CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en antwoorden VANG beleid - College 7 juni 2022.pdf

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 1: VANG-beleid (Van Afval naar Grondstof)5.851 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VANG-beleid 2022-2030 Veelgestelde vragen & antwoorden

Dit is een bijlage bij het ‘Beleid VANG, Van Afval Naar Grondstof, 2022-2030, gemeente Oude IJsselstreek’. In deze bijlage zijn de vragen over afvalscheiding en het nieuwe VANG-beleid gebundeld en beantwoord, die in het voortraject regelmatig werden gesteld door het bestuur en inwoners.

Inhoud 1 Waarom wordt een tarief voor restafval voorgesteld en niet een ander systeem? ................. 1 2 Welk tariefsysteem wordt ingevoerd in Oude IJsselstreek? ....................................................... 2 3 Leidt een tariefsysteem tot meer zwerfafval en afvaldump? ...................................................... 3 4 Leidt een tariefsysteem tot meer verontreiniging van de gescheiden grondstoffen? ............. 4 5 Hoe verhoudt de afvalstoffenheffing in Oude IJsselstreek zich tot andere gemeenten? ....... 4 6 Is een tariefsysteem duurder dan geen tariefsysteem? ............................................................... 5 7 Is een tariefsysteem wel eerlijk voor mensen met veel medisch afval, een laag inkomen en voor grote gezinnen? ............................................................................................................................ 5 8 Wordt het vast tarief met het tariefsysteem lager dan het huidige vast tarief? ....................... 6 9 Leidt het invoeren van een tariefsysteem tot minder tevredenheid onder inwoners? ............. 7 10 Waarom belasten we onze inwoners met zelf afval scheiden als het toch achteraf nog gedaan wordt door machines (nascheiding)? ..................................................................................

7 11 Is het doel om in 2025 veel meer afval te scheiden realistisch? .............................................. 9 12 Wat is ‘echt’ restafval? .................................................................................................................. 11 13 Hoe zorgt de gemeente er voor dat er minder verpakkingen worden gemaakt? ................. 11 14 Heeft afval scheiden echt nut? .................................................................................................... 12 15 Afval scheiden kost toch veel meer geld dan het oplevert? .................................................... 12 16 Het is niet goed voor het milieu om alles gescheiden in te zamelen, toch? ......................... 14 17 Bij bedrijven ontstaat toch veel meer afval dan thuis. Is de bijdrage van inwoners dan niet te verwaarlozen? ................................................................................................................................. 14 18 Waar staan alle regels voor het scheiden van afval? ............................................................... 14

1 Waarom wordt een tarief voor restafval voorgesteld en niet een ander systeem? De twee belangrijkste redenen om een tariefsysteem voor te stellen zijn: het positieve effect op de afvalscheiding en de kosteneffectiviteit. Het CBS, Rijkswaterstaat en branchevereniging NVRD verzamelen sinds decennia alle gegevens over de ingezamelde hoeveelheden afval in de Nederlandse gemeenten. Op basis van historische data en de data van de deelnemers aan de jaarlijkse benchmarks van de NVRD kan een indicatie worden gegeven van de effecten van maatregelen zoals een hogere service en het invoeren van een tariefsysteem of omgekeerd inzamelen. Daarbij wordt aangetekend, dat het precieze effect van maatregelen afhangt van veel verschillende factoren, zoals het bestaande inzamelsysteem, andere maatregelen die op hetzelfde moment worden ingevoerd, het milieubewustzijn van inwoners en de fysieke mogelijkheden om afval te scheiden (zoals de ruimte in/om huis). In het voortraject zijn acht scenario’s onderzocht op de effecten op de aspecten uit de afvaldriehoek (milieu, service en kosten) en getoetst aan de ambities en uitgangspunten uit het Ambitiedocument. Hieruit blijkt, dat de ambities op het gebied van milieu alleen binnen handbereik kwamen met een systeemwijziging zoals een tariefsysteem of omgekeerd inzamelen.

Voor omgekeerd inzamelen is weinig draagvlak in de gemeente Oude IJsselstreek en daarom is de introductie van een tarief voor restafval verder onderzocht.

Effect van meer voorlichting Het effect van campagnes om afvalscheidingsgedrag te beïnvloeden is moeilijk te meten en wordt daardoor nauwelijks gedaan. In haar onderzoek ‘Effectieve beïnvloeding van afvalscheiding’ uit 2016 concludeert Rijkswaterstaat dat het niet waarschijnlijk is dat het effect van een campagne die gericht is op langdurig veranderen van gewoontegedrag, zoals het afvalscheidingsgedrag, boven 3% ligt. Een inzet op alleen voorlichting heeft dan ook een zeer beperkt effect op de hoeveelheid restafval.

Effect van hogere service Met de rekentool VANG van de NVRD, die eind 2019 beschikbaar kwam, krijgen gemeenten inzicht in wat diverse maatregelen kunnen betekenen voor hun gemeente. Volgens deze rekentool leidt enkel een hogere service tot een gemiddelde daling van 25 kilogram grof en fijn restafval per inwoner (bandbreedte van 1 kilogram tot 54 kilogram).

Effect van omgekeerd inzamelen (restafval naar ondergrondse containers) Volgens de rekentool van de NVRD leidt omgekeerd inzamelen tot een gemiddelde daling van 30 kilogram grof en fijn restafval per inwoner (bandbreedte van 0 kilogram tot 59 kilogram).

