CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP Grotestraat 2a Gendringen.pdf

Raadsvergadering 25 januari 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 2: Bestemmingsplan Grotestraat 2a Gendringen13.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.

Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. Het bevoegd gezag wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan door het treffen van veiligheidsmaatregelen. Daarnaast wordt verzocht om rekening te bestemmingsplan "Grotestraat 2a Gendringen" (vastgesteld)

23

houden met een effectafstand van 160 meter tot zeer kwetsbare objecten. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk.

Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.

Toetsing Ten behoeve van de toetsing is de risicokaart geraadpleegd, waarvan een fragment in onderstaande afbeelding is weergegeven. Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van drie woningen binnen bestaand stedelijk gebied. Met de ontwikkeling is sprake van nieuwe kwetsbare objecten. Het plangebied is met een zwarte stippellijn omkaderd.

Uitsnede risicokaart Nederland

Op circa 1 kilometer van het plangebied bevindt zich een LPG-station. Het LPG-station bestaat uit een LPG-afleverinstallatie, een vulpunt en een reservoir. De afstand van het PR10-6-contour bedraagt 15 meter voor de LPG afleverinstallatie, 25 meter voor het vulpunt en 25 meter voor het reservoir. Het plangebied bevindt zich ruim buiten de PR10-6-contour, op circa 1.000 meter van het dichtstbijzijnde PR10-6-contour. De nieuw te bouwen woningen zullen worden aangemerkt als kwetsbaar object. Voor deze objecten geldt dat deze minimaal 60 meter van het LPG-station moeten staan, mits er geen veiligheidsmaatregelen zijn genomen. De nieuw te bouwen woningen zal op circa 640 meter van het LPG-station gesitueerd worden. De nieuw te bouwen woningen bevinden zich ruim buiten 60 meter van

24

bestemmingsplan "Grotestraat 2a Gendringen" (vastgesteld)

het LPG-station. Tot slot wordt opgemerkt dat met de uitvoering van het initiatief geen risicovolle activiteiten mogelijk gemaakt.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.7

Bedrijven en milieuzonering

Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, gevoelige functies of milieuhinderveroorzakende functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu binnen en buiten het plangebied mogelijk is. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van nieuwe gevoelige functies. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de aanbevolen richtafstanden met één stap worden verminderd.

De afstand wordt gemeten vanaf de grens van de locatie van de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies.

Toetsing Het besluitgebied en haar omgeving maakt gezien de aanwezige functies deel uit van een 'gemengd gebied'.

Hinderveroorzakende functies in het plangebied In het plangebied worden geen functies gerealiseerd die milieuhinder veroorzaken. De woningen kunnen worden aangeduid als milieuhindergevoelig.

Hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied Het plangebied ligt aan de rand van het centrum van Gendringen. Het plangebied ligt daarom ook in een omgeving dat zich kenmerkt door verschillende stedelijke functies, zoals wonen en centrumvoorzieningen. Aan de Grotestraat bevinden zich diverse winkels en andere centrumvoorzieningen. Tegen het plangebied aan ligt de antiekwinkel 'Oldheid Antiek'. Op basis van de VNG brochure 'Bedrijven- en milieuzonering' gelden voor de genoemde functies een zoneringsafstand van 10 meter. Gezien de ligging binnen gemengd gebied kan de afstandsnorm met één trede verlaagd worden naar 0 meter. De omliggende functies vormen daarmee geen belemmering voor de realisatie van de woningen. De toekomstige woningen zijn qua functie passend in de omgeving.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen aanwezig

bestemmingsplan "Grotestraat 2a Gendringen" (vastgesteld)

25

zijn voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

4.8

Water

Beleid Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel staat beschreven wat de doelen zijn voor de komende zes jaar in de Achterhoek en Liemers en hoe het waterschap deze wil halen. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda. Voor het waterbeheerprogramma zijn de werkzaamheden van het waterschap weergegeven in vier thema's.

Klimaatrobuust gebied De ambitie is om richting 2050 wendbaar invulling te geven aan het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem. Dit wordt gedaan in combinatie met aanpassingen in gebruik en inrichting van de omgeving, zodat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer.

