CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting_Bijlage 10 Quickscan natuurwaardenonderzoek.pdf

Raadsvergadering 23 november 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 6: Bestemmingsplan ‘Buitengebied, locatie Huis Landfort’6.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wet natuurbescherming Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort Megchelen

Opdrachtgever

Raacc Adviesbureau Dhr. J. Meijerhof Enkweg 37 7383 CW Voorst

Datum:

20 mei 2022

Versie: Projectnummer:

V1.0 Wnb22-09 Kerkstraat 52 6996 AJ DREMPT tel. 06-11428182 geert.willink@gmail.com KvK-nummer: 62420143 BTW-id: NL001390824B22

INHOUD

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en kenmerken plangebied 1.3 Voorgenomen ingrepen

3 3 4 6

2.

WET NATUURSCHERMING 2.1 Soortenbescherming 2.2 Gebiedsbescherming 2.3 Houtopstanden 2.4 Natuurnetwerk Nederland

7 7 10 10 11

3.

METHODE 3.1 Bronnenonderzoek 3.2 Terreinbezoek

12 12 12

4.

RESULTATEN BESCHERMDE SOORTEN EN EFFECTEN 4.1 Habitatrichtlijnsoorten 4.2 Vogelrichtlijnsoorten 4.3 Nationaal beschermde soorten

13 13 15 15

5.

RESULTATEN BESCHERMDE GEBIEDEN EN EFFECTEN 5.1 Natura 2000-gebieden 5.2 Natuurnetwerk Nederland

18 18 19

6.

RESULTATEN HOUTOPSTANDEN EN EFFECTEN

20

7.

CONCLUSIES EN SAMENVATTING

21

8.

BRONNEN

22

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

2

1

INLEIDING

1.1 Aanleiding en doel In opdracht van Raacc Adviesbureau is een quickscan Wet natuurbescherming (Wnb) uitgevoerd ten behoeve van de ontwikkeling van een parkeervoorziening gelegen nabij Huis Landfort te Megchelen. In verband met deze ruimtelijke ontwikkeling is een toetsing van de plannen aan de natuurwetgeving en -beleid noodzakelijk. Deze quickscan heeft als doel in te schatten of er in het plangebied plantenen diersoorten aanwezig of te verwachten zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden van de voorgenomen ontwikkeling en ingrepen. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ontwikkeling en ingrepen invloed kunnen hebben op Natura 2000-gebieden en houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van de uitgevoerde quickscan van beschermde natuurwaarden in het betreffende plangebied.

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

3

1.2

Ligging en kenmerken plangebied

Het plangebied is gelegen aan de rand van landgoed Huis Landfort langs de Oude IJssel, dicht tegen de Duitse grens bij Anholt en op circa 1,5 kilometer van Megchelen (gem. Oude IJsselstreek, prov. Gelderland); zie afbeelding 1. Het perceel waar de ontwikkeling van een parkeervoorziening wordt voorzien is gesitueerd aan de rand van het landgoed, in de knik tussen de Landfortseweg en de Hogestraat (zie afbeelding 2). Het plangebied wordt gevormd door een intensief gebruikt landbouwperceel, dat momenteel is begroeid met Italiaans raaigras als groenbemester. Aan de noordzijde, tussen de Landfortseweg en het landbouwperceel, wordt het plangebied begrensd door een circa 80 meter lang en 15 meter breed bosstrookje. Deze bestaat uit diverse boom- en struiksoorten waaronder met name Amerikaanse eik (ook veel zaailingen/opslag) en enkele zomereiken. Een deel van de ondergroei bestaat uit braam, afgewisseld met plekken die iets minder verruigd zijn. Het landbouwperceel wordt aan 3 zijden begrensd door droge tot vochtige, maar niet jaarrond watervoerende greppels. Aan de westzijde wordt het landbouwperceel begrensd door een watervoerende sloot met in het water een dominantie van sterrekroos en mannagras. De oeverzone van deze watergang wordt o.a. gekenmerkt door de aanwezigheid van grote vossenstaart, enkele zeggesoorten en moerasspirea.

Zie afbeelding 3 voor een foto-impressie van het plangebied.

Afbeelding 1. Globale ligging van het plangebied

Afbeelding 2. Begrenzing van het plangebied. Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

4

Afbeelding 3. Foto-impressie plangebied, 7 mei 2022. Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

5

1.3

Voorgenomen ontwikkeling en ingrepen

De initiatiefnemer is voornemens om het intensief gebruikte landbouwperceel, dat momenteel wordt begroeid met Italiaans raaigras als groenbemester, te ontwikkelen tot parkeervoorziening. Zie afbeelding 4 voor het ontwerp. Ten behoeve van deze ontwikkeling zal het gehele landbouwperceel bouwrijp gemaakt worden. Het bestaande bosstrookje (‘groenstrook’) en de omliggende greppels en watervoerende sloot vallen buiten de begrenzing van het plangebied en blijven gehandhaafd. De huidige perceelsopgang vormt tevens de toegang tot de voorziene parkeervoorziening, maar zal daartoe enkele meters worden verbreed. De gehele parkeervoorziening zal landschappelijk worden ingepast en ecologisch worden versterkt met een ruime hoeveelheid aan nieuwe beplanting, waaronder besdragers t.b.v. vogels en andere dieren.

