Was-wordt lijst verordening Sociaal Domein 206.pdf
Tekst van het document
Was wordt lijst verordening Sociaal Domein 2026 Algemeen: De algehele verordening is, waar mogelijk, geschreven in B1-niveau. Hierbij is constant de afweging gemaakt of de juridische waarde van de tekst in stand blijft bij het aanpassen van het woordgebruik. Ook is er waar mogelijk een eenduidige manier van schrijven toegepast. Wijzigingen in de nummering als gevolg van het toevoegen of verwijderen van artikelen zijn niet meegenomen in deze lijst. Dit geldt ook voor puur tekstuele wijzigingen. Waar u groene tekst ziet is deze toegevoegd aan de verordening Waar u rode tekst ziet is deze verwijderd uit de verordening Was Begrippenlijst Mantelzorg: Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Begrippenlijst Referteperiode: De periode van 3 jaar voorafgaand aan de peildatum
Wordt Begrippenlijst Mantelzorg: Onbetaalde zorg die verleend wordt aan een naaste met een beperking die verdergaat dan de dagelijkse hulp die van huisgenoten, familieleden of bekenden verwacht mag worden. Het draagt bij aan zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet. Begrippenlijst Referteperiode: de periode van één jaar voorafgaand aan de peildatum.
Toelichting In de Participatiewet in balans spoor 1 komt ook de term mantelzorg voor. Het begrip is vereenvoudigd en de term onbetaalde zorg is toegevoegd.
Begrippenlijst Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet inburgering 2021, de onderwijswetten W.P.O./WEC/WVO, de wet van school naar duurzaam werk, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. Begrippenlijst Wet van school naar duurzaam werk: Met het wetsvoorstel van school naar duurzaam werk krijgen scholen, Doorstroompunten en gemeenten (als zijnde verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet) meer mogelijkheden om jongeren tot 27 jaar te ondersteunen bij de overgang van school naar werk en het behoud van werk bij (dreigende) werkloosheid. Hierbij ligt de focus op de doelgroep zonder startkwalificatie en/of een afstand tot de arbeidsmarkt.
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de nieuwe wet “wet van school naar duurzaam werk” toegevoegd.
Met het ingaan van het nieuwe minimabeleid is de referteperiode gewijzigd van drie naar één jaar.
Begrip toegevoegd
3.1.1 A Indienen hulpvraag bij de gemeente
3.1.1 A Indienen hulpvraag bij de gemeente
[Wmo, LLV, PW, IOAZ, IOAW, Wi] online, door het aanmeldformulier op de website in te vullen: https://www.oudeijsselstreek.nl/sociaal-domein digitaal, via het e-mailadres: toegangsteam@oudeijsselstreek.nl
[Wmo, LLV] online, via de contactgegevens op de website: https://www.oudeijsselstreek.nl/zorg-engezondheid digitaal, via het e-mailadres: aanspreekpunt@oudeijsselstreek.nl telefonisch van 08:30 tot 12:30, via telefoonnummer (0315) 292 292, keuze 2 schriftelijk, via het postadres: Postbus 42, 7080 AA Gendringen, Toegangsteam Oude IJsselstreek
Voor enkele wetten is er een apart kopje gemaakt. Daarnaast de website gegevens, mailadres en telefonische bereikbaarheid geüpdatet.
3.1.1
C Indienen hulpvraag bij STOER [PW, IOAW, IOAZ, Wi, Wgs] De inwoner kan deze melding op de volgende manieren doen: digitaal, via het e-mailadres info@stoerversterkt.nl online, via het contactformulier op www.stoerversterkt.nl
Ook het contactformulier wordt gebruikt voor het doen van een melding.
3.1.3 Gegevens [Jeugdwet, LLV, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
Dit artikel geldt ook voor de Wgs
3.2.1 B Uitnodiging voor gesprek [PW, Wi, IOAW, IOAZ, Wgs] Een inwoner die zich heeft gemeld, krijgt een uitnodiging voor een gesprek met een medewerker. In die uitnodiging maakt de medewerker duidelijk waar en wanneer het gesprek plaatsvindt, wie hierbij mag aansluiten en waarover het gesprek zal gaan. Ook geeft de medewerker informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen door een onafhankelijk deskundige (cliëntondersteuner).
