CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 5 Quickscan en nader onderzoek Wet NB.pdf

Raadsvergadering 16 februari 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 7: Bestemmingsplan Buitengebied Oude IJsselstreek Keurhorsterweg 4 Sinderen6.861 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WET NATUURBESCHERMING

Keurhorsterweg 4 Sinderen, Gelderland

Quickscan Wet natuurbescherming Nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen en huismussen

COLOFON OPDRACHT

Quickscan Wet natuurbescherming en Nader onderzoek naar verblijfplaatsen huismussen en vleermuizen, Keurhorsterweg 4 Sinderen OPDRACHTGEVER

OPDRACHTNEMER

Heersink Beheer B.V. Stubbelderweg 2B 7051 GJ Varsseveld

LOO PLAN, voor bos, natuur en landschap Diepesteeg 4 6994 CD De Steeg tel.: 026 – 351 41 74 info@looplan.nl www.looplan.nl Ons kenmerk : 2020-100869-1805 Datum : 2 november 2020 Update nader onderzoek : 2 november 2021 Update indeling rapportage: 9 juni 2022

Contactpersoon

: Eric Heersink

Contactpersoon Medewerking van

: Marko Sinke : Robert Jan Stoffer Pim Engeltjes

© Loo Plan B.V. Dit rapport is vervaardigd op verzoek van en is eigendom van de opdrachtgever. Loo Plan is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade voortvloeiende uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Loo Plan. De opdrachtgever vrijwaart Loo Plan voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 1.3 2 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 4 4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3

BEVINDINGEN INLEIDING SCOPE QUICKSCAN DOEL VAN HET NADER ONDERZOEK LOCATIE METHODIEK QUICKSCAN GESCHIKTHEID MEDEWERKERS GEBIEDSBESCHERMING HOUTOPSTANDEN NADER ONDERZOEK NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN VOLLEDIGHEID INVENTARISATIE RESULTATEN RESULTATEN QUICKSCAN HUIDIGE SITUATIE EN BIOTOOP SOORTBESCHERMING GEBIEDSBESCHERMING HOUTOPSTANDEN OMGEVINGSCHECK RESULTATEN NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN HUISMUS ALGEMENE BROEDVOGELS UITGEBREIDE CONCLUSIE GEBIEDSBESCHERMING HOUTOPSTANDEN SOORTBESCHERMING VLEERMUIZEN HUISMUSSEN OVERIGE GROEPEN

5 6 6 7 8 8 8 9 9 10 10 12 13 14 14 14 15 16 16 17 17 17 19 20 22 22 22 23 23 23 23

ACHTERGRONDINFORMATIE

BIJLAGEN 1 2 3 4 5 6

ONDERZOEKSGEBIED ONDERZOEKSDATA VELDBEZOEKEN BOUWJAREN PROJECTWONINGEN E.O. ENERGIELABEL FOTO’S WETTELIJK KADER ALGEMEEN

26 27 28 29 30 33

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 in Sinderen

Bevindingen In hoofdstuk 4 is de uitgebreide conclusie van het nader onderzoek Wet natuurbescherming opgenomen. De onderstaande tabel bevat een beknopte samenvatting van de bevindingen en de te nemen vervolgacties. Tabel 1: Beknopte conclusie quickscan. Conclusie

Vervolgactie

Gebiedsbescherming

De voorgenomen werkzaamheden hebben, gezien de

Geen

(Natura 2000

afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied

Gelders Natuurnetwerk)

Bekendelle (circa 17 kilometer) en de aard van de werkzaamheden (sloop en nieuwbouw), geen negatief effect op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. Overige negatieve effecten door bijvoorbeeld licht, geluid of trillingen zijn ook uitgesloten.

Beschermde soorten

Negatieve effecten ten aanzien van vleermuizen zijn

Nader onderzoek

niet uit te sluiten bij de sloop van de schuur.

vleermuizen en huismuis, die is opgenomen in deze

Verblijfplaatsen van huismussen zijn niet uit te sluiten in

rapportage.

de voormalige ‘hooimijt’. Houtopstanden

Binnen het studiegebied wordt geen beplanting

Geen.

verwijderd die valt binnen de Wet natuurbescherming houtopstanden.

Tabel 2: Beknopte conclusie nader onderzoek. Beschermde

Conclusie

Vervolgactie

Bij fysieke controle van het gebouw zijn 3 nesten van de huismus

Ontheffing Wet natuurbescherming

aangetroffen.

aanvragen, tijdelijke en/of direct

soorten Huismus

permanente mitigatie realiseren. . Vleermuizen

Geen verblijfplaatsen aangetroffen in de te slopen bebouwing.

Geen ontheffing nodig.

Overig

Houd rekening dat andere dieren in het gebied aanwezig kunnen

Als bij in gebruik zijnde nesten/

zijn waarvoor de Zorgplicht van toepassing is.

verblijven gewerkt moet worden:

Bijzondere aandacht gaat uit naar algemene broedvogels, maar

Werken onder stringente

ook naar dieren die in het aanliggende groen hun verblijfplaats

voorwaarden (zie § 4.5).

hebben (merel, egels etc.). Geef invulling aan de Zorgplicht.

4

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

5

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

1

Inleiding

Heersink Beheer BV is voornemens een schuur, stal en hooimijt te slopen ter plaatse van de Keurhorsterweg 4 in Sinderen. Het voornemen is om in de nieuwe situatie een vrijstaande woning en een twee-ondereen-kapwoning te realiseren en landschappelijk in te richten met inheems bosplantsoen en houtsingels. Aanwezige bomen blijven behouden. Op 17 april 2020 is door Loo Plan een quickscan uitgevoerd. Hieruit bleek dat de schuur/garage mogelijk vaste verblijfplaatsen bevat van gebouwbewonende vleermuizen zoals de gewone en ruige dwergvleermuis en met een zeer geringe kans de laatvlieger. Door de bouwstijl van de schuur en de ligging van de projectlocatie (lees: ecologische potenties) is vervolgens nader onderzoek uitgevoerd naar deze soorten. Doordat de voorgenomen sloop van de hooimijt later bekend werd, is in september 2021 een fysieke controle (ladder) uitgevoerd. Omdat alle potentiële nestlocaties vanaf buiten of binnen goed waren te beoordelen, is gemotiveerd afgeweken van het Kennisdocument huismus voor het vaststellen van verblijfplaatsen. Het studiegebied ligt binnen het verspreidingsgebied van de steenmarter. Tijdens de quickscan zijn echter geen sporen, zoals uitwerpselen en/of prooiresten, aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie door de soort. Dergelijke sporen zijn bij aanwezigheid van de soort vrij gemakkelijk aan te treffen.

