passend gezien de diversiteit van landschappen, culturen
Uit het ontwikkelperspectief volgt een uitvoeringsagenda met
en economieën in het Groene Hart. De transformatie omvat ten
regionale investeringsagenda.
minste de volgende drie onderdelen: de inhoudelijke opgaven, de samenwerking tussen gebiedspartijen en veranderingen ‘onder de motorkap’ (o.a. instrumentarium en houding). Het voorliggende Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050 focust zich op de inhoudelijke opgaven.
1.2 Gezamenlijke afspraken voor de toekomst Directe aanleiding voor dit Ontwikkelperspectief 1.0 is de vraag van het kabinet aan de betrokken overheden bij NOVEX gebied Groene Hart om te werken aan een ontwikkelperspectief voor het Groene Hart. In het Rijksprogramma NOVEX werken alle overheden samen aan een plan voor de inrichting van Nederland. Om duidelijk te krijgen wat de ruimtevragers zijn en wat er ruimtelijk moet worden ingepast zijn de provincies door het kabinet gevraagd om de
In de bestuursovereenkomst NOVI Groene Hart (2022) hebben de
betrokken
overheden
(rijk,
provincies,
gemeenten
en
waterschappen die vertegenwoordigd zijn in het Bestuurlijk Platform Groene Hart, verder te noemen ‘de partijen’ bepaald om gezamenlijk afspraken te gaan maken voor het NOVEX gebied Groene Hart. Dit doen de partijen vanuit de deskundige kennis over het gebied. In de bestuursovereenkomst zijn klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit als grote opgaven gemarkeerd die veel impact hebben. Naast het realiseren van de internationale klimaaten biodiversiteitdoelen is het de ambitie de groene identiteit en het zelfstandig woon-werk en leefgebied van het gebied te vernieuwen en versterken. De betrokken bestuurders vinden het daarom van groot belang om gezamenlijk te werken aan de toekomstbestendigheid van dit gebied.
nationale opgaven en doelen ruimtelijk te vertalen in Ruimtelijke
In de bestuursovereenkomst is afgesproken om te komen tot lange
Voorstellen. Er zijn 16 aandachtsgebieden aangewezen, waaronder
termijnperspectieven voor het gebied, met inachtneming van de drie
het Groene Hart. De transities in deze gebieden zijn zo groot dat
kenmerkende gebiedseigenschappen (de bodemgesteldheid, het
hiervoor een apart ontwikkelperspectief moet worden opgesteld.
watersysteem en de landschappelijke kwaliteit). Er is geconstateerd
Die ontwikkelperspectieven moeten onderdeel zijn van en
dat de eisen die deze drie gebiedseigenschappen stellen strijdig
6
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
kunnen zijn. Daarom spraken de gezamenlijke overheden in het
de Rijksoverheid. Ook is in de praktijk van de afgelopen jaren
Groene Hart af de mogelijke dilemma’s met elkaar te bespreken en
doorgegaan met experimenteren en met het ontwikkelen van het
voor het omgaan daarmee prioriteiten willen stellen. Ook hebben
gebied. Zo wordt op tal van plekken in het gebied geëxperimenteerd
zij afgesproken zich maximaal in te zetten om gezamenlijk tot
met de aanpak van de opgaven die in dit Ontwikkelperspectief
keuzen te komen voor lastige, (deelgebied overstijgende) opgaven.
1.0 benoemd zijn. Zie bijvoorbeeld de Proeftuin Veenweiden, de Proeftuin Krimpenerwaard, Klimaatslim Boeren op Veen (bv
In het afgelopen jaar zijn verschillende (ontwerpende) onderzoeken
gebiedsproces De Ronde Hoep), het Veenweide innovatiecentrum
uitgevoerd naar thema’s voor het gebied. Ook is met inbreng
Zegveld, Westergouwe, Circulaire bedrijventerreinen en de
van experts een Toekomstperspectief voor het gebied (verder te
Reconstructie Kanis. De analyse van bestaande en in ontwikkeling
noemen het deskundigenrapport) opgesteld. Daarnaast hebben
zijnde beleidsnotities, de uitgevoerde onderzoeken en recente
betrokken partijen doorgewerkt aan eigen beleidsnotities, zoals
gesprekken met diverse belanghebbenden (overheden en niet-
de Ruimtelijke Voorstellen en provinciale programma’s landelijk
overheden) vormen de bouwstenen voor het Ontwikkelperspectief
gebied (PPLG), allen onderdeel van het NOVEX programma van
1.0.
7
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
1.3 Ontwikkelperspectief 1.0: een eerste gezamenlijke set uitgangspunten
1.4 Vaststelling en toepassing Ontwikkelperspectief 1.0
Het voorliggende Ontwikkelperspectief 1.0 is voor de partijen van
Het Ontwikkelperspectief 1.0 zal voorafgaand aan vaststelling
het bestuurlijk platform Groene Hart een volgende gezamenlijk stap om te komen tot richting en keuzes voor het gebied. Het Ontwikkelperspectief 1.0 is een advies met als doel richting te geven aan de ontwikkeling van het Groene Hart en aan de beleidsontwikkeling bij de betrokken partijen. Het document bevat daartoe een aantal randvoorwaarden (toegelicht in H3) en ontwikkelprincipes voor de toekomst (toegelicht in H4). Deze
ter consultatie worden voorgelegd onder zowel leden van het bestuurlijke platform als een maatschappelijke klankbordgroep. Na verwerking van input zal het Ontwikkelperspectief 1.0 in het Bestuurlijk Platform Groene Hart ter vaststelling worden aangeboden, als advies dat richting biedt bij de ontwikkeling van het Groene Hart. De bedoeling is vervolgens dat de betrokken vier overheidslagen binnen de gestelde ambities en uitgangspunten de ontwikkelprincipes betrekken bij verdere beleidsvorming binnen
principes bevatten uitspraken voor de ontwikkeling van het
de eigen organisaties (zoals verdere uitwerking van de Ruimtelijke
Groene Hart, met oog voor de samenhang van verschillende
Voorstellen) en bij gebiedsprocessen. De praktijkervaring die
thema’s. Zij moeten helpen richting te geven hoe partijen willen
daarmee wordt opgedaan is, naast de vraagpunten die nog
omgaan met de fundamentele en overstijgende opgaven op
moeten worden beantwoord, input voor het vervolgproces van het
het gebied van water en bodem, landbouw, economie, wonen,
ontwikkelperspectief.
energie, natuur en biodiversiteit en mobiliteit. Ze bieden ruimte
1.5 Samenwerken als overheden
voor specifiekere keuzes en invulling op gebiedsniveau. Niet alle vragen zijn daarmee beantwoord. In het Ontwikkelperspectief 1.0 wordt daarom een aantal punten geformuleerd die nader
In de Bestuursovereenkomst is erkend dat alle overheidslagen noodzakelijk zijn om inhoudelijk afspraken te doen slagen. Er is afgesproken samen te werken op basis van gelijkwaardigheid
onderzoek, experimenteerruimte, discussie met de samenleving
en partnerschap. Vanuit de gevoelde verantwoordelijkheid voor
en besluitvorming vragen.
