Toelichting.pdf
Tekst van het document
Motivering wijziging omgevingsplan “Kom Varsseveld, locatie hoek Spoorstraat en Aaltenseweg”
Opdrachtgever Heijnen Ontwikkeling & Beheer Nijverheidsweg 28c 7122 AB Aalten
Opdrachtnemer Locis Adviseurs B.V. Groten Bos 3 7131 NW Lichtenvoorde info@locisadviseurs.nl 0315 820 100 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.
1
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding .................................................................................................................. 5 1.2 Ligging planlocatie ...................................................................................................... 5 1.3 Huidig planologisch kader ........................................................................................... 6 1.4 Participatie voorbereidingsfase ................................................................................... 6 1.5 Leeswijzer ................................................................................................................... 7
2.
Beschrijving van het plan....................................................................................................... 8 2.1 Huidige situatie ........................................................................................................... 8 2.2 Toekomstige situatie ................................................................................................... 9
3.
Beleid ................................................................................................................................. 15 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................ 15 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................. 15 3.1.2 Omgevingswet ........................................................................................... 16 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking ........................................................ 17 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda............................................................... 18 3.2 Provinciaal beleid...................................................................................................... 18 3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ................................................................. 18 3.2.3 Omgevingsverordening provincie Gelderland .............................................. 19 3.3 Regionaal beleid ....................................................................................................... 21 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 .................................................. 21 3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 ...........................................
21 3.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 22 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 ......................................................... 22 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJselstreek .................................................................. 22 3.4.3 Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek ...................................................... 24 3.4.4 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek.............................. 24 3.4.5 Visie wonen en zorg 55+/uitvoeringsplan .................................................... 25 3.4.6 Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen ............................................ 26 3.4.7 Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026 ................ 27 3.4.8 Welstand ................................................................................................... 28
4.
Omgevingsaspecten ............................................................................................................ 29 4.1 Bodem ...................................................................................................................... 29 4.2 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................. 30 2
4.3 Natuur ...................................................................................................................... 31 4.3.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 .............................................................. 31 4.3.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk/Groene ontwikkelingszone ... 32 4.3.3 Soortenbescherming .................................................................................. 33 4.4 Geluid ....................................................................................................................... 34 4.5 Trillingen .................................................................................................................. 37 4.6 Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 38 4.7 Geur ......................................................................................................................... 39 4.8 Milieubelastende activiteiten .................................................................................... 40 4.9 Omgevingsveiligheid ................................................................................................. 41 4.10 Water .....................................................................................................................
42 4.11 Mobiliteit en parkeren ............................................................................................ 46 4.12 Kabels en leidingen ................................................................................................. 47 4.13 Milieueffectrapportage ........................................................................................... 47 4.14 Gezondheid............................................................................................................. 48 4.15 Duurzaamheid ........................................................................................................ 49 5.
Juridische planopzet............................................................................................................ 50 5.1 Algemeen ................................................................................................................. 50 5.2 Toedelen van functies aan locaties ............................................................................ 50 5.3 Aanvraagvereisten .................................................................................................... 51 5.4 Algemene regels ....................................................................................................... 51 5.5 Overgangsregels ....................................................................................................... 51
6. Uitvoerbaarheid van het plan.................................................................................................. 52 6.1. Economische uitvoerbaarheid .................................................................................. 52 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................ 52
3
Bijlagen 1. Stedenbouwkundig ontwerp 2. Beeldkwaliteitsplan 3. Inpassingsplan 4. Verkennend bodemonderzoek 5. Digitale watertoets 6. Onderzoek watertoets 7. Quickscan natuurwaarden 8. Stikstofonderzoek 9. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 10. Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling 11. Verslag omgevingsdialoog 12. Waterhuishoudkundig plan 13. Zienswijzenota 14. Aanvullende toelichting bodem
4
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding In de bebouwde kom van Varsseveld, op de hoek van de Spoorstraat en de Aaltenseweg, bestaat het voornemen om in totaal 18 woningen te bouwen. Het gaat hierbij om de beoogde realisatie van 13 seniorenwoningen, twee tweekappers en een vrijstaande woning op een grasveld, waar op dit moment geen sprake is van bebouwing. Binnen de regels van het geldende omgevingsplan is het niet toegestaan om woningen te realiseren op de beoogde locatie. Daarom is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Binnen de gemeente Oude IJsselstreek wordt daarvoor in ieder geval gedurende 2024 gewerkt volgens de systematiek van TAM-IMRO.
1.2 Ligging planlocatie De planlocatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Varsseveld. De betreffende locatie is kadastraal bekend onder gemeente Varsseveld, sectie D, nummer 5344 en heeft een totale oppervlakte van 8284 m2. Het betreft momenteel een afgesloten particulier grasveld. Zowel aan de kant van de Spoorstraat als aan de kant van de Aaltenseweg bevinden zich laanbomen op de planlocatie, die worden gekapt en herplant. Een bestaande boom binnen de planlocatie blijft behouden.