Een vaste verblijfplaats van de steenmarter is uitgesloten en nader onderzoek naar de soort is niet noodzakelijk. De voorgenomen werkzaamheden in het studiegebied worden getoetst aan de Wet natuurbescherming op gebiedsbescherming, soortbescherming (bijlage 6) en houtopstanden. Dit rapport presenteert de resultaten van het nader onderzoek waarin ook de resultaten van de quickscan zijn verwerkt. Deze rapportage is op 9 juni 2022 nog geüpdatet met een nieuwe indeling om de onderdelen van de quickscan en het nader onderzoek duidelijker te onderscheiden.

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

6

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

1.1

Scope Quickscan

De quickscan Wet natuurbescherming moet antwoord geven op de onderstaande vragen. ➢ Wat is de kans op aanwezigheid van beschermde flora en fauna? ➢ Welke vervolgstappen (nader onderzoek) moeten genomen worden om de aanwezigheid van de beschermde flora en fauna vast te stellen? ➢ Welke effecten heeft het initiatief op de (potentieel) aanwezige beschermde flora en fauna? ➢ Is een ontheffing op het soortbeschermingsdeel vanuit de Wet natuurbescherming noodzakelijk, of kunnen negatieve effecten ondervangen worden door het werken met goedgekeurde gedragscodes? ➢ Zijn er negatieve effecten in het kader van gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland (NNN)) te verwachten bij dit initiatief? ➢ Is de regelgeving Houtopstanden van de Wet natuurbescherming van toepassing?

1.2

Doel van het nader onderzoek

Het onderzoek kent de volgende doelstellingen: ➢ Vaststellen aanwezigheid in het gebied en functie van het gebied voor vleermuizen en huismussen. ➢ Effectbeoordeling van de voorgenomen werkzaamheden op vleermuizen en huismussen.

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 in Sinderen

1.3

Locatie Projectnaam

Sinderen

Naam opdrachtgever

Heersink Beheer B.V. Stubbelderweg 2B 7051 GJ Varsseveld

Adres

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

Activiteit

Sloop van gebouwen en nieuwbouw

Figuur 1 Ligging studiegebied in de regio en ten opzichte van beschermde natuurgebieden.

7

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

8

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

2

Methodiek

2.1

Quickscan

Omgang met artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming wordt tijdens een quickscan inzichtelijk gemaakt. Het gaat hierbij om: 1. Soorten van de Vogelrichtlijn. Artikel 3.1. 2. Soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn. Artikel 3.5. 3. Overige beschermde soorten. Artikel 3.10 De mogelijkheden voor beschermde soorten lopen per locatie en per aanwezig biotoop sterk uiteen. Specifieke kennis van de beschermde soorten en hun habitateisen is daarom essentieel. Tijdens een quickscan wordt de geschiktheid van een plangebied zowel vanuit de biotoop als vanuit de beschermde soort beoordeeld op basis van beschikbare literatuur en kaartmateriaal. Op basis van één veldbezoek heeft een senior ecoloog de (kans op) aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten onderzocht. Dit is gebeurd aan de hand van de terreingesteldheid, een brede ecologische kennis en bekende literatuurgegevens. Hierbij zijn de gebouwen aan de buitenzijde en aan de binnenzijde beoordeeld op hun geschiktheid. Het veldbezoek is uitgevoerd door Ing. C.A. Sinke (Senior projectleider ecologie met specifieke kennis op gebied van vleermuizen- en steenmarteronderzoek) op 17 april 2020.

De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is daarnaast geraadpleegd om een beeld te krijgen van de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in de directe omgeving van het plangebied (lit. 1).

2.1.1

Geschiktheid medewerkers

De personen die de inventarisaties uitgevoerd of verwerkt hebben, zijn door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door hen verrichte werkzaamheden1. Het onderzoek is uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van Loo Plan. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Loo Plan is ISO 9001:2015 gecertificeerd.

1 Het Ministerie van Economische Zaken verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, KON, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied) en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of –bescherming.

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 in Sinderen

2.1.2

Gebiedsbescherming

De bescherming van Natura 2000-gebieden valt onder de Wet natuurbescherming. Met betrekking tot de Natura 2000-gebieden zijn de wettelijke verplichtingen om te voldoen aan de instandhoudingsdoelstellingen voor habitats en soorten beschreven in de Natura 2000beheerplannen. De ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van de Natura 2000gebieden en het Natuurnetwerk Nederland is in figuur 1 weergegeven. Er wordt een inschatting gemaakt of de voorgenomen ingreep mogelijk een negatief effect kan hebben op de beschermde natuurwaarden. Mogelijke effecten van sloop- of renovatiewerkzaamheden zouden kunnen zitten in verstoring door licht, geluid, trillingen of zijn opties van aard. Daarnaast kan er sprake zijn van stikstofdepositie. Voor deze bepaling wordt de effectenindicator geraadpleegd (lit. 2). In of nabij de Natura 2000-gebieden wordt gekeken of er mogelijk effecten te verwachten zijn en dus de noodzaak voor een ‘voortoets’ bestaat. Voor de gronden in of nabij het Natuurnetwerk Nederland en de Groene ontwikkelingszone wordt beoordeeld of de voorgenomen werkzaamheden invloed hebben op de wezenlijke waarden en kenmerken. Voor plannen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland dient het ‘nee, tenzij …’-toetsingskader doorlopen te worden.

2.1.3

Houtopstanden

Aan de hand van de aanwezige beplanting en de voorgenomen werkzaamheden wordt bepaald en of er sprake is van houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming en of er getoetst moet worden of het onderzoeksgebied binnen de ‘bebouwde kom Boswet’ ligt.

9

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

10

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

2.2

Nader onderzoek

In deze paragraaf wordt de wijze van onderzoek beschreven. De tijdstippen en omstandigheden waaronder het onderzoek is uitgevoerd zijn voor alle soortgroepen in bijlage 2 opgenomen.

