CConstaterende datOudewater
Koppel je AI →
Document · PDF

3. plantoelichting.pdf

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente OudewaterBij agendapunt: 11: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Oude Utrechtsestraatweg 1a (139444)11.942 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

4 alinea's met “verslag”: 133 220 221 242

21042 Nieuwbouw Tinyhouse Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater Datum: 07-10-2022

BESTEMMINGSPLAN OUDE UTRECHTSESTRAATWEG 1A

Wijz. A) 24-10-2022, Ecologie Wijz. B) 15-03-2023, Ecologie (stikstofdepositie) / Rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid, lucht, geluid , externe veiligheid, maatschappelijke uitvoerbaarheid en nieuwe situatie. Wijz. C) 07-07-2023, Ecologie en externe veiligheid Wijz. D) 14-09-2023, Juridische planbeschrijving Wijz. E) 28-11-2023, Landschap inrichtingsplan Wijz. F) 07-12-2023. Landschap inrichtingsplan aangepast Wijz. G) 06-03-2024 Waterparagraaf aangevuld Arco Architecten BNA Donkere Gaard 1-4 3421 AS Oudewater Tel: 0348-561607

Inhoudsopgave 1

INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

2

AANLEIDING LIGGING PLANGEBIED GELDENDE PLANOLOGISCHE SITUATIE BESTAANDE SITUATIE NIEUWE SITUATIE

BELEIDSKADER 2.1 RIJKSBELEID 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2.1.2 Barro 2.2 PROVINCIAAL BELEID 2.2.1 Omgevingsvisie Provincie Utrecht 2.2.2 Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht 2.3 GEMEENTELIJK BELEID 2.3.1 Omgevingsvisie Oudewater 2022 - 2040 2.3.2 Coalitieakkoord 2022 - 2026 2.3.3 Welstandsbeleid

3

4

OMGEVINGSASPECTEN

2 2 2 3 4 7

9 9 9 10 11 11 11 13 13 13 14

15

3.1 MILIEU 3.1.1 Milieueffectrapportage (M.e.r.) 3.1.2 Bodem 3.1.3 Luchtkwaliteit 3.1.4 Geluid 3.1.5 Bedrijven en milieuzonering 3.1.6 Externe veiligheid 3.2 WATER 3.3 VERKEER EN PARKEREN 3.4 ECOLOGIE 3.5 ARCHEOLOGIE 3.6 OVERIGE REALISERINGS- EN UITVOERINGSASPECTEN 3.7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

15 15 16 17 21 24 26 30 32 33 37 39 40

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

41

4.1 4.2 4.3

OVERLEG INSPRAAKREACTIES EN BURGERPARTICIPATIE CONCLUSIE

41 41 41

5

DUURZAAMHEID

42

6

JURIDISCHE PLANOMSCHRIJVING

43

6.1 6.2 6.3

ALGEMEEN PLANSYSTEMATIEK TOELICHTINGEN AFZONDERLIJKE BESTEMMINGEN

BIJLAGEN

43 43 44

45

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 1

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De bestemming aan de Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater bevat de enkelbestemming Wonen (W-1). Er is een wens ontstaan om één woning (‘tiny house’) te realiseren op het desbetreffende perceel. Het perceel is op dit moment bebouwd met een schuur. Deze bebouwing zal worden gesloopt ten behoeve van de bouw van een nieuwe tiny house. Het totale bebouwde oppervlak in de bestaande situatie 50m2. Het totale bebouwde oppervlak van de nieuwe tiny house bedraagt eveneens 50m2.

1.2

Ligging plangebied De planlocatie ligt in het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Oudewater & Willeskop’. Buiten het desbetreffende perceel, aan de zuidzijde bevind zich de bestemming ‘water’. Het plangebied is aangegeven in figuur 1.1 en 1.2. In onderstaande plankaart (figuur 1.1) is het plangebied met een ronde stip aangeduid.

Figuur 1.1: Plangebied met omgeving (bron Google Maps, 17-06-2022)

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 2

Figuur 1.2: Plangebied met omgeving (bron Pdok, 17-06-2022), in rood omlijnd het desbetreffende perceel

1.3

Geldende planologische situatie Voor het plangebied geldt het volgende, door de gemeenteraad van Oudewater vastgestelde, bestemmingsplannen: Bestemmingsplan Raadsbesluit

: ‘Bestemmingsplan Landelijk gebied Oudewater & Willekop’ : 4 juli 2011

Bestemmingsplan Raadsbesluit

: ‘LG Oudewater & Willekop – 1e herziening’ : 9 juni 2022

Het perceel is bestemd voor enkelbestemming Wonen (W-1). Een uitsnede van de plankaart is opgenomen in figuur 1.3. Bestemmingplan bouwregels In het geldende bestemmingsplan ‘LG Oudewater & Willekop – 1e herziening’ wordt er onder artikel 22 Wonen -1 (W-1), paragraaf 22.2.2 Hoofdgebouwen de volgende bouwregels vermeld: a. Per bestemmingsvlak is ten hoogste 1 woonhuis toegestaan, met dien verstande dat ter plaatste van de aanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden’ het aantal wooneenheden niet meer mag bedragen dan het op de verbeelding aangegeven aantal. b. De inhoud mag niet meer bedragen dan 750m3. c. In afwijking tot onder b geldt dat de inhoud mag worden vergroot tot niet meer dan de inhoud van het gebouw d. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5m. e. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8m. f. in afwijking van het bepaalde onder a tot en met e geldt dat afwijkingen in maten en afmetingen, zoals die bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, gehandhaafd mogen worden.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 3

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Oudewater & Willeskop’.

1.4

Bestaande situatie

Figuur 1.4: Bestaande situatie tekening

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 4

Figuur 1.4.1: Luchtfoto bestaande situatie

Figuur 1.4.2: Bestaande situatie vanaf de Utrechtsestraatweg

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 5

Figuur 1.4.3: Bestaande situatie vanaf bushalte Molenwal

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 6

1.5

Nieuwe situatie De bestaande schuur zal worden gesloopt ten behoeve van een nieuw te bouwen tiny house. De nieuwe bebouwing zal worden gerealiseerd aan de oostzijde van het perceel. Het nieuwe bebouwd oppervlak is gelijk aan het bestaand bebouwd oppervlak. Het nieuwe bebouwd oppervlak bedraagt 50m2 (9,4m.breed en 5.3m. diep, zie maatvoering figuur 1.5). Daarnaast zal het tiny house op dezelfde positie worden gerealiseerd dan de bestaande schuur. Ten behoeve van het tiny house zal er één nieuwe parkeerplek worden gerealiseerd op het perceel, geheel volgens vereiste parkeernorm (0,7 parkeerplekken) gesteld in de geldende parkeernota Oudewater 2021. Daarnaast zal er een fietsenberging ten behoeve van het tiny house worden gerealiseerd. De te slopen schuur is kadastraal afgesplitst van de hoofdwoning maar wordt beoordeeld als een bijbehorend bouwwerk. Volgens het geldende bestemmingsplan mag de voorgevel van het nieuw te bouwen tiny house niet minder dan drie meter van de perceelsgrens liggen. Het voorgestelde plan is in strijd met het huidige bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Oudewater & Willeskop’, zie artikel 21, lid 21.2, onder 3 en b. Derhalve is het plan voorgelegd aan de gemeente Oudewater door middel van een haalbaarheidsonderzoek aanvraag.