Effect van tariefsysteem voor restafval Volgens de rekentool van de NVRD leidt een tariefsysteem op volume-frequentie tot een gemiddelde daling van 75 kilogram grof en fijn restafval per inwoner (bandbreedte van 62 kilogram tot 86 kilogram). In combinatie met een betere service wordt het effect hoger: gemiddeld daalt de hoeveelheid fijn restafval met 86 kilogram per inwoner (bandbreedte van 80 kilogram tot 100 kilogram). Voor Oude IJsselstreek gaan we uit van een verwachte daling van 66 kilogram restafval; minder dan de gemiddelde bandbreedte van een tariefsysteem op volume-frequentie in combinatie met een betere service. In de huidige situatie is de afvalscheiding in deze gemeente namelijk al iets hoger dan

1 van 13

gemiddeld in andere gemeenten die een tariefsysteem invoeren. In de praktijk blijkt dat het meer moeite kost om de laatste kilogrammen restafval te verminderen dan de eerste. In eerdergenoemd rapport van IPR Normag is aangegeven dat een tariefsysteem een succesvol instrument is om minder restafval en meer recyclebare grondstoffen te krijgen. In 2019 was er een gemiddeld verschil van bijna 88 kilogram fijn restafval per inwoner tussen gemeenten met en zonder tariefsysteem. De scheiding tussen restafval en grondstoffen was in gemeenten met tariefsysteem 78% en 61% in gemeenten zonder tariefsysteem.

Resultaten in vergelijkbare gemeenten (NVRD Benchmark, klasse D) De gemeente Oude IJsselstreek heeft over het jaar 2020 meegedaan aan de NVRD benchmark. Hierin is de gemeente vergeleken met 25 andere gemeenten in klasse D (gemeenten van 0% tot 20% hoogbouw). Ook hieruit blijkt dat gemeenten met tarief een veel lagere hoeveelheid restafval hebben dan gemeenten zonder. Deelnemende gemeenten met tariefsysteem voor restafval Van de dertien gemeenten met een tariefsysteem en maximaal 20% hoogbouw, hadden er zeven gemeenten maximaal 100 kilogram restafval per inwoner. In de resterende vijf gemeenten kwam per inwoner tussen de 101 en 127 kilogram vrij. Van deze gemeenten was de afvalscheiding in Bronckhorst het hoogst: er werd 50 kilogram restafval per inwoner geproduceerd in 2020. Bronckhorst kent een systeem met een tarief voor restafval en omgekeerd inzamelen, waarbij inwoners zelf hun restafval naar ondergrondse containers brengen. Deelnemende gemeenten zonder tariefsysteem voor restafval Aan de benchmark deden twaalf gemeenten met maximaal 20% hoogbouw mee, die geen tarief voor restafval kenden. Van deze gemeenten had Oude IJsselstreek de laagste hoeveelheid restafval: 116 kilogram. In de resterende elf gemeenten kwam tussen de 140 en 274 kilogram restafval per inwoner vrij.

2 Welk tariefsysteem wordt ingevoerd in Oude IJsselstreek? Er bestaan verschillende soorten tariefsystemen: Volume/frequentie: betalen per keer dat restafval wordt aangeboden, waarbij het bedrag afhankelijk is van de grootte van de container of afvalzak Gewicht: betalen per kilogram restafval Dure afvalzak: restafval gaat in een speciale tariefzak, die tegen een tarief wordt gekocht in de supermarkt In de gemeente Oude IJsselstreek wordt een tariefsysteem op basis van volume/frequentie voorgesteld. Dit betekent dat inwoners straks een vast tarief per jaar betalen en daarnaast een tarief per keer dat zij de grijze container aan de straat zetten of per keer dat zij een afvalzak in de ondergrondse container gooien. Er worden verschillende tarieven vastgesteld, die afhankelijk zijn van het volume: een afvalzak (60 liter), de kleine container voor restafval (van 140 liter) of de grote container voor restafval (240 liter). Inwoners betalen dus voor het verbruik. Zo werkt het ook bij de afrekening voor bijvoorbeeld stroom, water en gas. In het systeem dat wordt voorgesteld weegt de inzamelwagen het restafval niet. Er is geen sprake van een tarief voor gewicht en inwoners betalen straks niet per kilogram restafval. Enerzijds omdat er een forse investering nodig zou zijn om de speciale apparatuur aan te schaffen waarmee het afval op het 2 van 13

inzamelvoertuig kan worden gewogen. Anderzijds omdat inwoners betalen per keer als ‘eerlijker’ ervaren dan betalen per kilogram. Als iemand anders afval in de container van een inwoner gooit wanneer deze aan straat staat, dan heeft dit geen invloed op het te betalen bedrag. De inzamelwagen registreert alleen dat de container voor restafval is geleegd en niet hoe zwaar de container is.

3 Leidt een tariefsysteem tot meer zwerfafval en afvaldump? Eind 2020 heeft IPR Normag een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd naar de effecten van het invoeren van een tariefsysteem. Hieruit blijkt dat in gemeenten met een tariefsysteem nauwelijks tot geen toename is van zwerfafval en afvaldump. De angst is vaak groter gebleken dan hoe het in werkelijkheid uitpakt. In een verkennend onderzoek van Alterra in 2007 komt naar voren dat de meeste dumpingen in Nederland grof afval betreft, waarvoor op de milieustraat of commercieel betaald moet worden. De door IPR Normag in dit onderzoek geïnterviewde gemeenten geven ook aan dat het probleem van dumpingen voornamelijk grof afval (verbouwingsafval) of illegale stort (zoals drugsafval) betreft en dat het niet een groter of onbeheersbaarder probleem is geworden sinds de invoering van een tariefsysteem. Dumpingen van fijn restafval komen weinig voor en als het voorkomt na de invoering van een tariefsysteem is het van geringe omvang en een tijdelijk verschijnsel. Op langere termijn neemt het weer af tot het oorspronkelijke niveau. Eventuele problemen zijn te beperken door communicatie en handhaving. Soms moet tijdelijk extra worden opgeruimd op enkele kwetsbare locaties. Dit is in lijn met het eerdere onderzoek van Alterra (Afvaldumping in de natuur, 2007).

