CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzennota (geanonimiseerd).pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 9 april 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 6: Bestemmingsplan "Bedrijventerrein de Rieze 2021"13.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Door het bedrijf en de activiteit stralen specifiek te bestemmen wordt gezorgd dat de planologische situatie in lijn ligt met de vergunde situatie op het gebied van milieu. Er is hiermee geen sprake van een planologische verslechtering, omdat onder het huidig geldende bestemmingsplan is geregeld dat wijzigingen in activiteiten qua aard en omvang de omgeving niet negatief mogen beïnvloeden. Hiervan zou sprake zijn als stralen elders op het perceel gaat plaatsvinden. Conclusie en voorstel Het bedrijf wordt specifiek bestemd als ‘‘specifieke vorm van bedrijf – metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf’’ zodat de planologische situatie overeenkomt met de feitelijk vergunde situatie. Ook de activiteit stralen wordt specifiek bestemd als ‘specifieke vorm van metaaloppervlaktebehandeling – stralen’. Dit wordt opgenomen onder artikel 3.1 onder a. Deze zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan op dit onderdeel gewijzigd vast te stellen. Artikel 3.1 onder a van de regels wordt gewijzigd

6.3.2 Toekenning milieucategorie 4.1 aan locaties C en D Behandelde zienswijzen: 5.5 en 5.7

Indiener constateert dat voor een deel van het bedrijf (de zuidzijde) op locatie C de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 4.1’ is toegekend. Ook wordt geconstateerd dat aan het naastgelegen perceel van locatie C de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 4.1’ is toegekend, terwijl volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten op deze locatie kan worden volstaan met de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2. Indiener veronderstelt dat vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, het niet noodzakelijk is om ook het gebruik van het naastgelegen perceel te beperken tot ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’. Dan zou ook aan locatie C de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 4.1’ moeten worden toegekend. Daarbij haalt de indiener de indicatieve hinderafstanden aan behorende bij ‘gemengd gebied’ waar volgens de indiener in het ontwerpbestemmingsplan van is uitgegaan. Er zou sprake zijn van een planologische verslechtering, indien het bestemmingsplan niet ongewijzigd wordt vastgesteld en indien de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 4.1’ niet wordt toegekend. Ook wordt gevraagd om het bestemmingsplan zodanig (gewijzigd) vast te stellen dat alle werkzaamheden op locatie D positief zijn bestemd, ook voor zover deze op zichzelf bezien als categorie 4.1 kunnen worden aangemerkt.

Gemeentelijke beantwoording Voorliggend bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Rieze 2021’ betreft een actualisatie waarbij de bestaande legale situatie is overgenomen en daarmee ook de bestaande milieuzonering voor de desbetreffende locatie. In paragraaf 6.3.1 is de planologische situatie van de geldende bestemmingsplannen uiteengezet en is gekeken naar de vergunde situatie op het gebied van milieu en hoe dit zich verhoudt met voorliggend bestemmingsplan. Er is toegelicht dat de feitelijk vergunde situatie wordt overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Hierdoor is geen sprake van een planologisch verslechterde situatie. Dit geldt zowel voor locatie C als locatie D. In paragraaf 6.1.2 is ingegaan op de inwaartse zonering wegens de nabijheid van woningen en campings in de omgeving. Hierdoor heeft de kern van het bedrijventerrein een hogere milieucategorie dan de randen. Er kan niet zomaar gesteld worden dat aan locatie C een hogere milieucategorie toegekend dient te worden. Per activiteit (met een hogere milieucategorie dan milieucategorie 3.2) zou onderzocht moeten worden of ter plaatse sprake is van hinder, mits deze al niet positief wordt bestemd. Uit de inventarisatie van locatie C is gebleken dat de huidige activiteiten van het bedrijf passend zijn in zowel de huidig geldende bestemmingsplannen als het voorliggende bestemmingsplan (zie paragraaf 6.3.1).

Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan op dit onderdeel gewijzigd vast te stellen. Indien het bedrijf een andere bedrijfsactiviteit wil verrichten dan wat onder de huidig geldende bestemmingsplannen en straks bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein de Rieze 2021’ is toegestaan, dient het bedrijf een officiële aanvraag met motivering in te dienen.