Figuur 1: ligging planlocatie (oranje omkaderd) t.o.v. directe omgeving (bron:kadastralekaart.nl)
De planlocatie wordt aan de westzijde begrensd door de Spoorstraat en aan de zuidzijde door de Aaltenseweg. Aan de overzijde van de Aaltenseweg, bevindt zich een groenstrook. Verderop bevinden zich voornamelijk woningen. Dit geldt ook voor de andere zijden van de planlocatie. Ten zuidwesten van de planlocatie, op een afstand van circa 72 meter, bevindt zich een kleinschalige, islamitische slachterij. Aan de noordzijde van de planlocatie, op een afstand van circa 50 meter bevindt zich een voormalige dierenartspraktijk, die momenteel alleen in gebruik is voor woondoeleinden, maar waarop nog wel een 5
maatschappelijke bestemming rust. Verder bevindt zich ten zuiden van de planlocatie de spoorlijn Winterswijk-Arnhem. De kortste afstand tussen deze spoorlijn en de planlocatie bedraagt circa 77 meter. Op een afstand van circa 100 meter ten zuiden van de planlocatie, direct na de spoorlijn, bevindt zich het buitengebied. Op grotere afstand van de planlocatie bevinden zich een begraafplaats (op circa 160 meter), een sportcomplex (op circa 210 meter) en een bedrijventerrein (op circa 320 meter). Het meest nabijgelegen agrarisch bedrijf ligt op een afstand van circa 630 meter van de planlocatie.
1.3 Huidig planologisch kader Voor de planlocatie geldt het onherroepelijke bestemmingsplan 'Kom Varsseveld 2010’, dat is vastgesteld op 23 juni 2011. Per 1 januari 2024 (datum inwerkingtreding Omgevingswet) is dit bestemmingsplan onderdeel geworden van het omgevingsplan van rechtswege. Voor de gronden op de planlocatie geldt de enkelbestemming ‘Groen’. Er is op de planlocatie geen sprake van dubbelbestemmingen, functieaanduidingen of gebiedsaanduidingen. Binnen de enkelbestemming ‘Groen’ zijn groenvoorzieningen, plantsoenen, parken en hieraan gerelateerde functies toegestaan. Gebouwen zijn in beginsel niet toegestaan. Wel zijn in afwijking hiervan gebouwen toegestaan voor speelvoorzieningen, kunstwerken en ontmoetingsplekken, met een maximale bouwhoogte van 3 meter. Woningbouw is niet mogelijk op grond van de regels behorende bij deze bestemming. Ook zijn in het omgevingsplan geen algemene flexibiliteitsbepalingen opgenomen om woningbouw mogelijk te maken op deze locatie. Dat betekent dat een buitenplanse procedure nodig is om hier woningen te kunnen realiseren. Daarbij is ingestoken op een wijziging van het omgevingsplan.
Figuur 2: geldende bestemming met planlocatie rood omkaderd (bron: ruimteljkeplannen.nl)
1.4 Participatie voorbereidingsfase Op 16 december 2021 heeft de raad ingestemd met het Participatiebeleid waarin de visie wordt beschreven van de gemeente Oude IJsselstreek op participatie. Dit heeft tot gevolg dat in de voorbereidingsfase bij 6
grotere ruimtelijke ontwikkelingen een participatieplan wordt opgesteld. Daarvan is in dit geval geen gebruik gemaakt, maar desondanks heeft er een uitgebreide participatie plaatsgevonden. Zo zijn er twee informatieavonden gehouden en zijn er diverse individuele gesprekken met direct aanwonenden aan de keukentafel gevoerd. Tijdens deze gesprekken zijn er opmerkingen gemaakt door de omwonenden. Deze opmerkingen zijn meegenomen in de planontwikkeling. Zie bijlage 11 voor het verslag van de omgevingsdialoog.
1.5 Leeswijzer Een wijziging van het omgevingsplan volgens TAM-IMRO bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. De wijziging van het omgevingsplan gaat vergezeld van een motivering (voorliggend document), waarin de achtergronden van de wijziging zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het omgevingsplan. In de motivering worden de keuzes die bij de wijziging van het omgevingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hoofdstuk 2 van deze toelichting bevat de beschrijving van de huidige situatie van de planlocatie en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de geldende beleidskaders van de verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van de relevante omgevingsaspecten op de planlocatie en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd. De juridische planopzet komt aan de orde in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
7
2. BESCHRIJVING VAN HET PLAN 2.1 Huidige situatie De planlocatie bestaat momenteel geheel uit een grasveld, dat ’s winters voor een deel officieus in gebruik is als ijsbaantje. Er is geen sprake van verharding op de planlocatie. Zowel aan de kant van de Spoorstraat als aan de kant van de Aaltenseweg bevinden zich laanbomen op de planlocatie, die behouden blijven in dit plan.
Figuur 3: topografische kaart, met situering ijsbaantje ter plaatse van schuine strepen
Figuur 4: zicht op planlocatie vanaf Aaltenseweg
8
Figuur 5: zicht op planlocatie vanaf hoek Aaltenseweg-Spoorstraat
Figuur 6: zicht op planlocatie vanaf Spoorstraat
Figuur 7: zicht op planlocatie vanaf Spoorstraat, vanuit noordwestelijke kant
2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is voorzien in een woningbouwontwikkeling voor in totaal 18 woningen. Het gaat hierbij om de beoogde realisatie van 13 seniorenwoningen, 2 tweekappers en een vrijstaande woning. Daarbij wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid (30 parkeerplaatsen) en een wadi die dient als waterberging voor van daken en verhardingen afvloeiend hemelwater. In figuur 8 is het stedenbouwkundig ontwerp voor dit plan weergegeven. In bijlage 1 is het ontwerp volledig te raadplegen.
