Toelichting BP Den Dam 15 Breedenbroek.pdf
Tekst van het document
De bomen worden geplant in ruim plantgat en ondersteund door twee boompalen en boomband. Er worden als laanboom gekweekte bomen gebruikt. Het aanplanten van een boom kan plaats vinden tussen half november en half maart, mits het niet vriest. Voor de aanplant wordt vaak gekozen voor een laanboom met een minimale omtrek van 10-12 cm. De totale oppervlakte beplanting bedraagt 100 m2.
Toelichting bestemmingsplan Buitengebied, Den Dam 15 Breedenbroek
22
3.8 Verkeer en parkeren Verkeer Voorliggend initiatief heeft betrekking op het uitbreiden van een bestaand loonbedrijf. Het bedrijf is en blijft ontsloten op de Den Dam via de bestaande in-/uitrit. De ontwikkeling brengt geen toename van het aantal verkeersbewegingen met zich mee. Er kunnen in de beoogde situatie meer werktuigen binnen worden gestald, maar de werkzaamheden als zodanig worden niet uitgebreid. De bestaande ontsluitingswegen in de omgeving van het plangebied (N317, Molenweg, Lage Heurnseweg) hebben voldoende capaciteit om het verkeer van en naar het bedrijf te kunnen verwerken. Tijdens de realisatiefase zijn er meer verkeersbewegingen te verwachten vanwege het aan- en afvoeren van bouwmaterialen. Dit betreft echter een tijdelijke situatie, die niet tot zodanige verkeersexcessen leidt dat hierdoor een belemmering ontstaat voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Parkeren Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in de parkeerbehoefte. Die parkeerbehoefte verandert niet als gevolg van de uitvoering van dit bestemmingsplan. 3.9 Milieueffectrapportage Een milieueffectrapportage (m.e.r.) onderzoekt de milieugevolgen van een plan of project en de (milieuvriendelijkere) alternatieven. Een m.e.r. is verplicht bij grote ruimtelijke ingrepen, zoals de bouw van industriële complexen en aanleg van auto(snel)wegen, maar een m.e.r.
is bijvoorbeeld ook verplicht voor de aanleg van een golfbaan en bij bepaalde uitbreidingen van agrarische bedrijven. Het milieueffectrapport (MER) is onderdeel van de m.e.r.-procedure. Of een plan of project m.e.r.-plichtig kan ten eerste volgen uit toetsing aan de onderdelen C en D uit de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Hierin activiteiten aangewezen waarvoor een m.e.r.- of m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Ten tweede kan de provinciale milieuverordening aanvullend op het Besluit milieueffectrapportage nog meer activiteiten aanwijzen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. De provincie Gelderland heeft geen gebruik gemaakt van deze bevoegdheid. Ten derde kan uit een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming een m.e.r.-plicht volgen. Dit geldt echter alleen voor plannen en dus niet voor projecten. Ook als de drempelwaarden in het Besluit milieueffectrapportage (duidelijk) niet worden gehaald dient aandacht uit te gaan naar de milieugevolgen van een plan of project. Die aandacht naar de milieugevolgen heet dan 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt of alsnog een MER nodig is. Dit bestemmingsplan maakt de uitbreiding van een agrarisch loonbedrijf mogelijk. Het gaat daarbij uitsluitend om een toename aan bebouwd oppervlak en wijziging van de perceelsgrenzen en nadrukkelijk niet om uitbreiding van het bouwvlak.
De voorgenomen ontwikkeling is niet opgenomen in de C- of D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. In deze plantoelichting zijn de kenmerken en de plaats van plan beschreven. Er is geen sprake van cumulatie van milieueffecten door projecten of plannen in de nabijheid van het plangebied. De uitbreiding van het bedrijf is goed onderzocht in het kader van de onderzoeken die deel uitmaken van de voorliggende plantoelichting onderbouwing. Resumerend zullen door uitvoering van dit plan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu optreden. Concluderend leidt het plan niet tot m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsplicht. Ook is geen vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig.
Toelichting bestemmingsplan Buitengebied, Den Dam 15 Breedenbroek
23
4 JURIDISCHE PLANOPZET 4.1 Algemeen Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de landelijke standaard (SVBP2012). Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht. 4.2 Inleidende regels
Begrippen (artikel 1) In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.
Wijze van meten (artikel 2) Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. 4.3 Bestemmingsregels
4.3.1 Opbouw bestemmingen
Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies.
Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding.
Nadere eisen bouwregels Bevat de bepaling dat het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen aan de situering en de afmetingen van bouwwerken in verband met specifieke omgevingsaspecten.
Toelichting bestemmingsplan Buitengebied, Den Dam 15 Breedenbroek
24
Afwijking van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien bepaalde bouwregels.
Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel wordt aangegeven onder welke voorwaarden specifieke vormen van gebruik zijn toegestaan. Ook is hierin de landschappelijke inpassing en erfinrichting geborgd.
Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming ‘Bedrijf’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ (onder bepaalde voorwaarden).
