VVD - 1e termijn begroting 2022.pdf
Tekst van het document
Bijdrage VVD 1e termijn begroting 2022
“Roofbouw of niet?” Voorzitter, we zijn een gemeente op de goede weg, met volop ambities. We zetten vol in op bouwen om aan de behoefte van onze inwoners te voldoen. In het sociaal domein doen we alles anders. Op het gebied van de duurzame uitdagingen lopen we voor ten opzichte van onze buurgemeentes. En daarbij slagen we er redelijk goed in om binnen de afgesproken financiële kaders te blijven. En dat terwijl er toch het nodige op ons afkomt. Afgelopen jaar was hoogleraar Patrick Kenis bij ons in de raad te gast in het kader van de doorontwikkeling in de WMO. Hij legde toen treffend uit dat de uitdagingen voor een gemeente steeds groter worden omdat er steeds meer complexe problemen op ons afkomen. Vrij vertaald: Door toegenomen problematiek rondom verwarde personen en o.a. doorontwikkeling in zorg, digitalisering en social media komen er meer en andere uitdagingen op ons af. Dat vraagt meer specialisering, en dus best wel een flinke opgave voor een organisatie. Als oplossing gaf meneer Kenis ons toen de netwerkorganisatie mee. Dus meer samenwerken met specialistische organisaties. Helaas is dat voor het onderwerp WMO nog niet van de grond gekomen. Wel zien we duidelijk terug dat we meer en meer samenwerkingen aangaan.
Met het stijgen van onze ambities, en de nieuwe uitdagingen die eraan zitten te komen, maken wij als raad de complexiteit voor de organisatie nog een stapje groter. Denk o.a. aan recreatie en woningbouw als voorbeelden waarin wij als raad meer van de organisatie hebben gevraagd.
Stijging personele begroting Tot nu toe heeft dit college de meeste problemen opgelost door niet te snijden of bezuinigen, maar door ‘met lef’, zoals in het coalitieakkoord omschreven staat, de dingen anders te doen. En dan denk ik bijvoorbeeld aan de hervorming in het sociaal domein, een hervorming die redelijk goed lijkt gelukt. Maar voor onze fractie komt het niet als een verrassing dat dit alles nu leidt tot een stijging van onze personele begroting. Hier hebben wij eerder dit jaar, zei het als P.M. post ook al onze goedkeuring voor gegeven tijdens de behandeling van de 1 e bestuursrapportage. Met een stijging van 419 k structureel en twee keer een incidentele stijging gaan de personele lasten richting de 20 miljoen per jaar. Als aanleiding daarvoor staat in de begroting goed uitgelegd dat dit deels komt door het opvangen van het relatief hoge ziekteverzuim. En de toelichting tijdens de technische vragenronde heeft ons geleerd dat dit alleen al dit jaar nu al tot 450 k extra kosten heeft geleid aan inhuur van extern personeel. Daarnaast zijn ook volop ontwikkelingen aanstaande die direct van invloed kunnen zijn op de personele werkdruk.
Denk aan rechtmatigheidsverklaring, de omgevingswet, het nieuwe participatiebeleid dat daarbij hoort, en als belangrijkste komt dan daar nog bij de ambitie van het college bij om van een uitvoeringsorganisatie te evalueren tot een ontwikkelgemeente. Voorzitter, er komt veel op ons af en we blijven onszelf ook nog eens nieuwe ambities opleggen. Als je daarbij optelt dat ook nog eens de arbeidsmarkt onder druk staat roept dat bij mijn fractie de vraag op of wij niet te veel willen, en te snel? In andere woorden: Als fractie vragen wij onszelf af of
wij geen roofbouw plegen, en onze ambities en dus de werkdruk op de organisatie dit moment misschien wel niet te hoog zijn? Natuurlijk onderschatten wij niet de rol die Corona hier zal hebben gespeeld. En als fractie kunnen wij niet zo goed inschatten of wij het beter of juist slechter doen dan de gemeenten om ons heen. Maar we maken ons wel zorgen en daarom zijn we zeer benieuwd naar het oordeel van de portefeuillehouder. Voorzitter, met het uiten van onze zorgen willen we helemaal niet zeggen dat we verkeerd bezig zijn. We pakken denk ik de goede dingen op. En natuurlijk moeten we zo snel mogelijk aan de slag met o.a. het klimaat en het bouwen van nieuwe woningen. We zijn dan ook erg benieuwd naar de invulling die het collega wilt geven aan het bouwen zoals beschreven op pagina 17 en 18 van de programmabegroting. De VVD is ook ambitieus en deze bijdrage moet zeker niet worden opgevat als een betoog om het ‘rustiger’ aan te gaan doen. Maar misschien moeten we concluderen dat we op dit moment wel best wel veel vragen, en moeten we terughoudend zijn om daar nog een schepje bovenop te doen?