Ondanks dat het plan niet aan de geldende bestemmingsplan regels voldoet heeft de gemeente heeft aangegeven bereid te zijn, om mee te werken aan een om een deel van het bestemmingsplan te wijzigen (d.m.v. een ‘postzegelbestemmingsplan’). Mits men voldoet aan de gestelde voorwaarden, zie ook uitkomst haalbaarheidsonderzoek brief d.d. 5 juli 2021.

Figuur 1.5: Nieuwe situatie tekening

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 7

Figuur 1.5.1: Landschap inrichting schets nieuwe situatie

Op het perceel wordt aan de waterkant een terras en moestuin gerealiseerd. De parkeerplek die gerealiseerd wordt op het perceel wordt uitgevoerd met half open verharding. Hierdoor kan regenwater de grond goed blijven infiltreren en is door het aanbrengen van het parkeervak een geringe toename van het verhard oppervlakte. Daarnaast zorgen de openingen in de half open verharding ervoor dat gras en andere beplanting kunnen groeien en het de uitstraling als tuin heeft.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 8

2

Beleidskader

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is vastgesteld op 11 september 2020 en biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting door middel van de volgende vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonden steden en regio’s en toekomstige ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarnaast helpt het NOVI in keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie.

Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Het NOVI benoemt naast vier prioriteiten, ook 21 nationale belangen waarop de nationale overheid zich op richt. Planspecifiek Het voorliggende plan sluit aan op de onderwerpen benoemd als nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. De ontwikkeling in stedelijk gebied die middels deze ruimtelijke onderbouwing wordt gemotiveerd betreft het realiseren van een nieuwe woning op een bestaand bestemmingsvlak wonen. Volgens het vigerende bestemmingsplan is er maar één woning toegestaan binnen het bouwvlak wonen. Er staat reeds een woning binnen het bestaande bouwvlak. In de nieuwe situatie wordt een nieuwe woningeenheid binnen het bestaande bouwvlak toegevoegd. Ten behoeve van de woning zal de bestaande schuur worden gesloopt. Het nieuwe bebouwd oppervlak zal niet toenemen en zal even groot zijn als het bestaande bebouwd oppervlak. De aangegeven ontwikkeling is in lijn met het bovengenoemde beleidskader.

Deze passende ontwikkeling op beiden locaties is van een dusdanig schaalniveau dat hieruit geen concrete nationale belangen voortkomen. Het rijksbeleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 9

2.1.2

Barro De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 13 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het planinitiatief raakt geen rijksbelangen als genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Vanuit rijksbeleid zijn er derhalve geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 10

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie Provincie Utrecht De Omgevingsvisie Provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld door de Provinciale Staten en is op 1 april 2021 in werking getreden. De omgevingsvisie opgesteld om te zorgen voor een blijvend aantrekkelijke provincie. Via haar ruimtelijk beleid draagt de provincie bij aan een kwalitatief hoogwaardige fysieke leefomgeving, waarin het ook in de toekomst plezierig wonen, werken en recreëren is. De omgevingsvisie geeft de ruimtelijke ambities weer van de provincie Utrecht. Hierin staat welke doelstellingen de provincie van provinciaal belang acht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe dit beleid uitgevoerd wordt. De Omgevingsvisie Provincie Utrecht valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op grond van de Wro heeft de Omgevingsvisie Provincie Utrecht alleen een zelfbindende werking. Het is bindend voor de provincie, niet voor andere partijen. De omgevingsvisie zorgt voor doorwerking van het beleid en is bindend voor de gemeenten.

Uit de Omgevingsvisie blijkt dat bij ontwikkelingen in het landschap van het Groene Hart het versterken van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap centraal staat. Daarbij dienen de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut te worden. In paragraaf 4.4 ‘Vitale steden en dorpen’ wordt verwezen naar de volgende basisprincipes voor verstedelijking: - er dient zo veel mogelijk binnenstedelijk/binnendorps (binnen het stedelijk gebied) nabij knooppunten; - daarnaast in overig stedelijk gebied; - eventuele nieuwe (grootschalige) uitleg koppelen aan hoogwaardig openbaar vervoer en aan (bestaande of nieuwe) knooppunten van de belangrijkste infrastructurele corridors. Onder het kopje ‘Een woning voor iedereen’ wordt het volgende benoemd: “Naast voldoende woningen is de kwaliteit van de te bouwen woningen belangrijk. Wij vinden dat eenieder in de provincie Utrecht een woning moet kunnen vinden die past bij de persoonlijke voorkeur, gezinssituatie en portemonnee. Omdat de koop- en huurprijzen van de bestaande woningvoorraad relatief hoog zijn, sturen wij er op dat van de toe te voegen woningen ten minste 50% moet worden gerealiseerd in de segmenten ‘middelduur’ en ‘sociaal’.” Planspecifiek De nieuwe woning aan de Oude Utrechtsestraatweg 1a wordt gerealiseerd binnen de rode contour van Oudewater.

De woning ligt daarom in een gebied, dat wordt gekarakteriseerd als stedelijk. Daarnaast wordt een kleine woning ‘tiny house’ toegevoegd. Hierdoor wordt een kleine, betaalbare en nieuwe woonvorm toegevoegd, die nog niet in Oudewater in gerealiseerd is. Het onderhavige plan is in lijn met de gestelde Omgevingsvisie.

