Transitievisie Warmte Oude IJsselstreek def versie 5 nov.pdf
Tekst van het document
Er zijn op dit moment verschillende subsidies:
Subsidies en leningen
•
Deze twee tabellen hieronder laten zien wat de isolatiemaatregelen gemiddeld kosten per woning en welke benodigde isolatiemaatregelen voor de verschillende bouwjaren nodig zijn. De kosten die we in beeld brengen, zijn op basis van de huidige kengetallen. In de toekomst kunnen de kosten veranderen. Afhankelijk van de bouwjaren zijn er verschillende kostenposten. De kosten zullen nader worden berekend in de uitvoeringsplannen.
Deze maatregelen moeten woning- en gebouweigenaren zelf betalen. Daar zijn subsidies en leningen voor nodig. Subsidies zijn er met name o de ‘onrenda ele top’ van een investering a te dekken. Een nieuwe maatregel levert vaak besparing op, of meerwaarde voor de woning. Soms is dit niet genoeg om de maatregel terug te kunnen betalen, of is het goed om deze maatregel extra te stimuleren.
Soort woning
Vloerisolatie
Spouwmuuris
Dakisolatie
HR++ glas
subsidies voor particulieren bij het doen van maatregelen of aanschaf van installaties (ISDE, SEEH, et cetera);
Totaal
olatie € .
,-
€ .
,-
€ .
,-
€ .
,-
€
.
,-
Hoekwoning
€ .
,-
€ 3.
,-
€ .
,-
€ .
,-
€
.
,-
Rijwoning
€ .
,-
€ .
,-
€ .
,-
€ .
,-
€
.
,-
Appartement
€
,-
€ .
,-
€
,-
€ .
,-
€ .
,-
Vrijstaande
•
woningen
subsidies voor energieproducenten voor het produceren van duurzame energie (SDE+ , SDE++);
•
proeftuinsubsidie aardgasvrije wijken voor gemeenten (PAW);
Dit zal aankomend jaar flink veranderen. Duurzaamheidsleningen maken het mogelijk om duurzame maatregelen te treffen, zonder dat iemand bij de start een grote investering uit eigen geld moet doen. Een maatregel kan namelijk een voordelige keus zijn, maar niet direct te financieren. Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar kent in de regel een lage rente. Er zijn verschillende duurzaamheidsleningen, waaronder: •
Inwoners van Oude IJsselstreek kunnen gebruik maken van een lokale toekomstbestendig wonen lening tegen een
laag rentetarief. •
Bouwjaren
Vloerisolatie
(Spouw)muurisolatie
Dakisolatie
HR++ glas
t/m 1945
Bodem
Isolatie binnen/buitenzijde
Binnen
Dubbel glas
1946 – 1964
Bodem
Spouwmuurisolatie
Binnen
Triple glas
1965 – 1974
Bodem
Spouwmuurisolatie
Binnen
Triple glas
1975 – 1991
Bodem
Isolatie binnen/buitenzijde
Binnen
Triple glas
1992 – 2011
-
-
-
Triple glas
2012 - heden
-
-
-
-
Energiebespaarfondsen voor particulieren. Bijvoorbeeld het Nationaal Warmtefonds.
Actuele informatie over subsidies, regelingen en leningen zijn te vinden op https://www.agem.nl.
29
10. Communicatie en participatie Duidelijke communicatie en participatie als
•
Voor inwoners is het Wijkuitvoeringdplan nog
Tips voor het vervolg van de communicatie en
uitgangspunt in de warmtetransitie van Oude
ver weg. Op dit moment zijn er veel meer
participatie.
IJsselstreek.
vragen die gaan over praktische zaken in en om huis.
1. Concrete voorbeelden en passend advies
Er is op dit moment met name behoefte aan
Het onderwerp aardgasvrij is vaak abstract. Op
transitievisie warmte had drie doelen;
concrete handvatten en praktische tips. Het
maat gemaakt advies en handelingsperspectief is
1.
Kennisoverdracht; Het gaat dan bijvoorbeeld
gaat hier veel over kleinere ingrepen zoals
wat in deze fase aanslaat. Het regionaal
over de noodzaak, de alternatieven, de
isoleren en de ketel vervangen als die daar aan
energieloket en bijbehorende inkoop acties zijn
handelingsperspectieven en de route naar
toe is.
zeer gewaardeerd en sluiten aan bij de behoefte
Het participatietraject om te komen tot de
•
realisatie. Dit draagt bij aan het op een basaal
van de inwoners.
kennisniveau brengen van alle betrokkenen, 2. Kies voor de juiste communicatiemiddelen
zodat ieder in staat is om tot op zekere hoogte Uitkomsten van het participatietraject
mee te praten over dit onderwerp. 2.
Begrip creëren; Een tweede doel is begrip
je ouderen bereiken, dan kies je voor andere
creëren bij inwoners waarom dit traject wordt
middelen dan bij jongeren. Dat klinkt makkelijker
ingezet en wat dat voor hen in grote lijnen
dan het is maar vraagt inzet en lange adem.
betekent. Dit gaat verder dan alleen
3.
