Verordening op de raadscommissies Oude IJsselstreek 2023 - alle wijzigingen bijgehouden.pdf
Tekst van het document
Verordening op de raadscommissies Oude IJsselstreek 20123217
De raad van de gemeente Oude IJsselstreek; gelet op artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet; gezien het initiatief raadsvoorstel d.d. 26 januari 2017het voorstel van het presidium d.d. 14 november 2022;______________; besluit gewijzigd vast te stellen de: Verordening op de raadscommissies van de gemeente Oude IJsselstreek 2023: Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - expert-meeting: bijeenkomst waarin belanghebbenden en/of deskundigen aan een raadscommissie hun mening over een bepaald onderwerp geven; - fractieassistent: de ingezetene van de gemeente, die namens een fractie kan worden voorgedragen voor benoeming tot commissielid en deel kan nemen aan werkbijeenkomsten van de raad; - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - intern overleg: bijeenkomst waarin door of namens het college feitelijke informatie wordt verstrekt over een onderwerp dat tot het werkterrein van de raadscommissie hoort; - raads-informatie-bijeenkomst: openbare bijeenkomst waarin door of namens het college feitelijke informatie wordt verstrekt over een onderwerp dat tot het werkterrein van de
raadscommissie en/of de raad hoort; - werkbijeenkomst: enigerlei andere bijeenkomst van de raad of een raadscommissie voor informatie of beraad (bv. Studiebijeenkomsten of, werkbezoeken of excursies); - raadsinformatiesysteem (RIS): https://raad.oude-ijsselstreek.nl; www.raad.oude-ijsselstreek.nl; - wet: Gemeentewet. Artikel 2a. Instelling raadscommissies 1. Er is een: a. raadscommissie Algemene zaken, Financiën en Economische zaken (AFE); b. raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling (MO); c. raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL); 2. De werkzaamheden van de raadscommissies worden verdeeld conform de indeling van de gemeentebegroting in programma’s en taakvelden. 3. Ieder programma behoort tot de werkzaamheden van één raadscommissie. 4. De commissie AFE heeft daarnaast de werkzaamheden met betrekking tot de financiële ontwikkeling en positie van de gemeente, de ontwikkeling van financieel beleid, de planning en control, en is aanspreekpunt voor de accountant voor de jaarrekeningcontrole. 5. Bij nieuwe thema’s beslist de agendacommissie, op voorstel van het college, in welk taakveld en dus in welk programma dit onderwerp wordt opgenomen. Dit is dan ook leidend voor de commissie waarin dit onderwerp wordt geagendeerd. 6. Bij overlappende onderwerpen kan de agendacommissie een gecombineerde voorbereidende beraadslaging (met gezamenlijke commissies) agenderen.
1
Artikel 32b. Raadsprojectcommissie(s) 1. De raad kan de behandeling van een majeur beleidsonderwerp, waarover de raad een besluit zal nemen, waaronder een burgerinitiatief kan zijn begrepen, ter voorbereiding van besluitvorming doen voorbereiden in een raadsproject door een raadsprojectcommissie. 2. De raad benoemt een projectcommissie en bepaalt het onderwerp van het raadsproject. 3. Een raadsprojectcommissie bestaat uit 1 commissielid per fractie. 4. Voor benoeming van raadsleden en/of fractieassistenten in raadsprojectcommissies volstaat het dat de fracties de namen van de raadsleden en/of fractieassistenten die in de commissie zitting hebben schriftelijk aan het presidium melden. [5.] Zowel raadsleden als fractieassistenten kunnen lid zijn. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de GemeentewetwWet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. 5.[6.] De fracties kunnen voor een raadsprojectcommissie schriftelijk namen van raadsleden en/of fractieassistenten aan het presidium melden van 1 plaatsvervangend lid per fractie, die bij afwezigheid van een commissielid zitting heeft in de betreffende raadsprojectcommissie. 6.[7.] De griffier draagt zorg voor ondersteuning en het secretariaat van de raadsprojectcommissie. [8.] De raadsprojectcommissie benoemt uit haar midden een voorzitter.
De voorzitter is (op grond van artikel 82 lid 4 van de GemeentewetwWet) altijd een raadslid. 7.[9.] De raadsprojectcommissie richt haar werkzaamheden in op de wijze als haar het meest doelmatig voorkomt. 8.[10.] De raadsprojectcommissie verzamelt, door de ontvangst van informatie van burgers en rechtspersonen uit de gemeente en van andere betrokkenen, en op eigen initiatief, alle informatie die voor de voorbereiding van besluitvorming door de raad dienstig is. 9.[11.] Een raadsprojectcommissie kan dat doen: a. door burgers, samenwerkingsverbanden van burgers, ondernemingen, verenigingen of andere rechtspersonen wiens belangen bij het onderwerp zijn betrokken, uit te nodigen om schriftelijk of mondeling van hun zienswijze blijk te geven; b. door het doen van vergelijkend onderzoek naar in andere gemeenten tot stand gekomen besluiten over het onderwerp van het raadsproject; c. door een plaatsopname; d. door het houden van een hoorzitting, welke, als het onderwerp betrekking heeft op een specifieke kern, bij voorkeur plaats vindt in die kern; e. door het houden van een rondvraag, op een wijze die tot een statistisch relevante uitkomst leidt; f. door het verwerven van een deskundigenrapport; g. op elke andere wijze welke door de raadsprojectcommissie dienstig wordt geacht aan het doel om de raad omtrent de in de gemeenschap levende standpunten en gevoelens te informeren.
