CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-lijst Horecaverordening gemeente Oude IJsselstreek.pdf

Raadscommissie Algemene zaken Financiën en Economie (AFE) 10 maart 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 9: Horecaverordening gemeente Oude IJsselstreek6.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-lijst Horecaverordening gemeente Oude IJsselstreek Hieronder een overzicht van alle huidige regels en hoe deze opgenomen zijn geweest in de nieuwe verordening.

Was Drank- en Horeacverordening gemeente Oude IJsselstreek Artikel 1 Begripsbepalingen  1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: o a. de wet: de Drank- en Horecawet; o b. vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet; o c. paracommerciële rechtspersoon: de rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de wet.  2. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de overige begrippen in deze  3. verordening verstaan hetgeen de wet daaronder verstaat.

Wordt Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: Alcoholwet; b. de APV: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oude IJsselstreek; c. de Alcoholwetvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet; d. de exploitatievergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 2:26 van de APV en deze verordening; e. bevoegd gezag: de burgemeester respectievelijk het college van burgemeester en wethouders, ieder voor zover het betreft zijn bevoegdheid. f. bezoeker: een ieder als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Alcoholwet. g. bijeenkomsten van persoonlijke aard: bijeenkomsten met een besloten karakter zoals bruiloften en partijen. h. convenant: Convenant Veilig Uitgaan gemeente Oude IJsselstreek, en zijn opvolgers; i. leidinggevende: i. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de horecagelegenheid wordt uitgebaat, met uitzondering van bestuurders van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet; ii. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin de horecagelegenheid wordt uitgebaat; iii. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de horecagelegenheid.

iv. barvrijwilliger: de natuurlijke persoon, als bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Alcoholwet, of de wet die hiervoor in de plaats treedt. j. openbare inrichting: i. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid; ii. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, afhaal, buurthuis of clubhuis. iii. onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij de openbare inrichting behorende terras en andere aanhorigheden. k. paracommerciële rechtspersoon: de rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Alcoholwet. l. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt, zoals bedoeld in de APV. m. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de vergunning, bedoeld in deze verordening is verleend of voor wiens rekening en risico de horecagelegenheid wordt geëxploiteerd. Artikel 2 Schenktijden paracommerciële rechtspersonen  1.

Paracommerciële rechtspersonen verstrekken in de door hen geëxploiteerde inrichting uitsluitend alcoholhoudende drank vanaf 1,5 uur voor aanvang tot uiterlijk 1,5 uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelstellingen van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon.  2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het paracommerciële rechtspersonen verboden om in hun inrichting van 00:00 tot 10:00 uur alcoholhoudende drank te verstrekken. Het bestuur legt in haar reglement vast, zoals bedoeld in artikel 4, hoe zij in de praktijk omgaat met deze schenktijden.  3. De burgemeester kan een paracommerciële rechtspersoon in

Artikel 20 Schenktijden paracommerciële rechtspersonen 1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken in de door hen geëxploiteerde inrichting uitsluitend alcoholhoudende drank vanaf 1,5 uur voor aanvang tot uiterlijk 1,5 uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelstellingen van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het paracommerciële rechtspersonen verboden om in hun inrichting van 00:00 uur tot 10:00 uur alcoholhoudende drank te verstrekken. Het bestuur legt in haar reglement vast, zoals bedoeld in artikel 4 Alcoholwet, hoe zij in de praktijk omgaat met deze schenktijden. 3. De burgemeester kan een paracommerciële rechtspersoon in bijzondere

bijzondere omstandigheden of in relatie tot de activiteiten waarop de rechtspersoon zich in hoofdzaak richt ontheffing van de tijden in lid 2 van dit artikel verlenen.

omstandigheden of in relatie tot de activiteiten waarop de rechtspersoon zich in hoofdzaak richt ontheffing van de tijden in lid 2 van dit artikel verlenen.

Artikel 3 Bijeenkomsten paracommerciële rechtspersonen  1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens in de inrichting plaatsvindende bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.  2. Paracommerciële rechtspersonen geven aan anderen geen gelegenheid om in de inrichting alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens in de inrichting plaatsvindende bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.  3. De burgemeester kan een paracommerciële rechtspersoon in bijzondere omstandigheden ontheffing van het verbod in lid 1 of lid 2 verlenen.  4. Onverminderd bovenstaande leden blijft het geldende bestemmingsplan van kracht voor de toepassing van dit artikel.