2.2.1

Nader onderzoek vleermuizen

Vleermuizen maken op diverse wijzen gebruik van het landschap. De volgende functies kunnen in bomen, gebouwen en aangrenzende groenstructuren aanwezig zijn: • • • • •

Zomerverblijfplaats Kraamverblijfplaats Paarverblijfplaats Winterverblijfplaats Foerageergebied

Om deze functies allemaal in beeld te kunnen brengen, moet in verschillende seizoenen onderzoek plaatsvinden. De minimale onderzoeksinspanning is vastgelegd in het Vleermuisprotocol 2017, opgesteld door de Gegevensautoriteit Natuur (GaN) in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en de Zoogdiervereniging (lit. 5). Het Vleermuisprotocol is opgesteld voor het onderzoeken van slechts één of enkele gebouwen. Echter, zolang er nog geen inventarisatieprotocol is ontwikkeld voor grotere gebieden, vormt het de richtlijn voor onderzoek in meerdere straten of zelfs op wijkniveau. Voor het in beeld brengen van de zomer- en kraamverblijfplaatsen is één deelgebied onderscheiden (bijlage Fout! Verwijzingsbron niet g evonden.) en zijn, conform het Vleermuisprotocol 2017, 3 onderzoeksronden uitgevoerd. Het terrein was vrij toegankelijk en de schuur kon goed vanaf het erf worden geïnventariseerd. Wanneer in het veld sterke aanwijzingen waren voor de aanwezigheid van een verblijfplaats (bijvoorbeeld het wegschieten van een vleermuis zeer kort na zonsondergang, maar zonder het dier daadwerkelijk zien uitvliegen), is dit genoteerd als een mogelijk verblijf. Zorgvuldigheidshalve worden deze in de verdere uitwerking beschouwd als verblijfplaatsen en zijn dezelfde zorgmaatregelen als bij zekere verblijfplaatsen van toepassing. AANTAL TUSSENDAGEN

Bij de inventarisaties in het studiegebied is altijd voldaan aan de minimale eisen ten aanzien van tussendagen.

NAJAARSONDERZOEK

Op basis van een analyse van Batloggerbestanden uit 2016 t/m 2018 met meer dan 25 deelgebieden met paarverblijven van ruige dwergvleermuizen blijken continue paarroepjes van de ruige dwergvleermuis pas optimaal 2 uur na zonsondergang te horen te zijn. Daarom wordt in het concept-Vleermuisprotocol 2020 later op de avond gestart in gebieden met de ruige dwergvleermuis. Anticiperend op het definitieve Vleermuisprotocol 2021 is voor de ruige dwergvleermuis één inventarisatie rond middernacht uitgevoerd.

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

11

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

Omdat baltsende vleermuizen een vrij groot territorium hebben, wordt bij één enkel deelgebied altijd ruim buiten het deelgebied onderzoek gedaan. De ervaring in de afgelopen jaren leert dat met een dergelijke onderzoeksinspanning na gemiddeld 2 uur alle functies goed in beeld zijn gebracht. Mocht na 2 uur onderzoek nog onduidelijkheid bestaan over de functies van het gebied, dan wordt de onderzoeksduur verlengd of een aanvullende ronde uitgevoerd. Bij het najaarsonderzoek kunnen de verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis exact worden vastgesteld; de dieren roepen vanaf een of meerdere vaste locaties. De gewone dwergvleermuis baltst vanuit de vlucht en wordt het baltsterritorium bepaald. Een in- of uitvliegend dier is een toevalstreffer. Omdat de paarverblijven zeer divers zijn, kiest Loo Plan ervoor om alle gebouwen binnen een baltsterritorium als potentiële verblijfplaats aan te merken, als de verblijfplaats zelf niet is aangetroffen. Conform het Vleermuisprotocol 2017 zijn 2 veldbezoeken uitgevoerd tijdens het najaarsonderzoek. WINTERONDERZOEK

Bij de voorbereiding van het Vleermuisprotocol 2017 is door Korsten, Bouman en Tuitert (lit. 19) een notitie opgesteld over (massa)winterverblijfplaatsen. Op basis van deze notitie wordt deze verblijfsfunctie verwacht bij steenachtige gebouwen met een groot volume en vaak afwijkend van de omgeving. Bijvoorbeeld een flat van 5 hoog in een gebied met laagbouwwoningen, maar ook een forse boerderij in het landelijk gebied. De gebouwen in het onderzoeksgebied voldoen hier niet aan. Als bij het najaarsonderzoek zwermende dieren worden aangetroffen, een indicatie voor de aanwezigheid van (massa)winterverblijfplaatsen, wordt nog een aanvullende onderzoeksronde voor specifiek (massa)winterverblijfplaatsen uitgevoerd.

APPARATUUR

Het onderzoek vindt plaats met behulp van batdetectors die de, voor mensen onhoorbare, sonargeluiden omzetten naar klanken en ritmes die te interpreteren zijn tot op soortniveau van de vleermuizen. De veldmedewerkers werken uitsluitend met het type batdetector ‘Batlogger M’; in het najaar aangevuld met de Elekon stereoscanner. Deze typen batdetectors worden in de hand meegenomen door het gebied. De stereoscanner heeft twee microfoons, waardoor je stereo kunt luisteren. Hierdoor is baltsterritoria snel en nauwkeurig in beeld te brengen en daarnaast is ook beter te bepalen waar de dieren vandaan komen en naartoe gaan. De Batlogger M is veel gevoeliger dan de vaak ingezette Pettersson D240X. Uit onderzoek (lit. 20) blijkt dat de Batlogger M op grotere afstand dan andere detectors signalen opvangt en een hogere gevoeligheid heeft. Daarnaast worden alle signalen over de volledige bandbreedte aan frequenties van de vleermuizen in Nederland gelijktijdig geregistreerd. Hiermee zijn dus gelijktijdig meerdere soorten waar te nemen die bij handmatig bediende batdetectors grote kans hebben gemist te worden.

