CConstaterende datOude Ijsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting.pdf

Raadsvergadering 30 juni 2022, gemeente Oude IjsselstreekBij agendapunt: 6: Bestemmingsplan Kleine en Grote Beer, Westendorp12.677 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Functie

Type inrichting

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

Akkerbouw

Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen)

10

10

30

10

De richtafstand, die volgt uit de VNG-brochure, voor voorliggend initiatief bedraagt 30 meter. De afstand tussen de nieuw te realiseren woningen en de omliggende functie bedraagt circa 200 meter. De afstand is daarmee voldoende groot.

Hinderveroorzakende functies in het plangebied Binnen het plangebied worden geen functies gerealiseerd die milieuhinder veroorzaken. De woningen kunnen worden aangemerkt als milieuhindergevoelig.

Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3.3.9

Water

Algemeen In het kader van het Nationaal Bestuursakkoord Water moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de waterhuishouding niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Dit is vastgelegd in het procesinstrument de Watertoets. In de waterparagraaf van het bestemmingsplan moeten de resultaten van deze toets worden opgenomen, waaronder het wateradvies

26 bestemmingsplan "Buitengebied, locatie Kleine Beer en Grote Beer Westendorp" (vastgesteld)

van de waterbeheerder. Beleid Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Rijn en IJssel laat het waterschap zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten zij in de samenwerking met haar partners willen leggen. Vanuit die omgevingsverkenning is vervolgens het beleid voor de planperiode 2016-2021 beschreven voor primaire taakgebieden van het waterschap: Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water. Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water. Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water. Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater. Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer. Watertoets Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. Waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel ontwikkeld waarmee met een aantal vragen in beeld te brengen is welke wateraspecten relevant zijn en met welke intensiteit het watertoetsproces doorlopen dient te worden.

De vragen zijn gericht op de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling en welke veranderingen er mogelijk worden gemaakt. De intensiteit van het watertoetsproces is afhankelijk van de antwoorden op de vragen. Als erop een categorie 2 vraag een 'ja' is geantwoord, is een uitgebreide watertoets noodzakelijk. Is er op geen van de categorie 2 vragen een 'ja' geantwoord, dan kan een verkorte watertoets doorlopen worden. Als er alleen met 'nee' is geantwoord, dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden. Navolgend is de watertoetstabel opgenomen. De relevante waterthema's voor de ontwikkeling worden door middel van de watertoetstabel geselecteerd en vervolgens beschreven (wanneer de toetsvraag met 'ja' is beantwoord).

Thema

Toetsvraag

veiligheid

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het Nee plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een Nee waterbergingsgebied (meest nabijgelegen ligt 3 km) op of winterbed van een rivier?

2

1. Is de toename van het afvalwater (DWA) Nee groter dan 1 m3/uur? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van Nee WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of Nee rioolgemaal van het waterschap?

2

riolering en afvalwaterketen

Relevant

Intensiteit

2

1 1

bestemmingsplan "Buitengebied, locatie Kleine Beer en Grote Beer Westendorp" (vastgesteld)

27

wateroverlast (oppervlaktewater)

Ja

2

Ja

1

Nee

1

Nee

1

oppervlaktewaterkwaliteit 1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water Nee op oppervlaktewater geloosd?

1

grondwateroverlast

1. Is in het plangebied sprake van slecht Nee doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? Nee 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten Nee of andere wateren? 4. Beoogt het plan aanleg van drainage? Nee

1

grondwaterkwaliteit

1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?

Nee

1

inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied Nee wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van Nee watergangen tot doel?

1

1. In of nabij het plangebied bevinden zich Nee overstorten uit het gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of Nee nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

1

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een Nee natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of Nee SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in Nee beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura Nee 2000-gebied?

2

verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied?

Nee

1

recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied Nee watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

2

cultuurhistorie

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in Nee het plangebied aanwezig?

1

volksgezondheid

natte natuur

1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2.500m2? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500m2? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

1 1 1

2

1

2 1 1

Algemeen en wateroverlast Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van twee landgoederen die als één geheel zijn ontworpen.