Artikel 21 Bijeenkomsten paracommerciële rechtspersonen 1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens in de inrichting plaatsvindende bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. 2. Paracommerciële rechtspersonen geven aan anderen geen gelegenheid om in de inrichting alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens in de inrichting plaatsvindende bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. 3. De burgemeester kan een paracommerciële rechtspersoon in bijzondere omstandigheden ontheffing van het verbod in lid 1 of lid 2 verlenen. 4. Onverminderd bovenstaande leden blijft het geldende bestemmingsplan van kracht voor de toepassing van dit artikel. 5. Het eerste en tweede lid geldt niet voor de uitzonderingen van artikel 21a van deze verordening.

Artikel 4 Verantwoordelijkheid bestuur rechtspersoon Het bestuur van de paracommerciële rechtspersoon is medeverantwoordelijk voor de realisatie van de doelstelling alcoholmatiging. De wijze waarop de rechtspersoon deze doelstelling nastreeft en verantwoord met het schenken van alcohol omgaat, wordt door het bestuur schriftelijk vastgelegd in het bestuursreglement. Bij de aanvraag van een vergunning tot het verstrekken van alcoholhoudende drank wordt dit schriftelijke stuk mede overhandigd.

Artikel 23 Verantwoordelijkheid bestuur rechtspersoon Het bestuur van de paracommerciële rechtspersoon is medeverantwoordelijk voor de realisatie van de doelstelling alcoholmatiging. De wijze waarop de rechtspersoon deze doelstelling nastreeft en verantwoord met het schenken van alcohol omgaat, wordt door het bestuur schriftelijk vastgelegd in het bestuursreglement. Bij de aanvraag van een vergunning tot het verstrekken van alcoholhoudende drank wordt dit schriftelijke stuk mede overhandigd.

Artikel 5 Verbod prijsacties horeca Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse te verstrekken tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter aanzienlijk lager is dan de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd. Dit verbod geldt in ieder geval voor prijsacties in de vorm van all-in prijzen en/of happy hours.

Artikel 24 Verbod prijsacties horeca Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse te verstrekken tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter aanzienlijk lager is dan de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd. Dit verbod geldt in ieder geval voor prijsacties in de vorm van all-in prijzen en/of happy hours.

Artikel 6 Hardheidsclausule De burgemeester is bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, welke zich bij de toepassing van de verordening mochten voordoen. Algemene Plaatselijke verordening Artikel 2:25 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. openbare inrichting:  i. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid;  ii. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, afhaal, buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt tevens verstaan en bij de openbare inrichting behorende terras en andere aanhorigheden. b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. c. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de vergunning, bedoeld in artikel 2:28, eerste lid van deze verordening is verleend. d. leidinggevende: 1°.

de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend; 2°. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een openbare inrichting; 3°. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft in een openbare inrichting;

Artikel 42 Hardheidsclausule Het bevoegd gezag, ieder voor zover het betreft zijn bevoegdheid, is bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, welke zich bij de toepassing van de verordening mochten voordoen. Artikel 1 Begripsbepalingen 2. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: Alcoholwet; b. de APV: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oude IJsselstreek; c. de Alcoholwetvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet; d. de exploitatievergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 2:26 van de APV en deze verordening; e. bevoegd gezag: de burgemeester respectievelijk het college van burgemeester en wethouders, ieder voor zover het betreft zijn bevoegdheid. f. bezoeker: een ieder als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Alcoholwet. g. bijeenkomsten van persoonlijke aard: bijeenkomsten met een besloten karakter zoals bruiloften en partijen. h. convenant: Convenant Veilig Uitgaan gemeente Oude IJsselstreek, en zijn opvolgers; i. leidinggevende: i. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de horecagelegenheid wordt uitgebaat, met uitzondering van bestuurders van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet; ii.

de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin de horecagelegenheid wordt uitgebaat; iii. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de horecagelegenheid.

e. barvrijwilliger: de natuurlijke persoon, als bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Alcoholwet, of de wet die hiervoor in de plaats treedt.

