CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

zienswijze 12.pdf

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 3: Bestemmingsplan ‘Buitengebied, zorgpark Warmse Water'8.467 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Betreft Zienswijze van en inzake Bestemmingsplan "Buitengebied zorgpark Warmse Water" GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK 1

- -.

0 � JUN 2023

Etten, 4 juni 2023, Geachte Collegeleden en Raadsleden ,

INGEKOMEN

NR

Betreft onze zienswijze inzake bestemmingsplan buitengebied zorgplan Wannse Water (Bij de toelichting van het ontwerp) Wij willen in onze zienswijzen mogelijkheden en argumenten noemen die aantonen dat het anders kan, zonder nog meer bebouwing in het groene agrarisch gebied. Los van het feit of er wel of niet een bestemmingsplanwijziging gaat plaatsvinden, wij denken dat de naam Warmse Water voor het zorgpark wat ongelukkig is. Het lij_kt te veel op Waalse Water. Het zorgpark mag dan op de grens van Warm worden gevestigd, en 'gerelateerd zijn aan de waterloop het Warmse water, waarom het zorgcomplex "water" in de naam draagt is ons niet duidelijk, omdat het geen duidelijkheid biedt betreffende deze zorg. Onze stichtingen dragen het idee uit dat alle landbouwgrond landbouwgrond moet blijven. Dit om de nodige transitie in de land bouw mogelijk te maken. We kunnen zeggen: "Alles beter dan een weide zonder biodiversiteit", maar wij willen dat u uitgaat van de potentie van het gebied voor de landbouw, een landbouw die zich verbetert en wel natuurinclusief zal zijn. Het ligt dan voor de hand o.a. voor (bijzondere) zorginstellingen plekken te zoeken in of nabij versteend gebied, zodat geen aanslag wordt gedaan op "groene" grond. Te denken valt aan hergebruik van gesloten kerken, gesloten gevangenissen, bedrijfspanden. In deze situaties is ook een prikkelarme omgeving te creëren.

Wij zijn bang dat, als agrarische grond wordt omgezet in een andere bestemming, niet duidelijk is hoe die bestemming dan precies wordt. Beter is de mens te gast te laten zijn in het natuurgebied en dit hele plangebied_als natuur te bestemmen, niet alleen een strook langs de rivier. Wij schrijven hier verderop ook over. Wij begrijpen dat de gemeente een soort bemiddelende rol heeft gespeeld bij het tot stand komen van contact tussen zorggroep ZoZijn en de betreffende agrariër. Dat dit kon gebeuren komt voort uit het feit dat de gemeente niet doordrongen is van het feit dat landbouwgrond landbouwgrond moet blijven, of beschikbaar moet zijn voor gedegen klimaatbeleid, het aanleggen van bossen. De gronden moeten beschikbaar blijven voor het produceren van voedsel en herbebossen. Wanneer onze ambtenaren en politici deze noodzaak al wel zouden inzien, zouden zij nooit beide partijen op deze manier op dit spoor hebben gezet. Hoe zorgt u ervoor dat in de toekomst wel het belang van groen bij 'voorbaat meespeelt in het handelen van de gemeente? Waarom moeten de huidige bewoners van de boerderij naast het terrein twee woningen krijgen? Kan het plan niet zo worden opgesteld dat er niet gesloopt wordt? Slopen is energievragend en vernietigt de energie die eerder is besteed aan het realiseren van de gebouwen, inclusief en materiaal dat destijds nodig was.

Beter is te spreken van ontmanteling en alle materiaal te hergebruiken. Niet als gruis, maar het materiaal in een hoge energetisch waarde latend. Er wordt gesproken over een stedenbouwkundig plan. Wij gaan ervan uit dat door het realiseren van

een zorgpark niet een stad zal ontstaan. Wanneer het zover komt dat de bestemming wordt gewijzigd, zal men moeten garanderen dat het hierbij blijft, dat aan de Waalse weg een agrarische bestemming, met verduurzaming voor klimaatbeleid, de hoofdmoot blijft en dat er geen precedent werking uit kan gaan van het realiseren van dit zorgcentrum. De gebouwen zouden niet hoger mogen zijn dan de huidige boerderijen, de gebouwen zouden er uit moeten zien als zijn het boerderijen, anders passen ze niet in de mooie landschap met uitzicht op het Montferland. Wij hebben begrepen dat het plan nu is de gebouwen 11 meter hoog te maken. Wij accepteren geen flatachtige gebouwen van deze hoogte in het landelijk gebied. In deze tijd is het bovendien nodig om ecologisch te bouwen, dus met natuurlijke materialen. Wij pleiten ervoor om de agrarische bestemming niet te wijzigen, maar het zo te regelen dat de zorgbehoevenden te gast zijn in het agrarisch gebied en ook zoveel mogelijk de natuur inclusieve landbouw op hun terrein ten voorbeeld stellen. Het is niet nodig 20 ha te onttrekken aan het agrarisch gebied. De bouwblokken die normaal bij een boerderij beschikbaar zijn zouden kunnen worden benut voor aangepaste bouw, maar als gezegd, slopen is uit de tijd. Dit omdat slopen niet pas in een circulaire hersteleconomie die wij nastreven.

Kunnen de verblijven voor de zorgbehoevenden op 2 ha worden gerealiseerd? Als dat zo is wordt de nonnale maatvoering in het landelijk gebied niet overschreden U spreek van een bestemming vast gesteld op 28 juni 2018 “Agrarisch en water”. Betekent dit dat een substantieel deel van het plangebied uit water bestaat en dat u die bestemming ook wilt wijzigen? Wij pleiten ervoor het water water te laten en dit niet uit te breiden, vanwege aantasting van de natuurlijke situatie. Het nieuwe planologisch kader 2. Planbeschrijving Bestaande situatie. Bij de bestaande situatie schetst u het nieuwe ziekenhuis op agrarisch gebied ten zuiden van de Al 8 . Dit ziekenhuis is nog niet gerealiseerd. Het is dus geen bestaande situatie. Het is ook nog lang niet zeker of het nieuwe ziekenhuis daar wel komt. Gemeenten moeten namelijk aan klimaatbeleid gaan doen. Dit betekent het nastreven van de meest energetisch gunstige situatie. De procedure loopt nog en de omgevingsvergunning voor het nieuwe ziekenhuis komt nog ter visie. De twee bedrijfswoningen op het erf van de betrokken boerderij, daarvan wordt één verhuurd. Is het dan wel logisch om twee nieuwe woningen toe te staan in het plangebied? Wekt dit onmogelijke verwachtingen voor vergelijkbare situaties? Het kaartje 3.1 geeft in het plangebied een geconcentreerde bebouwing aan. Een groot deel van het plangebied is niet bebouwd.

