CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Verkennend bodemonderzoek.pdf

Raadsvergadering 24 november 2022, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 4: Bestemmingsplan Tulpstraat 6 Gendringen8.376 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verkennend bodemonderzoek Tulpstraat 6 te Gendringen

MM21118 Montferland Milieu B.V. 18-8-2021

Montferland Milieu B.V. Zeddamseweg 77 70 -Heerenberg Tel: 0314-640414 info@montferlandmilieu.nl www.montferlandmilieu.nl

TITELBLAD

Projectnaam

Tulpstraat 6 te Gendringen

Projectnummer

MM21118

Adres

Tulpstraat 6

Postcode en plaats

Aanleiding

Versienummer

7081 EB Gendringen

Bestemmingsplanwijziging

1

Status

Definitief

Datum

18-8-2021

Plaats

-Heerenberg

Opsteller

Montferland Milieu B.V.

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...................................................................................................................................................... 3 1.1

Achtergrond .......................................................................................................................................... 3

1.2

Kwaliteit ................................................................................................................................................ 3

1.3

Betrouwbaarheid .................................................................................................................................. 3

1.4

Onafhankelijkheid ................................................................................................................................. 3

1.5

Leeswijzer ............................................................................................................................................. 3

2.

VOORONDERZOEK ......................................................................................................................................... 4 2.1

Geraadpleegde bronnen ....................................................................................................................... 4

2.2

Huidige situatie ..................................................................................................................................... 4

2.3

Historie ................................................................................................................................................. 5

2.4

Verdachte activiteiten .......................................................................................................................... 6

2.5

Bodemkwaliteitskaart ........................................................................................................................... 6

2.6

Asbest ................................................................................................................................................... 6

2.7

PFAS ...................................................................................................................................................... 6

2.8

Voorgaande onderzoeken .................................................................................................................... 6

2.9

Geohydrologie ...................................................................................................................................... 7

2.10

Locatie inspectie .................................................................................................................................... 7

2.11

Conclusie vooronderzoek ..................................................................................................................... 7

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET ............................................................................................................. 8 3.1

Hypothese ............................................................................................................................................. 8

3.2

Onderzoeksopzet .................................................................................................................................. 8

4.

RESULTATEN .................................................................................................................................................. 9 4.1

Uitvoering veldwerk.............................................................................................................................. 9

4.2

Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses ...................................................................... 9

4.3

Interpretatie analyseresultaten .......................................................................................................... 10

5.

CONCLUSIE .................................................................................................................................................. 11 5.1

Algemeen ............................................................................................................................................ 11

5.2

Conclusie en aanbevelingen ............................................................................................................... 11

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12 BIJLAGE 13

Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met monsternamepunten Boorprofielen Analysecertificaten grond Analysecertificaten grondwater Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen Toelichting toetsingskader Verklarende woordenlijst

1.

INLEIDING

1.1 Achtergrond In opdracht van initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek verricht aan de Tulpstraat 6 te Gendringen (gemeente Oude IJsselstreek). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Het onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of er een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is en welke mogelijk een belemmering kan vormen. 1.2 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Montferland Milieu B.V. is gecertificeerd en er bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). De grond- en grondwatermonsters zijn (voor)behandeld door middel van de AS3000-methode in het door de Raad voor Accreditatie erkende laboratorium Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Montferland Milieu B.V. werkt volgens een kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2000.

1.3 Betrouwbaarheid Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5740 (NEN5740:2009+A1:2016 nl - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de k, dat parallel loopt aan deze norm, is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5725 (NEN 5725:2017 nl 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'). Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. 1.4 Onafhankelijkheid Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integrit onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in bijlage 10. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door erkende medewerker van Montferland Milieu B.V. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de voorinformatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 de hypothese gedefinieerd en is de onderzoeksopzet vastgesteld. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het onderzoek. Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.

MM21118

3

2.

VOORONDERZOEK

2.1 Geraadpleegde bronnen Voor aanvang van het bodemonderzoek zijn de (historische) gegevens, die relevant zijn voor het onderzoek, verzameld. In bijlage 9 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de gemeente informatie uit het gemeentelijk archief informatie van de opdrachtgever informatie uit het provinciaal informatiesysteem informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website bodemloket.nl informatie van de website DINOloket.nl informatie van de website ruimtelijkeplannen.nl locatie inspectie 2.2 Huidige situatie De onderzoekslocatie is gelegen aan de Tulpstraat 6 te Gendringen (gemeente Oude IJsselstreek). De locatie is kadastraal bekend als gemeente GDG00, sectie K, nummer 1247. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 950 m . In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening met monsternamepunten weergegeven. De onderzoekslocatie is gelegen aan de rand van Gendringen. De onderzoekslocatie heeft momenteel maatschappelijk doeleinden, er bevindt zich een vml. scoutingsgebouw op het perceel. De initiatiefnemer is voornemens nieuwbouw op het perceel te realiseren.

Figuur 1: Weergave ruimtelijkeplannen.nl

MM21118

Figuur 2: Beoogde situatie

4

2.3

Historie

Er zijn geen relevante gegevens van de historie van het terrein bekend welke van invloed zouden kunnen zijn op de onderzoeksstrategie. Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten voorgedaan. Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat het perceel vanaf 1950 bebouwd is geraakt.

Figuur 3: Historische kaart (1950)

Figuur 4: Historische kaart (1970)

Figuur 5: Historische kaart (1995)

Figuur 6: Historische kaart (2015)

Uit informatie van het bodemloket blijkt dat er geen historische activiteiten van het perceel bekend zijn.

