2021.07.06 Beantwoording artikel 32-vragen CDA-fractie inzake 'Intentieovereenkomst SBZO' - Merged (geheimhouding opgeheven).pdf
Tekst van het document
1.4
leeswijzer
In hoofdstuk twee wordt een kwalitatieve beschouwing gegeven op het Daarnaast heeft een kennismakingsgesprek plaatsgevonden met een deel
zwembadplan van SBZO. In hoofdstuk drie staat de opgestelde
van het bestuur van SBZO (via MS Teams). Enerzijds om een toelichting te
investeringsraming centraal en in het vierde hoofdstuk wordt ingegaan op
geven op onze werkzaamheden voor deze second opinion en anderzijds om
de exploitatiebegroting. In hoofdstuk vijf worden de conclusies en
aanvullende achtergrondinformatie te verzamelen over de visie op de
aanbevelingen beschreven.
toekomstige exploitatie van het gecombineerde binnen- en buitenbad. Tevens heeft er een startgesprek plaatsgevonden met de ambtelijke opdrachtgever.
2
kwalitatieve beschouwing
2.1
algemene indruk
2.2
beoogde accommodatie en gebruik
2.3
behoud sportinfrastructuur
kwalitatieve beschouwing
2
kwalitatieve beschouwing
2.1
algemene indruk
Stichting Beheer Zwembad Oudewater (SBZO) is in 2012 opgericht op initiatief van enkele leden van de Oudewaterse zwemvereniging OZV. Aanleiding was de onzekerheid destijds over het voortbestaan van het buitenbad. De stichting is inmiddels sinds 2013 verantwoordelijk voor het beheer en exploitatie van het huidige buitenzwembad. SBZO heeft dit, zoals wij op basis van de aan ons beschikbaar gestelde documenten en informatie kunnen beoordelen, erg goed gedaan. In de afgelopen jaren heeft de stichting een behoorlijke toename van het bezoekaantal weten te realiseren. Het is de stichting daarnaast gelukt om een behoorlijke financiële besparing voor de gemeenschap te realiseren. SBZO is daarmee als burgerinitiatief, in onze ogen, een aantoonbaar betrouwbare partner voor de gemeente Oudewater. SBZO heeft met het beoogde gecombineerde binnen- en buitenzwembad zeer relevante doelstellingen voor de gemeenschap van Oudewater, zoals: -
jaarrond kunnen zwemmen;
-
faciliteren van diverse doelgroepen;
-
zwemmen als activiteit positief voor leefbaarheid, gezondheid en sociale omgeving.
Met deze doelstellingen speelt SBZO in op actuele trends en ontwikkelingen in de sport- en vrijetijdssector.
7/36
Het zwembadplan is opgesteld in samenwerking met gerenommeerde zwembad specialistische partijen zoals ‘Slangen + Koenis architecten’ en ‘Hellebrekers’. Beide organisaties hebben jarenlange ervaring op het gebied van zwembadaccommodaties. Daarnaast heeft SBZO een Maatschappelijke Kosten- en BatenAnalyse laten uitvoeren door een extern adviseur. We vinden het positief dat SBZO al in een vroeg stadium externe specialisten heeft betrokken bij de ontwikkeling van het zwembadplan. Hoewel SBZO diverse documenten heeft aangeleverd, ontbreekt het wat ons betreft eigenlijk aan een integraal (bedrijfs)plan. De gedeelde documenten behandelen allemaal enkele onderdelen. Er is een investeringsraming, een exploitatiebegroting, meerjarenbegroting en een presentatie. Maar er is dus geen compleet (bedrijfs)plan geschreven waarin de visie op en uitgebreide onderbouwing van de toekomstige situatie is beschreven. Een onderdeel van zo’n bedrijfsplan had ook een risicoparagraaf kunnen zijn, waarin potentiële risico’s staan benoemd en waarbij met concrete beheersmaatregelen inzicht wordt gegeven hoe met risico’s kan worden omgegaan. Hoewel het bestuur van SBZO in de gesprekken adequaat heeft aangegeven hoe wordt omgegaan met risico’s, is zo’n risicoparagraaf niet opgesteld. Verder bleef de uitwerking op een aantal onderdelen in eerste instantie globaal van aard.
Inzicht in de benoemde zelfwerkzaamheid was bij de start van deze second opinion niet gedeeld. Voor wat betreft de exploitatie ontbraken details over de precieze bezetting, tarifering per activiteit en
kwalitatieve beschouwing
8/36
personele inzet. Naar aanleiding van onze vragen kon SBZO dit overigens
Positief is dat SBZO heeft aangegeven de verantwoordelijkheid van de
wel direct aanleveren. Zo hebben we bijvoorbeeld de oorspronkelijke
exploitatie ten minste de eerste 10 jaar te willen uitvoeren en uitdrukkelijk de
investeringsraming (een elementenraming) die door Slangen+Koenis
intentie heeft om het na die periode te verlengen, dan wel voor een nieuw
architecten opgesteld is, kunnen vergelijken met het door SBZO opgestelde
ingewerkte bestuur opvolging gezorgd heeft.
investeringsplan. In het plan van SBZO is op een aantal posten zelfwerkzaamheid voorzien.
We hebben gemerkt dat SBZO oplossingsgericht is. Voor ieder probleem vindt men een oplossing. Ze doen het als bestuur zelf of ze regelen het
SBZO heeft eind 2019 een presentatie aan de gemeenteraad gegeven. De
vanuit hun eigen netwerk. Binnen het bestuur zitten veel ondernemers. We
genoemde bedragen, met name ten behoeve van de investeringsraming,
kunnen concluderen dat het bestuur van SBZO over veel capaciteiten
worden nog steeds gehanteerd. De investeringsraming uit 2019 is sindsdien
beschikt, een groot zakelijk netwerk heeft en een ‘hands on’ mentaliteit
niet geactualiseerd, waardoor dat een aandachtspunt betreft in relatie tot
heeft.
de stijging van de bouwprijzen. Het bestuur heeft passie voor het buitenbad getoond en een mooi plan Tevens moet benoemd worden dat het karakter van een buitenzwembad
uitgewerkt voor de combinatie van nieuw binnen- en buitenbad voor de
wezenlijk anders is dan van een gecombineerd binnen- en buitenbad. Een
Oudewaterse samenleving. We willen hen complimenteren voor wat ze
buitenzwembad kent een piektijd van circa 4 maanden per jaar. De
inmiddels heeft weten te bereiken. Door dit burgerinitiatief is een
organisatie, met een hoog vrijwillig karakter, is ingericht om in de
maatschappelijke voorziening in Oudewater behouden gebleven.
zomerperiode het zwembad te exploiteren. Een gecombineerd binnen- en buitenbad zal 12 maanden per jaar aangestuurd moeten worden. Dat zal een grotere ‘druk’ op het bestuur van de stichting betekenen. Overigens heeft de stichting al een manager in vaste dienst die jaarrond ook het management voor het binnenzwembad zal uitvoeren.
kwalitatieve beschouwing
2.2
beoogde accommodatie en gebruik
In deze paragraaf worden enkele algemene opmerkingen en aandachtspunten met betrekking tot de beoogde zwemaccommodatie benoemd. 2.2.1
karakter accommodatie
De SBZO heeft een functionele zwemaccommodatie voor ogen, namelijk: -
een 50 x 17 meter buitenbad (gelijk aan afmetingen huidige buitenbad);
-
een 25 x 17,5 meter binnenbad (een 7-baans 25 meterbad met beweegbare bodem);
-
een groot speelveld, zonneweide en in de toekomst mogelijk een spraypark.