Op afbeelding 3.2, het ruimtelijk concept, zien we een heel ander beeld. Over de 20 ha verspreid zien we vier clusters gebouwen . Wanneer iets “natuurlijk” wordt ingericht is het natuurlijk geen natuur. Geeft u de mogelijkheid aan de natuur zichzelf te ontwikkelen. Dat spaart ook kosten. Laat als dit plan doorgaat werkelijk zien wat natuur is, door als mens niet te sturen. Belangrijk is hoe de architectuur van de clusters vorm krijt, welke materialen worden gebruikt. Wij stellen voor, als de planwijziging doorgaat, als voorwaarde te stellen dat de clusters in de vorm van ecodorpjes worden opgezet, zodat ook de bouw in zijn totaal rekening houdt met alle aspecten van duurzaamheid, zoals gescheiden watersystemen, groene daken, houtbouw, C02 neutraal, zelfvoorzienend e.d. Het is voldoende als er één gemeenschappelijke ruimte is en ook alle voorzieningen als koken, linnenverzorging e.d. gemeenschappelijk worden. Dat spaart ruimte. In een ander ontwerp. Het aantal verkeersbewegingen, met gemotoriseerde voertuigen zou tot het uiterste beperkt moeten 2

worden, door personeel en bezoekers te stimuleren te wandelen of de fiets te gebruiken. Dicht bij moet een bushalte zijn. gezocht moet worden naar systemen van belonen van goed gedrag en bestraffen van verkeerd gedrag. Het zorgpark kan een voorbeeld zijn om aan te tonen dat men op het platteland geen auto nodig heeft. Ligt het voor de hand de oude eigenaar te laten wonen in dit gebied? Hij doet afstand van zijn bedrijf, verkoopt de grond en zou dus ook elders kunnen gaan wonen, zodat meer rond beschikbaar blijft voor klimaatbeleid. Mochten er meer initiatieven komen in het boerenland, dan is het toch niet wenselijk dat daarbij steeds ook weer meer woningen verschijnen, terwijl ook de oude boerderij kan worden opgeknapt en verduurzaamd. Nogmaals, slopen zouden we niet meer moeten willen. 2.3 Op de toekomstige bestemmingsplankaart is een strook natuur aangegeven. Dit zou het heel plangebied kunnen bestrijken. Wanneer we uitgaan van een ecodorp-opzet, is de mens te gast in de natuur en hoeven we niet meer “maatschappelijk” van natuur te scheiden. Ook de aparte blokken voor de bebouwing zouden “natuur kunnen zijn. Dit betekent bijvoorbeeld dat men geen gif en kunstmatige meststoffen gebruikt. De ontlasting op het terrein tot humus laat ontbinden en alles circulair op het ten'ein verwerkt.

Wanneer er agressieve medicijnen worden gebruikt zal er een aparte verwerking van de uitscheiding geregeld moeten worden. Zo kan het hele project gericht zijn op een optimale biodiversiteit en sluitende kringlopen. Natuur laat zich niet scheiden door welk bestemmingsplan dan ook. De voorwaarden van het leven horend bij het bestemmingsplan zijn uitermate belangrijk. Een expertisecentrum is voor hersenletsel met 5 medewerkers, dan zou er ook een expertisecentrum kunnen zijn voor leven in biodiversiteit. De vraag is of men dit aparte instituut wel hierbij moet vestigen. Met moderne communicatiemiddelen kan dit expertisecentrum beter in een bestaande ruimte bij andere onderzoekscentra ten behoeven van de zorgoptimalisering. Monitoring van de natuur en de data voor welbevinden en gezondheid en samen leren kan in samenwerking met andere instituten die expertise hebben, zoals universiteiten, IVN, KNNV, Federatie voor Gezondheid. Daarvoor hoefje niet op hetzelfde terrein te zijn. Wij pleiten voor een zo gering mogelijke bebouwing, wanneer op deze plek de beoogde(natuur) bestemming voor het zorgpark wordt toegestaan. 3 Beleidskader 3.1.1. “Ook in de toekomst moetNederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en conomiawch kunnen floreren”. Klopt deze zin wel? Was Nederland zo'n aantrekkelijke leefomgeving? Kijk nog eens naar de cijfers.

In Nederland het grootste stikstofprobleem en ook de meeste fijnstof, de slechtste biodiversiteit” e.d. Nee deze zin is te makkelijk overgenomen vanwee een verkeerde beeldvorming. De bestaande situatie als referentiekader hanteren, daar gaan wij niet mee akkoord. “Nederland moet economisch kunnen floreren”... Wat wordt daarmee bedoeld? In een expertmeeting op 31 mei in Huissen vertelde een deskundige op het gebied van duurzaam samenleven in groepen, dat deze groei economie ons juist in de weg zit. Door die constructie kunnen we in feite niet duurzaam worden. Ook daarin is een transitie nodig. Maak uw project een voorbeeld van ook die nodige transitie in de economie. De vraag is dus welke economie u bedoelt die moet “floreren” en of dat niet tegenspreekt dat alles in samenhang moet worden bezien als de nieuwe omgevingswet gaat gelden met NOVI. Wat bedoelt men dus met een “duurzaam economisch groeipotentieel”? Wij, de stichtingen, zijn bang dat dit het grote mispunt is in de nieuwe wet. “Nieuwe wijn in oude zakken” Dit zal tot gevolg hebben dat de rol van projectontwikkelaars niet dienstbaar kan worden aan het totaal van het samenleven. Ook wat betreft de andere drie punten is het maar de vraag wat men er onder verstaat, en welke 3

criteria men hanteert zodat de diverse aspecten inderdaad elkaar niet gaan bijten. De druk is zo groot dat belangen niet “soms” botsen, nee ze botsen vaak. Dat komt omdat we geen gemeenschappelijke criteria hebben. Laat uw project zo van de grond komen dat er wel sprake is van heldere gemeenschappelijke criteria voor alle aspecten. En laat de natuur dan altijd de ondergrond en boventoon voeren. De win-win situaties kunnen alleen ontstaan als men niet uitgaat van geldelijk gewin en de natuur de ondergrond en boventoon laat voeren. Een bescheiden mens hoort daarbij. Een mens die dienstbaar is en de ander en alle planten en dieren wil laten floreren, (niet de economie op zich) Wat betreft het scheiden van functies, ons voorstel is om het hele gebied als natuur/ecodorp te bestemmen. Daarbij zo min mogelijk te bebouwen. Dus zuinig te zijn met de ruimte. Zo veel mogelijk natuurlijk groen. Het is niet waar dat in het ene gebied sommige opgaven zwaarder wegen dan andere. Overal dient men te vergroenen, meer bomen te poten, zuinig te zijn met water bodem en lucht en ruimte te bieden aan biodiversiteit. Wij weten dat er weinig/geen verschillen zijn betreffende de criteria die zorgen voor optimale gezondheid en vrijheid en zingeving.

U formuleert drie punten die aangeven de afwegingsprincipes van NOVI Het laatste punt het voorkomen van afwentelen, kan alleen als de eerste twee punten worden bezien als hierboven genoemd. Wij zullen hiertoe van homo economicus, moeten veranderen in homo ecologicus. Dit kan vooral pas als we allen een onvoorwaardelijk basisinkomen ontvangen. U kunt dan ook met een gerust hart een beroep doen op vrijwilligers die ervoor kiezen u ten dienste te zijn. Het karakter van het agrarisch gebied wordt aangetast door de drie /vier clusters van gebouwen. Het landschap wordt aangetast, ook al bebouwd men alleen de hogere delen. Het ligt aan materiaal keuze en ontwerp hoe schoonheid kan worden gewaarborgd en het geheel een passend beeld geeft met respect voor dit landschap met zicht op de stuwwal, te gast in dit oude rivierengebied. Projecten in de nieuwe economie moeten worden gerealiseerd zonder grondverzet. Werken met zo min mogelijk grondverzet zou een nieuwe regel voor duurzaamheid moeten zijn. Zo respecteert men werkelijk het landschap en wordt niet onnodige energie verbruikt. Hetzelfde geldt voor het verbreden van sloten. Dit tast het natuurlijk landschap aan en kost energie Wie garandeert dat het duister in het landsehap blijvend is? De verlichting van de vier clusters zal 's-nachts uit moeten. De “veiligheid” moet op andere wijze worden gerealiseerd dan door verlichting.