9
Bij de als levensloopbestendig uit te voeren seniorenwoningen wordt ingezet op geclusterd wonen rondom een hofje, waarbij de woningen aan de voorkant grenzen aan een als park in te richten gemeenschappelijke tuin. Dit zorgt voor verbinding met de buurt, veiligheid en sociale contacten. Het hofje en de wadi zorgen voor een flinke mate van behoud van groen op de planlocatie, waarbij de kwaliteit wordt verbeterd door onder meer de aanplant van extra groen. Alle bestaande bomen, met uitsluitsel van één, worden gerooid en elders op de locatie herplant. Bij de seniorenwoningen wordt niet op de eigen percelen voorzien in parkeergelegenheid. Die parkeergelegenheid wordt gerealiseerd in de vorm van een nabij deze woningen gelegen parkeerkoffer, die ontsluit op de Aaltenseweg. De vrijstaande woning en tweekappers zullen worden gesitueerd aan de kant van de Spoorstraat, zodat deze bebouwing aansluit op het heersende straat- en bebouwingsbeeld van de rest van de omgeving. Bij deze woningen wordt voorzien in parkeren op het eigen perceel. Alle woningen worden aardgasvrij uitgevoerd en er worden uitsluitend duurzame bouwmaterialen toegepast.
Figuur 8: stedenbouwkundig ontwerp woningbouwplan
Voor het stedenbouwkundig ontwerp is een beeldkwaliteitsplan opgesteld door ERS Architecten (zie bijlage 2). Doel van dit beeldkwaliteitsplan is om enerzijds de rode draad van de te verwachten ruimtelijke kwaliteit te schetsen en anderzijds om de kaders te formuleren waarbinnen de ontwerper de architectuur en de openbare inrichting zal moeten vormgeven. 10
Langs de Spoorstraat is een architectuur gewenst die aansluit bij de bestaande woningen en de lintbebouwing langs deze straat. De hier te realiseren vrijstaande woning en tweekappers krijgen daarom twee bouwlagen met een kap, waarbij de gevels worden opgetrokken uit veelal steenachtige materialen (metselwerk). De vrijstaande woning mag er qua architectuur meer uitspringen als entree van de Spoorstraat richting het centrum. De woningen aan het hofje zijn gedacht in een prefab bouwsysteem met een laag en een kap waar naast de traditionele metselwerkgevel ook andere afwerkingen mogelijk zijn, zoals hout en/of kunststof. Qua architectuur dienen de kopgevels aan de Aaltenseweg over een verbijzondering te beschikken, omdat ze goed zichtbaar zullen zijn vanaf de straatzijde. Het hofje zal een eenheid moeten uitstralen waarbij bewust gekozen is om het hofje van binnenuit te ontsluiten zodat het parkje niet aan de achterkanten van de woningen grenst. Dat betekent dus dat de voorkanten van de woningen aan het hofje zullen grenzen. Daarbij worden de bergingen bij deze woningen inpandig gerealiseerd. In de figuur hieronder zijn referentiebeelden van architectuur en materiaalgebruik opgenomen.
Figuur 9: referentiebeelden architectuur en materiaalgebruik uit beeldkwaliteitsplan voor woningtype 1
11
Figuur 10 referentiebeelden architectuur en materiaalgebruik uit beeldkwaliteitsplan voor woningtype 2
Een groene uitstraling van het gebied is zeer gewenst, zowel vanuit de historie als vanuit de toekomstige beleving van het gebied. Erfafscheidingen worden daarom vormgegeven in de vorm van lage gemengde hagen (0,8 tot 1,0 meter), die zo min mogelijk worden onderbroken. Tussen de tweekappers en de rijwoningen is een hogere haag gewenst (1,8 tot 2,0 meter) in verband met de privacy. De bestaande bomen langs de Aaltenseweg en Spoorstraat worden gekapt. De bomen aan de Aaltenseweg worden herplant op een andere locatie aan de Aaltenseweg, zodat dit de beoogde verkeerssituatie niet belemmerd. De bomen aan de Spoorstraat worden op dezelfde locatie herplant. Het nieuwe openbaar groen in het plangebied wordt aangeplant met een variatie aan nader te bepalen bomen, die aansluiten bij de bestaande bomen en bestaan uit inheemse soorten. Bij plantvakken binnen het hofje wordt gekozen voor heesters en/of robuuste vaste planten. Bij de overige plantvakken die tegen de plangrens aanliggen is bloemrijk grasland bedacht, zodat de parkachtige beleving echt tot uiting komt. De wadi kan in de winter de functie van ijsbaantje vervullen. De rijbanen die de entree vormen richting het plan en de parkeerplaatsen worden uitgevoerd in (licht)grijze betonstraatsteenklinkers. Voor de parkeerplaatsen zelf wordt gekozen voor een open verharding, om in te spelen op het veranderende klimaat.
Hier kan gekozen worden voor bijvoorbeeld grasbetonstenen of keien. Voor de wandelpaden wordt ook gekozen voor betonstraatsteenklinkers, waarbij gedacht wordt aan een rood/bruin genuanceerde kleur.
12
Voor de vlonder bij de wadi en de bankjes rondom het hofje wordt aan een houten afwerking gedacht. Dit natuurlijke materiaal past goed in de groene/parkachtige uitstraling die het plan heeft. In figuur 11 zijn referentiebeelden van de terreininrichting opgenomen.
