Toelichting_Bijlage 3-2 Rapport aanvullend natuurwaarden Molenweg 21.pdf
Tekst van het document
PROJECTPLAN MOLENWEG 21 TE BREEDENBROEK
Rapportage projectplan Molenweg 21 te Breedenbroek Opdrachtgever
Bouwbedrijf Heijnen Aalten Nijverheidsweg 28-C 7122 AB Aalten
Rapportnummer Versienummer
10141.005 D1
Status
Eindrapportage
Datum
3 september 2020
Vestiging
Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl
Opsteller
Dhr. C.C. Slemmer, BSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Dhr. J.G. Boogaard, BSc
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
GEGEVENS VAN DE LOCATIE EN HET GEBRUIK DOOR FLORA EN FAUNA ..................... 2 2.1 2.2 2.3
3
VERSPREIDING VAN BESCHERMDE SOORTEN OP DE LOCATIE ...................................... 5 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
4
Effecten op beschermde soorten.................................................................................... 11 Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming ................................................................. 12
TE TREFFEN MAATREGELEN ............................................................................................... 13 6.1 6.2 6.3
7
Voorgenomen activiteiten en manier van uitvoering ........................................................ 9 Doel en belang van de activiteiten.................................................................................... 9 Planning en onderbouwing van de activiteiten ............................................................... 10 Alternatieven ................................................................................................................... 10
EFFECTEN VAN DE INGREEP OP FLORA EN FAUNA......................................................... 11 5.1 5.2
6
Onderzoeksmethode ........................................................................................................ 5 Onderzoeksresultaten ...................................................................................................... 6 Steenuil ............................................................................................................................. 7 Kerkuil ............................................................................................................................... 8 Samenvatting .................................................................................................................... 8
VOORGENOMEN INGREEP OP DE LOCATIE EN ONDERBOUWING ................................... 9 4.1 4.2 4.3 4.4
5
Locatiegegevens en huidige situatie ................................................................................ 2 Verantwoording effectenstudie en verspreidingsinformatie ............................................. 4 Deskundige begeleiding ................................................................................................... 4
Inleiding .......................................................................................................................... 13 Mitigerende en compenserende maatregelen ................................................................ 13 Zorgvuldig handelen en zorgplicht.................................................................................. 14
SAMENVATTING...................................................................................................................... 15
10141.005
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Bouwbedrijf Heijnen Aalten opdracht gekregen voor het opstellen van een projectplan in het kader van de Wet natuurbescherming, ten behoeve van de voorgenomen renovatiewerkzaamheden aan de Molenweg 21 te Breedenbroek. De volgende onderzoeksvragen zullen in onderhavige rapportage worden beantwoord: Welke beschermde soorten zijn in het plangebied aanwezig? Welke functie heeft het plangebied voor de soorten? Wat is de omvang en duurzame staat van instandhouding van de bij de ingreep betrokken populaties van beschermde soorten? Blijft de functionaliteit van de rust- en voortplantingsplaatsen behouden? Welke eigenschappen van het gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden? Hoe groot wordt het succes van de te nemen maatregelen ingeschat? Welke maatregelen moeten getroffen worden om aan de zorgplicht te voldoen? Zijn er voor de streng beschermde soorten geen meer bevredigende oplossingen. Welk wettelijk belang is er waardoor de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd? Uit de quickscan flora en fauna, die door Econsultancy in september 2019 is uitgevoerd (rapportage 10141.002 versie D1), blijkt dat nader ecologisch onderzoek noodzakelijk is. Uit het aanvullend onderzoek is gebleken dat er beschermde functies voor uilen in de maalderij aanwezig zijn.
Om negatieve gevolgen te voorkomen worden maatregelen uitgevoerd die bestaan uit het aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen, werken buiten de gevoelige periode en het zorgvuldig handelen.
R 10141.005 versie D1
Pagina 1 van 16
2 2.1
GEGEVENS VAN DE LOCATIE EN HET GEBRUIK DOOR FLORA EN FAUNA Locatiegegevens en huidige situatie
De onderzoekslocatie (± 1.670 m²) ligt aan de Molenweg 21, circa 2,5 kilometer ten noordwesten van de kern van Breedenbroek. In figuur 1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 228.395, Y = 434.740.
Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie.