Investeringen Financieel lopen we naar ons oordeel de laatste jaren aardig in de pas. De laatste jaren zijn we redelijk consistent. En we hebben niet voor niets de laatste paar jaarrekeningen en begrotingen raadsbreed goedgekeurd. Daarnaast zijn we blij om te zien dat onze motie over de interne beheersing tijdens de jaarrekening goed wordt opgepakt. Mijn fractie heeft nog wel moeite om goed te kunnen inschatten wat de gevolgen van de oprichting van STOER zijn op onze financiële situatie, want die cijfers staan niet zo op de begroting gespecificeerd. Daar zouden we graag in de toekomst meer inzicht in krijgen. De fractie van de VVD heeft al wel vaker de kritiek gehad dat we niet ‘in control’ zijn. Want we hebben de laatste jaren redelijk wat financiële meevallers gehad van het rijk. En in deze bestuursrapportage hebben besparingen van 1,5 miljoen en 1,1 miljoen zelfs moeten terugdraaien in respectievelijk de jeugdzorg en het project meedoen werkt. Dus we zijn er zeker nog niet. Belangrijker nog zijn de investeringen die er nog zitten aan te komen. Want we gaan zo richting de 20 miljoen aan investeringen die er nog aan zitten te komen als we alle huidige plannen rondom wonen en energie bij elkaar optellen. En dat zou ook nog weleens verder kunnen oplopen. De fractie van de VVD is zeker niet bang om gewoon de investeringen die nodig zijn te blijven doen.
Maar we moeten ook kritisch blijven kijken naar het totale financiële plaatje. Want net zoals bij het klimaat, willen wij als liberalen onze verantwoordelijkheid nu nemen zodat de generatie na ons straks niet alle rommel hoeft op te ruimen.
Analyse einde periode coalitie Voorzitter, met deze begroting komen we aan het einde van deze coalitieperiode, want dit is de laatste begroting. Wat meteen opvalt is dat de wereld er in gemeenteland best wel anders uitziet dan een kleine 4 jaar geleden. Helaas heeft niet het hele college de termijn kunnen volbrengen, maar
er is best een hoop werk verzet. Denk daarbij aan de omslag van de krimpstand terug naar groei en de hervorming van het sociaal domein. Maar volgens de VVD is de coalitie niet geslaagd in hun eigen ambitie om van binnen naar buiten te werken. Gelukkig staat het onderwerp participatie vandaag de dag nog steeds op de agenda. De algemene reserve is juist nog maar een kleine 23 miljoen, tegenover de tot doel gestelde 29 miljoen. Daarnaast is de VVD zeker niet blij met het loslaten van de vaste voet voor de leningenportefeuille die is opgelopen tot 117 miljoen en eind 2022 zelfs wordt verwacht op 131 miljoen, tegenover de doelstellen van 110 miljoen. En dan zitten hier ook nog tal van aanstaande investeringen niet bij in, misschien gaan we zelfs wel richting de 150 miljoen?
Samenwerking raad We hebben de laatste jaren regelmatig kritiek gehad om de samenwerking in de raad onderling, en de raad met het college. Zo aan het eind van de coalitieperiode concluderen wij dat hier best wel wat goede stappen in zijn gemaakt. Moties en raadsvoorstellen zijn bijna nooit coalitie tegen oppositie. En de actieve informatie vanuit het college lijkt een stuk ‘actiever’. Eén van de middelen die ons als raad daar goed bij geholpen heeft zijn de startnotities. Echter slaan wij soms een beetje door. Het is goed dat het college de raad aan de voorkant van een onderwerp meeneemt. Maar volgens de VVD hoeft dat niet met ieder onderwerp in de vorm van een startnotitie. En als we dan een startnotitie vaststellen hoeven we deze ook zeker niet altijd vast te stellen in de raad.
Inwonerslasten Tot slot zien wij dat de coalitie er wel in is geslaagd om de woonlasten van onze inwoners binnen de tot doel gestelde 3 procent stijging per jaar te houden. Echter heeft onze inwoner direct nog weinig gemerkt van de financiële compensaties van het rijk of van de reserves die zijn opgebouwd. Denk bijvoorbeeld aan de egalisatiereserve van 117 k. Als het eventueel kan zien wij het liefst dat we onder die 3 procent stijging gaan zitten. De VVD hecht er veel waarde aan dat onze inwoners niet meer betalen dan nodig. En daarom willen wij in de tweede termijn met een motie komen om de afvalstoffenheffing eenmalig met 5 euro te verlagen, te betalen uit die egalisatiereserve. En we kijken daarbij uit naar een reactie van college, en andere partijen.