[12.] De werkzaamheden van de raadsprojectcommissie en de door haar verkregen informatie is, behoudens uitzonderingen die bij of krachtens de wet zijn geregeld, openbaar en wordt, zoveel als mogelijk, audiovisueel of schriftelijk vastgelegd en toegankelijk gemaakt.; 10.[13.] De projectcommissie doet, binnen een door de raad te bepalen termijn, verslag van haar werkzaamheden en biedt dit verslag, vergezeld van de verkregen informatie, aan de raad aan, zonder aanbevelingen te doen of conclusies te trekken. Artikel 43. Taken Een raadscommissie: a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a; c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen bedoeld onder a; en d. kan opiniërende discussies en expert-meetings houden.
2
Artikel 54a. Fractieassistenten [1.] Fracties kunnen bij de raadsvoorzitter maximaal zes ingezetenen van de gemeente, die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, voordragen als fractieassistent. Het raadspresidium kan een fractie toestaan, in afwijking van het hiervoor genoemde maximum, zeven fractieassistenten voor te dragen. 1.[2.] De fractieassistent kan namens de fractie worden voorgedragen voor benoeming tot commissielid. 2.[3.] De fractieassistent kan namens de fractie deelnemen aan werkbijeenkomsten. Fractieassistenten nemen niet deel aan de raadsvergaderingen. [4.] Het bepaalde in de artikelen 10 t/m 13, 15 en 22 van de GemeentewetwWet is van overeenkomstige toepassing op fractieassistenten voor hun deelname aan commissievergaderingen, werkbijeenkomsten en andere bijeenkomsten. [5.] Een kandidaat fractieassistent ondertekent voor zijn benoeming een verklaring dat hij voldoet aan de benoembaarheidsvereisten in de artikelen 10 t/m 13 van de GemeentewetwWet. De raad laat een fractieassistent toe, indien uit diens verklaring blijkt dat hij aan deze benoembaarheidsvereisten voldoet. [6.] Een toegelaten fractieassistent legt in een openbare raadsvergadering in handen van de raadsvoorzitter een eed of verklaring en belofte af, overeenkomstig artikel 14 van de GemeentewetwWet.
3.[7.] Na afleggen van de eed of verklaring en belofte is de fractieassistent als zodanig benoemd. 4.[8.] De benoeming eindigt aan het einde van de zittingsperiode van de raad, of zoveel eerder als de fractieassistent zijn benoeming opgeeft of moet opgeven ingevolge de benoembaarheidsvereisten, of als de fractie de raad bericht geeft dat de fractieassistent niet meer als zodanig in functie is. [9.] Voor deelname aan commissievergaderingen ontvangen commissieleden, niet zijnde raadsleden, presentiegeld conform het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.form tabel IV in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 5. Voor deelname aan en werkbijeenkomsten ontvangt - de door de fractievoorzitter voor de werkbijeenkomst aangewezen - fractieassistent presentiegeld conform het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.conform tabel IV in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Per werkbijeenkomst ontvangen per fractie maximaal twee fractieassistenten presentiegeld. 6. Per dag ontvangt een fractieassistent maximaal eenmaal dit presentiegeld, ongeacht het aantal keren dat hij deelneemt aan commissievergaderingen of werkbijeenkomsten. Artikel 64b. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter 1. Een (gecombineerde) raadscommissie bestaat uit ten minste 1 en maximaal 3 commissieleden per fractie. 2.