We zijn erg te spreken over het karakter van de accommodatie. Door het functionele karakter van de baden kunnen er diverse doelgroepen er terecht. Daarnaast tonen de schetsontwerpen aan dat is nagedacht over
9/36
In Oudewater is de Oudewaterse Zwemvereniging (OZV) actief. De vereniging maakt op dit moment voor de diverse verenigingsactiviteiten gebruik van drie zwemaccommodaties. In de zomerperiode wordt het huidige openluchtbad gebruikt. Aangezien in Oudewater nu geen overdekt zwembad is, wordt in de winterperiode uitgeweken naar zwembaden in Harmelen en Moordrecht. De beoogde realisatie van een overdekt zwembad draagt eraan bij dat OZV een ‘thuisaccommodatie’ krijgt. Dit zal zonder meer een positief effect hebben op de vereniging. De keuze van SBZO voor een 7-baans binnenzwembad is enigszins opvallend te noemen. Meer traditionele zwembaden hebben doorgaans een afmeting van 5, 6 of 8 zwembanen. De functionaliteit van een zwembad kan enerzijds worden afgeleid van de activiteiten / sporten die in de accommodatie plaatsvinden en anderzijds het niveau van de activiteiten. Zwembaden kunnen derhalve verschillende afmetingen (lengte, breedte, vrije hoogte) en inrichtingen (bijv. tribunecapaciteit) hebben, afhankelijk van het gebruik. Hoewel een 6-baans zwembad een toegankelijke maat is
efficiënte invulling van beschikbare ruimten.
en aan kan sluiten bij het gebruik in Oudewater (dit zou bovendien een
Een combinatie van een binnen- en buitenbad is een mooi voorbeeld om
bewust voor een 7-baans zwembad. Enerzijds vanwege de balans tussen
sport- en vrijetijdsbesteding te koppelen. Met de beoogde accommodatie kan het huidige activiteitenaanbod in de zomer worden behouden. Daarnaast kan gedurende de winterperiode ingespeeld worden op de aanwezige zwembehoefte van inwoners uit Oudewater (en omgeving).
besparing op kunnen leveren in de benodigde investering), kiest de stichting beschikbaar binnen- en buitenzwemwater (in verband met het overpompen van het watervolume) en anderzijds vanwege reeds gedane investeringen (zoals een afdekzijl) die vanuit het huidige buitenzwembad meegenomen kunnen worden naar de nieuwe situatie.
kwalitatieve beschouwing
2.2.2
dubbelgebruik voorzieningen
Ten behoeve van het binnen- en buitenzwembad wordt uitgegaan van
10/36
Het beoogde buitenzwembad is wat betreft afmeting gelijk aan de huidige situatie, namelijk 50 x 17 meter. Dit bassin heeft twee verschillende diepten,
dezelfde kleedruimten, sanitaire voorzieningen en horeca- en verblijfruimte.
zodat het in twee delen gesplitst kan worden. Met het aanwezige
Hiermee wordt op extra voorzieningen en daarmee extra vierkante meters
wateroppervlak, kan goed ingespeeld worden op recreatief zwemaanbod
bespaard. Bovendien maakt deze indeling het mogelijk om een efficiënte
tijdens de zomerperiode. In de plannen is geen separaat peuter- kleuterbad
personeelsbezetting te hanteren. Het wordt een functioneel zwembad. Er
opgenomen, iets waar over het algemeen bij buitenzwembaden wel in wordt
zal bij een verdere planuitwerking wel aandacht moeten zijn voor
voorzien. De SBZO is voornemens een aanvullend spraypark toe te gaan
bijvoorbeeld de looproutes in de overdekte accommodatie met betrekking
voegen, dat door middel van sponsoring gerealiseerd moet worden. SBZO
tot schoonmaak in de zomerperiode.
heeft de afgelopen acht jaar aangetoond een buitenbad te kunnen beheren en exploiteren. Positief is dan ook te benoemen dat dit voor Oudewaterse
In de zomerperiode (mei, juni, juli en augustus) is alleen het buitenbad open en wordt het water van het binnenbad naar het buitenbad gepompt. Er
gemeenschap behouden blijft.
wordt in het zwembadplan met één waterbehandelingsinstallatie gewerkt.
Voor het 25-meter binnenbad geldt dat het bassin beschikt over een
Hiermee wordt aanzienlijk op investeringskosten bespaard. Dit houdt wel in
afmeting van 25 x 17,5 meter, een deels verstelbare bodem in de
dat het binnenbad ‘leeg’ is, wanneer het buitenbad gevuld is en vice versa.
lengterichting en een diepte tot 2,00 meter en een watertemperatuur van
Men moet hier constructief en installatietechnisch natuurlijk wel rekening
28˚C. Hoewel de keuze voor een 7-baans zwembad niet standaard is, is het
mee houden. We hebben overigens vertrouwen in het opgestelde plan door
bassin wat betreft functionaliteit uitermate geschikt voor diverse
Slangen+Koenis architecten en Hellebrekers voor wat betreft dit onderdeel.
activiteiten zoals banenzwemmen, zwemsport, doelgroepactiviteiten en
2.2.3
beweegbare bodem die in de lengterichting over 3 banen ligt. Hiermee
programmering en bezetting
zwemles. De afmeting van een 7-baans variant komt mede door de
Voor de programmering geldt dat de vormgeving van de bassins (lengte,
ontstaat de mogelijkheid om bijna 200 m² aan ondiep water te realiseren.
breedte, diepte en watertemperatuur) bepalend is voor de functionele
Dit komt de multifunctionaliteit ten goede.
mogelijkheden en de programmering van activiteiten.
kwalitatieve beschouwing
11/36
Een binnenbad vraagt om een andere organisatie dan wanneer men alleen
Marketing en communicatie gaat een belangrijk aspect worden om de
een buitenbad voor vier maanden exploiteert. De exploitatie van het
inwoners vanuit Oudewater en omgeving in de periode van september tot
zwembadcomplex is dan jaarrond en dit heeft consequenties voor wat
en met april de weg naar het binnenbad te laten vinden.
betreft personele inzet en programmering. Een goede bezetting van een gemiddeld binnenbad in Nederland, kent een openstelling tussen de 80 en 100 uur per week. De door SBZO opgestelde programmering voor het binnenbad gaat nu uit van een openstelling van 60 uur per week. We zien in het 25-meterbad met name overdag en op weekenddagen nog ruimte beschikbaar voor verdere optimalisatie van de bezetting. Doordeweeks wordt tussen 09:30 uur en 12:00 uur ruimte gereserveerd voor doelgroepactiviteiten. Dat is relatief veel uur per week, in relatie tot het beoogde aantal groepslessen. Voor zwemles geldt het tegenovergestelde: in de conceptprogrammering lijkt te weinig uur voor zwemles opgenomen te zijn om het gewenst aantal groepen te kunnen faciliteren (zie ook § 4.3). Daarnaast wordt geconstateerd dat in de programmering na 20:00 uur ’s avonds in beginsel geen banenzwemmen of doelgroepactiviteiten plaatsvindt. We adviseren om daar wel in te voorzien. We adviseren om te kijken naar een verdere optimalisatie van de programmering en ten behoeve daarvan ook te kijken naar samenwerkingsmogelijkheden, zoals bijvoorbeeld de verhuur van zwemwater aan fysiotherapiepraktijken of de uitrol van bijvoorbeeld natte gymlessen voor het onderwijs.
2.3
behoud sportinfrastructuur
Sport vormt een belangrijk onderdeel van de samenleving. Niet alleen vanuit vrijetijdsbesteding, maar ook vanuit een gezonde levensstijl. Meest recente uitdrukking daarvan is de aandacht voor sport bij het opstarten van het openbare leven na de lockdown in verband met de Corona-epidemie. Dat de pandemie op dit moment effect heeft op diverse zaken is evident. Daarnaast zal ongetwijfeld sprake zijn van consequenties op middellange termijn. Hopelijk staan ons straks geen gezondheidsrisico’s meer in de weg en kunnen we weer gaan sporten. Maar hoe staat onze sportinfrastructuur en dan voor? Zijn er nog sportaanbieders om vorm te geven aan het sportieve leven? Het huidige buitenzwembad in Oudewater is 50 jaar en verouderd. Met dit burgerinitiatief voor een nieuw binnen- en buitenzwembad kan een bijdrage worden geleverd aan het in stand houden en zelfs verbeteren van de sportaccommodatie in de gemeente Oudewater.
3
financiële beschouwing: investeringsraming
3.1
investeringsraming
financiële beschouwing: investeringsraming
3
13/36
financiële beschouwing: investeringsraming
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de investeringsraming zoals SBZO dat heeft opgesteld ten behoeve van de nieuwe zwemaccommodatie.