6.3.3 Voorstel om bedrijf specifiek te bestemmen als ‘specifieke vorm van bedrijf – metaalbewerking’, Behandelde zienswijzen: 5.4 en 5.18

Indiener stelt voor om aan locaties C en D de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – metaalbewerking’ toe te kennen. Echter moet dan vast komen te staan dat de concrete werkzaamheden van het bedrijf binnen deze functieaanduiding zijn toegestaan. Gemeentelijke beantwoording In de beantwoording van zienswijze 6.3.1 is de huidige planologische situatie van locaties C en D uiteengezet en is gekeken naar de feitelijk vergunde situatie op het gebied van milieu. Om te zorgen dat de feitelijk vergunde situatie wordt overgenomen, is voorgesteld om het bedrijf op locatie D specifiek te bestemmen als ‘‘specifieke vorm van bedrijf – metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf’’. Uit de inventarisatie van de omgevingsdienst is gebleken dat deze specifieke aanduiding meer aansluit op de bedrijfsactiviteiten dan de voorgestelde aanduiding “Specifieke vorm van bedrijf –

metaalbewerking”. Met het opnemen van de specifieke bestemming ‘‘specifieke vorm van bedrijf – metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf’’ wordt verondersteld dat de bedrijfsactiviteiten positief zijn bestemd. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan op dit onderdeel gewijzigd vast te stellen. Het bedrijf wordt op locatie D specifiek bestemd als ‘‘specifieke vorm van bedrijf – metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf’’. Artikel 3.1 onder a van de regels en de verbeelding worden hierop gewijzigd.

6.4 (Buiten)opslag Behandelde zienswijzen: 4.13, 4.14, 4.15, 4.16, 4.17, 5.9, 5.10, 5.11, 5.12, 5.13, 5.14, 5.15, 5.21, 5.22

6.4.1 Uiteenzetting planologische situatie (buiten)opslag Om de zienswijzen over (buiten)opslag te beantwoorden, worden eerst de planologische situatie van voorliggend bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Rieze 2021’ en de geldende bestemmingsplannen voor locaties A t/m D uiteengezet. (Buiten)opslag onder ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Rieze 2021’ In artikel 3.3.3 sub a t/m d van het ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Rieze 2021’ is het volgende geregeld: 3.3.3 (Buiten)opslag a.

Voor zover de onbebouwde gronden worden gebruikt voor opslag, mag de totale oppervlakte die wordt gebruikt voor opslag niet meer bedragen dan 1500 m2; b. Opslag mag uitsluitend plaatsvinden achter de naar de wegzijde gekeerde (voorste) bouwgrens of het denkbeeldig verlengde daarvan; c. Voor zover onbebouwde gronden, gelegen buiten het bouwvlak, worden gebruikt voor opslag, mag de totale hoogte van de opslag, gemeten vanaf het aansluitende afgewerkte terrein, niet meer dan 2 meter bedragen; d. In afwijking van het gestelde bij sub a, b en c mag ter plaatse van de aanduiding 'opslag' de totale oppervlakte die wordt gebruikt voor opslag niet meer bedragen dan 85 % met een hoogte van maximaal 4 meter; 3.3.4 Vuiloverslagstation a. Op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein vuiloverslagstation' is toegestaan een vuiloverslagstation voor zover het bedrijf met het oog op de mate van beïnvloeding van de omgeving, aantoonbaar geen grotere hinder veroorzaakt dan de bedrijven die zijn toegestaan volgens de ter plaatse opgenomen aanduiding; b. Op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein vuiloverslagstation' mag de totale hoogte van de opslag boven het aansluitende afgewerkte terrein niet meer dan 3 m bedragen

De huidige planologische situatie van buitenopslag bij locaties A en B Locatie A valt onder het geldend bestemmingsplan ‘De Rieze V, Gedeeltelijke Herziening A, VCR’ en locatie B valt onder het geldend bestemmingsplan ‘De Rieze V, Gedeeltelijke Herziening B’. In beide bestemmingsplannen is opslag geregeld in artikel 4, lid 4 welke in beide bestemmingsplannen luidt: a.