Voor benoeming van raadsleden en/of fractieassistenten in de in artikel 2 bedoelde commissies volstaat het dat de fracties de namen van de raadsleden en/of fractieassistenten die in de commissie zitting hebben schriftelijk aan het presidium melden. [3.] Zowel raadsleden als fractieassistenten kunnen lid zijn. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de GemeentewetwWet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. 3.[4.] De fracties kunnen voor iedere raadscommissie schriftelijk namen van raadsleden en/of fractieassistenten aan het presidium melden van ten minste 1 maximaal 3 plaatsvervangende leden per fractie, die bij afwezigheid van een commissielid zitting heeft in de betreffende raadscommissie. 4.[5.] Raadsleden zijn plaatsvervangend lid van alle commissies waarvan zij geen lid zijn. 5.[6.] De raad benoemt de commissievoorzitters en de leden voor een reservepool van voorzitters. 6.[7.] De benoemde commissievoorzitters zijn de eerste plaatsvervangend voorzitters voor elkaars commissies. De leden van de reservepool zijn tweede plaatsvervangend commissievoorzitters. 7.[8.] De plaatsvervangend raadsvoorzitter maakt deel uit van de reservepool. Artikel 75. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
[2.] Het lidmaatschap van een Een commissielid eindigt houdt op lid te zijn als niet meer wordt voldaan wordt aan de in artikel 46, derde lid, gestelde eisen.
3
2.[3.] De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 3.[4.] De raad kan de commissievoorzitter ontslaan. [5.] Een commissielid en de -commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 4.[6.] Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. [7.] Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van Als een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege. Artikel 86. De commissiegriffier [1.] De griffier van de raad wijst benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan , als commissiegriffier. 1.[2.] Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier of wordt vervangen door een daartoe door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar. 3.
Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen. Hoofdstuk 2. Vergaderingen Paragraaf 1. Voorbereidingen Artikel 97a. Oproep en voorlopige agenda [1.] De commissievoorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken.. 1. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 2. Op de stukken, Als een aanvullende agenda als bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 812, eerste derde lid, van toepassing. 3. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld.wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. Artikel 107b. Vaste agendapunten 1.
Commissievergaderingen kennen vaste agendapunten: [a.] oOpening en mededelingen [b.] vVaststelling agenda [c.] vVaststelling lijst conclusies en afspraken vorige vergadering [d.] lLijst van bestuurlijke toezeggingen en actuele moties [e.] Ooverige onderwerpen ter bespreking [f.] eExterne vertegenwoordigingen en actuele portefeuillezaken [g.] rRondvraag 2. De overige agendapunten worden onderverdeeld in de categorieën beeldvorming en oordeelsvorming. 3. Op voorstel van de commissievoorzitter kan de commissie afwijken van het bepaalde in lid 1 en 2. Artikel 117c. Rondvraag 1. Aan het einde van iedere commissievergadering is er een rondvraag, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de agendacommissie bepalen dat de
4
rondvraag op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip de rondvraag eindigt. [2.] Commissieleden die tijdens de rondvraag vragen wil stellen, melden dit bij voorkeur onder aanduiding van het onderwerp (en bij voorkeur ten minste 24 uur voor aanvang van de rondvraag) bij de voorzitter. 2.[3.] De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens de rondvraag aan de orde worden gesteld. 3.[4.] De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige commissieleden. 4.[5.] Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 5.[6.] Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 6.[7.] Vervolgens kan de voorzitter aan andere commissieleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 7.[8.] Tijdens de rondvraag worden geen interrupties toegelaten. 8.[9.] De griffier brengt de vragen (of de aanduiding van het onderwerp) zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige commissieleden en het college. Artikel 8.
Aanvullende agenda; vaststellen agenda [1.] In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt. [2.] Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage. [3.] Een agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld. Artikel 129. Ter inzage leggen van stukken [1.] Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep in het RIS geplaatstop het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken worden bijgeplaatst in het RISter inzage worden gelegd, wordt hiervan (per mail enof via het RIS) mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. [2.] Elektronisch Stukken die digitaal beschikbarear stukken zijn worden in het RIS op de website van de gemeente geplaatst. 1.
Stukken Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van artikel 86, eerste en tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijvenblijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage. [3.] Als omtrent sStukken waaromtrent op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de GemeentewetWet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage. [4.] Op verzoek van het presidium kan de griffier stukken als hiervoor in lid 3 bedoeld, in een gesloten envelop met opschrift “GEHEIM” aan commissieleden verstrekken. Artikel 1310. Openbare kennisgeving [1.] Commissievergaderingen worden tenr openbare kennis gebracht door aankondiging op de gemeentelijke website (het raadsinformatiesysteem) in het RIS en de gemeentelijke pagina’s in de plaatselijke pers. 1. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.
5
Paragraaf 2. VTer vergadering Artikel 1411. Presentielijst 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen. [2.] Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst, die . Aaan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 1512. Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is. [2.] Als op grond van ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 2.[3.] Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is. Artikel 13. Verslag [1.] Een commissiegriffier draagt zorg voor audio(-visuele) verslagen en lijsten van conclusies en afspraken van vergaderingen.