Ook over zwerfafval zijn geen harde cijfers beschikbaar die de aard en omvang aan kunnen duiden. Met extra (vaak tijdelijke) maatregelen zoals extra handhaving en reiniging houden gemeenten de situatie onder controle. Recent is in de gemeenten Bronckhorst en Doetinchem een tariefsysteem ingevoerd. Ook in deze gemeenten is nauwelijks sprake geweest van een toename van zwerfafval en afvaldump en waar dat wel het geval was, is het een tijdelijk effect geweest. De gemeente Wijk bij Duurstede heeft op 1 april 2020 een tariefsysteem ingevoerd. Na zes maanden heeft een tussentijdse evaluatie plaatsgevonden. Uit de metingen en gesprekken met betrokkenen blijkt dat het zwerfafval en het aantal dumpingen in de openbare ruimte niet is toegenomen. Wel zijn er aanwijzingen dat de prullenbakken in de openbare ruimte iets voller zijn.

Meer informatie -

Rapport IPR Normag (2021): https://vang-hha.nl/kennisbibliotheek/diftar-beleidsinstrumenthuishoudelijk-afvalbeheer Tussentijdse evaluatie nieuwe afvalbeleid, gemeente Wijk bij Duurstede (2022): www.wijkbijduurstede.nl/afval/tussentijdse-evaluatie-van-het-nieuwe-afvalbeleid Rapport ‘Afvaldumping in de natuur’ Alterra, Wageningen UR (2007): https://research.wur.nl/en/publications/afvaldumping-in-de-natuur-een-verkennend-onderzoeknaar-de-omvang

3 van 13

4 Leidt een tariefsysteem tot meer verontreiniging van de gescheiden grondstoffen? Nee. De kwaliteit van de gescheiden grondstoffen neemt niet af bij een tariefsysteem. IPR Normag concludeert in eerder genoemd onderzoek, dat de kwaliteit van de gescheiden ingezamelde grondstoffenstroom niet wezenlijk afwijkt in gemeenten met en zonder een tariefsysteem. PBD is zelfs iets zuiverder in gemeenten met een tariefsysteem. Dit concludeert onderzoeksbureau De Afvalspiegel ook uit de analyses van 422 monsters van PBD. In het oud papier en karton is wel sprake van iets meer vervuiling, maar dat blijft binnen de toegestane marges.

Meer informatie -

Rapport IPR Normag (2021): https://vang-hha.nl/kennisbibliotheek/diftar-beleidsinstrumenthuishoudelijk-afvalbeheer Resultaten onderzoek De Afvalspiegel: www.deafvalspiegel.nl/nieuws/kwaliteit-pmd-onderzocht

5 Hoe verhoudt de afvalstoffenheffing in Oude IJsselstreek zich tot andere gemeenten? De heffing in Oude IJsselstreek is laag in vergelijking met het gemiddelde van Nederland. In 2022 is de afvalstoffenheffing in Oude IJsselstreek voor een eenpersoonshuishoudens die gebruik maken van een: kleine grijze container € 164,04; grote grijze container € 260,04. De heffing is voor meerpersoonshuishoudens die gebruik maken van een: kleine grijze container € 219,48; grote grijze container € 315,48.

Gemiddelde in Nederland (2021) Gemiddeld is de afvalstoffenheffing in Nederland op € 287,- per jaar (2021). Een eenpersoonshuishouden betaalt € 244,- en een meerpersoonshuishouden € 310,- per jaar.

Meer informatie -

Rijkswaterstaat (februari 2022): Rapport 'Afvalstoffenheffing 2021'. www.afvalcirculair.nl/onderwerpen/linkportaal/publicaties/downloads/downloads0/afvalstoffenheffing-2021/

4 van 13

6 Is een tariefsysteem duurder dan geen tariefsysteem? Nee. In eerder genoemd onderzoek constateert IPR Normag dat de kosten in gemeenten met een tariefsysteem juist lager zijn dan in gemeenten zonder een dergelijk systeem. De afvalbeheerkosten in een gemeente met een tariefsysteem bedroegen in 2021 gemiddeld € 255,- per huishouden. In gemeenten waar één tarief wordt geheven (vastrecht) of het tarief is gebaseerd op het aantal personen per huishouden bedragen de kosten respectievelijk € 342 en € 316,- per huishouden. In gemeenten met een tariefsysteem wordt over het algemeen minder restafval aangeboden. Daardoor worden kosten vermeden voor het verbranden van restafval, voor de afvalstoffenbelasting op restafval en zijn er meer opbrengsten uit de recyclebare grondstoffen. In meerpersoonshuishoudens is dit verschil gemiddeld € 64,- per jaar. Deze conclusie is in lijn met de conclusies van andere onderzoeken: de kosten voor het afvalbeheer zijn in gemeenten met een tariefsysteem gemiddeld 19% tot 25% lager dan in gemeenten zonder tariefsysteem (‘Afvalstoffenheffing 2021’, Rijkswaterstaat); gemeenten die succesvol zijn met het verbeteren van de afvalscheiding hebben de laagste afvalbeheerkosten (Benchmark Huishoudelijk Afval, 2020, NVRD). Een kanttekening hierbij is, dat de afvalstoffenheffing die inwoners betalen aan de gemeenten afhankelijk is van uiteenlopende factoren.