De onderzoekslocatie betreft een voormalige bedrijfslocatie die tot circa 2008 in gebruik was als diervoederbedrijf. De bestemming die de locatie eventueel hiervoor had is vooralsnog onbekend. De bebouwing staat nu meer dan 10 jaar leeg en is momenteel niet in gebruik. De gehele locatie is voorzien van een klinkerverharding. Op het perceel zijn een maalderij, voormalig woonhuis (nr. 21), een bijgebouw, een schuur en een kapschuur aanwezig. De schuur en de kapschuur zijn voorzien van asbesthoudende dakbedekking. De kapschuur is voorzien van een dakgoot, deze stroomt uit op het maaiveld. De schuur heeft geen dakgoot. De verharding in de kapschuur bestaat uit beton. De maalderij is gebouwd in 1939. In de jaren ’50 van de vorige eeuw heeft een uitbreiding plaatsgevonden. Rond 1970 is een deel van de bebouwing gesloopt en heeft deze plaatsgemaakt voor de huidige terreininrichting.
R 10141.005 versie D1
Pagina 2 van 16
In figuur 2 hieronder is de onderzoekslocatie op een actuele luchtfoto weergegeven. De figuren 3 t/m 8 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.
sloop
renoveren
behouden
Figuur 2. Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving.
Figuur 3. Achterzijde van de maalderij.
Figuur 4. De maalderij (links), het woonhuis (midden), het bijgebouw (midden) en de schuur (rechts).
Figuur 5. Voorzijde van de kapschuur.
Figuur 6. Binnenzijde van de bedaking in de schuur.
Figuur 7. Zolderetage van het woonhuis.
Figuur 8. Nokvorst en kantpannen van het woonhuis.
R 10141.005 versie D1
Pagina 3 van 16
2.2
Verantwoording effectenstudie en verspreidingsinformatie
Door Econsultancy is in september 2019 een quickscan flora en fauna voor de locatie opgesteld (10141.002 versie D1). De quickscan is uitgevoerd aan de hand van een bureaustudie en een veldbezoek. Het veldbezoek is afgelegd op 29 augustus 2020. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de omliggende percelen onderzocht. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat. Omdat de maalderij in dusdanig vervallen staat was, kon het gebouw niet inpandig onderzocht worden wegens instortingsgevaar. Daarom is geadviseerd om met behulp van camera’s te onderzoeken of er beschermde soorten zoals steenmarters gebruik maken van de maalderij als vaste rust- of voortplantingsplaats. De conclusie van de quickscan was als volgt: Vleermuizen De te slopen bebouwing op de onderzoekslocatie is in principe geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De sloop van de bebouwing zou in geval van aanwezigheid van een verblijfsfunctie van vleermuizen kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Gelet op de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor vleermuizen, zal aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn om de daadwerkelijke functie van het gebied voor vleermuizen te kunnen vaststellen.
Deze informatie is benodigd om vast te kunnen stellen of overtredingen van de Wet natuurbescherming aan de orde zijn. De vleermuissoorten die onderzocht dienen te worden zijn gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Een dergelijk aanvullend onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het protocol voor vleermuisonderzoek (Netwerk Groene Bureaus, 2017). Dit houdt in dat afhankelijk van de potentiële functies er in de periode april tot en met september een aantal veldbezoeken uitgevoerd dient te worden. Vervolgens kan aan de hand van de onderzoeksresultaten worden vastgesteld of er overtredingen plaats zullen vinden bij de uitvoering van het project. Steenmarter De steenmarter is beschermd volgens het regime van paragraaf 3.3. van de Wet natuurbescherming (ander soorten). Volgens Artikel 3.10 lid b is het verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van steenmarters te beschadigen. Gelet op de langdurige leegstand zou het op de onderzoekslocatie kunnen gaan om een vaste voortplantingsplaats of dagrustplaats. De sloop en renovatie van de bebouwing zal in geval van aanwezigheid van een steenmarter leiden tot overtreding van Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Om de functie van de bebouwing voor steenmarter te bepalen is daarom een aanvullend onderzoek naar de soort benodigd.
Met behulp van een cameraonderzoek kan de functie van de bebouwing voor de soort bepaald worden. 2.3
Deskundige begeleiding
De deskundige die betrokken is bij het project, betreft een ervaren ecoloog1. Econsultancy is lid van de branchevereniging ‘Netwerk Groene Bureaus’ en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
1 Alle ecologen van Econsultancy hebben op HBO, dan wel universitair niveau een opleiding genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie en/of • Zijn als ecoloog werkzaam voor een ecologisch adviesbureau dat is aangesloten bij het netwerk Groene Bureaus en/of • Zetten zich aantoonbaar actief in op het gebied van soortenbescherming bij de daarvoor in Nederland bestaande organisaties.
