20241230-WMO-Oudewater ABF provincie onderzoek.pdf
Tekst van het document
●
In vergelijking met de gehele regio U10 valt op dat de gemeente minder middenhuur en dure huur heeft in haar plancapaciteit en meer betaalbare koop. Wel heeft Oudewater een even groot aandeel middenhuur en dure koop in haar consumentgericht bouwprogramma als de regio.
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
39
Figuur 2.4: Gemeente Oudewater: Consumentgerichte bouwprogramma (bruto) versus plancapaciteit voor periode 2024 t/m 2030; bron: ABF Socrates 2023 en Planregistratie Wonen (peildatum oktober 2024)
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
40
Bijlagen
Bijlage A: toelichting methodiek Socrates-model Inleiding Het Socrates-model van ABF Research is een regionaal woningmarktmodel, dat op basis van de huishoudensontwikkeling en de vraag naar en het aanbod van woningen de woningmarkt simuleert. In het Socrates-model zijn de huishoudens, naar leeftijd, samenstelling en inkomenskwintiel (zie ook de toelichting in kader 1 verderop deze bijlage), gekoppeld aan de beschikbare woningvoorraad, naar eigendomsverhouding, prijsklasse (zie ook de toelichting in kader 2 verderop deze bijlage) en woningtype. Dit levert een koppeling van 100 typen huishoudens aan 25 typen woningen op, die bovendien elk aan 11 typen woonmilieus worden toegekend. Daarmee is bekend wie, waar, in welk type en prijsklasse woning woont. Voor elke combinatie is, op regionaal niveau, vanuit het WoON bekend wat de kansen zijn dat een huishouden een woning wil betrekken of verlaten. Veranderingen in de huishoudenssamenstelling en ontwikkeling, verhuizingen en veranderingen in de woningvoorraad worden jaar op jaar gesimuleerd. De simulatie vindt in enkele ‘etappes’ per jaar plaats, die hier gesimplificeerd worden als ‘aan het begin van het jaar’, ‘gedurende het jaar’ en ‘aan het eind van het jaar’. Figuur A-1: Werking Socrates-model Verhuisproces
Ontwikkelingen demografie en inkomen
Nieuwe huishoudens
Vraag naar woonruimte
Onttrekkingen
Huishoudens
Huishoudens verdeeld over woningvoorraa
Woningvoorraad
Opgeheven huishoudens
Aanbod van woonruimte
Nieuwbouw
(Re)acties van aanbieders van woonruimte
Aan het begin van het jaar: bepaling van vraag en aanbod Aan het begin van het jaar is er een bestaande verdeling van huishoudens over de woningvoorraad. Er is bekend hoeveel bewoonde woningen er zijn, wat de leegstand is, hoeveel overige woningen er zijn en hoeveel huishoudens in een niet-woning (BAR) wonen.
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
42
43
Aan de zijde van de huishoudens wordt eerst bepaald wat de demografische veranderingen zullen zijn. Onder meer scheidingen, uit-huis-gaan en nieuw samenwonenden worden voor de rest van het jaar bepaald. Deze nieuw te vormen huishoudens komen grotendeels als (semi-)starters of vestigers op de markt. Ook wordt van de reeds bestaande huishoudens, die niet veranderen in samenstelling, bepaald welk deel van deze huishoudens een verhuiswens heeft. Deze verhuisgeneigde huishoudens vormen de potentiële doorstromers. Van elk van deze groepen wordt bepaald hoe de voorkeuren voor de gewenste woonsituatie zich verhouden. Gezamenlijk geven zij vorm aan de vraag naar woningen. Vanzelfsprekend zijn er ook huishoudens die naar tevredenheid wonen en dus geen verhuiswens hebben. Zij houden woningen bezet die niet beschikbaar komen voor nieuwe bewoners. Samen met de huishoudens die een vraag uitoefenen vormen zij de woningbehoefte. Van al deze groepen in het simulatieproces is bekend naar welk type woning hun voorkeur uitgaat. Aan de zijde van de woningvoorraad wordt per gemeente bepaald hoe de uitbreiding in puur kwantitatieve zin eruit zal zien. De nieuwbouw, onttrekkingen en het aantal te verkopen huurwoningen worden vastgesteld. Ook wordt in deze fase van de simulatie reeds bepaald hoeveel huurwoningen een prijsverandering zullen ondergaan.
