2021.06.30 Raadsinformatiebrief 'Routekaart Omgevingswet Oudewater'.pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
Van college van burgemeester en wethouders Vergadering van Kenmerk Z/21/019480 / D/21/025740 Portefeuillehouder Bob Duindam Portefeuille Ruimtelijke ordening en Volkshuisvesting, inclusief implementatie Omgevingswet Opsteller Tselekis, Erin Onderwerp Routekaart Omgevingswet Oudewater
Kennisnemen van In deze raadsinformatiebrief wordt de routekaart voorbereiding Omgevingswet in Oudewater beschreven. Deze routekaart geeft weer hoe we ons voorbereiden op de Omgevingswet. In de routekaart Omgevingswet geven we een terugblik op de ondernomen activiteiten en nog uit te voeren activiteiten in de periode 2017-2022. Ook wordt er een globale doorkijk gegeven van de activiteiten na de invoering van de Wet. Tenslotte gaan we in op de manier waarop we onze lobby naar het Rijk insteken ten aanzien van de kosten die gemeenten moeten maken voor de invoering en uitvoering van de nieuwe Omgevingswet en de baten die daar tegenover staan, de zogenaamde QuickScan. Wij maken ons namelijk zorgen over de structurele kosten, die nodig zijn om de wet adequaat uit te kunnen voeren.
Inleiding De invoering van de Omgevingswet is al meerdere keren uitgesteld door het Rijk. Eind vorig jaar heeft het Rijk besloten om de invoering van de Omgevingswet uit te stellen naar 1 januari 2022. En in mei jongstleden heeft het kabinet besloten om de Omgevingswet nogmaals uit te stellen tot 1 juli 2022. De voornaamste reden hiervoor is dat er geen stabiel en werkend digitaal stelstel (DSO) kan worden gerealiseerd en dat er daardoor niet genoeg tijd is geweest om ons voor te bereiden om daarmee te gaan werken. Daarmee in samenhang is de voorbereiding op het instrument Omgevingsplan en inrichting van de werkprocessen, intern- en met de ketenpartners, rond initiatieven ook nog in volle gang. De complexiteit van de hele stelselwijziging wordt zo steeds duidelijker zichtbaar. De extra tijd vanwege het uitstel van de Wet is daarmee geen overbodige luxe om de minimaal noodzakelijke voorbereiding voor de wettelijke taken gereed te hebben. Het uitstel van de wet toont enerzijds aan hoe complex de transitie van het wettelijk stelsel is. Anderzijds stelt het rijk geen financiële middelen ter beschikking aan gemeenten om de extra voorbereidingskosten die gepaard gaan met het uitstellen van de wet. Ook nu de groeiende inzichten aantonen hoe complex en arbeidsintensief de implementatie van het nieuwe wettelijk stelsel is.
Daarom zijn we steeds kritischer aan het worden over de manier waarop het Rijk omgaat met deze decentralisatie van het ruimtelijk stelsel. Ook op structureel niveau, als de Wet in werking is, verwachten we meer kosten te moeten maken ten opzichte van de uitvoering van het huidige stelsel. Het Rijk stelt op dit moment geen aanvullende middelen in het vooruitzicht en verwacht wel van gemeenten dat zij deze uitvoeren. De decentralisatie van het sociaal domein kent diverse parallellen met de omslag van het ruimtelijk stelsel in de Omgevingswet. De lessen die we daaruit hebben kunnen trekken maken ons extra alert op de aanstaande stelselwijziging in het ruimtelijke domein. Op dit moment hebben wij (en andere gemeenten) onvoldoende zicht op die structurele kosten vanaf 2022. Daarom voeren we een QuickScan uit, om die kosten goed in beeld te krijgen. In deze brief geven we u een toelichting op deze
QuickScan, in de zin van kosten, baten en impact op onze dienstverlening. Deze QuickScan biedt ons een handelingsperspectief om de invoering en uitvoering beheersbaar te houden. Ook levert het input op voor de lobby naar het Rijk waarin we onze zorgen uiten over de gang van zaken rond de decentralisatie en de beschikbare middelen. In deze raadsinformatiebrief gaan we daarom in op de volgende twee onderdelen die samenhangen met de invoering van de Omgevingswet: 1. De routekaart naar de invoering van de Omgevingswet met daarin een overzicht van de reeds uitgevoerde activiteiten en nog te ondernemen activiteiten tot aan de invoering in 2022. We nemen onze verantwoordelijkheid om op het moment dat de Omgevingswet in werking is, onze dienstverlening op het gebied van ruimtelijke initiatieven en vergunningen doorgang te laten vinden, zodat ruimtelijke procedures, bijvoorbeeld rond de woningbouw, niet tot stilstand te laten komen. Hiervoor zijn een aantal minimale acties nodig. 2. QuickScan kosten, baten en impact van de invoering en uitvoering van de Omgevingswet, ter ondersteuning van de beheersbaarheid van de kosten en de kwaliteit van dienstverlening, én ter ondersteuning voor de lobby (in samenwerking met andere gemeenten en de VNG) naar het Rijk en de effecten op de programmabegroting.