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

12

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

Als laatste biedt het feit dat alle vleermuisgeluiden opgenomen en met GPS, tijdstip en temperatuur vastgelegd worden een betrouwbare en controleerbare dataset verkregen (hiermee wordt ruim voldaan aan de eisen uit het Vleermuisprotocol ten aanzien van ‘geluidsopnamen’). Alle waarnemingen worden met het softwareprogramma BatexplorerPro geanalyseerd, waardoor ook de zwakke signalen, die wellicht in het veld gemist zijn of waarvan de soort niet bepaald kon worden, in een latere fase kunnen worden geïnterpreteerd. Bij de analyse van de Batlogger A++ wordt speciaal gelet op sonar die kan wijzen op de aanwezigheid van verblijfplaatsen (social calls). Op basis van toonhoogte, vorm (shape) van het individuele roepje (call) en afstand tussen roepjes wordt de soort en zo mogelijk de functie bepaald. In tegenstelling tot de gangbare werkwijze kunnen de analyseresultaten worden vergeleken met de functies zoals die in het veld door de inventarisanten zijn bepaald. De gevolgde werkwijze biedt hiermee een stevige kwaliteitsborging. Naast vleermuisgeluiden worden ook andere geluiden opgenomen. Opnamen van natuurlijke ‘bijgeluiden’ betreft in de nazomer vaak de sabel- en struiksprinkhaan. Andere bijgeluiden die geregeld worden aangetroffen zijn: opladende auto’s, marterverschrikkers en inbraakalarmen.

Na het uitfilteren van de niet-vleermuisgeluiden worden per onderzoeksronde tussen de 30 (zeer rustig gebied) tot meer dan 400 opnamen met vleermuisgeluiden gemaakt.

2.2.2

Nader onderzoek huismussen

De nesten van de huismus zijn door middel van een visuele inspectie van zowel binnenuit als vanaf de buitenzijde van het gebouw in kaart gebracht. Hiervoor is gebruikgemaakt van een ladder, zaklantaarn en spiegeltje.

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

13

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

2.2.3

Volledigheid inventarisatie

De inventarisaties passen binnen de criteria van de uitwerking Vleermuisprotocol en de in de Kennisdocumenten opgenomen methoden. Door gebruik te maken van zowel een standalone batlogger als een vleermuisdetector waarmee werd rondgelopen, is altijd voldaan aan de eis minimaal 75% van het onderzoeksgebied te kunnen overzien of overhoren. In het Kennisdocument huismus is de wijze van inventarisatie beschreven. Door de beperkte omvang van het object en omdat bij de controle van buiten en binnenuit met een ladder alle potentieel geschikte verblijfplaatsen goed konden worden overzien en beoordeeld, wordt gemotiveerd van deze werkwijze afgeweken. Elke inventarisatie is een steekproef gebaseerd op momentopnamen. Hierdoor is niet uitgesloten dat soorten en functies die tijdens de inventarisatie niet waargenomen zijn, op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat met het volgen van de inventarisatieprotocollen gedaan is ‘wat redelijkerwijs verwacht kan worden’. Als er aanleiding is om te veronderstellen dat de functies niet goed in beeld zijn gebracht met de voorgeschreven inspanning, worden aanvullende inventarisatieronden uitgevoerd. Hiermee is voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (Zorgplicht) van de Wet natuurbescherming.

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

14

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

3

Resultaten

In dit hoofdstuk worden de resultaten van zowel de quickscan als het uitgevoerde aanvullende vleermuis en huismusonderzoek besproken. In figuur 2 zijn de locaties met de aangetroffen verblijfplaatsen weergegeven.

3.1

Resultaten Quickscan

3.1.1

Huidige situatie en biotoop

Het projectgebied ligt ten noordoosten van Sinderen in het buitengebied. De omgeving van het projectgebied bestaat uit kleinschalig landschap met boerderijen, bosschages en weilanden (zie foto’s bijlage 5). De te slopen schuur is opgetrokken uit bakstenen en hout en heeft een golfplaten dak. De aanwezigheid van een toegankelijke spouwmuur maakt het gebouw geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen als de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Op zolder is bij de quickscan gericht gezocht naar sporen van gebruik door de gewone grootoorvleermuis (bijvoorbeeld afgebeten vlindervleugels), maar deze zijn niet aangetroffen en worden hier op basis van de aanwezigheid van isolatieplaten (weinig geschikte hangplekken) niet verwacht. De ten zuiden gelegen grote stal is opgetrokken uit bakstenen (half steensmuur) en cement en heeft een golfplaten dak. In het gebouw zijn diverse oude boerenzwaluw- en huiszwaluwnesten te zien, die zichtbaar al langere tijd niet in gebruik zijn. De stal heeft zijn aantrekkelijkheid voor deze broedvogels verloren nadat het vee is verdwenen. Door de openstaande deuren en ontbrekende ramen heeft de wind vrij spel en is de voormalige stal ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De resten stro en hooi kunnen wel door huismussen worden gebruikt voor nestbouw. Verder is nog een woonboerderij op het perceel aanwezig.

De woonboerderij is opgetrokken uit bakstenen en heeft een pannendak. Langs de gevels is opgaande begroeiing aanwezig. Verspreid op en rondom de locatie staan diverse bomen en struiken. Deze blijven behouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Tabel 2 aanwezig biotoop. Biotoop

Aanwezig

Detail

Foto

Gebouwen

Ja

Schuur met spouwmuur aanwezig, grote stal met tochtgaten

1 t/m 4

en gladde dakplaten, woonboerderij met dakpannen, hooimijt.

en 6

Water

Nee

-

-

Beplanting houtachtig

Ja

Bosschages en struiken.

5

Tuin/erf

Ja

Paardenweides, bomen, struiken.

Omgeving

Ja

Kleinschalig landschap met bosschages.

