CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt lijst verordening 2025.pdf

Raadsvergadering 12 december 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 3: Verordening Sociaal Domein (Wmo, Jeugd, Participatiewet)5.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt lijst (inhoudelijke wijzigingen) NB.: wijzigingen in de nummering als gevolg van het toevoegen of verwijderen van artikelen zijn niet meegenomen in deze lijst. Dit geldt ook voor puur tekstuele wijzigingen. Was

Wordt

Toelichting

Algemeen: De algehele verordening is, waar mogelijk, herschreven naar B1-niveau. Hierbij is constant de afweging gemaakt of de juridische waarde van de tekst in stand blijft bij het aanpassen van het woordgebruik. Waar nodig zijn definities toegevoegd in de woordenlijst om verder te verduidelijken. Ook is er waar mogelijk een eenduidige manier van schrijven toegepast. Dit heeft geresulteerd in veel wijzigingen, de toegevoegde definities treft u in de was-wordt lijst. Alle wijzigingen in woordgebruik treft u niet 1-op-1 aan in deze was-wordt lijst vanwege de grote hoeveelheid wijzigingen. Algemeen: Het woord Fraude is vervangen door de term Oneigenlijk gebruik op meerdere plaatsen in de verordening. Er is een gerechtelijke uitspraak geweest in december 2023: het woord fraude mag niet meer gebruikt worden. Het is een onwenselijke kwalificatie geeft de gerechtelijke uitspraak aan. De Centrale Raad van Beroep heeft op 29 mei 2024 geoordeeld dat de gemeente een aanvraag voor jeugdhulp niet mag afwijzen vanwege “eigen kracht” als in de verordening niet voldoende beschreven staat hoe “eigen kracht” wordt beoordeeld. Veel gemeenten, zo ook Oude IJsselstreek hebben niet voldoende in de verordening beschreven welke criteria en afwegingsfactoren zij hanteren.

In de gewijzigde verordening zijn de criteria en afwegingsfactoren opgenomen waardoor het begrip “eigen kracht” op de juiste wijze beoordeeld kan worden voor zowel de Wmo 2015 als de Jeugdwet. Verordening Sociaal Domein

Verordening Sociaal Domein

Gemeente Oude IJsselstreek 2023

Gemeente Oude IJsselstreek 2025 Cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld is in artikel 2.3.2 eerste lid. Daar waar in de Wmo 2015 gesproken wordt over cliënt, wordt in deze verordening ruimer bedoeld dan het begrip inwoner, als het om mensen gaat die niet ingeschreven staan in de gemeente Oude IJsselstreek. College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek Doelgroepregister: In het doelgroepregister staan

In principe hanteren we in de verordening de term inwoner maar op sommige plekken dekt deze niet geheel de lading zoals in de Wmo 2015 bedoeld is.

Definitie toegevoegd

Definitie toegevoegd

Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en/of levensbeschouwelijke overtuiging.

mensen met een arbeidsbeperking. Hierdoor kunnen zij recht hebben op ondersteuning. Eigen kracht: De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen om als jeugdige, als ouder(s) zelf of met hulp van huisgenoten, mantelzorger(s) of anderen uit het sociale netwerk, of door het gebruik te maken van algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen, andere wetten en regelingen, of anderszins (Jeugdwet) of volwassene met zijn huisgenoten, mantelzorg, anderen uit het netwerk, algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen, andere wetten en regelingen of anderszins (Wmo 2015) te voorzien in of bij te dragen aan het oplossen van het opvoed- en opgroeiprobleem (Jeugdwet) of een probleem bij zelfredzaamheid of participatie, beschermd wonen of maatschappelijke (Wmo 2015). Forfaitaire loonkostensubsidie: een subsidie waarbij tijdens de eerste zes maanden van een dienstbetrekking een vaste loonkostensubsidie van 50 procent van het minimumloon ingezet wordt, zonder dat daarvoor een loonwaardebepaling nodig is. Loonkostensubsidie: een tegemoetkoming voor werkgevers om medewerkers die geen volledig loon kunnen verdienen, toch een volledig salaris uit te kunnen betalen. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner.

Zowel de Jeugdwet als de Wmo 2015 gaan uit van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en zijn/haar ouder(s) of de volwassene en zijn huisgenoten en anderen in het netwerk. Op basis hiervan is deze algemene begripsbepaling voor Jeugdwet en Wmo 2015 noodzakelijk.

Definitie toegevoegd

Definitie toegevoegd

Vanuit privacy overwegingen mag er niet gevraagd worden naar godsdienstige en/of levensbeschouwelijke overtuiging.

Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie heeft (inclusief mantelzorgers).

Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhouden.