Figuur 7: Weergave bodemloket.nl

MM21118

5

2.4 Verdachte activiteiten Het voormalige gebruik van de onderzoekslocatie is tot 1950 altijd in gebruik is geweest ten behoeve van agrarische- /natuurdoeleinden. Omstreeks 1950 is het scoutingsgebouw gebouwd. Er zijn geen relevante gegevens van de historie van het terrein bekend welke van invloed zouden kunnen zijn op de onderzoeksstrategie. 2.5 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten De gemeente Oude IJsselstreek heeft, in samenwerking met 7 andere gemeenten in de Regio Achterhoek de achtergrondwaarden, van een aantal metalen, PAK, minerale olie en EOX voor grond vastgesteld (CSO, kenmerk 11K054, 24 oktober 2011). De onderzoekslocatie ligt binnen de zone "Wonen voor 1970". Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. De gemeente Oude IJselstreek hanteert de 80-percentielwaarde (80% van de beschikbare gemeten stofgehalten voor die zone zijn lager dan deze waarde vastgesteld) als gebiedseigen bodemkwaliteit binnen een zone. Als deze waarde onder de landelijke achtergrondwaarde (AW) is gelegen, geldt de AW als de gebiedseigen bodemkwaliteit. 2.6 Asbest Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland is de locatie niet verdacht (groen) op het voorkomen van asbesthoudende dakplaten.

Figuur 8: Weergave asbestdakenkaart 2.7 PFAS Er zijn geen specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van PFAS ter plaatse van de onderzoekslocatie. Atmosferische depositie kan de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op het de locatie zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit beperkt tot verhoogde PFAS-gehaltes voornamelijk in de bovengrond. 2.8 Voorgaande onderzoeken Op of in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie hebben voorzover bekend geen voorgaande bodemonderzoeken plaatsgevonden. In de directe omgeving van de projectlocatie zijn geen relevante bodemverontreiniging aanwezig die eventueel invloed hebben op de onderzoeksstrategie.

Figuur 9: Voorgaande onderzoeken

MM21118

Figuur 10: Verontreinigings- saneringscontouren

6

2.9 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) op een hoogte van circa 15,4 m +NAP. De gemiddelde stand van het fre 13,5 m +NAP, waardoor het grondwater 1,9 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting noordwestelijk is gericht. De lokale grondwaterstromingsrichting kan plaatselijk

Figuur 11: Weergave AHN

Figuur 12: Weergave grondwaterstromingsrichting

2.10 Locatie inspectie Tijdens de locatie inspectie is een brandkuil waargenomen. Verder zijn er geen bijzonderheden waargenomen. De onderzoekslocatie werd verder aangetroffen zoals op basis van het vooronderzoek kon worden verwacht.

Figuur 13: Overzichtsfoto voorzijde onderzoeklocatie

Figuur 14: Foto brandkuil

2.11 Conclusie vooronderzoek De brandkuil is verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging. Het overige deel van de onderzoekslocatie is op basis van het vooronderzoek onverdacht op het voorkomen van bodemverontreinigingen. De onderzoekslocatie is eveneens onverdacht op het voorkomen van PFAS en asbest in de bodem.

MM21118

7

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET

3.1 Hypothese Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de gehele (deellocatie A) onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De gehele locatie wordt conform de strategie 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' onderzocht. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. De brandkuil (deellocatie B) kan als verdacht worden beschouwd. Hiervoor wordt conform de strategie onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) onderzocht. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie verhoogde gehalten worden gemeten. De resultaten uit het vooronderzoek geven geen aanleiding het standaard NEN-analysepakket voor grond en grondwater uit te breiden 3.2 Onderzoeksopzet In de onderstaande tabellen zijn de onderzoeksopzetten weergegeven. Deellocatie A (gehele locatie): Aantal boringen (excl. peilbuizen) 4 tot m -mv -mv

Aantal peilbuizen 1

Analyses grond 1 * NEN-pakket bovengrond 1 * NEN-pakket ondergrond

Analyses water 1 * NEN-pakket grondwater

Aantal peilbuizen -

Analyses grond 1 * NEN-pakket bovengrond

Analyses water -

Deellocatie B (brandkuil): Aantal boringen (excl. peilbuizen) 3 tot m -mv

Standaard NEN-pakket grond: Lutum en organische stof Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) PCB's Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen Minerale olie (C10-40) Standaard NEN-pakket grondwater: Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, chloorethenen, chloormethaan, chloroform, chloorethanen, chloorpropanen en bromoform) Minerale olie (C10-40)

Opgemerkt wordt dat de gehanteerde onderzoeksstrategie (NEN 5740) niet geschikt is om de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem aan te tonen. Onderzoek naar asbest in de grond dient plaats te vinden conform de NEN 5707. Uit het vooronderzoek is gebleken dat de locatie onverdacht is met betrekking tot asbest. Opgemerkt wordt dat bij de uitvoering van het veldwerk aandacht is besteed aan het eventueel zintuiglijk voorkomen van asbest op en in de bodem.

MM21118

8

4.

RESULTATEN

4.1 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 13-07-2021 en op 21-07-2021 is de peilbuis bemonsterd. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse boringen weergegeven. Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, welke geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de onderzoeksprotocollen en de ligging van kabels en leidingen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. In de vaste bodem is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4. Voor de geplaatste peilbuis geldt dat het onderste gedeelte van de peilbuis (het peilfilter) is geperforeerd. Boven het filter is een laag migreren. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand en/of storende laag, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden is ingeschat.