TE denken valt aan bewegingsmelders of camera's

2.1.2

Wanneer we wonen en bouwen zoveel mogelijk in het stedelijk gebied willen realiseren, om de groene ruimte te beschermen, dan past dit plan niet in de huidige wettelijke kaders. Als het wel zou passen, dan zijn de wetten niet goed. Wij houden ons hart vast bij de nieuwe wet ruimtelijke ordening, wantje kan er alle kanten mee op. Bij dit kleinschalige landschap passen geen grote gebouwen. Waarom moet er ruimte zijn voor 112 mensen? Is het mogelijk gemeenschappelijke ruimtes te maken voor alle clusters. Dat vraagt een goede planning voor het ruimtegebruik, maar Spaart 4

materiaal en ruimte. 3.1.3. De nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking is vereenvoudigd, maar ook uitgebreid. Niet duidelijk is hoe inhoudelijk deze ladder werkt. Welke punten in de ladder worden op welke manier in dit project gerealiseerd? Welke aanvullende punten in de ladder hebben voor dit project welke uitwerking^ Het is onduidelijk wat de ladder precies vraagt en daarom zijn er vee Ite weinig gegevens bekend om een goed verstandig besluit te kunnen nemen. Ook is niet duidelijk welke aanvullende maatregelen de ladder vraagt en of daaraan wordt voldaan. Moeten we dit plan zien als verstedelijking zien? Is het dan duurzame verstedelijking? Wanneer is verstedelijking duurzaam? Het zijn allemaal vragen die we nog niet goed hebben beantwoord. Het plan noemt de verschillende plannen van Rijk, Provincie en gemeente, maar gaat niet concreet in op de eisen in die plannen. Die voorschriften zijn bovendien niet duidelijk. Het plan is daarom onvolledig en niet concreet genoeg. Wij kunnen daarom niet akkoord gaan met het huidige plan. Is een zorgcentrum een stedelijke ontwikkeling? Als dat zo is, moeten we dit zorgcentrum niet op deze plek willen.

Aan de mensen die in de twee regulieren woningen gaan wonen in het zorgcentrum werken? Kunnen we dat zien als een directeurswoning o.i.d.? Schept het toestaan van twee woningen verwachtingen voor anderen in vergelijkbare situaties? Is dit toch een rood voor rood regeling? Samen wonen in gemengde wijken Er bestaat beleid om “aparte” mensen juist niet buiten de gemeenschap te plaatsen. Waarom is het geen optie voor deze mensen om tussen andere mensen te wonen. Het ligt helemaal aan de planrealisatie en de ruimte die er is in stedelijk gebied. Het apart situeren van deze zorgbehoeftigen is geen argument om landbouwgrond af te staan. Prikkelgevoeligheid Het voorkomen van te veel ongewenste prikkels kan in elke situatie worden gerealiseerd door maatregelen. In het landelijk gebied zijn er andere prikkels dan in stedelijk gebied. In beide gevallen moet men maatregelen nemen om niet overprikkeld te raken. In het oogstseizoen zijn in landelijk gebied voortdurend geluiden van trekkers die langsrijden, tot diep in de nacht., soms de hele nacht door. Na het maaien van gras komen grote groepen vogels met hun luide zangstem de boel “verstoren”. Zo heeft elke plek voor- en nadelen, maar voor prikkelloosheid moetje niet in het landelijk gebied zijn. Wij vinden dat mensen met een verstandelijke beperking juist niet moeten worden weggestopt.

Dat is ook de reden waarom “Het Dorp” in Arnhem bij nader inzien niet voldeed aan de menselijke maat van inclusiviteit en het ontwikkelen van verdraagzaamheid. Het is nodig dat een planontwikkeling niet uitgaat van slechte eigenschappen die we niet willen, zoals uitsluiting. Gemengd wonen kan leiden tot meer begrip en verdraagzaamheid De bescherming kan ook elders worden geboden. Wanneer het terrein toegankelijkheid biedt voor passanten en recreanten, dan zal het er niet veilig en rustig zijn. De grotere afstand die wordt afgelegd door personeel, vrijwilligers en familie, maakt dat er veel meer en langere verkeersbewegingen zullen zijn. In de stad ga je eerder met de bus of fiets of te voet.

5

Als het park wordt gerealiseerd zou er tevens een voorziening moeten komen voor de ongenode gast. Mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats kunnen logeren en meewerken met de mensen met een beperking, zijn onderdeel van de gemeenschap, tijdelijk of wat langer. Zo is er ook een oplossing voor het dak en thuislozenprobleem, zo wordt het een herberg voor ieder die een slaapplek nodig heeft. Het verhaal in hoofdstuk 3.1 geeft een onderbouwing voor een duurzame verstedelijking. Gegarandeerd moet worden dat het buitengebied groen blijft en dat deze ontwikkeling niet aanleiding is tot meer verstedelijking op die plek. Het moet gezien worden als kans voor integrale aanpak, maar valt tegelijk onder de noemer eens maar nooit meer. Het feit dat er ergens behoefte aan is, kan nooit als conclusie tot gevolg hebben dat iets voldoet aan de ladder voor duurzamer verstedelijking. Integendeel. Wij zien helemaal geen ladder met criteria, en die criteria zijn hier niet stuk voor stuk afgewerkt en onderbouwd. De enige manier om verantwoord te bouwen is in ecodorp vorm. We voegen een notitie bij die laat zien waar dan aan te denken ( zie bijlage 1) U suggereert dat mensen last kunnen hebben van verstandelijk en ernstig gehandicapte mensen. en dat het daarom buiten de stad gebouwd moet worden. Dit is een verschrikkelijk argument.

Het strookt ook niet met de wens een "open" gemeenschap te willen zijn met een vrij toegankelijk terrein. Wie garandeert dat het plan inderdaad zo wordt gerealiseerd? 3.2 Provinciaal beleid De formulering van wat de provincie stelt bij "Omgevingsvisie Gaaf Gelderland" heeft dezelfde bezwaren als eerder genoemd bij het rijksbeleid. De economie zoals die nu is en moet groeien en krachtig zijn is een achterhaalde zaak. Criteria voor economisch handelen zijn nodig om een hersteleconomie en/of donuteconomie na te streven. Duurzaam. Klimaatadaptatie wordt gezien als duurzaam, nee dat is het paard achter de wagen. Het gaat niet slechts om adaptatie. Het gaat om het voorkomen van klimaatverandering door veel meer groen in werkelijk klimaatbeleid. Door het oprichten van dit instituut op deze plek, aan welke voorwaarden moet dan worden voldaan wil men hier op locatie en bij de toevoer 49 % C02 reductie realiseren? Klimaatadaptatie alleen is zwaar onvoldoende. We moeten klimaatv�randering voorkomen. Geen afval betekent dat de boerderij niet gesloopt kan worden. Uw huishouding moet volledig zijn met composteerbare materialen. Uw compost wordt natuurlijk op het terrein gemaakt./ verwerkt Het laatste punt past bij ons voorstel het hele terrein als natuur te bestemmen. Krachtige economie.