Gebruikelijke hulp: de hulp die

Gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot/partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet worden met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld

mag worden verwacht van een partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet worden met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld.

Niet-gebruikelijke hulp: Hulp die meer is dan gebruikelijke hulp, maar die gezien het gegeven dat het om

De begripsbepaling is aangepast omdat we de modelverordening van Stimulansz zoveel als mogelijk volgen en deze onlangs aangepast is op basis van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep op 29 mei 2024. Deze begripsbepaling is opgenomen in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015. De jeugdwet kent deze begripsbepaling niet, maar de Wmo-begripsbepaling is zonder meer toe te passen op de Jeugdwet, omdat in deze begripsbepaling bijvoorbeeld ook “ouders” genoemd worden. Deze begripsbepaling munt niet uit door helderheid: wat algemeen aanvaarde opvattingen zijn en wanneer er sprake is van redelijkheid wordt niet aangegeven en het is aan het college om in te vullen. De meest duidelijke uitspraken van de Centrale Raad van Beroep hierover (ECLI:NL:CRVB:2021:883 en ECLI:NL:CRVB:2021:1114) stellen wel vast dat in het kader van het herinneren van een echtgenote met NAH aan wat zij door de dag moet doen, het ophangen van briefjes en het door de dag bellen “naar algemeen aanvaarde opvattingen, in redelijkheid”, van de echtgenoot verwacht mag worden. Waarom de Centrale Raad van Beroep dit vindt staat er helaas niet bij. In de tweede uitspraak over een bij zijn oma wonende kleinzoon wordt de Centrale Raad van Beroep concreter. De invulling blijft evenwel toch aan het college. Deze begripsbepaling is de aanvulling op de begripsbepaling gebruikelijke hulp. Omdat er

huisgenoten gaat desalniettemin door de ouder(s), de echtgenoot, inwonende kinderen of andere huisgenoten geboden kan worden. Het college maakt een afweging waarin bepaald wordt of dat het geval is. Daarbij worden de criteria en overwegingen zoals opgenomen in artikel 3.3.6 lid 3 gehanteerd. Mantelzorg: Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.

sprake is van gebruikelijke hulp kan er ook sprake zijn van niet-gebruikelijke hulp. Dat is uiteraard hulp die meer is dan gebruikelijke hulp. Dat wil evenwel niet zeggen dat die door de betreffende huisgenoten ondanks dat toch geboden kan worden. Als dat zo is zou je van de huisgenoten, of dat nu ouders zijn of andere huisgenoten, kunnen vragen dat toch te bieden. Deze begripsomschrijving uit de Wmo 2015 geeft aan dat ook al staat er in de Jeugdwet geen begripsomschrijving van mantelzorg, deze ook van toepassing is. In de tussenzin wordt immers ook genoemd: “het opvoeden en opgroeien van jeugdigen” waar zonder meer de Jeugdwet mee bedoeld wordt. Het moge duidelijk zijn dat er bij ouders geen sprake is van mantelzorg voor hun eigen kinderen die al dan niet bij hen in huis wonen en waarvoor zij de opvoedingsverplichting hebben. Maar opa’s en oma’s en andere familie zou je wel mantelzorgers kunnen noemen, mits zij elders wonen. Bij oudere, al dan niet meerderjarige, broers en zussen die met de jeugdige in hetzelfde huis wonen spreek je van gebruikelijke hulp. Wat betreft de vraag of huisgenoten mantelzorgers kunnen worden, zoals in de oude Wmo omschreven was is het antwoord neen. De oude Wmo kende als begripsomschrijving van mantelzorg een extra zinnetje.

De begripsomschrijving in de Wmo 2007 luidde: “Mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een

STOER: De organisatie die o.a. uitvoering geeft aan de uitvoering van de Participatiewet. Het vaststellen van de rechten en plichten en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van de omstandigheden van de inwoner die een gemeentelijke inkomensvoorziening in het kader van de Participatiewet aanvraagt, blijft conform artikel 7.4 van de Participatiewet bij de gemeente Oude IJsselstreek.

STOER: De afdeling van de gemeente die o.a. uitvoering geeft aan de Participatiewet, de minimaregeling en de uitvoering van de inburgering.