De werkwijze vanuit de Participatiewet, wet inburgering, IOAW, IOAZ en Wgs wijkt licht af van de werkwijze jeugdwet, Wmo en LLV. Door een extra artikel toe te voegen is de werkwijze up to date.
3.2.3 D Inhoud gesprek [Wgs] De medewerker bespreekt de behoefte van de inwoner met betrekking tot zijn
Wgs toegevoegd om de werkwijze vanuit schuldhulpverlening te verduidelijken.
3.2.1 A Uitnodiging voor gesprek [Jeugdwet, Wmo, LLV, PW, Wi, IOAW, IOAZ]
Een apart artikel gemaakt. Zie 3.2.1B
financiële situatie. In het gesprek tussen de medewerker, de inwoner en waar mogelijk de mantelzorger, familie of iemand uit het sociaal netwerk onderzoekt de medewerker: 1. de hulpvraag van de inwoner: wat is er nodig en welke behoefte is er met betrekking tot een duurzame en gezonde financiële huishouding. 2. de persoonlijke situatie van de inwoner: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor de behoefte met betrekking tot de duurzame en gezonde financiële huishouding. 3. de (on)mogelijkheden van de inwoner: (hoe) kan de inwoner zelf bijdragen aan het verbeteren van de persoonlijke situatie met betrekking tot een duurzame en gezonde financiële huishouding. 4. de omgeving van de inwoner: wie zijn van betekenis voor de inwoner? Wie willen meedenken of meehelpen bij het verbeteren van de persoonlijke situatie met betrekking tot een duurzame en gezonde financiële huishouding. 5. de mogelijkheden vanuit andere organisaties: zijn er andere partijen die kunnen bijdragen aan het verbeteren van de persoonlijke situatie met betrekking tot een duurzame en gezonde financiële huishouding. 6. de mogelijkheden vanuit de gemeente: hoe kan de gemeente bijdragen aan het verbeteren van de persoonlijke situatie met betrekking tot een duurzame en gezonde financiële huishouding.
3.3.1 C Indienen hulpvraag bij STOER schriftelijk, via het postadres: Postbus 42, 7080 AA Gendringen, Ter attentie van STOER
3.4.1 Inhoud besluit [Jeugdwet, Wmo, LLV, PW, IOAW, IOAZ,
Dit artikel geldt ook voor de IOAW en IOAZ dit was nog niet
4.3 Maatwerkvoorziening [Jeugdwet] De gemeente kan de volgende maatwerkvoorzieningen aanbieden: 1. ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien in de vorm van advies en trainingen; 2. specialistische jeugdhulp in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling; 3. specialistische geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen; 4. een plek in een pleeggezin, gezinshuis of verblijf in een instelling; 5. persoonlijke verzorging; 6. dyslexiezorg bij ernstige enkelvoudige dyslexie; 7. vervoer van de jeugdige van en naar de plek waar jeugdzorg wordt aangeboden. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. De inwoner heeft daarvoor op basis van het advies van Buurtzorg Jong een besluit van de gemeente of verwijzing door een huisarts, een jeugdarts, een medisch specialist of een GI nodig.
Awb]
specifiek benoemd.
3.4.2 Buiten behandeling stellen [Jeugdwet, Wmo, LLV, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
Dit artikel geldt ook voor de IOAW, IOAZ en Wgs, dit was nog niet specifiek benoemd. Naar aanleiding van de regionale inkoop een voorziening verduidelijkt en vormen van maatwerkvoorziening toegevoegd voor de volledigheid.
4.3 Maatwerkvoorziening De gemeente kan de volgende maatwerkvoorzieningen aanbieden: 1. ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien in de vorm van advies en trainingen; 2. specialistische jeugdhulp in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling; 3. specialistische geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen; 4. een plek in een pleeggezin, gezinshuis of verblijf in een instelling als thuis wonen (tijdelijk) niet mogelijk is; 5. persoonlijke verzorging; 6. dyslexiezorg bij ernstige dyslexie; 7. crisishulp; 8. jeugdbescherming; 9. jeugdreclassering; 10. integrale hoog specialistische hulp met verblijf (Essentiële functies); 11. mobiele brigade; 12. vervoer van de jeugdige als dit noodzakelijk is om gebruik te kunnen maken van een jeugdhulpvoorziening. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. De inwoner heeft daarvoor op basis van het advies van Buurtzorg Jong een besluit van de gemeente of verwijzing door een huisarts, een jeugdarts, een medisch specialist of een GI nodig.