Dat in de planbeschrijving zoveel nadruk wordt gelegd op de "krachtige economie" zonder uit te werken wat daaronder wordt verstaan, geeft te denken. Zo mag het 'plan geen doorgang vinden. Waarom moet dit punt worden genoemd in verband met de zorg voor onze zwaksten. We weten toch allen dat dit economisch heel anders ligt dan "krachtige economie" noem dit hoofdstuk "zorg voor de zwakken". Ja, bestaande bouw verduurzamen. Laat Zozijn eens zoeken naar een bestaand pand dat kan worden aangepast en waarbij ook ruimte is voor het werken in de buitenlucht. Wij schetsen hier en alternatief: zie bijlage 2

6

Pag 14 Natuur en landschapswaarden kunnen op deze locatie juist verbeteren als er een agrarische bestemming komt die anticipeert op natuurinclusieve landbouw. (natuur) Dat hoeft niet zozeer natuur-inclusieve bebouwing met woningen voor zorg te zijn. Dit toepassen levert veel scheve gezichten en zouden andere agrariërs dan ook niet zoiets willen? De gemeente is buiten haar boekje gegaan, door zonder volledig geïnformeerd te zijn en zonder de informatie te delen met de inwoners van Oude IJsselstreek, en zonder die inwoners te consulteren, te beslissen. Zij heeft zonder voorwerk te doen "ZoZijn" op het spoor van deze ontwikkeling van dit agrarisch gebied gezet. Blijvend verbonden. Deze opmerkingen zijn te algemeen. Waar wilt u naartoe i.v.m. onderhavig project. Vragen als zijn er wel genoeg vrijwilligers, komen er wel mensen om deze mensen te ontmoeten. Het speelt zowel in stad als op het platteland. Wat betreft het ontmoeten, dit gaat o.i. makkelijker in de stad, de bereikbaarheid is ook beter in de stad . Wij zien niet wat al deze "beleidsopmerkingen" van doen hebben met onderhavig project. Het lijkt meer op een rookgordijn.

Alsof het realiseren van dit zorgpark afhankelijk is van autonoom rijden? Maak regels voor een duurzame huishouding als voorwaarde bij deze bestemmingsplanwijziging en heb veel minder vertrouwen in techniek, die altijd meer schade brengt dan we konden en kunnen overzien. De gebiedsvisie is te algemeen, stelt geen duidelijke criteria Met de warn1tepomp en zonnepanelen draagt u bij aan een zo klein mogelijk energierekening, maar op zich heeft het weinig te maken met een toekomstbestendige omgeving. Daarvoor is veel beter totaal beleid in uitvoering nodig. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland. De omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in Gelderland. Is dit de leefomgeving van de mensen, of van alle planten , dieren en mensen'met de aarde? Om een houdbare toekomst te kunnen nastreven is dat laatste nodig. Het gaat om een bestemmingsplan aanpassing om wonen mogelijk te maken. wonen De regionale woonagenda voor de provincie draagt bij aan een passende goede woningvoon-aad in de provincie. Betekent dit dat de te bouwen woningen voor de 121 zorgbehoevenden af gaan van de beoogde bouw van woningen in de provincie? (elders lezen we dat dit niet zo is) De woningen voor zorgbehoeftigen horen dus niet bij het totale woning contingent? Waarom tellen woningen voor zorgbehoeftigen niet mee? klimaatadaptatie De risico's van klimaatverandering moeten worden voorkomen.

is van mening dat klimaatverandering zelf moet worden voorkomen. Dit is beter voor een betaalbare houdbare economie. De kosten van klimaatadaptatie en toch voorkomende rampen zijn vele malen hoger dan de kosten voor een efficiënt klimaatbeleid om opwanning te voorkomen. Dit betekent o.a. zo min mogelijk verkeerskilometers door dit zorgproject. Planspeci fiek 7

Aansluiten bij de wensen van de inwoners? Hoe is bekend geworden bij welke inwoners deze wensen leven? Graag een onderbouwing waarbij dit is onderzocht. Delen van de IJsselweiden verlagen, vraagt veel energie voor het graven en is een verstoring van de natuurlijke geologie. Wij pleiten ervoor dit niet te doen. Ook omdat de situatie dan onveiliger wordt. Het idee "ruimte voor de rivier" is in dit geval een achterhaald concept. Het idee om de woonplekken te verhogen is niet in overeenstemming met "respect" voor het landschap. De verhogingen zijn tegennatuurlijk. In de inleidende hoofdstukken wordt gemeld dat rekening wordt gehouden met de glooiing in het landschap. Na ophogen is het geen natuurlijke glooiing meer. en is van mening dat een afbreuk hoeft te worden gedaan aan de natuurlijke geologie, omdat het toch al 13.10 boven NPAP is. Er is geen sprake van "neutrale" grond en "neutraal" water. Grondverplaatsing is tegennatuurlijk en kost energie. De vraag is wat we onder "Zoveel mogelijk" in de context van duurzaamheid verstaan. Bij "zoveel mogelijk" hoort zo min mogelijk grondverplaatsing en ook geen uitbreiding van waterpa1iij of verbreding van sloten. pleit ervoor om het hele plan een natuurbestemming te geven. De natuur binnen de beoogde natuur kan niet zonder de natuur in het hele gebied. Niet de aanwezigheid van natuur maakt dat inpassing in het landschap nodig is.

Dat moet gewoon altijd gebeuren. Wanneer we de natuur langs de rivier haar gang laten gaan zal vermoedelijk een rivierbos ontstaan. Dat hebben we ook nodig om water te reguleren en klimaatverandering te voorkomen. De openheid is dus niet gegarandeerd als we werkelijk voor natuur kiezen. Het is makkelijk gezegd dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de randvoorwaarden en regelgeving. De randvoorwaarden en de regelgeving zijn niet genoemd en op zijn minst vaag. 3.3 Regionaal beleid Er is niet aangetoond is dat er, of waarom er een grotere dynamiek moet zijn in de regio. Mensen zijn gebaat bij stabiliteit en rust. Als iets goed is a.u.b. zo min mogelijk veranderen, maar consolideren met voldoende faciliteren. Punt 1 past dus niet bij punt 2. Wanneer er bij dit plan een nieuwe woonkern ontstaat, geldt dan de stelling dat de relatief kleine schaal zoveel mogelijk wordt behouden? Het behouden van het kleinschalige karakter en de leefbaarheid tegelijk is alleen mogelijk wanneer wij onze economie aanpassen en zorgen voor opvolgers in winkels e.d. De kleinere winkels kunnen het niet bolwerken in ons systeem van concun-eren. Vandaar dat een onvoorwaardelijk basisinkomen uitkomst kan bieden, vooral als we de leefbaarheid wi!len dienen. De schaalgrootte is dermate klein dat een paar huizen meer of minder weinig verschil maken.

Wanneer de vitale dorpen willen functioneren als beoogd in 3.3.1. zal de overheid een stringenter huisvestingsbeleid moeten ontwikkelen. Bijv: Iemand mag slechts ergens wonen als hij op fietsafstand werk vindt? Iemand mag ergens nuttig werk doen als hij of zij ergens werk ziet? Er komt een einde aan de bulshit banen! De beschrijving van het, door u genoemde, nederzettingenpatroon kl_opt niet bij met het voornemen een zorgpark te ontwikkelen op deze plek. We kunnen het voomeméri niet zien als een nieuw dorp. Wij zouden inderdaad de nadruk willen leggen op inbreiden, of aansluiten bij een bestaande woonkern. Zie bijlage 2.