Afbeelding 4. Ontwerp parkeervoorziening.

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

6

2

WET NATUURBESCHERMING

De juridische bescherming van de Nederlandse natuur is in hoofdlijn geregeld via twee sporen. Hierbij zijn het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de soort- en gebiedsbescherming, die per 1 januari 2017 zijn geregeld onder de Wet natuurbescherming (Wnb), de belangrijke kaders. In de onderstaande paragrafen wordt nader ingegaan op de wettelijke en beleidsmatige kaders voor natuurbescherming. De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Deze nieuwe wet beoogt de bescherming van in het wild levende planten en dieren en hun directe leefomgeving waarbij onderscheidt wordt gemaakt in soort- en gebiedsbescherming. In onderstaande paragrafen wordt een globale toelichting gegeven op de achtergrond van deze nationale wetgeving waaraan voorgenomen ruimtelijke plannen en ingrepen worden getoetst.

2.1

Soortenbescherming

2.1.1

Zorgplicht

De Wet natuurbescherming gaat uit van de ‘zorgplicht’ (art 1.11 Wnb). De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Indien specifieke maatregelen dienen te worden uitgevoerd, zal dit in onderhavig rapport worden toegelicht.

Tabel 1. Artikel 1.11 Zorgplicht 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

2.1.2.

Verbodsbepalingen

Op grond van de Wet natuurbescherming is het verboden planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te beschadigen of te plukken. Beschermde inheemse dieren mogen niet worden gedood, verstoord, verwond, gevangen en bemachtigd. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden (zie tabel 2). Voor de nationaal beschermde soorten heeft elke provincie een lijst opgesteld met soorten die in desbetreffende provincie zijn vrijgesteld.

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

7

Tabel 2. Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Tabel 3. Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Tabel 4. Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten (nationaal beschermd) 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Opzettelijkheid In de Wet natuurbescherming is bij meer verbodsbepalingen dan onder de Flora- en faunawet het opzetvereiste toegevoegd, in lijn met de artikelen van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. In de Flora- en faunawet was alleen sprake van het opzetvereiste bij verontrusting (art 10). Hierdoor was de Flora- en faunawet strenger dan de verbodsbepalingen van de Habitatrichtlijn. Niet-opzettelijke handelingen waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, zijn nu niet langer verboden. Daarbij is het echter van belang te realiseren dat het Europees Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant…”.

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

8

2.1.3.

Vogels

Alle broedvogels in Nederland zijn gedurende het broedseizoen beschermd (art 3.1 en 3.5 Wnb) en in sommige gevallen ook buiten die periode. Hierbij wordt door het bevoegd gezag onderscheid gemaakt tussen soorten uit de beschermingscategorie 1 t/m 4: jaarrond beschermde nesten (verblijfplaatsen van vogels die hun voortplantingsplaats het hele jaar of meerdere jaren achtereen gebruiken), categorie 5: niet-jaarrond beschermde vogelnesten (verblijfplaatsen van vogels die regelmatig naar hun verblijf terugkeren en over voldoende flexibiliteit beschikken en ‘overige soorten’ (vogels die jaarlijks een nieuw nest maken dat alleen in het broedseizoen beschermd is). Naar gelang de beschermingsstatus van het nest dienen maatregelen te worden getroffen om de functie van de nestlocatie te behouden.

Tabel 5. Beschermingscategorieën broedvogels Categorie

Jaarrond beschermd

Omschrijving

1

ja

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil).

2

ja

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).

3

ja

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).

4

ja

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil).

5

ja, indien zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (voorbeeld: spreeuw, oeverzwaluw, boerenzwaluw, ijsvogel).

‘overige soorten’

nee, alleen gedurende het broedseizoen

Soorten die jaarlijks gebruik maken van een nieuw nest (voorbeeld: merel, ringmus, houtduif).

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

9

2.2

Gebiedsbescherming

Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Op grond van deze wet is het verboden projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitattypen en de habitats van soorten kunnen verslechteren, of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Een andere vorm van gebiedsbescherming komt voort uit aanwijzing van een gebied in het kader van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Anders dan bij gebieds- en soortbescherming is de status van het NNN niet verankerd in de natuurwetgeving, maar dient het belang in de planologische afweging een rol te spelen. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag (Provincies). Voor NNN-gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot aantasting van de natuurdoelen. Voor ruimtelijke ingrepen in of nabij het NNN geldt het ‘’nee, tenzij’’ principe.