2.2.2

Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht De Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld door de Provinciale Staten en is op 1 april 2021 in werking getreden. De Interim Omgevingsverordening bevat algemene regels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In deze verordening staan geen regels die direct doorwerken naar de burgers. Er zijn alleen de algemene regels opgenomen, die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de provinciale belangen. De verordening geeft soms harde ruimtelijke grenzen aan. Soms wordt volstaan met de verplichting om een ruimtelijke keuze voor een bepaald beleidsaspect goed te onderbouwen. Daarnaast bevat de Interim Omgevingsverordening ook regels die voortvloeien uit het Barro. Volgens de verordening bestaan voor kwaliteitsverhoging verschillende mogelijkheden. Binnen bestaande bouwkavels kan worden gedacht aan herstel van waardevolle bebouwing, afbraak van storende bebouwing, sanering van storende functies in samenhang met vestiging van gewenste functies. Op naastgelegen onbebouwde kavels kan worden gedacht aan herstel van waterlopen en

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 11

landschapsstructuren, herstel van doorzichten en dergelijke. De grootte en verschijningsvorm van de nieuwbouw moet passen binnen het omringende landschap en de bestaande bebouwing. Planspecifiek Oude Utrechtsestraatweg 1a is gelegen binnen de rode contour ‘stedelijk gebied’. In Interim Omgevingsverordening toelichting paragraaf 9.2 ‘Stedelijke functies in stedelijk gebied’, worden dezelfde randvoorwaarden gesteld aan plannen binnen stedelijk gebied zoals eerder genoemd in de Omgevingsvisie. Ter aanvulling worden in de Interim Omgevingsverordening, de volgende punten genoemd: - worden afspraken vastgelegd om te borgen dat binnen het programma tenminste 50% van de te bouwen woningen in het sociale en middensegment plaatsvindt; en - worden afspraken gemaakt over energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw, evenredige groenontwikkeling en efficiënt ruimtegebruik. Het onderhavige plan conformeert aan bovenstaande voorwaarden. Voor verdere toelichting ten aanzien van energie neutrale bouw, zie hoofdstuk vier ‘Duurzaamheid’. Overstroombaar gebied Op grond van artikel 2.10 van de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht is het plangebied aangeduid als overstroombaar gebied, zie figuur 3.1

Figuur 3.1, Overstroombaar gebied kaart, Oude Utrechtsestraatweg 1ate Oudewater aangeduid met gele punt (Interim Omgevingsvergunning Provincie Utrecht). Grote delen van de provincie Utrecht liggen in overstroombare gebieden van Nederrijn, Lek en het Eemmeer. Het is belangrijk dat kwetsbare en vitale objecten en grootschalige woonwijken en bedrijventerreinen bestand zijn tegen overstromingen. Voor buitendijkse gebieden geldt dit ook voor kleinschalige woonwijken en bedrijventerreinen. Door een goed bedachte locatiekeuze en inrichting kunnen gevolgen van een overstroming aanzienlijk beperkt worden. In dit kader is de ‘Handreiking Overstroming robuust Inrichten’ opgesteld. Het stedenbouwkundig ontwerp van Oude Utrechtsestraatweg 1a houdt rekening met de richtlijnen zoals gesteld in de handreiking om zodoende wonen in gebieden met overstromingsrisico’s veiliger te maken door andere op door hoger bouwen dan het bestaande straatniveau. Hierdoor ontstaat een hoogte verschil tussen het straatpeil en het vloerpeil van de woning.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 12

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Omgevingsvisie Oudewater 2022 - 2040 De Omgevingsvisie Oudewater 2022-2040 biedt een inhoudelijk en samenhangend kader. Een koers die richting gaat geven aan gewenste ontwikkelingen binnen de gemeente. Het is een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente Oudewater. In de Omgevingsvisie zijn diverse opgaven met een ruimtelijke impact op een evenwichtige manier afgewogen en samengebracht. Daarmee blijft het voor iedereen in de gemeente Oudewater goed leven, wonen, leren, werken en ontspannen. Plan specifiek Ten aanzien van wonen wordt er in de Omgevingsvisie gesteld dat de eerste prioriteit aan bouwen wordt gesteld binnen het huidige stedelijk gebied. Het plangebied aan de Oude Utrechtsestraatweg 1a bevind zich binnen de bebouwde kom van Oudewater en wordt aangemerkt als stedelijk gebied. Er wordt één extra woning toegevoegd binnen de bestaande bestemming wonen waarbij bestaand bebouwd oppervlak niet verder wordt uitgebreid. Er vindt geen verdere verdichting van de bebouwing plaats. Daarnaast wordt in de Omgevingsvisie het gebied rondom de planlocatie benoemd onder ‘Oudewater aan de Linschoten en de Hollandsche IJssel’ waarbij een voorkeur wordt uitgesproken voor woonbestemmingen en kleine recreatieve voorzieningen langs de linten. De planontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie.

2.3.2

Coalitieakkoord 2022 - 2026 De gemeente Oudewater is een fijne en aantrekkelijke gemeente om te wonen. Wonen is een basisbehoefte van onze inwoners. In deze overspannen woningmarkt wil de gemeente Oudewater, de vaart in de nieuwbouw voortzetten met minimaal 30 opleveringen per jaar. Deze nieuwe woningen wil men graag aan zo veel mogelijk aan Oudewaterse woningzoekenden toewijzen via bijvoorbeeld de doelgroepenverordening, lokaal adverteren en de ruimte die de huisvestingswet daarvoor biedt. Om de achterstanden in te lopen wordt de planontwikkeling voortvarend opgepakt. De woonvisie is het kader voor de komende gebiedsontwikkelingen. Om Oudewaterse inwoners een grotere kans te geven op een woning word er bij elk nieuwbouw project in eerste instantie uitsluitend lokaal geadverteerd. Bij goedkoop scheefwonen in een sociale huurwoning benadeel je de mensen die eigenlijk in aanmerking komen voor een sociale huurwoning op basis van hun inkomen. Je woont dus met een te hoog inkomen in een goedkope sociale huurwoning. Dat willen we, waar dat kan, tegengaan. Men wil daarnaast mensen die die in hun eentje of met z’n tweeën in een te groot huis wonen, stimuleren om door te stromen naar een beter passende woning. We staan welwillend tegenover innovatieve woonvormen (bijvoorbeeld tiny houses, een ‘knarrenhof’ of wonen op het water), als aanvulling op het woningbouwprogramma.

Planspecifiek Een nieuw te bouwen tiny house is een nieuwe innovatieve en kleinschalige woonvorm en is derhalve in lijn met het coalitieakkoord.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 13

2.3.3

Welstandsbeleid Aanvragen omgevingsvergunning dienen te worden getoetst aan eisen van welstand. Deze eisen hebben betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en de situering van deze bouwwerken in hun omgeving. Gekeken wordt of het bouwwerk dat men wenst te plaatsen op zichzelf of in verhouding tot de omgeving voldoende passend is. De gemeenteraad van Oudewater heeft in 2009 een welstandsnota vastgesteld. Hierin staan criteria omtrent de redelijke eisen van welstand. Het gaat daarbij om de volgende aspecten: • • • • • •

karakteristiek van de bestaande bebouwing; openbare ruimte; landschap; stedenbouwkundige context; massa, structuur, maat en schaal, detaillering, materiaalkeuze en kleurstelling; samenhang in het bouwwerk (de onderlinge relatie tussen samenstellende delen).