8

Het zorgpark zou op een andere locatie kunnen, die minder ingrijpende gevolgen heeft voor het karakter van het landschap. Dat het rustiger is in het buitengebied, zonder veel prikkels valt te bezien. Zo zijn er bijvoorbeeld ook veel kraaien die na maaien dagen lang hun zangstem laten horen. Daar moetje wel tegen kunnen. Vier clusters op een gebied van 20 ha, dat is geenszins een relatief kleine schaal. Het valt ons op dat elke overheid altijd zo plannen weet te beschrijven dat altijd alles kan. Er zijn geen duidelijke criteria op grond waarvan wordt gekozen. Omdat er grond wordt verplaatst wordt er een rekening gehouden met de karakteristieke eigenschappen van het IJssel landschap? De ontwikkeling draagt bij aan dynamiek, maar verkleint rust en ruimte en groen en kleinschaligheid in het landschap. Het plan heeft niets te maken met het behouden van de karakteristieke kleine schaal in de kleine kernen van de Achterhoek. Het is eerder een inzet naar een grootschaliger ontwikkeling langs de Oude IJsselweg, als niet duidelijk wordt verwoord en besloten dat dit het enige project is dat op deze (aangepaste) wijze een uitzonderingspositie krijgt. Met de aanpassing bedoelen wij de positie dat de bewoners gast zijn in de natuur en dat alles functioneert als in ecodorpen. 3.3.2.

Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 Wie anders dan woningcorporaties en projectontwikkelaars zijn berokken bij de nauwe samenwerking met de gemeenten om te komen tot de regionale woonagenda? Als voorbeeld hebben wij dat de cijfers uit dorp Etten niet serieus zijn genomen. De gemeente laat meer huizen toe dan nodig zijn. We zien dat de woning hoeveelheid afgestemd is op de vraag per dorp. Klopt dit ook met de zin het vergroten van de woningvoorraad en versnelde productie. Wij zouden moeten kiezen voor kwaliteit in biobouwen, i.p.v. voor snelle productie. Bestaande woningen, of ander panden opknappen, heeft onze voorkeur, ook voor een zorgcentrum Betekent punt 4 dat de punten It/m 3 dan ineens niet meer gelden? Nee, dit moet hand in hand aan. Hoe kan het dat deze zorgwoningen niet meetellen als reguliere woningen? Er wordt toch gewoond, het plan valt toch onder “Wonen”, met de regels die daarbij horen? P 34 Wij maken bezwaar tegen het verbreden van de Warmse Waterleiding. Wij zijn voor een natuurlijke afvoer van water en water vasthouden. Een bredere Wannse Waterleiding zal het water sneller afvoeren. Dat is niet gewenst, in verband met Vasthouden Bergen en dan pas Afvoeren. Beter is de humuslaag in het hele gebied te versterken.

Andere aanpak Het plan kan zo worden gemaakt dat de boerderij wordt gespaard, niet wordt gesloopt maar verduurzaamd en dat inpassing van het bestaande een rol speelt bij het ontwerp. Het plan maakt twee normale woningen mogelijk? Dat staat in uw planbeschrijving. Nee, het plan maakt dat niet mogelijk, er moet nog toestemming voor komen. De vraag is of deze planvomring een precedent werking heeft. Wij maken ons ongerust over boeren die iets anders willen en dan elk plan kunnen realiseren met enkele woningen erbij voor zichzelf De Agrariër zou in staat moeten worden gesteld op goede wijze natuurinclusief te worden, met gezonde voedselproductie en diversiteitsverbetering, tevens om gewassen als bouwmaterialen te produceren. De vraag is of deze toename van woningen in het buitengebied niet in strijd is met de regionale woonagenda. Er wordt een potentieel deel van het buitengebied onttrokken aan agrarische bestemming. Hoe kan het dat de regionale woonagenda geen rekening houdt met inbreiden en aansluiten bij bestaande bebouwing? 9

Het dorp Etten bestaat uit 57 ha land. De gemiddelde dichtheid van adressen is 349 per km2 100 hectare is 1 km2 We hebben hier te maken met een gebied van 1/5 km2 Vergelijkbaar met Etten, zouden daar dus 70 adressen zijn op een Vergelijkbare oppervlakte. Omdat hier 121 mensen komen wonen komt het dus neer op ongeveer eenzelfde bewoningsgraad als in het dorp. We hebben dus te maken met een vorm van verstedelijking als in een dorp. Wie garandeert ons dat op andere plekken niet eenzelfde ontwikkeling mogelijk wordt? (bron allecijfers.nl) Nog wat vragen: Blz 8 Wat betekent “past bij de maat en schaal van het landschap en de typologie van erfbeplanting”? Blz 10 De druk op de fysieke leefomgeving is erg groot... 1. Is dit plan echt geschikt om meerdere functies te vervullen? 2. Is dit plan echt efficiënt in de ruimte? Hoe wordt bijvoorbeeld de mensdichtheid vergeleken bij die in Nederland? Blz 10 en verder Hoeveel is er daadwerkelijk bekend over de overprikkelbaarheid van verstandelijk gehandicapten als gevolg van leven bij/aan eën woonwijk? Zou een vestiging tussen een woonwijk en bijvoorbeeld een bos niet ook volstaan? Dit zou een veel kleiner oppervlak vereisen. Zie bijgevoegde foto van tekening. De vraag of iets beter is hangt o.a af van de vraag welke type mensen hier beoogd worden, en of deze mensen enige interactie met / interactie in de wijdere samenleving aankunnen.

Blz 12 onderaan “Er zijn, zo zegt u, mogelijkheden t.b.v. het creëren van meerwaarde op het gebied van natuurontwikkeling en recreatie. Niet duidelijk wordt wat hier de planning is. Wat is het plan? Blz 14 bereikbaarheid; maar wat zoals? Het station is ver weg. Blz 16 “Inbreiding”, leger wordende dorpskernen gebruiken voor nieuwe doeleinden, zonder het karakter te schaden. Waarom wordt dit niet gevolgd? Blz 25 Gegeven het aantal verkeersbewegingen: 222,6 per weekdag dit is 222.6 per dag. Dit zijn enorme getallen, daar schrikken wij van. Dit is een verkeersbeweging per ongeveer 3,5 minuten, de hele dag door. Een locatie dichter bij een bebouwde kom, of station zou het aantal gemaakte kilometers aanzienlijk verminderen, (klimaatbeleid) Blz 26. Wij willen een onderbouwende berekening zien van het effect van de 222,6 verkeersbewegingen, gespecificeerd per vervoersmiddel, op de uitstoot van N2 en C02, maar ook van fijnstof en andere schadelijke stoffen. Het gaat ten slotte om de gezondheid van het landelijk gebied en al haar bewoners Blz 27 We moeten vervoersbewegingen voorkomen. Elektrisch vervoer is heel onzeker, het heeft zich niet op grote schaal bewezen. We weten niet hoe het zich zal ontwikkelen. Blz 28 Als de Oude IJsselweg en de N317 te veel geluidshinder produceren, is het verstandiger om bij een rustiger weg, aan de rand van een dorpskern of stad te bouwen.