R 10141.005 versie D1
Pagina 4 van 16
3
VERSPREIDING VAN BESCHERMDE SOORTEN OP DE LOCATIE
3.1
Onderzoeksmethode
Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode half april tot oktober in totaal zes veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en/of ochtenduren worden uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie maart 2017), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijf en paarverblijf/baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functie noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. Het totaal aantal voorgestelde veldbezoeken is vastgesteld op basis van de grootte van de onderzoekslocatie, uitgaande van één waarnemer per veldronde. De verwachting is dat met zes bezoeken omtrent deze soortgroep voldoende zekerheid is verkregen over de functie van de onderzoekslocatie. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson D240x).
Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soort) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van analyseprogramma Batsound. Voor het onderzoek naar steenmarter zijn twee wildcamera’s geplaatst op de onderzoekslocatie om de functie van de bebouwing voor steenmarter te bepalen. De camera’s zijn gedurende het seizoen verplaatst en uitgelezen om een goed beeld van de onderzoekslocatie te verkrijgen. Het plaatsen en verplaatsen van de camera’s is zoveel mogelijk gecombineerd met de onderzoeken naar vleermuizen. Overzicht veldbezoeken Het onderzoek bestaat uit diverse veldbezoeken. Onderstaande geeft een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken. Tabel I.
Onderzoeksinspanning per soortgroep 2019 augustus
vleermuizen
steenmarter
tijdstip
-
september 2 x avond
2020 oktober
april -
mei 1 x ochtend
juni -
juli
2 x avond 1 x ochtend
-
datum
4 & 30 september 2019
30 april 2020
28 mei, 16 & 29 juni 2020
functie
paar/baltsverblijf
zomerverblijf
zomer- kraamverblijf
tijdstip
Cameraval onderzoek
datum
30 april 2020 – 29 juni 2020
functie
rust- of voortplantingsplaats
R 10141.005 versie D1
Pagina 5 van 16
Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van vleermuizen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 10 ºC. De windsnelheid lag beneden de 5 Bft. en er was geen sprake van neerslag. Tabel II.
Omstandigheden aanvullende onderzoeken vleermuizen
Datum
Tijd
Temperatuur
Weersomstandigheden
4 september 2019
22.00 – 00.00
14 oC
Droog, WZW2
30 september 2019
20:15 – 22:15
13 oC
Droog, Z1
30 april 2020
03:55 – 06:15
10 oC
Droog, 2 Bft.
28 mei 2020
21:40 – 23:40
11 oC
Droog, 3 Bft.
16 juni 2020
03:15 – 05:15
18 oC
Droog, windstil
29 juni 2020
21:55 – 00:00
18 oC
Droog, 3 Bft.
3.2 3.2.1
Onderzoeksresultaten Vleermuizen
Paar/baltsonderzoek In het najaar van 2019 zijn twee veldbezoeken uitgevoerd met als doel om te onderzoeken of de bebouwing een functie heeft als paarverblijfplaats voor vleermuizen. Gedurende het onderzoek is op beide avonden een baltsende gewone dwergvleermuis waargenomen aan de Molenweg. De vleermuis vertoonden geen binding met de bebouwing op de onderzoekslocatie. De paarverblijf van de gewone dwergvleermuis bevindt zich vermoedelijk ten westen van de onderzoekslocatie. In figuur 9 is de baltslocatie van de gewone dwergvleermuis weergegeven.
Figuur 9. Baltslocatie (rode vierkant) van de gewone dwergvleermuis ten westen van het plangebied.