Figuur 11: referentiebeelden terreininrichting uit beeldkwaliteitsplan
13
Aanvullend is een inpassingsplan opgesteld. Naast een verbeelding van het wenselijke eindbeeld, wordt tevens ingegaan op de te nemen inrichtingsmaatregelen. Ook wordt een advies gegeven op welke wijze de nieuwe elementen beheerd dienen te worden om zich te kunnen ontwikkelen tot de elementen zoals bedoeld in dit plan. Hieronder een uitsnede van het plan. Het volledige plan is te raadplegen in bijlage 3 (erfinpassingsplan Spoorstraat & Aaltenseweg, nummer 6755A en datum 2 juli 2025).
figuur 12 inpassingsplan
14
3. BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft de landelijke overheid richting aan de grote opgaven, zoals het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten.
Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid). De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen.
Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Naar sterke en gezonde steden en regio's; 4. Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;
15
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer er aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Beoordeling initiatief De NOVI gaat niet concreet in op relatief kleinschalige lokale ontwikkelingen als de beoogde woningbouw in dit plan. In het NOVI zijn geen belemmeringen benoemd ten aanzien van de planontwikkeling. In algemene zin draagt het plan bij aan de kwaliteit van het leven in stad en land, doordat gericht wordt op een kleinschalige inbreiding, grotendeels bedoeld voor een doelgroep (senioren) met een grote behoefte aan dit type woningen. 3.1.2 Omgevingswet De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: • De dienstenrichtlijn (art.
5.1a Bkl); • Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); • Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); • Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); • Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); • Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); • Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); • Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.
Beoordeling initiatief Dit initiatief is voor wat betreft de omgevingsaspecten in hoofdstuk 4 getoetst aan de Rijksinstructieregels, Die Rijksinstructieregels zijn daar waar nodig vertaald in het omgevingsplan. Voor het overige wordt voldaan aan de Rijksinstructieregels zonder dat het nodig is om daarvoor iets te regelen in het omgevingsplan. Uit hoofdstuk 4 komt naar voren dat toepassing van de Rijksinstructieregels niet leidt tot belemmeringen voor dit initiatief. Het initiatief past daarmee binnen de doelstellingen, het beleid en de regels van het Rijk.
16
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ‘buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied’ mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Beoordeling initiatief In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder (ABRvS201501297/1/R4). De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. In beginsel is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bij dit initiatief is sprake van het realiseren van 18 woningen binnen de bebouwde kom van Varsseveld, zodat daarom duidelijk sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Kwantitatieve behoefte Met het plan wordt er een bijdrage geleverd aan het voorzien in de kwantitatieve behoefte in de regio Achterhoek en meer specifiek in de gemeente Oude IJsselstreek in de kern Varsseveld. Dit plan voegt 18 woningen toe aan de woningvoorraad. Die kwantitatieve behoefte volgt uit de Regionale woondeal 20222030. De gemeente Oude IJsselstreek is hierbij de deal aangegaan om in de periode tot en met 2030 een aantal van 1500 nieuwe woningen te realiseren.
Kwalitatieve behoefte Het plan voorziet in het woongebied in een variëteit aan woningtypen, die geschikt zijn voor verschillende doelgroepen (gezinnen en senioren). Het woonprogramma bestaat uit 1 vrijstaande woning, 2 twee-onderéén-kapwoningen en 13 seniorenwoningen. Het toevoegen van verschillende typen woningen zorgt voor doorstroming op de markt en voor het bedienen van een zo groot mogelijke groep woningzoekenden. Daarnaast is het toevoegen van verschillende typen woningen nodig om het financiële plaatje sluitend te krijgen. Het initiatief sluit aan op de kwalitatieve woningbehoefte in het ruimtelijk verzorgingsgebied. Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid Uit paragraaf 3.2, 3.3 en 3.4 kan uit toetsing aan de provinciale, regionale en gemeentelijke beleidsstukken op het gebied van wonen worden geconcludeerd dat de regionale/lokale behoefte aan de met dit initiatief beoogde woningen voldoende is aangetoond. Daarbij is voor de seniorenwoningen sprake van de typologie ‘betaalbaar’. Hiermee is de ontwikkeling in overeenstemming met de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte van de gemeente Oude IJsselstreek. De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
17
Met de ontwikkeling binnen het plangebied zijn geen overige nationale belangen gemoeid. De ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met het Rijksbeleid. Conclusie De nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Geconcludeerd wordt dat het voorgenomen initiatief binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Er is sprake van een inbreidingslocatie op een braakliggend groenperceel. Het betreft hierbij geen openbaar groen, zodat volgens de Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek (die zijn opgesteld met inachtneming van de Ladder voor duurzame verstedelijking) met een zorgvuldige inpassing kan worden meegewerkt aan deze ontwikkeling. Zoals volgt uit de verdere overwegingen in deze motivering is bij het initiatief sprake van een zorgvuldige inpassing. De voorliggende ontwikkeling voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is niet in strijd met het Bkl. 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. De agenda kent drie kerndoelen: • Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen.
De bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven twee derde betaalbaar. • •
Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen. Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af. Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen.