Voor zover het open erf wordt gebruikt voor opslag, mag de totale oppervlakte die wordt gebruikt voor opslag niet meer bedragen dan 1500 m²; b. Voor zover het open erf wordt gebruikt voor opslag, mag dit uitsluitend voor de opslag van materialen of goederen en achter de naar de wegzijde gekeerde (voorste) bebouwingsgrens of

het denkbeeldig verlengde daarvan, nog buiten de op de kaart als “gebied waaraan beeldkwaliteitseisen worden gesteld” aangegeven gronden, en mag de totale hoogte van de opslag boven het aansluitende afgewerkte terrein niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat: 1. Indien het betreft het open erf gelegen binnen 6 m vanaf de zijdelings of achterste bouwperceelgrenzen, door de opslag de bereikbaarheid (bijv. voor de brandweer) van de gebouwen niet mag worden belemmerd; 2. Indien de gronden op de kaart nader aangeduid zijn met “gebied als bedoeld in artikel 4, lid 1, sub b, de totale hoogte van de opslag boven het aansluitende afgewerkte terrein niet meer dan 3 m mag bedragen. Zowel locatie A als locatie B zijn aangeduid als ‘gebied als bedoeld in artikel 4, lid 1, sub b’ (afvalverwerkend bedrijf). De huidige planologische situatie van buitenopslag bij locatie C Locatie C valt deels onder het plangebied van bestemmingsplan ‘Industrieterrein De Rieze, Gedeeltelijke Herziening B’, welke de voorschriften van bestemmingsplan ‘Industrieterrein De Rieze’ heeft herzien en deels onder geldend bestemmingsplan ‘Industrieterrein De Rieze II, Gedeeltelijke Herziening A’. Verder valt locatie C geheel onder geldend bestemmingsplan ‘Inperking grootschalige bedrijfsmatige activiteiten parapluplan’, welke de voorschriften van voorgenoemde bestemmingsplannen gedeeltelijk heeft herzien.

Bestemmingsplannen ‘Industrieterrein De Rieze, Gedeeltelijke Herziening B’ en ‘Industrieterrein De Rieze II, Gedeeltelijke Herziening A’ hebben beiden opslag geregeld in artikel 12, lid 6, welke bij beide plannen luidt; Voor zover het open erf, gelegen buiten de bouwgrenzen, wordt gebruikt voor opslag, mag dit uitsluitend geschieden voor opslag van materialen of goederen en mag de totale hoogte van de opslag boven het aansluitende terrein niet meer dan 2 meter bedragen. In bestemmingsplan ‘Inperking grootschalige bedrijfsmatige activiteiten parapluplan’ is een wijziging aangebracht op de voorschriften betreffende opslag, zoals opgenomen in de voorschriften van bestemmingsplannen ‘Industrieterrein De Rieze, Gedeeltelijke Herziening B’ en ‘Industrieterrein De Rieze II, Gedeeltelijke Herziening A’. De wijziging zoals geregeld in bestemmingsplan ‘Inperking grootschalige bedrijfsmatige activiteiten parapluplan’ is dat het bestaande artikel 12, lid 6 wordt vernummerd tot lid 6, sub c en aan lid 6 het nieuwe sub a en sub wordt toegevoegd. De gehele regeling over opslag, geldend voor de gehele locatie C luidt (artikel 12, lid 6): a.

Voor zover het betreft de groothandel in meubels van de begane grond ten hoogste 50% van het bebouwd oppervlak mag worden gebruikt voor opslag; b. Voor zover het open erf wordt gebruikt voor opslag, mag de totale oppervlakte die wordt gebruikt voor opslag niet meer bedragen dan 1500 m2; c. Voor zover het open erf, gelegen buiten de bouwgrenzen, wordt gebruikt voor opslag, mag dit uitsluitend geschieden voor opslag van materialen of goederen en mag de totale hoogte van de opslag boven het aansluitende terrein niet meer dan 2 meter bedragen. De huidige planologische situatie van buitenopslag bij locatie D Locatie D valt onder het geldend bestemmingsplan ‘De Rieze III’ en onder geldend bestemmingsplan ‘Inperking grootschalige bedrijfsmatige activiteiten parapluplan’, waarbij de regels van bestemmingsplan ‘De Rieze III’ (deels) zijn herzien. Opslag is in bestemmingsplan ‘De Rieze III’ geregeld in artikel 4, lid 2,3, welke luidt; Voor zover het open erf gelegen buiten het bebouwingsoppervlak, wordt gebruikt voor opslag, mag dit uitsluitend geschieden voor opslag van materialen of goederen en mag de totale hoogte van de opslag boven het aansluitende afgewerkte terrein niet meer dan 2 meter bedragen.