Daarnaast zijn er huishoudens die reeds in een woning wonen en een verhuiswens hebben. Zij laten in potentie vrijkomende woningen achter. En er zijn leegstaande woningen, voor zover deze geschikt zijn voor bewoning. Al deze woningen gezamenlijk vormen het aanbod. Het aanbod uit de bestaande voorraad heeft al vastgestelde kenmerken als eigendom, prijs en type. Het aanbod dat uit nieuwbouw, onttrekkingen en verkopen beschikbaar komt wordt kwalitatief vastgesteld aan de hand van ‘vraagprofielen’ van de verschillende typen potentiële doorstromers.
Gedurende het jaar: afstemming van vraag en aanbod Niet alle huishoudens die aan het begin van het jaar een verhuiswens hebben komen op hetzelfde moment op de markt. Ook zijn niet alle woningen direct beschikbaar. Huishoudens gaan in zes cycli op zoek naar een geschikte woning, waarmee de verhuizingen gedurende een jaar worden gesimuleerd. Deze zoektocht wordt mogelijk ingevuld doordat per cyclus een deel van de nieuwbouw wordt vrijgegeven en doordat er woningen beschikbaar komen door doorstromers die in de (voorgaande) cyclus verhuisd zijn. Per cyclus wordt gekeken hoeveel huishoudens hun woonwensen vervuld zien worden. Voor de huishoudens die nog gehuisvest willen worden wordt opnieuw het ‘vraagprofiel’ bepaald, waarna deze huishoudens opnieuw gekoppeld worden aan de beschikbare voorraad. In zes simulatierondes worden zoveel mogelijk huishoudens gekoppeld aan een woning die voldoet aan de wensen. Tijdens de simulatie van het verhuisproces wordt ook rekening gehouden met eventueel substitutiegedrag van huishoudens. Als de woning van de ‘eerste keus’ niet meer beschikbaar is zullen huishoudens uitwijken naar een geschikt alternatief voor de nieuwe woning.
Aan het eind van het jaar: iedereen een woonruimte
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
Na zes simulatierondes is het mogelijk dat er huishoudens zijn die nog geen geschikte woning gevonden hebben, omdat er geen woning beschikbaar is die aan hun woonwensen voldoet. Deze huishoudens vormen de restvraag. Tegelijk kunnen er ook woningen zijn die niet door een nieuw huishouden betrokken zijn, het restaanbod. In een gechargeerd voorbeeld zijn er enkel dure koopwoningen beschikbaar, terwijl er alleen alleenstaande huishoudens met een laag inkomen een woning zoeken. In het Socrates-model is het zo dat aan het begin van het jaar alle huishoudens de beschikking hebben over een vorm van huisvesting. Hierboven wordt gemeld dat er huishoudens zijn die nog geen woning hebben aan het eind van het jaar. Voor doorstromers wordt dit opgelost door hen niet meer te laten verhuizen, maar in hun huidige woning te laten blijven. Voor starters en vestigers is het echter noodzakelijk dat deze alsnog een woonruimte toegekend krijgen. Deze worden in een laatste simulatie ‘met frisse tegenzin’ in een ‘zo geschikt mogelijke’ woonruimte geplaatst. Dit kan een normale woning zijn, maar het is ook mogelijk dat zij in een BAR terecht komen. Zodoende heeft aan het eind van het jaar ieder huishouden een dak boven het hoofd. De vraagprofielen van huishoudens zijn niet alleen afhankelijk van kenmerken als type huishouden, leeftijd en inkomen, maar ook van de huidige huisvestingssituatie.
Dat betekent dat het vraagprofiel van huishoudens na een verhuizing aangepast kan worden; ook wanneer dit plaatsvindt na substitutie. Socrates heeft geen geheugen en onthoudt niet hoe de voorgaande vraagprofielen van huishoudens samengesteld waren. Een huishouden met initieel een vraag naar bijvoorbeeld dure huur kan bij een ontoereikend aanbod als gevolg van substitutie terecht komen in de (goedkope) koopsector. In dat geval zal dit huishouden de volgende keer met een grotere waarschijnlijkheid een koopwoning wensen.