het gehele Groene Hart willen alle partijen meedenken over de
8
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
ontwikkeling van het gebied als geheel, ook waar het niet het
is onhoudbaar en overschrijdt de grenzen van het natuurlijke,
eigen grondgebied betreft. Daarbij staat de totale opgave centraal;
wettelijke en/of financiële systeem. Hoofdstuk 3 beschrijft de
die opgave ontstijgt het grondgebied van de individuele partijen.
randvoorwaarden voor het ontwikkelperspectief, hoofdstuk 4 de
Bovendien is afgesproken eigen initiatieven op verschillende schaalniveaus met elkaar te bespreken en zo nodig aan te passen. Ook zullen zij elkaar rechtstreeks aanspreken op het leveren van de noodzakelijke prestaties, het nakomen van gemaakte afspraken. Zij zullen elkaar bovendien helpen en ondersteunen. Iedere overheid functioneert vanuit de eigen rol en taakopvatting en draagt geen bevoegdheden over aan het Bestuurlijk Platform Groene Hart. Ook kunnen binnen de gemaakte afspraken verschillen tussen gebieden tot verschillende keuzes leiden; dat
ontwikkelprincipes voor de toekomst en de vraagstukken die per thema spelen. Hoofdstuk 5 geeft een beeld waar toepassing van de ontwikkelprincipes in het gebied toe kan leiden. Hoofdstuk 6 beschrijft het vervolgproces. Het document bevat tot slot een overzicht van onderliggende bronnen voor dit Ontwikkelperspectief 1.0. Een beeld van opties voor verhoging van de grondwaterstanden, en de doorwerking daarvan op andere ruimtelijke aspecten in het gebied is toegevoegd als bijlage.
wordt gerespecteerd. Wel willen de overheden in het gebied werken vanuit de één overheidsgedachte. De inwoners en ondernemers van het gebied en niet-overheidsorganisaties mogen verwachten dat de overheden eenduidige opvattingen hebben over de wenselijke ontwikkelingen voor het Groene Hart en gezamenlijk werken aan het realiseren daarvan. Waarbij rekening gehouden wordt met de impact van voorgestelde ontwikkelingen.
1.6 Leeswijzer Dit Ontwikkelperspectief 1.0 start (H2) met de reden voor het schrijven van dit Ontwikkelperspectief 1.0: het huidige systeem
9
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
2. Een onhoudbaar systeem: urgentie van een nieuw perspectief 2.1 Eeuwen van transformatie Het Groene Hart is belangrijk gebied en waardevol landschap met een eigen identiteit in het ‘hart’ van de omliggende Randstad. Het gebied vormt landelijk de as tussen de kust, het rivierengebied en het IJsselmeer, met daarbij de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinies (UNESCO werelderfgoed) die dwars door het gebied lopen. Midden in de rivierendelta van Noordwest Europa neemt het gebied een belangrijke positie in. Het is ook een gebied waar volop wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Vanaf 1958 streven overheden ernaar het open, uitgestrekte en groene karakter van het Groene Hart te koesteren. Het doel destijds was om het gebied te behouden als tegenhanger, als een groen uitloopgebied vol waternetwerken, voor de omringende steden. Deze visie heeft er tot op heden voor gezorgd dat het gebied zijn bijzondere kenmerken heeft weten te
10
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
behouden. Het gebied is een cultuurlandschap, waarin mensen het
ontsluitingsroutes past simpelweg niet. Dit vraagt om meervoudig
landschap door de eeuwen heen naar hun hand hebben gezet. Het
ruimtegebruik, een scherp oog houden voor kwaliteit en harde
gebied is door de geschiedenis heen voortdurend in transformatie
keuzes. Kortom: wederom is het nodig om gezamenlijk een transitie
geweest1. Deze geschiedenis wordt gekenmerkt door mensen
in het Groene Hart in gang te zetten om tot nieuw perspectief
die het water- en bodemsysteem benutten en het landschap
te komen voor de opgaven die we te lang voor ons uit hebben
naar hun hand zetten. Denk daarbij aan de eerste ontginningen
geschoven. Hieronder worden deze opgaven kort geschetst.
in de Middeleeuwen, vervolgens de turfwinning, het droogleggen
2.2 Bodemdaling
van de droogmakerijen, de waterlinies tot aan de ruilverkaveling en schaalvergroting in de landbouw in de 21ste eeuw. Al deze transformaties zijn ingezet om een crisis, vaak economisch gedreven, het hoofd te bieden. Ook nu staat het gebied voor fundamentele opgaven. Bodemdaling, klimaatverandering en teruglopende biodiversiteit maken dat het gebied wederom tegen natuurlijke, wettelijke en/of financiële grenzen aanloopt. Doorgaan op de huidige weg is onhoudbaar. Daar komt bij dat er ook andere opgaven liggen op het gebied van wonen, economie, recreatie, mobiliteit en energie om het Groene
Afgelopen
eeuwen
zijn
voor
de
agrarische
productie
de
veengebieden ontwaterd. Eenmaal aan de lucht blootgesteld, verteert het veen door een proces dat oxideren wordt genoemd. De oxidatie van veen zorgt jaarlijks voor 2-3 % van de totale uitstoot van CO2-emissie in Nederland. In de Klimaatwet is vastgelegd dat in de veenweiden deze emissies moeten worden verminderd. Een belangrijk deel van deze reductie opgave moet in het Groene Hart worden gerealiseerd (zie H3 ‘Randvoorwaarden’). Daarnaast leidt oxidatie van het veen in landelijk gebied en belasting van de slappe ondergrond in bebouwd gebied (zetting)tot bodemdaling, een proces dat wordt versneld door verdergaande ontwatering
Hart in relatie met de stedelijke omgeving leefbaarder en vitaler te
en daling van grondwaterstanden. Bodemdaling leidt tot schade
maken. Opgeteld vragen deze opgaven om meer ruimte dan er is.
aan gebouwen en infrastructuur, tot een toename van verzilting en
Extensivering van de landbouw én extra woningbouwlocaties én
opbarsting (en daarmee tot schade aan de landbouw en natuur),
extra waterbergingslocaties én extra bedrijventerreinen én meer
tot stijgende kosten van het waterbeheer en verslechtering van de
1 Biografie Groene Hart, Steenhuis/Meurs 2019 11
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
waterveiligheid (zeespiegelstijging, beheer en ruimtebeslag dijken). Verlaging van de grondwaterpeilen bij bodemdaling leidt weer tot verdere oxidatie en bodemdaling, waardoor bodemdaling en oxidatie blijven voortduren. Zowel het huidige tempo van oxidatie als van de bodemdaling in het gebied zijn in de toekomst niet houdbaar. Land zakt steeds verder weg, met alle maatschappelijke kosten van dien. Daarnaast moet de CO2-uitstoot worden beperkt om de klimaatdoelen te halen en om verdere klimaatschade te voorkomen. Op sommige plekken in het Groene Hart zijn de veenpakketten relatief dun, maar op anderen plekken nog meters dik. Zonder grondwaterpeilen te verhogen of niet verder te laten meebewegen met de bodemdaling (peilfixatie),
2.3 Klimaatverandering Klimaatverandering zorgt wereldwijd voor langere periodes van droogte. Het Groene Hart is afhankelijk van een stabiele zoetwatervoorziening van buiten het gebied. De verwachting is dat de zoet watervoorziening in de komende decennia steeds meer onder druk komt te staan als gevolg van droogte en de groeiende zoetwaterbehoefte in Nederland. Dit geldt ook stroomopwaarts in het buitenland waardoor er minder zoet water onze delta binnenkomt. Bovendien kunnen hogere grondwaterpeilen in de veenweiden leiden tot een grotere behoefte op de zoetwatervraag. Ook neemt de behoefte aan drinkwater toe als gevolg van het aantal afgesproken te bouwen woningen in en rond het Groene
blijft de bodemdaling en bijgaande oxidatie doorgaan. Door het
Hart, waarbij het nog onduidelijk is wat de opgave na 2030 is.