3.1
de bouw- en installatietechnische aspecten van een zwembad. Een totale investeringsraming van circa vijf miljoen euro gaf ons de eerste indruk dat dit te mooi is om waar te kunnen zijn. Echter, naar aanleiding van de gedetailleerde elementenraming die we op regelniveau besproken hebben, kunnen we concluderen dat de investeringsraming van vijf miljoen
investeringsraming
De investeringsraming voor de nieuwe zwemaccommodatie, exclusief btw is als volgt: onderdelen
‘regelniveau’ geeft aan dat de SBZO veel kennis (aangetrokken) heeft over
euro op dit moment realistisch lijkt. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat een aantal onderdelen scherp gebudgetteerd zijn. SBZO heeft nadrukkelijk toegelicht dat de investeringsraming scherp kan worden
investeringsraming, excl. btw
bouwkundige werken
€ 2.160.000
installaties
€ 1.738.000
vaste inrichtingen subtotaal bouwkosten bijkomende kosten totaal investeringsraming
€ 528.000 € 4.426.000 € 580.000 € 5.006.000
In algemene zin geldt dat de investeringsraming van SBZO voor de gewenste accommodatie gespecificeerd is uitgewerkt. De opgestelde bouwkosten- / investeringsraming kent, ten opzichte van de haalbaarheidsfase waarin het project zich bevindt, een relatief hoog detailniveau. Zo zijn bijvoorbeeld al uitgangspunten gekozen ten aanzien van materiaalgebruik en inrichting van de accommodatie. De uitwerking op
ingestoken, omdat via de stichting een hoge mate van zelfwerkzaamheid wordt gerealiseerd. Die zelfwerkzaamheid is tweeledig: enerzijds kan de SBZO vanuit haar eigen netwerk bepaalde materialen leveren. Anderzijds wil de SBZO de coördinatie van de bouw grotendeels zelf aansturen en worden de overslagpercentages die doorgaans gebruikelijk zijn, door hen zelf uitgevoerd en gecoördineerd. Zoals ook in hoofdstuk twee is benoemd, heeft het bestuur van SBZO (en haar achterban) veel mensen met een bouwachtergrond. Ten behoeve van deze second opinion moet benoemd worden dat de investeringsraming eind 2019 is opgesteld. Op het moment van schrijven, zijn we zo’n 1,5 jaar verder. Dat is wat ons betreft per definitie aanleiding om de investeringsraming te herijken. In de opgestelde raming is namelijk geen budget opgenomen voor algemene prijsstijgingen.
financiële beschouwing: investeringsraming
14/36
Gezien de huidige ontwikkelingen, dient rekening gehouden te worden met
definitief besluit vanuit de Gemeenteraad is. Je kunt immers
een prijsindexatie van 3% tot 4% per jaar. Vanuit dat perspectief geldt dat
onderhandeling technisch maar een keer een goede offerte opvragen, zo
een snelle gemeentelijke besluitvorming over dit plan gewenst lijkt te zijn.
geeft men aan. Desalniettemin adviseren wij om, ter onderbouwing van de
Indien besluitvorming wordt uitgesteld, zal de beoogde start bouw worden
zelfwerkzaamheid, de afspraken met lokale partijen vast te leggen in
vertraagd. Gevolg daarvan is een risico op een hogere benodigde
bijvoorbeeld een intentie- of samenwerkingsovereenkomst.
investering. Uitgaande van een investeringsraming van € 5.000.000, kan dat richting realisatie in 2022-2023 oplopen tot een investering van € 5.200.000
De installatiekosten zijn opgesteld aan de hand van gedetailleerde
- € 5.400.000.
principeschema’s van Hellebrekers. We weten dat de prijzen van installaties de afgelopen periode relatief snel opgelopen zijn. Ten aanzien van dit
Algemene prijsstijgingen in de bouw hebben – los van onvoorziene
onderdeel mag worden afgevraagd of de geraamde bedragen nog actueel
omstandigheden – betrekking op de stijging van materialen en arbeid. Voor
zijn. Hellebrekers heeft aangegeven dat er zo’n € 100.000,= aan
materialen geldt dat SBZO met de benoemde zelfwerkzaamheid op een
prijsstijgingen doorgevoerd moet worden. Dit wordt door SBZO bevestigd.
aantal substantiële onderdelen de prijzen kan drukken. Ook wat betreft
De stichting geeft aan dat deze prijsstijging in hun ogen lager zal zijn
aansturing / coördinatie zal SBZO geen effect van algemene prijsstijgingen
doordat zij ook met lokale installateurs zullen gaan samenwerken en
ervaren, omdat ze dat zelf willen oppakken. Echter, er zit vanzelfsprekend
daarmee zou de prijsstijging voor installaties aanzienlijk lager kunnen zijn.
wel een grens aan hetgeen SBZO aan zelfwerkzaamheid kan voorzien.
We adviseren om deze onderdelen snel met partijen te actualiseren en te zijner tijd definitief vast te leggen.
Uit het overzicht van de bouwkosten blijkt dat de stichting op diverse onderdelen het lokaal organiserend vermogen wil betrekken, bijvoorbeeld
Ten aanzien van de vaste inrichtingen van de accommodatie maakt SBZO
als het gaat om het uitvoeren van grondwerk of tegelwerk. Het bestuur van
enkele duidelijke keuzes om niet zomaar alle voorzieningen in de
SBZO heeft veel lokale partners waarmee ze de accommodatie willen
accommodatie op te nemen. Zo laat de stichting bijvoorbeeld bewust een
realiseren. Tijdens onze 2nd opinion heeft het bestuur ons inmiddels
elektronisch scorebord achterwege en zijn relatief dure wedstrijdlijnen voor
voorzien van e-mails van enkele bedrijven die de prijzen tot en met 2023
wedstrijdzwemmen niet per se noodzakelijk. Zogenaamde ’trainingslijnen’
willen bevestigen. Het bestuur geeft tevens aan dat zij dit soort garanties
zijn voldoende voor het beoogd gebruik en vele malen goedkoper.
voor de overige onderdelen pas kunnen gaan organiseren wanneer er een
financiële beschouwing: investeringsraming
15/36
Enkele waterpolo-inrichtingen wordt door de vereniging zelf door middel
Er is geen budget opgenomen voor procesmanagement rondom de bouw.
van sponsoring voorzien. Deze keuze onderstreept de gedachte van de
SBZO wil hier in belangrijke mate zelf verantwoordelijk voor zijn.
SBZO om een functionele accommodatie te realiseren.
Begeleiding bij de realisatie van een zwembad, door partijen met zwembad-specifieke kennis is essentieel om een goede accommodatie
Ten aanzien van de bijkomende kosten geldt dat dit in de basis, uitgedrukt
realiseren. Indien dat onvoldoende geborgd is, zal dat ontegenzeggelijk de
in percentage van de bouwkosten, aan de lage kant is, wanneer we het
kwaliteit van het gebouw beïnvloeden en effect hebben op de exploitatie,
beschouwen vanuit ‘traditionele bouw’. Deels komt dat doordat de post
bijvoorbeeld door hogere onderhoud- en / of energiekosten.
infrastructuur grotendeels vanuit het lokale organiserende vermogen wordt opgepakt. Hiervoor heeft het lokale bedrijfsleven zich inmiddels
De opgestelde investeringsraming is exclusief btw. Sinds 1 januari 2019
geconformeerd aan het beschikbare budget tot en met eind 2023.
gelden nieuwe regels met betrekking tot btw-sportvrijstelling. In dit zwembadplan is niet ingegaan op de effecten van de btw. Afhankelijk van
Met betrekking tot ‘leges’ is als uitgangspunt gehanteerd dat dit voor
wie verantwoordelijk wordt voor de financiering, dient gekeken te worden
rekening van de gemeente komt. We adviseren om, wanneer het over dit
naar de subsidiemogelijkheden van de SPUK of BOSA die er allebei vanuit
soort expliciete uitgangspunten van de investeringsraming gaat, dit op
de Rijksoverheid zijn. Indien de accommodatie voor 1 januari 2024
korte termijn met de gemeente te bespreken en vast te leggen.
gerealiseerd wordt, zien we daarin op dit moment geen risico.
Wat verder opvalt is dat diverse bijkomende kosten niet expliciet in de raming zijn opgenomen, zoals financieringskosten, kosten voor grond- en locatieonderzoeken, kosten voor diverse activiteiten tijdens de bouw (1e paal, hoogste punt etc.) en kosten voor ingebruikname. Ook eventuele aanvullende duurzaamheidsmaatregelen zullen niet vanuit het projectbudget kunnen worden voorzien.
4
financiële beschouwing: exploitatiebegroting
4.1
algemeen
4.2
omzetprognose
4.3
kostenprognose
4.4
exploitatiebegroting
4.5
kapitaallast
4.6
meerjarenbegroting
financiële beschouwing: exploitatiebegroting
4
financiële beschouwing
In dit hoofdstuk wordt een financiële beschouwing gegeven van de cijfers zoals verstrekt door SBZO. Daarbij wordt gekeken naar: -
de omzetprognose;
-
de kostenprognose;
-
de meerjarenbegroting.