Kernboodschap Routekaart invoering Omgevingswet De routekaart invoering Omgevingswet en de activiteiten die hierin zijn opgenomen zijn gebaseerd op de minimale vereisten om na inwerkingtreding van de wet initiatieven en vergunningsaanvragen conform de Omgevingswet in behandeling te kunnen nemen. Dit is de fase voor invoering van de Wet. In deze fase zijn inspanningen erop gericht om met het nieuwe stelsel te kunnen werken met vigerende, grotendeels nu al bestaande regels. In de vervolgfase, na invoering van de wet, zijn de activiteiten gericht op het vernieuwen van beleid en regels, waarbij de beoogde Omgevingsvisie richtinggevend is. De voorbereiding op de komst van de wet kent twee fases: 1. De voorbereiding voor de invoering van de wet, en 2. De transitiefase (overgangsfase) na de invoering van de wet. Deze fases zijn weer verdeeld in twee periodes. Fase 1 wordt gekenmerkt door het verkennen (2017-2018) en het uitvoeren van alle voorbereidende activiteiten (2019 -2022). Na de invoering, vooralsnog voorzien per 1-7-2022, is er in fase 2 acht jaar ruimte voor het verder implementeren van de wet, waarbij transitie en uitvoering hand in hand gaan. De eerste jaren van transitie zal de nadruk liggen op vernieuwing van plannen, organisatie en processen. In de latere jaren ligt de nadruk op het werken met de nieuwe plannen en processen.
Gedurende alle fases blijft de spreekwoordelijke winkel open tijdens de verbouwing. De fases zijn verbeeld in afbeelding 1:
Afbeelding 1: fasering voorbereiding en transitie Omgevingswet Sinds 2017 zijn de eerste verkenningen uitgevoerd op de impact en werkwijze. Sinds medio 2019 is er een keuze gemaakt om de gevolgen van de wet primair vanuit het perspectief van het op orde krijgen van de nieuwe kerninstrumenten (o.a. omgevingsplan en omgevingsvisie) te benaderen, omdat dit essentieel is om vergunningsaanvragen in behandeling te kunnen nemen. ‘Licht, vlug en passend’ is het adagium geworden. Via deze zogenaamde instrumentele route komen ook de opgaven aan de orde rond werkprocessen, digitaal stelsel, participatie, bestuurlijke rolverdeling en organisatie. Voor de inwerkingtreding is de insteek om uitsluitend de minimale vereisten voor de inwerkingtreding op orde te hebben. Daarbij sluiten we aan op de minimale actielijst van de VNG. Dit betekent dat we bestaande regels in het bestemmingsplan en verordeningen omzetten in het nieuwe instrumentarium en ontsluiten via het digitaal stelsel (DSO). Hiermee creëren we een juridisch en beleidsmatig vangnet als grond onder vergunningaanvragen. We kiezen dan ook voor een sobere en doelmatige invoering op basis van de financiële positie van de gemeente. Als de wet inwerking is getreden gaan we nieuwe regels maken, passend bij de ambities en opgaven.