verhogen van grondwaterpeilen in het veen kan het proces van
Het voorgaande kan in droogmakerijen tot problemen leiden, in
oxidatie en inklinking sterk worden afgeremd. Door veen nat
het bijzonder wanneer zij veel zoetwater uit het hoofdwatersys-
te houden wordt het niet aan de lucht blootgesteld en wordt
teem gebruiken om verzilting tegen te gaan. Grootschalige door-
oxidatie voorkomen. Ingrijpen in het water en bodemsysteem is
spoeling met oppervlaktewater vindt plaats om de landbouw in
onvermijdelijk, het gaat om een systeemverandering voor de
zijn huidige vorm mogelijk te maken. Tijdens droge periodes wordt
lange termijn 2050 en verder. Een systeemverandering is groot en
de waterinlaat al incidenteel stilgezet en wordt er meer aandacht
ingrijpend maar biedt de kans om het Groene Hart leefbaarder,
besteed aan het behoud van zoetwaterbuffers. Met de verwachte
aantrekkelijker, duurzamer en economisch vitaler te maken in de
komst van meer en langere droge periodes kan in de droogmake-
nabije toekomst en voor de verre toekomst.
rijen het huidige landgebruik op verschillende plekken onder druk
12
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
komen te staan. De doorspoeling van droogmakerijen legt bovendien een groot beslag op de zoetwatervoorziening in het Groene Hart en de omliggende gebieden. Dat wordt nog versterkt door de lage ligging van de droogmakerijen met een aanzuigende werking op het grondwater. De situatie kan uiteraard van gebied tot gebied verschillen.
2.4 Natuur en biodiversiteit In het gebied staan natuur en biodiversiteit onder druk. Natura 2000 instandhoudingsdoelen, die voortkomen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR), worden in de Natura 2000-gebieden nog niet gehaald. Ook voldoet in vrijwel het gehele Groene Hart het oppervlaktewater niet aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). In
Ook waterbergingscapaciteit is een opgave voor het gebied. Piek-
2027 moet Nederland aan de KRW voldoen. De waterkwaliteit
buien en extreme neerslag als gevolg van klimaatverandering zor-
in het Groene Hart (evenals de rest van Nederland) staat
gen voor wateroverlast bij beperkte mogelijkheden voor waterber-
onder druk door meststoffen, gebiedsvreemd water (o.a. bij
ging. Ook zorgen ze voor afwenteling op lagergelegen gebieden
waterinlaat), veenoxidatie en moddervorming. Het verhogen van
en/of overbelasting van watergangen en gemalen. Hogere grond-
grondwaterpeilen in veengebieden komt niet automatisch ten goede
waterpeilen leiden tot minder waterbergingscapaciteit. De sloten
aan de huidige natuurdoelen en ook niet aan de waterkwaliteit.
staan dan vol en de grond is dan al verzadigd.
Een tijdelijke verslechtering van de waterkwaliteit door uitspoeling
13
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
is mogelijk. De natuur en biodiversiteit zal met extensivering van
Voor de inwoners van het Groene Hart en de steden er omheen is
het ruimte gebruik een positieve ontwikkeling kennen en zal zich
het belangrijk om in de directe omgeving te kunnen ontspannen
aanpassen aan nieuwe fysieke omstandigheden. Het behouden
door te wandelen, fietsen, varen. Toegang tot groen blijkt een
van huidige natuurdoelen kan moeilijk worden vanwege de
belangrijke factor te zijn voor de fysieke en mentale gezondheid van
klimaatveranderingen en verhoging van de grondwaterpeilen in
mensen. Onderzoeken tonen aan dat met name in de Natura-2000
het veengebied, maar het streven is naar meer biodiversiteit in het
gebieden de recreatiedruk te hoog is wat een negatief effect heeft
gebied en niet alleen het behouden van de huidige soorten.
op de natuur en dat het Groene Hart onvoldoende ‘doorwaadbaar’ is. Als gevolg van de toename van inwoners in- en rond het Groene
2.5 Andere maatschappelijke opgaven Het Groene Hart heeft naast de hiervoor genoemde vraagstukken ook andere opgaven om aan te werken. De provincies Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Holland (MRA) hebben bij elkaar opgeteld een woningbouwopgave van 500.000 woningen voor 2030. Er is grote behoefte aan uiteenlopende woonmilieus. Ook binnen het Groene Hart is sprake van een nijpend woningtekort, waarbij vooral jonge gezinnen niet kunnen wonen in de gemeenschappen waar ze zijn opgegroeid, mede omdat er onvoldoende passende
Hart neemt de recreatiedruk alleen maar toe. Er ligt een belangrijke opgave om recreatie en toerisme, zowel locaties, gebieden als de toegang daartoe integraal mee te nemen in de gebiedsopgaven. Het Groene Hart heeft geen afzonderlijke energieopgave gekregen in de beleidsdoelen. Landelijk moet in 2030 35 TwH op land zijn gerealiseerd. Naar verwachting volgt na 2030 weer een nieuwe/ extra doelstelling. Tegelijkertijd wordt ook naar het Groene Hart gekeken welke rol dit gebied kan vervullen in de opwekking van duurzame energie.
‘schuifruimte’ is voor inwoners die noodgedwongen in relatief te
De toekomst van gangbare landbouw staat op veel plekken in
grote grondgebonde woningen wonen. Ook zal de economie van
het Groene Hart onder druk. De melkveehouderij draagt zorg
het Groene Hart, gelet op haar aard en potentie sterk afhankelijk
voor een deel van onze voedselvoorziening en is daarnaast
blijven van (een toenemend aantal) arbeidsmigranten en (tijdelijke)
beheerder van het gewaarde open landschap van het Groene
vluchtelingen die ook gehuisvest moeten worden.