4.1
algemeen
Met de beoogde accommodatie wordt het mogelijk om in Oudewater (in plaats van 4 maanden per jaar) 12 maanden per jaar te zwemmen. In algemene zin geldt dat een binnenbad om een andere organisatievorm vraagt, dan wanneer men alleen een buitenbad, die vier maanden geopend is, exploiteert. De exploitatie van de accommodatie is dan jaarrond en dit heeft consequenties voor wat betreft bijvoorbeeld programmering en personele inzet. programmering Een zomerperiode kenmerkt zich door een hoog recreatief karakter met – zeker op warme dagen – een relatief hoge piekbezetting. Juist tijdens de wintermaanden zal SBZO een andere de programmering moeten hanteren. Het functionele overdekte zwembad zal geen hoog recreatief karakter kennen en het recreatief zwemmen zal dus niet als belangrijkste activiteit kunnen worden beschouwd. Door focus op bewegen (banenzwemmen),
17/36
leren zwemmen, doelgroep activiteiten en sport, wordt een zwemvoorziening wel voorspelbaarder in haar exploitatie. Zo kan van te voren in ieder geval bepaald worden hoeveel personeel er nodig is. personele inzet In veel situaties waarbij een ‘stand alone’ buitenzwembad voor een periode van vier maanden door een stichting wordt geëxploiteerd, is sprake van een hoog vrijwillig en lokaal karakter. Dat zijn prachtige initiatieven waarbij het buitenzwembad een zeer belangrijke functie vervult in de lokale gemeenschap. Gedurende circa 20 weken per jaar zijn veel mensen betrokken bij het buitenzwemseizoen. Met de komst van een binnenbad zal de personele organisatie jaarrond georganiseerd moeten worden. SBZO werkt en zal blijven werken, met betaalde en opgeleide krachten aan de badrand (toezicht en instructie) en vrijwillige inzet daaromheen (bestuur, horeca, onderhoud en beheer park etc.). Ten aanzien van de omzet- en kostenprognose zal voor een binnenzwembad dan ook rekening gehouden moeten worden met andere, aanvullende kosten en dus ook inkomsten om het voldoende exploitabel te krijgen. Hierna wordt bij de beschouwing van de omzet aan de hand van de begrote cijfers van SBZO gekeken naar aspecten zoals tarifering, programmering (uren per week en per jaar), verwacht potentieel bezoek en absolute omzet.
Aan de hand van de kostenprognose wordt gekeken naar de te verwachten kosten voor zo’n type binnenbad, maar ook naar bijvoorbeeld de benodigde personele inzet in relatie tot de begrote omzet.
financiële beschouwing: exploitatiebegroting
4.2
18/36
4.2.1
omzetprognose
recreatief zwemmen - zomerperiode
SBZO heeft een exploitatiebegroting opgesteld waarin rekening wordt
SBZO houdt rekening met een omzet van € 80.000 voor recreatief
gehouden met een omzet van € 301.000 per jaar (excl. btw). Dit is exclusief
zwemmen gedurende de zomerperiode. Hoewel in het plan van SBZO niet
gemeentelijke bijdrage. Daarvan is € 80.000 begroot voor de zomerperiode.
veel informatie staat over het nieuwe buitenzwembad (geen
Voor de exploitatie in de winterperiode wordt uitgegaan van een totale
programmering of tarifering opgesteld), is het karakter van het
omzet van € 221.000. Hierna wordt de omzet op hoofdonderdeel
buitenzwembad gelijk aan het huidige buitenzwembad en gaan we daarom
weergeven en nader behandeld.
ten behoeve van deze second opinion er vanuit dat de huidige situatie zoveel mogelijk gehandhaafd blijft.
categorie
periode
omzet, excl. btw
recreatief zwemmen
zomerperiode
€ 80.000
De omzet is in ieder geval gebaseerd op de gerealiseerde omzet uit 2018 en
recreatief zwemmen
winterperiode
€ 43.000
2019. Toen bedroeg de omzet circa € 75.000. In de jaren daarvoor (2017 en
OZV zwemvereniging
winterperiode
€ 36.000
2016) bedroeg de jaarlijkse omzet circa € 50.000 (steeds excl. btw). Vanaf
zwemles
winterperiode
€ 70.000
2017 is een stevige prijsstijging doorgevoerd, waardoor de afgelopen twee
doelgroepen
winterperiode
€ 27.000
jaar een hogere omzet is gerealiseerd. Daarmee ligt de begrote omzet iets
overige verhuur
winterperiode
€ 19.000
boven de omzet van wat SBZO in de afgelopen jaren heeft gerealiseerd.
netto opbrengst horeca
winterperiode
€ 26.000
totaal omzet
€ 301.000
Het is enerzijds begrijpelijk dat bij een nieuwe accommodatie en met een nieuwe uitstraling, rekening wordt gehouden met een hoger bezoekaantal en daarmee een hogere omzet. Anderzijds moet worden benoemd dat het zwemaanbod in Oudewater van 4 naar 12 maanden per jaar gaat, waardoor inwoners het hele jaar kunnen zwemmen. Het effect op het aantal bezoekers in de zomerperiode laat zich echter lastig voorspellen. We zien dat als een aandachtspunt bij de begroting van de omzet uit recreatief zwemmen in de zomerperiode. Bovendien zijn deze inkomsten sterk
financiële beschouwing: exploitatiebegroting
19/36
weersafhankelijk. We zien dat daar in de (meerjaren)begroting geen
4.2.3
uitgangspunten over zijn opgenomen.
Zoals ook in § 2.2 is benoemd, maakt OZV gebruik van het huidige
4.2.2
recreatief zwemmen - winterperiode
SBZO heeft een omzet van € 43.000 begroot ten behoeve van recreatief zwemmen tijdens de winterprogrammering in het binnenbad. Dit is opgebouwd uit vaste abonnementen en losse bezoeken. Voor de vaste abonnementen wordt uitgegaan van een tarief van € 20 per maand. Voor een los bezoek wordt uitgegaan van € 4 per bezoek. Beide tarieven beschouwen we als goed, marktconform uitgangspunt. Om de begrote € 43.000 te realiseren, zullen er circa 12.000 bezoeken per jaar (32 weken) moeten zijn. Dat zijn gemiddeld genomen 375 bezoeken per week, oftewel circa 50 recreatieve bezoekers per dag. Op basis van de programmering en het beschikbare zwemwater, moet dat gefaciliteerd kunnen worden. De begrote € 43.000 voor recreatief zwemmen is wat dat betreft voldoende realistisch. Wel wordt geadviseerd om in de programmering ook tijdens avonduren voldoende ruimte te bieden voor deze doelgroep, aangezien banenzwemmen veelal ook ’s avonds tussen 20:00 uur en 22:00 uur plaatsvindt.
OZV zwemvereniging
buitenzwembad in Oudewater en huurt de vereniging in de winterperiode in Harmelen en Moordrecht. In de zomerperiode betaalt de vereniging geen huur voor het gebruik van het buitenbad, omdat de vereniging het toezicht tijdens recreatief zwemmen verzorgt. Ten behoeve van de omzet in de winterperiode, wordt door SBZO rekening gehouden met een verhuuropbrengst van € 36.000. Dit is circa 20% hoger dan het jaarlijkse bedrag dat OZV voor het gebruik van de accommodaties in Harmelen en Moordrecht moet betalen. Rekening houdend met het feit dat een nieuw overdekt zwembad in Oudewater een (flinke) stimulans kan betekenen voor de plaatselijke zwemvereniging, vinden we deze toename begrijpelijk en realistisch. In de bijgevoegde winterprogrammering wordt rekening gehouden met 12,5 uur per week bezetting door OZV. Uitgaande van 32 weken per jaar, maakt OZV 400 uur per jaar gebruik van het overdekte zwembad. Als we de € 36.000 per jaar relateren aan 400 uur per jaar, dan wordt uitgegaan van een verhuurtarief van het binnenzwembad à € 90 per uur. Dit uurtarief vinden we realistisch voor de huur van het binnenzwembad. De feitelijke controle bij OZV over het aantal uur per week / per jaar en de financiële draagkracht van de vereniging om € 36.000 per jaar aan huur te betalen, maakt geen onderdeel uit van deze second opinion.
financiële beschouwing: exploitatiebegroting
4.2.4
zwemles
SBZO houdt rekening met een totale omzet van € 70.000 uit zwemles.