5 en 6 7

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

15

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

3.1.2

Soortbescherming

De resultaten geven een overzicht van de aangetroffen soorten en de mogelijk aanwezige soorten in het gebied. De gegevens zijn zowel gebaseerd op bekende waarnemingen uit de NDFF als waarnemingen tijdens het veldbezoek en de daaropvolgende inventarisaties. Er is ook informatie verkregen van de initiatiefnemer. Hieronder wordt per soortgroep enkel gekeken naar soorten die strikt beschermd zijn en niet naar de soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Als een biotoop niet geschikt is, wordt hieronder geen toelichting gegeven. Gedacht kan worden aan: geen water aanwezig in plangebied, dan is het evident dat de biotoop ook ongeschikt is voor vissen. Vanwege de strikte bescherming van alle soorten vleermuizen en het verschil in handelen tussen nesten en jaarrond beschermde nesten van vogels, zijn deze groepen apart onderscheiden. PLANTEN

Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten binnen het projectgebied aangetroffen. Op basis van de aanwezige habitat wordt de aanwezigheid van beschermde plantensoorten binnen het projectgebied uitgesloten. Vanuit de NDFF (lit. 1) zijn daarnaast geen waarnemingen van beschermde soorten in de directe omgeving bekend.

VOGELS ALGEMEEN

Alle inheemse broedvogels zijn beschermd gedurende de periode dat ze aan het nest zijn gebonden. Op basis van de aanwezige habitat, het veldbezoek en de NDFF wordt de kans op de aanwezigheid van algemene broedvogels, zoals spreeuwen, merel, zanglijster, roodborst mezen en kauw, (zeer) waarschijnlijk geacht. In de stallen en aan de buitenkant van de stallen zijn oude nesten en sporen van gebruik aangetroffen. Broedvogels kunnen daarnaast nesten hebben in de aanwezige bomen en struiken rondom het perceel.

VOGELS (JAARROND BESCHERMD) De te slopen schuur en stal zijn ongeschikt voor jaarrond beschermde

soorten als de huismus en gierzwaluw vanwege het ontbreken van dakpannen daken en dakbeschot. De ten westen gelegen woonboerderij is in potentie geschikt voor deze soorten. De hooimijt is mogelijk geschikt als verblijfplaats voor huismussen. De resultaten voor het onderzoek naar huismusnesten in de hooimijt is beschreven in paragraaf 3.2.2. De schuur en stal zijn potentieel geschikt voor de steenuil en kerkuil. Echter, er zijn geen sporen als braakballen, nesten en uitwerpselen aangetroffen, waardoor vaste verblijfplaatsen van deze soorten op de locatie zijn uit te sluiten. Dit wordt ondersteund door het ontbreken van enige activiteit van deze soorten tijdens het nader onderzoek naar vleermuizen. Er zijn enkele nesten van de huis- en boerenzwaluw aangetroffen; dit betrof oude nesten en er zijn geen recente gebruikssporen aangetroffen.

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

16

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

ZOOGDIEREN

De stallen zijn in potentie geschikt voor de steenmarter en kleine marterachtigen. Op het moment zijn de stallen op diverse plekken toegankelijk voor deze soorten. Bij intensief gebruik van een locatie door deze soort zijn verse sporen zoals uitwerpselen of prooiresten vrij eenvoudig waar te nemen. Gelet op het ontbreken van sporen en er geen waarnemingen zijn gedaan tijdens het vleermuisonderzoek, is de onderzoekslocatie niet in gebruik door de steenmarter en andere kleine marterachtigen.

VLEERMUIZEN

In steden en landelijk gebied komen enkele algemene vleermuissoorten voor, waarvan de verblijfplaats beschermd is. Met name de gewone dwergvleermuis komt veel voor in gebouwen in steden en dorpen en heeft aan weinig ruimte voldoende. De te slopen schuur is in potentie geschikt voor gebouwbewonende soorten door de aanwezige spouwmuur en ruimtes achter de houten gevelbekleding. De grote stal is ongeschikt vanwege de grote tochtgaten, het ontbreken van een spouw en de golfplaten dakbedekking. Zie paragraaf 3.2.1 voor de resultaten van het nader onderzoek.

OVERIGE SOORTEN

Op basis van verspreiding, habitatkenmerken en de NDFF wordt de aanwezigheid van overige beschermde soorten uitgesloten binnen het projectgebied.

3.1.3

Gebiedsbescherming

Het studiegebied ligt op circa 17 kilometer afstand van het Natura 2000gebied Bekendelle en circa 1 kilometer van gebieden aangewezen binnen het Natuurnetwerk Nederland en de Groene ontwikkelingszone (tabel 3). Tabel 3 afstand tot beschermde gebieden. Beschermde gebieden

Afstand

Natura 2000-gebied Bekendelle

17.0 km

Provinciale uitwerking Natuurnetwerk Nederland

1.1 km

Groene ontwikkelingszone

1.3 km

3.1.4

Houtopstanden

Binnen de projectlocatie is verspreid beplanting aanwezig. Deze beplanting voldoet niet aan de eisen van houtopstanden (>10 are zelfstandige eenheid van beplanting of een bomenrij van meer dan 20 bomen). Er is geen sprake van houtopstand in het kader van de Wet natuurbescherming en er hoeft niet te worden getoetst of het studiegebied binnen de ‘bebouwde kom Boswet’ ligt.

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

17

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

3.1.5

Omgevingscheck

Het onderzoeksgebied ligt in het buitengebied van Sinderen. Uit de omgevingscheck blijkt dat veel boerderijen en schuren in de directe omgeving in ongeveer dezelfde periode zijn gebouwd (bijlage 3). In grote lijnen geldt dat boerderijen in de omgeving die in een vergelijkbare periode zijn gebouwd dezelfde opbouw hebben (bijvoorbeeld spouwmuur) en materiaaltoepassing (baksteen) met energielabel G (bijlage 4). Hierdoor is er vaak een grote overeenkomst in de vestigingsmogelijkheden voor beschermde soorten.

3.2

Resultaten nader onderzoek

3.2.1

Vleermuizen

3.2.1.1 Algemeen Tijdens het onderzoek zijn in de ruime omgeving van het onderzoeksgebied de onderstaande vleermuissoorten vastgesteld: • • • • •

Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis

In het onderzoeksgebied zijn tijdens de veldbezoeken 333 opnamen van bovenstaande soorten vleermuizen geregistreerd. Het betrof in 86% van de gevallen (287 opnamen) de gewone dwergvleermuis en circa 11% van de opnamen waren afkomstig van de laatvlieger (38 opnamen). Opnamen van de ruige dwergvleermuis (1 opname), gewone grootoorvleermuis (3 opnamen) en rosse vleermuis (4 opnamen) waren zeldzaam. Van de laatvlieger zijn verhoudingsgewijs veel opnamen gemaakt, maar dit betrof alleen passerende individuen. In de volgende paragrafen wordt per soort en functie een toelichting gegeven van de waarnemingen. Per verblijfplaats wordt het aantal inen/of uitvliegers gemeld. 3.2.1.2 Foerageergebieden, migratie- en vliegroutes In nagenoeg het gehele studiegebied zijn foeragerende vleermuizen aangetroffen. Per onderzoeksronde zijn er vaak andere accenten, maar de meeste dieren zijn rondom de aanwezige bebouwing en de opgaande begroeiing waargenomen op het erf. Er zijn geen duidelijke migratie- of vliegroutes in het gebied aangetroffen.