De criteria kunnen afhankelijk van de specifieke ruimtelijke kwaliteiten en uiterlijke kenmerken van de omgeving per dorp, wijk, buurt of deelgebied verschillen. Daartoe zijn in de welstandsnota specifieke gebiedscriteria opgesteld. Commissie Ruimtelijke Kwaliteit & Erfgoed Oudewater Het plangebied is door gemeente Oudewater aangemerkt als welstand plichtig. Op basis van voorgenoemde redenen is het onderhavige bouwplan, 7 februari 2023 voorgelegd aan de commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed Oudewater. De commissie heeft aangegeven dat het plan akkoord is en verder uitgewerkt kan worden.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 14

3

Omgevingsaspecten De uitvoerbaarheid van een plan moet ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro) aangetoond worden. Daaronder valt zowel de onderzoek verplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, ect.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.

3.1

Milieu

3.1.1

Milieueffectrapportage (M.e.r.) Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage oftewel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.‐ beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D‐lijst van het Besluit milieueffectrapportage. Het realiseren van een extra woning kan worden aangemerkt als “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen (D11.2)”. De planontwikkeling zit qua omvang ruim onder de grens voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Op basis van de kenmerken genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particulier projecten' dient te worden gemotiveerd waarom geen m.e.r.‐beoordeling noodzakelijk is voor de beoogde ontwikkeling. Het plan is getoetst aan de volgende kenmerken. • Kenmerken van het project; • Plaats van het project; • Kenmerken van het potentiële effect.

In het kader van de voorliggende ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de (milieu)aspecten bedrijven‐ en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodemgeschiktheid, flora‐ en fauna, water, archeologie, cultuurhistorie, verkeer en parkeren. Uit de afweging is gebleken dat de effecten niet van dien aard zijn dat een m.e.r.‐beoordeling aan de orde is. Op grond van het voorgaande zijn belangrijke nadelige milieueffecten uitgesloten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.‐beoordeling niet zinvol wordt geacht. Het besluit om op basis van deze vormvrije m.e.r.‐beoordeling geen verder onderzoek te doen in het kader van het Besluit m.e.r. is een afzonderlijk collegebesluit dat voorafgaand aan of gelijktijdig met de aanvraag omgevingsvergunning zal worden genomen.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 15

3.1.2

Bodem Ten behoeve van de voorgestelde bestemmingsplan afwijking en aanvraag omgevingsvergunning dient de milieu hygiënische situatie van de bodem (grond en grondwater) te worden vastgelegd. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij herinrichtingsituaties is doorgaans een bodemonderzoek noodzakelijk in het kader van de Woningwet. Om een uitspraak te kunnen doen over de milieukundige situatie ter plaatse is er voor gekozen een bodemonderzoek uit te voeren. Plan specifiek Op de locatie Oude Utrechtsestraatweg 1A te Oudewater is door adviesbureau Geo van Dijk en Millieutechniek B.V., een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Voor de volledige rapportage, zie projectnummer: 153309, d.d. 11 januari 2021 (versie 1, definitief). Het onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van de NEN 5740 / NEN 5707.: Conclusie Uit de analyseresultaten blijkt dat de toplaag van de bodem ter plaatse van het perceel enkel licht verontreinigd is met kwik, lood, zink en PAK. De onderlaag is enkel licht verontreinigd met koper, kwik en nikkel. De vastgestelde verontreinigingen zijn vermoedelijk te relateren aan het opgebrachte ophoogmateriaal en het historisch gebruik van het perceel als woon-/landbouwgrond.

Het grondwater ter plaatse is matig verontreinigd met barium (verhoogde achtgrondwaarde) en, als gevolg van de AS3000-correctie, licht verontreinigd met som dichlooretheen. Voor een nadere toelichting over het licht verhoogde gehalte aan som dichlooretheen wordt verwezen naar paragraaf 4.4. Met betrekking tot de vastgestelde milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse kan worden geconcludeerd dat er, gezien de geringe mate aan verontreiniging, milieuhygiënisch gezien geen bezwaar is tegen de toekomstige nieuwbouw. Slotopmerkingen Ondanks dat er gestreefd is naar het verkrijgen van representatieve bodemmonsters kan niet worden uitgesloten dat er lokale afwijkingen in de bodem voorkomen en/of dat aanwezige verontreinigingen niet als zodanig zijn herkend. Wellicht ten overvloede wordt er op gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek verkennend en een momentopname is, waardoor, naast het verkrijgen van een globaal inzicht omtrent de kwaliteit van de bodem, de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur hebben.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 16

3.1.3

Luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In de Wet Milieubeheer gaat paragraaf 5.2 over luchtkwaliteit. De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 % bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijnstof en stikstofdioxide (1,2 μg/m³) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). 'Kleine' projecten die minder dan 3 % bijdragen, zoals in onderhavig geval, kunnen doorgaan zonder toetsing. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de Regeling 'niet in betekenende mate bijdragen'.

Plan specifiek Een plan voldoet in de regel aan het NIBM-criterium als het minder dan 1500 woningen betreft dan wel als er sprake is van een BVO van maximaal 100.000 m2 Fijnstof (PM10) De fijnstof (PM10) waarden op de plan locatie bedragen 19-20 microgram/m3 (2018). Naar verwachting zullen PM10 waarden afnemen tot 17-18 microgram/m3 in 2030. De WHO hanteert sinds september 2021 advieswaarden voor fijn stof (PM10) van 15 microgram per kuub. Hoewel de lucht kwaliteit, de komende jaren zal verbeteren wordt de advieswaarde van het WHO niet behaald.

Figuur 2.1: Uitsnede Geoloket kaart - fijnstof PM10 2018 – 19-20 microgram/m3.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 17

Figuur 2.2: Uitsnede Geoloket kaart - fijnstof PM10 2030: 17-18 microgram/m3.