20/36
Tot slot houdt de SBZO bij de omzet uit zwemles rekening met kinderen die na de zwemles doorgaan met een vervolgdiploma, zoals survivalzwemmen
Dat heeft de stichting gebaseerd op het aantal kinderen dat jaarlijks wordt
of snorkelen. Hiervoor wordt uitgegaan van een programmering van 50
geboren en waarvan wordt uitgegaan dat deze kinderen in Oudewater op
weken. Om dat deel van de omzet te kunnen realiseren (circa € 5.000), zal
zwemles gaan. Daarnaast wordt rekening gehouden met kinderen uit
de activiteit ook in de zomer moeten worden aangeboden.
omliggende dorpen die zwemles gaan volgen in Oudewater. Voor de omzet uit zwemles gaat de SBZO uit van 110 kinderen die twee keer per week zwemles volgen, gedurende 30 weken, tegen een tarief van € 10 per les. De € 10 per les is in beginsel een marktconform tarief. Daarbij moet worden benoemd dat voor zwemles verschillende lestijden worden gehanteerd, van 30 minuten, 45 minuten of 60 minuten. Indien de lesduur 30
De begrote omzet voor zwemles vinden we in beginsel een realistische raming. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de personele inzet ten behoeve en beschikbare uren per week in de programmering. 4.2.5
doelgroepen
De SBZO wil diverse doelgroepactiviteiten aanbieden, zoals aquajoggen,
minuten bedraagt, is € 10 per les enigszins aan de hoge kant.
borstcrawlcursus en baby-peuterzwemmen. Hiervoor wordt uitgegaan van
We zien dat de SBZO de zwemles alleen in de winterprogrammering gaat
week, met een gemiddelde bezetting van 15 personen en een gemiddeld
aanbieden. Dit is in onze ogen een aandachtspunt, aangezien het niet wenselijk is om kinderen een langere periode geen zwemles te geven. Om een voorbeeld te noemen, wanneer een kind in april niet een zwemdiploma behaald heeft, kan het zo zijn dat er in de zomerperiode niet geoefend kan worden en dat er pas weer in september gestart kan worden. Daarnaast is de instroom van nieuwe groepen in de periode februari tot en met april een aandachtspunt.
een omzet van € 27.000 per jaar. Dat is op basis van 6 groepslessen per tarief van € 6 per bezoek. Het wekelijkse aanbod, de gemiddelde bezetting en het gemiddelde tarief beschouwen wij als goede uitgangspunten voor de toekomstige situatie. Een aandachtspunt is het aantal weken dat de SBZO hanteert voor doelgroepactiviteiten. In de exploitatiebegroting wordt uitgegaan van 50 weken, oftewel: doorlopend aanbod in het binnen- en buitenzwembad. Daarmee lijkt er enige overlap te ontstaan met de begrote omzet van de zomerperiode, want het is – in relatie tot § 4.3.1 - onduidelijk welke omzet nu al aan doelgroepactiviteiten is opgenomen in de post recreatief zwemmen.
financiële beschouwing: exploitatiebegroting
4.2.6
overige verhuur
Voor overige verhuur wordt rekening gehouden met een jaarlijkse
21/36
In de beoogde accommodatie zal geen uitgebreide keukenvoorziening worden opgenomen. SBZO blijft vooralsnog uitgaan van een klein winkeltje
opbrengst van € 19.000. Hierbij wordt uitgegaan van een verhuur van 5 uur
en verkoopautomaten die de stichting reeds in haar bezit heeft. Hoewel de
per week tegen een tarief van € 120 per uur, 32 weken per jaar. SBZO denkt
opbouw van de omzet dus niet is uitgewerkt in het plan, vinden we de
ten behoeve van overige verhuur aan bijvoorbeeld verhuur aan
begrote € 65.000 aan totale horeca omzet in beginsel realistisch.
triathlongroepen, de brandweer, duik- en andere zwemverenigingen uit de omgeving die een tekort hebben aan zwemwater. Hoewel er geen inzicht is
4.3
in de wensen van deze specifieke groepen, is in de regio Utrecht een
SBZO houdt voor de exploitatie van de beoogde accommodatie rekening
duidelijk tekort aan badwater voor de zwemsport. We vinden een verhuur van 5 uur per week dan ook realistisch. De € 120 per uur is wellicht wat aan de hoge kant, maar gezien de beschikbare ruimte in de programmering van het zwembad, vinden we de totale omzet een reëel uitgangspunt. 4.2.7
netto opbrengst horeca
Tot slot houdt SBZO rekening met een netto omzet, na aftrek van inkoopkosten, van € 26.000 uit horeca. In de meerjarenbegroting staat € 65.000 opgenomen aan totale horeca omzet. Dat is iets minder dan 20% van de totale omzet. Doorgaans kan een inschatting van de horeca-omzet gemaakt worden aan de hand van een bezoekpotentieel. In het zwembadplan van SBZO staat echter geen verwachting over het jaarlijkse bezoekaantal voor de toekomstige situatie. Daarnaast is niet precies duidelijk wat de huidige jaarlijkse horeca-omzet is en welk aandeel van de begrote horeca-omzet gerelateerd kan worden aan de zomerperiode en welk aandeel aan de winterperiode.
kostenprognose
met een totale kostenpost van € 476.000 per jaar (excl. btw). De uitwerking excl. btw is begrijpelijk, maar we zien in het zwembadplan niets opgenomen over de btw. Voor de stichting is het mogelijk om gebruik te maken van de BOSA-regeling, echter daar kan niet op elk onderdeel van de exploitatie btw worden teruggevraagd. We zien dat als aandachtspunt voor de kosten van de exploitatiebegroting. Hierna worden de bedrijfskosten per hoofdonderdeel weergegeven en nader toegelicht. categorie
kosten, excl. btw
energiekosten
€ 75.000
voorziening groot onderhoud
€ 176.000
onderhoud klein
€ 40.000
personeelskosten
€ 145.000
algemene kosten
€ 40.000
totaal kosten
€ 476.000
financiële beschouwing: exploitatiebegroting
4.3.1
energiekosten
De energiekosten zijn geraamd op basis van de opgave van Hellebrekers.
22/36
euro. Bovendien wordt rekening gehouden met een jaarlijkse uitgave van € 40.000 aan dagelijks onderhoud (zie ook paragraaf 4.3.3.). Hiermee houdt
Hellebrekers heeft veel zwembad-specifieke kennis en is betrokken bij de
SBZO over een periode van 40 jaar rekening met meer dan 8,5 miljoen euro
planvorming van dit initiatief. Op basis hiervan achten we de raming van de
ten behoeve van het onderhoud. Ter vergelijking: de bouwkosten van de
energiekosten realistisch en betrouwbaar. Daarbij moet wel benoemd
accommodatie zijn circa € 4.4 miljoen euro. In het kader van het haalbaar
worden dat deze raming alleen behaald kan worden als de installaties ook
maken van dit plan, kan worden afgevraagd of als uitgangspunt moet
volgens het principeschema van Hellebrekers gebouwd wordt. Wel
worden gehanteerd dat rekening gehouden moet worden met een volledige
ontbreekt voor ons het inzicht in exacte uitgangspunten ten aanzien van het
vervangingsinvestering. We adviseren om dit uitgangspunt met de
verbruik. We adviseren om de onderbouwing hiervan aan het bedrijfsplan
gemeente nader af te stemmen. Hier valt in onze ogen een meevaller in de
toe te voegen. Bovendien is dit onderdeel een belangrijk aandachtspunt in
jaarlijkse exploitatielast te behalen.
relatie tot de btw. Dit onderdeel komt niet in aanmerking voor de BOSAsubsidie. Dat houdt in dat bovenop het bedrag van € 75.000 aan energiekosten nog rekening gehouden moet worden met circa € 15.000 aan btw wat niet verrekenbaar is. 4.3.2
4.3.3
onderhoud klein
In totaal wordt € 40.000 begroot voor het dagelijks onderhoud. Dit is gebaseerd op de ervaringen van het huidige buitenzwembad en een aanvullende stelpost voor de installaties van het binnenbad.
voorziening groot onderhoud
De post voorziening groot onderhoud is in het exploitatieoverzicht van
Rekening houdend met de bouwkosten van circa € 4.400.000, is de begrote
SBZO een jaarlijkse reservering ten behoeve van groot onderhoud. Het
€ 40.000 acceptabel. Ook als rekening wordt gehouden met de jaarlijkse
bedrag is gebaseerd op de bouwkosten van het nieuwe zwembad, á €
dotatie voor groot onderhoud, moet de benoemde € 40.000 per jaar in
4.855.000. Het gebudgetteerde bedrag van € 176.000 is begrijpelijk, maar
beginsel voldoende zijn.