Artikel 2:26 Exploitatievergunning openbare inrichting 1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester  a. een openbare inrichting te exploiteren;  b. één of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen te exploiteren, voor zover deze valt onder de uitzonderingscategorie van lid 6. 2. De behandelingstermijn is 8 weken. Deze termijn kan met maximaal 8 weken worden verlengd. 3. De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan,

iv. barvrijwilliger: de natuurlijke persoon, als bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Alcoholwet, of de wet die hiervoor in de plaats treedt. j. openbare inrichting: i. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid; ii. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, afhaal, buurthuis of clubhuis. iii. onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij de openbare inrichting behorende terras en andere aanhorigheden. k. paracommerciële rechtspersoon: de rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Alcoholwet. l. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt, zoals bedoeld in de APV. m. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de vergunning, bedoeld in deze verordening is verleend of voor wiens rekening en risico de horecagelegenheid wordt geëxploiteerd. Artikel 7 Exploitatievergunning openbare inrichting 1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester a.

een openbare inrichting te exploiteren; b. één of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen te exploiteren, voor zover deze valt onder de uitzonderingscategorie van lid 6. 2. De behandelingstermijn is 8 weken. Deze termijn kan met maximaal 8 weken worden verlengd. 3. De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan, een buitenplanse omgevingsvergunning (Bopa) of een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en

beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit en geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de wet die hiervoor in de plaats treedt is verleend. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien:  a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;  b. de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag heeft betrekking tot de leidinggevende van de inrichting overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven;  c. niet voldaan is aan de geldende eisen voor leidinggevende voor deze afdeling;  d. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.  5. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. 6. Het eerste lid geldt niet voor:  a.

de openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit.  b. de openbare inrichting als bedoeld in lid 6, sub a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.  c. een openbare inrichting in zorginstellingen;  d. een openbare inrichting in musea;  d. een openbare inrichting in buurthuizen;  f. een openbare inrichting in verenigingsgebouwen.  g. een bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant.  h. bed & breakfast bestaande uit max. 3 slaapkamers en voor in

onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van de APV kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag van de leidinggevende van de inrichting overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven; c. niet voldaan is aan de geldende eisen voor leidinggevende voor deze verordening; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 5. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. 6. De burgemeester kan besluiten dat een of meer aangeduide soorten openbare inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente zijn vrijgesteld van de in lid 1 omschreven vergunningplicht. 7. Het eerste lid geldt niet voor: a.

de openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. b. de openbare inrichting als bedoeld in lid 6, sub a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. c. een openbare inrichting in zorginstellingen; d. een openbare inrichting in musea; e. een openbare inrichting in buurthuizen; f. een openbare inrichting in verenigingsgebouwen; g. een bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant; h. bed & breakfast bestaande uit max. 3 slaapkamers en voor in totaal max. 6 personen. 8. De uitzonderingen genoemd in het zesde lid zijn niet van toepassing

totaal max. 6 personen.

7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde lid. Artikel 2:26a Inhoud exploitatievergunning en aanhangsel vergunning 1. De burgemeester vermeldt in een vergunning:  a. de vergunninghouder;  b. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;  c. de plaats waar de openbare inrichting zich bevindt;  d. de situering en de oppervlakte van het (de) terras(sen) van de openbare inrichting;  e. de voorschriften en/of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden. 2. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden. 3. De vergunning en het daarvan deel uitmakende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag, als bedoeld in artikel 2:26c, eerste lid, van deze verordening, en de ontvangstbevestiging, als bedoeld in artikel 2:26c, derde lid, van deze verordening of een afschrift daarvan, zijn in de openbare inrichting aanwezig. Artikel 2:26b Eisen aan leidinggevenden 1. De leidinggevenden voldoen aan de volgende eisen:  a. zij hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt;  b. zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;  c. zij staan niet onder curatele. 2.

Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden indien in de openbare inrichting niet aanwezig is:  a. een op de vergunning of het aanhangsel vermelde leidinggevende,

indien de openbare inrichting gebruikt wordt als een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Alcoholwet. Artikel 40 Lex silencio positivo niet van toepassing Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet op de artikelen van deze verordening van toepassing. Artikel 8 Inhoud exploitatievergunning en aanhangsel vergunning 1. De burgemeester vermeldt in een vergunning: a. de vergunninghouder; b. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; c. de plaats waar de openbare inrichting zich bevindt; d. de situering en de oppervlakte van het (de) terras(sen) van de openbare inrichting; e. de voorschriften en/of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden. 2. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden. 3. De vergunning en het daarvan deel uitmakende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende gevallen een afschrift van de aanvraag, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van deze verordening, en de ontvangstbevestiging, als bedoeld in artikel 10, derde lid, van deze verordening of een afschrift daarvan, zijn in de openbare inrichting aanwezig.