5.2.3 Beschermd wonen Een beschermende woonomgeving betekent in het geval van beschermd wonen en beschut wonen een (noodzakelijk) verblijf in een woonplek van een aanbieder waar 24uurs toezicht is en dagelijks aangewezen (geplande en ongeplande) ondersteuning wordt geboden. Afhankelijk van de aard en omvang van de complexe problematiek kan onder een beschermende woonomgeving in het geval van beschut wonen of beschermd thuis ook een woning al dan niet in de eigen omgeving worden verstaan. Hierbij wordt het toezicht en de ondersteuning in de directe nabijheid geboden.
5.2.3 Wmo wonen 5.2.3 A Beschermd Wonen Vanwege problemen door een verstandelijke problemen door een verstandelijke en/of lichamelijke beperking of (langdurige) psychische problemen, psychosociale problemen of verslavingsproblemen is het nodig dat de inwoner in een instelling met toezicht en begeleiding gaat wonen. Het verblijf is tijdelijk en in een veilige omgeving. Het helpt de inwoner om zelfredzaam te worden, mee te doen in de samenleving, beter te functioneren, een stabieler psychiatrisch ziektebeeld te krijgen, verwaarlozing of overlast te voorkomen, en gevaar voor zichzelf of anderen af te wenden. De ondersteuning richt zich op door- en uitstroom. De begeleiding is altijd dichtbij en de inwoner kan op elk moment om hulp vragen. De begeleiding moet flexibel zijn om snel te kunnen reageren. Samenwerken met het informele netwerk, begeleiders/behandelaren en andere belangrijke partners is nodig en onderdeel van de begeleiding. De begeleiding merkt ook dingen op. Dagbesteding of individuele begeleiding is geen onderdeel van beschermd wonen en kan apart geregeld worden. Dagbesteding kan bij een andere aanbieder plaatsvinden dan de woonaanbieder. 5.2.3 B Beschut wonen De inwoner kan tijdelijk niet zelfstandig wonen en heeft baat bij een veilige en gezamenlijke woonomgeving met begeleiding en 24-uurs nabijheid door bereikbaarheid.
De begeleiding helpt de inwoner om zelf te kunnen beslissen, nieuwe vaardigheden te leren of verloren vaardigheden terug te krijgen. Het doel van de begeleiding is ook om de inwoner zelfredzamer te maken en stabiliteit te creëren en vast te houden waardoor de eigen regie versterkt wordt. 5.2.3 C Wonen gericht op zelfstandigheid 18-/18+ De inwoner heeft hulp nodig om meer grip te krijgen op zijn of haar leven om zelfstandiger te worden. Dit kan gaan om een jongeren of een volwassenen
Vanwege de nieuwe regionale inkoop door het Sociaal Domein Achterhoek zijn er nieuwe producten gekomen die onder Wmo wonen vallen en vormen van beschermd wonen zijn. De verordening is hierop nu aangepast. Verschillende elementen zijn uitgebreider beschreven, daarom is er ook tekst verwijderd onder het kopje 5.2.3. De uitgebreide beschrijving staat onder 5.2.3 A, B en C.
die is opgegroeid in ene situatie die niet goed past bij wat hij of zij nodig heeft. De mensen om de inwoner heen kunnen hierbij niet genoeg helpen. De inwoner is klaar om de volgende stap te zetten richting volwassenheid, maar kan nog niet helemaal zelfstandig wonen. De inwoner werkt eraan zo zelfstandig mogelijk mee te doen in de samenleving en leert de vaardigheden die hiervoor nodig zijn. 6.3.2
Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk [Jeugdwet, Wmo] Voor de persoon die hulp verleent vanuit het sociale netwerk van de inwoner berekent de gemeente een bedrag volgens de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) (ECLI:NL:CRVB:2023:1580) Door deze uitspraak over te nemen wordt de hoogte van het PGB tarief vastgesteld aan de hand van de CAO’s die gelden voor hulp bij het huishouden en begeleiding.