Hart. De combinatie van verhoging van grondwaterpeilen om
14
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
bodemdaling tegen te gaan, van verzilting en van de noodzaak tot
Volgens experts3 is het voor de toekomst van de overige economie
biodiversiteitsherstel en gezondere bodems leggen, gevoegd bij
belangrijk om te werken aan complexiteit van de economie en in
het stikstofdebat, echter druk op de agrarische sector. Landelijk
te spelen op opkomende sectoren die passen bij het regionale
beleid waarop de landbouw moet anticiperen is al op diverse
economische profiel. Ook de transitie van de landbouw is voor de
thema’s ingezet zoals de kringlooplandbouw, bossenstrategie, eiwitstrategie, de uitkoopregelingen en andere programma’s
economie van het Groene Hart een belangrijk aandachtspunt.
met betrekking tot weidevogels, deltaplan biodiversiteitsherstel. Tegelijkertijd wordt momenteel ook nog hard gewerkt aan de uitwerking van de provinciale Programma’s Landelijk Gebied en is het Landbouwakkoord nog niet gereed. De landbouw staat daarmee ook in het Groene Hart voor een grote transitie. Dit zal leiden tot extensievere vormen van landbouw maar mogelijk ook naar andere typen verdienmodellen. Uit de Regionale Economische Analyse2 komt verder naar voren dat het Groene Hart een sterke economie heeft, waarbij beleid aansluit op de economische kracht van het gebied. Het Groene Hart is een productielandschap met landbouw, maakindustrie en veel MKBbedrijven. De landbouw is weliswaar zichtbaar in het landschap, maar het aandeel mensen dat in de landbouw werkt is desondanks relatief laag in vergelijking met andere sectoren in het Groene Hart. Jeroen Van Haaren, Frank van Oort, Ron Boschma, en Pierre-Alexandre Balland (2022), Ruimtelijk-economische analyse van het Groene Hart en de Peel
2
3
Toekomstperspectief Groene Hart (2023)
15
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
3. Randvoorwaarden Voor de toekomstige ontwikkeling van het Groene Hart geldt een aantal randvoorwaarden: wettelijke kaders en andere voor het gebied eerder vastgestelde doelen, een aantal specifieke gebiedskenmerken, en water en bodem sturend als leidend principe. Bovendien zijn ook leefbaarheid en economische vitaliteit randvoorwaardelijk voor de toekomst van het Groene Hart, ook om draagvlak te behouden en te vergroten voor toekomstige ontwikkeling. Hieronder worden deze randvoorwaarden nader geschetst.
3.1 Wettelijke kaders en vastgestelde doelen De volgende Europese en landelijke regels en afspraken zijn voor het Groene Hart in het bijzonder relevant: Klimaatmitigatie en adaptatie In het Klimaatakkoord (2019) is bepaald dat in 2030 landelijk 49% van de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 gereduceerd moet zijn. In 2050 moet de uitstoot met 95% zijn afgenomen ten opzichte van 1990. Dit is nodig om de opwarming van de aarde niet verder te laten oplopen dan 1,5 graad Celsius. Het kabinet heeft zich tot doel heeft gesteld om in 2050 voor NL als geheel klimaatneutraal
16
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
te willen zijn. De Europese Commissie heeft klimaatneutraliteit in
Kaderrichtlijn Water
2050 als doel gesteld voor Europa als geheel. Dit betekent dat in
In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) uit 2000 is bepaald
2050 de ‘onvermijdelijke’ restemissies uit veenbodems en uit de
dat in uiterlijk 2027 in heel Europa de kwaliteit van alle wateren
veestapel elders moeten worden gecompenseerd (in binnen- of
zowel chemisch (schoon) als ecologisch (gezond) op orde moet
buitenland). Dit verhoogt de druk om deze restemissies in 2050 zo
zijn. Nederland heeft zich aan deze doelstelling gecommitteerd.
laag mogelijk te laten zijn.
De verwachting is dat Nederland, inclusief het Groene Hart, deze
In veengebieden zorgen niet alleen verkeer, bebouwing en
doelstelling in 2027 niet gaat halen. De doelstellingen van de KRW
economische activiteiten voor CO2-uitstoot, maar ook bodemdaling
blijven inhoudelijk echter staan.
als gevolg van afbraak van het veen. De landelijke schatting van
Vogel- en Habitatrichtlijn
de CO2-uitstoot uit veengebieden bedraagt 2 – 3 % van de totale
In de Vogel- en Habitatrichtlijn (1991) is vastgesteld dat Nederland
Nederlandse emissie. In het klimaatakkoord is afgesproken
in Natura 2000-gebieden soorten en habitats in een goede staat van
om voor 2030 landelijk minimaal 1 megaton CO2-eq uitstoot uit
instandhouding moet brengen of houden. Momenteel belemmert
veengebieden te reduceren. Deze is provinciaal toebedeeld: Zuid-
onder meer de uitstoot van stikstof het bereiken staat van de
Holland = 0,21; Noord-Holland = 0,09 en Utrecht = 0,09 Mton.
doelstellingen voor veel Natura 2000-gebieden, waaronder in het
In het Klimaatakkoord is ook afgesproken dat landelijk in 2030 35
Groene Hart.
TWh aan elektriciteit aan wind- en zonne-energie moet worden
EU-ontwikkelingen bodembeleid: EU Soil Health en No Net Land
opgewerkt op het land.
take in ontwikkeling
De genoemde landelijke doelen zijn niet één op één toe te passen
In 2020 is de EU-bodemmissie, als 1 van de 5 Europese missies
op het Groene Hart, het zijn immers landelijke reductiedoelen. Wel
gelanceerd, met een eigen onderzoeks- en innovatieprogramma
leiden deze doelen tot een verplichting om ook in het Groene Hart
in Horizon2020. In 2021 is de Europese bodemstrategie
met deze problematiek aan de slag te gaan en keuzes te maken op
(EU soil strategy for 2030) vernieuwd, als “key deliverable”
welk wijze aan landelijke doelen wordt bijgedragen.
van de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030, onderdeel EU
17
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
Green Deal. En in juli 2023 is er een voorstel gedaan voor een Europese Bodemmonitoringsrichtlijn, waarin de lidstaten bodemgezondheid moeten monitoren en ook aan duurzame bodembeheersmaatregelen moeten gaan werken, mocht deze richtlijn geëffectueerd worden. Doel van zowel de missie, als de strategie en de richtlijn is om de transitie naar gezonde bodems ingezet te hebben in 2030 en in 2050 overal in Europa gezonde en veerkrachtige bodems te hebben. De EU werkt ook aan het principe Zero net land take om het tegengaan van het afdekken van bodems en consumeren van groen/ natuur/landbouwgebieden ten behoeve van bebouwd gebied, infrastructuur etc. tegen te gaan.
3.2 Gebiedskenmerken
• Het door ontwikkelen van waardevolle gebiedskenmerken, zodat het karakter van het Groene Hart herkenbaar blijft.