De peilbuis is direct na plaatsing afgepompt en na een wachttijd van minimaal een week is het grondwater bemonsterd. In de onderstaande tabel staan de meetresultaten van het grondwater weergegeven: Peilbuis 01

Filterstelling (m -mv) 2,00 - 3,00

Grondwaterstand (m -mv) 1,62

Zuurgraad (pH) 6.70

Geleidbaarheid 580

Troebelheid (NTU) 2

Toelichting: Geen van de gemeten waarden van de zuurgraad en de geleidbaarheid wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. 4.2 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn (meng)monsters samengesteld van de grond. De zintuigelijke waarnemingen (roest) geven aanleiding het standaard NEN-analysepakket voor grond uit te breiden met arseen. Er is ondergrond mengmonster ingezet te worden. In onderstaande tabel staan de mengmonsters weergegeven. Grond(meng)monster(s) MM01 MM02 MM03 MM04 Grondwatermonster(s) 01

Samenstelling 01: 0.20 - 0.50, 02: 0.00 - 0.40, 04: 0.00 0.50, 05: 0.00 - 0.50, 06: 0.00 - 0.50 01: 1.20 - 1.50, 01: 1.50 - 2.00 02: 0.50 - 1.00, 02: 1.00 - 1.50 07: 0.08 - 0.20, 08: 0.08 - 0.20, 09: 0.08 0.20

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50

Analyse Standaard NEN-pakket grond

1,20 - 2,00 0,50 - 1,50 0,08 - 0,20

Standaard NEN-pakket grond + arseen Standaard NEN-pakket grond + arseen Standaard NEN-pakket grond

01-1-1

2,00 - 3,00

Standaard NEN-pakket grondwater

Motivatie: MM01 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de kleiige bovengrond. MM02 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de zanderige ondergrond. MM03 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de kleiige ondergrond. MM04 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de potentieel verdachte bovengrond.

MM21118

9

4.3 Interpretatie analyseresultaten In bijlage 5 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen en in bijlage 6 van het grondwater. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 7. De gemeten gehalten zijn met behulp van het organisch stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters het gehalte in de individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen zijn dan het aangetoonde gehalte in het betreffende mengmonster. In de onderstaande tabel worden de concentraties aangegeven die de geldende toetsingskaders overschrijden, daarnaast is een indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse volgens het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. Grond (meng)monster(s)

Traject (m -mv)

MM01 0,00 - 0,50 MM02 1,20 - 2,00 MM03 0,50 - 1,50 MM04 0,08 - 0,20 Grondwatermonster(s) 01-1-1 2,00 - 3,00 Betekenis van de tekens en afkortingen WBB: S = streefwaarde AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventieaarde (sterk verontreinigd) - = onder achtergrondwaarde of detectiegrens

Gehalte > AW/S

Gehalte > T

Gehalte > I

Indicatie BBK

PAK (2,004) -

-

-

AW AW AW AW

Barium (75)

-

N.v.t. Betekenis van de afkortingen BBK: AW= toepasbaar voldoet aan Achtergrondwaarde Wonen= toepasbaar (functieklasse Wonen) Industrie= toepasbaar (functieklasse industrie) NT= niet toepasbaar

Toelichting: De verhoogde gehalten PAK in de grond kunnen veroorzaakt worden door antropogene bestandsdelen (puin/kooldeeltjes) en/of door microscopisch kleine deeltjes (bijv. roet). Het betreffen dan diffuus verspreide verontreinigingen. Het is bekend dat in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden. Het aangetroffen barium gehalte wordt toegeschreven aan een natuurlijke oorsprong.

MM21118

10

5.

CONCLUSIE

5.1 Algemeen In opdracht van initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek verricht aan de Tulpstraat 6 te Gendringen (gemeente Oude IJsselstreek). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de achtergrond- en/ of streefwaarde, wat duidt op enkel lichte (natuurlijke) verontreinigingen. De gehele onderzoekslocatie (deellocatie A) kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd dient formeel gezien te worden verworpen. De verhogingen in de grond en in het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. De brandkuil (deellocatie B) kan op basis van de locatie inspectie als verdacht met een plaatselijke bodembelasting worden beschouwd wordt verworpen.

Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingswijziging, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Ook bij het aanvragen van een bouwvergunning in de nabije toekomst zullen, met het huidige beleid en de huidige normen, de aangetoonde verontreinigingen geen bezwaar vormen.

Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende wetten en regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden.

Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

MM21118

11

BIJLAGE 1: Topografische kaart

BIJLAGE 2: Kadastrale kaart met gegevens

BIJLAGE 3: Situatietekening met monsternamepunten

BIJLAGE 4: Boorprofielen

klinker / cm t ov m aaiveld

0

1 50 2 100

3 150

zand, m at ig grof, zw ak silt ig, licht grijs, beige, ow : geen, edelm an klei, st erk zandig, zw ak hum eus, neut raal bruin, beige, ow : geen, zwak roest , edelm an zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht beige, bruin, ow: geen, zwak roest , rest en klei, edelm an

0

gazon / cm t ov m aaiveld

0

-8

1

klei, st erk zandig, zw ak hum eus, neut raal bruin, beige, ow : geen, zwak roest , edelm an

50 -20

-120

0

-50

t ype dat um boorm eest er x y

4 200

200

zand, m at ig grof, zw ak silt ig, zw ak grindig, neut raal beige, grijs, ow: geen, zuigerboor

-200

gazon / cm t ov m aaiveld

0

250 1

klei, st erk zandig, zw ak hum eus, neut raal bruin, beige, ow : geen, zwak roest , edelm an

50 300

300

-300

t y pe dat um boorm eest er x y

gazon / cm t ov m aaiv eld

0 1 50

klei, st erk zandig, zw ak hum eus, neut raal bruin, beige, ow : geen, zwak roest , edelm an klei, st erk zandig, licht beige, bruin, ow: geen, zw ak roest , edelm an

-50

t ype dat um boorm eest er x y

gazon / cm t ov m aaiveld

0 0 1 -40

0

klei, st erk zandig, zw ak hum eus, neut raal bruin, beige, ow : geen, zwak roest , edelm an

50

0

-50

t ype dat um boorm eest er x y

2 100 3 150 4

zand, m at ig grof, zw ak silt ig, zw ak grindig, neut raal beige, grijs, ow: geen, zuigerboor

200

-150

-200

t y pe dat um boorm eest er x y

1

gazon / cm t ov m aaiv eld 1

t y pe dat um boorm eest er x y

bodem profielen onderzoek project code get ekend conform

zand, m at ig grof, zw ak silt ig, licht bruin, beige, ow: geen, edelm an

t ype dat um boorm eest er x y

0

50

klinker / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, bruin, ow: geen, edelm an