6.3.2 Pgb bij hulp door personen uit het sociaal netwerk [Jeugdwet, Wmo] Het college sluit voor de hoogte van een pgb voor een persoon die hulp verleent vanuit sociaal netwerk zowel bij de Wmo 2015 als de Jeugdwet aan bij het wettelijk minimumloon. Dit op basis van recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB 30-92025, ECLI:NL:CRVB:2025:1380 en CRvB 309-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1276).
Vanwege recente nieuwe uitspraken door Centrale raad van beroep is deze aanpassing nodig voor WMO en inzet vanuit jeugd. Tariefbepaling op basis van het minimumloon ipv geldende CAO’s.
6.3.4 Bestaande lid 8 is lid 9 geworden Lid 8 is toegevoegd.
Lid 8 Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het budget met die lasten verhoogd.
Toevoeging is nodig door de wet regeling dienstverlening aan huis
Lid 9 De gemeente heeft nadere regels in het Besluit sociaal domein vastgelegd over de hoogte en het tarief van het pgb en het voorbeeld van het pgb-plan.
5.3.2 Veiligheid bij deelname aan de samenleving 3. Soms is het nodig dat de begeleiding die één op één plaatsvindt, op tijd hulp kan bieden om te voorkomen dat iemand uit balans raakt. Het doel van de begeleiding is dat iemand zijn of haar kracht terugkrijgt of vergroot en meer zelf kan bepalen. Dit heeft een positief effect op verschillende gebieden in het leven en het weer zelfstandig kunnen wonen. De begeleiding kan dan veranderen naar een situatie waarin de persoon samen met zijn omgeving om kan gaan met de beperkingen zonder extra hulp of met planbare hulp. De begeleiding is sommige situaties 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar. Als het nodig is, kan de begeleider binnen 45 minuten bij de inwoner (thuis) zijn.
6.4.1
Voorwaarden
2. om gebruik te maken van een PG moet de inwoner een PGB -plan opstellen
7 Werk en Participatie Wederkerigheid in plaats van tegenprestatie
Punt 3 is toegevoegd omdat deze vorm van begeleiding door de gemeente Oude IJsselstreek in 2026 aan sluit op de subsidietender “Wmo hulp in de buurt” Dit is vorm van ambulante begeleiding waarbij de inwoner indien nodig gebruik kan maken van een vorm van bereikbaarheid.
6.3.1 Voorwaarden 2. De gemeente kent een PGB pas toe als zij vindt dat de inwoner (of zijn vertegenwoordiger) in staat is zijn belangen voldoende te behartigen. De inwoner moet de taken die bij het PGB horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren
Punt 2 aangepast omdat de taken die nodig zijn om een pgb te kunnen beheren en uitvoeren meer zijn dan alleen een pgb plan opstellen.
3. e. kosten die worden gemaakt voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college.
Voorwaarde toegevoegd
6.Een pgb kan worden teruggevorderd per datum overlijden en/of kan worden teruggevorderd in het geval een inwoner geen gebruik meer maakt van de voorziening per datum dat de voorziening niet meer wordt gebruikt.
Voorwaarde toegevoegd
7.Een Wmo voorziening op basis van een PGB wordt voor 7 jaar verstrekt en in tussentijds kan er geen aanpassing gedaan worden als de situatie van de inwoner niet veranderd is.
Voorwaarde toegevoegd
We noemen dat positieve bejegening.
In de participatiewet in balans spoor 1 verdwijnt de term tegenprestatie, daarmee is de term niet
meer relevant. Bij bejegening het woord positieve toegevoegd om lading aan het woord te geven. 7.1 Voor wie 4. Jeugdigen tot 27 jaar die geen werk en/of uitkering of gemeentelijke inkomensondersteuning en/of geen diploma’s hebben. De medewerker helpt hen een passende (geschikte) opleiding, leer-werktraject of passend werk te vinden, of leidt hen naar hulpverlening of zorg. 7.2 Inzet voorzieningen loopbaanbegeleiding. 4. Wanneer er sprake is van een traject richting maatschappelijke participatie legt de medewerker in een activiteitenplan, in overleg met de inwoner, vast welke hulp de inwoner krijgt. In dit plan staat welke afspraken er met de inwoner zijn gemaakt. 5. Wanneer er sprake is van een traject richting werk legt de medewerker in een werkplan, in overleg met de inwoner, vast welke hulp de inwoner krijgt. In dit plan staat welke afspraken er met de inwoner zijn gemaakt.
