CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoerings- en handhavingsstrategie Oude IJsselstreek 2025 e.v..pdf

Raadscommissie Algemene zaken Financiën en Economie (AFE) 12 mei 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 9: Verslag Toezicht en handhaving OIJ12.314 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De risicoanalyse gebaseerd op een inschatting van de risico’s die aan de verschillende handhavingstaken zijn verbonden. Om die risico’s te kunnen inschatten is een analyse gemaakt op basis van een systematiek die veelvuldig is toegepast bij verschillende gemeenten. Bij deze systematiek wordt risico gedefinieerd als: ‘Risico= Kans x Effect’. Uit de gehanteerde formule komt een getal: het zogenaamde ‘risicogetal’. Dit getal kan het beste als volgt worden beschreven: hoe groter de mogelijke consequenties van een overtreding en hoe groter de kans op overtreding is, des te groter zal het risico dan zijn.

21

6.1.1 Effecten De ‘Effecten’ geven inzicht in de vraag: wat is het effect van het niet naleven van de regels voor de verschillende handhavingstaken? Deze effecten worden beoordeeld op de volgende zes criteria:

1. Fysieke veiligheid Er is direct gevaar voor de veiligheid, bijvoorbeeld als gevolg van brand, instorting of explosie. Het gaat daarbij om de mate waarin sprake kan zijn van persoonlijk letsel, al dan niet met dodelijk gevolg.

2. Sociale kwaliteit De leefbaarheid van de burgers wordt aangetast als gevolg van verloedering en verpaupering van de leefomgeving. Dit kan komen door o.a. uitzicht belemmerende activiteiten, stankoverlast, geluidshinder, strijdig gebruik van bouwwerken en bouwen zonder vergunning. Ook kan er een afname zijn van het veiligheidsgevoel.

3. Financieel economisch De mate waarin schade wordt veroorzaakt die op de gemeente kan worden afgewenteld en het economisch voordeel dat wordt behaald door de overtreding.

4. Natuur/stadsschoon De natuur en omgeving wordt aangetast als gevolg van bijvoorbeeld bodemverontreiniging, luchtverontreiniging en aanlegactiviteiten die onomkeerbaar zijn.

5. Volksgezondheid Mensen kunnen ziek worden als gevolg van bijvoorbeeld schadelijke stoffen. Hier gaat het vaak niet op een direct gevaar, maar op gezondheidsklachten die na enige tijd ontstaan.

6. Bestuurlijk imago Wat is de imagoschade van een eventuele calamiteit of het in stand houden van een illegale situatie. De te verwachten afbreuk en/of schade aan het imago, beeld, geloofwaardigheid en vertrouwen van de burger in het bestuurlijk apparaat en haar besluitvorming als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Voorbeelden: (al dan niet georganiseerde) protesten, mediacampagnes. De zes genoemde effecten zijn opgenomen in een risicomatrix (Tabel bijlage 5a). Voor iedere taak wordt aan de hiervoor genoemde effecten een score toegekend. Hoe groter de consequenties des te hoger de score. Bij het toekennen van de score wordt een puntenschaal van 1-5 gehanteerd. Daarna wordt het gemiddeld effect berekend door de afzonderlijke scores per effect op te tellen en te delen door zes.

22

6.1.2 Kans Vanuit de methodiek komt de ‘Kans’ voort uit het begrip naleving; hoe groot is de kans dat de regels worden overtreden bij de huidige handhavingsinspanning en welk belang hechten wij aan naleving. Behalve door handhaving kunnen mensen ook spontaan regels naleven. Daarbij worden vijf beoordelingsaspecten beoordeeld:

1. Kennis van regels: Hoe meer regels, hoe ingewikkelder en onduidelijker, hoe kleiner de kans op spontane naleving.

2. Kosten/baten: Hoge kosten, weinig baten, kleine kans op spontane naleving; lage kosten, veel baten, grotere kans op spontane naleving.