Artikel 9 Eisen aan leidinggevenden exploitatievergunning 1. De leidinggevenden voldoen aan de volgende eisen: a. zij hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt, met dien verstande dat leidinggevenden in bedrijven waar uitsluitend etenswaren en niet alcoholhoudende dranken worden verstrekt minimaal de leeftijd van eenentwintig jaar hebben bereikt; b. zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; c. zij staan niet onder curatele. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te

of - indien de openbare inrichting wordt geëxploiteerd door een para commerciële rechtspersoon - een barvrijwilliger; b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:26c, eerste lid, van deze verordening is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.

3. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op exploitatievergunningen, als bedoeld in artikel 2:26, eerste lid, aanhef en onder b., van deze verordening, die louter betrekking hebben op de exploitatie van een terras.

Artikel 2:26c Wijziging aanhangsel exploitatievergunning 1.Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten beschrijven. 2. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. 3. De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag. 4. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel indien de persoon bedoeld in 2:26c, eerste lid, van deze verordening niet voldoet aan de in artikel 2:26b van deze verordening gestelde eisen.

houden indien in de openbare inrichting niet aanwezig is: a. een op de vergunning of het aanhangsel vermelde leidinggevende, of - indien de openbare inrichting wordt geëxploiteerd door een para commerciële rechtspersoon - een barvrijwilliger; b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 10, eerste lid, van deze verordening is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist. 3. De aanwezigheidsplicht van een leidinggevende geldt niet voor een logiesbedrijf onder de voorwaarden dat: a. binnen en buiten het logiesbedrijf een telefoonnummer bekend is waarop de beheerder bereikt kan worden; b. de beheerder binnen 15 minuten aanwezig kan zijn in het logiesbedrijf. 4. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op exploitatievergunningen, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b., van deze verordening, die louter betrekking hebben op de exploitatie van een terras. Artikel 10 Wijziging aanhangsel exploitatievergunning 1. Een vergunninghouder meldt via het aanvraagformulier aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten beschrijven. 2. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. 3. De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag. 4.

De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel indien de persoon bedoeld in 9, eerste lid, van deze verordening niet voldoet aan de in artikel 8 van deze verordening gestelde eisen.

Artikel 2:26d Wijziging exploitatievergunning openbare inrichting

Artikel 11 Wijziging exploitatievergunning openbare inrichting

Indien een openbare inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder verplicht bedoelde wijziging binnen

Indien een openbare inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder verplicht bedoelde wijziging binnen

één maand bij de burgemeester te melden. De burgemeester verstrekt, indien aan de ten aanzien van de openbare inrichting gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde vergunning, waarin de ingevolge artikel 2:26a van deze verordening vereiste omschrijving is aangepast aan de nieuwe situatie.

één maand bij de burgemeester te melden. De burgemeester verstrekt, indien aan de ten aanzien van de openbare inrichting gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde vergunning, waarin de ingevolge artikel 8 van deze verordening vereiste omschrijving is aangepast aan de nieuwe situatie.

Artikel 2:26e Intrekkings-, wijzigings- en schorsingsgronden In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning intrekken, wijzigen of schorsen indien:  a. de vergunninghouder en/of leidinggevenden de bepalingen in deze afdeling overtreden;  b. aannemelijk is dat de vergunninghouder en/of leidinggevenden betrokken zijn, of hun ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;  c. de vergunninghouder en/of leidinggevenden toestaan of gedogen dat in de openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd;  d. de vergunninghouder en/of leidinggevenden zich schuldig maken aan discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of welke grond dan ook;  e. zich in of vanuit de inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het (ongewijzigd) geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting.  f.

een vergunninghouder in een periode van twee jaar ten minste driemaal op grond van artikel 2:26c, eerste lid van deze verordening om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel 2:26c, vierde lid van deze verordening.