Denk hierbij aan het serviceniveau, de voorlichting, de kosten voor brandstof en personeel (die momenteel sterk stijgen), de ontwikkelingen in de mondiale afzetmarkten en de mate van het doorberekenen van de kosten aan inwoners.

7 Is een tariefsysteem wel eerlijk voor mensen met veel medisch afval, een laag inkomen en voor grote gezinnen? Met het tarief voor restafval wordt invulling gegeven aan het principe ‘de vervuiler betaalt’. Hoe meer restafval, hoe hoger de afvalstoffenheffing. Hoe minder restafval, hoe lager de afvalstoffenheffing. Op deze manier hebben inwoners invloed op dat deel van de heffing die zij betalen voor de hoeveelheid restafval die zij zelf produceren. Ook bij elektriciteit, gas en drinkwater zijn inwoners gewend om af te rekenen op basis van een vastrecht en naar werkelijk verbruik werkt. Het is uiteraard niet de bedoeling dat het tariefsysteem bepaalde inwoners op kosten jaagt, die niet hebben gekozen voor hun situatie. Wij werken in 2023 een aantal regelingen uit om specifieke groepen inwoners te faciliteren. Dit doen we tijdig, zodat we inwoners ruim vóór de invoering van het tarief kunnen uitleggen hoe zij geholpen worden.

Medisch afval We willen voorkomen dat mensen met een aandoening of ziekte financieel worden benadeeld door het tariefsysteem, als zij geen invloed hebben op de hoeveelheid restafval die zij moeten aanbieden. Een voorbeeld zijn mensen die veel medisch materiaal moeten gebruiken, waardoor zij veel restafval hebben. Denk aan incontinentiemateriaal, stomamateriaal en materiaal dat vrijkomt bij nierdialyse, thuis beademen of sondevoeding. Het zou niet eerlijk zijn als zij door hun ziekte of aandoening hogere afvalkosten moeten betalen. Voor hen komt er een speciale regeling, om hun medisch afval af te voeren.

5 van 13

Laag inkomen Mensen die moeten rondkomen met een laag inkomen kunnen kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen aanvragen. Dat blijft in de nieuwe situatie ook het geval. De mogelijkheid om afval en grondstoffen goed van elkaar te scheiden is niet afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Inwoners die willen weten hoe zij beter kunnen scheiden om te besparen op de kosten voor restafval, kunnen de afvalcoach om advies vragen.

Grote gezinnen In het huidige tariefsysteem betaalt een huishouden van twee personen dezelfde afvalstoffenheffing als een huishouden van zeven personen, ongeacht de hoeveelheid restafval die zij aanbieden. Het is niet eerlijk dat een huishouden van twee personen nu meebetaalt aan het afval van een huishouden van zeven personen. Overigens is er wel een verschil in tarief als gekozen is voor de kleine of de grote grijze container. Verder komt in gezinnen met jonge kinderen veel extra afval vrij in de vorm van luiers. Luiers en incontinentiemateriaal kunnen op dit moment gratis naar de speciale luiercontainers verspreid over de gemeente gebracht worden. Dit blijft ook in de nieuwe situatie het geval. Gezinnen met jonge kinderen betalen dus geen extra tarief voor de luiers, omdat zij alleen apart hoeven af te rekenen voor hun restafval.

8 Wordt het vast tarief met het tariefsysteem lager dan het huidige vast tarief? Door autonome kostenstijgingen is het op dit moment niet met zekerheid te zeggen, maar dit is wel het streven. In 2023 wordt het vaste tarief en het tarief voor restafval vanaf 2024 verder uitgewerkt. Nu kent Oude IJsselstreek vier uiteenlopende vaste tarieven. Straks komt er één vast tarief en een tarief dat afhankelijk is van het aanbod van restafval.

Onderdelen van de afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing bestaat onder meer uit ophalen van afval, rente/afschrijving van afvalcontainers, innen van afvalstoffenheffing, personele kosten, voorlichting en kosten/opbrengsten van verwerken van restafval en grondstoffen. Veranderingen in de afvalstoffenheffing ontstaan dus niet alleen door het nieuwe VANG-beleid. Op een aantal van deze onderdelen hebben gemeenten invloed met hun beleid, maar voor een groot deel zijn gemeenten afhankelijk van ontwikkelingen zoals: stijgende personeelskosten door verhogingen in de CAO; ontwikkelingen in de mondiale marktprijzen; belastingen van het Rijk; resultaten van (Europese) aanbestedingen van afvalcontracten; gestegen brandstofprijzen; landelijke afspraken met het verpakkende bedrijfsleven.

Stijging afvalstoffenheffing verwacht Sinds 2019 stijgt de gemiddelde afvalstoffenheffing in Nederland. In 2020 ging het om een toename van 8,0% en in 2021 om 9,1% ten opzichte van het jaar ervoor. Deze stijging komt onder meer door de toenemende inzamelings- en verwerkingskosten van het afval en de afnemende opbrengsten van

6 van 13

afvalstromen zoals glas, papier en plastic. Naar verwachting stijgt de gemiddelde heffing de komende jaren verder.