3. Mate van acceptatie bij de doelgroep: Hoge acceptatie leidt tot een grotere kans op spontane naleving, lage acceptatie leidt tot een kleinere kans op spontane naleving.

4. Gezagsgetrouwheid doelgroep: Hoe meer vertrouwen in het gezag, hoe groter de kans op spontane naleving; hoe minder vertrouwen, hoe kleiner de kans op spontane naleving.

5. Informele controle: Hoe meer informele controle, hoe groter de kans op spontane naleving, mits er in het algemeen sprake is van acceptatie van de regels bij de doelgroep. In de analyse wordt voor iedere handhavingstaak een ‘overall inschatting’ gemaakt van de kans. Er wordt dus geen inschatting gemaakt per beoordelingsaspect. De kans is ook opgenomen in de risicomatrix. Voor iedere taak is, ten aanzien van de kans op de overtreding, een score toegekend op een schaal van 1 t/m 5 en daarmee is ook de mate van het naleefgedrag aangegeven. De schaalverdeling is hierbij als volgt: 1 = zeer kleine kans op overtreding / naleefgedrag zeer goed 2 = kleine kans op overtreding / goed naleefgedrag 3 = gemiddelde kans op overtreding / middelmatig naleefgedrag 4 = grote kans op overtreding / slecht naleefgedrag 5 = zeer grote kans op overtreding / zeer slecht naleefgedrag

6.2 Toetsingsprotocol bouwtechnische eisen. Voor bouwwerken die niet vergunningsvrij zijn (gevolgklasse 0) of niet vallen onder het stelsel voor de kwaliteitsborging (gevolgklasse 1), moet voor de bouwactiviteit een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Deze aanvraag moet getoetst worden aan de minimale prestatie eisen zoals gesteld in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Om niet alles absoluut te hoeven toetsen, wordt er gewerkt op basis van een prioritering. De vereniging BWT Nederland heeft het toetsprotocol (LTB2012) ontwikkeld waarbij een door de inspectie geaccepteerd toetsniveau is vastgesteld. Dit toetsprotocol is per 1 janauri 2024 aangepast aan het Besluit bouwwerken leefomgeving. Grote omvangrijke technische bouwaanvragen worden getoetst met BRIStoets. BRIStoets is het online hulpmiddel voor bouwplantoetsers om de gewenste kwaliteit van een bouwplan uniform te toetsen aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Door een transparant toetsingsproces kan achteraf eenvoudig

23

worden aangetoond op welke onderdelen is getoetst en met welke intensiteit. Het programma werkt op basis van de Landelijke Toetsmatrix Bbl (LTB2024). Ten aanzien van de brandveiligheidseisen wordt advies aangevraagd bij de VNOG. In het BBL staan zoals gemeld de minimale technische eisen. Het is niet toegestaan om hiervan af te wijken en hogere eisen te stellen. Ten aanzien van toegankelijkheid van een gebouw zijn de eisen vrij beperkt. In dat kader wordt er naast de minimale eisen gewerkt aan bewustwording. Een aanvrager wordt dan gewezen op mogelijke kleine aanpassingen waarmee een gebouw wellicht toegankelijker wordt. Zonder de rol als adviseur op te pakken, wordt er geprobeerd mee te denken te wijzen op aanpassingen die naast hetgeen dat minimaal vereist is, bijdragen aan een beter bouwwerk op het gebied van de brandveiligheid of een ander aspect.