Veilig gebied De bescherming tegen hoog water is een randvoorwaarde om veilig te kunnen wonen en werken in ons gebied. Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Dat wordt gedaan door dagelijks beheer van de keringen en door continu inzicht in de keringen. Het beheer wordt op een duurzame wijze uitgevoerd en er wordt gewerkt aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. De ambitie is dat de keringen van het waterschap in 2050 voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar ingespeeld wordt op ontwikkelingen.

Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil bij het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil zij in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd.

Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.

Toetsing In de huidige situatie staat er een schuur op het perceel van circa 400 m2. Deze schuur wordt gesloopt en er zullen drie woningen worden gerealiseerd. Het verharde oppervlak van de woningen bedraagt circa 370 m2. Daarnaast zullen er een zestal parkeerplaatsen en een oprit worden aangelegd. In totaal zal totale verharding in het plangebied in de nieuwe situatie circa 400 m2 zijn.

26

bestemmingsplan "Grotestraat 2a Gendringen" (vastgesteld)

De verharding binnen het plangebied neemt dus niet (of nauwelijks) toe in de nieuwe situatie. Wel ontstaat er nu de mogelijkheid om het hemelwater af te koppelen en dit te infiltreren binnen het plangebied. In een later stadium zal worden bekeken op welke manier het hemelwater zal infiltreren binnen het plangebied. Er wordt dan in ieder geval rekening gehouden met de bergingseis van 20 mm. Dit betekent dat er in totaal een voorziening voor de waterberging van 8 m3 noodzakelijk zal zijn. Daarnaast loopt er langs het plangebied een persleiding. De persleiding ligt buiten het plangebied en de ontwikkeling zal geen invloed hebben op de persleiding. Onderstaande afbeelding geeft de locatie weer van de persleiding ten opzichte van het plangebied.

Locatie persleiding ten opzichte van plangebied

Watertoets Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel. Voor het doorlopen van de watertoets gebruikt dit waterschap de website www.dewatertoets.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het initiatief relevant zijn. Voor dit initiatief is op 20 mei 2022 de digitale watertoets doorlopen. Deze is als Bijlage 6 bijgevoegd. Ten aanzien van wateradvies geldt er voor het initiatief een normale procedure. De verharding in het nieuwe plan blijft gelijk aan de huidige hoeveelheid verharding. In de huidige situatie wordt het hemelwater op het riool geloosd. In de toekomstige situatie zal al het hemelwater geïnfiltreerd dienen te worden binnen het plangebied.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen initiatief.

4.9

Archeologie en cultuurhistorie

Algemeen

bestemmingsplan "Grotestraat 2a Gendringen" (vastgesteld)

27

Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten.

Toetsing Archeologie Het plangebied ligt, volgens de archeologische waardenkaart van de gemeente van de Oude IJsselstreek in het gebied 'Dorpskern 1850'. Een archeologisch onderzoek in dergelijk gebied is nodig op het moment dat de bodemingrepen groter zijn dan 100 m2 en dieper rijken dan 30 cm. Archeologisch onderzoek is daarom noodzakelijk. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de archeologische waardenkaart, waarop het plangebied globaal met een rode cirkel is aangegeven.

Archeologische waardenkaart

Door Hamaland Advies is in april 2023 een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 7. Hieronder worden de conclusies van dit onderzoek kort behandeld. In 2008 heeft RAAP binnen het plangebied al eerder een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het deel van het plangebied dat buiten het huidige nieuwe bouwvlak gelegen is. Tijdens dit booronderzoek is gebleken dat het aangetroffen plaggendek grotendeels verstoord is en aangevuld is met recentere ophogingspakketten. Dit verrommelde pakket heeft een minimale diepte van 0,8 m-mv en een maximale diepte van 1,8 m-mv. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Binnen het plangebied staat al vanaf 1875 bebouwing, maar deze bebouwing is pas in 1955 op historische kaarten zichtbaar. Uit bouwtekeningen, die aangeleverd zijn door de opdrachtgever, is