Met de zes onderliggende programma’s van de Nationale Woon- en Bouwagenda wordt invulling gegeven aan het realiseren van de doelstellingen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van 13 seniorenwoningen, 2 tweekappers en een vrijstaande woning. Hiermee wordt invulling gegeven aan het kerndoel om meer woningen voor ouderen te realiseren, op een goed bereikbare plek en op relatief korte afstand van voorzieningen. De seniorenwoningen vallen in het betaalbare segment. Hiermee wordt voldaan aan de landelijke doelstelling om tenminste twee derde van de nieuwe woningen betaalbaar te laten zijn voor mensen met een lager en middeninkomen. Uiteraard levert het initiatief een bijdrage aan het vergroten van de beschikbaarheid van woningen.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven:
18
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Energietransitie; Klimaatadaptatie; Circulaire economie; Biodiversiteit; Bereikbaarheid; Vestigingsklimaat; Woon- en leefklimaat.
Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: • ruimtelijk beleid; • waterbeleid; • milieubeleid; • natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: • Regionaal waterprogramma; • Handreiking plussenbeleid; • Beleidslijn windenergie. Beoordeling initiatief Het initiatief om op de planlocatie nieuwbouwwoningen te ontwikkelen past binnen het provinciale omgevingsvisie. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de doelstellingen om voldoende passend en duurzaam woningaanbod in de provincie te garanderen, dat aansluit bij de wensen van de inwoners.
Voor wat betreft de relevante themakaarten kan het volgende worden opgemerkt: • ruimtelijk beleid: geen specifieke aandachtspunten; • milieubeleid: de planlocatie is niet gelegen in een stiltegebied of ander gebied waar beperkingen gelden vanuit het oogpunt van milieu; • waterbeleid: de planlocatie is niet gelegen binnen provinciale beschermingszones ter bescherming van grondwater, oppervlaktewater of natte landnatuur; • natuur- en landschapsbeleid: de planlocatie is niet gelegen binnen een ecologische verbindingszone, Gelders Natuur Netwerk, Groene ontwikkelingszone, Natura 2000-gebied, rustgebied voor ganzen, weidevogelgebied of zoekgebied voor nieuwe natuur. De drie in het kader van de uitvoering van de omgevingsvisie vastgestelde beleidsdocumenten zijn niet van directe betekenis voor dit initiatief. Het onderwerp water komt aan de orde in paragraaf 4.9. 3.2.3 Omgevingsverordening provincie Gelderland De Omgevingsverordening is op 21 december 2022 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden na invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op 19
een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: • Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening); • Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening); • Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening); • Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening); • Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening); • Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening); • Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening). Beoordeling initiatief De provinciale instructieregels voor natuur, erfgoed, milieu en provinciale wegen zijn niet relevant voor deze ontwikkeling. In de omgevingsverordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in de vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Voor meer informatie over deze regionale woonagenda en de gemeentelijke uitwerking zie de volgende paragrafen. Daarin wordt onderbouwd dat de ontwikkeling binnen de betreffende kaders past.
Verder geldt vanwege de ligging van de planlocatie in de Achterhoek een specifieke instructieregel voor landschap. Bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling moet namelijk rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is dat niet aan de orde voor dit initiatief. De planlocatie ligt niet in een gebied met specifiek beschermde waarden waarvoor op grond van de omgevingsverordening regels zijn gesteld, zoals Gelders Natuur Netwerk, Groene ontwikkelingszone, molenbiotoop, waterwingebied of drinkwaterreserveringsgebied. In de Omgevingsverordening is een instructieregel ten aanzien van klimaatadaptie opgenomen. Voor zover een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de motivering bij de wijziging van het omgevingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast moet een beschrijving worden opgesteld waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt.
Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Op basis van de klimaatatlas gemeente Oude IJsselstreek is in paragraaf 3.4.7 in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de planlocatie als gevolg van klimaatverandering. Daaruit volgt dat bij het voorliggende initiatief voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico’s door klimaatverandering. Ter voorkoming van wateroverlast en tegengaan van droogte worden specifieke maatregelen getroffen in de vorm van ophoging van het terrein en het realiseren van een wadi. Voor het overige hoeven geen specifieke maatregelen in het kader van klimaatadaptatie te worden getroffen.
20
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen heeft voorgedaan, zoals: • energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; • bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening en • de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied. De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en te recreëren. De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen.
Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden'. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau. Dit door het benoemen van ruimtelijke speerpunten. Als regionale speerpunten worden genoemd: bevolkingsdaling, transitie van het platteland en duurzaamheid/energietransitie. Beoordeling initiatief Feit is dat er in de Achterhoek geen sprake meer is van bevolkingsdaling, maar juist van groei. Vooral daarom is er behoefte aan extra woningen. Dit is nader beschreven in het beleidsdocument Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 (zie paragraaf 3.3.2). Voorliggend initiatief voegt ruimtelijke kwaliteit toe aan een inbreidingslocatie en voorziet aantoonbaar in woningbehoefte voor specifieke doelgroepen.