28 bestemmingsplan "Buitengebied, locatie Kleine Beer en Grote Beer Westendorp" (vastgesteld)

Onderdeel van de ontwikkeling van de landgoederen is de realisatie van twee woonclusters met in totaal zes wooneenheden. Door de ontwikkelingen in het plangebied zal het verhard oppervlak toenemen. De verhardingen in de toekomst bestaan uit de bebouwing (woningen met bijgebouwen) en erfverhardingen. Naar verwachting zal maximaal 30% van de toekomstige kavels verhard zijn. In de navolgende tabel is een berekening van de toename aan verharding weergegeven.

oppervlakte aantal

totaal oppervlakte

oppervlakte verharding (30%)

kavel Middelste perceel Grote Beer

2.400 m²

1

2.400 m²

720 m²

Overige percelen Grote Beer

1.800 m²

2

3.600 m²

1.080 m²

Middelste perceel Kleine Beer

3.100 m²

1

3.100 m²

930 m²

Overige percelen Kleine Beer

2.000 m²

2

4.000 m²

1.200 m²

13.100 m²

3.930 m²

Totaal

De toename aan verharding bedraagt circa 3.930 m2. Vanuit het waterschap geldt in het landelijk gebied een compensatie-eis van 40 mm voor toename aan verharding. Dit is gelijk een aan bui T=10+10% situatie. De paden en toegangswegen tot de kavels worden uitgevoerd in halfverharding (Padvast). Deze hoeven niet te worden gecompenseerd.

De bergingseis vanuit het waterschap bedraagt op basis van de voorgaande uitgangspunten 157,2 m3. Hemelwater afkomstig van de nieuw te realiseren woningen en verhardingen zal binnen het plangebied worden geborgen. Hiervoor is ruim voldoende ruimte aanwezig. Voor de vorm van waterberging zijn verschillende mogelijkheden. Onderdeel van de inrichting van de landgoederen is de aanleg van een poel. Het hemelwater afkomstig van de kavels zou kunnen worden afgevoerd naar deze poel. Een andere mogelijkheid is het realiseren van wadi's aan de randen van de kavels. Tot slot bestaat de mogelijkheid om het hemelwater door middel van kratten te laten infiltreren ter plaatse van de woonpercelen.

Gezien de bodemopbouw (zandgronden, matig fijn tot matig grof) en de bekende grondwaterstanden (circa 1 tot 1,5 m -mv) is infiltratie in de bodem en eventueel toepassen van infiltratiekratten goed mogelijk.

Overleg Waterschap Rijn en IJssel In het kader van het vooroverleg is het bestemmingsplan voorgelegd aan het waterschap. In een reactie heeft het waterschap aangeven graag de uitgangspunten voor de compensatie voor de toename van verharding terug te willen zien in het bestemmingsplan en op welke wijze de compensatie plaatsvindt. Naar aanleiding van deze reactie is voorgaande paragraaf aangevuld.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3.3.10 Archeologie en cultuurhistorie Algemeen Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van

bestemmingsplan "Buitengebied, locatie Kleine Beer en Grote Beer Westendorp" (vastgesteld)

29

archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten.

Toetsing Archeologie In 2007 is door BAAC archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Dit onderzoek is als Bijlage 4 bijgevoegd. Uit het onderzoek is gebleken dat binnen het plangebied geen bekende archeologische waarden aanwezig zijn. Ook volgens de archeologische kaart van de gemeente Oude IJsselstreek is het plangebied gelegen in een zone met een lage archeologische verwachting. De gemeente Oude IJsselstreek stelt archeologisch onderzoek voor gebieden in een zone met een lage archeologische verwachting niet verplicht.

Cultuurhistorie In de omgeving van het plangebied is geen sprake van elementen met cultuurhistorische waarden die van invloed zijn op voorgenomen initiatief.