Zeer fijnstof (PM2,5) De zeer fijnstof (PM2,5) waarden op de plan locatie bedragen 19-20 microgram/m3 (2018). Naar verwachting zullen PM2,5 waarden afnemen tot 17-18 microgram/m3 in 2030. De WHO hanteert sinds september 2021 advieswaarden voor fijn stof (PM2,5) van 5 microgram per kuub. Hoewel de lucht kwaliteit, de komende jaren zal verbeteren wordt de advieswaarde van het WHO niet behaald.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 18

Figuur 2.3: Uitsnede Geoloket kaart - fijnstof PM2,5 2030: 12-12,5 microgram/m3.

Figuur 2.4: Uitsnede Geoloket kaart - fijnstof PM2,5 2030: 10-10,5 microgram/m3.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 19

Stikstofdioxide (NO2) De stikstofdioxide (NO2) waarden op de plan locatie bedragen 16-18 microgram/m3 (2018). Naar verwachting zullen NO2 waarden afnemen tot 10-12 microgram/m3 in 2030. De WHO hanteert sinds september 2021 advieswaarden voor stikstofdioxide (NO2) van 10 microgram per kuub. Hoewel de lucht kwaliteit, de komende jaren zal verbeteren wordt de advieswaarde van het WHO niet behaald.

Figuur 2.5: Uitsnede Geoloket kaart – stikstofdioxide NO2 2018: 16-18 microgram/m3.

Figuur 2.6: Uitsnede Geoloket kaart - stikstofdioxide NO2 2030: 10-12 microgram/m3.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 20

3.1.4

Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd (artikel 1 Wgh | per 01-04-2012): - woningen; - geluidsgevoelige terreinen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen terrein dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft); - andere geluidsgevoelige gebouwen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen gebouw dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft, niet zijnde een woning). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Planspecifiek Omdat een geluidgevoelige functie wordt toegevoegd moet in het kader van het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de activiteit “afwijken bestemmingsplan” verslag worden gedaan van de geluidbelasting op de gevels vanwege alle akoestisch relevante (gezoneerde) geluidbronnen. Voor dit onderzoek betreft het de N228 en de 30 km/u-weg Oude Utrechtsestraatweg.

Daarom heeft LBP|Insight, akoestische onderzoeken uitgevoerd, waaronder het akoestisch onderzoek en een rapportage karakteristieke geluidwering van de gevel. Voor de volledige rapportages, zie de bijlagen. Conclusie akoestisch onderzoek Voor het project “Tiny House aan de Oude Utrechtsestraatweg 1A in Oudewater” is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd door LBP|Insight. Voor de volledige rapportage, zie akoestisch onderzoek wegverkeer, d.d. 22-09-2021. Hierbij is getoetst aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid. Uit het onderzoek blijkt het volgende: - N228: de berekeningen geven aan dat vanwege het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden met maximaal 5 dB. - 30 km/u-weg: In samenspraak met de ODRU hebben we de 30 km/u-weg Oude Utrechtsestraatweg buiten beschouwing gelaten in dit onderzoek, omdat het wegverkeer op deze weg enkel bestaat uit bestemmingsverkeer. Volgens de ODRU is er vanwege deze weg sprake van een goede RO. - Er wordt voldaan aan de voorwaarden die de gemeente Oudewater stelt in hun geluidbeleid. Voor de Tiny House is er sprake van ten minste één geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte. Geluidswerende maatregelen Er dient voor de omgevingsvergunning, een berekening van de karakteristieke geluidwering van de gevels te worden uitgevoerd.

Voor de volledige rapportage, zie karakteristieke geluidwering gevel, d.d. 14-03-2023. Beoordelingskader geluidwering Volgens artikel 3.3 lid 1 van het Bouwbesluit 2012 moet een gevel van een nieuw te bouwen woonfunctie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht, een karakteristieke geluidwering hebben die niet lager is dan het verschil tussen de geluidbelasting op die gevel en 33 dB. De minimaal vereiste karakteristieke geluidwering bedraagt 20 dB. Een gevel van een verblijfsruimte moet een karakteristieke geluidwering hebben, die maximaal 2 dB lager ligt dan de karakteristieke geluidwering van het verblijfsgebied waarin die verblijfsruimte ligt. Dit betekent dat de karakteristieke geluidwering van de hoogst geluidbelaste gevel ten minste (58- 33 dB=) 25 dB moet zijn om te voldoen aan de prestatie-eisen uit artikel 3.3 van het Bouwbesluit 2012 Ventilatie voorzieningen Voor de toe te passen ventilatievoorziening is uitgegaan van de situatie dat het rooster zich op het glas bevindt en dat de roosters in de minst geluidbelaste gevel worden gerealiseerd. Aangezien de zuidgevel (minst geluidbelaste gevel met glas) uit drie schuifdeuren bestaat zijn we uitgegaan van het rooster BUVA SlideStream 12 ‘ZR met een Rq,A-waarde van -1,4 dB voor wegverkeer en een doorlaat qV van 11,4 dm3 /s per meter.

Aangezien de minimale afvoercapaciteit maatgevend is moet de ventilatietoevoercapaciteit 35 dm3 /s zijn. Dit betekent, uitgaande van de BUVA SlideStream 12

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 21

‘ZR, dat er totaal een open roosterlengte van 3,08 m moet worden toegepast. Opmerkingen - Andere typen ventilatievoorzieningen kunnen worden toegepast op voorwaarde dat deze dezelfde of een hogere Rq,A-waarde voor wegverkeer hebben. - De lengte van een ventilatievoorziening moet afgestemd worden op het minimaal benodigde ventilatiedebiet (open lengte = benodigd ventilatiedebiet gedeeld door doorlaat (qv) van het gekozen product). Dit ventilatiedebiet mag ten hoogste met 5% overschreden worden. Grotere lengten kunnen alleen worden toegepast, wanneer de ventilatievoorziening gedeeltelijk wordt dichtgezet volgens de voorschriften van de leverancier. Wanneer de open roosterlengte groter is dan 1,50 m, dan kunnen meerdere (sus)roosters worden toegepast met een maximale lengte van 1,50 m per (sus)rooster. Dit om het eventueel optreden van staande golven te voorkomen. Beglazing De beglazing in de gevels van alle verblijfsruimten moet ten minste een geluidisolatie RA,labwaarde voor wegverkeer hebben van 29 dB. Dit komt overeen met standaard HR++-beglazing. Een opbouw die hiervoor gehanteerd kan worden is de volgende: 5 mm - 15 mm - 4 mm. Kier- en naaddichting De geluidisolatie RA,labwaarde voor wegverkeer van de kierdichting rondom alle te openen ramen van de verblijfsruimten moet ten minste 40 dB bedragen.