In bestemmingsplan ‘Inperking grootschalige bedrijfsmatige activiteiten parapluplan’ is een wijziging aangebracht op de voorschriften betreft opslag, zoals opgenomen in de voorschriften van bestemmingsplan ‘De Rieze III’. De wijziging zoals geregeld in bestemmingsplan ‘Inperking

grootschalige bedrijfsmatige activiteiten parapluplan’ is dat het bestaande artikel 4, lid 2.3 wordt vernummerd tot lid 2.3, sub b en aan lid 2.3 wordt het nieuwe sub a toegevoegd. De gehele regeling over opslag, geldend voor de gehele locatie D luidt (artikel 4, lid 2.3): a.

Voor zover het open erf wordt gebruikt voor opslag, mag de totale oppervlakte die wordt gebruikt voor opslag niet meer bedragen dan 1500 m2; b. Voor zover het open erf gelegen buiten het bebouwingsoppervlak, wordt gebruikt voor opslag, mag dit uitsluitend geschieden voor opslag van materialen of goederen en mag de totale hoogte van de opslag boven het aansluitende afgewerkte terrein niet meer dan 2 meter bedragen.

6.4.2 Toegestane oppervlakte aan (buiten)opslag Behandelde zienswijzen: 4.13, 4.14, 4.15 5.10, 5.11, 5.12 en 5.21 Indiener van zienswijze 4 haalt voor locaties A en B aan dat in artikel 3.3.3 onder a van het ontwerpbestemmingsplan is bepaald dat, voor zover de onbebouwde gronden worden gebruikt voor opslag, de totale oppervlakte daarvan niet meer mag bedragen dan 1500 m². Indiener stelt dat dat de oppervlakte van de onbebouwde gronden substantieel groter is dan 1500 m² bij het bedrijf waarop de zienswijze betrekking heeft. Volgens indiener mag onder het geldende bestemmingsplan ‘De Rieze V, Gedeeltelijke Herziening A, VCR’ het gehele perceel met de aanduiding ‘afvalbewerkend bedrijf’ worden gebruikt door het bedrijf, inclusief het opslaan van materialen en goederen e.d. en dat de beperking van de buitenopslag tot 1500 m² hierop niet voorziet. Voor de continuïteit van het bedrijf stelt de reclamant dat het essentieel is dat het nieuwe bestemmingsplan voorziet dat op de gehele percelen een afvalverwerkend bedrijf mag zitten, inclusief het gebruik van het gehele onbebouwde terrein voor de opslag van materialen en goederen e.d. Indiener haalt in zienswijze 5 voor locaties C en D aan dat ook niet voldaan wordt aan artikel 3.3.3 onder a van de regels van ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Rieze 2021’.

Voor de continuïteit van het bedrijf wordt gesteld dat het van essentieel belang is dat (ook) deze beperking weer ongedaan wordt gemaakt en de bestaande opslag positief wordt bestemd. Daarnaast geeft de indiener aan dat het niet voldoende duidelijk is hoe de 'totale oppervlakte' als bedoeld in artikel 3.3.3 onder a van de regels van ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Rieze 2021’ moet worden berekend. Is dat per bedrijf - óók indien een bedrijf op meerdere plaatsen binnen de inrichting buitenopslag heeft - of per buitenopslag? Hoe dan ook, voor de continuïteit van het bedrijf is het noodzakelijk dat (ook) het nieuwe bestemmingsplan niet in de weg staat aan de huidige buitenopslagen van het bedrijf. Verder vraagt de indiener om in overweging mee te nemen om aan locaties A, B en C de aanduiding ‘opslag’ als bedoeld in artikel 3.3.3, sub d van ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Rieze 2021’ toe te kennen. Voor locatie D wordt aandacht gevraagd betreft de maximaal toegestane oppervlakte (1500 m²) en hoogte (2 meter) van de buitenopslag. Gemeentelijke beantwoording In paragraaf 6.4.1 is de huidige planologische situatie van locaties A t/m D uiteengezet. Voor locatie A en B is de totale oppervlakte van maximaal 1500 m² geregeld in artikel 4, lid 4, sub a van bestemmingsplannen ‘De Rieze V, Gedeeltelijke Herziening A, VCR’ en ‘De Rieze V, Gedeeltelijke Herziening B’.