6.3 Prioritering Toezicht en handhaving We kunnen niet overal tegelijk zijn. Dat betekent dat we keuzes moeten maken en prioriteiten moeten stellen: waar besteden we onze aandacht aan? De risicoanalyse heeft ons bij die keuze geholpen: de activiteiten met het hoogste risico, geven we de hoogste prioriteit. Bij activiteiten of (deel)aspecten met prioriteit toetsen we vergunningen diepgaander, houden we nauwgezetter of frequenter toezicht en pakken we door in onze handhaving. Aan activiteiten of deelaspecten waarvan we het risico lager schatten, geven we minder prioriteit. We doen uiteraard wel wat wettelijk moet (zoals het toetsen van een aanvraag of uitvoering geven aan onze beginselplicht tot handhaven), maar doen dit globaler en veelal reactief. Calamiteiten met acuut gevaar (= onverwachte gebeurtenissen die zich voordoen en die ernstige schade kunnen veroorzaken) kennen altijd prioriteit. Deze zijn niet apart benoemd in de risicoanalyse omdat dit zich bij alle activiteiten kan voordoen. De teamleden werken zelfstandig en professioneel aan hun taak. Zij hebben een breed takenpakket waarin duidelijke prioriteiten zijn gesteld. Voor het vaststellen van de prioriteiten zijn o.a. de risicoanalyse, interviews en andere beleidsdocumenten gebruikt. De risico’s zijn ook gebaseerd op ervaring van eerdere jaren. Zie hiervoor de Risicoanalyse en prioritering en de risicomatrix.

In de paragrafen hieronder zijn de thema’s toegelicht met een hoge en gemiddelde prioriteit. Het toezicht op minder geprioriteerde thema’s/meldingen/constateringen wordt vormgegeven door de Motivatiematrix (bijlage 5b); omdat niet alle toezichtstaken in de prioriteitenmatrix verwerkt kunnen worden, maken wij ook gebruik van de 'Motivatiematrix'. De motivatiematrix is gebaseerd op de prioriteitenmatrix. Maar waar de prioriteitenmatrix een gemiddelde score geeft, wordt in de motiveringsmatrix juist uitgaan van de score van elke indicator afzonderlijk. Vraag zal steeds zijn: komt de … in het geding of heeft het grote gevolgen voor … Hierbij zijn er drie uitkomsten mogelijk: 1. de casus wordt direct opgepakt, 2. de casus wordt op termijn opgepakt en 3. de casus wordt niet meer opgepakt. Hiermee wordt het veelal ook makkelijker om uit te leggen waarom er in het ene geval wel wordt opgetreden en in het andere geval niet.

6.3.1 Integraal Veiligheidsbeleid (IVB) De gemeenteraad heeft in 2023 het Integraal Veiligheidsbeleid (IVB) vastgesteld. Hierin staan de lokale veiligheidsprioriteiten die voor de aankomende jaren zijn vastgesteld. In dit onderdeel is op hoofdlijnen aangegeven op welke manier team Handhaving invulling geeft aan de veiligheidsprioriteiten. De gemeente Oude IJsselstreek geeft voor de aankomende vier jaar samen met de andere ketenpartners in het veiligheids- en zorgdomein prioriteit aan:

24

1. Aanpak van ondermijning, 2. Effectieve verbinding en versterking van zorg & veiligheid en 3. Digitale weerbaarheid en veiligheid (cybercrime) Daarnaast zijn er vanuit het Veiligheidsveld nog steeds een groot aantal reguliere werkzaamheden die worden uitgevoerd.

6.3.1.1 Prioriteit 1: Aanpak georganiseerde ondermijnende criminaliteit Georganiseerde ondermijnende criminaliteit houdt in dat de onder- en bovenwereld verweven raken. Criminelen maken gebruik van legale structuren, bedrijven en diensten voor hun illegale activiteiten. Ondermijnende criminaliteit is veelal niet altijd (direct) zichtbaar, maar heeft wel zichtbare gevolgen voor de inwoners en bedrijven. Verloedering op straat, verwaarlozing van panden, drugshandel, fraude en witwaspraktijken kunnen tot problemen leiden. Hierdoor vervagen normen en neemt het gevoel van veiligheid en leefbaarheid af. De maatschappij dient als dekmantel voor het criminele circuit en georganiseerde criminaliteit.