R 10141.005 versie D1
Pagina 6 van 16
Zomer-/kraamonderzoek In 2020 is middels vier veldbezoeken onderzoek verricht naar een functie van de bebouwing als zomerverblijfplaats of kraamverblijfplaats voor vleermuizen. Gedurende de rondes zijn er geen waarnemingen gedaan van in- of uitvliegende vleermuizen uit de bebouwing. Dit wijst erop dat er geen verblijfplaatsen van vleermuizen op de onderzoekslocatie aanwezig zijn. Wel zijn er enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Deze vleermuizen kwamen echter vanuit elders aanvliegen en verbleven een korte tijd foeragerend rondom de onderzoekslocatie. Dit wijst erop dat de verblijfplaats zich niet op de onderzoekslocatie bevindt. Tijdens de avondronde in juni van 2020 kwam er ten noorden van de onderzoekslocatie een gewone grootoorvleermuis aanvliegen. De gewone grootoorvleermuis foerageerde enkele minuten rondom het plangebied en vertrok daarna weer richting het noorden. De waarneming van de gewone grootoorvleermuis wees niet op een verblijfplaats op de onderzoekslocatie, maar het betrof slechts een foeragerend exemplaar die het plangebied een korte tijd gebruikte om te foerageren. 3.2.2
Steenmarter
Op de onderzoekslocatie is gedurende april tot en met juni 2020 met behulp van twee cameravallen in de maalderij onderzoek uitgevoerd naar een functie voor de bebouwing voor steenmarters. Uit het onderzoek is gebleken dat er geen steenmarters op de onderzoekslocatie aanwezig zijn. Wel zijn er een aantal huiskatten waargenomen die regelmatig gebruik maken van de maalderij. De oude uitwerpselen die gedurende de quickscan in 2019 zijn aangetroffen zullen vermoedelijk van een huiskat zijn geweest. 3.3
Steenuil
Gedurende de vleermuisonderzoeken zijn er onverwachts waarnemingen gedaan van steenuilen in de vervallen maalderij. Tijdens de quickscan zijn hiervan geen sporen of indicaties waargenomen. En omdat de maalderij vanwege de vervallen staat niet inpandig te inspecteren was, is een verblijfsfunctie niet aangetoond. Echter, gezien de waarnemingen van een paartje steenuilen die gedurende het voorjaar en de zomer van 2020 de maalderij in- en uitvlogen, mag aangenomen worden dat er een vaste rust- of voortplantingsplaatsen van de steenuil op de onderzoekslocatie aanwezig is. Tevens is een baltsend mannetje op de onderzoekslocatie waargenomen. Ook op de cameravallen, die geplaatst zijn in de maalderij, zijn meermalen steenuilen geregistreerd. In de figuren 10 en 11 zijn enkele foto’s van de steenuilen in de maalderij weergegeven.
Figuur 10. Steenuil op cameraval in maalderij.
R 10141.005 versie D1
Figuur 11. Steenuil op cameraval in maalderij.
Pagina 7 van 16
3.4
Kerkuil
Naast steenuilen zijn in de maalderij ook waarnemingen gedaan van kerkuilen. Tevens zijn er braakballen aangetroffen van de kerkuil in de maalderij. De waarnemingen van kerkuilen vonden plaats gedurende de avondrondes naar vleermuizen. Op de locatie is een paartje kerkuilen waargenomen. De kerkuilen kwamen rond de schemering onder het dak van de maalderij vandaan en verbleven een tijd op de nok van het dak waarbij ze ook roepend zijn waargenomen. Na het uitvliegen verbleven ze een tijd onder de kapschuur om daarna veelvuldig rondom de onderzoekslocatie te foerageren. Na inspectie van de kapschuur bleken daar ook braakballen aanwezig. Tegen het einde van het vleermuisonderzoek werd er weer een roepende kerkuil vanuit de maalderij waargenomen wat er op duidt dat de kerkuil weer was teruggekeerd naar de maalderij. Omdat de maalderij niet van binnen te inspecteren is vanwege de vervallen staat is het niet vast te stellen of de bebouwing een functie heeft als nestplaats voor de kerkuil. De maalderij wordt in ieder geval wel gebruikt als roestplaats door de kerkuil. 3.5
Samenvatting
Uit het onderzoek naar vleermuizen en steenmarters is gebleken dat de onderzoekslocatie geen functie heeft voor deze zoogdieren. Daarnaast is uit de onderzoeken naar deze soorten wel gebleken dat de vervallen maalderij een functie heeft voor steenuilen en kerkuilen. Omdat de maalderij in dusdanige slechte staat is dat een inpandig bezoek niet verantwoord is, kan niet met zekerheid gesteld worden of de uilen de maalderij gebruiken als nestplaats of als roestplaats. In het vervolg van de rapportage wordt daarom verder gesproken over de vaste rust- of voortplantingsplaats van de steenuil en kerkuil. In figuur 12 is het gebouw aangegeven waar de steenuilen en kerkuilen in verblijven. De gebouwen die in het groen zijn aangegeven bevatten geen beschermde functies vanuit de Wet natuurbescherming.
Figuur 12. Maalderij (oranje) met steenuil en kerkuil. Te behouden kapschuur (groen) met sporadisch gebruik van kerkuil blijft behouden en gebouwen (rood) zonder functies uit de Wet natuurbescherming op basis van inventarisatie in 2020.