Voor locaties C en D is een aanvulling op de voorschriften voor opslag geregeld in bestemmingsplan ‘Inperking grootschalige bedrijfsmatige activiteiten parapluplan’, waaronder de totale oppervlakte van maximaal 1500 m². Dit betekent voor locaties A t/m D dat ook in de huidige situatie een totale oppervlakte van maximaal 1500 m² aan opslag is toegestaan, waardoor in voorliggend bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Rieze 2021’ geen sprake is van een aangepaste regeling. De regeling geldt per bedrijf, ook als binnen een inrichting op meerdere plaatsen sprake is van buitenopslag. De aanduiding ‘opslag’ voor de huidige planologische situatie ook niet benodigd. De beantwoording van de zienswijze over de hoogte is in paragraaf 6.4.3 opgenomen.

Conclusie en voorstel Deze zienswijzen geven geen aanleiding om het bestemmingsplan op dit onderdeel gewijzigd vast te stellen. Indien de bedrijven een groter toegestane oppervlakte aan opslag wensen, dienen zij hiervoor een officiële aanvraag met motivering in te dienen.

6.4.3 Toegestane hoogte van (buiten)opslag Behandelde zienswijzen: 4.17, 5.14, 5.21 Indiener geeft in zienswijze 4 aan dat bij (deels soortgelijke) andere bedrijven een maximale opslaghoogte van 4 meter is toegestaan in het ontwerpbestemmingsplan, terwijl op de locatie waarop de zienswijze betrekking heeft, een maximale opslaghoogte van 3 meter is toestaan. Er is eerder verzocht om een hogere opslaghoogte, maar maximaal 3 meter zou mogelijk zijn. De percelen waarop een maximale opslaghoogte van 4 meter is toegekend, hebben de aanduiding ‘opslag’, hetgeen op grond van artikel 3.3.3 onder d van het ontwerpbestemmingsplan betekent dat ter plaatse - naast een andere maximale oppervlakte voor de buitenopslag – tot maximaal 4 meter hoogte mag worden opgeslagen. Gelet op het type bedrijf is het volgens de indiener van belang dat ook ter plaatse van zijn percelen een maximale opslag van 4 meter wordt toegestaan. Indiener geeft aan niet in te zien waarom bij andere (deels soortgelijke bedrijven) wel een opslaghoogte van 4 meter aanvaardbaar wordt gevonden, en bij het bedrijf waarop de zienswijze betrekking heeft niet. Indiener heeft voor locatie C een overzichtstekening in de zienswijze toegevoegd.

Hierop geeft indiener ook aan dat de hoogte van de opslag in de bestaande situatie hoger is dan 2 meter, wat volgens de indiener niet anders kan vanwege de afmetingen van de specifieke materialen en goederen die hier worden opgeslagen. Ook bij locatie D vraagt indiener aandacht voor de toegestane hoogte van de buitenopslag. Er wordt verzocht om op beide locaties een maximale opslaghoogte van 4 meter toe te staan. Gemeentelijke beantwoording Voorliggend bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Rieze 2021’ betreft een actualisatie waarbij de bestaande legale situatie is overgenomen, dit geldt ook voor de maximaal toegestane oppervlakte en de hoogte van opslag (zie ook paragraaf 6.4.1). Voor locatie A en B geldt een maximale hoogte van 3 meter onder zowel de huidige bestemmingsplannen als voorliggend bestemmingsplan. Voor de locaties C en D betreft de maximale hoogte reeds 2 meter in de huidige bestemmingsplannen. Indien een hogere opslaghoogte is gewenst, dient een officiële aanvraag met motivering te worden ingediend. Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan op dit onderdeel gewijzigd vast te stellen. Voor locaties A, B, C en D is geen sprake van een planologische verslechtering op het gebied van de hoogte in opslag.