0 -8

-20

0

-50

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1

t ype dat um boorm eest er x y

zand, m at ig grof, zw ak silt ig, licht bruin, beige, ow: geen, edelm an

0 -8

-20

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1

t y pe dat um boorm eest er x y

bodem profielen onderzoek project code get ekend conform

zand, m at ig grof, zw ak silt ig, licht bruin, beige, ow: geen, edelm an

0 -8

-20

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h) slib

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

BIJLAGE 5: Analysecertificaten grond

BIJLAGE 6: Analysecertificaten water

BIJLAGE 7: Toetsingtabellen

Uw Project

Tulpstraat 6 Gendringen (MM21118)

Certificaat

2021118005

Toetsing

BoToVa T12 kwaliteit van grond volgens Wbb

Versie

BoToVa Default

Toetsingsdatum

18 August 2021 22:01 MM01, 01: 20-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 050, 02:0-40

Analyse

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Oordeel

Bodemtype correctie 10.8 Organische stof volgens gloeiverlies methode

2.2

Metalen Barium (Ba)

mg/kg DS

66

120

@

Cadmium (Cd)

mg/kg DS

0.23

0.35

-

Kobalt (Co)

mg/kg DS

7.5

13

-

Koper (Cu)

mg/kg DS

12

19

-

Kwik (Hg)

mg/kg DS

0.069

0.087

-

Molybdeen (Mo)

mg/kg DS

<1.5

1.1

-

Nikkel (Ni)

mg/kg DS

15

25

-

Lood (Pb)

mg/kg DS

33

45

-

Zink (Zn)

mg/kg DS

69

110

-

mg/kg DS

<35

110

-

mg/kg DS

0.0049

0.022

-

mg/kg DS

2.0

2

> AW

MM01, 01: 20-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 02:0-40

13-07-2021

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK VROM (10) (factor 0,7)

12176792

#

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Achtergrondwaarde

> AW

> Achtergrondwaarde

Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Page 1 of 4

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Uw Project

Tulpstraat 6 Gendringen (MM21118)

Certificaat

2021118005

Toetsing

BoToVa T12 kwaliteit van grond volgens Wbb

Versie

BoToVa Default

Toetsingsdatum

18 August 2021 22:01 MM02, 01: 120-150, 01: 150-200

Analyse

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Oordeel

Bodemtype correctie 9.8 Organische stof volgens gloeiverlies methode

<0.7

Metalen Arseen (As)

mg/kg DS

9.4

14

-

Barium (Ba)

mg/kg DS

52

100

@

Cadmium (Cd)

mg/kg DS

<0.20

0.22

-

Kobalt (Co)

mg/kg DS

4.6

8.7

-

Koper (Cu)

mg/kg DS

8.8

14

-

Kwik (Hg)

mg/kg DS

<0.050

0.045

-

Molybdeen (Mo)

mg/kg DS

<1.5

1.1

-

Nikkel (Ni)

mg/kg DS

16

28

-

Lood (Pb)

mg/kg DS

<10

9.6

-

Zink (Zn)

mg/kg DS

31

53

-

mg/kg DS

<35

120

-

mg/kg DS

0.0049

0.025

-

mg/kg DS

0.35

0.35

-

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK VROM (10) (factor 0,7)

12176793

MM02, 01: 120-150, 01: 150-200

#

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

-

<= Achtergrondwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

13-07-2021

Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Page 2 of 4

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Uw Project

Tulpstraat 6 Gendringen (MM21118)

Certificaat

2021118005

Toetsing

BoToVa T12 kwaliteit van grond volgens Wbb

Versie

BoToVa Default

Toetsingsdatum

18 August 2021 22:01 MM03, 02: 50-100, 02: 100-150

Analyse

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Oordeel

Bodemtype correctie 16.7 Organische stof volgens gloeiverlies methode

1.2

Metalen Arseen (As)

mg/kg DS

8.0

10

-

Barium (Ba)

mg/kg DS

77

110

@

Cadmium (Cd)

mg/kg DS

<0.20

0.2

-

Kobalt (Co)

mg/kg DS

8.0

11

-

Koper (Cu)

mg/kg DS

13

18

-

Kwik (Hg)

mg/kg DS

<0.050

0.041

-

Molybdeen (Mo)

mg/kg DS

<1.5

1.1

-

Nikkel (Ni)

mg/kg DS

20

26

-

Lood (Pb)

mg/kg DS

23

28

-

Zink (Zn)

mg/kg DS

63

86

-

mg/kg DS

<35

120

-

mg/kg DS

0.0049

0.025

-

mg/kg DS

0.35

0.35

-

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK VROM (10) (factor 0,7)

12176794

MM03, 02: 50-100, 02: 100-150

#

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

-

<= Achtergrondwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

13-07-2021

Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Page 3 of 4

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Uw Project

Tulpstraat 6 Gendringen (MM21118)

Certificaat

2021118005

Toetsing

BoToVa T12 kwaliteit van grond volgens Wbb

Versie

BoToVa Default

Toetsingsdatum

18 August 2021 22:01 MM04, 07: 8-20, 08: 8-20, 09: 8-20

Analyse

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Oordeel

Bodemtype correctie <2.0 Organische stof volgens gloeiverlies methode

<0.7

Metalen Barium (Ba)

mg/kg DS

<20

54

@

Cadmium (Cd)

mg/kg DS

<0.20

0.24

-

Kobalt (Co)

mg/kg DS

<3.0

7.4

-

Koper (Cu)

mg/kg DS

<5.0

7.2

-

Kwik (Hg)

mg/kg DS

<0.050

0.05

-

Molybdeen (Mo)

mg/kg DS

<1.5

1.1

-

Nikkel (Ni)

mg/kg DS

6.0

18

-

Lood (Pb)

mg/kg DS

<10

11

-

Zink (Zn)

mg/kg DS

<20

33

-

mg/kg DS

<35

120

-

mg/kg DS

0.0049

0.025

-

mg/kg DS

0.35

0.35

-

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK VROM (10) (factor 0,7)