De doelgroep wordt verbreed op basis van de nieuwe wet van school naar duurzaam werk.
Er wordt voor inwoners met een traject richting werk gewerkt met een werkplan in plaats van een activiteitenplan. Met deze toevoeging is dat duidelijk toegelicht.
7.2.10 Opstartpremie 1. De inwoner van 27 jaar of ouder die betaald werk gaat verrichten, kan per arbeidscontract een opstartpremie krijgen. Deze premie is bedoeld om kosten bij de start van een nieuwe baan te betalen. 2. De premie is 250 euro. Het maakt niet uit hoeveel uren de inwoner werkt of hoelang het arbeidscontract duurt. 3. De premie kan maximaal één keer per 12 maanden worden gegeven.
7.2.10 Opstartpremie 1. De inwoner die betaald werk gaat verrichten, kan per arbeidscontract een opstartpremie krijgen. Deze premie is bedoeld om kosten bij de start van een nieuwe baan te betalen. 2. De premie is 250 euro voor inwoners die 21 jaar of ouder zijn. Het maakt niet uit hoeveel uren de inwoner werkt of hoelang het arbeidscontract duurt. 3. De premie is 62,50 euro voor inwoners die 18, 19 of 20 jaar oud zijn. Het maakt niet uit hoeveel uren de inwoner werkt of hoelang het arbeidscontract duurt. 4. Wanneer voor een 18-, 19-, of 20-jarige de hoogte van de inkomensondersteuning is aangepast kan de premie naar rato worden betaald. 5. De premie kan maximaal één keer per 12 maanden worden gegeven.
In de participatiewet in balans spoor 1 is dit artikel vervangen door Maatschappelijke participatie.
7.2.11 Sociale activering 1. De medewerker kan een inwoner, die een kleine kans heeft op werk, zinvolle activiteiten aanbieden die de inwoner dichter bij werk brengen. Dit heet sociale activering. 2. Het doel van sociale activering is om inwoners te helpen moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen. 7.3 Maatschappelijke activiteiten 1. De medewerker kan een inwoner maatschappelijk nuttige activiteiten of vrijwilligerswerk aanbieden. 2. Het doel van de maatschappelijke activiteiten is de inwoner te helpen actief te blijven meedoen in de samenleving. Persoonlijke groei en eenzaamheid voorkomen zijn belangrijke doelen. 3. De medewerker houdt rekening met de wensen, de
In de Participatiewet in balans spoor 1 is er sprake van harmonisering van onderdelen voor jongeren, inwoners onder de 27 jaar. Wij maakten als gemeenten ook onderscheid in leeftijd als het
7.3 Maatschappelijke participatie 1. De inwoner kan maatschappelijk participatie zelf vormgeven, indien gewenst met hulp van de medewerker. 2. De medewerker kan een inwoner activiteiten aanbieden passend bij maatschappelijk participatie. 3. De medewerker houdt rekening met de wensen, de mogelijkheden, de kennis en vaardigheden van de inwoner bij het aanbieden van de activiteiten.
Met de komst van de participatiewet in balans spoor 1 wordt sociale activering vervangen door maatschappelijke participatie. Wij hadden al een artikel maatschappelijke activiteiten, die hebben we samengevoegd met het nieuwe artikel onder de noemer
mogelijkheden, de kennis en vaardigheden van de inwoner bij het aanbieden van de activiteiten. 4. De gemeente kan nadere regels stellen. 5. De medewerker biedt alleen maatschappelijk nuttige activiteiten aan als het niet zorgt voor verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
4. Het doel van maatschappelijke participatie is de inwoner te helpen actief te blijven meedoen in de samenleving. Persoonlijke groei en eenzaamheid voorkomen zijn belangrijke doelen. Ook kan maatschappelijk participatie helpen moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen. 5. Maatschappelijk participatie zorgt niet voor verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en leidt ook niet tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 6. Maatschappelijk participatie vormt geen belemmering voor de arbeidsinschakeling. 7. De gemeente kan nadere regels stellen.