28

bestemmingsplan "Grotestraat 2a Gendringen" (vastgesteld)

gebleken dat fundering van een schuur en een opslagruimte tot ca. 80 cm-mv zijn aangelegd. De bodem zal ter plaatse van de schuur en de opslagruimte tot minimaal 80 cm-mv verstoord zijn. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat onder de 30 à 60 cm dikke (sub)recente ophooglaag sprake is van een 130 tot 160 cm dik (gefaseerd) stadsophogingspakket. In de stadsophogingspakket en de daaronder liggende fosfaatrijke oeverafzettingen zijn fragmenten baksteen en houtskool aangetroffen. Het fosfaat in de oeverafzettingen kan afkomstig zijn van mest of botresten en is daarom eveneens een mogelijke aanwijzing voor de aanwezigheid van archeologische resten. In de stadsophoging en de oeverafzettingen is derhalve sprake van intacte archeologische niveaus waarin resten van bewoning uit de periode Middeleeuwen – Nieuwe Tijd te verwachten zijn. Daarnaast is er op een diepte van 240 cm-mv een bakstenen fundering aangetroffen. Dit duidt erop dat er in de ondergrond onder de stadsophoging sprake is van eerdere bebouwing die vermoedelijk in de Late Middeleeuwen te dateren is.

Selectieadvies Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat in het plangebied archeologische niveaus aanwezig zijn (stadsophoging, stenen bebouwing en oeverafzettingen) waarin resten uit de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd verwacht worden. Hamaland Advies adviseert daarom geen bodemingrepen dieper dan 50 cm-mv uit te voeren, zodat eventuele archeologische resten in situ bewaard kunnen worden. Indien toch diepere bodemingrepen voorzien zijn, wordt geadviseerd om de sloop van de fundering van de bestaande schuur archeologisch te begeleiden en ter plaatse van de nieuwe bouwput een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren.

Selectiebesluit Het conceptrapport is op 20-04-2023 namens gemeente Oude IJsselstreek getoetst door de Regioarcheoloog van de ODA. Behoudens enkele opmerkingen, die verwerkt zijn in de rapportage, gaat de Regioarcheoloog akkoord met het rapport maar niet met het selectieadvies. "De bodem bestaat tot een diepte van ongeveer 120 – 150 -mv uit recentelijk verstoorde/ opgebrachte lagen. De oeverafzettingen en de mogelijk aangetroffen fundering (240 cm -mv) zitten zo diep dat deze niet verstoord zullen worden door de geplande sloop en nieuwbouw. Zolang niet dieper dan 110 cm -mv in de bodem gegraven wordt, is archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk."

Cultuurhistorie De gemeente Oude IJsselstreek heeft een 'Cultuurhistorische waardenkaart' vastgesteld. Op deze kaart wordt geen melding gemaakt van cultuurhistorische objecten, elementen, structuren of andere cultuurhistorisch relevante zaken in het plangebied. Wel ligt het plangebied binnen de 'historische kern tot 1850'. Daarnaast ligt het plangebied tegen een monumentaal pand aan. Hiermee is bij het ontwerp van de nieuwe woningen rekening mee gehouden (zie paragraaf 2.3). Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart.

bestemmingsplan "Grotestraat 2a Gendringen" (vastgesteld)

29

Cultuurhistorische waardenkaart

Conclusie Het aspect cultuurhistorie en archeologie vormt, indien er niet dieper dan 110 cm -mv in de bodem gegraven wordt, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.10

Ecologie

Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming, in beeld worden gebracht of er sprake is van invloeden op natuurwaarden en beschermde soorten.

Toetsing Quickscan natuurtoets Door Van der Molen Groenconsult in augustus 2022 een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 8.

Gebiedsbescherming Ruimtelijke ingrepen in of nabij Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten zijn niet toegestaan wanneer deze significante negatieve effecten op de kernkwaliteiten veroorzaken. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied bevindt zich op circa 3,0 km en betreft het Duitse Natura 2000-gebied 'Hetter-Millinger Bruch'. Verder liggen er nog verschillende Natura 2000-gebieden binnen 10 km van het plangebied. Gelet op de ligging van het plangebied en de

30

bestemmingsplan "Grotestraat 2a Gendringen" (vastgesteld)

omvang van de ontwikkeling, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand worden uitgesloten. Op de mogelijk negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie wordt later in deze paragraaf ingegaan. Het projectgebied ligt op circa 650 m afstand van gebieden die behoren tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en op 340 m afstand van gebieden die behoren tot de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten van het GNN en de GO werkzaamheden niet aangetast.

Soortenbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het plangebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaamheden.

Steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel In de schuren zijn openingen met losgeraakt isolatiemateriaal aangetroffen. Dat zou door een steenmarter kunnen zijn veroorzaakt. Beide schuren bieden mogelijkheden voor verblijfplaatsen van steenmarter. Of dat op dit moment ook werkelijk het geval is, valt niet met zekerheid te zeggen. Daarvoor is nader onderzoek met enkele cameravallen/wildcamera’s noodzakelijk. Tijdens het veldonderzoek zijn geen sporen waargenomen die duiden op aanwezigheid van bunzing, hermelijn of wezel.

Nader onderzoek Door Van der Molen Groenconsult is in mei 2023 een nader onderzoek ecologie naar de steenmarter uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 9. Tijdens het steenmarteronderzoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van steenmarter of sporen van recent gebruik door steenmarter van beide schuren aangetroffen. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatieve effecten voor steenmarter tot gevolg. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.

Effectbeoordeling stikstofdepositie Gezien het type werkzaamheden en de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat een aantal Natura 2000-gebied op minder dan 10 km afstand van het plangebied liggen, vindt er mogelijk stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitattypen van dit Natura 2000-gebied. Er is dus op voorhand niet uit te sluiten of er sprake is van een significante toename van stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000-gebied. De uitvoering van een stikstofdepositieonderzoek is daarom noodzakelijk en moet middels AERIUS-berekening uitgevoerd worden. Door Buro Ontwerp & Omgeving is een AERIUS-berekening uitgevoerd, dat is bijgevoegd als Bijlage 10. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar plaatsvindt in de realisatiefase. Tevens blijkt uit de AERIUS-berekening dat er geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar plaatsvindt in de gebruiksfase.

Met betrekking tot stikstofdepositie kan worden opgemerkt dat er geen significante effecten zijn op Natura 2000-gebieden en dat er geen passende beoordeling nodig is.

Conclusie

bestemmingsplan "Grotestraat 2a Gendringen" (vastgesteld)

31

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.11

Verkeer en parkeren

Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse.

Toetsing Verkeer De realisatie van de drie woningen in het plangebied zorgt voor een verkeersaantrekkende werking. Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen per woning is uitgegaan van de CROW-publicatie uit 2018 'Toekomstbestendig parkeren'. Uitgaande van 3 keer 'Koop, huis, tussen/hoek', met de verstedelijkingsgraad 'Weinig stedelijk' en het gebiedstype 'Schil centrum' is het aantal verkeersbewegingen respectievelijk 7,3 per woning per dag. Dit betekent dat met de realisatie van de ontwikkeling in totaal 21,9 verkeersbewegingen per dag tot stand komen. De woningen worden ontsloten op de uitloper van de Ulftseweg. De Ulftseweg is een van de doorgaande routes rondom Gendringen. Deze weg heeft voldoende capaciteit om de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen op te vangen.

Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de kengetallen van het Gemeentelijke Verkeer- en Vervoerplan 2012 - 2020 (GVVP) van de gemeente Oude IJsselstreek. Bij de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van drie woningen in de categorie 'Woning middensegment' in 'Centrum en schil'. Hiervoor wordt een parkeernorm van minimaal 1,8 per woning gehanteerd. In totaal zijn er afgerond 6 parkeerplaatsen nodig in het plangebied. Binnen het plangebied zal parkeren informeel op het erf plaatsvinden. Er is ruimte voor minimaal zes auto's op het terrein. Hiermee voldoet de ontwikkeling aan de parkeernorm uit het GVVP.

Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.12

Kabels en leidingen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante kabels en leidingen.

Toetsing In het plangebied zijn geen kabels en leidingen gelegen, die een juridisch- planologische bescherming genieten. Om de overige kabels en leidingen in het besluitgebied te inventariseren wordt voor de werkzaamheden een zogenaamde KLIC-melding verricht. Aan de hand van deze KLIC -melding wordt met de betreffende kabels- en leidingenbeheerders afspraken gemaakt voor eventuele aanpassingen mocht dat nodig blijken.

Conclusie

32

bestemmingsplan "Grotestraat 2a Gendringen" (vastgesteld)

Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.13

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan dan wel ruimtelijke onderbouwing onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een project kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij het eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. Bij het tweede gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen.