Wees helder in je communicatiemiddel keuze. Wil
•
Inwoners konden de strategie over het
kennisoverdracht, maar vraagt ook om
algemeen goed volgen. Ze begrijpen de keuzes
gesprekken met betrokkenen waarin zorgen
van de gemeente ook al is er nog veel
en kansen op tafel komen.
onduidelijk.
Vertrouwen in de gemeente vergroten;
•
Er is met name veel behoefte aan informatie en
Daarvoor is een helder en transparant
kennis. Inwoners geven aan nog onvoldoende
participatieproces nodig, waarin de inwoner
te kunnen overzien wat de consequenties zijn
wordt meegenomen en op de hoogte wordt
van gasloos.
gehouden.
3. Van technische opgave naar communicatieve opgave Twee van de drie sporen in de strategie gaan over individuele aanpak. Het is dus noodzakelijk om zo veel mogelijk inwoners te bereiken en de juiste communicatie te hanteren. Inwoners moeten geënthousiasmeerd worden en kennisoverdracht is
cruciaal.
30
Bijlage 1 Potentie warmtebronnen en technieken
Bijlage 1: Onderbouwing bronnen Omgevingswarmte
Aquathermie
Omdat TEO dus vraagt om 1) een warmtenet vanaf
Met omgevingswarmte bedoelen we de warmte in
Aquathermie is het benutten van warmte uit water.
een warmtenet naar de woning, is het een duur
de buitenlucht. Luchtwarmtepompen onttrekken
Op dit moment zijn er technieken beschikbaar of
warmtealternatief. Alleen voor gebieden met hoge
warmte uit de buitenlucht en waarderen deze
ontwikkeling voor de benutting van warmte uit
bebouwingsdichtheid en oude bebouwing waar
warmte elektrisch op naar een temperatuur van
oppervlaktewater (TEO), warmte uit afvalwater
geen andere hoogtemperatuurbron is, kan een
minimaal 40°C. Dit doet het onder een gunstig
(TEA) en warmte uit drinkwater (TED).
hoogtemperatuur TEO warmtenet een goede optie
rendement; gemiddeld levert één deel elektriciteit,
Onderstaand wordt op deze drie warmtebronnen
zijn; in een dergelijk gebied is er geen ruimte voor
drie tot vier delen warmte op. Voor de
nader ingegaan.
individuele systemen en de kosten van isolatie
de waterbron, 2) opslag, 3) een warmtepomp en 4)
luchtwarmtepomp neemt dit rendement af bij koude winters. De warmte wordt afgegeven in de woning via lucht of water (radiatoren). Bij een temperatuur van 40°C moet de woning
goed geïsoleerd zijn om warmteverlies/-verval te beperken en ook bij koude winterdagen een comfortabel binnenklimaat te hebben. Voor alle nieuwbouwwoningen vanaf 2015 is de techniek, zonder aanvullende maatregelen, toepasbaar. Woningen die gebouwd zijn na 1992, zijn met beperkte maatregelen geschikt te maken voor toepassing van deze techniek.
liggen vaak te hoog om met een TEO Bij thermische energy uit oppervlaktewater (TEO) wordt warmte onttrokken uit een rivier, kanaal of
meer. In Nederland zijn open waterlichamen alleen
wordt warmte uit oppervlaktewater benut om de thermische balans in een WKO te realiseren door toevoeging van warmte uit oppervlaktewater.
in de zomer voldoende warm (>15°) om warmte
Bij TEO is de locatie van de warmtebron van groot
aan te onttrekken. Er is daarom seizoensopslag
belang. Deze kan niet te ver liggen van de afzet
nodig om de warmte in de winter te kunnen
omdat er warmteverlies optreed in het transport.
gebruiken. Dit wordt veelal gedaan in een WKO-
Daarnaast is een grotere afstand ongunstig voor de
systeem (lees 0). Ook bij TEO wordt een
businesscase door een toename in de
warmtepomp gebruikt om de warmte op te
infrastructurele investeringskosten voor het
waarderen voordat het naar de woning gaat. TEO
warmtenet. Een afstand van 500 – 1.000 meter is
wordt meestal toegepast met een collectieve
algemeen aanvaard.
Dit betekent veelal het vullen van de spouwmuur
hoogtemperatuurwarmtepomp en via een
en het vergroten van de oppervlakte aan
warmtenet naar de woningen/panden
warmteafgifte doormiddel van vloerverwarming of
getransporteerd.
grotere radiatoren of convectoren.
laagtemperatuurtechniek te verwarmen. Daarnaast
In Oude IJsselstreek zijn er enkele rivieren, en
TEA lijkt in vele opzichten op TEO maar
open stilstaande wateren in het westen van de
onderscheidt zich op één belangrijk punt: de
gemeente. Echter zijn er weinig potentiële
temperatuur van het afvalwater is veel stabieler
De laatste vorm van aquathermie is thermische
afnemers van warmte nabij deze meren. Een meer
gedurende het jaar - 12 graden in de winter tot 20
energie uit drinkwater (TED). Dit is een nieuwe
met mogelijke afzet is het Slotermeer met afzet op
graden in de zomer bij de RWZI. Dit betekent dat
techniek die nog niet veel is toegepast. De potentie
het nabijgelegen bedrijfsterrein. Mogelijk speelt het
opslag geen vereiste is. Korte termijn opslag is
van TED per regio of de bijdrage die TED leveren
meer echter een rol bij de nabijgelegen camping,
vaak wel een vereiste wanneer de momenten van
kan aan de energietransitie is onbekend.