7.4 Innovatie 3. Een experiment duurt niet langer dan drie jaar.
7.4 Innovatie 3. Een experiment duurt niet langer dan vijf jaar.
8.1.2 Hoogte van de toeslag De inkomenstoeslag is per kalenderjaar: € 450 voor een alleenstaande € 575 voor een alleenstaande ouder € 650 voor gehuwden of samenwonenden
8.1.2 Hoogte van de toeslag De inkomenstoeslag is per kalenderjaar: € 465 voor een alleenstaande € 595 voor een alleenstaande ouder € 670 voor gehuwden of samenwonenden 10.1.1 De rol van de gemeente en Buurtzorg Jong en Samen Sterker Thuis [Jeugdwet, Wmo, LLV, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet, Awb, Wgs] 10.3.3 Privacy bij controle op oneigenlijk gebruik [Jeugdwet, Wmo, LLV, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]
maatschappelijke participatie. In de maatschappelijke participatie is het nieuw dat een inwoner zelf de maatschappelijke participatie mag vormgeven en daarbij ondersteuning van de gemeente bij kan krijgen. Ook is het doel ten opzichte van de maatschappelijke activiteiten uitgebreid. De maatschappelijke participatie kan ook onderdeel uitmaken van de weg naar werk. Daarom is opgenomen dat het geen belemmering in de arbeidsinschakeling mag zijn. Wanneer er geen sprake is van arbeidsinschakeling zal maatschappelijke participatie niet belemmerend kunnen zijn. Wijziging op basis van de wijziging participatiewet in balans spoor 1. Alle bedragen zijn aanpast op basis van indexering van het CPI, te weten 3,3%
Dit artikel geldt ook voor de IOAW, IOAZ en Wgs, dit was nog niet specifiek benoemd. Dit artikel geldt ook voor de Wgs, dit was nog niet specifiek benoemd.
10.4.3 Vaststellen van de verlaging 2. De verlaging wordt bij een zelfstandig wonende inwoner van 18, 19 of 20 jaar berekend over de daadwerkelijk ontvangen inkomensondersteuning. De gemeentelijke inkomensondersteuningsnor m verhoogd met de verleende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
10.4.3 Vaststellen van de verlaging 2. Bij een zelfstandig wonende inwoner van 18, 19 of 20 jaar wordt de verlaging berekend over de daadwerkelijk ontvangen inkomensondersteuning. Dit kan de gemeentelijke inkomensondersteuningsnorm betreffen verhoogd met een aanvulling op grond van artikel 20 lid 3 van de Participatiewet en/of artikel 18 lid 1 van de Participatiewet.
In de Participatiewet in balans spoor 1wordt de jongerennorm voor zelfstandig wonende jongeren geharmoniseerd. Dit houdt in dat er een nieuwe wettelijke grondslag en norm komt voor jongeren van 18,19 en 20 jaar die noodzakelijk zelfstandig wonen en waarvan de ouders niet financieel kunnen bijdragen (artikel 20 lid 3 Participatiewet) Daarnaast kan, indien noodzakelijk, de norm aanvullend worden afgestemd op basis van de persoonlijke omstandigheden (artikel 18 lid 1 Participatiewet).
10.4.5 Overige bepalingen rondom verplichtingen 1. Als een inwoner een door de gemeente duidelijk opgelegde arbeidsverplichting en/of verplichting om participatie te bevorderen, zoals bedoeld in artikel 9 eerste lid participatiewet, om een reden die zijn eigen schuld is niet of onvoldoende nakomt, verlaagt de gemeente de gemeentelijke inkomensondersteuning met 10% gedurende één maand. Dit gebeurt alleen als de persoonlijke omstandigheden van de inwoner geen reden zijn om niet te verlagen. 2. De gemeente kan een schriftelijke waarschuwing geven bij de eerste keer dat de inwoner dit gedrag vertoont binnen een periode van drie jaar. 3. Als gedrag kan leiden tot een boete op grond van de Wi 2021 én tot een verlaging op grond van deze verordening, dan past de gemeente deze verordening toe.