Conclusie Het aspect cultuurhistorie en archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3.3.11 Ecologie Algemeen Bij ruimtelijke planvorming moet aandacht worden besteed aan de natuurwetgeving. Bij de natuurwetgeving kan een tweedeling worden gemaakt in soort- en gebiedsbescherming.

Toetsing Door Loo Plan is in maart 2019 een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Deze quickscan is in november 2021 geupdate. De conclusies uit het onderzoek worden hierna behandeld. Dit onderzoek is als Bijlage 5 bijgevoegd.

Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op een afstand van meer dan 15 km van Natura2000-gebied Korenburgerveen. Storingsfactoren als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, verstoring door licht, verstoring door trilling, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten zijn niet aan de orde. Op de navolgende afbeelding is te zien dat het plangebied grenst aan gebieden die behoren tot GNN en deels in de GO is gelegen. De geplande werkzaamheden en inrichting van het plangebied hebben geen negatief effect op de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen. Met voorgenomen initiatief worden de landgoederen natuurlijk ingericht. Enkele kernkwaliteiten van het plangebied worden versterkt.

30 bestemmingsplan "Buitengebied, locatie Kleine Beer en Grote Beer Westendorp" (vastgesteld)

Ligging plangebied ten opzichte van GNN (donkergroen) en GO (lichtgroen)

Soortbescherming Beschermde soorten hebben geen verblijfplaatsen in het plangebied. Er verdwijnt geen essentieel leefgebied. Met de ontwikkeling in het plangebied worden geen verbodsbepalingen op de Wet natuurbescherming overtreden. Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten op het perceel voorkomen. Hierbij moet de algemene zorgplicht in acht worden genomen (artikel 1.11 Wnb). In verband met eventuele aanwezigheid van algemene vogelsoorten moeten de werkzaamheden buiten het vogelbroedseizoen worden uitgevoerd.

Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3.3.12 Verkeer en parkeren Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse.

Toetsing Verkeer Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van twee landgoederen met ieder drie woningen. Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen per woning is uitgegaan van de

bestemmingsplan "Buitengebied, locatie Kleine Beer en Grote Beer Westendorp" (vastgesteld)

31

CROW-publicatie uit 2018 'Toekomstbestendig parkeren'. Uitgaande van 'koop, huis, vrijstaand' van de verstedelijkingsgraad 'niet stedelijk' en het gebiedstype 'buitengebied' is het aantal verkeersbewegingen per woning maximaal 8,6 per dag. Dit betekent dat met de realisatie van voorliggend project (6 x 8,6 =) maximaal 51,6 verkeersbewegingen per dag extra tot stand komen. Het plangebied is in de huidige situatie onbebouwd. Volgens het vigerende wijzigingsplan zijn zes wooneenheden reeds toegestaan. De realisatie van zes woningen zal naar verwachting leiden tot een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen in de omgeving van het plangebied. Zoals besproken is in paragraaf 2.2 wordt de toegang tot het wooncluster op de Grote Beer gerealiseerd door een oprit die ontsloten wordt op de Kersendijk. Het wooncluster op de Kleine Beer wordt via een bomenlaan ontsloten op de Toldijk. Deze ontsluitingswegen hebben voldoende capaciteit om het aantal verkeersbewegingen te kunnen verwerken.

Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de kengetallen van het Gemeentelijke Verkeer- en Vervoerplan 2012 - 2020 (GVVP) van de gemeente Oude IJsselstreek. De GVVP heeft geen categorie voor 'Buitengebied'. Daarom is bij de berekening van de parkeerbehoefte uitgegaan van zes woningen in de categorie 'Woning duur' in 'Rest bebouwde kom'. De parkeerbehoefte bedraagt minimaal 2 parkeerplaatsen per woning. De totale parkeerbehoefte komt daarmee op 12 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte zal op eigen terrein naast de woningen worden opgelost. Hiervoor is voldoende ruimte aanwezig. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3.3.13 Economische uitvoerbaarheid Voorliggend bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk, dat is benoemd in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betekent dat tegelijkertijd met dit bestemmingsplan een exploitatieplan moet worden vastgesteld, waarmee de gemeente de door haar te maken kosten kan verhalen op de initiatiefnemer. Een exploitatieplan hoeft niet vastgesteld te worden indien verhaal van kosten anderszins is verzekerd, en tevens locatie-eisen niet nodig zijn of anderszins zijn verzekerd.