3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 De regionale woonagenda 2023-2030 is geldend vanaf 4 maart 2023 en tot stand gekomen op basis van brede bevraging van stakeholders en is door het bureau Ruimtevolk opgesteld in een nauw overleg met een ruime vertegenwoordiging uit de Thematafel Wonen en Vastgoed(accounthouders) en uit het Ambtelijke overleg wonen regio Achterhoek. Daarnaast is de voortgang en de vaststelling van de woonagenda voortdurend en integraal besproken aan de Thematafel Wonen en Vastgoed. Na vaststelling door de zeven gemeenteraden vormt dit document het kader voor de uitvoering en dient het tevens als uitgangspunt voor de vraag aan de samenleving om ideeën en plannen. In de woonagenda is de woningbehoefte in beeld gebracht op basis van drie belangrijke factoren. Dat zijn de grotere en gewijzigde woonbehoeftes uit de regio zelf, de behoefte aan aanvullende arbeidskrachten en de toenemende trek naar de Achterhoek vanuit andere delen van het land. De woonagenda is gericht op de huisvesting van alle doelgroepen. Daartoe behoren starters op de woningmarkt, ouderen en inwoners behorend tot de bijzondere aandachtsgroepen. Dit vraagt om een passend aanbod aan woningen, waarvan een aanzienlijk deel betaalbaar moet zijn zowel in de koop als in de huur. Naast kwaliteitsaspecten als
21
duurzaam en toekomstbestendig bouwen, geeft de agenda aandacht aan de belangrijke aspecten die spelen in de fysieke leefomgeving zoals een goede leefbare woonomgeving, bereikbaarheid en voorzieningen maar ook klimaatadaptie en een goede ruimtelijke inpassing. De Regionale Woonagenda 2023-2030 anticipeert op de groeiende behoefte aan woningen en het versnellen van de woningbouw en biedt een nieuw kader voor woningbouwplannen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van 13 seniorenwoningen, 2 tweekappers en een vrijstaande woning. Dertien van de achttien woningen zijn dus bedoeld voor ouderen en vallen in de categorie betaalbaar. Daarnaast richt het initiatief zich specifiek op een goed leefbare woonomgeving met voldoende groen en is sprake van een relatief korte afstand tot voorzieningen. Er zal duurzaam en toekomstbestendig worden gebouwd en er is sprake van een goede ruimtelijke inpassing met aandacht voor klimaatadaptatie. Zie hiervoor ook de beoordeling van de verschillende omgevingsaspecten in hoofdstuk 4. Het initiatief sluit hiermee aan bij de Regionale Woonagenda 2023-2030. Het initiatief sluit tevens aan bij de Regionale woondeal 2022-2030, omdat er wordt voorzien in nieuw woningaanbod. De gemeente Oude IJsselstreek is hierbij de deal aangegaan om in de periode tot en met 2030 een aantal van 1500 nieuwe woningen te realiseren.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 De gemeenteraad heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. Deze structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Dit blijft een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Naast het motto "de juiste woning op de juiste plaats", spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Beoordeling initiatief Uit het woningbouwbeleid (onder andere de Woonvisie gemeente Oude IJsselstreek, zie paragraaf 3.4.3) blijkt dat er een behoefte bestaat aan woningen voor senioren, zodat dit initiatief het lokale woningaanbod voor deze doelgroep versterkt. Met het plan gezorgd wordt gezorgd voor een aantrekkelijke woonomgeving, waarbij water (wadi) en groen wordt aangelegd. Daarmee leidt het plan ook tot een vergroting van de biodiversiteit. Zoals volgt uit hoofdstuk 4 zijn er geen omgevingsaspecten die een belemmering vormen voor deze ontwikkeling. 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJselstreek De toekomstvisie is tot stand gekomen door vele ontmoetingen en bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen.
De termen 'leven' en 'het maken' lopen als een rode draad door de toekomstvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. •
Benut de stroom van de Oude IJssel De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen.
22
•
Florerende Smart Industrie Een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem. Werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld. Gemeente Oude IJsselstreek zet zich daarmee de komende jaren nog beter op de kaart en zet in op het ontwikkelen van het nieuwe Varsseveld Industriepark (het VIP).
•
Vitaal platteland Het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler in de gemeente. De landbouwsector is voor de gemeente als plattelandsgemeente een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. Het platteland zal zich het komende decennium ontwikkelen tot een multifunctioneel buitengebied.
•
De allernieuwste energie In de gemeente vinden ontwikkeling plaats op vele fronten, van woningbouw tot het ontwikkelen van industrie en bereikbaarheid. Bij al die ontwikkelingen wordt er optimaal gebruik gemaakt van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030.
•
Groene parels Van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave ‘Groene Parels’ zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap.
•
Gezond oud worden én gezond jong zijn Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benutten de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten worden er voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen geboden.
•
Het witte vel Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die de gemeente dwingen deze Toekomstvisie bij te stellen. Hobbels en beren op de weg, maar juist ook kansen, versnellingen en innovaties. Om in de Toekomstvisie ook letterlijk de ruimte te geven om in te springen op nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente ‘Het Witte Vel’ vanaf het begin eraan toegevoegd. Een nog blanco hoofdstuk dat symbool staat voor de prachtige onzekerheid van de toekomst en al het moois dat daaruit voort gaat komen.