en is het daarom geen geschikte mogelijkheid. De
afvalwaterproductie niet overeenkomen met de
Oude IJssel kan eventueel een rol spelen in de
momenten van warmtevraag.
voorziening van energie in een warmtenet in het centrum van Ulft vanwege de bebouwingsdichtheid
Er is één grote rioolwaterzuiveringsinstallatie in
en de nabijheid tot de oude IJssel.
Oude IJsselstreek: RWZI Etten. Hiernaast zijn er enkele gemalen met een (te) beperkte potentie.
De theoretische potentie aan thermische energie
Met een potentie van 102 TJ per jaar (in
uit oppervlaktewater in Oude IJsselstreek is
combinatie met een collectieve warmtepomp) levert
gebaseerd op STOWA, en zeer groot. Limiterende
de RWZI voldoende warmte. De warmte van de
factoren hierbij zijn opslagcapaciteit (WKO of
RWZI kan met een collectieve warmtepomp
buffervat) en voldoende potentiële afnemers nabij
worden opgewaardeerd en via een warmtenet naar
de bron.
de woningen worden getransporteerd. Met een dergelijk hoogtemperatuur warmtenet kan een
TEA Bij thermische energie uit afvalwater wordt - zoals de naam doet vermoeden- warmte onttrokken aan afvalwater. Er zijn verschillende bronnen van afvalwater waarvan de grootste ons rioolsysteem.
groot deel van de woningen in Etten en Terborg worden voorzien, maar ook Gaanderen uit het
naastgelegen Doetinchem. Er is reeds een verkennende studie uitgevoerd naar de potentie van deze RWZI.
De warmte kan op verschillende plekken
Op basis van bovenstaande studie is er mogelijk
gewonnen worden zoals
voldoende potentie om een groot deel van de
rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI),
woningen in Etten en Terborg, en eventueel
pompgemalen of rioolbuizen of bij de bron zelf
Silvolde te voeden met deze RWZI.
TED
Er is op het moment geen praktische potentie voor TED in de gemeente. Bodemlussen Een bodemlus is een techniek om warmte te winnen uit de ondiepe bodem 1 -100 meter diep. Hierbij wordt een gesloten buis de bodem in geboord, ofwel horizontaal, ofwel verticaal, en gevuld met een water en antivries mengsel. De vloeistof in de buis neemt de temperatuur over van de omgeving, de bodem. De bodemtemperatuur is gedurende het jaar betrekkelijk constant en rond de 12°C. Zo kan er met een bodemlus in de winter warmte worden gewonnen en in de zomer koude.
Een warmtepomp waardeert de warmte op naar 40°C of hoger om de woning te verwarmen. Een groot voordeel van een bodemlus gekoppelde warmtepomp ten opzichte van een luchtwarmtepomp is dat het rendement hoger ligt en er in de zomer (passief) gekoeld kan worden, zonder elektriciteitsverbruik.
zoals een productiebedrijf.
33
Een nadeel van de techniek is dat er voor
Restwarmte
WKO
woning nodig zijn met een onderlinge afstand van 8
Restwarmtebronnen komen in veel vormen en
Bij warmte-koudeopslag wordt warmte en koude
meter om interferentie te voorkomen. Dit vraagt om
aten voor. Het is de ar te die “over li t” na
gewonnen uit afgesloten een waterpakket in de
voldoende tuinoppervlak per woning. Daarnaast
bijvoorbeeld een productieproces. Deze warmte
bodem op een diepte tussen de 100-500 meter en
resulteert het boren van de buizen in het overhoop
kan zich bevinden in een gas of vloeibare stroom
via een warmtenet getransporteerd naar de
halen van de tuin, wat niet iedere bewoner wil.
en de temperatuur verschilt per bron. Restwarmte
woningen/panden. Het temperatuurniveau is
Bodemlussen zijn een individuele techniek; voor
wordt via een warmtenet getransporteerd naar de
tussen de 8°C en 15°C. Het is gunstig wanneer de
hoogbouw, of industriegebieden met een grote
woningen. Restwarmte van een hoge temperatuur
panden aangesloten op dit warmtenet zowel
warmtevraag zijn bodemlussen minder geschikt
kan direct worden toegepast in woningen zonder
koude- als een warmtevraag hebben. Bij een
dan een open WKO-systeem, omdat de bodem
gebruik van een warmtepomp en vraagt weinig tot
WKO-systeem moet namelijk evenveel warmte
dan overmatig aangeboord wordt (geperforeerd).
geen aanpassingen in de woning. Dit is financieel
onttrokken worden aan de bodem als er in wordt
Er zijn gebieden waar de bodem helemaal niet
dus een heel gunstig scenario (bij een voldoende
teruggebracht. Is dit niet het geval, dan raakt de
aangeboord mag worden en slechts tot een
hoge bebouwingsdichtheid). Bij een lagere
bron uitgeput. Wanneer er een onbalans is tussen
bepaalde diepte om vervuiling van
temperatuur restwarmte moet deze eerst met een
de warmte en koudevraag, kan deze worden
drinkwaterbuffers te voorkomen.