Artikel 12 Intrekkings-, wijzigings- en schorsingsgronden In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:6 van de APV kan de burgemeester de vergunning intrekken, wijzigen of schorsen indien: a. de vergunninghouder en/of leidinggevenden de bepalingen in deze verordening overtreden; b. aannemelijk is dat de vergunninghouder en/of leidinggevenden betrokken zijn, of hun ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting; c. de vergunninghouder en/of leidinggevenden toestaan of gedogen dat in de openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd; d. de vergunninghouder en/of leidinggevenden zich schuldig maken aan discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of welke grond dan ook; e. zich in of vanuit de inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het (ongewijzigd) geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting.

een vergunninghouder in een periode van twee jaar ten minste driemaal op grond van artikel 10, eerste lid van deze verordening om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel 10, vierde lid van deze verordening.

Artikel 2:26f Terrassen 1. Indien een aanvraag om een exploitatievergunning mede of uitsluitend betrekking heeft op een bij de inrichting behorend terras, kan de burgemeester aan de ingebruikname van het terras voorschriften en/of beperkingen verbinden, onder andere ten aanzien van:

Artikel 26 Terrassen 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 7 van deze verordening kan de burgemeester de ingebruikname van het terras weigeren indien: a. in straten met een rijbaan tenminste 1,5 meter van het trottoir niet vrijgelaten wordt ten behoeve van voetgangers en

   

a. de inrichting, situering en het gebruik van het terras; b. gedragsregels die op het terras in acht moeten worden genomen; c. de aanwezigheid en inrichting van tappunten op het terras; d. de brandveiligheid.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:26 van deze verordening kan de burgemeester de ingebruikname van het terras weigeren:  a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;  b. als dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer, gebruik en onderhoud van de weg;  c. als dat gebruik afbreuk doet aan een publieke functie van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan. 3. Alle voorzieningen ten behoeve van het terras moeten semi-permanent zijn. Als voor het uitvoeren van openbare werken of om enigerlei andere reden verwijdering van het terras noodzakelijk is, zijn de vergunninghouder en de leidinggevenden verplicht dit terstond of binnen de door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn, op eigen kosten te verwijderen. 4. Het is verboden op of in de omgeving van een terras dranken en/of eetwaren voor gebruik ter plaatse te verstrekken buiten dat deel van de weg waarvan het gebruik ingevolge het bepaalde in het eerste en tweede lid is toegestaan.

2.

3.

4.

5. Buiten de openingstijden van het terras zoals bepaald in artikel 2:27, eerste en tweede lid en artikel 2:28, eerste lid, van deze verordening dient al het meubilair van het terras verwijderd te zijn, dan wel op zodanige wijze onderling met elkaar verbonden dat het niet te verplaatsen is.

5.

6. De burgemeester is bevoegd tot het stellen van nadere regels ten aanzien van het bepaalde in dit artikel.

7.

6.

8.

rolstoelgebruikers ter plaatse; b. voor hulpverleningsdiensten zoals brandweer, politie en ambulance geen vrije doorgang van tenminste 4,5 meter (waarvan 4,25 meter verhard) worden gegarandeerd; c. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; d. dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer, gebruik en onderhoud van de weg; e. dat gebruik afbreuk doet aan een publieke functie van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan. Indien een aanvraag om een exploitatievergunning mede of uitsluitend betrekking heeft op een bij de inrichting behorend terras, kan de burgemeester aan de ingebruikname van het terras voorschriften en/of beperkingen verbinden, onder andere ten aanzien van: a. de inrichting, situering en het gebruik van het terras; b. gedragsregels die op het terras in acht moeten worden genomen; c. de brandveiligheid. Het terras mag: a. geen gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid. b. geen overlast voor de woon- en leefsituatie in de omgeving met zich meebrengen. Bij iedere vergunning behoort een gewaarmerkte tekening waarop duidelijk is aangegeven hoe het terras gesitueerd is en de afmetingen daarvan. Op het terras is het in beginsel niet toegestaan (mechanisch/versterkt) muziek ten gehore te brengen.