Onze bijdrage Wij zijn de ogen en oren op straat. Signalen over (mogelijke) misstanden melden wij bij het interne meldpunt ondermijning, zodat een goede informatiepositie opgebouwd kan worden. Daarnaast spelen wij een rol in de controles die (in dit kader) uitgevoerd moeten worden en kunnen daarbij ook onze (bestuurlijke) bevoegdheden gebruiken. Belangrijk aandachtspunt daarbij is de ontwikkeling van kennis op het gebied van ondermijning, zoals op het gebied van het inkoop-/verkoopregisters (om heling tegen te gaan). Wij zijn (zoveel mogelijk) aanwezig bij preventie-activiteiten, zoals de ‘witte voetjes acties’. Daarnaast is een belangrijk en zorgelijk aandachtpunt de toename van dumping van gevaarlijk afval als asbest en drugsafval. Het levert een steeds grotere overlast op en leidt tot grote verontreiniging van onze natuur en onze leefomgeving.

6.3.1.2 Prioriteit 2: Effectieve verbinding veiligheid en zorg De gemeente werkt aan het verbeteren van de samenwerking en daardoor integrale aanpak binnen het zorg- en veiligheidsdomein. De focus ligt daarbij op vroegsignalering en interventies om te voorkomen dat complexe zorgcasuïstiek in de (repressieve) veiligheidshoek terecht komt en om herhaling (recidive) te voorkomen. Er is ook een kwetsbare groep die het niet alleen redt, omdat daarbij vaak sprake is van (meerdere) problemen rondom wonen, zorg, sociaal domein (werk & inkomen, Wmo, jeugdhulp) in combinatie met veiligheidsvraagstukken. Een onveilige situatie kan namelijk ontstaan vanuit een hulpvraag. Er is dan sprake van meervoudige sociale- en veiligheidsproblematiek. Iemand een bestuurlijke/strafrechtelijke maatregel opleggen is dan niet wat hij of zij nodig heeft. In de praktijk is dan ook meerdere keren gebleken dat passende zorg bieden zorgt voor een afname van de overlast. Daarnaast worden deze kwetsbare inwoners minder vatbaar voor misbruik en criminele activiteiten. Om goed te kijken naar wat de inwoner nodig heeft, is een sterke samenwerking tussen het sociaal domein en veiligheid dan ook van groot belang.

Onze bijdrage Wij staat midden in de wijk, spelen een rol in de vroegsignalering en kunnen enerzijds zorgen dat de betreffende inwoner in contact komt met de juiste hulpverleningsinstantie en anderzijds zorgen dat de signalen bij het meldpunt Zorg-Veiligheid onder de aandacht worden gebracht. Belangrijk aandachtspunt daarbij is dat wij kennis op doen in het herkennen van signalen en omgaan met personen met onbegrepen gedrag. Binnen het team Handhaving is een handhaver met het taakaccent jeugd. Deze sluit

25

aan bij jeugdoverleggen en groepsaanpakken. Het team levert een bijdrage bij het in beeld brengen van (overlastgevende) jeugdgroepen en informeren betrokken partijen daarover.

6.3.1.3 Prioriteit 3: Digitale weerbaarheid en veiligheid (“cybercrime”) Onze gemeente is continu bezig met het weerbaar maken en blijven tegen digitale criminaliteit en sluiten daarbij aan op landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen op dit thema. De focus ligt daarbij op bewustwording, het meegeven van handelingsperspectief en het ontwikkelen van een gerichte aanpak. Er is landelijk een toename in de fraudecijfers, waaronder digitale criminaliteit, zoals phishing, onlinefraude, koop- en verkoopfraude, hacken en cyberpesten en identiteitsdiefstal. De verwachting is dat dit soort criminaliteit de aankomende jaren alleen maar zal toenemen.

Onze bijdrage Een deel van onze dienstverlening verloopt digitaal. Dat betekent dat wij ons bewust moeten zijn van de risico’s op cybercrime. Daarom werken wij eraan dat onze informatie op de juiste plekken en in de juiste systemen worden opgeslagen. Daarnaast zullen wij ook de nodige trainingen volgen rondom dit thema. Hiervoor werken wij samen met onder andere onze privacy-officers.