Taxivervoer (anders dan collectief taxivervoer): taxivervoer zoals bedoeld in de Wet Personenvervoer 2000. Inleiding Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek Deze verordening geeft gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen: • Gezond en veilig opgroeien; • Wonen in een veilige en gezonde omgeving; • Werken en participeren; • Inburgering

Inleiding Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek Deze verordening geeft gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen: • Gezond en veilig opgroeien; • Wonen in een veilige en gezonde omgeving;

hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt”. Dit laatste zinnetje komt in de nieuwe Wmo 2015 niet meer voor en daaruit blijkt voor huisgenoten dat zij gebruikelijke hulp en nietgebruikelijke hulp kunnen leveren. Voor de nietgebruikelijke hulp worden zij niet zonder meer mantelzorger. Want mantelzorg is vrijblijvend, terwijl je van huisgenoten niet kan zeggen dat wat zij voor elkaar doen vrijblijvend is. De definitie van Stoer aangepast aan de huidige werkwijze en verantwoordelijkheden. Aangezien STOER een afdeling is van de gemeente ligt het vaststellen van de rechten en plichten en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van de van de omstandigheden van de inwoner die een gemeentelijke inkomensvoorziening aanvraagt, automatisch bij de gemeente. De defintie toegevoegd.

De Verordening Sociaal Domein Oude IJsselstreek is een integrale verordening en wordt aangepast op de onderwerpen die inmiddels uitgevoerd worden.

• Ontbreken van perspectief op inkomensverbetering (door langdurig laag inkomen).

2.1 Waarom deze regels?Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de: *Participatiewet (PW); *De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015); *Wet inburgering (Wi 2021) *De Jeugdwet; en *De Gemeentewet.

• Werken en participeren; • Uitkeringen; • Schuldhulpverleni ng • Inburgering • Ontbreken van perspectief op inkomensverbeter ing (door langdurig laag inkomen).

2.1 Waarom deze regels? Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de: *Participatiewet (PW), de IOAZ, de IOAW; *Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs); *De algemene wet bestuursrecht; *De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015); *Wet inburgering (Wi 2021) *De Jeugdwet; *De Gemeentewet; en *De Algemene Verordening Gegevensbescherming.(AVG 2018)

De AVG, de IOAZ, de IOAW, de Awb en de Wgs ontbrak nog en is nu toegevoegd.

3 De hulpvraag Toevoeging omdat we de 3 De hulpvraag modelverordening van Kernwaarden: Kernwaarden: • De inwoner is zelf • De gemeente maakt hulp Stimulansz zoveel als mogelijk volgen. verantwoordelijk, Bereikbaar de gemeente helpt als • De hulpvraag van dat nodig is. de inwoner staat centraal • De eigen mogelijkheden • De gemeente gaat en het sociale netwerk Zorgvuldig om met van de inwoner gaan voor. de inwoner • De gemeente maakt hulp • De inwoner is zelf makkelijk bereikbaar. verantwoordelijk, • De gemeente gaat de gemeente helpt als zorgvuldig om met de dat nodig is. inwoner. • De eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van de inwoner gaan voor.

3.1.3 Gegevens [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wi] De gemeente of Buurtzorg Jong (BZJ) verzamelt alle gegevens over de situatie van de inwoner die nodig zijn voor het gesprek. Als het gaat om gegevens die de gemeente/BZJ niet zelf kan inzien, dan vraagt de gemeente/BZJ aan de inwoner om die gegevens binnen redelijk termijn te leveren.

3.1.3 Gegevens [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wi] De gemeente of Buurtzorg Jong (BZJ) verzamelt alle gegevens over de situatie van de inwoner die nodig zijn voor het gesprek. Als het gaat om noodzakelijke gegevens die de gemeente/BZJ niet zelf kan inzien, dan vraagt de gemeente/BZJ aan de inwoner om die gegevens binnen redelijk termijn te leveren.

Verduidelijking voor de inwoner mbt bescherming privacy.

3.2.3. A Inhoud gesprek (Jeugdwet) 1. De medewerker bespreekt met de inwoner welk effect hij wil bereiken.

3.2.3. A Inhoud gesprek (Jeugdwet) 1. De medewerker bespreekt met de inwoner en/of in het geval van een jeugdige met degene met het gezag over de jeugdige, welk effect de inwoner wil bereiken. De voorzienbaarheid toegevoegd door bij punt 3.3 Aanvraag maatwerkvoorziening onderdeel 1 en 2 het volgende toe te voegen: -De hulp noodzakelijk is om de hulpvraag van de inwoner te beantwoorden en daarmee niet vermijdbaar is; -De hulp voorzienbaar is, maar van de inwoner redelijkerwijs niet verwacht kan worden maatregelen te treffen die de hulpvraag overbodig maakt; -Als de hulp nodig is om (tenminste één van) de doelen van de in 2.1 genoemde wetten te bereiken; -De inwoner heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect helemaal zelf te bereiken. Hij kan dit

Verduidelijking voor de inwoner mbt bescherming privacy.