De gemeente neemt niet deel aan de ontwikkeling van het plan. De gemeente verzorgt de planologische kaders na toetsing van de planontwikkeling. De ambtelijke kosten voor de realisatie van het plan zijn voor de gemeente anderszins verzekerd via de legesverordening en een anterieure overeenkomst. In deze anterieure overeenkomst wordt tevens vastgelegd dat mogelijke planschade voor rekening van de initiatiefnemer is. Het vaststellen van een exploitatieplan is hiermee niet noodzakelijk. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond.

32 bestemmingsplan "Buitengebied, locatie Kleine Beer en Grote Beer Westendorp" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4

Juridische planaspecten

4.1

Algemeen

4.1.1

Wat is een bestemmingsplan

Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden' (omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.

Andere ruimtelijke wetten en regels zoals de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid. 4.1.2

Bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden

Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijhorende regel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: Via een dubbelbestemming Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 4.1.3

Hoofdstukindeling van de regels

De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken:

bestemmingsplan "Buitengebied, locatie Kleine Beer en Grote Beer Westendorp" (vastgesteld)

33

1. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (Artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (Artikel 2). 2. Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.

Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. 4. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

4.2

Dit bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 4.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan

In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Natuur' en 'Wonen' opgenomen.

Natuur Het grootste deel van het plangebied is bestemd als 'Natuur'. Deze gronden zijn bestemd voor bos- en natuurgebieden, behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden, voet- en fietspaden, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer,

34 bestemmingsplan "Buitengebied, locatie Kleine Beer en Grote Beer Westendorp" (vastgesteld)

ontsluitingswegen voor aangrenzende woonpercelen, extensief (dag)recreatief medegebruik. Daarnaast zijn de bij de bestemming behorende behorende bouwwerken, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen.

Gebouwen mogen niet worden gebouwd binnen deze bestemming. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn, onder voorwaarden, wel toegestaan. In de bestemming is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen om de landschappelijke en natuurwaarden binnen de bestemming te beschermen. Dit betekent dat voor sommige werkzaamheden een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Er is een uitzondering opgenomen voor de werkzaamheden die betrekking hebben op de uitvoering en het beheer van het inrichtings-, beplantingsen beheerplan.

Wonen De nieuw te realiseren woningen en de bijbehorende erven zijn bestemd als 'Wonen'. Per wooncluster is één bestemmingsvlak opgenomen. Per bestemmingsvlak zijn drie bouwvlakken aangeduid. Binnen elk bouwvlak is maximaal één vrijstaande woning toegestaan. Naast het gebruik van de woning zijn de gronden bestemd voor een aan huis verbonden beroep (onder voorwaarden), een bed en breakfast in een woning, het hobbymatig agrarisch gebruik van gronden en opstallen en het recreatief bewonen van de woning. Daarnaast zijn de bij de bestemming behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, parkeer- en groenvoorzieningen toegestaan.

Naast deze functies zijn ook kleinschalige windturbines en zonnepanelen voor de opwekking van duurzame energie op gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan, uitsluitend binnen een bouwvlak ten behoeve van de eigen energievoorziening.

In de regels van de bestemming is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van het toestaan van een bedrijf aan huis. Voor de afwijking gelden aanvullende voorwaarden voordat deze kan worden verleend.

In de bouwregels is geregeld dat per bestemmingsvlak (oftewel per wooncluster) de gezamenlijke inhoud van de drie woningen niet groter mag zijn dan 2.500 m3. De toegestane goot- en bouwhoogte van de woningen bedraagt respectievelijk 4 m en 9 m.