in werkelijkheid als dotatie voor groot onderhoud aan de hoge kant. SBZO is bij de berekening ervan uitgegaan van een complete vervangingsinvestering over 40 jaar. Dat is onzes inziens niet noodzakelijk. Als gekeken wordt naar het totaal aan onderhoud, dan wordt jaarlijks € 176.000 gedoteerd, over 40 jaar is dat een bedrag van meer dan 7 miljoen
financiële beschouwing: exploitatiebegroting
4.3.4
23/36
personeel
In het zwembadplan is ten behoeve van de personeelslasten geen concrete verdeling tussen de zomer- en winterprogrammering. Voor het
SBZO houdt in de exploitatiebegroting rekening met een totale personeelspost van € 145.000 per jaar. SBZO hanteert een gemiddelde
buitenzwembad had SBZO in de afgelopen jaren circa € 70.000 aan
kostprijs per uur van ongeveer € 17 á € 18. Dat is gebaseerd op de CAO
personeelslasten. Dat is voor een periode van ongeveer vier en een halve
zwembaden met de volgende inschaling:
maand. Op basis van deze berekening zou daarmee nog zo’n € 75.000 over blijven voor de personeelskosten gedurende zeven en een halve maand
functie
schaal
trede
bad manager
schaal 7
trede 7
assistent badmanager
schaal 4
trede 8
assistent badmanager
schaal 4
trede 0
toezichthouders
schaal 1
trede 0
toezichthouders
jeugdschaal 4
-
De opgestelde personeelslasten zijn gebaseerd op de huidige ervaringen van SBZO en zijn voor ons begrijpelijke uitgangspunten. SBZO heeft als uitgangspunt dat het bad op bepaalde uren dicht gaat, als het niet rendabel blijkt. Dat gebeurt nu ook bij het huidige buitenzwembad en speelt zeker een rol bij de efficiënte personeelsinzet en daarmee lage personeelslasten. Besparing van personeelsinzet is een belangrijk aandachtspunt van SBZO. Men geeft aan hierop strak te sturen. Echter, we vinden de inschaling per functie en de kosten per productief uur aan de lage kant. Nu wordt rekening gehouden met 4,8 fte en € 145.000 personeelskosten per jaar. Dat is gemiddeld genomen circa € 30.000 per FTE.
winterseizoen. Gedurende 32 weken per jaar zal er sprake zijn van circa 60 uur per week aan activiteiten. Hiervoor is personele inzet noodzakelijk. Voor de personeelsinzet geldt natuurlijk ook dat dit in belangrijke mate afhangt van de activiteitenprogrammering. Om de begrote omzet voor bijvoorbeeld zwemles en doelgroepactiviteiten te kunnen realiseren, zal ook personeelsinzet nodig zijn voor instructie van deze groepen. De manager, die jaarrond in dienst is bij de stichting, zal ook zelf een groot deel van de zwemlessen en doelgroepactiviteiten moeten verzorgen. Ook als bijvoorbeeld rekening wordt gehouden met uitbreiding van het activiteitenaanbod en ‘type personeel’. Kwaliteit van instructeurs is van belang om bezoekers in de accommodatie te behouden. Dat zal naar onze mening ook tot uiting moeten komen in de gehanteerde inschaling. Voor dat soort werkzaamheden is inschaling in schaal 4 (trede 0) onzes inziens aan de lage kant, indien we uitgaan van concurrerende zwembaden.
financiële beschouwing: exploitatiebegroting
24/36
In de raming van € 145.000 wordt rekening gehouden met een bedrag van €
Hygiëne (en veiligheid) in een binnenbad is essentieel.
5.000 voor diverse personeelslasten. Als dit betrekking heeft op zaken zoals
Schoonmaakwerkzaamheden dienen daarom goed uitgevoerd te worden.
opleidingen, personeelskleding en bijvoorbeeld personeelsbijeenkomsten, is
SBZO houdt rekening met betaalde uren voor schoonmaak. Ten aanzien
de genoemde € 5.000 aan de lage kant. Zeker wanneer we de
van de hygiëne (en veiligheid) is de WHVBZ1 heel duidelijk. De Provincie ziet
opleidingskosten voor alle medewerkers meerekenen. Daarbij moet
hierop toe.
gedacht worden aan jaarlijkse opleidingskosten voor BHV, EHBO, etc. Dat zal met name in de opstartfase kunnen leiden tot extra aanvullende diverse
4.3.5
algemene kosten
personeelslasten.
De categorie algemene kosten is geraamd op € 40.000 en is gebaseerd op ervaringen van het huidige buitenzwembad. Dit onderdeel bevat
Alle werkzaamheden aan de badrand worden in het plan door betaalde
accommodatie gerelateerde kosten, zoals bijvoorbeeld
krachten uitgevoerd. Werkzaamheden die niet aan de badrand
kantoorbenodigdheden, administratiekosten en diverse kosten. De SBZO
plaatsvinden, zoals horeca, onderhoud etc. worden (deels) door vrijwilligers
heeft voor een deel van dit type kosten al afspraken kunnen maken met
uitgevoerd. Voor deze vrijwillige inzet is echter geen budget gereserveerd.
lokale partijen. Hoewel het begrote bedrag hoger is dan de huidige
Als ervaren adviseurs werken wij veel met burgerinitiatieven. Het is onze
algemene kosten van het buitenzwembad, denken we dat deze post
ervaring dat vrijwilligers op een bepaalde manier gewaardeerd moeten
mogelijk onvoldoende gaat zijn om alle ‘algemene kosten’ te kunnen dekken.
worden en dat hiervoor budget beschikbaar moet zijn. We hebben
Voor een overdekte zwemaccommodatie zijn onderdelen zoals belasting en
begrepen dat SBZO hier aandacht voor heeft en jaarlijks een leuke activiteit
verzekeringen substantieel hoger dan voor een buitenzwembad.
organiseert, wat overigens gesponsord wordt. Wij denken dat er desalniettemin budget beschikbaar moet zijn om het applausbeleid / waarderingsbeleid voor de vrijwilligers op de lange termijn te kunnen borgen.
1
https://wetten.overheid.nl/BWBR0002660/2012-10-01
financiële beschouwing: exploitatiebegroting
4.4
25/36
Tegelijkertijd is in de beheer- en exploitatieovereenkomst opgenomen dat
exploitatiesaldo
SBZO een jaarlijkse huurprijs van € 4.000 aan de gemeente verschuldigd is.
In paragraaf 4.2 en 4.3 is de omzet- en kostenprognose van SBZO geanalyseerd. SBZO hanteert de volgende totalen:
Al met al zijn er dus een aantal onderdelen op basis waarvan de totale
categorie
kosten
omzet
€ 301.000
kosten
€ 476.000
totaal exploitatiesaldo, excl. gemeentelijke bijdrage
- € 175 .000
Een belangrijk aandachtspunt betreft de jaarlijkse bijdrage van de gemeente in de exploitatiebegroting. SBZO heeft vanaf het begin als uitgangspunt gehanteerd dat de exploitatie van de beoogde accommodatie voor eenzelfde exploitatiebijdrage moet kunnen worden uitgevoerd.
bijdrage van de gemeente aan SBZO wordt vastgesteld. Voor 2021 zal het bedrag circa € 204.000 zijn en is SBZO € 4.000 verschuldigd aan de gemeente. Dat is per saldo een bijdrage van € 200.000 in 2021. De huidige opgestelde exploitatiebegroting en benodigde gemeentelijke bijdrage voor de nieuwe zwemaccommodatie (€ 175.000) valt daarmee binnen de bijdrage die SBZO in 2021 van de gemeente zal ontvangen. Daarmee handhaaft SBZO het uitgangspunt dat de exploitatie voor eenzelfde bijdrage moet worden uitgevoerd. Voor SBZO is het bovendien gewenst om voor een lange periode een vaste toezegging als exploitatiebijdrage te krijgen.
De gemeente heeft aan ons aangegeven dat de jaarlijks financiering van het zwembad wordt opgebouwd aan de hand van verschillende elementen.
We adviseren de gemeente en SBZO om vast te leggen hoe wordt
Er is een beheer- en exploitatieovereenkomst tussen SBZO en de gemeente
omgegaan met een ‘nieuwe’ exploitatiebijdrage voor de beoogde
afgesloten, waarin een vaste bijdrage van € 129.000 is opgenomen.
zwemaccommodatie en daarin ook op te nemen hoe wordt omgegaan met aspecten zoals indexatie.
Recent heeft de gemeenteraad besloten dat te verhogen tot circa € 143.000 voor 2021. Daarbovenop ontvangt de stichting op dit moment een onderhoudsbijdrage. Voor 2021 is dat circa € 49.000. Bovendien is sprake van een btw-restschade. Voor 2021 is dat circa € 12.000.
financiële beschouwing: exploitatiebegroting
4.5
26/36
*
kapitaallast
In de exploitatiebegroting van SBZO is een eventuele financieringslast (rente + aflossing) niet meegenomen. Het uitgangspunt van SBZO is dat de financieringslast niet voor rekening komt van de SBZO. De stichting heeft
uitgangspunten hierbij zijn: -
afschrijvingsmethode: annuïtair
-
looptijd: 40 jaar
-
rentepercentage: 1%
ons aangegeven dat de financiering van de accommodatie volledig bij de
Het exploitatieresultaat zal logischerwijs bij een aanvullende kapitaallast
gemeente komt te liggen.
negatiever worden, waarbij de jaarlijkse benodigde bijdrage vanuit
Indien de gemeente volledig verantwoordelijk is voor de investering, ligt het
SBZO en de gemeente zullen dan ook in gesprek moeten over een
gemeente hoger wordt dan wat de gemeente voor 2021 heeft toegezegd.
risico van prijsontwikkeling en financiering ook volledig bij de gemeente.
aanvullende jaarlijkse bijdrage in de exploitatie ten aanzien van de
Een langdurig besluitvormingsproces kan betekenen dat de benodigde
kapitaallast.
investering oploopt, waar de gemeente dan verantwoordelijk voor zal zijn. Vanuit de gemeente horen we andere geluiden met betrekking tot de verantwoordelijkheid van SBZO ten aanzien van een eventuele financieringslast. Indien SBZO toch een (gedeeltelijke) financiering moet aangaan, zal dat effect hebben op de exploitatiebegroting. In onderstaande tabel staat opgenomen wat de aanvullende kapitaallast is, indien SBZO een deel van de investering zal moeten financieren: financiering SBZO exploitatiesaldo, excl.