Indien de bedrijven een groter toegestane oppervlakte en opslaghoogte wensen, dienen zij hiervoor een officiële aanvraag met motivering in te dienen.

6.4.4 Overige zienswijzen over (buiten)opslag Behandelde zienswijzen: 4.16, 5.9, 5.13, 5.15, 5.22 Indiener van zienswijze 5 is het niet eens met artikel 3.3.3 onder b van de regels van ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Rieze 2021’, op grond waarvan (buiten)opslag uitsluitend mag plaatsvinden achter de naar de wegzijde gekeerde (voorste) bouwgrens of het denkbeeldig verlengde daarvan. Op locatie C is op meerdere plaatsen sprake van buitenopslag. Ook geeft indiener met een overzichtstekening aan dat sprake is van buitenopslag voor de naar de wegzijde gekeerde (voorste) bouwgrens. Dit betreft het buitenterrein aan de noordwestzijde van het desbetreffende perceel. De aangegeven opslag op de overzichtstekening is volgens indiener essentieel voor de bedrijfsvoering en niet in strijd met het huidige bestemmingsplan. Er wordt verzocht om deze opslag positief te bestemmen.

Verder geeft indiener van zienswijze 4 en 5 aan dat de bedrijven het niet eens te zijn met artikel 3.3.3 sub e van het ontwerpbestemmingsplan. Hierin is bepaald dat, indien de onbebouwde gronden die gebruikt worden voor opslag binnen 6 meter liggen vanaf de zijdelingse of achterste bouwperceelgrens liggen, de bereikbaarheid van gebouwen (o.a. bij calamiteiten) niet mag belemmeren en dat de geëiste afstand tot de zijdelingse perceelgrens minimaal aan één zijde vrij moet blijven van opslag. In beide zienswijzen wordt aangegeven dat dit niet in de huidig geldende bestemmingsplannen is opgenomen, waardoor er ook geen rekening is gehouden bij de huidige buitenoplag(en). Er zou sprake zijn van het weg bestemmen van bestaand gebruik. Gemeentelijke beantwoording De bepaling dat (buiten)opslag uitsluitend mag plaatsvinden achter de naar de wegzijde gekeerde (voorste) bouwgrens of het denkbeeldig verlengde daarvan is opgenomen in de bestemmingsplannen voor bedrijventerrein De Rieze vanaf bestemmingsplan ‘De Rieze IV’ om zo een gewenst straat- en bebouwingsbeeld te waarborgen. Bij deze actualisatie voor bedrijventerrein De Rieze waarbij er van meerdere bestemmingsplannen wordt overgegaan naar één bestemmingsplan is ervoor gekozen om zoveel mogelijk uniforme regels te hanteren voor het gehele plangebied. Dit bevordert de leesbaarheid en gebruiksvriendelijkheid van het bestemmingsplan.

Daarnaast zorgen de regels voor opslag voor een gewenst straat- en bebouwingsbeeld voor het gehele bedrijventerrein. De (buiten)opslag voor de naar de wegzijde gekeerde (voorste) bouwgrens zal voor locatie C onder het overgangsrecht vallen. Zo kan uiteindelijk aan de gewenste ruimtelijke uitstraling van het bedrijventerrein worden voldaan. Over de bepaling zoals opgenomen in artikel 3.3.3 onder e van voorliggend bestemmingsplan kan het volgende gesteld worden: Voor locatie A en B hebben de geldende bestemmingsplannen ‘De Rieze V, Gedeeltelijke Herziening A, VCR’ en ‘De Rieze V, Gedeeltelijke Herziening B’ de benoemde bepaling uit artikel 3.3.3 sub e van het ontwerpbestemmingsplan reeds opgenomen, waardoor voor locaties A en B geen sprake is van een aangepaste regeling (zie ook paragraaf 4.6.1). Voor locaties C en D hebben de geldende bestemmingsplannen ‘Industrieterrein De Rieze’, De Rieze II, Gedeeltelijke Herziening A’ en ‘De Rieze III’ geen bepaling hierover opgenomen, waardoor wel sprake is van een aangepaste planologische situatie voor locaties C en D. De bepaling is in de loop der jaren in bestemmingsplannen opgenomen vanwege voortschrijdend inzicht op het gebied van brandveiligheid. De gemeente hecht belang aan een veilig bedrijventerrein waarbij het risico op brand zoveel mogelijk wordt weggenomen.