R 10141.005 versie D1
Pagina 8 van 16
4 4.1
VOORGENOMEN INGREEP OP DE LOCATIE EN ONDERBOUWING Voorgenomen activiteiten en manier van uitvoering
De aanvrager is voornemens de maalderij, welke een gemeentelijk monument betreft, te renoveren. De panden ten oosten van de maalderij zullen gesloopt worden. De ontheffingsaanvraag heeft echter alleen betrekking op de renovatie van de maalderij. In de panden ten oosten van de maalderij zijn geen beschermde functies uit de Wet natuurbescherming aangetroffen. De kapschuur ten zuiden van de onderzoekslocatie die af en toe gebruikt wordt door de kerkuil blijft behouden en maakt daarom ook geen onderdeel uit van de ontheffing. 4.2
Doel en belang van de activiteiten
De maalderij is in zeer vervallen staat. Het pand is voor grote delen ingestort en vormt een gevaar voor de buurt wegens instortingsgevaar. Op de cameravallen was te zien dat er mensen in het pand aanwezig zijn geweest wat onverantwoord is vanwege instortingsgevaar. Het doel is daarom om het gemeentelijk monument grondig te renoveren om het monument in ere ter herstellen. In figuur 13 is een schets van de toekomstige situatie weergegeven. De overige panden die geen deel uit maken van de ontheffing worden gesloopt met uitzondering van de open kapschuur.
Figuur 13. Schetsontwerp van toekomstige situatie (Heijnen Aalten Bouwgroep, 2019).
R 10141.005 versie D1
Pagina 9 van 16
4.3
Planning en onderbouwing van de activiteiten
De renovatie van de maalderij staat gepland voor december 2020. Ook zal dan gestart worden met de sloop van het woonhuis en aangrenzende schuur. Bij de kapschuur zijn geen werkzaamheden voorzien. De renovatie van de maalderij zal met zorg moeten gebeuren omdat het een gemeentelijk monument betreft. De werkzaamheden zullen dus voor grote delen handmatig en met een hoogwerker/verreiker uitgevoerd moeten worden. 4.4
Alternatieven
De maalderij is in dusdanig slechte staat dat alternatieven niet voor handen zijn. Het is een kwestie van tijd voordat het dak van de maalderij het volledig begeeft. Het pand is voor een groot deel al ingestort. De enige mogelijkheid is het pand grondig te renoveren en te herstellen. In de figuren 14 en 15 is de staat van de maalderij weergegeven. Tevens zijn de nestplaatsen van de kerkuil en de steenuil in de huidige staat niet te behouden. Wanneer gewacht wordt met de werkzaamheden zullen de vaste rust- of voortplantingsplaatsen verdwijnen als gevolg van het verdere verval van de maalderij. Het aanbieden van nieuwe verblijfplaatsen voor de uilen in de omgeving is de enige mogelijkheid om duurzame verblijfsmogelijkheden voor uilen in de toekomst te realiseren.
Figuur 14. Ingestort dak van de maalderij (foto van 2019, inmiddels is de maalderij nog verder in verval geraakt).
R 10141.005 versie D1
Figuur 15. Ingestort dak maalderij (foto van 2019, inmiddels is de maalderij nog verder in verval geraakt).
Pagina 10 van 16
5
EFFECTEN VAN DE INGREEP OP FLORA EN FAUNA
5.1
Effecten op beschermde soorten
In het plangebied zijn vaste rust- of voortplantingsplaatsen van de kerkuil en de steenuil aanwezig. Het is niet mogelijk om meer details over de functie van de bebouwing voor uilen te verkrijgen omdat het gebouw niet betreden kan worden. 5.1.1
Steenuil
De steenuil is een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. De steenuil is een kleine broedende uil die het hele jaar gebruik maakt van zijn vaste rustof voortplantingsplaats. Steenuilen hebben een relatief klein territorium met een grootte van 5 tot 30 hectare afhankelijk van de geschiktheid van het territorium. De vaste rust- of voortplantingsplaats van de steenuil is in de huidige situatie niet duurzaam te behouden. Het gebouw staat op instorten en het is maar zeer de vraag of de steenuil volgend seizoen nog gebruik kan maken van de maalderij als vaste rust- of voortplantingsplaats. Alternatieve duurzame nestplaatsen aanbieden in de directe omgeving van de nestplaats van de steenuil is daarom de enige mogelijkheid om op zowel korte als lange termijn de vaste rust- of voortplantingsplaats van de steenuil duurzaam in stand te houden. Het aanbieden van alternatieve duurzame nestplaatsen zorgt ervoor dat het plangebied duurzame verblijfsmogelijkheden krijgt voor de steenuil omdat het de enige mogelijkheid is om ervoor te zorgen dat het plangebied de komende jaren nog steeds kan functioneren als vaste rust- of voortplantingsplaats. Door de renovatiewerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren worden geen steenuilen verwond of gedood.