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
44
Bijlage B: toelichting prijsgrenzen Prijsgrenzen huur In dit onderzoek wordt binnen de huursector onderscheid gemaakt in vijf prijsklassen. In onderstaande tabel zijn de grenzen opgenomen voor prijspeil 2024. In het model wordt enkel de hoge aftoppingsgrens gehanteerd, niet (ook) de lage aftoppingsgrens. De grens tussen middenhuur en dure huur is een eigen grens in het Socrates-model en komt niet precies overeen met de grens bij 186 punten in het Rijksbeleid (€ 1.157,95, per 1 juli 2024), hoewel het verschil klein is. Ook kan de gehanteerde grens verschillen van grenzen voor middenhuur die eventueel in lokaal beleid door gemeenten zijn vastgelegd. Huurprijsgrenzen, prijspeil 2024 Kwaliteitskortingsgrens
< € 454,47
Grens in Rijksbeleid
(Hoge) aftoppingsgrens
< € 697,07
Grens in Rijksbeleid
Liberalisatiegrens /
< € € 879,66
Grens in Rijksbeleid
Middenhuur
< € 1.13040
Eigen grens Socrates
Dure huur
> € 1.130
Eigen grens Socrates
sociale huurgrens
Prijsgrenzen koop In dit onderzoek wordt binnen de huursector onderscheid gemaakt in vijf prijsklassen. In onderstaande tabel zijn de grenzen opgenomen voor prijspeil 2024 41. De grens van € 390.000 (prijspeil 2024) is de betaalbaarheidsgrens van het ministerie van VRO. De overige grenzen zijn eigen gekozen grenzen voor het Socrates-model die niet afkomstig zijn uit het beleid (lokaal beleid of Rijksbeleid).
40
Deze grens bedraagt in het startjaar (2022) van Socrates 2023 eigenlijk € 1.030. Ten behoeve van dit onderzoek is deze grens geïndexeerd naar prijspeil 2024 op basis van dezelfde indexatiefactor als is gebruikt door het ministerie van BZK/VRO om de grens van betaalbare koop te indexeren. 41 In het Socrates-model (Socrates 2023) is het jaar 2022 het eigenlijke startjaar van de simulaties. De prijsgrenzen zijn dan ook oorspronkelijk gebaseerd op prijspeil 2022. Ten behoeve van dit onderzoek zijn alle prijsgrenzen geïndexeerd naar 2024. Dat is gebeurd op basis van dezelfde indexatiefactor als is gebruikt door het ministerie van BZK om de grens van betaalbare koop te indexeren.
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
45
Koopprijsgrenzen, prijspeil 2024
46
Prijsklasse 1
< € 310.000
Eigen grens in Socrates
Prijsklasse 2
< € 390.000
Prijsklasse 3
< € 525.000
Bovengrens betaalbare koopwoningen van ministerie van VRO Eigen grens in Socrates
Prijsklasse 4
< € 660.000
Eigen grens in Socrates
Prijsklasse 5
< € 880.000
Eigen grens in Socrates
Prijsklasse 6
> € 880.000
Eigen grens in Socrates
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
Bijlage C: toelichting woonmilieus Binnen Socrates spelen woonmilieus een belangrijke rol. Het woonmilieu is een definiëring van de locatie- en fysieke buurtkenmerken die mede de woonaantrekkelijkheid bepalen. Het woonmilieu wordt bepaald per buurt (volgens de CBS-indeling) en is een van de kenmerken die mede de aantrekkelijkheid van een woning voor een huishouden bepalen. De voorkeuren voor het type woonmilieu zijn afgeleid uit het WoON. De jaarlijkse confrontatie tussen vraag en aanbod in het model vindt per woningmarktgebied plaats op het niveau van de afzonderlijke woonmilieus. Bij het bepalen van de kwalitatieve invulling van het bouwprogramma spelen kwalitatieve overschotten en tekorten per type woonmilieu dus een belangrijke rol. De woonmilieutypologie is met ingang van Primos/Socrates 2022 ingrijpend vernieuwd. De oude typologie, met een indeling in 13 typen, is geruime tijd geleden tot stand gekomen en bleek niet eenvoudig te actualiseren. Bovendien zijn er nieuwe bronnen beschikbaar gekomen. Met ingang van Socrates 2022 is er een geheel nieuwe typologie afgeleid met 11 typen woonmilieus (plus de categorie “geen woonmilieu”) die jaarlijks kan worden bijgewerkt. Een bijkomstig element van de nieuwe indeling is dat met het toekomstige (of: ‘te verwachten’) woonmilieu wordt gewerkt.