Blz 35 en 36 Er blijkt een zeer groot deel van het terrein wordt verhard. Een stuk van 32 bij 500 meter wordt verhard. We kunnen niet zegen dat er zuinig wordt omgesprongen met verharding. Dit terwijl gemeenten worstelen met het fenomeen, omdat veel mensen hun tuinen betegelen en dit zeer schadelijk is voor biodiversiteit en water inzijging belemmert. V stelt dat, om de extra neerslag op de 16.000 m2 bebouwing te ondervangen er een reservoir van 800m3 moet worden gebruikt. Hoe komt u op dit getal.? Is daarbij rekening gehouden met de verwachtte neerslagtoename door klimaatverandering, met grotere hoeveelheden neerslag in korte 10

tijd. Waar en hoe moet dit waterreservoir worden aangelegd? Welke aannames over de toename van de neerslag liggen hierachter? Beter is ervoor te ,zorgen dat het water wordt vast te houden in het gebied door een volwassen humuslaag mogelijk te maken en veel minder te verharden. Een hogere rondwaterstand kan ook worden nagestreefd. Blz 47 Waarom is de verbetering en ontwikkeling van de herstelnatuur niet veel beter expliciet gemaakt? Welke doelsoorten wil men terug? Hoe is het tijdspad en hoe wordt gemonitord? De strook natuur langs de rivier is niet genoeg. Wij stellen voor het hele gebied als natuur te bestemmen en dat de mens daarin te gast is in een ecodorp setting. Algemeen: Het lijkt er sterk op dat dit plan zo weinig mogelijk verandering van de huidige situatie behelst, hoewel er ook meerdere grote gebouwen bijkomen. Aan het multifunctioneel inrichten van de ruimte (blz 10 en verder) wordt nauwelijks ingegaan, op het versterken van de biodiversiteit al helemaal niet. Men spreekt over hoogstamfruitbomen, zonder aan te geven waar die precies moeten komen. Wij zouden graag zien dat bijvoorbeeld zeker 3 ha van het terrein wordt ontwikkeld als voedselbos, er veel minder verharding is.

Hoewel er zeker positieve aspecten aan het project zitten acht het een gemiste kans dat er, behalve de strook langs het water, geen ruimte wordt gebruikt voor bijvoorbeeld een park of een voedselbos. Er moeten vragen gesteld worden over de noodzakelijkheid van juist çieze locatie. Men zou een rustige locatie aan de rand van een dorp of stad kunnen kiezen. Hoew'el een deel van de "cliënten" overprikkeld kan raken bij het zien van vreemde mensen, is het ook wellicht nadelig om compleet het contact met de samenleving kwijt te raken. De bereikbaarheid en het terugbrengen van het aantal (auto) kilometers kan hier ook mee worden ondersteund. Onze stichtingen hopen dat u ervoor open staat om het plan aan te passen of een ander plan te ontwikkelen. Wa1111eer niet aan de door ons aangeven voorwaarden kan worden voldaan, is deze plek niet beter dan andere plekken om te komen tot een zorgcentrum. Wij pleiten ervoor het zorgcentrum te realiseren op een plek waar meer infrastructuur is voor aanvoer en afvoer van middelen en personen. Het toelaten van publiek tussen de gebouwen en langs het water zal ook zorgvuldigheid behoeven.

Aan welke regels moeten gasten voldoen? Hoe voorkomen we overmatig gebruik van de "natuur" en vervuiling en hinder? Wij lezen dat er hekken geplaatst worden, hoe wil men dan de openheid en de recreatie waarborgen? Het geheel zal het landschap er niet aantrekkelijker op maken. Voor boeren in de omgeving is het nadelig dat hun bedrijf W()rdt ingeklemd tussen wegen en een zorgcentrum. De vele verkeersbewegingen ten behoeve van hefzàrgcentrum maken dat de uitstoot van stikstof op deze boerderijen nog meer omlaag moet. Hoe wil men dat rechtvaardigen? De gemeente bewee1i alle expertise in huis te hebben en zelf te weten wat goed is. Wa1111eer zij in de komende verwerking weer alle inzichten en ideeën van mensen met zienswijzen weet te negeren en terzijde te schuiven geeft dat geen gevoel van burgerlijke medezeggenschap. Wij hebben gevraagd om een discussie over "hoe willen wij leven"? Interesseert de gemeente zich hiervoor? In het verlengde ligt het nadrukkelijke advies van Alex Brenninkrneijer om. burgerfora in te stellen. Dit kan over alle onderwerpen, klimaatbeleid en zorgbeleid. Hoe vullen we Ruimtelijke Ordening en bijbehorende voorwaarden zo gunstig mogelijk in als het gaat om integraal klimaatbeleid? Alleen bouwen met hout zou een goede optie zijn. U heeft als B&W en gemeenteraad de moeilijkheid om voorwaarden te stellen. 11 ,,

... .

Wij staan open voor gesprek en toelichting en zullen als ons nog iets opvalt aanvulling op deze zienswijze indienen. Wij voegen toe twee bijlagen l .een notitie van kwaliteitsgroep Schouten 2 een tekening over een mogelijke positie van het zorgpark Warmse Water Met hoogachting, Besturen

12

/

VISBES VOOR DE NIEUWE WITK WIINBERGEN MET HET OOG OP EFJV DUURZAME SAMENLEVING.

1.

Inleiding Deze notitie met betrekking tot de te maken t^ijk Wijnbergen in Doetinchem is het gevolg van een opmerking door architect Gerard Schouten op een openbare bijeenkomst, 22 april 1998, over de te maken wijk Wijnbergen; "Een nieuw te maken wijk zou gebaseerd moeten worden op een toekomstgerichte maatschappijvisie". Deze opmerking gaf aanleiding tot het vormen van een gespreksgroep om een dergelijke visie te formuleren. Deze gespreksgroep is genoemd: "De kwaliteitsgroep Schouten". De groep is bijeen geweest op 25 mei, 4 juni en 16 juni 1998. De samenstelling van de groep is gegeven in Appendix A. Appendix B geeft een toelichting op minder bekende woorden en begrippen. Waarom zou er een maatschappijvisie moeten worden geformuleerd voor een nieuwe wijk? Het wordt steeds duidelijker en duidelijker dat met name de gangbare leefwijzen van de mensen nu een duurzaam voortbestaan van alle leven op aarde in gevaar brengen. Er zal niet meer op basis van wat er tot nu toe gangbaar was traditioneel kunnen worden voortgeleefd. Dit geldt ook voor bouwen en wonen. Een en ander houdt in de noodzaak van een bezinning en het formuleren van een nieuwe visie voor een duurzame ontwikkeling en toekomst. Deze bezinning en visie zijn in principe van toepassing op iedereen.

Om de visie inzichtelijk en hanteerbaar te maken is er een verdeling gemaakt in: - visie voor samenleving; - visie voor gebied; - visie voor wijk. Deze visies zijn in woord en beeld gebracht in deze notitie met schets waarin enkele hoofdzaken zijn aangegeven. Het is een tussenresultaat, de kwaliteitsgroep wil verdergaan. Zoals blijkt heeft de kwaliteitsgroep steeds de te maken wijk Wijnbergen in gedachten gehad. De kwaliteitsgroep hoopt met een en ander een positieve bijdrage te leveren aan een duurzame, mens-, natuur- en milieuvriendelijke en energiezuinige wijk Wijnbergen waarin een duurzaam harmonieus samenleven tot in de verre toekomst mogelijk zal blijken.

2.

Visie voor samenleving De kwaliteitsgroep verstaat onder samenleving het samen leven van aarde, planten (en bomen), dieren en mensen met onderlinge aandacht en zorg, en merkt op dat de huidige samenleving niet harmonieus is.