[2.] Een lijst van conclusies en afspraken bevat in ieder geval: [a.] de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; [b.] een aantekening van welke commissieleden afwezig waren; [c.] een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; [d.] een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van de namen van de commissieleden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en met aantekening van de namen van de commissieleden die zich niet uitgelaten hebben; [e.] bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 16 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. [3.] Een concept lijst van conclusies en afspraken worden gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de vergadering waarop het betrekking heeft. [4.] Vastgestelde lijsten van conclusies en afspraken worden ondertekend door de commissievoorzitter en commissiegriffier. [5.] Als verslagen elektronisch beschikbaar zijn, worden ze op de website van de gemeente (het raadsinformatiesysteem) geplaatst. Artikel 1614. Advies; geen stemmingen 1.
Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. 2. In het advies worden opgenomen de standpunten van alle fracties en commissieleden die geen raadslid zijn. 3. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde. 4. Aan de in lid 3 genoemde stemmingen nemen deel de commissieleden die de presentielijst hebben getekend met een maximum per fractie als genoemd in het eerste lid van artikel 64b. Artikel 1715a. Aantal spreektermijnen 1. De voorzitter bepaalt het aantal spreektermijnen. 2. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten. 3. De voorzitter bepaalt of commissieleden in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. [4.] Bij de bepaling hoeveel malenkeer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
6
Artikel 1815b. Spreekregels 1. De deelnemers in de commissievergadering spreken vanaf de daartoe ingerichte spreekplaatsen en interruptieplaatsen en richten zich tot de voorzitter. 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de commissieleden en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. Artikel 1915c. Volgorde sprekers 1. Een deelnemer aan een commissievergadering neemt het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 2. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd wanneer een deelnemer aan de vergadering het woord vraagt over de orde van de vergadering. Artikel 2015.d. Aantal sprekers per fractie [Vervallen per 01-01-2017] 1. Bij beeldvormende onderwerpen zijn er meerdere sprekers per fractie toegestaan. 2. Bij oordeelsvormende onderwerpen is er één woordvoerder per fractie. 3. Een raadscommissie kan op voorstel van haar voorzitter afwijken van het bepaalde in lid 1 en 2. Artikel 2115.e. Spreektijd [Vervallen per 01-01-2017] Een raadscommissie kan op voorstel van haar voorzitter regels stellen omtrent de spreektijd van de commissieleden. Artikel 2216. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. Een raadscommissie kan op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
[2.] De wethouders en de burgemeester worden geacht in de commissievergaderingen aanwezig te zijn indien de geagendeerde onderwerpen of voorstellen (inclusief rondvraag) hun portefeuille betreffen, tenzij de agendacommissie het presidium anders heeft bepaald. [3.] In commissievergaderingen is het regel dat wethouders en de burgemeester deelnemen aan de bespreking van onderwerpen of voorstellen die hun portefeuille betreffen, tenzij de raad of de agendacommissie het presidium dat vooraf anders aangeeft. 2.[4.] Wethouders en de burgemeester kunnen met instemming van de voorzitter deelnemen aan beraadslagingen, voor zover die niet hun portefeuille betreffen. 3.[5.] In een eerste termijn (vragenronde) kan een portefeuillehouder de voorzitter verzoeken ambtelijke ondersteuning te laten deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 2317. Samenspraak en spreekrecht burgers 1. Burgers of vertegenwoordigers van bedrijven, instellingen en organisaties kunnen spreektijd verkrijgen voor informatie aan, samenspraak met of inspraak tot een raadscommissie. Deze mogelijkheid wordt bekend gemaakt op de website. 2. In afwijking van het eerste lid van dit artikel kunnen burgers die een politieke groepering vertegenwoordigen en burgers die op een kandidatenlijst voor de raadsverkiezingen staan geen spreektijd verkrijgen, anders dan als fungerend gemeenteraadslid of fractieassistent. 3.
Spreektijd kan worden verkregen over elk onderwerp dat het gemeentebestuur aangaat. 4. In afwijking van het tweede lid van dit artikel bestaat geen spreekrecht in procedures over: a. besluiten waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; [2.] onderwerpen waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. ; [a.] een voorstel dat deel uitmaakt van een met voldoende waarborgen omklede procedure, zoals die op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Wet Milieubeheer, waarbij voor belanghebbenden de mogelijkheden openstaan of hebben opengestaan tot het zich laten horen of tot het indienen van inspraakreacties, zienswijzen, bezwaarschriften en dergelijke. [5.] In procedures zoals bedoeld in lid 4d. sub aI, en cIII en IV van dit artikel kunnen commissieleden in de desbetreffende vergadering verhelderingsvragen stellen aan belanghebbenden. Belanghebbenden worden hiervan vooraf op de hoogte gesteld, waarbij duidelijk wordt aangegeven dat het niet vanzelfsprekend is dat er verhelderingsvragen zijn.