9 Leidt het invoeren van een tariefsysteem tot minder tevredenheid onder inwoners? Op basis van onderzoeken en evaluaties in andere gemeenten hebben we geen aanwijzingen om te verwachten dat de tevredenheid van inwoners over de afvalinzameling in Oude IJsselstreek structureel daalt door het nieuwe VANG-beleid. De bereidheid om afval te scheiden en te recyclen is groot in deze gemeente. Het is bekend dat mensen over het algemeen met weerstand reageren op veranderingen. Dat gaat zeker op voor de afvalinzameling, omdat dit een gedragsverandering in en om huis met zich meebrengt. Door inwoners goed te informeren en hen te betrekken bij het invoeren van bepaalde maatregelen, kan een deel van de weerstand voorkomen worden. We verwachten wel enige weerstand vlak vóór en vlak na de invoering van het tarief. Uit de ervaringen van andere gemeenten blijkt dat inwoners even moeten wennen als een tariefsysteem wordt ingevoerd. Dit kan tijdelijk leiden tot minder tevredenheid over de inzameling van het restafval. We verwachten dat deze daling in tevredenheid over restafval binnen enkele maanden tot een jaar teniet wordt gedaan door in het nieuwe VANG-beleid de dienstverlening voor gescheiden deelstromen te verhogen en veel aandacht te geven aan communicatie, educatie en toezicht.

Meer informatie -

Rapport IPR Normag (2021): https://vang-hha.nl/kennisbibliotheek/diftar-beleidsinstrumenthuishoudelijk-afvalbeheer Tussentijdse evaluatie nieuwe afvalbeleid, gemeente Wijk bij Duurstede (2021): www.wijkbijduurstede.nl/afval/tussentijdse-evaluatie-van-het-nieuwe-afvalbeleid Rapport ‘Evaluatie afvalinzameling Horst aan de Maas 2012’: https://vanghha.nl/kennisbibliotheek/evaluatie-omgekeerd

10 Waarom belasten we onze inwoners met zelf afval scheiden als het toch achteraf nog gedaan wordt door machines (nascheiding)? Met nascheiding wordt bedoeld dat het afval niet door inwoners thuis apart wordt gehouden, maar door de machines van het afvalverwerkingsbedrijf wordt gescheiden. Bepaalde deelstromen worden dan achteraf uit de mix van afval gehaald. De grootste voordelen van nascheiding zijn meer gemak voor inwoners en dat het resultaat niet afhankelijk is van de bereidheid van inwoners om mee te doen. Toch is nascheiding voor de gemeente Oude IJsselstreek op dit moment niet de beste keuze, gezien de lagere kwantiteit en kwaliteit van de nagescheiden grondstoffen. De techniek schrijdt voort om de huidige problemen die komen kijken bij nascheiding op te lossen. We blijven de ontwikkelingen op het gebied van nascheiding van PBD dan ook volgen.

7 van 13

Redenen waarom nascheiding voor de gemeente Oude IJsselstreek minder effectief is dan bronscheiden (afvalscheiding door inwoners aan huis):

1. Nascheiding is alleen mogelijk voor PBD en niet voor andere grondstoffen Nascheiding is alléén mogelijk voor verpakkingen van plastic, blik en drinkkartons (PBD). Het is niet mogelijk om papier, karton, glas, textiel, gft en klein chemisch afval na te scheiden. Deze grondstoffen mogen namelijk niet in aanraking komen met vervuiling door overig afval. Contact met andere componenten leidt tot verkleving of verontreiniging, zodat het materiaal niet meer geschikt is voor hergebruik. Het is dan ook verplicht gesteld in het Landelijk Afvalbeheerplan om inwoners deze grondstoffen zelf te laten scheiden.

2. Installatie haalt minder PBD uit het afval dan inwoners thuis Om de hoeveelheid restafval te verminderen, is thuis scheiden de beste keuze. Uit de landelijke onderzoeken blijkt dat thuis apart houden van afval voor veel meer recycling zorgt. De installatie haalt namelijk maar een klein deel van het aanwezige PBD uit het restafval, omdat de het PBD niet herkend wordt vanwege de vervuiling die aan de verpakkingen blijft kleven als gevolg van de vermenging met (nat en vies) restafval. In de gemeente Oude IJsselstreek scheiden de inwoners thuis ongeveer 40 kilogram PBD per inwoner per jaar. Dat is meer dan de installatie voor nascheiding apart kan houden. Het scheidingsrendement van de verschillende nascheidingsinstallaties in Nederland varieert momenteel van zo’n 8 tot 25 kilogram PBD per inwoner per jaar.

3. De kwaliteit van nagescheiden materiaal is lager Thuis scheiden levert een betere kwaliteit aan grondstoffen op. Het verpakkingsafval blijft gescheiden van restafval en daardoor is het materiaal relatief schoon. Bij nascheiding zijn de materialen meer vervuild en het PBD kan dan moeilijker hergebruikt worden. Vooral als er nog veel gft-afval in het restafval zit, raakt het PBD vervuild en daalt de kwaliteit.