2

Het kan niet vaak genoeg worden herhaald; enerzijds hebben wij op aarde steeds meer mensen, elektrische apparatuur, auto's, vliegtuigen, verkeer, vervoer, gevaarlijke straling en gassen en stoffen, afval, woestijnen en huidkanker; en anderzijds steeds minder tropisch regenwoud, vruchtbare schone grond, schoon zoet water, schone lucht en zuurstof, genietbare natuur, diversiteit van planten en dieren, gezondheid en uitstraling van de aarde, waardoor er een warmere aarde ontstaat. Behalve de hierboven genoemde verschijnselen zijn er die van rijkdom, armoede, misbruik, geweld, verslaving en eenzaamheid, en daarbij onderdrukten, vluchtelingen en asielzoekers. Indien deze scheefgroei zo doorgaat dan komt het voortbestaan van alle leven op aarde in gevaar. Er is zo geen duurzame samenleving mogelijk. Dat mag met name de westerse mens worden aangerekend. De totale milieugebruiksruimte is eindig! Velen denken dat ze meer moeten hebben en zijn dan de ander, terwijl het zo moet zijn dat men probeert wat te hebben aan elkaar om zo samen meer te zijn. Het materialisme zou moeten worden ingeruild voor meer aandacht en zorg voor elkaar, voor het milieu en de aarde en voor meer creatieve en geestelijke zaken. Het hebben moet worden ingeruild voor zijn, opdat er een duurzaam samenleven mogelijk wordt.

Dit vraagt volgens de kwaliteitsgroep om een ander bewustzijn w'aarin voor duur­ zaamheid vier aspecten zijn te onderscheiden: een economisch, een ecologisch, een sociaal en een spiritueel; waarbij alle mensen gelijke rechten hebben op ontplooiing Het is moeilijk om aan de voorwaarden voor een harmonieuze duurzame samen­ leving te voldoen. Er moet echter wel duidelijk naar een harmonieuze duurzame samenleving worden gestreefd en naar een bewustzijn daarvoor. Hiertoe kunnen Agenda 21 van Rio 1992, de lokale Agenda 21, de Nationale Milieubeleids Plannen van het ministerie van VROM en andere nota's van Nederlandse overheden, worden geraadpleegd. Met het oog op een duurzame samenleving doet de kwaliteitsgroep voor de nieuwe wijk Wijnbergen, de volgende aanbevelingen: a. Aan te vangen met het bouwen van een voorlichtingscentmm in het te bebouwen gebied, waarin en van waaruit er voorlichters en kunstenaars het samen bouwen, samen wonen en samen leven kunnen toelichten en sociaal artistiek begeleiden. Daartoe kan een piramide van de Stichting Heelweg worden benut, ook als modelwoning. Er hebben zich al een theaterman, een zangeres en een fluitspeelster aangemeld. Van meet af aan inschakelen van Doetinchemse voorlichters en kunstenaars, huidige bewoners en toekomstige bewoners is een noodzakelijkheid.

In de piramide zou in principe ook aan (een) thuisloze(n) onderdak dienen te worden verleend. b. Woon- en leefplekken te maken voor mensen die al bewust (zeer) sober en milieubewust willen wonen en leven met aandacht en zorg voor mensen, planten (en bomen), dieren, aarde, water en lucht. Dit initiatief kan als zodanig als een aanstekelijk voorbeeld dienen.

3

c. Te streven naar een rechtvaardige verdeling van de milieugebruiksruimte en daarom het bouwen van kleip.ere woningen waarin en waaromheen een goede ruimtelijke beleving mogelijk is, te bevorderen. d. Auto's zoveel mogelijk uit te bannen, omdat auto's een groot deel van de milieugebruiksruimte in beslag nemen. e. Natuurlijke speelruimten voor kinderen beschikbaar te maken.

f. Te zorgen voor veiligheid en leefruimte voor ouderen en mindervaliden. g. Het mogelijk te maken dat mensen kunnen genieten van tijd en natuur, van creativiteit en spiritualiteit, zowel individueel als samen met anderen. h. Te streven naar zelfvoorzienend zijn voor energie, voedsel en water en ook voor aandacht en zorg voor mensen. Door de natuur in de wijk meer CO2 op te laten nemen dan door de bewoners wordt veroorzaakt. i. Asielzoekers bij het bouwen, wonen en leven te betrekken als leerling­ bouwvakkers, te begeleiden door vakbekwame bouwvakkers uit de omgeving, voor het bouwen van hun eigen woningen, omdat ook zij dezelfde rechten hebben als wij. 3. Visie voor gebied De kwaliteitsgroep verstaat onder gebied het geheel van terrein, aarde, water, natuur en reeds aanwezige wegen en bebouwing. De omgeving van het gebied is ook belangrijk voor de kwaliteit van het gebied. Duurzaamheid vraagt er om het goede te koesteren en in te passen in een verdere duurzame ontwikkeling en erom obstakels tegen duurzaamheid te verwijderen of eventueel af te schermen. Het wordt wenselijk geacht zowel het verleden als het heden alsook de toekomst in een gebied te kunnen ervaren. Met het oog op een duurzame samenleving doet de kwaliteitsgroep voor de nieuwe wijk Wijnbergen de volgende aanbevelingen: a.

De glooiing van het aardoppervlak, de geohydrologie, de Kapperskolk, het aanwezige groen, de aanwezige woningen en andere bouwwerken waar mensen in kunnen vertoeven, te koesteren en in te passen in de nog te maken woonwijk. Het grondwaterpeil in principe niet te laten dalen. Aan de gemeentelijke monumentenlijst toe te voegen: het meestershuis aan de Wijnbergseweg en de waardevolle boerderijen aan de Oude Doetinchemseweg. b. Doorbraken te maken naar de Oude IJssel en het Montferland; de laatste eventueel alleen visueel (de voorziene industriële bebouwing in het zuidwesten bij de Europaweg, wordt met name als misplaatst ervaren). Het gebied dient te kunnen worden ervaren als deel van een groot geheel.

4

c. De hoogspanningskabels (en de masten) te beschouwen als obstakels tegen duurzaamheid en harmonie van samenleven, en tenminste te verplaatsen naar de Europaweg en liefst in de aa;de onder te brengen. d. Aan de rand van het gebied de Europaweg (in het westen) en de nieuwe pas aangelegde weg (in het zuiden en zuidoosten) en de industriële gebouwen, o.a. ABC ook te beschouwen als obstakels tegen duurzaam samenleven. Er kunnen geluidhinder, stofhinder, geurhinder en schadelijke gashinder vandaan komen. Deze obstakels dienen goed te worden afgeschermd; daarmee wordt ook de snelweg A18 afgeschermd. Opmerking: In verband met de vele obstakels tegen duurzaam samenleven is het gebied minder geschikt om er een nieuwe woonwijk te maken. Er zal veel ruimte aan groen dienen te worden gegeven voor het verbeteren van het leefmilieu en met name de luchtkwaliteit. 4. Visie voor wijk Met het oog op een duurzame samenleving waarbij er rekening wordt gehouden met economische aspecten, ecologische aspecten, sociale aspecten en spirituele aspecten, en strevend naar een rechtvaardige verdeling van de milieugebruiksruimte, doet de kwaliteitsgroep de volgende aanbevelingen; a. Uit te gaan van de aanbevelingen 2a t/m 2i en 3a t/m 3d. b.