3.3.2 Aanvraag voor maatwerkvoorziening (Jeugdwet, Wmo)a. Als de hulp noodzakelijk is om de hulpvraag van de inwoner te beantwoorden en er geen andere oplossing voor is; b. Als de hulp nodig is om (tenminste één van) de doelen van de in 2.1 genoemde wetten te bereiken; c. De inwoner heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect helemaal zelf te bereiken. Hij kan dit effect ook niet bereiken met gebruikelijke hulp van huisgenoten, met hulp vanuit het sociale netwerk of met behulp van andere voorzieningen of organisaties; d.De hulp past bij het gewenste effect en de persoonlijke situatie van de inwoner.

De voorzienbaarheid verder beschreven in de verordening waar het thuis hoort als verstrekkingscriterium

effect ook niet bereiken met gebruikelijke hulp van huisgenoten, met hulp vanuit het sociale netwerk of met behulp van andere voorzieningen of organisaties; -De hulp past bij het gewenste effect en de persoonlijke situatie van de inwoner.

3.3.4 Beoordelen aanvraag [Jeugdwet, Wmo, Awb]

3.3.4 Beoordelen aanvraag [Jeugdwet, Wmo, Awb]

1. Bij het beoordelen van de aanvraag betrekt de gemeente/Buurtzorg Jong (BZJ) alle gegevens die van belang zijn.

1. Bij het beoordelen van de aanvraag betrekt de gemeente/Buurtzorg Jong (BZJ) alle gegevens die van belang zijn voor de hulpvragen.

Verduidelijking voor de inwoner mbt de bescherming van de privacy.

3.3.5. Eigen kracht [Jeugdwet, Wmo] Dit artikel geeft betekenis over eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van de ouders en jeugdige (Jeugdwet) en de inwoner (Wmo 2015) wat betreft de eigen kracht . 1. In de jeugdwet is het uitgangspunt dat de jeugdige en de ouders verantwoordelijk zijn voor het opvoeden en het veilig opgroeien van de jeugdige. Ouders met gezag zijn op basis van het Burgerlijk Wetboek verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van hun kind. In dat kader mag het college verwachten dat ouders en jeugdige alles doen wat in hun vermogen ligt om ervoor te zorgen dat de jeugdige gezond en veilig kan opgroeien. Ook in het kader van de Wmo 2015 gaat het college er vanuit dat op de eerste plaats gekeken moet worden wat betrokkene zelf (eigen kracht), met behulp van zijn huisgenoten (gebruikelijke en nietgebruikelijke hulp), mantelzorg, anderen vanuit het netwerk bij kunnen dragen aan de oplossing van de problemen bij zelfredzaamheid en participatie.

Toelichting bij lid 1.: Op basis van de het uitgangspunt van zowel de Jeugdwet als Wmo 2015 zal het onderzoek van het college, waarbij het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep gehanteerd moet worden, in stap 4 uitgebreid onderzocht moet worden waar de eigen kracht, van jeugdige of zijn ouders en van de volwassene, de gebruikelijke hulp van de ouders of de huisgenoten, de mantelzorg, anderen uit het netwerk, andere algemene al dan niet vrij toegankelijke voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen, andere wettelijke voorzieningen zoals de Wet langdurige zorg, het Passend Onderwijs of enige andere wettelijke voorziening een oplossing kunnen bieden, die het niet nodig maken een jeugdhulpof een maatwerkvoorziening te verstrekken.

Pas als dat niet voldoende is komt de gemeente in beeld om een jeugdhulpvoorziening of maatwerkvoorziening te verstrekken. 2. Bij het beoordelen of zowel de ouders en jeugdige of cliënt en zijn omgeving al dan niet voldoende in staat zijn via de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen het probleem zelf op te lossen toetst het college of dit voldoende is

Toelichting bij lid 2: Om te beoordelen of er sprake is van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen kan het college vanwege rechtsgelijkheid niet een beoordeling op eigen houtje geven. Daarom zijn criteria zoals in de

om de hulp die nodig is te bieden. Het afwegingskader hiervoor wordt gevormd door de criteria in artikel 3.3.6, lid 3

jurisprudentie genoemd basis voor deze beoordeling. Het college zal ook steeds moeten onderbouwen waarom op basis van deze criteria er al dan niet sprake is van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. In beleid kunnen deze criteria nader worden uitgewerkt aan de hand van praktijkervaringen.