6.3.2 Prioriteiten Omgevingswet/bijzondere wetten De uitvoering van deze taken is er in hoofdzaak op gericht om onveilige situaties in de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk te voorkomen. De gemeente Oude IJsselstreek kan echter niet elke taak even veel prioriteit geven. Op basis van een risicoanalyse zijn de verschillende taken geprioriteerd. In dit onderdeel worden de thema’s met een hoge en gemiddelde prioriteit besproken.

6.3.2.1 Prioriteit hoog Illegale bewoning Op grond van de risicomatrix heeft dit thema een lage prioriteit, alleen krijgt dit thema bestuurlijk wel een hoge prioriteit. We zien namelijk dat er (steeds meer) op plekken wordt gewoond, waar dat verboden is. Dit is veelal aan de orde op campings, maar er is ook sprake van een toename van de huisvesting van arbeidsmigranten. Dit kan leiden tot ongewenste situaties als overbewoning, overlast, ongewenste ontwikkelingen voor de toeristische sector, maar ook tot het verslechteren van persoonlijke omstandigheden van de bewoner.

Monumenten Op grond van de risicomatrix heeft dit thema een lage prioriteit, alleen krijgt dit thema bestuurlijk wel een hoge prioriteit. De gemeente Oude IJsselstreek kent een verscheidenheid aan rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. Dit zijn onder andere woonhuizen, kerken, scholen en boerderijen die een bijzondere waarde hebben en daarom beschermd en in stand gehouden worden, ook voor de generaties die na ons komen. Deze monumenten, maar ook de stedenbouwkundige structuren en archeologische schatten, herinneren aan een rijk en roemrucht verleden. Cultuurhistorisch erfgoed geeft weer hoe de gemeente Oude IJsselstreek zich door de tijd heen heeft ontwikkeld. Het geeft een plek in de geschiedenis en is mede bepalend voor de identiteit van een gemeente en haar bewoners. Signalen over bijvoorbeeld beschadiging of vernieling van een monument worden opgepakt en onderzocht. Hierbij wordt afstemming gezocht met team Vergunningen over de manier van optreden.

Basisregistraties BAG en BRP Op grond van de risicomatrix heeft dit thema een lage prioriteit, alleen krijgt dit thema bestuurlijk wel een hoge prioriteit. Het Stelsel van Basisregistraties speelt een belangrijke rol in het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken. Of het nu gaat om uitrukkende hulpdiensten, het efficiënt vaststellen

26

van het recht op uitkering, het toetsen van vergunningaanvragen of het bestrijden van fraude, alle betrokkenen hebben baat bij juiste overheidsgegevens zoals adressen, persoonsgegevens, bedrijfsnamen en geo-informatie. Door de (juiste) basisregistraties kan de overheid efficiënter opereren en de dienstverlening verbeteren. Zo hoeft een burger of bedrijf bepaalde gegevens niet steeds opnieuw aan te leveren, maar volstaat één melding. Het controleren van overheidsgegevens zoals adressen wordt (mede) gedaan door handhaving. Handhaving heeft zowel een signalerende als een controlerende functie op het gebied van BAG- en BRP-registraties. Dit kan leiden tot handhavend optreden, bijvoorbeeld bij illegale bewoning.

Evenementen B en C Bij evenementen richt Toezicht en Handhaving zich primair op de naleving van de vergunningen en de daaraan verbonden voorschriften, op het beëindigen van overtredingen of het herstellen van een ongewenste situatie. Bij het handhaven bij evenementen wordt gekeken naar de overlast door en veiligheid van evenementen. Dit geldt zowel voor de niet vergunde als de vergunde evenementen. De nadruk ligt daarbij op een veilig verloop van een evenement zodat de openbare orde niet in het geding komt en het voorkomen van geluidsoverlast en schade. De inzet is mede gebaseerd op het vastgestelde evenementenbeleid.