De gemeente kiest er daarom voor om de bepaling voor het gehele bedrijventerrein te laten bepalen en hierop geen uitzondering te maken. Voor locaties C en D betekent dit dat het huidig gebruik onder het overgangsrecht valt. Conclusie en voorstel Deze zienswijzen geven geen aanleiding om het bestemmingsplan op dit onderdeel gewijzigd vast te stellen, aangezien het voor de gemeente wenselijk is om een eenduidige regeling (artikel 3.3.3 onder e) wegens brandveiligheid en gewenste straat- en bebouwingsbeeld (artikel 3.33 onder b) op te nemen. Op dit gebied vallen locaties C en D onder het overgangsrecht.

6.5 Afstand tot bouwvlak Behandelde zienswijzen: 4.18, 5.16 Indiener vraagt in zienswijzen 4 en 5 aandacht voor artikel 3.2.1c van ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Rieze 2021’. Het artikel is niet voldoende duidelijk, omdat niet staat aangegeven van wat de afstand tot de perceelgrens is bedoeld. Gemeentelijke beantwoording Artikel 3.2.1 onder c van het ontwerpbestemmingsplan luidt; de afstand tot de binnen het bouwvlak vallende perceelgrenzen is minimaal 5 meter. Het artikel is inderdaad niet voldoende duidelijk, want uit het artikel valt niet te herleiden vanuit welk object wordt gemeten. Het artikel wordt aangepast zodat het duidelijk wordt. Hetzelfde geldt voor artikel 4.2.1 onder c.

Conclusie en voorstel Deze zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Artikel 3.2.1 onder c en artikel 4.2.1 onder c worden aangepast naar: de afstand van bebouwing tot de binnen het bouwvlak vallende perceelgrenzen dient tenminste 5 m te bedragen”

7: Nota van wijzigingen In dit hoofdstuk zijn de wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen en ambtshalve wijzigingen opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen wijzigingen in de toelichting, de regels en de verbeelding van het bestemmingsplan.

7.1 Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen Toelichting • Paragraaf 2.3.4: Er is tekst opgenomen over de activiteiten die onder de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – vuiloverslagstation’ vallen. • Paragraaf 2.3.5: Er is tekst opgenomen over de ruimtelijke procedures die aan de Hogenkamp 37 hebben plaatsgevonden. Dit betreft tijdelijke omgevingsvergunningen voor het toestaan van opslag met een oppervlakte van meer dan 1500 m² en het toestaan van een portaalkraan. Met voorliggend bestemmingsplan worden deze ontwikkelingen permanent vergund. Ook aan de Hogenkamp 26-28 is een portaalkraan tijdelijk vergund, welke met voorliggend bestemmingsplan permanent wordt vergund. Hierover is ook tekst opgenomen. • Paragraaf 4.2.3. is aangevuld met tekst over waterberging en is de watertoetstabel vanwege de bestaande persleiding aangepast naar aanleiding van advies van het Waterschap; • Paragraaf 4.2.4 is aangepast naar aanleiding van advies van het Waterschap; Regels • Artikel 3.1 onder a: Het woord ‘eveneens’ is aangepast naar ‘tevens’ • Aan artikel 3.1 onder a is toegevoegd; een gasontvangstation, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – gasdrukmeet- en regelstation.

• Aan artikel 3.1 onder a is toegevoegd; een metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf’, met uitzondering dat de activiteit ‘stralen van metalen’ alleen is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van metaaloppervlaktebehandeling – stralen’. • Artikel 3.2.1 onder c en artikel 4.2.1 onder c is herschreven tot: “de afstand van bebouwing tot de binnen het bouwvlak vallende perceelgrenzen dient tenminste 5 m te bedragen” • Artikel 10.3 is herschreven tot 10.3 onder a: Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: het wijzigingen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten; • Artikel 10.3 onder b is toegevoegd aan artikel 10.3 welke betrekking heeft op opslag op gronden met de bestemming ‘Leiding – Gas’. • Artikel 10.4 onder a is herschreven tot: geen afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de betreffende leiding en vooraf schriftelijk advies van de leidingbeheerder is ingewonnen; • Artikel 10.5 onder a is herschreven tot: geen afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de betreffende leiding en vooraf schriftelijk advies van de leidingbeheerder is ingewonnen; • Artikel 10.6 is toegevoegd.