3. Als de jeugdhulpvoorziening of de maatwerkvoorziening die na het volgen van het stappenplan kan worden toegekend gewenst wordt in de vorm van een pgb zal het college, los van alle voorwaarden die wettelijk gelden voor de toekenning van een pgb, uitgaan van het uitgangspunt dat een pgb niet bedoeld is als (gezins)inkomen maar om daamee de hulp in te kopen die nodig is als de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn gebleken. Het inzetten van een jeugdhulp- of maatwerkvoorziening dat verstrekt zal worden in de vorm van een pgb in en situatie van overbelasting zal gericht zij op het doel als geschetst in lid 3 van dit artikel

Toelichting Lid 3: Een pgb voor jeugdhulp of een maatwerkvoorziening is niet bedoeld als gezinsinkomen. Het is ook niet bedoeld om met behulp van een pgb minder te gaan werken. Het zelfstandig kunnen zorgen voor een inkomen is immers een basisverplichting in onze maatschappij. Als ouders of huisgenoten niet of onvoldoende in staat zijn te werken vanwege een grote hulpvraag zal beoordeeld moeten worden op welke manier die hulpvraag het beste opgelost kan worden. Daarbij is het uitgangspunt dat hulp aan een kind of huisgenoot niet in de plaats kan komen van een gezinsinkomen gezien de wankele basis van dit inkomen: als betrokken hulp niet meer nodig is, valt van de ene op de andere dag het inkomen weg. Als het gaat om het overnemen van bijvoorbeeld adl-taken bij kinderen op momenten dat daarvoor geen hulp is in te kopen of in situaties dat hulp door anderen nauwelijks of niet te verwezenlijken is, kunnen op dit uitgangspunt uitzonderingen gemaakt worden.

3.3.6 Criteria voor beoordeling van de eigen kracht en gebruikelijke hulp. 1. Voor de beoordeling van de eigen kracht van de jeugdigen, ouders, de volwassen of andere huisgenoten zodat er geen jeugdhulp of maatwerkvoorziening verstrekt hoeft te worden, weegt het college in ieder geval de volgende belangen af: a. De behoeften en mogelijkheden van de jeugdige of de volwassene; b. De voor de jeugdige of inwoner benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan; c. De mogelijkheden, draagkracht en de belastbaarheid van de ouders of de volwassene; en d. De samenstelling van de volwassene, het gezin en de woonsituatie. 2. Bieden de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten aan de jeugdige of zijn ouders (Jeugdwet) of een volwassene (Wmo 2015) gebruikelijke hulp en bovendien niet-gebruikelijke hulp, dan wordt geen jeugdhulp- of een maatwerkvoorziening verstrekt als: a. de gebruikelijke helper aanwezig is; b. de gebruikelijke helper de hulp kan bieden; c. de gebruikelijke helper niet overbelast is; d. het niet gaat om professionele hulp; en e. er geen medische contraindicaties zijn. 3. Als onderdeel van de eigen kracht onderzoekt het college ook of de jeugdige, ouders of volwassene gebruik kunnen maken van

Toelichting lid 1 De in dit artikel genoemde criteria komen uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep Het zijn op dit moment nog de enige duidelijke en vastgelegde criteria. De in het eerste lid genoemde belangen komen uit uitspraak : ECLI:NL:CRVB:2019:2362.

De in dit artikel genoemde criteria komen uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep Het zijn op dit moment nog de enige duidelijke en vastgelegde criteria. In lid twee genoemde criteria komen uit de uitspraken: ECLI:NL:CRVB:2021:823 en ECLI:NL:CRVB:2021:1114

algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen en andere wetten of regelingen. Is hiervan sprake, dan wordt geen jeugdhulp- of maatwerkvoorziening verstrekt. 4. Als het gaat om het begrip overbelasting, zoals genoemd in eerste lid van dit artikel zal bij twijfel een medisch advies worden ingewonnen.

5. Als (al dan niet na een medisch advies) is vastgesteld dat er sprake is van dreigende overbelasting onderzoekt het college wat er gedaan kan worden om deze (dreigende) overbelasting te beëindigen. Is dat een al dan niet tijdelijke jeugdhulp- of maatwerkvoorziening, dan wordt deze verstrekt met de bedoeling om de (dreigende) overbelasting te beëindigen.

6. Indien het gaat om professionele hulp, zoals genoemd in het eerste lid, onder d en de huisgenoot of naaste is een professional op het terrein waarop de professionele hulp nodig is, zal deze combinatie voor het college aanleiding zijn geen jeugdhulpvoorziening of geen maatwerkvoorziening te verstrekken die ingevuld wordt door de professional in verband met de systeemproblemen die