De werkzaamheden staan gepland in december op het moment dat de steenuilen nog geen eieren hebben. Op het moment dat de werkzaamheden van start gaan zal de steenuil uit zichzelf de onderzoekslocatie verlaten. De werkzaamheden zullen daarbij wel handmatig opgestart moeten worden zodat er geen uilen worden verwond of gedood. Een ter zake kundige zal hierin moeten begeleiden. Maatregel: alternatieve nestplaatsen aanbieden in de directe omgeving. Maatregel: werkzaamheden buiten broedseizoen uitvoeren. 5.1.2
Kerkuil
De kerkuil is eveneens beschermd onder artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. De kerkuil is een soort die zeer honkvast is in zijn plaats waar hij broedt. Een groot deel van de broedende kerkuilen in Nederland broedt in kasten wegens het ontbreken van geschikte natuurlijke nestplaatsen. De kerkuil verblijft het hele jaar in de buurt van zijn leefgebied. Zijn tweede legsel wordt wel vaak op een andere plek uitgebroed dan zijn eerste legsel. Een kerkuil heeft binnen zijn territorium daarom vaak minimaal twee (mogelijke) nestplaatsen. Verder gebruiken kerkuilen vaste rustplaatsen die niet altijd dezelfde plaats is als de nestplaats. Het is onbekend of de locatie op de onderzoekslocatie deel uit maakt van een nestplaats van de kerkuil. Wel wordt de maalderij gebruikt als roestplaats voor de kerkuil en ook de kapschuur die behouden blijft wordt gebruikt door kerkuilen als roestplaats.
R 10141.005 versie D1
Pagina 11 van 16
De vaste rust- of voortplantingsplaatsen van de kerkuil is in de huidige situatie niet duurzaam te behouden. Het gebouw staat op instorten en het is maar zeer de vraag of de kerkuil volgend seizoen nog gebruik kan maken van de maalderij als vaste rust- of voortplantingsplaats. Alternatieve duurzame nestplaatsen aanbieden in de directe omgeving van de nestplaats van de kerkuil is daarom de enige mogelijkheid om op zowel korte als lange termijn de vaste rust- of voortplantingsplaats van de kerkuil duurzaam in stand te houden. Omdat de huidige situatie geen duurzame vaste rust- of voortplantingsplaatsen voor kerkuilen bevat, heeft het aanbieden van nieuwe nestplaatsen in de omgeving juist een positief effect voor de kerkuil. Het aanbieden van nieuwe nestplaatsen is namelijk de enige mogelijkheid om ervoor te zorgen dat de kerkuil in de toekomst nog steeds gebruik kan maken van het plangebied als vaste rust- of voortplantingsplaats. Door de renovatiewerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren worden geen kerkuilen verwond of gedood. De werkzaamheden staan gepland in december op het moment dat de kerkuilen nog geen eieren hebben. Op het moment dat de werkzaamheden van start gaan zal de kerkuil uit zichzelf de onderzoekslocatie verlaten. De werkzaamheden zullen daarbij wel handmatig opgestart moeten worden zodat er geen uilen worden verwond of gedood.
Een ter zake kundige zal hierin moeten begeleiden. Maatregel: alternatieve nestplaatsen aanbieden in de directe omgeving. Maatregel: werkzaamheden buiten broedseizoen uitvoeren. 5.2 5.3.1
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming Steenuil en kerkuil
De steenuil en de kerkuil vallen onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Bij de renovatie van de maalderij zijn er maatregelen nodig om de functionaliteit voor de soort te behouden. Hiermee wordt overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen. Omdat de nesten in principe het hele jaar gebruikt worden is er een ontheffing van artikel 3.1 lid 2 benodigd voor het tijdelijke verlies van functionaliteit. Artikel 3.1 lid 4 en 5 betreft het opzettelijk storen van vogels. Hierbij geldt dat het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Van overtreding van dit artikel is geen sprake omdat de verstoring niet van wezenlijke invloed zal zijn op de staat van instandhouding van de soort.