4.3.2 Bestemmingen Hieronder volgt in het kort een beschrijving van de gebruikte bestemmingen.
Agrarisch met waarden (artikel 3) Deze enkelbestemming is toegekend voor agrarisch gebruik, waarbij rekening moet worden gehouden met bepaalde landschappelijke waarden.
Bedrijf (artikel 4) Naast agrarische bedrijven zijn er ook niet-agrarische bedrijven in het buitengebied, zoals het agrarisch loonbedrijf waarvoor onderhavig bestemmingsplan is opgesteld. Dit bedrijf heeft de enkelbestemming 'Bedrijf' gekregen. Hierbij zijn zodanige maatwerkregels gesteld dat alleen het agrarisch loonbedrijf en geen andere typen bedrijvigheid zijn toegestaan. Mede toegestaan zijn een kantoor, buitenopslag, de twee aanwezige bedrijfswoningen, een aan huis verbonden beroep, kleinschalige windturbines en zonnepanelen.
Waarde - Archeologische verwachting 1 (artikel 5) In het bestemmingsplan worden archeologische waarden bestemd middels een dubbelbestemming. In een klein deel van het plangebied is sprake van de dubbelstemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’. De begrenzing en bijbehorende regels zijn overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’. 4.4 Algemene regels
Anti-dubbeltelbepaling (artikel 6) Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
Algemene bouwregels (artikel 7) Deze bepaling bevat algemene regels voor ondergrondse bouwwerken.
Algemene gebruiksregels (artikel 8) Deze bepaling bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan. In dit artikel is tevens een regeling voor parkeren opgenomen. Indien op grond van dit bestemmingsplan wordt gebouwd dan wel het gebruik wordt gewijzigd, dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
Toelichting bestemmingsplan Buitengebied, Den Dam 15 Breedenbroek
25
Algemene aanduidingsregels (artikel 9) Regels voor de op dit plangebied van toepassing zijnde aanduidingen ‘overige zone – houtwal’ en ‘overige zone – reliëf’, inclusief aanlegvergunningstelsel voor bepaalde werken of werkzaamheden.
Algemene afwijkingsregels (artikel 10) In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.
Algemene wijzigingsregels (artikel 11) In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarmee het bestemmingsplan op enkele onderdelen kan worden gewijzigd. Het gaat hierbij om geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen.
Overige regels (artikel 12) Bij strijdigheid van belangen gaat het belang van een dubbelbestemming voor het belang van een enkelbestemming. 4.5 Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht (artikel 13) Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet.
Slotregel (artikel 14) Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
Toelichting bestemmingsplan Buitengebied, Den Dam 15 Breedenbroek
26
5 UITVOERBAARHEID VAN HET PLAN In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van en toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid. 5.1 Economische uitvoerbaarheid Het plan wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met de realisatie zijn dan ook voor rekening van initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de procedure worden via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer doorberekend. Voor de gemeente zijn er geen andere kosten verbonden aan dit plan waardoor het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden.
Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft de buurt mondeling geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling van het bedrijf. Omwonenden hebben aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de plannen en daar zelfs positief tegenover te staan. Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijksen provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg vindt er afstemming plaats met de provincie Gelderland en het Waterschap Rijn en IJssel. De resultaten daarvan worden meegenomen in het vervolg van de procedure. Ontwerpfase Het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied, Den Dam 15 Breedenbroek” heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen (van 27 oktober 2022 tot en met 7 december 2022). De terinzagelegging is bekend gemaakt: - in het Gemeenteblad; - in de rubriek Gemeentenieuws van de Gelderse Post; - op de gemeentelijke website. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn geen zienswijzen ingediend.
Vaststellingsfase Na de termijn van terinzagelegging beslist de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat voor belanghebbenden beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien tijdens de beroepstermijn van 6 weken geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, treedt het plan direct na de beroepstermijn in werking.
Toelichting bestemmingsplan Buitengebied, Den Dam 15 Breedenbroek
27
6 CONCLUSIE Beoordeeld is in hoeverre het bestemmingsplan zich verhoudt tot de geldende wet- en regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu en andere relevante omgevingsaspecten. Aangezien de ontwikkeling passend is binnen het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid en er geen (milieuhygiënische) belemmeringen zijn, kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat daarom medewerking kan worden verleend aan de met dit bestemmingsplan beoogde ontwikkeling.
Toelichting bestemmingsplan Buitengebied, Den Dam 15 Breedenbroek
28
BIJLAGEN 1. Landschappelijk inpassingsplan d.d. 22-09-2022 2. Quickscan natuurwaarden d.d. 28-06-2022 3. Notitie kleine marterachtigen 4. Tekening bouwvlak bestaand en beoogd d.d. 24-08-2022 5. Milieutekening d.d. 27-10-2021 6. Stikstofonderzoek d.d. 28-06-2022 7. Verkennend bodemonderzoek d.d. 14-07-2022
Toelichting bestemmingsplan Buitengebied, Den Dam 15 Breedenbroek
29