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

18

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

GEWONE DWERGVLEERMUIS

3.2.1.3 Verblijfplaatsen De gewone dwergvleermuis is de meest algemene vleermuissoort in Nederland. Zowel in stedelijke omgeving als het landelijk gebied wordt de soort vaak aangetroffen. Er zijn nauwelijks nadere onderzoeken waar de soort niet wordt aangetroffen. Winter- en kraamverblijfplaatsen worden veelal in relatief grote spleetvormige ruimtes aangetroffen; spouwmuren zijn daarbij favoriet. Ook worden ze regelmatig in dakoverstekken en onder de nok- en kantpannen van een kopgevel gevonden. Voor zomer- en paarverblijven is de gewone dwergvleermuis veel minder kritisch; locaties variëren van relatief kleine ruimtes achter open stootvoegen, achter gevelbetimmering tot achter regenpijpen (lit. 3, 4 en 12). De meeste waarnemingen tijdens de veldbezoeken zijn van de gewone dwergvleermuis. De dieren zijn verspreid over het onderzoeksgebied foeragerend waargenomen. Tijdens het onderzoek in 2020 zijn de volgende bevindingen ten aanzien van de gewone dwergvleermuis gedaan: • 1 zomerverblijfplaats in naastgelegen boerderij. • 1 baltsterritorium (verblijfplaats in naastgelegen boerderij). Voor een overzicht van de zomerverblijfplaats en baltsterritorium wordt verwezen naar figuur 2 en bijlage 3. Het maximale aantal dieren gelijktijdig in het projectgebied wordt geschat op 2. Het paarverblijf is onderscheiden door de baltsende mannetjes te karteren.

Deze dieren roepen meestal tijdens de vlucht in de nabijheid van de paarverblijfplaatsen om vrouwtjes naar het verblijf te lokken. Soms roepen gewone dwergvleermuizen als ruige dwergvleermuis vanaf een vast punt. Het achterhalen van de verblijfplaatsen op woningniveau is meestal zeer tijdrovend en voor het bepalen van de functie van de gebouwen niet belangrijk. Op basis van het gedrag wordt het zomerverblijf ook als paarverblijf aangemerkt. Er zijn geen aanwijzingen dat de gebouwen als (massa)winterverblijf worden gebruikt. Omdat (vorstvrije) paarplekken ook als tijdelijk winterverblijf of als winterverblijf voor één of enkele dieren gebruikt kunnen worden, kunnen individuele winterverblijven niet worden uitgesloten.

RUIGE DWERGVLEERMUIS

Ruige dwergvleermuizen gebruiken meerdere typen verblijfplaatsen en verhuizen regelmatig. Er zijn verblijfplaatsen bekend in zowel bomen als gebouwen. Bomen met veel holten en loszittend schors in de nabijheid van water hebben een grote aantrekkingskracht op deze soort. Er zijn slechts enkele kraamverblijfplaatsen in Nederland bekend. In de voorzomer worden vooral individuele (mannelijke) dieren aangetroffen. De mannetjes roepen de vrouwtjes vanuit de paarplek, zodat deze locatie nauwkeurig is te bepalen (lit. 3, 4 en 12).

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

19

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

De ruige dwergvleermuis is slechts een keer kort in het onderzoeksgebied waargenomen. Het onderzoeksgebied speelt geen rol van betekenis als foerageergebied of als verblijfplaats van deze soort. GEWONE GROOTOORVLEERMUIS

De lichtschuwe, heimelijke, gewone grootoorvleermuis heeft verblijfplaatsen in gebouwen en in bomen. Daarbij moet met name gedacht worden aan kerkzolders, (woon)boerderijen, molens, watermolens en spechtengaten. Eengezinswoningen worden zelden gebruikt (lit. 3, 4 en 12). Bij de analyse van de opnamen blijkt deze soort 3 keer in het najaar in het onderzoeksgebied te zijn waargenomen. De soort had geen binding met de projectlocatie.

LAATVLIEGER

De warmte-minnende laatvlieger is een uitgesproken gebouwbewonende soort. Deze soort mijdt (in tegenstelling tot de gewone dwergvleermuis) de dichtbebouwde wijken. Zomer- en winterverblijven bevinden zich in nauwsluitende ruimten, zoals onder dakpannen, in ventilatieschachten, dilatatievoegen e.d. De soort wordt ook vaak op kerkzolders aangetroffen (lit. 3, 4 en 12). Uit onderzoek (presentatie VLEN-dag 2017 over laatvliegeronderzoek in Castenray in 2017) blijkt de soort geen duidelijke voorkeur te hebben voor de kleur van de dakpan. De laatvlieger is uitermate kwetsbaar vanwege de lage reproductiesnelheid en de hoge mate van trouw aan het kraamverblijf. Standaardvleermuiskasten worden nauwelijks gebruikt (lit. 3, 4 en 12). De laatvlieger is in de omgeving van het plangebied waargenomen. De eerste dieren werden pas een half uur na zonsondergang waargenomen. Er wordt uitgesloten dat verblijfplaatsen van deze soort in de te slopen schuur of hooimijt aanwezig zijn. Het onderzoeksgebied speelt geen grote rol van betekenis voor deze soort en in de te slopen schuur bevinden zich geen verblijfplaatsen.

ROSSE VLEERMUIS

Deze mobiele vleermuis, een uitgesproken boombewonende soort van met name spechtengaten, wordt in de zomer heel soms in gebouwen of onder bruggen aangetroffen. De rosse vleermuis is op de dagverblijfplaatsen lichtschuw (lit. 3, 4 en 12). De rosse vleermuizen zijn slechts in het voorjaar 4 keer passerend gehoord. De passage op 27 mei was erg vroeg, wat doet vermoeden dat er een verblijfplaats op enkele honderden meters afstand zal zijn. Het betreft zeer waarschijnlijk exemplaren die uit de bosrijkere delen in het gebied afkomstig zijn.