In de bestuursovereenkomst NOVI Groene Hart (2022) zijn drie essentiële gebiedseigenschappen benoemd als uitgangspunt voor de ontwikkelopgaven in het Groene Hart. Elk van deze eigenschappen vraagt om een doelstelling en ontwikkelrichting in samenhang met de andere eigenschappen. Het gaat om: •
De bodemgesteldheid: het stabiliseren van veenbodems (CO2-uitstoot reduceren en zakkingsschade aan gebouwen en infrastructuur afremmen), en het voorkomen van verzilting;
•
Het robuust inrichten van het watersysteem;
3.3 Water en bodem sturend Het kabinet heeft in een brief van Minister Harbers van november 2022 ‘water en bodem sturend’ als onderliggend principe voor ruimtelijke planvorming benoemd. Dit principe houdt in dat we bij het maken van ruimtelijke keuzes (zowel met betrekking tot locatie als inrichting) de grenzen van het water- en bodemsysteem respecteren en als uitgangspunt nemen voor alle gebiedsopgaven en -keuzes. Waarbij geldt: ‘pas toe of leg uit’. Het hanteren van dit
18
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
principe moet ervoor zorgen dat Nederlanders ook in de toekomst
gebiedsdoelen alsmede de leefbaarheid en de vitaliteit van het
onder andere klimatologische omstandigheden kunnen blijven
gebied. In hoofdstuk 4 en de bijlage wordt hierop verder ingegaan,
leven, wonen en werken. In een veilige omgeving, met een gezonde
onder meer in relatie tot verschillende opties voor het verhogen
bodem, voldoende en schoon water.
van de grondwaterstand.
Het Ontwikkelperspectief sluit zich bij deze randvoorwaarde aan. Dat laat onverlet dat de specifieke invulling ervan om nadere uitwerking vraagt, mede afhankelijk van specifieke keuzes die betrokken partijen maken. Het uitgangspunt dat water en bodem sturend is kan daarmee op verschillende wijzen worden ingevuld. Met verschillende effecten op de staat van de bodem, de waterhuishouding, het bijdragen aan de eerder genoemde
3.4 Leefbaarheid en economische vitaliteit De prioritaire opgaven in het Groene Hart ligt in een systeemwijziging van het natuurlijke systeem, maar het gebied is geen onontgonnen grond. Er wordt al eeuwenlang geleefd door mensen; in- en om het gebied voelen mensen zich verbonden met het Groene Hart
19
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
en willen dat kinderen en kleinkinderen er ook kunnen wonen,
te vernieuwen en op peil te houden. In de bestuursovereenkomst
werken en recreëren. Het ontwikkelperspectief is bovendien alleen
is uitgesproken om alle opgaven integraal mee te nemen in
realiseerbaar als er draagvlak voor bestaat. Er zijn voor de toekomst
de ontwikkeling van het Groene Hart, denk aan opgaven voor
van het Groene Hart grote kansen, zowel in termen van groene
de landbouw, natuurontwikkeling, woningbouw, bedrijvigheid,
kwaliteit als in termen van kwaliteit van wonen en economie. Maar
mobiliteit, toerisme en recreatie.
er zal ook veel veranderen. Daar zal alleen draagvlak voor zijn als er plaats blijft voor de agrarische sector, en voor vitale woonkernen en bijbehorende voorzieningen. Ondersteuning van de overheid is hiervoor onontbeerlijk om de noodzakelijke transities mogelijk te maken.
Het Groene Hart moet ook in de toekomst een gebied zijn waar het prettig wonen, werken en leven is in afstemming en verhouding met de ontwikkelingen in de rand er omheen. Daarvoor is voldoende ruimte nodig, met goede verbindingen.
Voor draagvlak onder in- en omwoners is het belang dat overheden het ‘samendoen’ met belanghebbenden in een gebied. De lokale opgave moet centraal staan (opgaven gestuurd werken), waarbij de betrokkenheid van belanghebbenden en de besluitvorming zorgvuldig worden aangepakt. In het Groene Hart wonen ruim 700.000 mensen verspreid over steden en kernen. Het gebied kent ook een sterke economie met groeipotentie, aangesloten op snel- en vaarwegen die het Groene Hart met het omliggende stedelijke gebied verbinden. De partijen hebben in de bestuursovereenkomst afgesproken niet alleen de gebiedskenmerken en de kwaliteit van het landschap, de natuur en het milieu te versterken, maar ook om het woon-werk en leefgebied
20
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
4. Ontwikkelprincipes 4.1 Overzicht De ontwikkelprincipes zijn richtinggevend voor de ontwikkeling van het Groene Hart. Sommige ontwikkelprincipes kunnen direct worden toegepast in gebiedsopgaven, andere raken regionale of nationale systeemkeuzes waarvoor meer onderzoek nodig is of waarvoor de keuzes in een breder verband, samen met het Groene Hart, worden gemaakt. Deze vraagstukken worden apart benoemd. Hieronder volgt een kort overzicht. In de navolgende paragrafen worden de ontwikkelprincipes thematisch nader toegelicht. De ontwikkelprincipes zijn als volgt, en worden thematisch toegelicht in dit hoofdstuk: 1. Beschouw het Groene Hart als waardevol onderscheidend geheel,
waarvan
de
(landschappelijke)
kwaliteiten
en
cultuurhistorische waarden voor de lange termijn worden behouden en vergroot, met oog voor de diversiteit van de verschillende delen van het gebied, en met oog voor de (noodzaak van) leefbaarheid en economische vitaliteit. Maak keuzes over de verdeling van ruimte en toekennen van gebruik waarbij deze doelstelling voorop staat.
21
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
2. Werk volgens drie NOVI-principes: combinaties van functies
Hart. Tegelijk zijn beperkingen van het huidige agrarisch
gaan voor enkelvoudige functies, kenmerken en identiteit
grondgebruik onvermijdelijk. Zowel incidentele als structurele
van een (deel)gebied staan centraal en afwentelen wordt
ondersteuning van de overheid (beschikbaarheid van kennis
voorkomen.
en geld) zijn essentieel en daarmee voorwaardelijk voor de
3. Hanteer bestaande of te realiseren condities van water en bodem als primair criterium bij de verdeling van de ruimte over
noodzakelijke transitie. 6. Maak
voor
bestaande
bedrijvigheid
gebruik
van
de verschillende gebruiksmogelijkheden van het Groene Hart.
lokale en (boven)regionale schuifruimte en beperk de
Uitgangspunt is dat ruimtelijke keuzes fysiek realiseerbaar
uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijvigheid binnen het
zijn,
en/of
Groene Hart. Geef prioriteit aan sectoren die passend en
maatschappelijk kosten met zich mee brengen en dat geen
veelbelovend zijn voor kwaliteiten en leefbaarheid van het
negatieve effecten worden afgewenteld op derden, op ander
gebied en die de economie van het Groene Hart verder
locaties of naar de toekomst.
versterken, zoals de circulaire economie, activiteiten gericht
dat
4. Ontwikkel zodanig
zij
en in
geen
onaanvaardbare
richt dat
het
inspanningen
watersysteem
wateraanvoer
waterbergingsmogelijkheden,
en
in
-afvoer,
het
gebied
op waterbeheer, bodemdaling en woningbouw, toerisme en
waterpeil,
recreatie, en de landbouw waar nodig in aangepaste vorm.
drinkwatervoorziening
en
Hergebruik bestaande bedrijventerreinen, dit vermindert de
waterkwaliteit aansluiten bij de gemaakte keuzes vanuit het
uitbreidingsbehoefte
principe water- en bodem sturend. Verhoog het grondwaterpeil
inpassing en goede landschappelijke inrichting (schaal en
in nader te bepalen mate, afhankelijk van deelgebied tot
groen/blauw) van alle bedrijventerreinen bevorderen de visuele
deelgebied. Zorg voor aanpassing aan de extra wateropgaven
kwaliteit en duurzaamheid.
voor
bedrijvigheid.