12176795

MM04, 07: 8-20, 08: 8-20, 09: 8-20

#

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Achtergrondwaarde

13-07-2021

Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Page 4 of 4

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Uw Project

Tulpstraat 6 Gendringen (MM21118)

Certificaat

2021118005

Toetsing

BoToVa T1 kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem

Versie

BoToVa Default

Toetsingsdatum

18 August 2021 22:02 MM01, 01: 20-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 050, 02:0-40

Analyse

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Oordeel

Bodemtype correctie 10.8 Organische stof volgens gloeiverlies methode

2.2

Metalen Barium (Ba)

mg/kg DS

66

120

@

Cadmium (Cd)

mg/kg DS

0.23

0.35

-

Kobalt (Co)

mg/kg DS

7.5

13

-

Koper (Cu)

mg/kg DS

12

19

-

Kwik (Hg)

mg/kg DS

0.069

0.087

-

Molybdeen (Mo)

mg/kg DS

<1.5

1.1

-

Nikkel (Ni)

mg/kg DS

15

25

-

Lood (Pb)

mg/kg DS

33

45

-

Zink (Zn)

mg/kg DS

69

110

-

mg/kg DS

<35

110

-

mg/kg DS

0.0049

0.022

-

mg/kg DS

2.0

2

Wo

MM01, 01: 20-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 02:0-40

13-07-2021

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK VROM (10) (factor 0,7)

12176792

#

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Achtergrondwaarde

Wo

Oordeel Wonen

Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Page 1 of 4

Altijd toepasbaar

Uw Project

Tulpstraat 6 Gendringen (MM21118)

Certificaat

2021118005

Toetsing

BoToVa T1 kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem

Versie

BoToVa Default

Toetsingsdatum

18 August 2021 22:02 MM02, 01: 120-150, 01: 150-200

Analyse

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Oordeel

Bodemtype correctie 9.8 Organische stof volgens gloeiverlies methode

<0.7

Metalen Arseen (As)

mg/kg DS

9.4

14

-

Barium (Ba)

mg/kg DS

52

100

@

Cadmium (Cd)

mg/kg DS

<0.20

0.22

-

Kobalt (Co)

mg/kg DS

4.6

8.7

-

Koper (Cu)

mg/kg DS

8.8

14

-

Kwik (Hg)

mg/kg DS

<0.050

0.045

-

Molybdeen (Mo)

mg/kg DS

<1.5

1.1

-

Nikkel (Ni)

mg/kg DS

16

28

-

Lood (Pb)

mg/kg DS

<10

9.6

-

Zink (Zn)

mg/kg DS

31

53

-

mg/kg DS

<35

120

-

mg/kg DS

0.0049

0.025

-

mg/kg DS

0.35

0.35

-

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK VROM (10) (factor 0,7)

12176793

MM02, 01: 120-150, 01: 150-200

#

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

-

<= Achtergrondwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

13-07-2021

Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Page 2 of 4

Altijd toepasbaar

Uw Project

Tulpstraat 6 Gendringen (MM21118)

Certificaat

2021118005

Toetsing

BoToVa T1 kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem

Versie

BoToVa Default

Toetsingsdatum

18 August 2021 22:02 MM03, 02: 50-100, 02: 100-150

Analyse

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Oordeel

Bodemtype correctie 16.7 Organische stof volgens gloeiverlies methode

1.2

Metalen Arseen (As)

mg/kg DS

8.0

10

-

Barium (Ba)

mg/kg DS

77

110

@

Cadmium (Cd)

mg/kg DS

<0.20

0.2

-

Kobalt (Co)

mg/kg DS

8.0

11

-

Koper (Cu)

mg/kg DS

13

18

-

Kwik (Hg)

mg/kg DS

<0.050

0.041

-

Molybdeen (Mo)

mg/kg DS

<1.5

1.1

-

Nikkel (Ni)

mg/kg DS

20

26

-

Lood (Pb)

mg/kg DS

23

28

-

Zink (Zn)

mg/kg DS

63

86

-

mg/kg DS

<35

120

-

mg/kg DS

0.0049

0.025

-

mg/kg DS

0.35

0.35

-

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK VROM (10) (factor 0,7)

12176794

MM03, 02: 50-100, 02: 100-150

#

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

-

<= Achtergrondwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

13-07-2021

Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Page 3 of 4

Altijd toepasbaar

Uw Project

Tulpstraat 6 Gendringen (MM21118)

Certificaat

2021118005

Toetsing

BoToVa T1 kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem

Versie

BoToVa Default

Toetsingsdatum

18 August 2021 22:02 MM04, 07: 8-20, 08: 8-20, 09: 8-20

Analyse

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Oordeel

Bodemtype correctie <2.0 Organische stof volgens gloeiverlies methode

<0.7

Metalen Barium (Ba)

mg/kg DS

<20

54

@

Cadmium (Cd)

mg/kg DS

<0.20

0.24

-

Kobalt (Co)

mg/kg DS

<3.0

7.4

-

Koper (Cu)

mg/kg DS

<5.0

7.2

-

Kwik (Hg)

mg/kg DS

<0.050

0.05

-

Molybdeen (Mo)

mg/kg DS

<1.5

1.1

-

Nikkel (Ni)

mg/kg DS

6.0

18

-

Lood (Pb)

mg/kg DS

<10

11

-

Zink (Zn)

mg/kg DS

<20

33

-

mg/kg DS

<35

120

-

mg/kg DS

0.0049

0.025

-

mg/kg DS

0.35

0.35

-

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK PAK VROM (10) (factor 0,7)

12176795

MM04, 07: 8-20, 08: 8-20, 09: 8-20

#

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Achtergrondwaarde

13-07-2021

Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Page 4 of 4

Altijd toepasbaar

Uw Project

Tulpstraat 6 Gendringen (MM21118)

Certificaat

2021122618

Toetsing

BoToVa T13 kwaliteit van grondwater volgens Wbb (water)

Versie

BoToVa Default

Toetsingsdatum

18 August 2021 22:03

Is Diep grondwater

Nee

Analyse

1, 01-1: 200-300

Eenheid G.W.