Dit gaan we doen op basis van de praktijkervaring met de nieuwe kerninstrumenten en werkprocessen die zullen worden opgesteld. Deze praktische insteek voorkomt onnodig werk aan de voorkant en past ook bij de huidige situatie waarin informatie over de praktische implicaties nog ontbreekt of mondjesmaat beschikbaar komt via VNG en Rijk. Het neemt niet weg dat we voorafgaande aan de inwerkingtreding wel een strategie hebben om in fase 2 een nieuwe Omgevingsplan te maken, qua vorm, proces en inhoud. Deze strategie noemen we de transitiestrategie. Als de wet in werking treedt moeten een aantal zaken zijn geregeld. Deze zaken zijn onder te verdelen in vier clusters: 1. Kerninstrumenten Omgevingswet (omgevingsvisie, omgevingsplan, omgevingsverordening en omgevingsvergunning). Doel: bestaande ruimtelijke regels en beleid (bestemmingsplannen, verordeningen en de bruidsschat (voormalige rijksregels)) zijn vastgelegd in de nieuwe kerninstrumenten omgevingsplan en zijn ontsloten via het digitaal stelsel. Op basis hiervan kunnen vergunningsaanvragen in behandeling worden genomen. Daarnaast er is een transitiestrategie beschikbaar voor de planvernieuwing. Ook is er een omgevingsvisie beschikbaar. 2. Werkprocessen, technisch (Digitaal Stelsel Omgevingswet) en organisatorisch.
Doel: initiatieven en vergunningsaanvragen kunnen worden ingediend in het nieuwe Omgevingsloket (onderdeel DSO) en kunnen tijdig in behandeling worden genomen, waarbij de rolverdeling tussen initiatiefnemer, ambtelijke organisatie, college, bestuur en ketenpartners is vastgelegd in werkprocessen (o.a. de coördinatiecommissie, ‘intaketafel’ en “omgevingstafel”) en procedures. Regels en plannen zijn raadpleegbaar via de technische standaarden voor het nieuwe digitaal stelsel. 3. Participatie, bestuurlijke besluitvorming en communicatie. Doel: Er is een beleid met kaders voor de participatie over elk instrument uit de Omgevingswet (omgevingsvisie, programma, omgevingsplan). Er is ook een kader voor initiatiefnemers, over wanneer participatie voor hen verplicht is. Daarnaast is er een delegatiebesluit genomen waarin bevoegdheden tussen raad en college zijn vastgelegd. Ook wordt het adviesrecht van de gemeenteraad vastgelegd. Tenslotte wordt er een besluit genomen tot instelling van een adviescommissie ruimtelijke kwaliteit (huidige MooiSticht) ingesteld.
4. Financiële huishouding. Doel: De structurele lasten als gevolg van de uitvoering van de wet en structurele inkomsten zijn in beeld en zijn vertaald naar passende afspraken tussen uitvoeringsdiensten (ODRU), een nieuwe legesverordening, borging via de nota kostenverhaal en zijn tevens aanhangig gemaakt bij de minister. Om voor deze vier clusters minimaal op orde te zijn wordt er gewerkt aan diverse producten en zijn een aantal besluiten in voorbereiding die voor juli 2022 worden voorgelegd. In tabel 1 is hiervan een overzicht opgenomen. Met het nieuwe uitstel van de Omgevingswet tot 1-7-2022 ontstaat er meer ruimte voor de voorbereiding. Echter, gezien de gemeenteraadverkiezingen in maart 2022, zullen alle bestuurlijke besluiten zo veel mogelijk voor 2022 genomen worden. Uitzondering hierop is de leges verordening. Deze kan pas voor de inwerkingtreding van de wet, in juni 2022, vastgesteld worden. We benadrukken dat dit de minimale taken zijn om de invoering van de Omgevingswet in 2022 te laten slagen en onder de nieuwe wet nog steeds initiatieven in behandeling te kunnen nemen. We streven ernaar om deze overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen. Daarin zoeken we ook steeds naar de weg die daar het beste bij past bij ‘licht, vlug en passend’. Dit betekent geen grote veranderingen of een radicaal nieuwe koers.