Houtopstanden Op grond van de risicomatrix heeft dit thema een lage/gemiddelde prioriteit, alleen krijgt dit thema bestuurlijk wel een hoge prioriteit. Een boom kan veel betekenen voor de landschappelijke uitstraling van een gebied. Daarnaast zijn bomen/houtopstanden van belang in het kader van het voorkomen van verdere klimaatverandering. De gemeenteraad heeft daarom ook een motie ‘bomen erbij in Oude IJsselstreek’ aangenomen om het aantal bomen te laten toe nemen. Met betrekking tot de landschappelijke inpassing geldt ‘afspraak = afspraak’. Het team Handhaving heeft een signalerende en handhavende rol (bij o.a. illegale kap) en pakt meldingen op waar dat mogelijk is. Zo kan bijvoorbeeld een herplantplicht worden opgelegd wanneer er sprake is van illegale kap.

6.3.2.2 Prioriteit gemiddeld Bouwen Een aantal onderwerpen binnen dit thema heeft een gemiddelde prioriteit. Ondanks dat de gemeente Oude IJsselstreek weer een ontwikkelgemeente aan het worden is, bestaat het grootste deel van de bouwwerken uit ‘bestaande bouw. Sterker, nadat een nieuw bouwwerk is afgeschouwd, is er feitelijk al sprake van een bestaand bouwwerk. Woon- en verblijfsgebouwen en publiek toegankelijke bouwwerken moeten hierbij de aandacht krijgen, omdat hierbij sprake is van langdurig verblijf van personen, veelal over meerdere verdiepingen. Voor bijbehorende bouwwerken in het voor- of zijerf geldt dat deze op grond van de risicomatrix een lage prioriteit hebben, alleen krijgt dit thema bestuurlijk wel een gemiddelde prioriteit. Bouwwerken in het voor-/zij-erf hebben, met name in een woonomgeving, invloed op het bebouwingsbeeld en kunnen zorgen voor verrommeling van het straatbeeld en voor onveilige situaties. Constateringen worden beoordeeld en daarbij wordt overwogen of er al dan niet actief tegen opgetreden moet worden.

Slopen Bij risicovolle sloop wordt gehandeld volgens de toezichtstrategie.

27

Brandveiligheid Sinds 2018 werkt de brandweer (VNOG) volgens de Werkwijzer Risicobeheersing 2018. In dit document is vastgelegd dat de VNOG niet alles meer controleert, maar daarin keuzes heeft gemaakt. Dit betekent ook dat er meer werkzaamheden weer door de gemeente uitgevoerd moeten worden, waaronder het toezicht op de BGBOP (Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen). Sinds 1 januari 2018 is dit besluit van kracht en geeft regels over het brandveilig gebruik van voor mensen toegankelijke plaatsen (voor zover dit niet in andere wetgeving is geregeld) en over de zogenoemde basishulpverlening op die plaatsen. Voorbeelden hiervan zijn campings en evenementen. De regels uit dit besluit worden niet altijd vooraf getoetst, maar er wordt verwacht dat organisaties en beheerders deze regels kennen en uitvoering geven aan dit besluit. Dit betekent dat er meer wordt verwacht van het toezicht, omdat misstanden pas in de uitvoering aan het licht komen (bijvoorbeeld tijdens de controle van een evenement, waarbij een frietkraam tegen de gevel van een gebouw staat (met risico van brandoverslag)).

Toegankelijkheid In 2024 is onze gemeente uitgeroepen tot ‘meest toegankelijke gemeente’. Daarbij is ook uitgesproken dat we blijven werken aan toegankelijkheid in onze gemeente. Dat betekent voor de openbare ruimte dat we meer gaan toezien op bijvoorbeeld parkeren op de stoep en op gehandicaptenparkeerplaatsen.

28

7 Organisatie en middelen 7.1 Organisatie Gemeenteraad Wettelijk gezien is het college/burgemeester verantwoordelijk voor de VTH-taken en vormt het bestuursorgaan dat bestuursrechtelijk optreedt. De raad heeft formeel geen wettelijke bevoegdheden waar het gaat om de toepassing en uitvoering van de VTH-taken.