Een voorbeeld van een kierdichting waarmee een geluidisolatie RA,labwaarde voor wegverkeer wordt gehaald is een enkele kierdichting met een O-profiel, indrukking 3,5 mm. De profielen moeten in de hoeken worden doorgelast. Alle draaiende delen moeten worden voorzien van een knevelende meerpuntsluiting, zodat deze gelijkmatig tegen de profielen worden aangedrukt. Kozijn en deur De geluidisolatie RA,labwaarde voor wegverkeer van de kozijnen van de verblijfsruimten moet ten minste 33 dB bedragen. Zowel houten als aluminium kozijnen voldoen hieraan. Wanneer er kunststof kozijnen worden toegepast moet met de leverancier worden afgestemd of voldaan wordt aan een geluidisolatie RA,labwaarde voor wegverkeer van ten minste 33 dB. De geluidisolatie RA,labwaarde voor wegverkeer van deuren van de verblijfsruimten moet ten minste 30 dB bedragen. Massief houten deuren van 38 mm en een massa van 27 kg/m2 voldoen hieraan. Wanneer er een ander materiaal wordt toegepast moet met de leverancier worden afgestemd of voldaan wordt aan een geluidisolatie RA,labwaarde voor wegverkeer van ten minste 30 dB. Dichte geveldelen De geluidisolatie RA,labwaarde voor wegverkeer van de opbouw moet ten minste 38 dB bedragen. De dichte geveldelen bestaan uit de volgende opbouw.

Figuur 2.7. opbouw geveldelen.

Het is op dit moment nog onduidelijk wat de exacte opbouw gaat worden van de dichte geveldelen. Met een gevel-opbouw van ten minste 55 kg/m2 wordt voldaan aan de geluidisolatie RA,labwaarde voor wegverkeer van 38 dB. De verwachting is dat met een uitwerking van de conceptopbouw hieraan voldaan wordt. Desgewenst kunnen we het uitgewerkte detail in een later stadium beoordelen. Luchtwarmtepomp Er zal naar alle waarschijnlijkheid, een luchtwarmtepomp worden toegepast. Een warmtepomp moet voldoen aan de geluidsvoorschriften voor installaties in het Bouwbesluit (afdeling 3.2). Indien de Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 22

woning wordt voorzien van een warmtepomp met buitenunit, dient door middel van een geluidsberekening aangetoond te worden dat de buitenunit aan de geluidsvoorschriften voldoet. Voor de omgevingsvergunning aanvraag voor de bouw van de woning, zal er te zijner tijd een geluidsberekening worden aangeleverd.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 23

3.1.5

Bedrijven en milieuzonering Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009) gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. Van een 'rustig buitengebied' is sprake wanneer er in de nabijheid vrijwel geen andere functies voorkomen. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd.

Onderzoek/ beoordeling Het plan gebied bevind zich in een ‘gemengd gebied’ omdat het plangebied direct langs de hoofdinfrastructuur ligt. Volgens het bestemmingsplan zijn de gronden op de kaart aangewezen voor Woondoeleinden (W) en in samenhang daarmee de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Het bestemmingsplan onderschrijft daarnaast het volgende ten aanzien van bijzonder gebruiksvoorschrift: onder de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in samenhang met het wonen wordt verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voor zover: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; b. het vloeroppervlak voor kantoor- en/of praktijkruimte of de bedrijfsmatige activiteit niet groter is dan een derde van het gezamenlijk vloeroppervlak van de woning tot ten hoogste 40 m²; c. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; d. het beroep of de activiteit door de bewoner wordt uitgeoefend; e. geen horeca en detailhandelsactiviteiten plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de gronden met de bestemming Woondoeleinden te wijzigen in die zin dat in samenhang met het wonen tevens de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten, behorende tot categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten is toegestaan; met inachtneming van de volgende bepalingen: a. er wordt geen afbreuk gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; b. het gezamenlijk vloeroppervlak in gebruik voor aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zoals bedoeld in lid 6 en de bedrijfsmatige activiteit is niet groter dan eenderde van het gezamenlijk vloeroppervlak van de woning tot ten hoogste 40 m²; c. ten behoeve van de gewijzigde functie wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; d. het gebruik heeft geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer; e. er mag geen horeca en geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; f. de activiteit wordt door de bewoner uitgeoefend.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 24

Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m

Tabel 2.8, Richtafstanden en omgevingstype.

Planspecifiek Gesteld kan worden dat het woon- en leefklimaat in het plangebied voldoende kan worden gegarandeerd, er zijn geen milieu belastende bedrijven aanwezig in de buurt van het plangebied. Daarnaast is het perceel reeds bestemd als de bestemming wonen en vinden er geen veranderingen plaats op onderhavige locatie, die andere omliggende bedrijven zouden kunnen belemmeren. Geconcludeerd kan worden dat in deze situatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 25

3.1.6

Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de beheersing van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Die activiteiten kunnen bestaan uit het opslaan, verwerken of transporteren van gevaarlijke stoffen. Deze activiteiten kunnen een risico veroorzaken voor de leefomgeving. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of dit plan is gelegen binnen het invloedgebied van een inrichting die valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI). Daarnaast wordt gekeken of het plan ligt binnen het invloedgebied van de transportroute (weg, spoor, water of buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen (o.a. LPG en benzine) worden vervoerd. LBP | Insight heeft derhalve een notitie geschreven ten aanzien van externe veiligheid. Voor de volledige rapportage, zie bijlagen nummer 9 met rapportage kenmerk N001_01_L3072, d.d. 20 juni 2023. Risicokaart Utrecht De risicokaart Utrecht geeft inzicht in de risico's in de woon- en werkomgeving. Op de kaart staan meerdere soorten typen rampen, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Deze gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincie en de rijksoverheid.

Op de Risicokaart is vermeld dat in de directe nabijheid van het plangebied twee LPG tankstations aanwezig zijn met bijbehorende risicocontour (blauw/paars), brandaandachtsgebied (rood) en explosieaandachtsgebied (oranje). De twee LPGtankstations liggen op respectievelijk circa 350 m en op circa 620 m van de planlocatie. Verder is het lokale zwembad (afstand circa 120 m van de planlocatie) aangewezen als risicobron. Dit betreft opslag van onbrandbare, maar schadelijke zwembadchemicaliën.

Figuur 2.9: Uitsnede risicokaart Nederland (plangebied met groene punt aangeduid).