4. Nascheiding levert alleen betere resultaten op in die gebieden waar scheiden door inwoners niet goed werkt Nascheiding is een goede achtervang voor situaties waarin gescheiden inzamelen lastig is. Vooral in de grootstedelijke gemeenten met veel hoogbouw houden inwoners relatief weinig PBD gescheiden. Dit komt door beperkte ruimte voor voorzieningen in huis en op straat. Voor deze grootstedelijke gemeenten kan nascheiding een oplossing zijn om de afvalscheiding te verbeteren. Hierdoor kan de hoeveelheid ingezamelde en gerecyclede verpakkingen in een grote stad oplopen als Rotterdam of Amsterdam van nog geen 5 kilogram per inwoner per jaar naar 12 kilogram. Voor matig tot niet stedelijke gemeenten levert bronscheiding van PBD echter de beste resultaten op. In Oude IJsselstreek wordt op dit moment ongeveer 40 kilogram PBD per inwoner per jaar gescheiden gehouden. Dit betekent dat nascheiding niet doelmatig is in gemeenten zoals Oude IJsselstreek, met relatief veel woningen in de laagbouw. Nascheiding is vooral geschikt op plekken waar het niet goed werkt als inwoners het PBD zelf scheiden. Dat geldt voor de grote steden, waar de mogelijkheden voor afvalscheiding beperkt zijn als gevolg van veel hoogbouw (met weinig ruimte in huis voor de opslag van bakken/zakken), een grote diversiteit aan inwoners en weinig ruimte op straat voor verzamelcontainers voor grondstoffen.

Daardoor levert thuis scheiden van PBD weinig op in de grote steden. Het verschil is groot: het landelijk beeld is dat bij woningen in de laagbouw tot wel vier keer zoveel PBD apart wordt gehouden door inwoners van woningen in laagbouw als in hoogbouw. Stedelijke gemeenten zijn dus aangewezen op nascheiding om nog een (beperkt) deel van het PBD te kunnen recyclen.

8 van 13

5. Kosten en opbrengsten van nascheiding zijn onzeker De kosten en opbrengsten van nascheiding hangen af van de installatie. Gemeenten weten niet wat de kostprijs is van nascheiding, omdat contracten hierover niet transparant zijn. Op basis van inschattingen concludeerde IPR Normag in 2020 in haar onderzoek voor de Circulus-gemeenten dat nascheiden zo’n 13% tot 18% duurder is dan scheiden van PBD aan de bron. Voor gemeenten – zoals Oude IJsselstreek - met een hoge inzamelrespons voor PBD is stoppen met bronscheiden van PBD financieel niet aantrekkelijk.

6. Thuis scheiden vergroot het milieubewustzijn Thuis scheiden zorgt voor meer bewustzijn over de waarde van afval. Inwoners zien hoeveel verpakkingen ze gebruiken en worden zo kritischer op hoe producten zijn verpakt. Bovendien stimuleert het scheiden van PBD inwoners ook om hun ander afval goed te scheiden. In de transitie naar een circulaire economie is dat een gewenste ontwikkeling. Bovendien is de boodschap “grondstoffen hebben waarde” communicatief minder eenduidig uit te dragen bij nascheiding.

7. Afvalverwerker biedt geen mogelijkheid om PBD na te scheiden In Nederland zijn er niet genoeg sorteermachines om al ons afval achteraf te scheiden. Gemeenten moeten daar in investeren en dat zijn grote investeringen. Een aantal van de dertien afvalverwerkers in Nederland biedt de mogelijkheid om PBD na te scheiden. Veel gemeenten gebruiken nascheiding als een aanvulling op het scheiden door de inwoners zelf om het totale rendement te verhogen. De huidige verwerker van het restafval in Oude IJsselstreek heeft geen nascheidingslijn. In het huidige contract is er geen mogelijkheid om PBD na te scheiden.

Meer informatie -

https://vang-hha.nl/kennisbibliotheek/argumentenkaart-bron/ www.nvrd.nl/dossiers/dossier/default.aspx?titel=gemeenteraadsverkiezingen-2022&item=15 www.deafvalspiegel.nl/nieuws/bron-of-nascheiding Onderzoek IPR Normag in opdracht van Circulus Berkel ‘Verkenning bron- en nascheiding PMD’ (2020): www.circulus.nl/bronckhorst/onze-diensten/publicaties-en-jaarverslagen/

11 Is het doel om in 2025 veel meer afval te scheiden realistisch? De invoering van het tariefsysteem en de verhoging van de dienstverlening voor de grondstoffen PBD, snoeiafval en gft+e zijn voorzien op 1 januari 2024. De verwachting is dat hiermee in één keer een grote verandering bereikt wordt. De hoeveelheid restafval moet eind 2025 meer dan 65 kilogram restafval per inwoner verminderd zijn ten opzichte van nu (116 kilogram). Dan is het doel van 50 kilogram restafval per inwoner bereikt. Dat gaat echter niet vanzelf en bovendien kan een gemeente het scheidingsgedrag van inwoners niet volledig beïnvloeden.

Nog veel grondstoffen in het restafval De inwoners van Oude IJsselstreek scheiden hun afval al redelijk goed, maar het kan beter. Nog steeds wordt elk jaar meer dan 110 kilogram restafval per inwoner vernietigd in een verbrandingsoven. Uit onderzoek naar het fijn restafval uit de eigen containers en de ondergrondse containers van Oude IJsselstreek blijkt dat maar 20 kilogram van de ongeveer 100 kilogram fijn restafval, bestaat uit ‘echt’

9 van 13

restafval. De overige 80 kilogram zijn nog bruikbare grondstoffen. Vooral gft+e en kunststoffen worden niet altijd even goed apart gehouden door inwoners.