Multifunctionele
als gevolg van het verhogen van het grondwaterpeil. Betrek het
7. Bouw woningen en bedrijventerreinen bij voorkeur op
ruimtebeslag dat hiermee is gemoeid bij de te maken ruimtelijke
de kleigronden, niet in veengebieden. Uitzondering geldt
keuzes.
voor innovaties die duurzame en betaalbare bebouwing in
5. Bied perspectief voor agrarisch ondernemers in het Groene
veengebieden met beperkte drooglegging mogelijk maken.
22
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
Op deelgebiedsniveau zullen partijen op dit punt nadere afwegingen maken, mede gelet op de sociale impact van dit principe. 8. Behaal
10. Verzilver het erfgoed: benut het cultuurhistorisch erfgoed voor de opgaven die het gebied kent. 11. Maak duurzame energieopwekking in het Groene Hart
de
wettelijke
doelen
voor
biodiversiteit
en
mogelijk, zowel vanwege gezien de grote landelijke opgave voor
waterkwaliteit (VRH en KRW) en daarmee wordt de biodiversiteit
energieopwekking als vanwege de kansen voor de regionale
en waterkwaliteit in het gebied stevig verbeterd.
economie. Zoek daarbij naar mogelijkheden die goed aan
9. Verbeter de verbindingen naar en binnen het Groene Hart,
aansluiten bij de kwaliteit van het landschap.
met een voorkeur voor het versterken van OV, fiets- en vaarverbindingen.
4.2 De kwaliteiten van het Groene Hart De samenwerkende partijen voelen zich verantwoordelijk voor de toekomst van dit gebied als geheel, zoals in de bestuursovereenkomst vastgelegd. Het gebied is een nationaal en internationaal waardevol en onderscheidende entiteit, met een grote cultuurhistorische gelaagdheid, ruimtelijke diversiteit en waardevolle natuur. Omringd door de verstedelijkte Randstad is het een groen hart met karakteristieke veenlandschapen en droogmakerijen, dooraderd met water, waar mensen wonen, werken en recreëren. Enerzijds is het gebied met haar landschap en relatieve rust een contrast met het omliggende gebied, anderzijds staat het gebied met haar eigen steden, kernen en vitale economie daarmee in nauwe verbinding. In de landschapsbiografie van het Groene Hart is zichtbaar dat het Groene Hart altijd in transformatie is geweest door de omgang
23
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
met bodem en water4: van een veenmoeras, de ontginningen daarvan, de turfwinning, de overgang van akkerbouw naar veeteelt, handel, scheepvaart, visserij en nijverheid, het droogleggen van de droogmakerijen tot aan de huidige fijnmazige structuur met een grote diversiteit van ruimtelijke functies.
4.3 Water en bodem sturend Hoofdstuk 3 benoemt ‘water en bodem sturend’ als randvoorwaarde en daarmee een leidend beginsel. Dat betekent dat de in het gebied beoogde functies in beginsel alleen kunnen worden gerealiseerd: •
als hoeveelheid, het peil en de kwaliteit van het grond -en oppervlaktewater alsmede de hoedanigheid van de bodem dat
Ontwikkelprincipes: 1.
2.
fysiek mogelijk maken; als daarvoor te verrichten inspanningen en te maken kosten
Beschouw het Groene Hart als waardevol onderscheidend geheel, waarvan de (landschappelijke) kwaliteiten en cultuurhistorische waarden voor de lange termijn worden behouden en vergroot, met oog voor de diversiteit van de verschillende delen van het gebied, en met oog voor de (noodzaak van) leefbaarheid en economische vitaliteit. Maak keuzes over de verdeling van ruimte die deze doelstellingen vooropstelt.
•
Werk volgens drie NOVI-principes: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, kenmerken en identiteit van een (deel) gebied staan centraal en afwentelen wordt voorkomen.
stuurbaar, maar niet onbeperkt. Dit hangt mede af van de keuzes die
aanvaardbaar zijn; •
als eventuele negatieve gevolgen ervan niet worden afgewenteld naar derden, naar andere locaties dan wel naar de toekomst.
De condities van water en bodem zijn tot op zekere hoogte op nationaal en regionaal (water)systeemniveau worden gemaakt. Beperkingen zijn bijvoorbeeld de verzilting van laag gelegen delen door opkomende zoute kwel, en ook de omstandigheid
Vraagstuk: hoe behouden en bevorderen we de identiteit van het Groene Hart terwijl we weten dat er forse veranderingen zullen plaatsvinden?
dat in droge perioden voldoende aanvoer van zoet water van elders niet altijd mogelijk is. Dit gegeven leidt tot beperkingen van de gebruiksmogelijkheden van het Groene Hart, en dus tot de noodzaak tot keuzes.
4
SteenhuisMeurs (2021), Landschapsbiografie Groene Hart
24
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
Keuzes voor het grondgebruik kunnen afhankelijk van de omstandigheden per deelgebied verschillen. Voor zover zij niet
Ontwikkelprincipes:
of niet geheel voldoen aan de hierboven genoemde criteria, zal
3.
dat negatieve effecten hebben. Die moeten bij de besluitvorming worden gewogen en verdisconteerd. Dat kan bijvoorbeeld leiden tot hogere inrichtings- en/of exploitatiekosten, waarmee bij de besluitvorming rekening moet worden gehouden. Een belangrijke factor is bovendien de hoogte van de grondwaterstand ten opzichte van maaiveld in het veenweidegebied. De functies landbouw, natuur, wonen en werken stellen hieraan verschillende eisen. Zeker is dat verhoging van de grondwaterstand in (delen van) het gebied noodzakelijk is, gelet op het eerder vastgestelde doel om CO2-emissie te reduceren en bodemdaling af te remmen .De mate waarin en het tempo waarmee kunnen en zullen echter verschillen. In de bijlage worden bij wijze van voorbeeld verschillende opties geschetst, alsmede de consequenties daarvan De inrichting en het beheer van het watersysteem binnen het gebied zullen bij het voorgaande moeten aansluiten. Daarbij moet er rekening mee worden gehouden dat klimaatverandering soms meer wateroverlast, soms meer watertekort met zich mee zal brengen dan in het verleden het geval was. Daarom zal moeten worden voorzien in een toename van mogelijkheden voor waterberging alsmede voor meer aan- en afvoercapaciteit.