Bedrijfsactiviteiten - plaatsgebonden risico Het LPG-tankstation ligt op respectievelijk circa 350 m en op circa 620 m van de planlocatie. Op risicokaart is te zien dat de projectlocatie buiten de risicocontour (blauw/paars), het brandaandachtsgebied (rood) en explosieaandachtsgebied (oranje) ligt. Voor een LPG-tankstation geldt volgens de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi, bijlage 1, tabel 1) een maximale risicoafstand van 40 m. Er wordt daarmee voldaan aan de norm voor het Plaatsgebonden Risico. Verder ligt het zwembad, dat aangewezen is als risicobron, op circa 120 m van het nieuwe Tiny House. Het zwembad herbergt diverse zwembadchemicaliën. Voor deze activiteit bestaat door aard en geringe omvang geen risicocontour (risiconiveau lager dan 10-6 /j). Ook hier wordt dus voldaan aan de norm voor het Plaatsgebonden Risico. Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 26

Bedrijfsactiviteiten - groepsrisico Voor LPG-tankstations geldt volgens het Revi een afstand voor het invloedsgebied van 150 meter (Revi, bijlage 2, tabel 1). Het Tiny House draagt daarmee niet bij aan het Groepsrisico als gevolg van ongevallen met LPG. Het Groepsrisico als gevolg van het zwembad is, gelet op de afwezigheid van een risicocontour en de relatief lage aantallen populatie in de omgeving, zeker lager dan 10% van de oriëntatiewaarde. De stijging door het Tiny House is nihil. Overigens is het zwembad zelf aangewezen als een kwetsbaar object, omdat meer dan 50 mensen aanwezig kunnen zijn. Verantwoording van het Groepsrisico is verder niet nodig; er zijn geen maatregelen of andere overwegingen relevant. Wegtransport De provinciale weg is niet landelijk aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen (Regeling Basisnet) maar doet wel dienst als toevoerroute voor de LPG-tankstations en het zwembad. Transportroute – plaatsgebonden risico Er geldt geen landelijke zone voor het Plaatsgebonden Risico. Voor tankstation geldt een maximale doorzet van 3.000 m3 LPG per jaar. Dit komt overeen met 150 vrachtwagenbewegingen per jaar.

Volgens de vuistregels uit de Handleiding1 geldt er geen risicocontour: Vuistregel 2: Een weg binnen de bebouwde kom heeft geen 10-6-contour Voor giftige stoffen moet het Plaatsgebonden Risiconiveau in principe altijd worden berekend, maar de ervaring leert dat alleen de transporten voor een gemeentelijk zwembad nimmer tot een risiconiveau groter dan 10-6 leidt. Er wordt voldaan aan het Plaatsgebonden Risico. Transportroute – Groepsrisico In de handleiding wordt voor toetsing aan het niveau van 10% van de oriëntatiewaarde de volgende vuistregel gegeven. Vuistregel 2: Wanneer GF3 minder is dan de drempelwaarde in Tabel 1-8 (eenzijdige bebouwing) of in Tabel 1-9 (2-zijdige bebouwing) wordt 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden. Ter plaatse is er vooral eenzijdige bebouwing aan de noordkant van de provinciale weg. Volgens de populatieservice is er in een gebied van ruim 600 ha met de bebouwing rond de planlocatie sprake van een dichtheid van max. 18 personen per hectare. Zie ook: https://populatieservice.ev-signaleringskaart.nl/#/safeti/projects/8764/cases/12200

Figuur 2.10: Drempelwaarden GF3-vervoer voor overschrijding 1-% van de oriëntatiewaarde, weg binnen de bebouwde kom, tweezijdige bebouwing.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 27

Het blijkt dat bij een dichtheid van 20 personen per hectare het niveau van 10% van de oriëntatiewaarde niet wordt overgeschreden, ongeacht de afstand van het plangebied tot de weg, de aantallen personen in het plan en de aantallen transporten over de weg. Ook hier geldt dat volgens de vuistregels voor giftige stoffen het Plaatsgebonden Risiconiveau in principe altijd moet worden berekend, maar de ervaring leert dat alleen de transporten voor een gemeentelijk zwembad nimmer tot verhoogd Groepsrisico leidt. Het Groepsrisico is nihil en verdere verantwoording ten aanzien van zelfredzaamheid is niet benodigd. Conclusie In de omgeving van het nog te realiseren Tiny House zijn diverse risicobronnen aanwezig: twee LPG-tankstations, het zwembad en de transportroute (de Utrechtse straatweg). De genoemde bronnen liggen op een dusdanige afstand van het nieuwe Tiny House en de aantallen transporten zijn zo laag, dat er geen belemmeringen zijn voor het ruimtelijke wijzigen van de functie vanuit het aspect “externe veiligheid”. Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid Bij een beginnende brand in een woning van na 2003 - in het cascademodel ‘voorwerp in brand’ wordt een inzet doorgaans uitgevoerd door middel van één aanvalsstraal met de inhoud van de tank van de TS. Er wordt hier uitgegaan van een offensieve binneninzet, dan wel een buiteninzet.

Bij een volledig ontwikkelde brand in een woning kan er een offensieve of defensieve binnen- dan wel buiteninzet worden gedaan met twee of meer aanvalsstralen, uitgaande van optimale brandscheidingen. Aangezien de inhoud van de watertank van de TS niet voldoende is, dient er een aanvullende bluswatervoorziening beschikbaar te zijn. Advies Veiligheid Regio Utrecht (VRU) – d.d 7 juli 2023 Op verzoek van het ODRU (zie ROM integraal advies d.d. 4 mei 2023) is er advies ingewonnen bij de VRU, ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Er is derhalve om advies gevraagd bij de VRU. In een reactie geeft de VRU (e-mail door dhr. L. Pennings d.d. 7 juli 2023, zie ook bijlagen nummer 10) aan om gebruik te maken van de brandkraan aan de Molenwal voor als bluswatervoorziening. Deze brandkraan levert voldoende capaciteit voor het blussen van een mogelijke brand. De afstand tussen de nieuwe woning en de brandkraan bedraagt 60m. Op basis van het bouwbesluit voldoet deze niet aan de afstand, maar gezien het planvoornemen is deze voldoende. Het open water achter de woning is niet geschikt om te gebruiken voor de brandweer, gezien de korte afstand tussen de woning en het open water. De veiligheid van het brandweer personeel zou daarbij in het geding komen.

De breedte van de Oude Utrechtsestraatweg voor de nieuwe woning voldoet aan de eisen, die gesteld worden voor de opstelplaats brandweerwagen (handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid).