10.4.5 Overige bepalingen rondom verplichtingen 1. Als een inwoner een door de gemeente duidelijk opgelegde arbeidsverplichting en/of verplichting om participatie te bevorderen zoals bedoeld in artikel 9 eerste lid Participatiewet of de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, om een reden die zijn eigen schuld is niet of onvoldoende nakomt, verlaagt de gemeente de gemeentelijke inkomensondersteuning. Dit gebeurt alleen als de persoonlijke omstandigheden van de inwoner geen reden zijn om niet te verlagen. De hoogte van de verlaging hangt af van de soort verplichting en wordt vastgesteld volgens lid 2 van dit artikel. 2. Eerste categorie: a. Te laat inschrijven als werkzoekende; b. Het niet verschijnen of te laat verschijnen op een afspraak; c. Het niet verschijnen op een training zonder vooraf contact op te nemen. Tweede categorie: d. Onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren of evalueren van een activiteitenplan of werkplan; e. Onvoldoende proberen om werk te vinden en dit gedrag niet onder de geüniformeerde verplichting valt. Derde categorie: f. Niet proberen werk te vinden en dit gedrag niet onder de geüniformeerde
In de participatiewet en de IOAW en IOAZ wordt er onderscheid gemaakt tussen de geüniformeerd (wettelijke verplichtingen) en niet geüniformeerde verplichtingen (maatwerk verplichtingen passend bij de inwoner). In dit artikel is beschreven hoe we omgaan met het niet nakomen van afspraken gemaakt samen met de inwoner. Het verlagen van de inkomensondersteunin g is een laatste maatregel die wordt ingezet, voor de kleine groep inwoners die zich bewust niet aan verplichtingen en afspraken houdt. Denk aan nooit op uitnodigingen reageren, meerdere malen een baan weigeren, bewust tegenwerken van het vinden van werk. In bepaalde gevallen geeft de wetgever de ruimte om te kiezen tussen geüniformeerde of niet geüniformeerde verplichtingen. Voor de geüniformeerde verplichtingen staat een standaard verlaging van 100%. Wanneer 10% verlaging niet tot beweging leidt bij een inwoner, wordt er dan gekozen voor 100% verlaging. Met deze aanpassing in de verordening komt er meer ruimte voor maatwerk. Er blijft altijd de ruimte voor het aanpassen van de verlaging aan de persoonlijke situatie
verplichting valt; g. Door gedrag te vertonen dat de arbeidsinschakeling belemmert en dit gedrag niet onder de geüniformeerde verplichting valt. 3. De verlaging bij gedragingen zoals bedoeld in het tweede lid wordt vastgesteld op: a. 10 procent van de inkomensondersteunin g gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. 20 procent van de inkomensondersteunin g gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 50 procent van de inkomensondersteunin g gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie. 4. De gemeente kan een schriftelijke waarschuwing geven bij de eerste keer dat de inwoner dit gedrag vertoont binnen een periode van drie jaar. 5. Als gedrag kan leiden tot een boete op grond van de Wi 2021 én tot een verlaging op grond van deze verordening, dan past de gemeente deze verordening toe.
10.4.8 Niet nakomen van andere verplichtingen/plichten 5. De gemeente kan een schriftelijke waarschuwing geven bij de eerste keer dat de inwoner dit gedrag vertoont binnen een periode van drie jaar.
van de inwoner. Ook de mogelijkheid tot het eerst opleggen van een waarschuwing wordt opgenomen in de verordening, zodat er nog meer ruimte komt voor maatwerk.
De mogelijkheid tot het eerst opleggen van een waarschuwing wordt opgenomen in de verordening, zodat er nog meer ruimte komt voor maatwerk.
10.4.10 Herhaling (Recidive) 1. De periode van de verlaging wordt verdubbeld als de inwoner zich binnen 12 maanden na het verlagingsbesluit opnieuw zo gedraagt waardoor de inkomensondersteuning wordt verlaagd. 2. De periode wordt ook verdubbeld als de gemeente eerder alleen een waarschuwing heeft gegeven. Het moet dan gaan om een gedraging die kan leiden tot eenzelfde of grotere verlaging dan bij de eerdere gedraging. 3. Een herhaalde verlaging volgens artikel 10.4.8 van deze verordening kan maximaal 3 maanden duren. 4. Het bedrag van de verlaging wordt verdubbeld als de inkomensondersteuning van de inwoner is verlaagd vanwege ontoelaatbaar gedrag en de inwoner zich binnen 12 maanden na het verlagingsbesluit opnieuw gedraagt op een manier die wij niet toestaan.