7
5.[6.] Degene die spreektijd wenst, meldt dit binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden. De commissiegriffier stelt de commissie op de hoogte van dit verzoek. 6.[7.] Bij aanvragen voor spreektijd over onderwerpen die niet geagendeerd zijn bepaalt de agendacommissie wanneer de spreektijd wordt ingepland. De spreektijd zal worden gepland op een tijdig en nuttig moment uit oogpunt van de procedures rond het aangevraagde onderwerp. 7.[8.] De agendacommissie voorziet in voldoende (be)spreektijd voor de aard van het onderwerp. [9.] De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking . De commissievoorzitter kan van die volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. [10.] De agendacommissieHet presidium bepaalt of het college en/of derden uitgenodigd worden mee te spreken over het aangevraagde onderwerp, resp. of schriftelijke informatie over het onderwerp vooraf nodig is. 8.[11.] De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. 9. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen.
Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van aan de vergadering. 10.[12.] Met de burger die samenspraak heeft aangevraagd kan, indien de voorzitter dat toestaat, wel discussie gevoerd worden. [13.] De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burgerinspreker. Artikel 2418. Handhaving orde en schorsing [1.] De commissievoorzitter zorgt voor de handhavingaft van de orde in de vergadering. [2.] Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.
1.[3.] Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. [4.] Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Artikel 25. Voorstellen van orde 1. Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over. 2. Commissieleden, wethouders en de burgemeester kunnen tijdens een vergadering een schorsing aanvragen. De raadscommissie beslist hier terstond over. Artikel 26.. Verslag 1.
Een commissiegriffier draagt zorg voor audio(-visuele) verslagen en lijsten van conclusies en afspraken van vergaderingen.
8
2. Een lijst van conclusies en afspraken bevat in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke commissieleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van de namen van de commissieleden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en met aantekening van de namen van de commissieleden die zich niet uitgelaten hebben; e. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 2216 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een concept lijst van conclusies en afspraken wordt openbaar in het RIS geplaatst.en gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de vergadering waarop het betrekking heeft. 4. Vastgestelde lijsten van conclusies en afspraken worden ondertekend door de commissievoorzitter en commissiegriffier. 5. Als verslagen elektronisch beschikbaar zijn, worden ze op de website van de gemeente (het raadsinformatiesysteem)in het RIS geplaatst. Artikel 19.
Voorstellen van orde [1.] Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over. [2.] Commissieleden, wethouders en de burgemeester kunnen tijdens een vergadering een schorsing aanvragen. De raadscommissie beslist hier terstond over. Artikel 27. Lijst van bestuurlijke toezeggingen en actuele moties 1. De (commissie)griffier draagt zorg voor lijsten van bestuurlijke toezeggingen en actuele moties per raadscommissie. 2. Deze lijsten worden door portefeuillehouders geactualiseerd op stand van zaken. 3. De lijsten worden als vast agendapunt in de raadscommissies geagendeerd. 4. De raadscommissie kan, al dan niet op voorstel van de portefeuillehouder, moties en toezeggingen afvoeren van de lijst. Paragraaf 3. Besloten vergaderingen Artikel 2820. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 29. Aanwezigheid van anderen bij besloten vergaderingen 1. De agendacommissie bespreekt indien mogelijk vooraf welke anderen dan de commissieleden, de voorzitter en de commissiegriffier aanwezig kunnen zijn in de besloten commissievergadering. 2.
In spoedgevallen kan het presidium tevens vooraf bespreken welke anderen dan de commissieleden, de voorzitter, de commissiegriffier aanwezig kunnen zijn in de besloten commissievergadering. 3. Op het moment van aanvang van het besloten deel van de vergadering zal de commissie besluiten of die anderen (zie lid 1 en 2) en wethouders, secretaris, programmamanagers, overige betrokken ambtenaren en griffiemedewerkers bij de besloten vergadering aanwezig kunnen zijn. 4. Naast de deelnemers tekenen alle aanwezigen in een besloten vergadering (incl. college) een presentielijst. 5. Commissieleden die hebben deelgenomen aan de voorbereidende beraadslaging in de commissie mogen bij de besloten raadsvergadering over dat onderwerp aanwezig zijn, tenzij de raad anders beslist. Artikel 30. Commissiebehandeling geheime stukken
9
Het college maakt onderscheid in geheimhouding opgelegd aan de raad (artikel 25) en geheimhouding opgelegd aan de raadscommissies (artikel 86). Artikel 3121. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de commissiegriffier. [2.] Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhoudingopenbaar maken van het verslag. 2.[3.] De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel 3222. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, 25, derde en vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de GemeentewetWet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
Paragraaf 4. Overige bijeenkomsten Artikel 3323a.. Interne overleg met (en op uitnodiging van) de portefeuillehouder(s) 1. Een intern overleg wordt georganiseerd op verzoek van de commissie of op uitnodiging van het college na consultatie van de agendacommissie. [2.] EeIn intern overleg is toegankelijk voor: de leden van de adviescommissie tot wiens terrein het onderwerp hoort, leden van de raad en college en commissieleden niet-raadsleden van andere commissies. Ambtenaren hebben, voor zover niet betrokken bij de informatieverstrekking, als toehoorder toegang tot de bijeenkomsten. 2.[3.] Externen zijn alleen aanwezig wanneer zij een rol hebben in de informatieverstrekking. 3.[4.] Een intern overleg is geen commissievergadering en is niet openbaar. 4.[5.] Van een intern overleg wordt geen verslag gemaakt. 5.[6.] De voorzitter van de commissie en de portefeuillehouder bepalen door wie het intern overleg wordt geleid. 6.[7.] Datum, tijd en locatie van een intern overleg worden bepaald door de portefeuillehouder, in overleg met de (commissie)griffier. 7.[8.] Uitnodigingen voor een intern overleg worden via de griffie verzonden. Artikel 3423b. Raads-informatie-bijeenkomst 1. Een raads-informatie-bijeenkomst wordt georganiseerd op verzoek van de raad, de commissie of op voorstel van het college.