College / burgemeester Zowel het college als de burgemeester stellen prioriteiten, zowel op beleidsniveau als op zaakniveau. Zij beslissen zowel over de vaststelling van de Uitvoerings- en handhavingsstrategie als over het uitvoeringsprogramma. Voor het college zijn dit voor de taken uit de Omgevingswet en voor de burgemeester de taken uit de bijzondere wetten als de APV en Alcoholwet (dit sluit aan bij de verantwoordelijkheden op het gebied van openbare orde en veiligheid). Het college en de burgemeester rapporteren over de uitvoering van het plan en wordt jaarlijks geëvalueerd of de gestelde doelen zijn behaald. Zij maken het beleid, het uitvoeringsprogramma en de rapportage, in het kader van interbestuurlijk toezicht, kenbaar aan de provincie. Daarnaast wordt de raad hiervan ook in kennis gesteld. Verder is de burgemeester vanuit het zogenaamde driehoeksoverleg direct betrokken bij het aansturen van de politie. De (integrale) handhaving maakt onderdeel uit van de portefeuille van de burgemeester.

Team Handhaving De uitvoering van toezicht en handhaving is belegd bij team Handhaving (eenheid BUOR). Hierbij kunnen zij handelen op grond van het mandaatbesluit; wat mogen zij doen namens het college of de burgemeester). Het team heeft een capaciteit voor 2 bouwkundig toezichthouders, 4 handhavers en 1 coördinator. Gezien de ontwikkelingen en een politieke/maatschappelijke claim (meer zaken worden belangrijk, verschuiving van taken van politie naar Handhaving) bestaat de kans dat de formatie gaat knellen. Dit blijven wij monitoren. Handhavers zijn medewerkers van het team Handhaving en beschikken over 2 soorten bevoegdheden: de bestuursrechtelijke bevoegdheid in de hoedanigheid van toezichthouder en de strafrechtelijke bevoegdheid in de hoedanigheid van (buitengewoon) opsporingsambtenaar.

Vergunningen Het afhandelen van omgevingsvergunningen is belegd onder een deel van het team Ruimtelijke Ontwikkeling. Naast de beleidsmedewerkers op het gebied van RO bestaat dit team uit een capaciteit voor 2 medewerkers voor de administratie, 2 medewerkers voor de publieksbalie, 4 vergunningverleners en 1 adviseur vergunningen.

7.2 Middelen Wij beschikken over de volgende middelen:

Zaaksysteem Vastleggen documenten, beheren werkvoorraad en archivering zaken.

RxMission Beheren werkvoorraad.

29

Bris-toets Dit is het programma voor bouwplantoetsing.

CityControl Dit is een vorm van digitale handhaving. Hierdoor kan efficiënter worden gewerkt, omdat bepaalde informatie snel beschikbaar is en snel signalen gedeeld kunnen worden met partners.

Vervoer Handhaving heeft de beschikking over 2 dienstauto’s en dienstfietsen. Daarnaast wordt een toezichtsauto gedeeld met team Vergunningen.

Communicatie De handhavers beschikken over portofoons, waarmee ze in directe verbinding staan met de meldkamer. Daarnaast heeft iedereen de beschikking over een mobiele telefoon.

Steekwerende vesten De handhavers beschikken over steekwerende vesten.

Geweldsbevoegdheid De handhavers zijn bevoegd, mits ze daarvoor getraind zijn, voor de inzet van de geweldsbevoegdheid en het gebruik van handboeien.

7.3 Bereikbaarheid Buiten kantooruren moeten burgers een melding kunnen doen van incidenten of hun klachten kunnen uiten. De gemeente Oude IJsselstreek kent de volgende bereikbaarheidsregelingen:

Provincie en Oda het meldingenloket ‘s@men’.

de gemeente de ‘meldingenkaart’.

30

8 Borging Om de VTH-taken uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren zijn financiële en personele middelen nodig. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de borging plaats vindt m.b.t. de uitvoering, monitoring, rapportage en evaluatie.