Als een buurt nu nog onbebouwd of een bedrijventerrein is terwijl er op termijn een nieuwbouwwijk zal verrijzen 42, is niet de huidige maar de toekomstige situatie bepalend. In de nieuwe indeling worden woonmilieus onderscheiden op basis van de volgende vier elementen: ●
Grootte bebouwde kom: voor het onderscheid tussen de categorieën Grootstedelijk, Stedelijk, Dorps en Landelijk.
●
Aanwezigheid van centrumvoorzieningen en verhouding tussen eengezins/meergezins: onderscheid binnen de stedelijke woonmiliues tussen Centrum, Compact en Grondgebonden.
●
Mate van groen en water in de omgeving: voor het bepalen welke woonmilieus “Grootstedelijk met Groen” en “Stedelijk met Groen” zijn.
●
Afstand tot (grote) stad: voor het onderscheid tussen de woonmilieus “Landelijk” en “Dorps” enerzijds en het woonmilieu “Landelijk of Dorps bij de Stad” anderzijds.
Er worden in de typologie elf typen woonmilieus onderscheiden, zie onderstaande tabel. Deze kunnen tot 5 hoofdtypen geaggregeerd worden. Buurten met weinig of geen woningen worden niet getypeerd (“geen woonmilieu”). Onderstaande tabel geeft per type woonmilieu een globale omschrijving.
42
Voor zover bekend uit de inventarisatie plancapaciteit die ABF Research halfjaarlijks uitvoert in opdracht van het Ministerie van BZK.
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
47
Tabel – Omschrijving per type woonmilieu
48
Hoofdtype
Type woonmilieu
Globale omschrijving
Centrum
Centrum
Buurt met veel voorzieningen en relatief hoge dichtheid
Centrum Plus
idem, gelegen in één van de 24 kernsteden van een bebouwde kom met ≥ 50.000 huishoudens
Grootstedelijk Compact
Buurt met relatief veel appartementen (≥ 40% van woningvoorrraad), gelegen in bebouwde kom met ≥ 50.000 huishoudens
Stedelijk Compact
Buurt met relatief veel appartementen (≥ 40% van woningvoorrraad), gelegen in bebouwde kom met 10.000 - 50.000 huishoudens
Grootstedelijk Grondgebonden
Buurt met relatief veel eengezinswoningen (≥ 60% van woningvoorrraad), gelegen in bebouwde kom met ≥ 50.000 huishoudens Buurt met relatief veel eengezinswoningen (≥ 60% van woningvoorrraad), gelegen in bebouwde kom met 10.000 - 50.000 huishoudens Buurt met relatief veel groen en/of water in de nabijheid, gelegen in bebouwde kom met ≥ 50.000 huishoudens
Compact Stedelijk
Grondgebonden Stedelijk
Stedelijk Grondgebonden Stedelijk met Groen
Dorps en Landelijk
Grootstedelijk met Groen Stedelijk met Groen
Buurt met relatief veel groen en/of water in de nabijheid, gelegen in bebouwde kom met 10.000 - 50.000 huishoudens
Dorps
Buurt gelegen in bebouwde kom met 2.500 tot 10.000 huishoudens
Landelijk
Buurt gelegen in bebouwde kom met < 2.500 huishoudens
Dorps of Landelijk bij de Buurt met Dorps of Landelijk woonmilieu die in de buurt van stad grootstedelijk of stedelijk centrumbuurt zijn gelegen (< 3,5 km afstand hemelsbreed)
Hieronder worden de verschillende woonmilieus afzonderlijk toegelicht. De cijfers (aantallen en percentages) die worden genoemd betreffen landelijke cijfers.
Grootte bebouwde kom Een belangrijk onderscheid in de woonmilieutypologie is tussen de categorieën Grootstedelijk, Stedelijk, Dorps en Landelijk. Dit onderscheid wordt gemaakt op basis van de grootte van de bebouwde kom. Onderstaande tabel vermeldt de definities van de vier verschillende bebouwde kommen.