5.3.2
Wettelijk belang uit de Vogelrichtlijn
De maalderij op de onderzoekslocatie verkeerd in zeer slechte bouwkundige staat met op korte termijn mogelijke instorting als gevolg. Met de voorgenomen renovatie wordt een leefomgeving gerealiseerd die betere leefomstandigheden en woongenot creëren voor omwonende. De ontheffing voor de beschermde soorten onder de Vogelrichtlijn worden daarom aangevraagd in het belang van de openbare veiligheid.
R 10141.005 versie D1
Pagina 12 van 16
6 6.1
TE TREFFEN MAATREGELEN Inleiding
De te nemen maatregelen, die voortvloeien uit de analyse in hoofdstuk 5 bestaan uit het aanbieden van andere nestplaatsen voor de steenuil en kerkuil, het werken buiten de gevoelige periode en het zorgvuldig handelen. 6.2
Mitigerende en compenserende maatregelen
Steenuil In de omgeving van de maalderij worden twee steenuilenkasten geplaats. Het is niet zinvol om een gewenningstijd te hanteren voor de kasten voordat de renovatiewerkzaamheden van start gaan. Het is namelijk niet verantwoord om nog een broedseizoen te wachten wegens instortingsgevaar van de maalderij. Tevens is het de vraag of de steenuilen volgend broedseizoen gebruik kunnen maken van de maalderij als vaste rust- of voortplantingsplaats. De kasten die worden geplaatst zijn van het type UK ST 01 van Vivara Pro, zie figuur 16. De kasten worden in september 2020 geplaats aan de open kapschuur direct ten zuiden van de maalderij. Verder worden de mogelijkheden onderzocht om één van de kasten niet aan de kapschuur maar in een schuur of boom op een erf in de directe nabijheid van het Figuur 16. Steenuilenkast met type UK ST 01 plangebied te plaatsen om de nieuwe verblijfplaatsen wat (Vivara Pro, 2020). meer te spreiden op locatie en windrichting. Zodra de kasten zijn geplaatst zal hiervoor fotomateriaal aan de provincie Gelderland worden verstrekt onder vermelding van het zaaknummer. Kerkuil Voor de kerkuil zullen twee kasten worden geplaatst in de open kapschuur. Het is niet zinvol om een gewenningstijd te hanteren voor de kasten voordat de renovatiewerkzaamheden van start gaan.
Het is namelijk niet verantwoord om nog een broedseizoen te wachten wegens instortingsgevaar van de maalderij. Tevens is het maar zeer de vraag of de kerkuilen gebruik kunnen maken van de maalderij als vaste rustof voortplantingsplaats. De kasten die worden geplaatst zijn van het type UK KE 01 van Vivara Pro, zie figuur 17. In Bijlage I is weergegeven hoe de kasten in de open kapschuur geplaatst gaan worden. De kasten worden in september 2020 geplaatst in de open kapschuur direct ten zuiden van de maalderij. Zodra de kasten zijn geplaatst zal hiervoor fotomateriaal aan de provincie Gelderland worden verstrekt onder vermelding van het zaaknummer.
R 10141.005 versie D1
Figuur 17. Kerkuilenkast met type UK KE 01 (Vivara Pro, 2020).
Pagina 13 van 16
Kerkuilenkast
Steenuilenkast Figuur 18. Locatie kapschuur waar de kasten geplaatst worden. Op dit moment wordt onderzocht of één van de steenuilkasten op een locatie elders geplaatst kan worden om meer te spreiden op locatie en windrichting.
6.3
Zorgvuldig handelen en zorgplicht
Aan het zorgvuldig handelen en de zorgplicht wordt voldaan door het werken buiten de gevoelige perioden van de betreffende soorten. Voor steenuilen betreft dit het werken buiten het broedseizoen (februari t/m juli) en voor de kerkuil betekent dat eveneens buiten het broedseizoen (februari tot half augustus) gewerkt moet worden. Aanvullend moet de renovatie met zorg gebeuren. Zo zullen de werkzaamheden aan het dak met zorg plaats moeten vinden, zodat de uilen de tijd hebben om het pand te verlaten. Dit betekent dat het verwijderen van het dak opgestart moet worden door de pannen handmatig te verwijderen met behulp van een hoogwerker. Een ecologisch deskundige op het gebied van kerkuil en steenuil zal hierbij aanwezig moeten zijn om aanwijzingen te geven. Wanneer de uilen de maalderij uit zichzelf hebben verlaten kunnen de werkzaamheden verder van start gaan zoals gepland.