G.S.S.D

Oordeel

Metalen Barium (Ba)

75

75

> SW

Cadmium (Cd)

<0.20

0.14

-

Kobalt (Co)

<2.0

1.4

-

Koper (Cu)

<2.0

1.4

-

Kwik (Hg)

<0.050

0.035

-

Molybdeen (Mo)

<2.0

1.4

-

Nikkel (Ni)

<3.0

2.1

-

Lood (Pb)

<2.0

1.4

-

Zink (Zn)

<10

7

-

Benzeen

<0.20

0.14

-

Tolueen

<0.20

0.14

-

Ethylbenzeen

<0.20

0.14

-

Xylenen (som) factor 0,7

0.21

0.21

-

Naftaleen

<0.020

0.014

-

Styreen

<0.20

0.14

-

Dichloormethaan

<0.20

0.14

-

Trichloormethaan

<0.20

0.14

-

Tetrachloormethaan

<0.10

0.07

-

Trichlooretheen

<0.20

0.14

-

Tetrachlooretheen

<0.10

0.07

-

1,1-Dichloorethaan

<0.20

0.14

-

1,2-Dichloorethaan

<0.20

0.14

-

1,1,1-Trichloorethaan

<0.10

0.07

-

1,1,2-Trichloorethaan

<0.10

0.07

-

Tribroommethaan

<0.20

0.14

@

Vinylchloride

<0.10

0.07

-

1,1-Dichlooretheen

<0.10

0.07

-

1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7

0.14

0.14

-

Dichloorpropanen som factor 0.7

0.42

0.42

-

<50

35

-

0.77

@

Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen

Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen

Minerale olie Minerale olie totaal (C10C40) Extra parameters unknown

12191742

1, 01-1: 200-300

21-07-2021

Page 1 of 2

Overschrijding Streefwaarde

#

Aangenomen waarde

G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

-

<= Streefwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

> SW

> Streefwaarde

Deze toetsing is m.b.v. BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodemondergrond/bbk/instrumenten/botova/

Page 2 of 2

BIJLAGE 8:

BIJLAGE 9: Informatie vooronderzoek

BIJLAGE 10: Onafhankelijkheidsverklaring

Kwaliteit: De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRLbodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn. Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). Onafhankelijkheid: Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de

Projectnaam: Projectnummer: Erkende veldwerker van:

Tulpstraat 6 te Gendringen MM21118 Montferland Milieu B.V.

Bij het onderzoek zijn de volgende protocollen gevolgd: Plaatsen van handboringen en peilbuizen (protocol 2001) Nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (protocol 2018) Datum uitvoering 2001:

13-07-2021

Datum uitvoering 2002:

21-07-2021

Datum uitvoering 2018:

-

Ja Ja Nee

Montferland Milieu B.V. verklaart dat het veldwerk ten behoeve van bovengenoemd project onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarin genoemde NEN-normen.

BIJLAGE 11: Toegepaste normen

Toegepaste normen NEN 5104 NEN 5707

Geotechniek Asbest

NEN 5709

Bodem

NEN 5720

Waterbodem

NEN 5725

Bodem

NEN 5740 NPR 5741

Bodem Bodem

NPR 6616 NEN 5717

Water en slib Waterbodem

NEN 5742

Bodem

NEN 5743

Bodem

NEN 5744

Bodem

NEN 5745

Bodem

NEN 5120

Geotechniek

NEN 5751

Bodem

NEN 5733 NEN 5766

Bodem Bodem

NEN 5861 NEN-EN-ISO 56673

Milieu Water

NEN 5897

Asbest

NEN-ISO 7888 SIKB protocol 2001

Water Milieu

SIKB protocol 2002 SIKB protocol 2003 SIKB protocol 2018

Water Waterbodem Asbest

Classificatie van onverharde grondmonsters Bodem- Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem Monstervoorbehandeling voor de bepaling van organische en anorganische parameters in grond Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van k Richtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, orienterend en naderonderzoek Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek Routinebepaling van de pH Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische Verbindingen en fysisch/chemische bodemkenmerken. Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch/chemische eigenschappen Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. Bepaling van stijghoogten van grondwater door middel van peilbuizen. Voorbereiding van het monster voor fysisch-chemische analyses Bepaling van de korrelgrootte m.b.v.

zeef en pipet Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek Procedures voor monsteroverdracht Bemonstering - Deel 3: Richtlijnen voor de conservering en behandeling van watermonsters Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat Bepaling van het elektrisch geleidingsvermogen Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters Het nemen van waterbodemmonsters Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem

BIJLAGE 12: Toelichting toetsingskader

De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader van het Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire Bodemsanering 2013. Grond: Voor de beoordeling van grond worden achtergrond- en interventiewaarden onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis: Achtergrondwaarden (AW) (AW2000). Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur en landbouwgronden in Nederland. Criterium voor nader onderzoek (Tussenwaarde) Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien het criterium voor nader onderzoek (tussenwaarde) gemiddelde van de som van achtergrond- en interventiewaarde wordt overschreden. Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigde stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van en geval van ernstige verontreiniging. ksgezondheid en het ecosysteem. Grondwater Voor de beoordeling van grondwater worden streef- en interventiewaarden onderscheiden. Deze hebben de volgende betekenis: Streefwaarden (S) De streefwaarden geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau voor de bodem aan.

De streefwaarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondconcentraties, of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. Criterium voor nader onderzoek (1/2(S+I)) Het vaststellen in hoeverre sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (vaststellen saneringsnoodzaak) wordt bepaald middels de uitvoering van een nader onderzoek. Dit nader onderzoek dient plaats te vinden indien het criterium voor nader onderzoek (1/2(S+I); gemiddelde van de som van streef- en interventiewaarde) wordt overschreden. Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigde stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van en geval van ernstige verontreiniging. osysteem.

Tabel: Toetsingwaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven.

Toetsingwaarden

AW

1/2(AW+I)

I

RBK eis

Metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

6.8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 1.5

21

40

0.35

Polychloorbifenylen Som PCB (7) (0.7 factor)( g/kgds)

20

510

1000

4.9

Minerale olie Totaal olie C10-C40

190

2595

5000

35

AW (AW/I) I RBK

achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)

De achtergond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10 % humus en 25 % lutum.

Tabel: Toetsingswaarden voor grondwater (as3000)

Toetsingwaarden

S

1/2(S+I)

I

RBK eis

Metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

50 0.40 20 15 0.050 15 5.0 15 65

338 3.2 60 45 0.18 45 152 45 432

625 6.0 100 75 0.30 75 300 75 800

20 0.20 2.0 2.0 0.050 2.0 2.0 3.0 10

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen (0.7 factor) Styreen

0.20 7.0 4.0 0.20 6.0

26 504 77 35 153

30 1000 150 70 300

0.20 0.20 0.20 0.21 0.20

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Naftaleen 0.01 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen

35

70 1

0.020

Gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1 dichlooretheen Dichloomethaan som (cis, trans) 1,2 dichloorethenen (0,7 factor) 1,1 dichloorpropaan 1,2 dichloorpropaan 1,3 dichloorpropaan Som dichloorpropaan (0,7 factor) Tetachlooretheen Tetachloormethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen Chloroform Vinylchloride Tribroommethaan

7.0 7.0 0.01 0.01 0.01 0.80 0.80 0.80 0.80 0.01 0.01 0.01 0.01 24 6.0 0.01

454 204 5.0 500 10 40 40 40 40 20 5.0 150 65 262 203 2.2

900 400 10 1000 20 80 80 80 80 40 10 300 130 500 400 5.0 630

0.20 0.20 0.10 0.20 0.14 0.20 0.20 0.20 0.42 0.10 0.10 0.10 0.10 0.20 0.20 0.20 0.20

50

325

600

50

Minerale olie Totaal olie C10-C40

Tabel: Toetsingwaarden voor asbestverdacht (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven.

Toetsingwaarden

AW

Kwantitatief asbestonderzoek Gewogen asbestconcentratie

AW (AW/I) I RBK

1/2(AW+I)

I

RBK eis

100

achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond en interventiewaarde interventiewaarde tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012)

De achtergond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10 % humus en 25 % lutum.

BIJLAGE 13: Verklarende woordenlijst

Verklarende woordenlijst Een grond- en/of grondwaterverontreiniging kan veroorzaakt worden door verschillende parameters. Soms betreft het stoffen die van nature in de bodem voorkomen. In andere gevallen is er sprake van milieuvreemde stoffen. Om een indicatie te krijgen van een eventuele grond(water)verontreiniging worden analyses uitgevoerd op verschillende parameters. Toetsingskader Sinds oktober 2008 zijn in het kader van de Wet bodembescherming de streefwaarden (grondwater) en interventiewaarden (grond en grondwater) van kracht en daarmee het toetsingskader voor beoordeling van de kwaliteit van grond en grondwater. Daarnaast gelden voor de toepassing van grond de (landelijke) achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. Achtergrondw aarde (grond) De Achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als schone of niet verontreinigde grond. Streefwaarde (grondwater) Als de streefwaarde wordt overschreden is er sprake van bodemverontreiniging.

Voor de stoffen die van nature stoffen die niet van nature in de bodem voorkomen is de streefwaarde gelijkgesteld aan de Tussenwaarde Deze waarde geeft de milieukwaliteit aan, waarbij er sprake is van verhoogde, maar in het algemeen niet potentieel onaanvaardbare, risico's voor mens en milieu. Het betreft een rekenkundig gemiddelde van de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) en de Interventiewaarde, dat niet rechtstreeks aan een specifiek risiconiveau is gekoppeld. Overschrijding van deze waarde heeft slechts een indicatieve functie, namelijk het aangeven van de noodzaak om een nader onderzoek naar de kwaliteit van de bodem uit te voeren. Grond of grondwater die de tussenwaarde wel maar niet de interventiewaarde overschrijdt, wordt aangeduid als matig verontreinigd. Interventiewaarde De interventiewaarde is de waarde die aangeeft bij welke concentratie sprake kan zijn van een dreigende ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor plant, mens en dier. Toetsingswaarden asbest Voor asbest in grond geldt alleen een interventiewaarde c.q. restconcentratienorm. Deze norm is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. asbest (gewogen). De Interventiewaarde voor asbest is gebaseerd op het verwaarloosbaar risiconiveau (VR). Grond met een gehalte aan asbest (gewogen) lager dan de Interventiewaarde mag hierdoor als niet verontreinigd worden aangemerkt.

Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met tienmaal het gehalte aan amfibool asbest. Geval van ernstige bodemverontreiniging gemeten concentratie van minimaal 25 m bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m interventiewaarde en de verontreiniging is ontstaan voor 1987. Asbest is uitgezonderd van dit volumecriterium.