Toelichting lid 4: Het vaststellen of er sprake is van (driegende) overbelasting kan lastig zijn. Daarom is er in voorzien dat in geval van onduidelijkheid een medisch advies ingewonnen zal moeten worden. Toelichting lid 5: Al dan niet reeds aanwezige of dreigende overbelasting is een vaak genoemd argument bij aanvragen jeugdhulp of een maatwerkvoorziening. Of daar sprake van is zal nauwkeurig moeten worden vastgesteld. Daarbij zal, als objectieve vaststelling van die overbelasting niet (gemakkelijk) is vast te stellen een medisch advies onontbeerlijk zijn. In dit medisch advies zal de medische adviseur gevraagd worden de klachten van betrokkene ouders of huisgenoten te objectiveren. Toelichting lid 6: Om adequate hulp te kunnen verlenen op professioneel niveau is een professionele blik of visie op de problematiek noodzakelijk. Het is voor naasten of verwanten niet mogelijk hun rol als ouders, of hun rol als broer of zus, of ander naast gezinslid, te combineren met een dergelijke professionele objectieve blik. Alleen al het gegeven dat ondanks de deskundigheid die aanwezig is problemen zijn ontstaan is

goede professionele hulp in de weg staat

daar al een teken van. De oorzaak hiervan zijn de systeemproblemen waar huisgenoten per definitie mee te maken hebben. Daarom is bepaald dat deze combinatie voor het college aanleiding zal zijn een alternatieve invulling te zoeken.

3.3.7. Deskundig onderzoek, deskundige toeleiding en beoordeling. (Jeugdwet, Wmo) 1.Bij het beoordelen of en zo ja welke jeugdhulpvoorziening in welke vorm en omvang het college gaat toekennen wordt het stappenplan van CRvB gehanteerd. 2. De beoordeling zoals in lid 1 genoemd vindt plaats door SKJ-geregistreerde personen met specifieke deskundigheid die in het concrete geval noodzakelijk is, indien nodig in overleg of na samenspraak met de gedragswetenschapper van de gemeente. 3.Ook in het kader van de Wmo 2015 draagt het college zorg voor voldoende deskundig en ervaren medewerkers. 4. Bij een onafhankelijk advies dient het college zich ervan te vergewissen dat het onderzoek zorgvuldig is verricht en de conclusies logisch en concluderend zijn.

De Centrale Raad van Beroep heeft ook aangegeven dat de deskundigheid die nodig is voor het indiceren dient in de verordening opgenomen te worden. De gemeente dient altijd bij ieder besluit te controleren of het hele proces zorgvuldig is verlopen.

4.2 Uitgangspunten bij het bieden van hulp [Jeugdwet] 1. Bij het bieden van hulp houdt de medewerker rekening met het geloof, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en de ouders. 2. Alle hulp is gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden en het kunnen oplossen van het probleem door de jeugdige, zijn ouders en hun sociale netwerk. 3. De medewerker betrekt de wensen van de jeugdige en zijn ouders bij de keuze welke jeugdhulp wordt ingezet. 4. Pleegouders kunnen voor hulp in eerste instantie bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is kan de pleegzorgorganisatie extra hulp vragen aan de gemeente. 5. Als het gewenste effect van de jeugdhulp niet op eigen kracht of met het sociale netwerk bereikt kan worden, maar wel met hulp die voor iedereen toegankelijk is, dan wordt die hulp ingezet. Het gaat dan bijvoorbeeld om hulp door het maatschappelijk werk of een praktijkondersteuner GGZ van de huisarts. Kan het gewenste effect niet bereikt worden met die hulp, dan wordt een maatwerkvoorziening ingezet. 6. Buurtzorg Jong (BZJ) zorgt ervoor dat signalen over zorgen bij opgroei- en opvoedingsproblemen en/of kindermishandeling/huiselij k geweld zo vroeg mogelijk worden opgevangen en dat daar ook zo vroeg mogelijk hulp wordt geboden. Waar mogelijk biedt BZJ

4.2 Uitgangspunten bij het bieden van hulp [Jeugdwet] 1. Bij het bieden van hulp houdt de medewerker redelijkerwijs rekening met de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige en zijn ouders. 2. Bij het bieden van hulp houdt de medewerker rekening met het geloof, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en de ouders. 3. Alle hulp is gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden en het kunnen oplossen van het probleem door de jeugdige, zijn ouders en hun sociale netwerk. 4. De medewerker betrekt de wensen van de jeugdige en zijn ouders bij de keuze welke jeugdhulp wordt ingezet. 5. Pleegouders kunnen voor hulp in eerste instantie bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is kan de pleegzorgorganisatie extra hulp vragen aan de gemeente. 6. Als het gewenste effect van de jeugdhulp niet op eigen kracht of met het sociale netwerk bereikt kan worden, maar wel met hulp die voor iedereen toegankelijk is, dan wordt die hulp ingezet. Het gaat dan

De wetgever heeft dit punt 1 als eerste genoemd in artikel 2.3 lid 4 sub a van de Jeugdwet. Door dit punt op te nemen geven we uitvoering aan het advies van de ASD om de inwoner zich meer gezien en gehoord te laten voelen.