[2.] Een uitnodiging van het college voor een raads-informatie-bijeenkomst wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de (agenda)commissie. 2.[3.] Een raads-informatie-bijeenkomst is openbaar. 3.[4.] Aan een raads-informatie-bijeenkomst nemen deel: a. de leden van de adviescommissie tot wiens terrein het onderwerp hoort of leden van de raad; b. collegeleden; c. ambtenaren, voor zover betrokken bij de informatieverstrekking; d. externen, voor zover zij een rol hebben in de informatieverstrekking. 6. Commissieleden van andere commissies en ambtenaren hebben als toehoorder toegang tot de raads-informatie-bijeenkomsten. 7. Een raads-informatie-bijeenkomst is openbaar, maar is geen commissievergadering. 8. Van een raads-informatie-bijeenkomst wordt geen (audio/video)verslag gemaakt. Eventuele afspraken worden door de (commissie)griffier genoteerd.
10
9. De raads-informatie-bijeenkomst wordt geleid door de voorzitter van de commissie of door de raadsvoorzitter. 10. De raads-informatie-bijeenkomsten worden bij voorkeur belegd op de daartoe in het vergaderrooster opgenomen data. Artikel 3523c. Expert-meeting 1. Ieder lid van de commissie kan een voorstel doen tot het houden van een expert-meeting over een onderwerp dat tot het werkterrein van de commissie behoort. 2. Een besluit tot het houden van een expert-meeting wordt genomen door de commissie. De commissie kan aan het college vragen om een expert-meeting voor te bereiden of kan hiervoor een werkgroep instellen. 3. De opzet van de expert-meeting met daarin een voorstel voor de vraagstelling, de sprekers en datum en tijd van de expert-meeting wordt ter besluitvorming aan de commissie voorgelegd. 4. Het college en ambtelijke medewerkers van de gemeente Oude IJsselstreek kunnen worden gehoord bij een expert-meeting. 5. De expert-meeting wordt geleid door de voorzitter van de commissie. 6. Een expert-meeting is geen commissievergadering. 7. Een expert-meeting is openbaar. 8. De agendacommissie beslist of er van een expert-meeting een audio- of videoverslag wordt gemaakt.
Artikel 3623d. Werkbijeenkomsten Wethouders en de burgemeester kunnen op verzoek resp. met instemming van de agendacommissie deelnemen aan werkbijeenkomsten. Paragraaf 5. Toehoorders en pers Artikel 3724. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Artikel 3825. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Hoofdstuk 3. Slotbepalingen Artikel 3926. Intrekken oude verordening De Verordening op de raadscommissies van de gemeente Oude IJsselstreek, vastgesteld op 22 december 201623 februari 2017, wordt ingetrokken. Artikel 4027. Inwerkingtreding en citeertitel [1.] Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023.24 februari 2017______________ 20212.
1.[2.] Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies van de gemeente Oude IJsselstreek 2023. Aldus vVastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 februari 201715 december 2022._______________ 20212, De wnd. raadsgriffier
De raadsvoorzitter,
11
M.B.J. Looman
O.E.T. van Dijk
12
Toelichting N.B.: Deze toelichting is geschreven met de (mogelijke) keuzes die in de Model Verordening op de raadscommissies 2014raadscommissies 2018 gemaakt zijn in gedachte. Als een individuele gemeente op punten andere keuzes maakt, dan sluit deze toelichting mogelijk niet aan. Wel kan deze uiteraard als basis dienen voor een door de gemeente zelf op te stellen toelichting. Bovendien worden enkel die bepalingen behandeld die verdere toelichting behoeven. Voor een goed beeld dient deze modelverordening in samenhang met de hierbij behorende ledenbrievenVNG ledenbrief (nr. 14/015, 18 maart 2014) gelezen te worden. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikelsgewijs Artikel 43. Taken De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet. (hierna: wet). De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. Wat betreft de invulling van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden. In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de besluitvorming door de raad.