(individuele of centrale) warmtepomp worden
hersteld door warmte en/of koude toe te voegen uit
bestaande bouw vaak twee bodemlussen per
opgewaardeerd. Een risico bij het gebruik van
een externe bron, bijvoorbeeld oppervlaktewater of
Er zijn binnen de gemeente geen
restwarmte is dat bij vertrek van het bedrijf, de bron
elektrisch. Dit noemen we regeneratie. Als de
dieptebeperkingen bekend voor het aanleggen van
dus ook verdwijnt. Niet alle bedrijven zijn bereid
benodigde regeneratie omvangrijk is, is een WKO-
bodemlussen. De toepassing ervan wordt echter
een overeenkomst aan te gaan met betrekking tot
systeem minder rendabel. Hoe dichter de warmte-
gelimiteerd door het benodigde tuinoppervlak per
levergarantie voor een specifiek aantal jaren.
en koudevraag dus bij elkaar liggen, hoe gunstiger
woning en het gevraagde temperatuurniveau. We
de businesscase. Bij goed beheer gaan WKO-
zien vaak dat bodemlussen vooral worden
Binnen de gemeente Oude IJsselstreek zijn er
aangelegd bij nieuwe woningen. Dit komt door
geen wezenlijke restwarmte bronnen bekend,
twee hoofdredenen; enerzijds zijn warmtepompen
waarvan de leveringszekerheid over een langere
Een WKO warmtenet wordt dus toegepast daar
efficiënter wanneer de warmtevraag in de woning
periode gegarandeerd kan worden.
waar zowel een warmte- als koudevraag is. Dit
systemen 30 jaar mee.
lager is, anderzijds moet de tuin vaak op de schop
geldt bijvoorbeeld voor kantoorpanden,
wanneer er bodemlussen aangelegd worden. Dit
verzorghuizen of hotels maar ook sommige
ziet niet iedere huiseigenaar zitten (Vakblad
industrie. Ook goed geïsoleerde
warmtepompen 6-6-2019).
nieuwbouwwoningen hebben een grotere koudevraag dan bestaande woningen. Maar het aandeel aan koudevraag ten opzichte van warmte blijft klein.
34
Het potentieel voor WKO in Oude IJsselstreek is in kaart gebracht door de provincie en is groter dan de gemeentelijke warmtevraag voor de gebouwde omgeving. De toepassing wordt echter bepaald door de financiële rendabiliteit van het systeem. Ondiepe geothermie Ondiepe geothermie is het boren tot een diepte tussen de 500 en 1.500 meter. Op deze diepte wordt grondwarmte onttrokken met een temperatuur tussen de 15°C en 40°C. Wanneer het water 40°C is, kan de warmte via een warmtenet
rechtstreek worden gebruikt voor het verwarmen van goed geïsoleerde woningen in combinatie met individuele boilers voor het tapwater. Bij andere temperaturen of woningtypen zal de warmte eerst opgewaardeerd worden met een (centrale) warmtepomp. In tegenstelling tot een WKOsysteem hoeft er bij ondiepe geothermie geen balans te zijn in de koude- en warmteonttrekking. Omdat ondiepe geothermie hoge investeringskosten vraagt, is er een minimale gegarandeerde afzet nodig om de techniek financieel haalbaar te laten zijn. Voor ondiepe geothermie is de minimale schaalgrootte tussen de 1.000 en 2.500 woningen afhankelijk van de brondiepte. Daarnaast is een hoge woningdichtheid (oftewel warmtevraagdichtheid) een vereiste om de kosten van het warmtenet te beperken. In deze analyse is de grens gesteld op een minimum van 40 woonequivalenten per hectare.
De potentie van ondiepe geothermie in de regio is hier nog onbekend. De benodigde schaalgrootte wordt wel gehaald in het centrum van Ulft. Tegelijkertijd zien we dat dit niet erg ruim gehaald wordt, waardoor de businesscase wankel is. Verder onderzoek is eventueel mogelijk wanneer een warmtenet op geothermie gevraagd wordt. Diepe (en ultradiepe) geothermie Wanneer er nog dieper wordt geboord spreekt men van diepe geothermie (1.500 tot 4.000 meter) en ultra diepe geothermie (dieper dan 4.000 meter). Diepe geothermie wordt al langer toegepast in sectoren met een continue, hoge warmtevraag zoals de glastuinbouw en kan temperaturen leveren tot 100°C (stoom).