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 28

LOCATIE

Figuur 2.11 Brandputten kaart, omgeving Oude Utrechtsestraat te Oudewater (VRU)

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 29

3.2

Water Ruimtelijke ontwikkelingen Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van een watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor elke toename van verharding van meer dan 500m2 in stedelijk gebied en 5000m2 in 5 jaar in landelijk gebied is watercompensatie verplicht. Waterschapsbeleid Per 1 mei 2019 is de nieuwe Keur in werking getreden, alsmede nieuwe beleidsregels. In de Keur van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2018 staan verboden en geboden die betrekking hebben op oppervlaktewaterlichamen, waterkeringen en grondwater. De verboden betreffen die handelingen en gedragingen die in principe onwenselijk zijn voor de constructie of de functie van oppervlaktewaterlichamen, waterkeringen of grondwaterlichamen. De geboden geven de verplichtingen aan om deze waterstaatswerken in stand te houden. Een gebod kan bijvoorbeeld betrekking hebben op een onderhoudsverplichting.

Hiermee vermeldt de Keur expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. In de Uitvoeringsregels die bij de Keur horen is dit nader uitgewerkt Planspecifiek Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is verantwoordelijk voor schoon oppervlaktewater, veilige dijken en het waterpeil in het zuidelijke deel van de Provincie Utrecht en een klein deel van de Provincie Zuid-Holland. Onderhavige locatie ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie van water in de bodem het uitgangspunt. Als uitvloeisel van het voorliggende plan zal er geen verandering plaats vinden in de situatie. Er wordt namelijk een schuur gesloopt en woning terug gebouwd met een gelijkwaardig oppervlak. Voor wat betreft het aspect waterkwaliteit zullen er uitsluitend niet uitlogende bouwmaterialen worden toegepast welke voldoen aan het Besluit bodemkwaliteit. Op deze wijze wordt diffuse verontreiniging van het oppervlaktewater voorkomen. Voorts worden er geen watergangen gedempt. De hoeveelheid oppervlaktewater blijft gelijk. De watertoets is een standaard overleg met het Hoogheemraadschap dat gevoerd moet worden wanneer de planologische situatie op een locatie wijzigt.

Op 6 maart 2024 is de online watertoets ingevuld, hieruit blijkt dat er geen waterschapsbelang is voor de beoogde ontwikkeling. Het plangebied ligt naast een tertiaire watergang zonder beschermingszone, zie hiervoor figuur 2.11. Geconcludeerd kan worden dat er ten aanzien van het aspect water geen zaken zijn die zich verzetten tegen dit plan.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 30

Figuur 2.11: Legger oppervlaktewater 2020 (bron HDSR), locatie is met een blauwe punt.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 31

3.3

Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Voor het plangebied geldt de Nota Parkeernomen 2021 vastgesteld door de gemeente Oudewater op 3 mei 2021. Het plangebied valt onder de zone: rest bebouwde kom.

Figuur 2.12: tabel parkeernormen auto bijlagen 2, Nota parkeernormen 2021.

Verkeer De Oude Utrechtsestraatweg loopt parallel aan de Utrechtsestraatweg en is enkel bedoeld voor bestemmingsverkeer. Aan de straat zijn enkel woonbestemmingen te vinden. Er is reeds een woonbestemming op het perceel aanwezig. Bestemmingsverkeer voor de woonfunctie blijft hetzelfde. Op desbetreffende locatie wordt een tiny house gebouwd. Voor een dergelijke kleine woning wordt een parkeernorm gesteld van 0,7. Daarbij komt dat het aandeel bezoekers op 0,3 parkeerplekken uitkomt. De verkeersbewegingen nemen volgens de parkeerrnorm toe met één auto, een zeer geringe toename. Zodanig zijn er geen negatieve gevolgen voor de verkeersgeneratie. Parkeren De functie op het betreffende woonperceel wijzigt niet. De noodzakelijke parkeervraag van één parkeerplek kan, net als de huidige situatie, volledig beantwoord worden op eigen terrein. Planspecifiek Zowel verkeer als parkeren vormt geen belemmering en er is geen nader onderzoek nodig.

Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 32

3.4

Ecologie Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en hetverzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische hoofdstructuur (EHS) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of landschap. Door Watersnip Advies is er een ecologisch onderzoek op locatie uitgevoerd en verwoord in een verkennend ecologisch onderzoek. Voor de volledige rapportage zie de bijlagen: verkennend ecologisch onderzoek Oude Utrechtsestraatweg 1a Oudewater met kenmerk 22A094 d.d. november 2022.

Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of bijzondere provinciale natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’. Dit gebied ligt op 4,97 km ten westen van het plangebied. Ten zuiden van het plangebied ligt Natura 2000-gebied Uiterwaarden Lek op 7,88 km afstand. In beide Natura 2000-gebieden zijn stikstofgevoelige habitattypen aanwezig. Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘BroekveldenVettenbroek & Polder Stein’ zijn: Bittervoorn, Kleine modderkruiper, Platte schijfhoren, Kleine Zwaan, Krakeend, Slobeend en Smient. Doelsoort van het Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’ is: de Kamsalamander. Een deel van deze soorten is alleen binnen het Natura 2000-gebied aanwezig. Een deel van deze doelsoorten komt uitsluitend voor binnen het Natura 2000-gebied. Andere soorten, zoals Smient en Krakeend foerageren ook in de wijdere omgeving van het Natura 2000-gebied. Het plangebied is door de beperkte omvang echter niet geschikt voor deze wetlandsoorten als foerageergebied. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura 2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde.

Figuur 2.13: Ligging Natura2000-gebieden t.a.v. plangebied, zie zwarte punt voor plangebied.

Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van de gemeente Oudewater. Er is geen sprake van het kappen van houtopstanden. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde. Bestemmingsplan - Oude Utrechtsestraatweg 1a te Oudewater 33

Het Natuurnetwerk Nederland, in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven of inteelt verkleind wordt. De NNN bestaat uit: • Natura 2000 gebieden; • bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; • grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime.

Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Stikstofdepositie Sinds 2015 werkte de overheid met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) aan minder stikstof in de natuur. In mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat dit programma niet meer gebruikt mag worden. Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht geworden. Hierin worden resultaatverplichtingen voor stikstofreductie genoemd voor 2025, 2030 en 2035. Tevens is er een bouwvrijstelling. Deze geldt voor bouw,- aanleg en sloopactiviteiten. In november 2022 heeft de Raad van State uitspraak gedaan betreffende de vrijstelling van de bouwfase. Deze vrijstelling voldoet niet aan het Europese Natuurbeschermingsrecht. In projecten dient zowel de bouwfase als de gebruiksfase berekend te worden. Het initiatief betreft de bouw van 1 woningen. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is 4,97 km. Gezien de afstand en de beperkte omvang van de geplande werkzaamheden is er geen een stikstofdepositieberekening nodig van de gebruiksfase. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van de gemeente Oudewater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.oudewater.nl/api/v1/meetings/580/documents/18099