De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan. De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. Dit betekent dat niet het college, maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken. In artikel 3 van het Model Rreglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Oude IJsselstreek 20231 2014 is om dit te coördineren een agendacommissie ingericht. Deze commissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming van raads- en commissievergaderingen. Veelal zal het echter wel zo zijn dat een onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken. ArtikelTegenwoordig komen varianten van vergaderen voor die geen vaste samenstelling hebben. Te denken valt aan vergaderingen in sessies en vergadertafel.
De wettelijke bepalingen omtrent de raadscommissies zijn, ondanks het feit dat er niet gesproken kan worden van een vaste samenstelling, op deze varianten van vergaderen van toepassing. Indien vergaderingen in het teken staan van de voorbereiding van besluitvorming van de raad en het overleg met het college of de burgemeester, is er sprake van een raadscommissie. Dergelijke voorbereiding van de besluitvorming van de raad is exclusief voorbehouden aan de raadscommissies en kan niet worden opgedragen aan overige commissies. Er dient bij deze varianten van vergaderen dus rekening gehouden te worden met alle vereisten die voor een raadscommissie gelden zoals een evenwichtige vertegenwoordiging (artikel 82, derde lid, van de wet). Artikel 64. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de Gemeentewetwet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van dit artikel voor dat een raadscommissie bestaat uit een minimum en maximum aantal leden per fractie[, naar evenredigheid van het aantal zetels in de raad]. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad.
De commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fracties. (tweede lid). Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk – overeenkomstig het derde lid zelfs verplicht - de benoeming van een voorgedragen lid te weigeren als het een ‘burgerlid’ betreft een “burgerlid”dat niet voldoet aan bepaalde vereisten van de Gemeentewetwet (zie verder de toelichting op het derde lid).
13
Uit het derde lid volgt dat de leden van een raadscommissie geen raadslid hoeven te zijn. Wel zijn het de fracties die de leden voordragen. Op grond van het derde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewetwet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en geen functie als bedoeld in artikel 13 van de wet mogen vervullen. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de Gemeentewet,wet ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten voeren door de commissie die voor raadsleden en wethouders het op basis van artikel V 4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen naar de nietraadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de commissieleden benoemd worden. Om er voor te zorgen dat iedere fractie – met name ook de kleine fracties – in staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie bepaalt het vierde lid dat iedere fractie een plaatsvervangend lid kan voordragen. Voor hen gelden dezelfde eisen als voor commissieleden.
[De raad benoemt de commissievoorzitters OF Een raadscommissie benoemt haar commissievoorzitter] (vijfde zesde lid). Op grond van artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewetwet kan enkel een raadslid als voorzitter van een raadscommissie benoemd worden. Een voorstel van de regering om dit vereiste op te heffen is in 2014 in de Tweede Kamer gesneuveld. Artikel 75. Zittingsduur en vacatures De zittingsperiode van de leden en de voorzitter is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege, indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 46, derde lid, gestelde eisen (tweede lid) en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid). De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen ontslaan. (derde lid). Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van artikel 65, eerste lid, recht op een eigen lid. Hoofdstuk 2. Vergaderingen Paragraaf 1. Voorbereidingen Artikel 97.
Oproep en voorlopige agenda Het eerste lid van dit artikel bepaaltstelt verplicht dat de voorzittercommissievoorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie een schriftelijke oproep stuurt, waarin de vergadering wordt aangekondigd., en de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken stuurt (eerste lid). Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst de stukken en oproep en stukken niet per post maar per e-mailelektronisch te versturen. De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het eerste lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, In het eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, tegelijkertijd met de oproep aan de leden worden verzonden. De in artikel 25, eerste en tweede lid, bedoelde stukken zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd. Hier wordt melding van gemaakt op de stukken. Deze kunnen worden ingezien bij de griffier (artikel 9, derde lid). [Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurd door de agendacommissie. De instelling en taken van deze commissie zijn geregeld in het [citeertitel reglement van orde voor de raad].] Artikel 8. Aanvullende agenda; vaststellen agenda gaat het om een voorlopige agenda.
In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op
14
de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen. (tweede lid). Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage (derde lid juncto artikel 8, derde lid). Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken. Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het derdevierde lid. [Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door de agendacommissie. De instelling en taken van deze commissie zijn geregeld in het [citeertitel reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Oude IJsselstreek].] Artikel 129. Ter inzage leggen van stukken Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden. (eerste lid). Naast de fysieke terinzagelegging op het stadhuis, zullen de stukken doorgaans op elektronische wijze worden aangeboden (tweede lid). Dit gaat bijvoorbeeld via een digitaal raadsinformatiesysteem of door plaatsing op de gemeentesite.