Biomassa Vaste biomassa zoals hout gebruiken voor het verwarmen van woningen is omstreden. Het is een
goedkope optie (bij resthout en snoeiafval) en levert hoogtemperatuurwarmte maar er komt fijnstof en CO2 vrij bij verbranding. Er zijn vraagtekens over het effect op de CO2-uitstoot door biomassa: op papier is dit energieneutraal, maar onder andere het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en de KNAW (Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen) waarschuwen dat biomassa in de praktijk een
grotere uitstoot dan kolen kan hebben, met name als niet alleen snoeiafval wordt verbrand. Daarnaast is er in Nederland veel te weinig
Net als bij ondiepe geothermie, is een minimale afzet een vereiste voor het ontwikkelen van een geothermische boring. Woningen lenen zich al minder voor deze techniek omdat de warmtevraag sterk fluctueert tussen de zomer en winter. Voor een geothermische boring wordt in het algemeen uitgegaan van een minimale afzet van 4.000 tot 5.000 woningen. Omdat er veel verlies optreedt in transport en een hoogtemperatuurwarmtenet duur is, moeten deze woningen dicht bij elkaar en dicht bij de bron staan. Een serie van galerijflats in een stadscentrum is dan ook het meest gunstige scenario voor het toepassen van geothermie voor woningen (40-50 woningen per hectare).
biomassa beschikbaar om in onze warmtevraag te kunnen voorzien. Met name in stedelijk gebied is het zeer de vraag waar de biomassa vandaan komt. Bij het ontwikkelen van een biomassacentrale is het dan ook van groot belang dat over een lange periode een toestroom van lokale restbiomassa gegarandeerd kan worden. Zo moet voorkomen worden dat er biomassa uit andere landen moet worden gehaald of minder duurzame biomassa wordt gebruikt.
Omdat de minimale schaalgrootte niet bereikt kan worden in Oude IJsselstreek, is het potentieel voor diepe en ultradiepe geothermie nul.
35
De gemeente bezit enige potentie voor het
Het aanbod aan biogas is op dit moment zeer
In Oude IJsselstreek is het geschatte potentieel
verwarmen met biomassa. De potentie voor
beperkt en zal volgens de sector in 2030 ongeveer
aan groengas 982 TJ (Warmteatlas, 2018).
snoeifaval en reststromen vanuit bosrijk gebied is
5% van onze huidige gasconsumptie kunnen
Wanneer dit groengas wordt gebruikt in een
hierbij even groot. Dit kan apart worden
vervullen. Dit stelt de grootste discussie rondom
gasketel staat deze potentie gelijk aan circa 22.000
ingezameld om lokaal in een biowarmtecentrale, of
groengas aan de kaak: moeten we dit gas in willen
woningen. Wel moet opgemerkt worden dat een
in individuele houtkachels te gebruiken.
zetten voor de gebouwde omgeving? Met de
groot deel van de potentie van groengas ontstaat
energietransitie (en een stijgende CO2-belasting)
uit akkerbouw rest stromen, en gras en
Het geschatte potentieel aan warmte uit
zal straks ook de industrie, die nu aardgas gebruikt
groenvoerdergewassen. Mogelijk wordt een deel
huishoudelijk snoeiafval in Oude IJsselstreek is 6,4
voor ondervuring of als grondstof, een alternatief
van deze materialen al gebruikt voor andere
TJ (Warmteatlas, 2018). Met houtkachels kunnen
gaan zoeken. En ook mobiliteit is een sector waar
doeleinden, waardoor de potentie lager zal zijn.
hiermee rond de 140 woningen worden verwarmd.
biogas goed gebruikt kan worden: zwaar transport
Een belangrijk punt bij het verwarmen met
is nog steeds moeilijk te verwezenlijken met een
biomassa is het duurzaamheidsaspect. De
elektrische motor. Deze sectoren hebben weinig tot
duurzaamheid van verwarmen met biomassa in
geen alternatieven omdat zij de hoge ontbranding
houtkachels blijft een punt van discussie.
van gas nodig hebben. Woningen daarentegen
Groengas
kunnen al verwarmd worden met een temperatuur van 40°C. Het is daarom de vraag of het verstandig
Biogas is het gas dat vrijkomt bij de vergisting van
is om deze beperkte bron nu al in zijn geheel te
natte biomassa zoals mest en GFT afval. Biogas
reserveren voor de gebouwde omgeving. De
zelf kan niet worden gebruikt met onze huidige
invloed van een verhoogde vraag naar biogas
apparatuur omdat er naar ratio te veel
vanuit de industrie kan ook gevolgen hebben voor
koolstofdioxide, stikstof- en zwaveloxiden in het
de marktprijs van biogas waardoor dit straks niet
gas zitten. Deze kunnen worden verwijderd om zo
meer betaalbaar is voor woningeigenaren.
biogas om te zetten naar groengas: gas dat 1:1 aardgas kan vervangen. Dit opwaarderen van biogas naar groengas kost ongeveer 5% van de energetische waarde van het totale volume aan groengas en de kosten van een dergelijke installatie zijn hoog. Maar hiermee kan het gas worden gebruikt in onze bestaande aardgasleidingen, wat logischerwijs vele voordelen
oplevert.