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
Tabel - Kenmerken van onderscheiden bebouwde kommen in woonmilieutypologie (2021, landelijke cijfers)
Type bebouwde kom
Omvang bebouwde kom
Geen bebouwde kom Landelijke kernen Dorpen Steden Grote steden
Minder dan 2.500 huishoudens 2.500 - 10.000 huishoudens 10.000 - 50.000 huishoudens Meer dan 50.000 huishoudens
aantal bebouwde kommen
aantal buurten
2.031 290 104 24
803 5.268 2.011 2.876 3.122
326.039 2.561.323 154.748 169.090 155.921
40.715 1.241.560 1.379.410 2.062.740 3.300.605
2.449
14.080
3.367.121
8.025.030
Totaal
oppervlakte aantal land huishoudens
Centrum en Centrum Plus Centrummilieus bestaan uit buurten met voorzieningen zoals gebouwen met bijeenkomstfuncties, cultuurpodia, warenhuizen, winkels, cafés en restaurants. De voorzieningen zijn in de buurt zelf gelegen of op korte afstand bereikbaar (podia en warenhuizen binnen één kilometer bereikbaar). Daarnaast kennen deze buurten een redelijke mate van menging van functies en hebben ze een, regionaal gezien, relatief hoge dichtheid. Buurten zijn als centrummilieus getypeerd als zij op vijf of meer van deze kenmerken hoog scoren. De centrumbuurten die in de 24 kernsteden van een bebouwde kom met een omvang van meer dan 50.000 huishoudens liggen zijn getypeerd als Centrum Plus.
Grootstedelijk met Groen en Stedelijk met Groen Buurten in steden met relatief veel groen en water onder bereik zijn als ‘Grootstedelijk met Groen’ of ’Stedelijk met Groen’ getypeerd. Daartoe is met behulp van de CBS-Bodemgebruikskaart de omvang van groen en water in en rondom de buurt bepaald. Omdat buurten qua oppervlakte en vorm zeer sterk verschillen is de omvang van groen en water per buurt bepaald, maar ook in een cirkel van respectievelijk 350 meter (“ommetje”) en 1 km (“wandeling”) rondom het zwaartepunt van de adressen in een buurt. Daarnaast is er rekening gehouden met het type groen en water, waarbij bijvoorbeeld een park hoger gewaardeerd wordt dan een weiland.
Grootstedelijk en Stedelijk Compact en Grondgebonden Buurten in steden met veel appartementen worden als compacte milieus getypeerd, buurten met veel eengezinswoningen als grondgebonden milieus. Het onderscheid is gemaakt op basis van de verhouding eengezinswoningen / appartementen. Bij minimaal 60% van de woningen eengezinswoning wordt er gesproken van een grondgebonden milieu. Andersom worden buurten als compact getypeerd als minimaal 40% van de woningen een appartement is.
Dorps en Landelijk Het grootste deel van Nederland, qua oppervlakte althans, bestaat uit dorpse en landelijke woonmilieus. Hier bevindt zich 32% van de Nederlandse woningvoorraad. Bebouwde kommen met minder dan 2.500 huishoudens worden als landelijk getypeerd en bebouwde kommen met 2.500 tot 10.000 huishoudens als dorps. Apart onderscheiden worden Landelijke of Dorpse buurten die binnen het
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
49
bereik van grootstedelijke of stedelijke centrumbuurten zijn gelegen. Deze buurten worden als ‘Lan-
50
delijk en Dorps bij de stad’ getypeerd. ‘Binnen bereik’ is geoperationaliseerd als een afstand van 3,5 km hemelsbreed. Tabel - Kenmerken buurten naar type woonmilieu (2021, landelijke cijfers) huishoudens per ha land
m2 gebruiksoppervlak gebouwen* per ha land
Type Woonmilieu
Aantal buurten
Aandeel buurten