BRL SIKB 2000, Veldw bodemonderzoek verzorgen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Zij zijn ook de enigen die voor deze a bodemonderzoek op de website van Rijkswaterstaat Leefomgeving (www.rwsleefomgeving.nl)). Besluit bodemkwaliteit Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. Volgens dit besluit kan per gemeente een beleid worden gevoerd, waarin rekening gehouden is met lokale omstandigheden. Per gemeente dient voor toepassing gecontroleerd te worden of er sprake is van gebiedsspecifiek beleid of dat de generieke normen van het besluit van toepassing zijn. Voor de ontvangende bodem dient de bodemkwaliteit te zijn vastgesteld. Deze kwaliteit kan worden afgeleid van een vastgestelde bodemkwaliteitskaart. Als geen bodemkwaliteitskaart is vastgesteld moet met bodemonderzoek de kwaliteit van de ontvangende bodem worden vastgesteld. Een dergelijk onderzoek dient tenminste te worden uitgevoerd volgens een onderzoeksstrategie uit de NEN 5740.

Parameters Asbest Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen, die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels. Losse asbestvezels zijn met het blote oog niet zichtbaar. Asbestvezels zijn sterk en flexibel tegelijk. Bovendien zijn ze thermisch en elektrisch isolerend, bestand tegen zuren en logen en hebben ze een hoge wrijvingsweerstand. Hierdoor zijn ze geschikt voor veel verschillende toepassingen, als: golfplaten; waterleidingbuizen; rem- en frictiemateriaal; isolatiemateriaal. Asbest is met name na de Tweede Wereldoorlog veel gebruikt. Niet-hechtgebonden asbest is sinds 1983 vrijwel niet meer toegepast. De beroepsmatige toepassing en verkoop van alle soorten asbest is sinds 1 juli 1993 volledig verboden. Minerale olie Onder verontreinigingen met minerale olie vallen o.a. benzine, diesel en huisbrandolie-verontreinigingen. Verontreinigingen met minerale olie komen veelvuldig voor. Minerale olie is in de meeste gevallen in de bodem terechtgekomen door lekkage bij ondergrondse tanks of calamiteiten. Een olieverontreiniging is in de meeste gevallen goed zintuiglijk waarneembaar door geurafwijkingen en/of met behulp van de olie-op-watertest. Bij de olie-op-watertest wordt een beetje grond in water gebracht. De in de grond aanwezige olie komt boven drijven en wordt zichtbaar als een oliefilm.

Na analyse kan in de meeste gevallen een redelijk betrouwbare indicatie worden gegeven van de oliesoort. Indien sprake is van een benzineverontreiniging dient tevens rekening gehouden te worden met een verontreiniging met vluchtige aromaten (BTEXN) en bij nieuwe gevallen met ETBE of MTBE. Organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) Bestrijdingsmiddelen worden ook wel pesticiden genoemd. Met name bij (voormalige) tuinbouwkassen en akkerbouw wordt rekening gehouden met deze vorm van verontreiniging. DDT en drins zijn bekende voorbeelden. Polychloorbifenylen (PCB) PCB zijn olieachtige vloeistoffen die veel zijn toegepast in transformatoren en condensatoren vanwege hun goede elektrisch-isolerende eigenschap in combinatie met het bestand zijn tegen hoge temperaturen. In het verleden zijn PCB ook toegepast in producten als motorolie, tl-armaturen, inkt, lijm en verf. Tegenwoordig zijn PCB op de zwarte lijst geplaatst en is de toepassing ervan verboden. PCB zijn voor mens en dier met name schadelijk omdat zij de eigenschap hebben om zich op te hopen in vet. Polycyclische aromatische koolw aterstoffen (PAK) PAK zijn teerachtige producten. PAK wordt gevormd bij diverse verbrandings- en chemische processen, veelal door onvolledige verbranding van koolstofverbindingen.

PAK kan in hoge gehaltes voorkomen in asfalt, steenkoolteer, pek, creosoot, diverse oliesoorten, zuiveringsslib en dakbedekkingsmaterialen. In de bodem komen PAK-verbindingen vaak voor in combinatie met koolas of sintels. In totaal bestaan er circa 250 verschillende PAK-verbindingen. Bij analyse op PAK ten behoeve van bodemonderzoek wordt een selectie van deze verbindingen geanalyseerd, bijvoorbeeld de zogeheten zestien van EPA of tien van VROM. Enkele PAK-verbindingen, zoals benzo(a)pyreen, zijn carcinogeen ofwel kankerverwekkend.

Vluchtige aromaten (BTEXN) Vluchtige aromaten (BTEXN = benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) worden bereid uit hebben een sterk oplossend vermogen voor een groot aantal kunststoffen. Van bijvoorbeeld benzeen is bekend dat het kankerverwekkend is. Vluchtige gehalogeneerde koolw aterstoffen (VOH/ VOCl) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen zijn koolwaterstoffen met een halogeenverbinding, met name chloor is in dit kader bekend. VOH/ VOCl worden veel gebruikt als ontvettings- en schoonmaakmiddelen bij chemische wasserijen, metaalindustrie en drukkerijen. Tri hebben een hoog soortelijk gewicht (zwaarder dan water) en zijn vrij vluchtig. Ook deze stoffen hebben een sterk oplossend vermogen voor een groot aantal kunststoffen. Van deze stoffen is bekend dat ze het zenuwstelsel aan kunnen tasten. Zware metalen Zware metalen komen van nature in kleine hoeveelheden voor in de bodem. In deze hoeveelheden zijn ze niet schadelijk voor volksgezondheid of milieu. Grote (schadelijke) hoeveelheden zware metalen zijn in veel gevallen in het milieu terecht gekomen door: verwerking metaalertsen; metaalbewerking; metaaloppervlaktebehandeling (galvaniseren/emailleren); glazuren van aardewerk (loodwit); metalen in drukinkt, cosmetica, katalysatoren, accu's, batterijen en verbrandingsafval (sintels, cokes, vliegas, slakken).

Zware metalen komen in de bodem vaak in combinatie met puin en aardewerk voor. Door toepassing van lood als antiklopmiddel in benzine zijn grote hoeveelheden lood diffuus verspreid in het milieu terecht gekomen, vooral langs wegen en in stedelijke gebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4501/documents/25207