Hanteer bestaande of te realiseren condities van water en bodem als primair criterium bij de verdeling van de ruimte over de verschillende gebruiksmogelijkheden van het Groene Hart. Uitgangspunt is dat ruimtelijke keuzes fysiek realiseerbaar zijn, dat zij geen onaanvaardbare inspanningen en/of maatschappelijk kosten met zich mee brengen en dat geen negatieve effecten worden afgewenteld op derden, op ander locaties of naar de toekomst.
4. Ontwikkel en richt het watersysteem in het gebied zodanig in dat wateraanvoer en -afvoer, waterpeil, waterbergingsmogelijkheden, drinkwatervoorziening en waterkwaliteit aansluiten bij de gemaakte keuzes vanuit water- en bodem sturend. Verhoog het grondwaterpeil in nader te bepalen mate, afhankelijk van deelgebied tot deelgebied. Zorg voor aanpassing aan de extra wateropgaven als gevolg van het verhogen van het grondwaterpeil. Betrek het ruimtebeslag dat hiermee is gemoeid bij de te maken ruimtelijke keuzes. Vraagstuk: welke keuzes worden gemaakt in hoogte van de grondwaterstanden ten opzichte van maaiveld in (deelgebieden) van het veenweidegebied, in samenhang met keuzes voor het grondgebruik (zie ook de opties in de bijlage).
25
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
Vraagstuk: welk ruimtebeslag is gemoeid met de ontwikkeling en inrichting van het watersysteem, en waar kan deze ruimte gevonden worden in samenhang met de afhankelijkheid en inlaten van de wateraanvoer van elders? Vraagstuk: aanpassen aan de extra wateropgaven als gevolg van het verhogen van het grondwaterpeil geeft grotere kans op water op maaiveld en grotere waterbehoefte. Daarvoor werken partijen aan landelijke afspraken over wateraanvoer én aan lokale, gebiedsgerichte oplossingen in landgebruik. Vraagstuk:
hoe
zorgen
we
voor
de
langere
voldoende
drinkwater
en
waterveiligheid? Vraagstuk:
voor
termijn
moeten
ruimtelijke
systeemaanpassingen worden verkend om afwenteling tegen te gaan.
4.4 De landbouw Doel van het Ontwikkelperspectief zijn behoud en waar nodig versterking van zowel de karakteristieken en de kwaliteit van het
Tegelijkertijd zijn er grote beperkingen. Die beperkingen hangen samen met milieuproblemen die zich ook elders in het land voordoen waaronder de stikstofproblematiek.
gebied, als van de vitaliteit, de leefbaarheid en het beheer van
In het Groene Hart spelen in het bijzonder de toenemende
het gebied. Het voortbestaan van een vitale, grondgebonden
verzilting in delen van het gebied, en de voortdurende veenoxidatie
agrarische sector met toekomst is daarvoor een voorwaarde.
en de bodemdaling een belangrijke rol. In (delen van) het
26
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
veenweidegebied zal het noodzakelijk zijn de grondwaterstanden te verhogen. Naar de mate waarin daarvoor wordt gekozen kan dit leiden tot extensivering van de melkveehouderij, tot andere
Vraagstuk: welke (landelijke en andere) middelen komen beschikbaar voor ondersteuning van de agrarische sector ten behoeve van de
vormen van agrarisch grondgebruik en tot de noodzaak van andere
noodzakelijke transitie?
bronnen van inkomsten buiten de landbouw. De overheid heeft
Vraagstuk: het verder ontwikkelen van realistische verdienmodellen
daarbij een verantwoordelijkheid, gelet op de publieke belangen
en implementeren gaat langzaam, hoe gaan we hier mee om terwijl
die in het geding zijn zoals de voedselvoorziening, het beheer van
de transities urgentie hebben?
water, natuur en landschap, de energieopwekking en de recreatie. Zo is beloning aan de orde voor groene en blauwe diensten, voor energieopwekking en in de recreatiesector. Wil de noodzakelijke
4.5 Andere bedrijvigheid
transitie slagen, dan moeten de inkomsten van de agrarische sector op redelijk niveau blijven; alleen dan kan de beoogde
Uit de eerder geformuleerde doelstellingen voor het Groene
transitie van de sector slagen. De overheid moet daarom mede
Hart volgt dat niet alles kan en dat er keuzes nodig zijn in
verantwoordelijkheid nemen voor de transitie, deze ondersteunen
de verdeling van de ruimte. De partijen zien beperkingen
en perspectief bieden op redelijk inkomens in de agrarische sector.
voor
de
uitbreidingsmogelijkheden
voor
bedrijvigheid.
Het
deskundigenrapport zegt dat de vitaliteit van de lokale economie
Ontwikkelprincipe: 5.
Bied perspectief voor agrarisch ondernemers in het Groene Hart. Tegelijk zijn beperkingen van het huidige agrarisch grondgebruik onvermijdelijk. Zowel incidentele als structurele ondersteuning van de overheid (beschikbaarheid van kennis en geld) zijn essentieel en daarmee voorwaardelijk voor de noodzakelijke transitie.
met name ligt in een sterk MKB, de dienstverlening en de maakindustrie en wat aandacht vraagt om dat vast te houden en door te ontwikkelen. Het gebied leent zich ook uitstekend voor de doorontwikkeling van circulaire economie, activiteiten gericht op waterbeheer, bodemdaling en woningbouw en toeristischrecreatieve ontwikkeling. Ook is er economisch perspectief voor de landbouw (zie hiervoor). Grootschalige industriële bedrijvigheid,
27
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
grote
bedrijventerreinen
en
logistieke
dienstverlening
zijn
daarentegen minder passend bij de lokale economie en de kenmerken van het gebied.
Ontwikkelprincipe: 6.
Maak voor bestaande bedrijvigheid gebruik van lokale en (boven) regionale schuifruimte en beperk de uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijvigheid binnen het Groene Hart. Geef prioriteit aan sectoren die passend en veelbelovend zijn voor kwaliteiten en leefbaarheid van het gebied en die de economie van het Groene Hart verder versterken, zoals de circulaire economie, activiteiten gericht op waterbeheer, bodemdaling en woningbouw, toerisme en recreatie, en de landbouw waar nodig in aangepaste vorm. Hergebruik bestaande bedrijventerreinen, dit vermindert de uitbreidingsbehoefte voor bedrijvigheid. Multifunctionele inpassing en goede landschappelijke inrichting (schaal en groen/ blauw) van alle bedrijventerreinen bevorderen de visuele kwaliteit en duurzaamheid.
Vraagstuk: zijn de partijen bereid om afspraken te maken over ruimte die beschikbaar wordt gemaakt voor economische groei in het Groene Hart, zowel als het gaat om beperken als om stimuleren van specifieke sectoren passend in het Groene Hart?