-
€ 1.000.000
€ 2.000.000
- € 175.000
- € 175.000
- € 175.000
-
€ 30.000
€ 60.000
- € 175.000
- € 205.000
- € 235.000
kapitaallast kapitaallast exploitatiesaldo, incl. kapitaallast
financiële beschouwing: exploitatiebegroting
4.6
meerjarenbegrotingen
SBZO heeft, naast een algemene exploitatie, tevens een meerjarenbegroting uitgewerkt voor de komende 20 jaar. De SBZO heeft dit uitgewerkt voor drie scenario’s, namelijk: -
een meerjarenbegroting zonder financieringslast;
-
een meerjarenbegroting met financieringslast van 1 miljoen euro;
-
een meerjarenbegroting met financieringslast van 2 miljoen euro.
27/36
van de begrote onderhoudsuitgaven per jaar en het effect op de liquiditeit van de stichting. In de exploitatiebegroting is op hoofdonderdeel rekening gehouden met een jaarlijkse indexatie. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: -
jaarlijkse indexatie omzet: 2,10%;
-
jaarlijkse indexatie gemeentelijke bijdrage: 2,25%;
Het eerste scenario sluit aan bij de standaardexploitatie van SBZO, zoals
-
jaarlijkse indexatie personeelslasten: circa 2,50%;
hiervoor in § 4.3 en § 4.4 is behandeld. SBZO gaat in beginsel uit van de
-
jaarlijkse indexatie lasten: 2,15.
realisatie van een nieuwe zwemaccommodatie, waarbij de financiering ten laste komt van de gemeente Oudewater (zie ook § 4.5). Wat opvalt is dat voor het groot onderhoud wordt uitgegaan van een jaarlijkse afschrijving (zie ook § 4.4). In werkelijkheid zullen de kosten voor groot onderhoud niet elk jaar even hoog zijn. Het jaarlijkse groot onderhoud van een sportaccommodatie kent een golfbeweging en zal wat betreft uitgaven in de eerste jaren relatief beperkt zijn. Naar verwachting zal groot onderhoud in de jaarschijven 10, 15, 20, 25, 30 en 35 jaar na realisatie een piek kennen, maar in de overige jaren relatief laag blijven. Om de piekjaren te kunnen opvangen, kan er jaarlijks gedoteerd worden. Indien de accommodatie gerealiseerd wordt, is ons advies om een meerjarenonderhoudsplan op te stellen en de uitkomst daarvan te verwerken in de meerjarenbegroting. Daarmee ontstaat een beter beeld
In feite is de ontwikkeling van de meerjarenbegroting gebaseerd op de bovenstaande jaarlijkse indexaties. Bij de opstart van de exploitatie zou in de eerste jaren echter sprake kunnen zijn van een negatievere exploitatie, doordat bijvoorbeeld bezoekaantallen nog achter blijven bij de prognose (lagere baten) en / of installaties nog moeten worden ingeregeld (hogere lasten). De mogelijke effecten van een ingroeifase zijn niet in de meerjarenbegroting opgenomen. We adviseren om per hoofdonderdeel een gevoeligheidsanalyse uit te werken en dat als ‘ingroeimodel’ in een meerjarenbegroting te verwerken. Voor het tweede en derde scenario zijn de uitgangspunten in beginsel gelijk gebleven, alleen is er aanvullend rekening gehouden met een financieringslast. In beide gevallen wordt duidelijk dat het jaarlijkse resultaat de eerste jaren (tot 2028, resp. tot 2032) negatief blijft.
5
conclusies / aanbevelingen (samenvatting)
conclusies / aanbevelingen (samenvatting)
5
conclusies / aanbevelingen (samenvatting)
Deze notitie betreft een second opinion ten aanzien van de haalbaarheid van het zwembadplan van SBZO voor een nieuwe binnen- en buitenzwembad in Oudewater. Aan de hand van de voorgaande uitwerking, worden hierna onze conclusies en aanbevelingen beschreven.
5.1
conclusies
Voor zover we het zwembadplan binnen de scope van deze second opinion hebben kunnen beoordelen, is het globale beeld dat het plan op zich goed is uitgewerkt. We hebben gemerkt dat het bestuur van SBZO oplossingsgericht is. Er is veel kennis en kunde aanwezig. We moeten wel concluderen dat we één integraal bedrijfsplan missen. Een plan waarin de aan ons beschikbaar gestelde losse onderdelen verwerkt zijn. Desalniettemin zijn we onder de indruk geraakt van het zwembadplan. 5.1.1
investering
We concluderen dat de investeringsraming gedetailleerd is uitgewerkt. We zien dat het is gebaseerd op prijspeil 2019 en geïndexeerd dient te worden.
29/36
We hebben de hoofdonderdelen vanuit de investeringsraming gescoord met drie verschillende kleuren: -
groen: realistisch
-
oranje: we zien enkele risico’s
-
rood: aandacht noodzakelijk onderdelen
investeringsraming, excl. btw
bouwkundige werken
€ 2.160.000
installaties
€ 1.738.000
vaste inrichtingen subtotaal bouwkosten bijkomende kosten totaal investeringsraming
score
€ 528.000 € 4.426.000 € 580.000 € 5.006.000
Om de accommodatie voor deze investering te kunnen ontwikkelen is zelfwerkzaamheid noodzakelijk. SBZO geeft aan dat er bedrijven zijn die garant willen en kunnen staan om deze zelfwerkzaamheid te garanderen, dit betreft ook hun eigen bedrijven. De SBZO heeft van een aantal bedrijven de bevestiging van afspraken tot en met 2023. Wij geloven dat er flinke zelfwerkzaamheid door SBZO georganiseerd kan worden. Van de totale som van bouwkundige werken is door SBZO via een mail al circa 10% tot en met 2023 toegezegd door een lokale partij. Dit betreft een toezegging op betonwerkzaamheden. Van de overige bouwkundige werken zijn nog geen toezeggingen en is dit mogelijk aan prijsstijgingen onderhevig.
conclusies / aanbevelingen (samenvatting)
30/36
De samenwerking tussen SBZO en de gemeente Oudewater dient ook een Ook over een deel van de bijkomende kosten zijn al afspraken gemaakt met
belangrijk onderdeel te worden bij de realisatie. Er worden in het huidige
lokale partijen (zoals het onderdeel infrastructuur). Tegelijkertijd
plan geen ambtelijke kosten voorzien.
beschouwen we dit als risico, omdat een aantal onderdelen niet expliciet in de investeringsraming zijn opgenomen, zoals bijvoorbeeld aanvullende
Daarbij komt dat er uitgezocht moet worden hoe / of het allemaal
duurzaamheidsmaatregelen, leges, financieringskosten en kosten voor
aanbesteding technisch mogelijk is.
grond- en locatieonderzoeken. Dit is lastiger kwantitatief in beeld te brengen omdat dit per locatie en per project sterk kan verschillen. We
5.1.2
exploitatie
adviseren om dit nader te onderzoeken.
We hebben de hoofdonderdelen vanuit de exploitatiebegroting gescoord met drie verschillende kleuren:
Indien er definitief tot bouw van de accommodatie overgegaan wordt, dient
-
groen: realistisch
de zwembad-specifieke kennis, die in onze ogen absoluut noodzakelijk is,
-
oranje: we zien enkele risico’s
geborgd te worden. Deze kennis is in onze ogen op dit moment niet
-
rood: aandacht noodzakelijk
voldoende aanwezig bij SBZO (wel bij hun adviseurs natuurlijk). Op de overige bouw gerelateerde onderdelen is deze kennis binnen SBZO zeker
Voor de ‘omzet’ geldt de volgende beoordeling:
aanwezig. Naar we hebben begrepen is SBZO voornemens de
categorie
noodzakelijke zwembad-specifieke kennis in huis te halen. Wij zien dit als
periode
omzet, excl. btw
recreatief zwemmen
zomerperiode
€ 80.000
voorwaarde om het plan succesvol te realiseren. Niet alleen tijdens de
recreatief zwemmen
winterperiode
€ 43.000
bouwfase, maar ook in de jaren daarna. Indien tijdens de bouw fouten
OZV zwemvereniging
winterperiode
€ 36.000
worden gemaakt, is dan van invloed op de exploitatie in de toekomst.
zwemles
winterperiode
€ 70.000
doelgroepen
winterperiode
€ 27.000
De zelfwerkzaamheid door het bestuur van SBZO op het gebied van
overige verhuur
winterperiode
€ 19.000
aansturing van de diverse onderaannemers vergt kennis en kunde. Hierin
netto opbrengst horeca
winterperiode
€ 26.000
zien we een risico.
totaal omzet
€ 301.000
score
conclusies / aanbevelingen (samenvatting)
31/36
We concluderen dat SBZO een realistische omzetprognose heeft opgesteld.