Autoverkeer buiten de woonwijk te houden en alleen toelaten aan de rand van de wijk waar ook parkeerplaatsen kurmen worden geconcentreerd in de buurt van obstakels waar geen woningen mogen worden gerealiseerd. c. De Oude Doetinchemseweg te kiezen als wijkader voor uitsluitend langzaam verkeer en voetgangers, en daarop alle paden te laten uitkomen. d. De patronen van paden en wegen zo te maken dat zontoetreding naar woningen goed mogelijk kan zijn; en dat de glooiingen van het aardoppervlak goed herkenbaar blijven. e. De keuze van het groen zodanig te doen en de patronen van het groen zodanig te maken dat zofttoetreding naar woningen goed mogelijk kan zijn; eventueel met de bewoners te regelen via convenanten. f. In het midden van de wijk bij de Kapperskolk een open gebied met groen en wandelpaden te houden en te maken voor in het bijzonder sociale aspecten en spirituele aspecten van duurzaam wonen en leven. Bedoeld is hier ruimte te houden en te maken voor het spelen door kinderen, voor ouders en ouderen; met een wijkcentrum voor o.a. kinderopvang, gehandicapten activiteiten, ouderen activiteiten, wijkbijeenkomsten, theater, zang, muziek en dans. Misschien kan o.a. de boerderij bij de Kapperskolk hiervoor worden benut. Binnen een bepaalde afstand tot de Kapperskolk geen nieuwe woningen bouwen en vanaf dit gebied eerst een open bebouwing toepassen.

Dit kan door daar ter plaatse piramidewoningen of woningen met piramidevormige daken te bouwen op kleine kavels en gezamenlijk groen ertussen.

5

g. Aan de rand van de wijk meer traditioneel te bouwen en naar birmen toe meer biologisch en spiritueel, maar steeds inhakend op het 'Plan van aanpak Duurzaam bouwen en wonen gemeente. Doetinchem 1999", met extra aandacht voor biologisch bouwen met groen op de daken. En ook steeds zodanig te bouwen dat bewoners zich betrokken kunnen voelen op elkaar en op de natuur; b.v. door in hofjes te bouwen met veel gezamenlijk groen erbij. h. Te streven naar zelfvoorzienend zijn: energie door benutten van zonne-energie, vooral passieve, zodanig dat resulterend geen energie van buiten behoeft te worden aangevoerd; water door opvang van regenwater en lokale zuivering; voedsel door volkstuinen of gemeenschappelijke tuinen. Het groen zorgt voor C02-opname en zuurstofafgifte. i. Mogelijk te maken dat er in de wijk kleine bedrijfjes kunnen zijn, b.v. een fietsenmaker.

Samenvatting Onder samenleving wordt verstaan samen leven van aarde, planten (en bomen), dieren en mensen. Duurzaam samenleven heeft globaal een economisch aspect, een ecologisch aspect, een sociaal aspect en een spiritueel aspect. Het eerste aspect kreeg altijd al teveel aandacht, het tweede aspect krijgt inmiddels ook aandacht. Gevraagd wordt meer aandacht te gaan besteden aan het sociale aspect en het spirituele aspect, als belangrijk voor een duurzame toekomst. Omdat de aarde eindig is, is ook de totale milieugebruiksruimte eindig. Dat vraagt om een rechtvaardige verdeling en sobere leefwijze. Duurzaam samenleven en rechtvaardig verdelen van de milieugebruiksruimte passen niet in de huidige gangbare leefwijzen. Dat is niet iedereen zich bewust; bijvoorbeeld veroorzaken de mensen door hun leefwijzen veel te veel C02 om door het op aarde aanwezige groen te kurmen worden opgenomen. Er zijn andere leefwijzen en woonwijzen noodzakelijk. De kwaliteitsgroep doet daartoe aanbevelingen voor de te maken wijk Wijnbergen. De aanbevelingen zijn erop gericht dat er een duurzame, mens-, natuur- en milieu­ vriendelijke en energiezuinige wijk Wijnbergen ontstaat, waarin een duurzaam harmonieus samenleven mogelijk zal blijken, ook in de verdere toekomst. Deze notitie is een tussenresultaat, de kwaliteitsgroep wil verdergaan.

6 Appendix A •samenstelling van de kwaliteitsgrnep• Doetinchem Doetinchem Doetinchem 's Heerenberg Doetinchem Doetinchem Doetinchem Doetinchem Doetinchem Vlieland Steenwijk Etten Etten Amsterdam Doetinchem Doetinchem Doetinchem De notitie berust voornamelijk op de gesprekken waaraan hebben deelgenomen. waren daarbij aanwezig als toehoorders en vraagbaak. De anderen waren verhinderd of zijn pas 16 juni 1998 's avonds bij de gespreksgroep gekomen.

7

Appendix B "Toelichting op enkele woorden en begrippen"

a. Duurzaam: Voorwaarden scheppend voor en gericht op, blijvend voorbestaan van alle leven op aarde in gezondheid. b. Harmonieus; Liefdevol, solidair en rechtvaardig met aandacht en zorg, zonder misbruik en zonder geweld c. Milieugebruiksruimte; Individueel, de milieuruimte waar een levend wezen beslag op legt voor voedsel, water, lucht, wonen, werken, reizen en andere activiteiten. De totaal beschikbare milieugebruiksruimte is eindig omdat de aarde eindig is. Planten geven milieugebruiksruimte aan mensen. De auto is een grote slokop van milieugebruiksruimte. d. Samenleving: Samen leven van aarde, planten en bomen, dieren en mensen in feite alles wat leeft met de aarde. e. Spiritualiteit: Eerbiedige verwondering in alle bestaan en de openheid daarvoor.

I

6'HiAajH/3>M>s5 •avMrrrJno'p waa PV vvalp>a<^MA^v^

Qooj^vj

■a/v\rv3iH "^p JOOA S'9lSiy\

.,N3_l.noH95 d30yt>9-L)3inV/A>l 3a dooa. Ng*9Nn3A3gNVV 90 NVA N3>|\/ZQ900H I3W SLL3H0S

■ vra^o^ vn3>i oi'ms vrsa 53^j::«>n4.>spoou »<l

JU

BaiMSusi:

Do

4o-»Tn>y*^ i>ra>3T>aJ -sTovra-vaSw»1^ VHiffo^z è viTj) yX'p^]S' v»aviM i^ WX 4o vraojG i'aG'OJ'o^ ■M'9 jTo-o-p sijoo ' irtij a-p 3X'*t»9) J

G^fviiod'ung JTï>pl41

• 'a) Mcrr ^ ^ aAaiiinod) vtT0>\ MQ^nMa<-) Joop wajaoAJooy) J9A laipaoA 3 >arVA 3i&>aitajooA wfit f?HaU9r2JooA}laz

.-sCu 1>1 Vl'odsGooj.j j

pHi lP>ttU -37» '■♦vo Q ?)f>Q psvi ouj,ipT5jJ_

', -3iJ4.SopUl j K»aa6 / PJJ^I-^OyöW ' pui 3Vi i pMl.qiaA wado'p'3«S\/\

wapod waojS j-aaA pH4 vraA l^-n4.ijid5 »C<3|c>7g

Z •’if'N

ira

yopi^wa^^oJiiacj SbUl^AapMO jrTMA

^VM-o5

^

5a|j.<»i) pui pmaj ap mtox» ogoa

>Ja7TOUt ' yxnroyi

&vror ’-*3Jf03'lj-}. ^•j^-orJap-MTOA 9 Wl J.VJ-J tj J oo/^ -*ooy

viaA-3j Mg

V13 M O/A ' ^^r^ AA-rioCJ

' ''ap^ag C^ JOOA wrv\ Vvap va^-a&ag I '^'N ^sniAa<j ira-jïï/v^j^-3| -auiTrtannp uUa » >lt>»z7»oou ap tp|-r ■^\p ttasv^vu jooa

'a.}, "

—ï?^'3l-'a| d'iop^y^ • MaCaaQu/^ -a/A/i-^in-arp “ •^ipfïs»ucMv>.:a7r)«a»j9'»xïii«6 «» wapja/A uwt) |y -•:# m

I

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4596/documents/28146