3.2.2

Huismus

Er zijn verschillende nesten aangetroffen onder het dak van de hooimijt. 3 van deze nesten zijn in 2020 of 2021 in gebruik geweest bij de huismus. De andere (restanten van) nesten zijn ouder of van niet-jaarrond beschermde vogels.

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 in Sinderen

3.2.3

Algemene broedvogels

In het groen rondom de woningen is geschikt broedhabitat aanwezig voor algemene beschermde vogels als mezen, merel, roodborst en winterkoning.

20

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 in Sinderen

Figuur 2 Verblijfplaatsen aangetroffen beschermde soorten.

21

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

22

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

4

Uitgebreide conclusie

Ten behoeve van de voorgenomen sloop van de schuur is in 2020 nader onderzoek verricht naar de aanwezigheid van vleermuizen. De grote stal is ongeschikt voor vleermuizen door de afwezigheid van een spouwmuur, grote tochtgaten en golfplatendak. Op de hooimijt zijn uitwerpselsporen van vogels aangetroffen. Bij een fysieke inspectie (ladder/spiegel/zaklamp) in september 2021 zijn 3 huismusnesten vastgesteld. Voornemen is om, naast de onderzochte sloop en nieuwbouw, een gedeelte van het dak van de woonboerderij te vervangen. Omdat het vervangen van het dak op grond van het geldende bestemmingsplan al is toegestaan, valt dit buiten reikwijdte van het uitgevoerde onderzoek dat ziet op de ontwikkelingen die mogelijk gemaakt worden met het nieuwe bestemmingsplan. Voor de vervanging van het dak zal t.z.t. voor de aanvraag omgevingsvergunning bouwen nader onderzoek uitgevoerd worden naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Door de aanwezigheid van een zomerverblijfplaats en baltsverblijfplaats is in elk geval een ontheffing wet natuurbescherming nodig voor de gewone dwergvleermuis. Het is aannemelijk dat deze ontheffing en een eventuele ontheffing voor de andere relevante soorten verleend kan worden, aangezien de locatie voldoende mogelijkheden biedt voor de benodigde mitigerende maatregelen.

In de onderstaande paragrafen is een overzicht gegeven van de aangetroffen beschermde verblijfplaatsen en de consequenties in het geval van uitvoering van sloop van de schuur/garage.

4.1

Gebiedsbescherming

De projectlocatie ligt op circa 17 kilometer afstand (§ 3.1) van Natura 2000-gebied Bekendelle en circa 1 kilometer van gebieden aangewezen binnen het Gelders natuurnetwerk. Doordat de werkzaamheden echter een zeer geringe uitstraling over grotere afstand hebben, zijn er geen negatieve gevolgen voor de beschermde gebieden. Een nader onderzoek naar de mogelijke effecten is niet nodig.

4.2

Houtopstanden

Binnen het studiegebied wordt geen beplanting verwijderd. De Wet natuurbescherming houtopstanden is niet van toepassing.

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

23

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

GEWONE DWERGVLEERMUIS

OVERIGE VLEERMUIZEN

4.3

Soortbescherming

4.3.1

Vleermuizen

4.3.1.1 Verblijfplaatsen In de onderzochte schuur zijn geen verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. In de aangrenzende boerderij is een zomerverblijfplaats waargenomen en is een baltsterritorium vastgesteld. Op basis van het gedrag wordt het zomerverblijf ook als paarverblijf aangemerkt. Voor de gewone dwergvleermuis is geen ontheffing Wet natuurbescherming nodig voor de sloop van de schuur en de hooimijt. Voor het vervangen van het dak van de boerderij is geen volledig beeld van de vleermuisverblijfplaatsen, maar door de aanwezigheid van een zomerverblijfplaatsen een baltsverblijfplaats is in elk geval een ontheffing wet natuurbescherming noodzakelijk. In de onderzochte schuur zijn géén verblijfplaatsen van andere soorten vleermuizen gevonden. Voor deze soorten is dan ook geen ontheffing Wet natuurbescherming nodig. 4.3.1.2 Foerageergebieden, migratie- en vliegroutes Omdat de werkzaamheden alleen plaatsvinden aan het gebouw, zullen de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor de foerageerfunctie van het gebied verwaarloosbaar zijn. Structuren zoals bomenrijen, die van belang kunnen zijn als migratie- of vliegroute, worden niet aangetast door de geplande werkzaamheden.

4.3.2

Huismussen

Er zijn 3 nesten van huismussen vastgesteld in de hooimijt die recent in gebruik zijn geweest. Voor de sloop van dit gebouw dient een ontheffing Wet natuurbescherming, soortbescherming te worden verkregen voor het verstoren en het vernielen van de verblijfplaats. Door het treffen van mitigerende maatregelen is het aannemelijk dat de ontheffing verleend gaat worden. Deze mitigerende maatregelen bestaan uit de realisatie van 6 tijdelijke voorzieningen binnen het plangebied 3 maanden voor de sloop en 6 permanente verblijfplaatsen in de nieuw te bouwen woningen.

4.3.3

Overige groepen

Het studiegebied en de directe omgeving (beplanting) bieden potentiële nestlocaties voor algemene broedvogels. Alle broedende vogels zijn beschermd en mogen slechts onder strikte voorwaarden verstoord worden. Buiten het broedseizoen (globaal van half februari tot half augustus) is vanuit deze groep geen belemmering voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Wanneer werkzaamheden alsnog tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden, moet een broedvogelcheck uitgevoerd worden om broedgevallen uit te kunnen sluiten of moeten nesten voorafgaande aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt worden.

QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING

24

Keurhorsterweg 4 in Sinderen

Achtergrondinformatie 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.

15.

16. 17. 18. 19. 20.