Economische uitvoerbaarheid Voorliggend plan is een particulier initiatief. Door middel van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer is vastgelegd dat de gemeentelijke kosten, die verband houden met de ruimtelijke procedure en mogelijke planschade, op de initiatiefnemer worden verhaald. In de anterieure overeenkomst zijn tevens afspraken over het beoogde woningbouwprogramma gemaakt. Gelet op het voorgaande is het vaststellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. De economische uitvoerbaarheid is hiermee niet in het geding.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Algemeen Ten behoeve van de maatschappelijke uitvoerbaarheid is er een informatieavonden gehouden met omwonenden van het perceel aan de Grotestraat 2a. Van de informatieavond is een verslag gemaakt, welke is bijgevoegd als Bijlage 11. Hierbij is aangegeven door de omwonenden dat er geen bezwaren zijn tegen het plan. Gezien de positieve reacties van de aanwezigen geeft de informatieavond geen aanleiding tot wijzigingen in het bouwplan en het plannen van een tweede informatieavond is dan ook niet nodig.

Vooroverleg Conform artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening plegen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg met diverse instanties, zoals het waterschap.

Voorbereidingsprocedure Overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb zal het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage liggen. Tijdens deze periode heeft eenieder de mogelijkheid om zienswijzen op het plan in te dienen.

bestemmingsplan "Grotestraat 2a Gendringen" (vastgesteld)

33

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planaspecten

Plansystematiek

De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Daarom stelt onder andere de Wro eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

5.2

Opbouw regels

De regels zijn onderverdeeld in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangsen slotregels. De inleidende regels vormen Hoofdstuk 1 en bevatten de begrippen en de wijze van meten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. Hierin zijn de regels bij de in het plan voorkomende bestemmingen opgenomen. Onder algemene regels, Hoofdstuk 3, zijn regels opgenomen die niet beperkt zijn tot een specifieke bestemming, maar gelden voor het gehele plangebied, zoals de anti-dubbeltelregel en algemene afwijkingsregels. Tot slot zijn in Hoofdstuk 4 de overgangsregels en de slotregel opgenomen.

5.3

Verbeelding

In deze paragraaf worden de op de verbeelding voorkomende bestemmingen benoemd en wordt kort toegelicht wat hiervoor in de regels vastgelegd is.

'Tuin' (Artikel 3) De gronden tussen de woningen en de Ulftseweg zijn bestemd als 'Tuin'. Dit is het gezamenlijke erf horende bij de woningen. Deze gronden zijn bestemd voor tuinen, erven, parkeerplaatsen, wegen en paden, erkers en erfafscheidingen. Bouwwerken mogen niet worden gebouwd binnen deze bestemming.

'Wonen' (Artikel 4) De gronden waar de nieuwe woning gesitueerd zullen worden, worden bestemd als 'Wonen'. Dit geldt tevens voor de gronden achter de voorgevelrooilijn van de woningen. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, aan huis verbonden beroepsactiviteiten, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven, water en voorzieningen voor de waterhuishouding en nutsvoorzieningen. Van de gebouwen binnen deze bestemming mag 30% van de vloeroppervlakte tot een maximum van 50 m2 gebruikt worden voor een aan huis gebonden beroep. Hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. Binnen de bestemming is één bouwvlak opgenomen. Binnen de bestemming moeten ter plaatste van de aanduiding 'aaneengebouwd' woningen aaneen worden gebouwd. Daarnaast mogen er bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erf- of perceelafscheidingen worden gebouwd. Op de verbeelding is de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte opgenomen. Bijbehorende bouwwerken (bijvoorbeeld bijgebouwen) en overige bouwwerken (bouwwerken, geen gebouw zijnde) zijn, onder voorwaarden, ook toegestaan. De maatvoeringseisen van deze bouwwerken zijn opgenomen in de bouwregels. In de regels van de bestemming is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van het toestaan van een bedrijf aan huis.

Voor de afwijking gelden aanvullende voorwaarden voordat deze kan worden verleend. 34

bestemmingsplan "Grotestraat 2a Gendringen" (vastgesteld)

Overige regels Naast de bestemmingen en de genoemde algemene aanduidingsregel bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht.

bestemmingsplan "Grotestraat 2a Gendringen" (vastgesteld)

35

Hoofdstuk 6

Procedure

Het bestemmingsplan Grotestraat 2a Gendringen heeft vanaf 26 oktober 2023 tot en met 6 december 2023 voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad van de gemeente Oude IJsselstreek. Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht.

36

bestemmingsplan "Grotestraat 2a Gendringen" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4693/documents/28386