R 10141.005 versie D1
Pagina 14 van 16
7
SAMENVATTING
Econsultancy heeft in opdracht van Bouwbedrijf Heijnen Aalten een projectplan opgesteld in het kader van de Wet natuurbescherming, ten behoeve van de voorgenomen renovatiewerkzaamheden aan de Molenweg 21 te Breedenbroek. De volgende onderzoeksvragen zijn beantwoord: Welke beschermde soorten zijn in het plangebied aanwezig? o Het gaat om de steenuil en de kerkuil. Welke functie heeft het plangebied voor de soorten? o Voor beide soorten betreft het een vaste rust- of voortplantingsplaats. Wat is de omvang en duurzame staat van instandhouding van de bij de ingreep betrokken populaties van beschermde soorten? o Voor beide soorten betreft het één vaste rust- of voortplantingsplaats, de duurzame staat van instandhouding van de populatie is daarom niet in het geding. Blijft de functionaliteit van de rust- en voortplantingsplaatsen behouden? o Door het aanbieden van alternatieve vaste rust- of voortplantingsplaatsen blijft de functionaliteit behouden en wordt het in de toekomst juist versterkt. De huidige vaste rust- of voortplantingsplaatsen zijn namelijk niet duurzaam te behouden wegens de vervallen staat van de maalderij. In de nieuwe situatie worden duurzame verblijfsmogelijkheden gecreëerd waar de uilen nog vele jaren gebruik van kunnen maken.
Welke eigenschappen van het gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden? o Het gaat om een vaste rust- of voortplantingsplaats. Hoe groot wordt het succes van de te nemen maatregelen ingeschat? o Het succes van de maatregelen wordt groot verwacht omdat de locaties van de alternatieve verblijfplaatsen een stuk duurzamer zijn dan de huidige vaste rust- of voortplantingsplaatsen tevens worden de alternatieve verblijfplaatsen aangeboden in een schuur die al bezocht wordt door uilen. Het is dus geen nieuwe plek waardoor de kasten gemakkelijk vindbaar zijn. Welke maatregelen moeten getroffen worden om aan de zorgplicht te voldoen? o Het betreft het werken buiten het broedseizoen en zorgvuldig handelen onder begeleiding van een ter zake kundige. Zijn er voor de streng beschermde soorten geen meer bevredigende oplossingen. o De maalderij staat op instorten waardoor het ongemoeid laten van de bebouwing alsnog zou zorgen voor een verlies van de vaste rust- of voortplantingsplaatsen. Door nieuwe verblijfsmogelijkheden te creëren worden duurzame maatregelen getroffen die voor beide soorten gunstiger uitpakken dan de situatie te houden in de huidige staat. Welk wettelijk belang is er waardoor de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd? o Het betreft het belang van de openbare veiligheid. Econsultancy Doetinchem, 3 september 2020 R 10141.005 versie D1
Pagina 15 van 16
Bijlage I : Kerkuilenkast in open kapschuur
R 10141.005 versie D1
Pagina 16 van 16
bestaande buitenmuur
390
110
ca.+6000 nestkast kerkuil aan binnenzijde wand 76x46x39cm (bxhxd) ca.+4850
nest kast
460
invliegopening van 11x11cm in metselwerk boren/hakken balk monteren aan bestaande constuctie tbv montage kast
nieuwe balken
±0
KOPGEVEL KAPSCHUUR
Deze tekening blijft ons eigendom en mag zonder schriftelijke toestemming niet worden gekopieerd, noch t.b.v. derden worden gebruikt Aan deze tekening kunnen geen rechten ontleend worden, aangegeven maten zijn circa maten en dienen voor uitvoering gecontroleerd te worden
werknummer
internet: www.3dnb.nl e-mail: aalten@3dnb.nl
02-09-2020
-
1:100 / 1:10
gewijzigd
A3
TEL: 0543-474243
blad
HEIJNEN BOUWGROEP BV NIJVERHEIDSWEG 28-C 7122 AB AALTEN
datum
formaat
HERINRICHTING TERREIN VOORMALIGE MAALDERIJ AAN DE MOLENWEG 21 TE BREEDENBROEK
schaal
onderwerp
AANPASSING TBV UILENKASTEN
19/2811
getekend
HK
KAPSCHUUR
opdrachtg.
Tel.(0543) 478000 Fax.(0543) 478001
Eerste Broekdijk 88 7122 LD Aalten
PRINCIPEDOORSNEDE