Het terras moet tijdens het gebruik voldoende verlicht zijn. De uitstraling van deze verlichting mag geen overlast veroorzaken voor omwonenden en/of het wegverkeer. Het is verboden op of in de omgeving van een terras dranken en/of eetwaren voor gebruik ter plaatse te verstrekken buiten dat deel van de weg waarvan het gebruik ingevolge het bepaalde in het eerste en tweede lid is toegestaan. Gedurende werkzaamheden aan de openbare weg ter plaatse van het terras kan én mag het terras niet worden ingericht, alvorens

Artikel 2:27 Sluitingstijd 1. Het is de exploitant verboden de openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur. 2. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras. 3. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.

toestemming is verkregen van de gemeente. 9. Als de personen/bezoekers/rokers buiten gaan staan, buiten de terrastijden om, dan ziet u erop toe dat dit geen overlast voor de woonomgeving met zich meebrengt. 10. De burgemeester is bevoegd tot het stellen van nadere regels. Artikel 14 Sluitingstijd openbare inrichting 1. Het is de exploitant verboden de openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven: a. op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur; b. op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur. 2. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gebaseerde voorschriften.

4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:28 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:27 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. De burgemeester kan een inrichting – als dan niet voor een bepaalde duur – gesloten verklaren:  a. indien de inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning;  b. indien de inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;  c. indien één van de in artikel 1:6 genoemde situaties, waarbij intrekking van de vergunning mogelijk is, zich voordoet. 3. Een gesloten verklaring, als bedoeld in lid 2, wordt geacht in het openbaar

Artikel 15 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 14 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. De burgemeester kan een inrichting – als dan niet voor een bepaalde duur – gesloten verklaren: a. indien de inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning; b. indien de inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; c. indien één van de in artikel 1:6 APV genoemde situaties, waarbij intrekking van de vergunning mogelijk is, zich voordoet. 3. Een gesloten verklaring, als bedoeld in lid 2, wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van de inrichting is aangebracht.

bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van de inrichting is aangebracht.

4. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.

4. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet. Artikel 2:29 Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting 1. Het is bezoekers verboden in een openbare inrichting:  a. De orde te verstoren;  b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:27 of ingevolge een op grond van artikel 2:28 genomen besluit gesloten dient te zijn;  c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.

Artikel 16 Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting 1. Het is bezoekers verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 14 of ingevolge een op grond van artikel 15 genomen besluit gesloten dient te zijn; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras. 2. De houder is, indien hij daartoe door de burgemeester is aangeschreven, verplicht ervoor zorg te dragen dat steeds wanneer bezoekers in de inrichting aanwezig zijn, van buitenaf kan worden waargenomen, hetgeen daarbinnen voorvalt.

Artikel 2:30 Handel binnen openbare inrichtingen

Artikel 17 Handel binnen openbare inrichtingen 1. In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2. De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

1. In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2. De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. Artikel 2:31 Ordeverstoring Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:26, 2:27 en 2:28 op als bevoegd bestuursorgaan. Beleidsregel ‘Alcoholhoudende drank bij proeverijen, braderieën e.d.’

Artikel 18 Ordeverstoring Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 7, 14 en 15 op als bevoegd bestuursorgaan. Artikel 34 Ontheffing ten behoeve van proeverijen in een slijterijbedrijf

1. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod in artikel 14, lid 1 van de Alcoholwet, ten behoeve van proeverijen in een slijterijbedrijf op grond van artikel 25e van de Alcoholwet. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld. 3. Proeverijen als bedoeld in het eerste lid dienen te voldoen aan de voorwaarden omschreven in artikel 6.1 van het Alcoholbesluit. 4. Per kalenderjaar mogen niet meer dan 20 proeverijen in het slijtersbedrijf plaatsvinden met een maximum van 3 per week. 5. Melding van een proeverij wordt minimaal 3 weken voorafgaand aan die proeverij ingediend bij de burgmeester. De melding geschiedt door het schriftelijk indienen van het verzoek. 6. De burgemeester kan nadere regels stellen ten aanzien van een proeverij in een slijtlokaliteit. Beleidsregel 'Strategie zonder exploitatie- en/of drank- en horecavergunning'

Artikel 38 Exploitatie zonder vergunning 1. Als er sprake is van exploitatie zonder vergunning, is de burgemeester bevoegd tot het opleggen van een (voornemen tot) last onder dwangsom die is gericht op het staken van de exploitatie. De begunstigingstermijn is 14 dagen. 2. Als een openbare inrichting wordt uitgeoefend zonder Alcoholwetvergunning, is de burgemeester bevoegd tot het opleggen een (voornemen tot) last onder bestuursdwang die is gericht op het beëindigen van de verstrekking van alcoholhoudende dranken. Deze kan inhouden het verwijderen van alcoholhoudende drank uit het bedrijf. De begunstigingstermijn is 14 dagen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4852/documents/30755