De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de raadsvergaderingcommissievergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd. Op verzoek van de leden van de raadcommissieleden kan de griffier inzage aan hen verlenen. (derde lid). Artikel 1310. Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewetwet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Hier wordt expliciet vastgelegd in welke dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen de aankondiging van de vergadering van de raad wordt geplaatst. [Indien de kennisgeving uitsluitend elektronisch plaatsvindt, dan dient er een grondslag te zijn, zie artikel 3:42, tweede lid,12 juncto 2:14 van de Awb. In het tweede lid wordt deze grondslag gecreëerd om ook in spoedeisende gevallen een openbare kennisgeving uit te kunnen doen gaan.] Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 1411. Presentielijst De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is.
Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen van de niet-raadsleden die lid zijn van de raadscommissie te kunnen vaststellen. Artikel 1512. Opening vergadering en quorum Artikel 20 van de Gemeentewetwet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Dit artikelwet. Artikel 151 voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd. (eerste lid). Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet bereikt is, anders zou de afwezigheid van leden van een raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter bepaalt op welkede datum en het tijdstip van de nieuwe vergadering bepaalt, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zitten, mag er van uit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. (tweede lid). Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering. Artikel 1614. Advies; geen stemmingen
15
HetDoor gebruik van het woord beslissen in het eerste lid kan de suggestie gewekt worden dat in de commissievergadering ook ‘echte’ Awb-besluiten kunnen worden genomen. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen beslissingen maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt in het advies worden de standpunten van alle fracties in het advies opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad. Artikel 1715. Aantal spreektermijnen Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. (tweede lid). Dit hoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren.
Indien de raadscommissie van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk besluiten. (eerste lid). Artikel 2216. Deelname aan beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met hetde in artikel 22 van de Gemeentewetwet geregelde verschoningsrechtimmuniteit, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewetwet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen).. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 21, gelezen in samenhang met artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewetwet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering te doen. Artikel 2317. Samenspraak en spreekrecht burgers Het geven van spreekrecht aan burgers is een manier om burgers meer te betrekken bij de besluitvorming van de raad.
Doordat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor is begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies) is er voor gekozen het spreekrecht op te nemen in de commissieverordening. Op dit moment[citeertitel Verordening op de raadscommissies van de gemeente Oude IJsselstreek]. In die fase zijn de fracties nog bezig hun mening te vormen. Een inspreekmogelijkheid tijdens de raadsvergadering is doorgaans minder effectief (‘schijnspreekrecht’). Het spreekrecht geldt alleen voor onderwerpen die op de agenda van de commissie staan. (eerste lid). In veel gemeenten is er een mogelijkheid voor een burgerinitiatief. Burgers hebben daarmee het instrument van een initiatief om onderwerpen op de agenda te plaatsen. Onderwerpen die burgers belangrijk vinden kunnen op deze manier geagendeerd worden. De burgers die wensen in te spreken moetenkunnen zich binnen een ‘redelijke termijn’ voor de vergadering melden bij de griffier. De griffier kan, indien nodig, de persoon naar de juiste raadscommissie verwijzen. Uiteraard kan, afhankelijk van de beschikbaarheid, ook gekozen worden voor aanmelding bij de commissiegriffier. Procedureel is het handig om als ‘redelijke termijn’ circa 48 uur aan te houden. Door niet uitdrukkelijk een termijn op te nemen, kan hiermee flexibel worden omgegaan en de servicegerichtheid naar de burger worden vergroot.
In het vierde twaalfde lid is ervoor gekozen om een burger slechts één maaléénmaal het woord te geven en geen discussie te laten plaatsvinden. Afhankelijk van de lokale situatie kan als richtlijn 5 minuten spreektijd per burger worden aangehouden. Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken.
16
Op basis van artikel 1312, derde lid, wordt het verslag toegezonden aan de burgers die hebben ingesproken. Artikel 2418. Handhaving orde en schorsing Artikel 26 Gemeentewetvan de wet geeft aan dat de voorzitter bij raadsvergadering bevoegd is om de orde in de vergadering te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom hierin artikel 2416 opgenomen. Ingevolge het eerste lid is de commissievoorzitter belast met de handhaving van de orde in de commissievergaderingen. Op basis van het tweedetweedevierde lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten. (derde lid). In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. (vierdetweede lid). Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 23 van deze verordening37.
Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewetwet bovendien dat artikel 22 van de Gemeentewetwet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden. Artikel 2519. Voorstellen van orde Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewetwet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de) spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de commissievergadering. Paragraaf 3. Besloten vergaderingen Artikel 2820.
Toepassing verordening op besloten vergaderingen Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van de Gemeentewetwet wordt opgelegd dan wel opgeheven. Artikel 3121. Verslag besloten vergadering Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewetwet is artikel 23 van de Gemeentewetwet van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewetwet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het eerste lid van deze bepaling dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage ligt bij de commissiegriffier. Artikel 3222.