jeugdhulp op vrijwillige basis. Wanneer de rechter daar uitspraak over doet, zet de gemeente jeugdhulp in de vorm van een maatwerkvoorziening onder dwang in. 7. Bij signalen van kindermishandeling kan iedere inwoner hiervan melding maken via de website: www.ikvermoedhuiselijkge weld.nl

bijvoorbeeld om hulp door het maatschappelijk werk of een praktijkondersteuner GGZ van de huisarts. Kan het gewenste effect niet bereikt worden met die hulp, dan wordt een maatwerkvoorzienin g ingezet. 7. Buurtzorg Jong (BZJ) zorgt ervoor dat signalen over zorgen bij opgroeien opvoedingsprobleme n en/of kindermishandeling/ huiselijk geweld zo vroeg mogelijk worden opgevangen en dat daar ook zo vroeg mogelijk hulp wordt geboden. Waar mogelijk biedt BZJ jeugdhulp op vrijwillige basis. Wanneer de rechter daar uitspraak over doet, zet de gemeente jeugdhulp in de vorm van een maatwerkvoorzienin g onder dwang in. 8. Bij signalen van kindermishandeling kan iedere inwoner hiervan melding maken via de website: www.ikvermoedhuis elijkgeweld.nl

5.2.1 Geschikte woning De tegemoetkoming in de verhuisen herinrichtingskosten als de inwoner verhuist naar een geschikte(re) woning zijn terug te vinden in het besluit bedraagt maximaal € 1.524,50 (NIBUD prijzengids). De kosten van herinrichting zijn de kosten van vloerbedekking, gordijnen, vitrages, behang en verf.

5.2.1 Geschikte woning De maximale tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten als de inwoner verhuist naar een geschikte(re) woning zijn terug te vinden in het Besluit Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2024. De kosten van herinrichting zijn de kosten van

In de verordening worden geen bedragen genoemd. Dit hoort in het (financieel) besluit waar het nu in opgenomen is.

vloerbedekking, gordijnen, vitrages, behang en verf. 5.2.1 Geschikte woning 2. De maatwerkvoorziening houdt in dat de woning bereikbaar en geschikt wordt gemaakt. Dit kan gebeuren door de woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer, berging en de gang(en), hal of overloop in de woning volgens de regels van het bouwen aan te passen.

6.3.2 Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk(jeugdwet, Wmo) Voor de persoon die hulp verleent uit het sociale netwerk van de inwoner hanteert de gemeente een tarief gebaseerd op het wettelijk minimumloon.

Hoogte en tarief PGB (6.3.4) Punt 2 Het pgb wordt gebaseerd op een offerte voor de aangegeven kosten én op basis van de kosten die de gemeente gemaakt zou hebben als er hulp in natura zou zijn verstrekt. Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met de onderhouds- en verzekeringskosten. 6.4.2.Mogelijke tegemoetkoming 2.b. het bezoekbaar maken van een woning bedraagt maximaal het in het Besluit Sociaal Domein opgenomen bedrag. Het gaat om het toegankelijk maken van de

5.2.1 Geschikte woning 2. De maatwerkvoorziening houdt in dat de woning bereikbaar en geschikt wordt gemaakt. Dit kan gebeuren door de woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer, berging en de gang(en), hal of overloop in de woning volgens de regels van het bouwen aan te passen of door hulpmiddelen die mogelijk verstrekt worden. Pgb bij hulp door personen uit het sociale netwerk (Jeugdwet, Wmo) Voor de persoon die hulp verleent vanuit het sociale netwerk van de inwoner hanteert de gemeente een tarief gebaseerd op de uitspraak van de CrvB (ECLI:NL:CRVB:2023:1580) Door deze uitspraak over te nemen betekent dat de hoogte van het PGB tarief moet worden vastgesteld aan de hand van de CAO’s die gelden voor hulp bij het huishouden en begeleiding. Hoogte en tarief PGB Punt 2 voor een voorziening wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de voorziening die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou zijn verstrekt;

Toevoeging voor de volledigheid van punt 2

6.4.2.Mogelijke tegemoetkoming 2.b. het bezoekbaar maken van een woning (voor een inwoner met een Wlzindicatie voor wonen)

Toegevoegd om zo volledig mogelijk te zijn.

Er is een uitspraak door de Centrale raad van beroep gedaan die ertoe heeft geleid dat de verordening op dit punt aangepast dient te worden.