Koplopers in Nederland In Nederland zijn er nu al tientallen gemeenten die minder dan 50 kilogram per inwoner restafval overhouden. Sommigen hebben zelfs veel minder restafval, namelijk 30 tot 40 kilogram per inwoner op jaarbasis. De meeste van deze koplopers zijn gemeenten in de provincies Noord-Brabant en Limburg, maar ook in gemeenten zoals Bronckhorst, Oost-Gelre en Olst-Wijhe kwam in 2020 ongeveer 50 kilogram restafval per inwoner vrij.

Grote verandering nodig Een grote verandering in de manier van inzamelen is nodig om inwoners te stimuleren hun afval en grondstoffen veel beter te scheiden. In Oude IJsselstreek zijn twee maatregelen doorgevoerd op 1 januari 2017, waardoor veel meer afvalscheiding was te zien: de introductie van twee extra eigen containers voor de verpakkingen van PBD en oud papier/karton; de nieuwe tariefstructuur, waarmee huishoudens een hogere afvalstoffenheffing betalen als zij kiezen voor de grote grijze container. Vóór 2017 was het percentage van de totale afvalberg dat gescheiden werd gehouden ongeveer 52% in Oude IJsselstreek. In 2017 maakte de afvalscheiding in één jaar tijd een grote sprong: van 52% naar 73%. In de jaren daarna klom de afvalscheiding geleidelijk op van 73% naar 78% en daar blijft het percentage afvalscheiding stabiel. Het patroon van één grote sprong in het jaar van de beleidswijziging, gevolgd door kleine veranderingen in de jaren daarna is ook te zien in andere gemeenten. Enkele voorbeelden: Horst aan de Maas: van 183 kilogram restafval in 2011 naar 32 kilogram in 2012 (introductie tarief en tweemaal per week gfe ophalen i.c.m. tuinkorven) tot 34 kilogram in 2020; Leusden: van 191 kilogram restafval in 2016 naar 130 kilogram in 2017 naar 87 kilogram in 2018 en naar 79 kilogram in 2019 (gefaseerde introductie tarief i.c.m.

omgekeerd inzamelen) tot 84 kilogram in 2020; Olst-Wijhe: van 181 kilogram restafval in 2011 naar 133 kilogram in 2012 en van 97 kilogram in 2016 naar 58 kilogram in 2017 (gefaseerde introductie tarief i.c.m. omgekeerd inzamelen) tot 46 kilogram in 2020; Oost-Gelre: van 151 kilogram restafval in 2014 naar 57 kilogram in 2015 (introductie tarief i.c.m. omgekeerd inzamelen) tot 51 kilogram in 2020; Aalten: van 161 kilogram restafval in 2016 naar 62 kilogram in 2017 (introductie tarief i.c.m. omgekeerd inzamelen) en vervolgens een toename tot 75 kilogram in 2020.

10 van 13

12 Wat is ‘echt’ restafval? Het overgrote deel van het afval dat nu in de grijze container of afvalzak zit, kan nog worden gescheiden. Eigenlijk is minder dan 20% ‘echt’ restafval; afval dat niet meer kan worden gerecycled. Het gaat om afval zoals: Afval uit badkamer zoals wattenstaafjes en wattenschijfjes Sanitairdoekjes, gebruikte zakdoekjes, maandverband Inhoud stofzuigerzak Koffiecupjes Bus van Pringels chips Vieze pizzadoos Kattenbakgrind Theezakjes Kapot wijnglas Sigarettenpeuken Behang Kauwgum As Vervuild of nat textiel Medisch afval, zoals stomazakken en katheters

13 Hoe zorgt de gemeente er voor dat er minder verpakkingen worden gemaakt? De keten van verpakkingen is complex en bestaat uit veel partijen zoals: Producenten van verpakkingsmateriaal, verpakkingen en producten die verpakt worden Winkeliers Consumenten die producten kopen Gemeenten die verpakkingen na gebruik inzamelen Bedrijven die verpakkingen sorteren Bedrijven die gesorteerde verpakkingen verder verwerken Rijksoverheid die wetten en regels maakt, zoals het verbod op gratis plastic tasjes en statiegeld op blikjes en kleine plastic flesjes (sinds 1 juli 2021 geldt 15 cent voor kleine plastic flesjes en op 1 januari 2023 komt er statiegeld op blikjes). Als individuele gemeente hebben we geen grote rol in deze keten. Bovendien zouden we het vooral moeten opnemen tegen grote wereldwijde concerns als Coca Cola, Nestlé, Procter & Gamble, Mars, Pepsico, Kraft Foods etc. Daarom oefenen we samen met andere gemeenten onze invloed uit via de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De VNG maakt afspraken met het bedrijfsleven over het verbeteren van de recycling van verpakkingen. Hierop wordt ook gecontroleerd. Zo verbetert de voorlichting en staat op steeds meer verpakkingen waar deze na gebruik in moet worden gegooid.

Wel kunnen we als gemeente de consumenten – onze inwoners – stimuleren om zoveel mogelijk herbruikbare verpakkingen te gebruiken en wegwerpverpakkingen op de juiste manier te scheiden. Ook minder voedsel verspillen levert een belangrijke positieve bijdrage, want voedsel weggooien heeft een groter negatief effect op het milieu dan besparen op verpakkingen. De verpakkingen zorgen er namelijk voor dat eten langer houdbaar blijft en dat het minder beschadigd raakt tijdens transport en opslag. De verpakking maakt met 10% een klein deel uit van de totale milieu-impact van voedsel. Het 11 van 13

overige zit in het weggooien van eten (15%) en het telen en vervoer van voedsel (75%). Ongeveer een derde van al het voedsel dat op de wereld geproduceerd wordt, belandt uiteindelijk niet op het bord van consumenten. Zijn de voedingsmiddelen eenmaal in huis, dan gaat de verspilling door. Van alle bruikbare voeding (inclusief zuivel en olie) belandt jaarlijks ruim 34 kilogram per persoon bij het afval.