Beoordeling initiatief De nieuwe woningen worden duurzaam gebouwd en worden uitgevoerd met zonnepanelen. Een groot deel van de woningen wordt seniorenwoning (13 van de 18). Dat betekent dat met voorliggend plan woningen worden toegevoegd waaraan behoefte bestaat. Hierbij wordt ingezet op een groene woonomgeving en het bevorderen van sociale cohesie. De inrichting is gebaseerd op het principe van gezond oud worden en tot op hoge leeftijd zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Door versterking en uitbreiding van het aanwezige groen wordt bovendien een bijdrage geleverd aan de vergroting van de biodiversiteit. De ontwikkeling is daarom in overeenstemming te achten met de Toekomstvisie Oude IJsselstreek. 23
3.4.3 Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek). De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: • De sociale huurvoorraad • Woonzorg • Verduurzaming • Woningvoorraad en waarde behoud Beoordeling initiatief In de woonvisie wordt een tekort geconstateerd aan woningen voor kleine huishoudens, met name voor starters en senioren. Om aan de toekomstige vraag in de gemeente te voldoen wil de gemeente ruimte bieden aan nieuwe initiatieven die aansluiten bij deze doelgroepen. Het voorliggende initiatief geeft hier concreet invulling aan door de realisatie van 13 seniorenwoningen (en daarnaast 2 tweekappers en een vrijstaande woning). 3.4.4 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek Op 26 september 2019 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de regionale 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw' vastgesteld (inmiddels vervangen door de Regionale Woonagenda, zie paragraaf 3.3.2). In 2021 heeft de gemeenteraad vervolgens de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vastgesteld.
De 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vormt samen met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor Woningbouw' het kader voor nieuwe woningbouwplannen. Met het vaststellen van de Lokale kwaliteitscriteria en de (regionale) Kwalitatieve toetsingscriteria beschikt de gemeente over een compleet kader waarmee nieuwe woningbouwplannen kunnen worden getoetst en kan de gemeente sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt. Locaties met leegstaand vastgoed bieden onvoldoende potentieel om in de volledige woningbehoefte voor de komende jaren te voorzien. Het is daarom noodzakelijk om ook te kijken naar onbenutte inbreidingslocaties. Hiermee wordt gedoeld op niet bebouwde locaties binnen de bestaande bebouwde omgeving (Kombestemmingsplannen), te weten: • verdichting op een bestaande kavel met de bestemming 'wonen', het inpassen van woning(en) naast reeds bestaande woning(en). • woningbouw in 'gat' in de bestaande stedenbouwkundige structuur op een locatie met een 'rode' bestemming, d.w.z. een bestemming die bebouwing toestaat. • verdichting op geschikte groenstructuren met de bestemming 'agrarisch', 'groen' of 'tuin'. Beoordeling initiatief De beoogde ontwikkeling sluit aan op de vraag vanuit met name senioren. De locatie valt binnen de grens van de bebouwde kom van Varsseveld.
Voor deze ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van een inbreidingslocatie met de bestemming ‘groen’. Hier vindt dus verdichting plaats, maar wel met de randvoorwaarde om groen onderdeel te laten zijn van het totaalconcept. De ontwikkeling sluit hiermee aan op de regionale kwaliteitscriteria en beoogde doelgroepen. Hieronder worden de lokale kwaliteitscriteria voor realisatie van woningen binnen de bebouwde kom puntsgewijs getoetst. •
de locatie is onbebouwd en ligt binnen een Kom-bestemmingsplan
24
Er is geen bebouwing op de planlocatie aanwezig. De planlocatie is onderdeel van het plangebied van het bestemmingsplan 'Kom Varsseveld 2010’ (thans omgevingsplan). •
het plan voldoet aan de maatvoering in het bestemmingsplan (rooilijn, bebouwingshoogte, bouwvlak, afstand tot zijdelingse perceelgrens en aan de achterzijde) De maatvoering voor de nieuwe woningen sluit mogelijk aan op hetgeen in het geldende omgevingsplan voor de bebouwde kom van Varsseveld van toepassing is.
•
inpassing in bestaande stedenbouwkundige structuur Het initiatief wordt ingepast in de bestaande stedenbouwkundige en groenstructuur.
•
ontsluiting via bestaande weg en bereikbaar voor hulpdiensten De woningen worden via de nieuwe openbare ruimte ontsloten op de Aaltenseweg. Daarbij is de planlocatie goed bereikbaar voor hulpdiensten. In geval van nood kan ook gebruik worden gemaakt van de kant van de Spoorstraat. Deze weg loopt echter niet volledig door tot aan de woningen aan het hofje, maar zijn tot aan de overgang naar voetpad/fietspad via de achterzijde nog goed bereikbaar.
•
er is geen onevenredige aantasting privacy en bezonning omliggende woningen De nieuwe woningen liggen op voldoende afstand van de bestaande woningen om aantasting van de privacy of beperking van bezonning te voorkomen.
•
het woningbouwplan moet voldoen aan de parkeernormen conform het Gemeentelijk Verkeersen Vervoersplan (GVVP) Binnen het plangebied komen voldoende parkeerplaatsen voor alle woningen. In totaal zijn er 29 parkeerplaatsen benodigd, terwijl wordt voorzien in de aanleg van 30 parkeerplaatsen. Hiermee wordt dus voorzien in voldoende parkeercapaciteit voor dit plan. Zie verder paragraaf 4.10.
•
zorgvuldig omgaan met verdichting aan de randen van een kern (overgang naar buitengebied) De locatie ligt tussen bestaande woningen en aan de ontsluitingswegen van het dorp. Ruimtelijk gezien maakt het al onderdeel uit van de bebouwde kom van Varsseveld.