Volgens de richtlijnen aangepast.

woning via de voor- of achterdeur om zo de woonkamer en toilet te bereiken. Dit voor de inwoner die in het weekend naar huis gaat.

bedraagt maximaal het in het Besluit Sociaal Domein opgenomen bedrag. Het gaat om het toegankelijk maken van de woning via de voor- of achterdeur om zo de woonkamer en toilet te bereiken.

Hoofdstuk 7: Werk en participatie We blijven volgen hoe het gaat, ook als de inkomensondersteuning gestopt is Dit betekent dat we met de inwoner (en eventueel de werkgever) afspraken maken. Nadat de inkomensondersteuning is gestopt, blijven we in contact om te kijken hoe het gaat op de werkplek.

Hoofdstuk 7: Werk en participatie We blijven volgen hoe het gaat, ook als de inkomensondersteuning gestopt is Dit betekent dat we met de inwoner (en eventueel de werkgever) afspraken maken. Nadat de inkomensondersteuning is gestopt, blijven we zo lang als nodig in contact om te kijken hoe het gaat op de werkplek. Hoofdstuk 7: Werk en Participatie STOER voert activiteiten uit die behoren tot de werkzaamheden op grond van de Participatiewet. Zij doet dit binnen de visie die beschreven is in de ‘Transformatie in de kijk op werk’. Onze dienstverlening kent de volgende uitgangspunten:

Toegevoegd als tijdsindicatie wat er hierin mogelijk is.

7.2.12 Participatieplaats

Toegevoegd ter verduidelijking

Hoofdstuk 7: Werk en Participatie STOER geeft namens de gemeente Oude IJsselstreek uitvoering aan een aantal activiteiten die behoren tot de werkzaamheden op grond van de Participatiewet. Zij doet dit binnen de visie die beschreven is in de Transformatie in de kijk op werk. De gemeente Oude IJsselstreek voert binnen deze visie een aantal activiteiten uit die conform de huidige Participatiewet aan een gemeente zijn voorbehouden.

Aangepast om onduidelijkheid over de taakverdeling te voorkomen

2. In een schriftelijk contract tussen betrokken partijen wordt in ieder geval vastgelegd:

7.2.14 Ondersteuning bij een visuele of motorische handicap.

a. het doel van de participatieplaats; b. de momenten waarop besproken wordt hoe het gaat; c. de manier waarop begeleid wordt. 7.2.14 Ondersteuning bij een motorische handicap.

De ondersteuning van inwoners met een visuele

De medewerker kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.

De medewerker kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of geheel of gedeeltelijk ontbrekende motorische lichaamsfunctie.

handicap is per wet overgedragen aan het UWV.

10.3.3 Privacy [Jeugdwet, Wmo,] De gemeente/BZJ zorgt ervoor dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privéleven van inwoners plaatsvindt (tijdens bijvoorbeeld een huisbezoek). Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente/BZJ ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.

10.3.3 Privacy bij controle op oneigenlijk gebruik [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] De gemeente/BZJ/SST/Stoer werkt met een protocol voor het afleggen van een huisbezoek bij een inwoner die een uitkering/voorziening ontvangt. Dit protocol zorgt ervoor dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privéleven van inwoners plaatsvindt. De inwoner kan dit protocol inzien. Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt de gemeente/BZJ/SST/Stoer ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals op de bescherming van het privéleven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is

Gelet op de wet op de privacy is het toevoegen van het protocol van belang zodat er gehandeld wordt volgens de wetgeving.

10.1 Inspraak van de inwoners 6. Voor de inwoners met een WSW-dienstverband is de mogelijkheid tot inspraak via de Ondernemingsraad en de Onderdelencommissie bij Laborijn. Laborijn is de uitvoerende partij voor inwoners met een WSWdienstverband. 14.3 Intrekken oude verordeningen [Gemeentewet] De verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2023, zoals vastgesteld op 25 mei 2023, wordt ingetrokken met

Deze informatie toegevoegd om helderheid te verschaffen over hoe deze doelgroep gebruik kan maken van zijn inspraakrecht.

14.3 Intrekken oude verordeningen [Gemeentewet] De verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2023, zoals vastgesteld op 25 mei 2023, wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze verordening ingaat.

ingang van de datum waarop deze verordening ingaat.

14.5 Ingangsdatum en naam[Gemeentewet] 1. Deze verordening wordt genoemd: Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2025. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2025 en vervangt de Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2023

14.5 Ingangsdatum en naam [Gemeentewet] 1.Deze verordening wordt genoemd: Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2025. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2025 en vervangt de Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2023 en de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Oude IJsselstreek 2021.

Er is bij punt 2 de verordening leerlingenvervoer gemeente Oude IJsselstreek 2021 toegevoeg omdat in de nieuwe verordening het leerlingenvervoer een onderdeel van is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4788/documents/30292