Groengas nú inzetten via het bestaande aardgasnet als transitiewarmtebron is wel een goede keuze. Idealiter in combinatie met een hybride warmtepomp. Dit maakt het mogelijk om
Waterstof Waterstofgas is geen energiebron maar een energiedrager die aardgas kan vervangen met beperkt aanpassingen aan het gasnet en apparatuur. De duurzaamheid van waterstof hangt af van de productiewijze. Op dit moment wordt waterstof vooral nog gemaakt uit aardgas. Op termijn moet waterstof worden geproduceerd met hernieuwbare elektriciteit. Waterstof speelt in de periode tot 2030 geen significante rol in het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Het kost veel elektriciteit om waterstof te maken en voorlopig hebben we hernieuwbare elektriciteit nog hard nodig om de elektriciteitsvoorziening te verduurzamen. Waterstof is geen warmtebron. Het potentieel zal afhangen van de ontwikkelingen van windmolens en zonnevelden.
woningen die zich niet in één keer laten verduurzamen, of waarvoor er nu nog geen betaalbare warmtetechnieken zijn, toch van het aardgas af te halen en de warmtepomp vermindert het totale energieverbruik.
36
Bijlage 2 Multicriteria-analyse uit het Warmte Transitie Model (WTM)
Bijlage 2: Multicriteria-analyse uit het Warmte Transitie Model (WTM) In deze bijlage wordt de multicriteria-analyse
In de MCA zitten de volgende wegingsfactoren:
(MCA) beschreven die is opgesteld door de
•
Niet meewegen:
0 punten
Achterhoekse gemeenten. Zoals in hoofdstuk 7
•
Licht meewegen:
2 punten
is beschreven is de MCA gebruikt voor de
•
Gemiddeld meewegen:
4 punten
eerste theoretische wijkvolgorde. Deze is
•
Zwaar meewegen:
6 punten
gebruikt als vertrekpunt voor de wijkselectie.
•
Extra zwaar meewegen:
8 punten
De Achterhoekse gemeenten definieerden samen
De maximale score die een wijk of buurt kan
criteria die leiden tot een wijkprioritering. Deze
krijgen is in theorie: 12 indicatoren x 10 punten x 8
criteria zijn met de bijbehorende data opgenomen
punten = 960 punten.
in het Warmte Transitie Model (WTM) en de bijbehorende Warmtetransitie Atlas (WTA), ontwikkeld door Overmorgen. De uitkomst van deze analyse is een hulpmiddel en geen doel om te
komen tot een logische prioritering. De criteria zijn opgedeeld in: •
Technisch – financiële criteria
•
Meekoppelkansen
•
Sociaaleconomische criteria
Per criteria scoren de wijken en buurten 0 tot 10 punten. Gemeenten kunnen naast de score gebaseerd op data ook zelf een weging geven aan de criteria. Dit maakt dat de MCA voor gemeente specifiek wordt.
Technisch - financiële criteria Kosteneffectiviteit warmteoptie: dit criteria laat zien welke wijk het meest kosteneffectief (o.b.v. nationale kosten) de overstap naar een duurzaam warmtealternatief kan maken. In Oude IJsselstreek
De WTA wijst dit alleen toen aan hele oude wijken, er van uitgaande dat groen gas beperkt beschikbaar is en blijft in de toekomst. In de kernen is er meer consensus. Wijken met consensus zijn robuuster qua resultaat. We wegen dit criterium gemiddeld mee. Homogeen eigenaarschap: wijken waarin verschillende woningen van een eigenaar zijn, bijvoorbeeld de woningcorporatie. In wijken waar een relatief beperkt aantal partijen een deel van het vastgoed bezit, is contracteren van de warmtevraag eenvoudiger omdat er met minder partijen afspraken gemaakt hoeft te worden. In het geval van Oude IJsselstreek gaat het alleen om het bezit van woningbouwcorporatie Wonion. Wonion heeft vooral in de kernen meer bezit. We wegen dit gemiddeld mee.
liggen deze kosten per wijk relatief dicht bij elkaar. Omdat we een betaalbare transitie belangrijk vinden wegen we deze extra zwaar. Consensus warmtemodellen: het gaat hier om de WarmteTransitieAtlas (WTA) van OverMorgen en de Startanalyse (SA) van het Planbureau voor de
Leefomgeving. De modellen hebben weinig consensus. De reden hiervoor is dat de SA groen gas toewijst aan het buitengebied.
38
Uniformiteit wijk: een wijk of buurt waar veel
Om de nationale kosten laag te houden moeten we
gelijksoortige woningen staan, maakt het mogelijk
starten in wijken waar het gasnet toch al vervangen
om tot een eenduidige aanpak te komen waardoor
moet worden en voorkomen dat we beginnen op
Naast de harde criteria kijken we ook naar wat
het bereiken van schaalgrootte eenvoudiger is. In
plekken met grondroeringsgevoelige leidingen. We
‘zac tere’ criteria. oor deze criteria is el data
Oude IJsselstreek is er veel spreiding binnen de
wegen dit criterium dan ook extra zwaar.
beschikbaar maar hoe belangrijk ze zijn is meer
wijken. Dit komt met name doordat de wijken groot
Sociaaleconomische criteria
subjectief dan de criteria hiervoor.
zijn. Deze wijkgrootte hoeft overigens niet
Agenda wijkontwikkeling: in Oude IJsselstreek is
aangehouden te worden. We wegen dit criterium
geen transformatie of grootschalige nieuwbouw
Aandacht individueel: kijkt naar het aantal
licht mee.
gepland. Dit criterium weegt daarom niet mee.
aangevraagde duurzaamheidsleningen, geplaatste
Meekoppelkansen
Investeringsagenda vastgoedeigenaren: feitelijk gaat het hier om de woningen die de woningcorporatie Wonion de aankomende vijf jaar gaat renoveren.