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Geraadpleegd op 26 oktober 2020 https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicatorappl. aspx?subj=effectenmatrix&tab=1 Atlas van de Nederlandse vleermuizen Onderzoek naar de verspreiding en ecologie Onder redactie van H. Limpens, K. Mostert en W. Bongers Dietz, C., O. von Helversen en D. Nill, 2011 Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika De Fontein/Tirion Natuur, Utrecht Gegevensautoriteit Natuur (GaN) in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en de Zoogdiervereniging, Vleermuisprotocol 2017 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument gewone dwergvleermuis, Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument ruige dwergvleermuis, Pipistrellus nathusii, versie 1.0 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument gewone grootoorvleermuis, Plecotus auritus, versie 1.0 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument rosse vleermuis, Nyctalus noctula, versie 1.0 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument huismus, Passer domesticus, versie 1.0 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument gierzwaluw, Apus apus, versie 1.0 Limpens, H, J. Regelink en R. Koelman, 2010 Cursusmap Vleermuizen en planologie Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Kanters en J.C. Buys, 2016 Atlas van de Nederlandse Zoogdieren Sachteleben, J. en O.

von Helversen, 2006 Songflight behaviour en mating system of the pipistrelle bat in an urban habitat Acta Chiropteroligca 8 (2) 391-401 Jahelková, H. en I. Horáček, 2011 Mating System of a Migratory bat, Nathusius Pipistrelle: Different Male Strategies Acta Chiropteroligca 13 (1) 123-137 Zoogdiervereniging, 2014 Cursusmap Vleermuizen en planologie Diepenbeek, A. van & P. Twisk, 2014 Veldgids Europese Zoogdieren KNNV-Uitgeverij Hustings, F. en J. Vergeer, 2002 Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000 KNNV-Uitgeverij / Sovon Korsten, Bouman en Tuitert (Massa-)winterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen : discussiestuk Vleermuisprotocol 2017 Adams, A.M., et al., 2012 Do you hear what I hear? Implications of detector selection for acoustic monitoring of bats Methods in Ecology and Evolution

BIJLAGEN QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 in Sinderen

BIJLAGEN

BIJLAGEN QUICKSCAN EN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 in Sinderen

1

Onderzoeksgebied

BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 Sinderen

21

3

23:40

droo

EK

g

22:0

-

3

Constateringen2)

Laatste vleermuis

Eerste vleermuis

Ecoloog 1)

Neerslag

Onderzoeksdata veldbezoeken

Wind Bft

21:30 -

Temperatuur °C

Tijdstip

27-05-2020

Functie

Datum bezoek

2

Stationaire batlogger geplaatst aan de zuidwestzijde van de schuur. Weinig activiteit. Pp om 22.03 en

02-07-2020

21:45 00:05

11-07-2020

Zomer-/kraamverblijfplaats

22.30 op mobiel batlogger. Op stationaire logger Pp

03:20 -

om 22.23, 23.14 en 23.33u om 22.52u één Es. Geen verblijfplaatsen waargenomen. 20

2

droo

EK

g

22:1

00:0

Standalone logger (SA) tussen stal en schuur, aan

3

5

zuidwestzijde schuur. Eerste Pp op SA om 22.13, eerste op batlogger om 22.39. Geen in- of uitvliegers bij de schuur. Foeragerende Es in voortuin, noordoostzijde. Vermoedelijk verblijfplaats Pp onder dak boerderij.

10

1

5:25

droo

EK

-

-

g

Geen waarnemingen in of rond het projectgebied. Standalone aan de noordoostzijde van het

22:45 00:45

21-09-2020

21:05 23:05

Paar-/winterverblijfplaats

projectgebied geplaatst. 31-08-2020

11

1

17

1

droo

EK

g droo g

EK

22:5

00:0

Op enkele passanten na geen waarnemingen.

6

8

22:0

23:0

Nagenoeg de gehele avond balts voor voorgevel

5

5

boerderij met uitlopers naar voorzijde projectobject en ruimte tussen boerderij en projectobject. In afwijking van voorgaande inventarisaties veel activiteit (Pp) op en rond het erf.

1)

EK: Evert Kock

2)

Pp = Pipistrellus pipistrellus, gewone dwergvleermuis; Es = Eptesicus serotinus, laatvlieger

BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 Sinderen

3

Bouwjaren projectwoningen e.o.

BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 Sinderen

4

Energielabel

BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 Sinderen

5

Foto’s

Figuur 1 Te slopen schuur/garage (voorzijde).

Figuur 2 Te slopen schuur/garage (achterzijde).

BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 Sinderen

Figuur 3 Grote stal.

Figuur 4 Zolder met golfplatendak dat deels geïsoleerd is.

Figuur 5 Woonboerderij met tuin.

BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 Sinderen

Figuur 6 Vogeluitwerpsel langs gevel hooimijt.

Figuur 7 Directe omgeving.

BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 Sinderen

6

Wettelijk kader algemeen

De bescherming van inheemse (van nature in Nederland voorkomende) in het wild levende planten- en diersoorten is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en de Boswet. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is de gunstige staat van instandhouding van in het wild levende planten en dieren te waarborgen. De wet gaat uit van het ‘nee, tenzij …’-principe. Beschermen staat voorop en ingrijpen is een uitzondering. De Wet natuurbescherming kent drie beschermingscategorieën: • Soorten van de Europese Vogelrichtlijn. • Soorten van de Europese Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn. • Nationaal beschermde soorten. Voor alle soorten in Nederland geldt de zorgplicht. Toetsing van projecten bij ruimtelijke ingrepen vindt plaats volgens het stroomschema op de volgende pagina. Een vrijstelling van de ontheffingsplicht (stap 3 in het stroomschema) kan van toepassing zijn mits gewerkt wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Gedragscodes zijn geldig in het kader van bestendig beheer en onderhoud dat geen wezenlijke invloed heeft op beschermde soorten.

In het geval van ruimtelijke ingrepen kan voor matig soorten, indien de werkzaamheden niet conform een goedgekeurde gedragscode worden uitgevoerd, een ontheffing aangevraagd worden als de activiteit de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soort niet in gevaar brengt. De activiteit dient een in de wet gedefinieerd belang te dienen.

BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Keurhorsterweg 4 Sinderen

Stappenplan soortenbescherming (uit Brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken)

Diepesteeg 4 6994 CD De Steeg

telefoon 026 3514174

info@looplan.nl

www.looplan.nl

KvK 61001015

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4520/documents/25847