11.1
Inspraak van de inwoners
5. De gemeente heeft voor de Adviesraad Sociaal Domein nadere regels gesteld.
10.4.10 Herhaling (Recidive) 1. De hoogte van de verlaging wordt verdubbeld als de inwoner zich binnen 12 maanden na het verlagingsbesluit opnieuw zo gedraagt waardoor de inkomensondersteuning wordt verlaagd. 2. Op basis van artikel 10.4 kan de verlaging, wanneer de persoonlijke omstandigheden daarom vragen, over meerdere maanden verdeeld worden. 3. De hoogte wordt ook verdubbeld als de gemeente eerder alleen een waarschuwing heeft gegeven. Het moet dan gaan om een gedraging die kan leiden tot eenzelfde of grotere verlaging dan bij de eerdere gedraging. 4. Een herhaalde verlaging kan maximaal 3 maanden duren.
11.1
Inspraak van de inwoners
5. De gemeente heeft voor de Adviesraad Sociaal Domein een regeling vastgesteld.
14.3 Intrekken oude verordeningen
14.3 Intrekken oude verordeningen
De verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2023, zoals vastgesteld op 25 mei 2023, wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze verordening ingaat.
De verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2025, zoals vastgesteld op 20 februari 2025 wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze verordening ingaat.
De verordening Leerlingenvervoer gemeente Oude IJsselstreek 2021, zoals vastgesteld op 22 april 2021, wordt ingetrokken met ingang van 1 augustus 2025.
Het opleggen van een verlaging heeft als doel om een inwoner in beweging te krijgen. Er is een hele kleine doelgroep die na een verlaging ervoor kiest om zich nogmaals niet aan samen gemaakte afspraken te houden of al het contact uit de weg gaat. Er zal altijd eerst via verschillende mogelijkheden geprobeerd worden contact te krijgen, denk aan huisbezoek, brieven, telefonisch contact etc. Mocht een inwoner na een eerste verlaging dan nog steeds geen contact opnemen of zich bewust niet aan afspraken houden wordt de hoogte van de afstemming verdubbeld. Wanneer een inwoner zijn gedrag verbetert is er altijd de mogelijkheid om de verlaging terug te draaien. Er is een nieuwe regeling adviesraad sociaal domein gemeente Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld.
14.4 Overgangsrecht
14.4 Overgangsrecht
[Gemeentewet] Een maandelijkse (maatwerk)voorziening die op grond van de ingetrokken verordening wordt verstrekt, blijft ook na 1 januari 2025 doorlopen. Deze (maatwerk)voorziening loopt door totdat een nieuw besluit over die voorziening heeft genomen.
[Gemeentewet] Een maandelijkse (maatwerk)voorziening die op grond van de ingetrokken verordening wordt verstrekt, blijft ook na 1 januari 2026 doorlopen. Deze (maatwerk)voorziening loopt door totdat een nieuw besluit over die voorziening is genomen.
Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór 1 januari 2025 en waarover pas later een besluit wordt genomen wordt afgehandeld volgens deze verordening.
Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór 1 januari 2026 en waarover pas later een besluit wordt genomen wordt afgehandeld volgens deze verordening.
Een aanvraag voor vervoer naar school die betrekking heeft op het schooljaar 2024/2025 wordt beoordeeld volgens de verordening Leerlingenvervoer gemeente Oude IJsselstreek 2021. Een aanvraag voor vervoer naar school die betrekking heeft op het schooljaar 2025/2026 en verder wordt beoordeeld volgens deze verordening.
14.5 Ingangsdatum en naam
14.5 Ingangsdatum en naam
[Gemeentewet] 1. Deze verordening wordt genoemd: Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2025. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 maart 2025 en vervangt de eerdere Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2025 en de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Oude IJsselstreek 2021.
[Gemeentewet] 1. Deze verordening wordt genoemd: Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2026. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en vervangt de eerdere Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2025.
Alinea over overgangsrecht LLV verwijderd omdat schooljaar 2024/25 al is afgelopen en er geen inhoudelijke wijzingen zijn voor LLV met de huidige update.