Om de warmtetransitie betaalbaar te houden en
om te zorgen dat inwoners zo min mogelijk overlast ervaren gaan vier criteria over de mogelijkheden om werk met werk te maken. We noemen dit ook wel meekoppelkansen. Gasnet afschrijving: samen betalen wij het gasnet.
zonnepanelen of andere duurzaamheidsmaatregelen. Wonion heeft bij een aantal buurten al zonnepanelen geplaatst. Dat betekent dat de wijken met veel
woningcorporatiebezit dubbel wordt meegerekend. Zij renoveren geen hele wijken of buurten maar toch vormt het wel een belangrijke aanleiding om te beginnen. Huizen die hier dichtbij staan kunnen meedoen. Dit criterium weegt extra zwaar mee.
We wogen dit gemiddeld mee. Aandacht collectief: actieve inwoners zijn cruciaal voor het laten slagen van de warmtetransitie. Actieve inwoners kunnen buurtgenoten makkelijker meekrijgen.
39
Mogelijkheid: kunnen inwoners van een wijk
•
In het buitengebied staan de huizen verspreid
investeren in hun woning? Dit criterium kijkt naar
en hebben deze verschillende bouwjaren. Dit
het gemiddeld jaarinkomen. Het verschil tussen de
maakt het moeilijker een uniforme aanpak te
‘onderkant en ovenkant’ is
ont ikkelen en
euro. Het is
ensen te
otiveren ‘sa en’
hierbij niet duidelijk of mensen groot of klein wonen
aan de slag te gaan. Op termijn zijn er
voor hun budget en hoeveel kinderen ze hebben.
misschien mogelijkheden voor groen gas in het
We nemen dit criterium gemiddeld mee zodat het
buitengebied. Wanneer dit zo is hoeven
inkomen van huiseigenaren wel meegenomen
huiseigenaren minder ingrijpend te isoleren. Dit
wordt.
maakt het buitengebied minder logisch om te
Dit is een van de redenen dat deze wijk hoog scoort. We hebben ervoor gekozen om niet met deze wijk te beginnen ondanks dat hij hoog scoort in de MCA- buurtprioritering. We kiezen ervoor niet te beginnen bij nieuwere bedrijven
beginnen. Intentie: voor het bepalen van de intentie kijkt de tool naar opleidingsniveau en of mensen al vijf jaar
•
Daarnaast is het opvallend dat de wijken die uit
of meer in hun woning wonen. Dit criterium wegen
de multicriteria-analyse komen vrij dicht bij
wij niet mee omdat wij niet overtuigd zijn dat dit de
elkaar liggen (zie de kaart op pg 42). Er zijn dus
intentie van mensen weergeeft.
geen wijken die er echt uitspringen en dat maakt de keuze voor de wijken waar we mee
Uitkomst toepassing criteria MCA
willen beginnen niet eenvoudig. Het is daarom belangrijk de MCA te zien als hulpstuk en ook
Nadat de punten per criteria verdeeld zijn over de
andere aspecten mee te wegen.
wijken en dit vermenigvuldigd is met de weging komt hier een wijkprioritering uit. De eerste ordening is weergegeven op de volgende pagina. Kijkend naar deze prioritering valt het volgende op:
•
De wijkvolgorde die uit de MCA komt is dus een hulpmiddel; een startpunt om te bepalen waar
we gaan beginnen met het aardgasvrij-klaar maken van de gebouwde omgeving. Een
•
De kernen komen vooral naar voren. Hier heeft Wonion het meeste bezit en zijn de wijken uniformer. Er is meer duidelijkheid over de kansrijke warmtetechniek in kernen en kernen hebben over het algemeen oudere gasnetten.
voorbeeld van dat de lijst niet een op een kan worden overgenomen is nummer 2 op de lijst: wijk verspreidde huizen Ulft . Deze wijk bestaat bijvoorbeeld voor een groot deel uit bedrijven gebouwd na 1992.
Daarnaast wordt in de kernen meer gebouwd en gerenoveerd.
40
Buurtprioritering uit de MCA .
…
.
41
MCA score op kaart Op deze kaart zijn de MCA scores zichtbaar. Hoe hoger de score hoe kansrijker het aardgasvrij maken van de wijk is (lage maatschappelijke
. .
kosten). Het valt op dat er geen wijken zijn die er
echt uitspringen. Daarnaast is het opvallend dat de wijken in de multicriteria-analyse vrij dicht bij elkaar liggen.