Een jaarlijkse dotatie van circa € 120.000 moet volstaan om het groot
Vrijwel alle onderdelen van de omzetprognose scoren ‘groen’.
onderhoud uit te kunnen adviseren. Zoals in § 4.6 benoemd, adviseren we
Voor doelgroepactiviteiten geldt, dat wordt uitgegaan van 50 weken per
om hiervoor een meerjarenonderhoudsplan uit te werken. Dit houdt in dat in
jaar. We zien dat als aandachtspunt in relatie tot de begrote omzet vanuit
de jaarlijkse exploitatie zo’n € 56.000 vrijvalt, waarmee andere risico’s /
recreatief zwemmen in de zomerperiode.
tegenvallers in de exploitatie kunnen worden opgevangen.
Van de € 301.000 beschouwen we € 274.000 als realistisch begroot. De
De energiekosten zijn exclusief btw geraamd. Dit onderdeel is niet
omzet van doelgroepactiviteiten bedraagt € 27.000 en dat zien we als risico,
verrekenbaar vanuit de BOSA-subsidie. Dat houdt in dat bovenop het
met een marge van circa 20%. Met andere woorden: een risico van een
bedrag van € 75.000 aan energiekosten nog rekening gehouden moet
lagere omzet van circa € 5.400 op jaarbasis. We concluderen dat dit risico
worden met circa € 15.000 aan btw wat niet verrekenbaar is of er moet
voor doelgroepactiviteiten op de totale omzet van € 301.000 gering is.
hierover een aanvullende afspraak worden gemaakt met de gemeente.
Voor de ‘kosten’ geldt de volgende beoordeling:
De begrote personeelskosten zien we als risico. De opgestelde
categorie
kosten
score
personeelslasten zijn gebaseerd op de huidige ervaringen van SBZO en zijn
energiekosten
€ 75.000
voor ons begrijpelijke uitgangspunten. Echter, we vinden de inschaling per
voorziening groot onderhoud
€ 176.000
functie en de kosten per productief uur aan de lage kant. We zien dat SBZO
onderhoud klein
€ 40.000
dat in de huidige situatie op zich prima kan hanteren, maar wij voorzien voor
personeelskosten
€ 145.000
de toekomst hierin uitdagingen. Met name concurrentie op de arbeidsmarkt
algemene kosten
€ 40.000
kan hierop van invloed zijn. Er is landelijk een tekort aan kwalitatief goede
totaal kosten
€ 476.000
(zwemles)instructeurs. Goede instructeurs zal je moeten behouden en dan zal daar waardering voor moeten zijn. Dit geldt overigens ook voor het
We concluderen dat de kosten op drie van de vijf onderdelen realistisch is
management. Daarnaast is het applausbeleid van vrijwilligers een
ingeschat, waarbij verwacht mag worden dat die onderdelen in de praktijk
aandachtspunt.
niet (veel) hoger uit zullen vallen. Voor de voorziening groot onderhoud zijn we van mening dat deze post zelfs te hoog is geraamd.
conclusies / aanbevelingen (samenvatting)
Onzes inziens is het aan te bevelen dat SBZO circa € 15.000 tot € 25.000 meer begroot voor de personeelslast, oftewel: circa € 160.000 tot € 170.000 op jaarbasis. Mogelijk weet SBZO daar in de eerste jaren onder te blijven, maar het is wat ons betreft van belang om rekening te houden met de toekomst, waarbij SBZO als uitgangspunt moet hebben om kwalitatief goed personeel te kunnen behouden. Per saldo kan worden geconcludeerd dat het risico van de hogere energieen personeelslasten kan worden ‘opgevangen’ met een lagere dotatie van groot onderhoud. We beschouwen de totale begrote kosten van € 476.000 dan ook als voldoende realistisch. Ten behoeve van de totale exploitatie wordt rekening gehouden met een tekort van € 175.000 per jaar. Dat valt binnen de gemeentelijke bijdrage van circa € 200.000 van 2021. Daarbij moet vermeld worden dat het uitgangspunt is dat SBZO geen financieringslast zal hebben. Een eventuele financieringslast kan niet ‘zomaar’ worden opgevangen. Een aanvullende kapitaallast kan oplopen tot circa € 60.000 per jaar bij een financiering door SBZO van € 2.000.000. Daarmee wordt het jaarlijkse tekort groter dan de gemeentelijke bijdrage van 2021.
32/36
conclusies / aanbevelingen (samenvatting)
5.2
33/36
aanbevelingen
Op basis van deze second opinion, willen we de volgende aanbevelingen
5.
van het project te bespreken en om duidelijke kaders vast te stellen op
doen: 1.
basis waarvan het plan beoordeeld wordt. Bij voorbeeld ten aanzien van de volgende uitgangspunten:
Stel een integraal bedrijfsplan op waarin alle ‘losse onderdelen’ worden samengevoegd en voeg daar een risico-paragraaf toe waarin potentiële risico’s staan benoemd en waarbij met concrete beheersmaatregelen inzicht wordt gegeven hoe met risico’s kan worden omgegaan.
2.
Herijk de investeringsraming van 2019 naar prijspeil 2021. We adviseren daarnaast om, ter onderbouwing van de zelfwerkzaamheid,
6.
4.
We begrijpen de keuze voor een 7-baans binnenzwembad. Indien er nog bezuinigd zou moeten worden op de investering, kan overwogen worden de mogelijkheid om voor het binnenbad uit te gaan van een 6baans zwembad. Daar kan een besparing van circa € 250.000 mee gerealiseerd worden.
-
kosten leges;
-
de financieringslast voor SBZO;
-
vervangingsonderhoud;
-
de jaarlijkse exploitatiebijdrage.
We adviseren om te kijken naar een verdere optimalisatie van de
na over de mogelijkheden om zwemles in de zomerperiode aan te
zekerheden in te bouwen aangaande de investering.
specifieke kennis in voldoende mate wordt geborgd.
de totale investeringsraming;
zwemles, doelgroepactiviteiten en banenzwemmen. Denk daarbij ook
intentie- of samenwerkingsovereenkomst. Dat is van meerwaarde om
Zorg ervoor dat bij de bouw van de accommodatie zwembad-
-
programmering, bijvoorbeeld met betrekking tot het aantal uren voor
de afspraken met lokale bedrijven vast te leggen in bijvoorbeeld een
3.
We adviseren de SBZO en de gemeente om specifieke uitgangspunten
bieden. 7.
Kijk ten aanzien van de personeelsinzet goed naar de gewenste openingstijden en benodigde werkgeverslasten per fte.
8.
De mogelijke effecten van een ingroeifase zijn niet in de meerjarenbegroting opgenomen. We adviseren om per hoofdonderdeel een gevoeligheidsanalyse uit te werken en dat als ‘ingroeimodel’ in een meerjarenbegroting te verwerken.
Dit is een notitie opgesteld door Treem b.v. adres
Molensteyn 60 3454 PT De Meern Nederland
telefoon
+31 (0)85 30 33 418
info@treem.nl
internet
www.treem.nl
kvk
64704521
De in document afgebeelde/opgenomen gegevens, waaronder begrepen teksten, berekeningen, producten, foto’s, illustraties, grafisch materiaal, (handels)namen, woordmerken en logo’s worden beschermd door auteursrecht, merkenrecht en/of enig ander intellectueel eigendomsrecht.
colofon
colofon
Het gebruik of registratie van intellectuele eigendomsrechten van Treem bv is voorbehouden aan Treem bv en is in geen enkele situatie toegestaan tenzij Treem bv daarvoor uitdrukkelijke toestemming heeft verleend.
© Treem bv, 21 mei 2021
bijlagen I
verkregen basisinformatie
bijlage I – verkregen basisinformatie Ten behoeve van deze second opinion is de volgende informatie door SBZO aan ons verstrekt: -