We sluiten aan bij wat er nu is, wat al goed is en vormen dat om tot het nieuwe systeem. Tabel 1. Bestuurlijke kalender, besluiten ter voorbereiding op de Omgevingswet 1. Delegatiebesluit 2. Advies en instemrecht raad 3. Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit 4. Kaders participatie Omgevingswet
Oktober 2021
5. Omgevingsvisie
December 2021
6. Legesverordening 7. Planschadeverordening 8. Nota kostenverhaal 9. Handhavingsbeleid en uitvoeringsprogramma, inclusief Wet Kwaliteitsborging
Juni 2022
Financiën QuickScan kosten, baten en impact dienstverlening Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet kent twee soorten kosten: implementatiekosten (incidentele projectkosten) en uitvoeringskosten (structureel). Voor de structurele lasten wordt er op dit moment vanuit gegaan dat gemeenten hiervoor geen aanvullende rijksbijdragen krijgen ten opzichte van de financiële bijdragen (o.a. via het gemeentefonds). Meer inzicht in de structurele kosten is echter gewenst en momenteel worden deze in regionaal verband (VNG/ODRU) in kaart gebracht en tevens onder de aandacht gebracht bij de minister. Het uitgangspunt van dit lobbytraject is dat extra kosten niet vanzelfsprekend thuishoren bij gemeenten, maar dat dit vraagt om een extra structurele bijdrage van het Rijk aan gemeenten. De QuickScan Omgevingswet stellen we op zodat we concreet inzicht krijgen in de kosten, baten en impact dienstverlening als gevolg van de invoering en uitvoering van de Omgevingswet. In de QuickScan komen achtereenvolgens aan bod: De nog verwachten incidentele kosten van invoering van de wet, mocht deze wederom worden uitgesteld. In mei 2021 besloot het Rijk om de invoering van de Omgevingswet nogmaals uit te stellen tot 1 juli 2022. Deze extra tijd is nodig om een stabiel en een werkend digitaal stelsel te realiseren.
In het fysieke domein is er een ketenafhankelijkheid tussen overheidslagen en andere (overheid)partijen. Een raming van de financiële structurele kosten en baten voor de uitvoering van de wet. Voor het verkrijgen van dit inzicht sluiten we aan op de lopende activiteiten voor de nieuwe legesverordening en nota kostenverhaal (zie routekaart hierboven), en maken we gebruik van de VNG en samenwerking met regiogemeenten.
Een scan van de kwaliteit van onze dienstverlening onder invloed van de transitiefase vanaf de invoering van de wet, waarin regels en werkprocessen rond initiatieven en vergunningen gaan veranderen. Ons uitgangspunt dat we in deze scan hanteren voor deze transitie is om de bestaande werkwijze zoveel mogelijk te handhaven binnen de mogelijkheden van de nieuwe wet, omdat we verwachten dat dit de beste kwaliteit van dienstverlening oplevert als het loket openblijft tijdens de verbouwing. Met behulp van deze scan zoeken we de maximale ruimte op als het gaat om het voorkomen van kosten waarvan we de gevolgen nog niet goed kunnen overzien omdat de inzichten pas toenemen op het moment dat we werken onder de nieuwe wet. De QuickScan wordt opgeleverd in september dit jaar. Op basis hiervan zullen we uw raad informeren en betrekken bij de vervolgstappen voor de structurele kostenbeheersing, de continuïteit van dienstverlening en de lobby naar het rijk. De afgelopen jaren zijn de implementatiekosten (incidentele projectkosten) van de Omgevingswet gedekt uit de voorziening actualisatie bestemmingsplannen en structuurplannen. Deze laatste fase van de implementatie tot aan inwerkingtreding van de wet, wordt middels dit resterende budget van € 55.000 gefinancierd.
De totale kosten voor de implementatie komen daarmee voor de jaren 2018 tot en met 2021 op € 125.000,- Daarna zal de gemeente Oudewater afhankelijk zijn van implementatiegelden vanuit de Rijksoverheid.
Vervolg Vooruitblik 2022 en verder Voor de structurele lasten in 2022 e.v. wordt op dit moment ervanuit gegaan dat gemeenten hiervoor geen aanvullende rijksbijdragen krijgen ten opzichte van huidige situatie. Inzicht in de structurele kosten wordt in regionaal verband in beeld gebracht en ook onder de aandacht gebracht bij de minister. Zelf voeren we de QuickScan kosten, baten en impact dienstverlening Omgevingswet, welke we in september dit jaar verwachten op te leveren. De uitkomst gebruiken in de regionale lobby trajecten en in het bijzonder het VNG-traject. Over de structurele lasten en inkomsten als gevolg van de nieuwe wet zullen we u later dit jaar informeren, onder andere op basis van de uitkomsten van de QuickScan.
Bijlagen -