42
Bijlage 3 Samenwerking met de netbeheerder
Bijlage 3: Samenwerking met de netbeheerder De netbeheerder Liander heeft een aantal specifieke aandachtpunten aangegeven die betrekking hebben op de warmtetransitie in relatie met het gas en elektriciteitsnetwerk. Hieronder de opmerkingen. All-electric en het elektriciteitsnetwerk Een groot deel van de gemeente gaat in de Transitievisie Warmte over op all-electric. Dat heeft grote impact op de benodigde elektriciteitsinfrastructuur. Het is van belang hier aandacht aan te geven en dat gezamenlijk met Liander plannen is essentieel. Als de hele gemeente op een warmtepomp overgaat betekent dat dat het elektriciteitsnet tot wel 4x zo sterk moet worden. Dat is een enorme opgave die vraagt om zorgvuldige afstemming.
Aardgasvrij vs. Aardgasvrij-klaar in relatie met het netwerk Er wordt in principe niet toegewerkt naar aardgasvrij vòòr 2030, wel aardgasvrij-klaar. De keuze voor aardgasvrij vs. aardgasvrij-klaar is van groot belang voor de infrastructuur. In wijken met relatief nieuwe gasnetten (of grondroeringsgevoelige leidingen die vervangen gaan worden), is aardgasvrij-klaar cq. een hyrbide oplossing juist vanuit het net bezien een gunstige optie. Zo kan het gasnet immers nog gebruikt worden. Bij aardgasvrij is dat juist omgekeerd, dan start je het liefst in wijken waar het gasnet afgeschreven is.
Maakbaarheid Regionaal werkt de gemeente samen met andere gemeenten in de Achterhoek en de provincie om onderling kennis uit te wisselen en regionale warmtekansen te onderzoeken. Op gemeentelijk niveau stemmen we met Liander af hoe we de transitie kunnen laten verlopen in relatie tot het verzwaren van het elektriciteitsnet en het verwijderen van het gasnet. Omdat het merendeel van de wijken in Oude IJsselstreek geïdentificeerd is op individuele technieken wordt het tempo van de transitie hoofdzakelijk bepaald door de inwoners. Risico is dat er te veel werkzaamheden aan het net naar achteren in de tijd worden geschoven waardoor in de toekomst Liander onvoldoende capaciteit heeft om op deze (piek)vraag in te spelen. Datzelfde geldt voor de keuze om vooralsnog geen wijken aan te wijzen die voor 2030 aardgasvrij worden.
44
Grondroeringsgevoelige leidingen en vervangen gasleidingen
Ruimtelijke inpassing van energieinfrastructuur
In de jaren zeventig zijn veel gasleidingen neergelegd die nog steeds gebruikt worden. Een deel hiervan is vandaag de dag bestempeld als ‘grondroeringsgevoelig’. Het vervangen van rui duizend kilometer grondroeringsgevoelige gasleidingen kost tijd. Liander heeft, net als alle andere netbeheerders, in overleg met het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) meerjarige vervangingsprogra a’s opgesteld voor t ee typen grondroeringsgevoelige leidingen. Volgens deze afspraak vervangt Liander leidingen van “ ri s gieti zer” en “as est ce ent” vóór 3
Verduurzaming van ons energielandschap zal leiden tot nieuwe of verzwaarde infrastructuur, dit zorgt voor een vergroting van het aantal middenspanningstations in de publieke ruimte. Vaak kennen deze trajecten ook ingewikkelde en langere doorlooptijden. Het is noodzakelijk Liander vroegtijdig te betrekken en alvast als gemeente samen met Liander inzichtelijk te krijgen om hoeveel middenspanningsstations dat ongeveer gaat en welke type openbare ruimte nodig is.
Er is een aantal wijken in Oude IJsselstreek (waaronder in Silvolde) waar dit type leiding in de grond ligt, dus is het belangrijk de timing en werkwijze af te stemmen zodat dit gelijk loopt met de transitievisie warmte. Dit om te voorkomen dat er een nieuwe gasleiding in de grond gelegd moet worden voor een korte tijd. Als er geen wijken aardgasvrij gemaakt worden, kan het nodig zijn om oude gasleidingen te vervangen en nieuwe gasnetten in de gemeente aan te leggen. Als die eenmaal in de grond liggen, laten we die bij voorkeur zo lang mogelijk liggen en beginnen we in wijken met oude(re) gasnetten met aardgasvrij maken.
Een ander risico vanuit de betaalbaarheid en maakbaarheid van de warmtetransitie vormt de aan ezig eid van ‘gasklevers’. Het is elangri k dat er geen gasklevers komen in buurten waar de woningen voor het overgrote deel overgaan op een alternatief voor aardgas (bijvoorbeeld een warmtepomp). Voor een beperkt aantal woningen die op het aardgasnet blijven aangesloten moet namelijk het gehele gasnet in stand gehouden worden. Bovendien moet er een nieuwe infrastructuur (een warmtenet of een versterkt elektriciteitsnet) aangelegd worden
.
Gasklevers
45
Bijlage 4 Raadvoorstel 27 mei 2021. Stand van zaken Transitievisie Warmte (richtinggevende uitspraken)
Bijlage 4: Raadvoorstel 27 mei 2021. Stand van zaken Transitievisie Warmte (richtinggevende uitspraken)
47
.
..
48