Aandeel oppervlakte land
Aantal woningen
Aandeel woningen
Centrum Plus Centrum Grootstedelijk Compact Grootstedelijk Grondgebonden Grootstedelijk met Groen Stedelijk Compact Stedelijk Grondgebonden Stedelijk met Groen Landelijk of Dorps bij de stad Dorps Landelijk Geen Woonmilieu
477 467 825 926 485 419 1.354 484 1.463 1.343 4.437 1.400
3% 3% 6% 7% 3% 3% 10% 3% 10% 10% 32% 10%
0,4% 0,5% 1,0% 1,3% 1,1% 0,5% 2,0% 1,2% 13,0% 3,2% 70,7% 5,2%
712.004 448.134 1.142.332 894.894 344.098 369.296 1.179.419 282.014 494.304 999.672 1.074.273 25.890
9% 6% 14% 12% 5% 5% 15% 3% 6% 12% 13% 0%
85% 57% 70% 23% 46% 57% 18% 22% 16% 17% 10% 27%
64 25 34 20 10 22 18 7 1 9 0 0
8.141 4.292 3.999 2.842 1.440 3.070 2.495 1.161 242 1.475 109 1.100
Totaal
14.080
100%
100,0%
7.966.330
100%
36%
2
436
Aandeel appartement
* gebouwen met gebruiksfunctie "overig" zijn niet meegenomen
Toekomstig woonmilieu Een aantal buurten zal in de toekomst van type woonmilieu veranderen als gevolg van de geplande bouw van woningen. Voor de prognosemodellen van ABF Research is het van belang hiermee rekening te houden. Op basis van de Inventarisatie plancapaciteit zijn buurten waar meer dan 300 woningen gepland zijn beoordeeld op mogelijke verandering hierdoor van het type woonmilieu.
Onderstaande kaart toont voor Oudewater het type woonmilieu per buurt.
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
Figuur – Woonmilieus in Oudewater; bron: ABF Socrates 2023
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
51
Bijlage D: tabellen achterliggende cijfers H1 Figuur 1.1- Gemeente Oudewater: ontwikkeling bevolking en huishoudens, 2012-2024; bron: CBS, bewerking ABF
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
Huishoudens 3.883 3.955 3.971 4.031 4.112 4.208 4.199 4.229 4.265 4.278 4.313 4.392 4.427
Bevolking 9.850 9.872 9.873 9.924 10.049 10.187 10.180 10.201 10.230 10.138 10.159 10.232 10.223
Figuur 1.2- Gemeente Oudewater: huishoudens naar leeftijd, 2012, 2018 en 2024; bron: CBS, bewerking ABF
2012 2018 2024
29 jaar en jonger
30-44 jaar
45-64 jaar
205 273 249
1.025 887 945
1.602 1.710 1.707
65-74 75 jaar jaar en ouder 566 743 724
485 586 802
Figuur 1.3- Gemeente Oudewater: huishoudens naar samenstelling, 2012, 2018 en 2024; bron: CBS, bewerking ABF
2012 2018 2024
Eenpersoonshuishouden
Eenoudergezin
1.095 1.263 1.445
215 260 305
Meerpersoons- Meerpersoonshuishouden huishouden met zonder thuiswonende thuiswonende kinderen 1.181 1.392 1.307 1.369 1.397 1.280
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
52
Figuur 1.4 - Gemeente Oudewater: ontwikkeling bevolking naar component, 2012-2023; bron: CBS, bewerking ABF
2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Natuurlijke Binnenlands Buitenlands aanwas migratiesaldo migratiesaldo 11 19 -10 2 -3 2 20 25 6 -12 133 6 26 91 22 15 -28 3 10 -12 23 36 -17 10 -3 -100 11 9 -2 14 0 -21 93 -29 -14 32
Figuur 1.5 - Gemeente Oudewater: binnenlands migratiesaldo naar leeftijd, 2018-2022; bron: CBS, bewerking ABF
19 jaar en jonger
20-24 jaar
25-34 jaar
35-44 jaar
45-64 jaar
65 jaar en ouder
2018
10
-10
6
13
-13
-18
2019
-9
-23
2
6
-3
10
2020
-27
-32
-11
-8
-15
-7
2021
0
-26
-15
4
14
21
2022
-15
-35
8
6
2
13
Figuur 1.6 - Gemeente Oudewater: buitenlands migratiesaldo naar leeftijd, 2018-2022; bron: CBS, bewerking ABF
2018 2019 2020 2021 2022