28
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
4.6 Wonen
Vraagstuk: partijen kunnen als ontwikkelprincipe hanteren dat
In het Groene Hart wordt volop gewoond. Uit het doel van het
de woningbouwopgave voor het Groene Hart in eerste instantie
perspectief om het Groene Hart als waardevol geheel te behouden
binnenstedelijk moet worden gerealiseerd waarbij rekening wordt
volgt logischerwijs voort dat er beperkingen en voorwaarden
gehouden met voldoende ruimte voor een duurzame openbare ruimte
zullen moeten zijn voor het ruimtebeslag van woningen. Daarnaast
en leefbaarheid binnen de kern. Overige nieuwbouw kan, naast de
kan bouwen op zakkende veenbodems op lange termijn grote
al aangewezen grootschalige ontwikkellocaties, alleen in beperkte
maatschappelijke kosten met zich meebrengen. Tegelijkertijd ligt
mate en onder voorwaarden aan de randen worden gerealiseerd, met
er ook voor de overheden in het Groene Hart een opgave om
daarnaast beperkte ruimte voor de woningbouw voor de bestaande
huisvesting voor (in ieder geval de bestaande) inwoners mogelijk te
inwoners van kernen en steden binnen het gebied. Indien daarvoor
maken, en om kernen vitaal te houden.
zou worden gekozen, zouden daarover afspraken moeten worden gemaakt met omliggende gemeenten. Die hebben op hun beurt belang
Ontwikkelprincipe: 7.
Bouw woningen en bedrijventerreinen bij voorkeur op de kleigronden, niet in veengebieden. Uitzondering geldt voor innovaties die duurzame en betaalbare bebouwing in veengebieden met beperkte drooglegging mogelijk maken. Op deelgebiedsniveau zullen partijen op dit punt nadere afwegingen maken, mede gelet op de sociale impact van dit principe.
bij recreatieve en toeristische mogelijkheden en voorzieningen in hun nabije omgeving. Het vraagstuk betreft de wijze waarop bouwen op zeer slappe veengrond, op water en langs de randen van bestaande bebouwing kansrijk is. Dit vraagt om verbeelding, pilots met maximale meervoudigheid van opgaven op nieuw te bebouwen grond/water en uitwerkingen van de levenscycluskosten waarbij ook de indirecte kosten en baten worden meegenomen.
29
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
4.7 Natuur en biodiversiteit De Natura-2000 instandhoudingsdoelen en het voldoen aan de Kaderrichtlijn Water zien partijen als belangrijke doelen voor (verbetering van) de kwaliteit van het Groene Hart. De natuuropgave is het versterken van een robuust natuurnetwerk en
kwaliteit en biodiversiteit van het Groene Hart versterken, en daarmee ook de toeristische sector. Vraagstuk: waar en in welke mate willen de betrokken partijen in het gebied meer natuur ontwikkelen en de biodiversiteit versterken?
een verhoging van de biodiversiteit. Kansen hierbij zijn vormgeven aan de transitie in het landelijk gebied en het daarmee bevorderen van de biodiversiteit in het landelijk gebied en een reductie van stikstofdepositie in natuurgebieden. Ook het realiseren van de 10% groenblauwe dooradering draagt daaraan bij.
Ontwikkelprincipe: 8.
Behaal de wettelijke doelen voor biodiversiteit en waterkwaliteit (VRH en KRW) en verbeter daardoor de biodiversiteit en waterkwaliteit in het gebied.
Afhankelijk van keuzes in de verhoging van grondwaterpeilen in veengebieden kunnen meer mogelijkheden komen voor
4.8 Mobiliteit en verbindingen
natuurontwikkeling, zowel door agrarisch natuurbeheer, de
Een goed bereikbaar en doorwaadbaar Groene Hart is van grote
realisatie van de groen-blauwe dooradering als door eventuele
betekenis voor de kwaliteit van leven en de economie voor
transformatie van landbouwgrond. Dit kan de landschappelijke
de inwoners van het Groene Hart en het stedelijk leven in de
30
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
omringende steden. Om de vitaliteit van bestaande bebouwing te versterken en om de ontwikkeling van de recreatie en toerisme te bevorderen is versterking van ov-verbindingen, fietsverbindingen, bestaande
infrastructuur
(waaronder
weg-
en
vaarwegen)
noodzakelijk. Bij het verbeteren van de bereikbaarheid kunnen watergangen,
waterbergingsgebieden,
onderhoudspaden
en
ecologische verbindingen worden benut. Goede routenetwerken kunnen aansluiting bieden op met aansluiting op het stedelijk netwerk binnen en aan de randen van het Groene Hart. Om het karakter van het Groene Hart te behouden is aanleg van nieuwe grootschalige weginfrastructuur niet wenselijk. Met name het veenweidegebied is daarvoor minder geschikt.
4.9 Erfgoed en landschap Ontwikkelprincipe: 9.
Verbeter de verbindingen naar en binnen het Groene Hart, met een voorkeur voor het versterken van OV, fiets- en vaarverbindingen.
Vraagstuk: onderzoek of ruimtelijke ontwikkelingen gekoppeld kunnen worden aan regiopoorten zoals Woerden en Breukelen met qua bereikbaarheid een focus op fiets en OV.
Het Groene Hart kent belangrijk cultuurhistorisch erfgoed. Benut dit erfgoed voor de opgaven die het gebied kent. Een kans is om bij verhoging van de grondwaterstanden in het veenweidegebied gebruik te maken van de inundatievelden van de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam om zo tegelijk ook de erfgoedwaarden te versterken en beter beleefbaar te maken.
31
Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050
Het landschap van het Groene Hart is een belangrijke drager van kwaliteit in West-Nederland. Het heeft een belangrijke functie als binnentuin van de Randstad. Door de landschappelijke samenhang met de omliggende grote landschappen van Kust, IJsselmeer,
Vraagstuk: hoe gaan we om met behoud van erfgoed mocht dit onder druk komen te staan door de impact van klimaatverandering en voorgenomen maatregelen in het water- en bodemsysteem?
Rivierengebied en Delta te versterken ontstaat een robuuste en
toekomstbestendige
landschappelijke
hoofdstructuur
en
ecologische verbinding. Door het versterken van landschappelijke, ecologische en recreatieve relaties wordt de betekenis van het Groene Hart versterkt. Dit biedt de juiste balans en tegenwicht ten opzichte van de groeiende verstedelijking van en in de Randstad. Daarnaast kent het uiteraard ook een duidelijke wisselwerking met de omringende steden. Kansen liggen er ook in het verbeteren van de kwaliteit en beleefbaarheid van grote stille landschappen en het versterken van groene scheggen tot groene zones die stad en landschap beter met elkaar verbinden, zodat de identiteit van het Groene Hart wordt behouden of versterkt.
4.10 Energieopwekking Voor het Groene Hart is geen afzonderlijke opgave geformuleerd voor (duurzame) energieopwekking. Landelijk moet in 2030 35 TwH op land zijn gerealiseerd; naar verwachting volgt na 2030 weer een nieuwe/extra doelstelling. Van het Groene Hart mag worden verwacht dat zij ook een aandeel levert in energieopwekking. Het gebied kent zeven RES-regio’s waarvoor plannen worden uitgewerkt. Er is veel ruimte voor eventuele duurzame energieopwekking in het gebied; partijen zien hiervoor niet alleen een verantwoordelijkheid, maar ook kansen. Het ontwerpend onderzoek ‘Groene energie in het Groene Hart 2050’ bevestigt dit. De inpassing van energieop-