Financiële middelen De kosten die zijn gemoeid met de uitvoering van VTH-taken bestaan voornamelijk uit personele kosten, de gemeentelijke bijdrage aan de Omgevingsdienst en de VNOG en budgetten voor overige kosten, zoals licenties en extern juridisch en technisch onderzoek en -advisering. Een deel van deze kosten zijn geborgd in de programmabegroting. Kosten die van vooraf niet te ramen zijn, zoals de juridische kosten, vallen buiten de programmabegroting en zijn onvoorziene kosten. Daartegenover staan inkomsten uit voornamelijk leges en gemeentefonds, maar ook uit verbeurde dwangsommen. Voor dwangsommen geldt dat deze inkomsten niet worden geraamd en zijn daarmee onvoorziene inkomsten. Niet alle taken komen overigens in aanmerking voor dekking vanuit leges. Onder andere de afhandeling van meldingen (bijvoorbeeld sloop, brandveiligheid en bouw gevolgklasse 1), beleidsvorming, bezwaaren beroepsprocedures en toezicht en handhaving van de bestaande gebouwenvoorraad zijn uitgesloten van legesheffing. Het huidige budget en de formatieomvang voor VTH zijn het vertrekpunt. Als de taakuitvoering wijzigt, bijvoorbeeld door een wetswijziging, dan worden de budgettaire effecten daarvan meegenomen in de reguliere begrotingscyclus. De financiële kaders worden opgenomen in de begroting die aan de raad in de reguliere planning- en control cyclus wordt aangeboden.

De daadwerkelijke uitvoering, vastgelegd in uitvoeringprogramma’s, beweegt zich binnen de in de begroting opgenomen kaders voor personeelskosten en directe budgetten.

Personele middelen/uitvoeringsorganisatie De VTH-taken worden uitgevoerd door medewerkers van het team Ruimtelijke ordening, Team Civiele Ruimte | Handhaving en team Grondstoffen en Team Economie en Maatschappij, met uitzondering van de milieutaken bij de Oda. Daarnaast worden er ten behoeve van de uitvoering van VTH-taken ondersteunende taken uitgevoerd bij andere organisatieonderdelen, zoals legesheffing en juridische ondersteuning. We hanteren een scheiding tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving. De scheiding ligt vast in functiebeschrijvingen.

Werkwijzen Een deel van de (werk)processen liggen vast in de verschillende zaaktypen in Zaaksysteem en RxMission. Wij werken eraan om deze verder uit te werken en goed vast te leggen, zodat deze makkelijk vindbaar en toepasbaar zijn. De werkwijzen moeten bij alle betrokken medewerkers bekend zijn en voor nieuwe medewerkers zorgen voor het makkelijk maken om onze manier van werken eigen te maken.

Uitvoeringsprogramma In het uitvoeringsprogramma wordt concreet gemaakt welke activiteiten wij in het uitvoeringsjaar oppakken. Daarbij geven wij aan hoe de financiële en personele middelen worden ingezet en waar eventuele tekorten zijn. Dit programma wordt, net zoals de UHS, in het kader van het interbestuurlijk toezicht, kenbaar gemaakt aan de provincie. Daarnaast wordt de raad hiervan ook in kennis gesteld.

31

Monitoring en jaarverslag Na afloop van het uitvoeringsjaar laten wij zien wat wij het afgelopen jaar hebben gedaan en welke bijzonderheden er waren (bijvoorbeeld waarom taken niet zijn gedaan). Dit kan leiden tot verbeterpunten voor het nieuwe jaar of voor bijstelling van de UHS.

Vaststelling en kenbaar maken Voor zowel de UHS, het uitvoeringsprogramma en het verslag geldt dat deze worden vastgesteld door het college/burgemeester. Na vaststelling wordt de UHS, het uitvoeringsprogramma en de rapportage, in het kader van interbestuurlijk toezicht, kenbaar gemaakt aan de provincie. Daarnaast wordt de raad hiervan ook in kennis gesteld.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4873/documents/31350