19 jaar en jonger 2 -2 1 7 29
20-24 jaar
25-34 jaar
35-44 jaar
45-64 jaar
8 6 2 -1 12
7 12 12 9 11
-3 5 2 9 17
10 0 0 -1 21
65 jaar en ouder 1 0 1 -3 2
Figuur 1.7 - Gemeente Oudewater: woningvoorraad, 2012, 2018, 2024; bron: CBS, bewerking ABF
2012 2018 2024
Corporatie huur 895 921 955
Private huur 250 321 425
Koopwoning Onbekend 2.839 2.999 3.082
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
5 74 3
Totaal 3.989 4.315 4.465
53
Figuur 1.8 - Gemeente Oudewater: woningvoorraad uitgesplitst naar type woning, 2023; bron: CBS, bewerking ABF
Eengezinswoning Appartement Totaal
Corporatie huur 547 408 955
Private huur
Koopwoning
Onbekend
Totaal
207 171 378
2.784 275 3.059
0 1 1
3.538 855 4.393
Figuur 1.9 - Gemeente Oudewater: type woningen uitgesplitst naar woonoppervlakte, 2023; bron: CBS, bewerking ABF
49 m² en 50-69 m² 70-89 m² 90-119 m² 120-149 m² kleiner Eengezinswoning Appartement Totaal
10 75 85
66 287 353
392 237 629
1.226 150 1.376
702 43 745
150m² en groter 1.693 93 1.786
Figuur 1.13 - Gemeente Oudewater: gemiddelde koopsom van bestaande koopwoningen uitgesplitst naar type woning, 2016-2024 (eerste half jaar); bron: Kadaster, bewerking ABF
2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 (1e half jaar)
Tussenwoning
Hoek- Twee-onder-een- Vrijstaande woning kapwoning woning
249.770 260.734 283.027 313.430 331.230 356.219 397.078 397.184 439.929
258.934 286.123 301.742 328.588 379.787 348.439 475.415 454.960 495.384
381.474 323.071 309.083 447.250 426.376 578.845 486.667 570.400 283.750
473.393 539.495 560.701 577.514 724.248 627.341 815.611 876.505 890.278
Appartement Gemiddelde 252.077 203.302 307.758 273.491 354.822 427.624 276.855 191.161 350.941
285.535 293.983 339.193 360.006 417.975 426.158 425.912 449.686 507.130
Figuur 1.14 - Gemeente Oudewater: totaal aantal transacties van bestaande koopwoningen per prijsklasse, 2016-2024 (eerste half jaar); bron: Kadaster, bewerking ABF
2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 (1e half jaar)
€150.000 €150.000 en minder €250.000 7 78 7 63 3 39 1 23 0 13 3 5 11 4 9 4 1 1
€250.000 €350.000 38 38 49 49 50 37 28 23 8
€350.000 €450.000 25 14 18 15 20 24 26 36 21
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
€450.000 - €600.000 €600.000 en meer 11 4 8 10 7 12 12 12 17 20 18 15 22 14 14 21 10 11
Totaal 163 140 128 112 120 102 105 107 52
54
Figuur 1.15 - Gemeente Oudewater: gemiddeld aantal reacties per sociale huurwoning (via aanbodmodel), 20182023; bron: WoningNet, bewerking ABF
Aantal reacties
2018 47
2019 75
2020 81
2021 118
2022 172
2023 167
Figuur 1.16 - Gemeente Oudewater: gemiddelde inschrijfduur in aanbodmodel van geslaagde doorstromers en overige woningzoekenden (in jaren), 2017-2023; bron: WoningNet, bewerking ABF
Oudewater Doorstromers Overige woningzoekenden
2017 11,4 6,4
2018 12,8 8,9
2019 7,9 6,3
2020 8,9 9,2
2021 9,9 10,1
2022 11,0 10,1
2023 12,7 10,7
Figuur 1.17 - Gemeente Oudewater: gemiddelde zoektijd in aanbodmodel van geslaagde doorstromers en overige woningzoekenden (in jaren), 2018-2023; bron: WoningNet, bewerking ABF
Oudewater Doorstromers Overige woningzoekenden
2018 3,1 4,1
2019 2,6 2,7
2020 4,1 2,3
2021 4,6 3,1
Woningbehoefteonderzoek U16 - Oudewater
2022 4,6 5,0
2023 4,6 6,0
55
ABF Research Verwersdijk 8 • 2611 NH Delft • +31 (0) 15 27 99 300 • info@abf.nl • www.abfresearch.nl