Hierin is een vergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen. • Artikel 11 ‘Leiding – Riool’ is toegevoegd ten behoeve van de aanwezige persleiding in het gebied; • Artikel 11 t/m 19 is hernummerd naar artikel 12 t/m 20. • Artikel 17 is hernummerd naar artikel 18, waarbij artikel 18.1 ‘Milieuzone – Geurzone’ is toegevoegd ten behoeve van het gemaal; • Artikel 17.1 is hernummerd en gewijzigd naar artikel 18.2 ‘Veiligheidszone – Activiteitenbesluit’

• • •

Artikel 21 ‘Overige regels’ en artikel 21.1 ‘voorrangsregels’ is toegevoegd ten behoeve van de voorrangsbepalingen dubbelbestemmingen ‘Leiding – Gas’ en ‘Leiding – Riool’ Artikel 20 en 21 zijn hernummerd naar artikel 22 en 23. De opmaak van bijlage van de regels – bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten – Bedrijventerrein is gewijzigd; de laatste kolom is passend op de pagina gemaakt.

Verbeelding • Ter plaatse van het gasontvangstation is de aanduiding ‘nutsvoorziening’ vervangen door de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – gasdrukmeet en regelstation’; • Ter plaatse van het gasontvangstation is de gebiedsaanduiding ‘Veiligheidszone – Bevi’ in vorm en benaming gewijzigd naar ‘Veiligheidszone – Activiteitenbesluit’. • De belemmeringenstrook dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ is versmald tot 4 meter ter weerszijden van de hartlijn van de leiding; • De dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’ is opgenomen ten behoeve van de persleiding; • De gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – Geurzone’ is opgenomen ten behoeve van het gemaal. • De functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf’ is toegevoegd ter plaatse van locatie D om het bedrijf specifiek te bestemmen. • De functieaanduiding ‘specifieke vorm van metaaloppervlaktebehandeling – stralen’ is toegevoegd ten behoeve van de activiteit stralen bij metaaloppervlaktebehandeling.

7.2 Ambtshalve wijzigingen Naast de wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen worden ook een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Deze staat hieronder opgesomd. Toelichting • Paragraaf 1.5: Hoofdstuk 6 is toegevoegd aan de leeswijzer. • Paragraaf 4.4.1 is aangevuld met tekst over stikstofdepositie en de uitgevoerde aerius-berekening; • Paragraaf 6.2.2 is aangepast met tekst over de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan en aangevuld met tekst over de binnengekomen zienswijzen. • Bijlage 5 van de toelichting – Aerius-berekening met bijlagen is toegevoegd aan de stukken. • Bijlage 6 van de toelichting – Nota van zienswijzen is toegevoegd aan de stukken. Regels • Artikel 1.42: Begripsbepaling van ‘kantoor’ geactualiseerd.

• Artikel 12.4.1 onder a is hernummerd naar artikel 13.4.1 onder a en is aangevuld met ‘over een oppervlakte van meer dan 250 m²’; • Artikel 13.4.1 onder a is hernummerd naar artikel 14.4.1 onder a en is aangevuld met: ‘over een oppervlakte van meer dan 1000 m²; Verbeelding • De aanduiding ‘geluidscherm’ is verplaatst ten behoeve van de persleiding; • Ter plaatse van de Zeskamp is de bestemming ‘Tuin – Gaarde’ aangepast naar de bestemming ‘Verkeer’ • Het bouwvlak op de locaties Ettenseweg 7, 9-9a, 22, 27 t/m 33 en 67 en de Zeskamp 1 is gecorrigeerd conform het “Handboek bestemmingsplannen Oude IJsselstreek” • Op de locatie kadastraal bekend gemeente Gendringen, sectie M, nummer 2603 is op de bedrijfsbestemming een bouwvlak gelegd conform verleende omgevingsvergunning van 11 juni 2009. Tevens is de bouwhoogte van 8 meter opgenomen conform de omgevingsvergunning van 11 juni 2009.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4864/documents/30945