Bijbehorende bouwwerken (bijvoorbeeld bijgebouwen), overkappingen en overige bouwwerken (bouwwerken, geen gebouw zijnde) zijn, onder voorwaarden, ook toegestaan. De maatvoeringseisen van deze bouwwerken zijn opgenomen in de bouwregels. 4.2.2

Algemene regels

Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone De gronden met de bestemming 'Natuur' zijn aangeduid als 'overige zone - gelders natuurnetwerk'. De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn aangeduid als 'overige zone - groene ontwikkelingszone'. De gronden ter plaatse van deze aanduiding zijn, naast de daar voorkomende bestemmingen (Wonen en Natuur), mede bestemd voor de bescherming en ontwikkeling van landschappelijke en ecologische waarden.

Overige bepalingen

bestemmingsplan "Buitengebied, locatie Kleine Beer en Grote Beer Westendorp" (vastgesteld)

35

Naast de bestemmingen en de genoemde algemene aanduidingsregels bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht.

36 bestemmingsplan "Buitengebied, locatie Kleine Beer en Grote Beer Westendorp" (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

Procedure

Vooroverleg

In het kader van het vooroverleg is het ontwerpbestemmingsplan naar de verschillende overlegpartners gestuurd. Voor Provincie Gelderland en waterschap Rijn en IJssel gaf het bestemmingsplan aanleiding tot het maken van opmerkingen.

Reactie Provincie Gelderland De provincie gaf het volgende aan: 1. Het landschappelijke inrichtingsplan is niet concreet genoeg. Dit moet nader worden uitgewerkt in een concreet inrichtingsplan waarop duidelijk is waar/hoeveel/welke soorten planten/natuur/landschapskenmerken komen. Dit wordt als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan opgenomen, zodat de uitvoering daarvan ook gewaarborgd is. 2. Het model DAS wordt nu wel vermeld, maar komt onvoldoende tot uiting. Met name de noord-zuid verbinding tussen de omliggende stukken natuur moet beter in het landschappelijke inrichtingsplan worden verwerkt. 3. De bestemming 'Natuur' moet worden aangeduid als GNN in plaats van GO. Naar aanleiding van de bestemmingsplan:

opmerkingen

zijn

de

volgende

wijzigingen

doorgevoerd

aan

het

1. Het landschappelijk inrichtingsplan (Bijlage 1 bij de regels) is aangepast waarbij de opmerkingen van de provincie zijn verwerkt. In de regels is daarnaast artikel 4.3.3 opgenomen om de uitvoering en instandhouding van de landschappelijke en ecologische inrichting te waarborgen. 2. Het landschappelijke inrichtingsplan (Bijlage 1 bij de regels) is aangepast naar aanleiding van de opmerking van de provincie. 3. De gronden met de bestemming 'Natuur' zijn tevens aangeduid met de aanduiding 'overige zone gelders natuurnetwerk'. In de regels (artikel 8.1) is daarbij een beschermende regeling opgenomen. Reactie Waterschap Rijn en IJssel In een reactie heeft het waterschap aangeven graag de uitgangspunten voor de compensatie voor de toename van verharding terug te willen zien in het bestemmingsplan en op welke wijze de compensatie plaatsvindt. Naar aanleiding van deze reactie is paragraaf 3.3.9 aangevuld.

5.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 17 juni 2021 tot en met 29 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad. Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan zijn binnen de daarvoor gestelde termijn negen zienswijzen naar voren gebracht.

De zienswijzen zijn beantwoord door de gemeente en de nota hiervan is als bijlage bij dit plan opgenomen (Bijlage 6). Voor elke reactie afzonderlijk is aangegeven in hoeverre de zienswijze gegrond of ongegrond zijn en, indien gegrond, welke aanpassing dit voor het bestemmingsplan tot gevolg heeft. Daarnaast zijn enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. De ambtshalve wijzigingen zijn eveneens in de nota van zienswijzen opgenomen.

bestemmingsplan "Buitengebied, locatie Kleine Beer en Grote Beer Westendorp" (vastgesteld)

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4430/documents/24069