•
zorgvuldig omgaan met verdichting op locaties met openbaar groen/ open ruimte (plein-, speelen parkeerterrein) De woningbouw leidt niet tot een afname van het oppervlak aan plein-, speel- of parkeerterrein, omdat de locatie in de bestaande situatie dienst doet als niet openbaar toegankelijk grasland. Met de beoogde ontwikkeling wordt naast woningbouw ook ingezet op versterking van het groen. De bestaande bomen langs de Spoortstraat en Aaltenseweg worden gekapt en herplant. Dit alles leidt tot een versterking van de kwaliteit van het aanwezige en toe te voegen groen en daarmee tot vergroting van de biodiversiteit.
•
niet bouwen op locaties met milieutechnische belemmeringen (geur, geluid, bodem), tenzij deze worden weggenomen Er is geen sprake van milieutechnische belemmeringen. Zie hoofdstuk 4 voor een nadere toelichting per omgevingsaspect.
3.4.5 Visie wonen en zorg 55+/uitvoeringsplan De visie Wonen en Zorg brengt de opgave in beeld die de gemeente Oude IJsselstreek heeft voor een meer geschikte woningvoorraad voor ouderen. De gemeentelijke ambitie hierin betreft zowel woningbouw als
25
de aanpassing van de bestaande woonvoorraad. Naast wonen gaat dit ook om een goede en voor ouderen geschikte woonomgeving, een dienstenaanbod en de mogelijkheden om elkaar te ontmoeten In de visie Wonen en Zorg zijn na analyse van de demografische ontwikkelingen en de ontwikkelingen in zorggebruik aangevuld met onderzoek onder inwoners de opgaven vertaald naar de volgende ambitie: Ouderen kunnen zo zelfstandig mogelijk hun eigen leven blijven leiden en deel uit blijven maken van de gemeenschap. De ambitie is uitgewerkt in drie thema’s: • Zorgzame buurten en wijken • Vergroten aanbod van woon(zorg)vormen voor ouderen • Versterken zelfredzaamheid en eigen regie Beoordeling initiatief Het initiatief is getoetst aan de drie thema’s uit de visie: • Zorgzame buurten en wijken In de nabijheid van de planlocatie is sprake van een goed zorg- en dienstverleningsaanbod, zodat hiermee aan een belangrijke randvoorwaarde wordt voldaan om zelfstandig te kunnen functioneren en voluit mee te doen in de directe woonomgeving. Verder is sprake van een groene, toegankelijke en veilige woonomgeving, waar mede door de gezamenlijke tuin laagdrempelige activiteiten en ontmoetingsmogelijkheden worden gefaciliteerd. • Vergroten aanbod van woon(zorg)vormen voor ouderen De te bouwen woonvariatie sluit aan bij de behoeften en wensen van senioren.
Enerzijds door de realisatie van de seniorenwoningen als zodanig, waarbij door het geclusterd wonen in een hofje de leefbaarheid en saamhorigheid wordt verstrekt. Anderzijds door de menging met andere typen woningen, waarbij jong en oud in dezelfde wijk naast elkaar wonen. • Versterken zelfredzaamheid en eigen regie De gemeente biedt praktische ondersteuning op het gebied van wonen en technologie, zodat inwoners actief en vitaal blijven en comfortabel en veilig kunnen wonen. Het gaat hierbij om gemeentelijke taken op het gebied van jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen, zoals die volgen uit onder meer de Wet maatschappelijke ondersteuning. Het omgevingsplan als zodanig kan hier geen bijdrage aan leveren. 3.4.6 Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt een gewenst toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen.
De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Beoordeling initiatief Met de ontwikkeling wordt op de planlocatie voorzien in extra bomen. De bestaande bomen langs de Aaltenseweg en Spoorstraat worden gekapt en herplant. Een bestaande boom binnen de planlocatie blijft behouden. Daarnaast wordt een als gemeenschappelijke tuin dienend parkje aangelegd, dat samen met de aan te leggen wadi’s en overige groene elementen in de beoogde opzet zorgdraagt voor een groene en gezonde leefomgeving. Hiermee is de ontwikkeling in overeenstemming met de 'Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen'.
26
3.4.7 Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026 Op 18 januari 2022 is de Klimaatagenda 2022-2026 vastgesteld. Met deze Klimaatagenda wordt de visie en ambitie voor een klimaatbestendige toekomst vastgelegd. Daarnaast is een uitvoeringsagenda voor 2022 tot en met 2026 beschreven. Steeds duidelijker wordt welke maatregelen nodig zijn om de gevolgen van klimaatverandering, waaronder droogte, wateroverlast, overstromingen en hittestress aan te pakken De effecten van klimaatverandering worden opgedeeld in vier hoofdthema’s: • Meer regen: wateroverlast. Neerslagpatronen veranderen door klimaatverandering. We krijgen te maken met grotere piekbuien en langere natte winterperiodes. Dit kan leiden tot meer hemelwateroverlast en grondwateroverlast. • Hoger water: overstromingen. Door het veranderende weer krijgen we in Oude IJsselstreek vaker te maken met stormen en een sterker fluctuerende rivierafvoer. Deze factoren betekenen een extra belasting op de dijken. • Meer hitte: hitte. Klimaatverandering wordt ook wel ‘global warming’ genoemd. We moeten er rekening mee houden dat we in de zomer vaker met extreme hitte te maken krijgen. • Drogere zomers: droogte. Het wordt warmer en neerslagpatronen worden grilliger. Vooral in de zomers zullen we steeds meer te maken krijgen met langdurige periodes van droogte en de effecten van (zoet) watertekorten.