Meer informatie    

www.voedingscentrum.nl/nl/service/vraag-en-antwoord/eten-kopen-en-keurmerken/is-plasticwaarin-groente-is-verpakt-onnodig-milieuvervuilend www.milieucentraal.nl/minder-afval/verpakkingen/verpakkingen-goed-of-slecht www.milieucentraal.nl/eten-en-drinken/voedselverspilling/hoeveel-voedsel-verspillen-we/ https://afvalfondsverpakkingen.nl/monitoring/verpakkingsmaterialen

14 Heeft afval scheiden echt nut? Jazeker. Van het meeste afval dat inwoners weggooien, kan nog iets nieuws worden gemaakt. Afval is een waardevolle grondstof voor nieuwe producten. Denk aan oud glas dat weer nieuw glas wordt. Van gebruikt plastic worden bijvoorbeeld tennisballen en fleecetruien gemaakt. Zo besparen we veel energie en kostbare grondstoffen. Dus als inwoners hun afval goed gescheiden houden en apart inleveren, werken ze mee aan een goed milieu. En dat is hard nodig, want de grondstoffen raken op. Maar liefst 90% van het afval is opnieuw te gebruiken. Het is dan wel belandrijk om het afval op de juiste manier te scheiden. Er mag geen vervuiling bij zitten; geen dingen die er niet bij horen. Het lukt bijvoorbeeld niet om papier te recyclen als er plastic tussen zit of als het papier vet is. Dan moet het recyclebedrijf eerst de vervuiling uit het gescheiden ingezamelde afval halen, voordat het afval opnieuw kan worden gebruikt. Helaas zitten er nu nog veel grondstoffen in het restafval, zoals groente, fruit- en tuinafval (GFT), plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons (PBD), textiel, glas en papier. Ook heel belangrijk: de kosten worden lager door betere afvalscheiding. Er ontstaat dan minder restafval en juist het verwerken van restafval is heel duur.

15 Afval scheiden kost toch veel meer geld dan het oplevert? Nee, afvalscheiding is juist ontzettend waardevol. Het verbranden van grondstoffen is geldverspilling. Materialen als papier, textiel, glas en metaal hebben waarde. De ene afvalstroom levert meer op dan de andere. Van groente-, fruit- en tuinafval en etensresten (gft+e) wordt compost gemaakt en het levert biogas en warmte op. Dit is dus minder duur dan wanneer het wordt verbrand. Door het goed scheiden van afval dalen de kosten. Restafval is veel duurder dan andere afvalstromen. Hoe minder restafval er is, hoe lager de kosten zijn. Uit onderzoek blijkt, dat inwoners de laagste afvalstoffenheffing betalen in gemeenten met veel afvalscheiding.

12 van 13

13 van 13

16 Het is niet goed voor het milieu om alles gescheiden in te zamelen, toch? Afvalscheiding is juist beter voor het milieu. In welke bak het afval zich ook bevindt: de totale hoeveelheid blijft hetzelfde en moet hoe dan ook opgehaald worden. Gescheiden ophalen van het afval zorgt niet voor meer ritten van de huisvuilwagens. Ook worden wagens steeds zuiniger. Er rijden er zelfs al veel elektrisch of op biogas. Er is energie nodig om de ingezamelde materialen te recyclen, maar door recycling besparen we veel meer veel energie en kostbare grondstoffen. Dankzij recyclen hebben we bijvoorbeeld plastic waar geen aardolie voor nodig is of papier zonder een boom te kappen. Restafval van huishoudens wordt verbrand in afvalverbrandingsinstallaties. Bij de verbranding wordt energie teruggewonnen en met de warmte die ontstaat worden warmtenetten gevoed. Dit levert echter veel minder energie op dan we besparen door te recyclen. Bovendien komt er bij de verbranding CO2 vrij én zijn we grondstoffen uit het afval voorgoed kwijt. Om al deze redenen moedigt de Europese Commissie de lidstaten aan om afvalverbranding te voorkomen voor de transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Voorlopig is afvalverbranding nog een noodzakelijke aanvulling voor de afvalstoffen die niet hergebruikt of gerecycled kunnen worden.

17 Bij bedrijven ontstaat toch veel meer afval dan thuis. Is de bijdrage van inwoners dan niet te verwaarlozen? Zeker niet. Met elkaar maken we een enorm verschil. Veel bedrijven die veel afval produceren hebben de zaken al goed voor elkaar. In de bouw wordt 92% van het afval gerecycled, in de industrie 80%, en in de landbouw 93%. Het niet-gerecyclede afval van de bouw, industrie en landbouw bij elkaar is minder dan het niet-gerecyclede afval in huis.

18 Waar staan alle regels voor het scheiden van afval? Door in te loggen met postcode en huisnummer op www.mijnafvalwijzer.nl zijn de scheidingsregels te vinden. Ook is een snelle check mogelijk door een product of de verpakking in te voeren op www.afvalscheidingswijzer.nl.

14 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4456/documents/24505