Dit houdt in dat ingrepen waarbij de oppervlakte of de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN significant worden aangetast, in principe niet zijn toegestaan, tenzij het een groot openbaar belang dient én er geen alternatieven zijn buiten het gebied dat deel uitmaakt van de NNN. Als het toegestaan is, is natuurcompensatie verplicht.

2.3

Houtopstanden

Het hoofdstuk over houtopstanden in de Wet natuurbescherming is van toepassing op alle bossen en houtopstanden groter dan 10 are (1.000 m2) of, in geval van rijbeplantingen, meer dan twintig bomen, gerekend over het totaal aantal rijen. Er wordt gesproken van een bos als de bomen elkaar duidelijk beïnvloeden. Als richtlijn voor de definitie van bos wordt een bedekkingspercentage van 60% gehanteerd. Het te kappen bos moet gecompenseerd worden, waardoor een meerwaarde voor natuur en landschap ontstaat. Het deel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is niet van toepassing op: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; • houtopstanden op erven of in tuinen; • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; • kweekgoed; • uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°.eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; • het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°.

bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

10

2.4

Natuurnetwerk Nederland

Om de natuur in Nederland weer tot een goed functionerend ecologisch netwerk te maken, wordt het Natuurnetwerk Nederland, NNN (de voormalige EHS; Ecologische hoofdstructuur) begrensd en aangelegd, als netwerk van bestaande en nieuwe natuur. Het beleidskader voor het aanwijzen (begrenzen) en beschermen van het NNL is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken van het NNN, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. Het NNN-beschermingsregime is opgebouwd uit verschillende elementen die zijn opgenomen in de Spelregels NNN. Dit zijn naast het ‘nee, tenzij’-regime, met als sluitstuk natuurcompensatie, de maatwerkinstrumenten NNN-saldobenadering en Herbegrenzen NNN. ‘Nee, tenzij’-regime en compensatiebeginsel Het ruimtelijke beleid voor het NNN is gericht op behoud en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden. Daarom geldt in het NNN het ‘nee, tenzij’-regime. Dat wil zeggen dat ontwikkelingen in het NNN die significante gevolgen hebben voor de kenmerken en waarden van het NNN alleen kunnen worden toegestaan als er sprake is van een groot openbaar belang en er geen alternatieve oplossingen zijn.

Indien een voorgenomen ingreep de ‘nee, tenzij’-afweging met positief gevolg doorloopt kan de ingreep plaatsvinden, mits de eventuele nadelige gevolgen worden gemitigeerd en resterende schade wordt gecompenseerd. Indien een voorgenomen ingreep niet voldoet aan de voorwaarden uit het ‘nee, tenzij’- regime dan kan de ingreep niet plaatsvinden.

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

11

3

METHODE

De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van een analyse van bestaande (inventarisatie)gegevens en een verkennend veldbezoek in het terrein.

3.1

Bronnenonderzoek

Voor het bronnenonderzoek is vooral gebruik gemaakt van gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens met betrekking tot planten, dagvlinders, libellen en overige ongewervelden, amfibieën, reptielen, vissen, vogels en zoogdieren. Daarnaast zijn ook gegevens gebruikt van de website www.waarneming.nl.. De toetsing is een effectbepaling en -beoordeling op basis van de huidige en potentieel mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in het plangebied, de functie en habitatkwaliteit van het plangebied en de directe omgeving voor deze soorten in relatie tot de voorgenomen ingreep.

3.2

Terreinbezoek

De aanwezigheid van mogelijk in het plangebied en de directe omgeving voorkomende beschermde soorten en de potentiële geschiktheid van het plangebied voor deze soorten is door middel van een eenmalig veldbezoek op locatie onderzocht. Op 7 mei 2022 in de ochtend, bij bewolkt en droog weer, circa 10° C. en vrijwel geen wind (1 bft), heeft senior ecoloog Geert Willink het plangebied en de directe omgeving verkend. Doel van deze veldverkenning is om een indruk te krijgen van het aanwezige habitat en de geschiktheid ervan te beoordelen voor de mogelijk voorkomende beschermde soorten. Het eenmalige veldbezoek heeft niet de status van een volledige veldinventarisatie. Niet alle soortgroepen zijn gedurende het hele jaar actief of aanwezig. Bovendien zijn veelal meerdere veldbezoeken noodzakelijk voor een volledig (aanvullend) onderzoek naar bepaalde soortgroepen. De quickscan is de eerste stap in het proces om de haalbaarheid van het plan op het gebied van beschermde flora en fauna te onderzoeken. Het veldonderzoek en de effectbeoordeling zijn uitgevoerd door een erkend en deskundig senior ecoloog. Deze deskundigheid is verkregen door o.a. opleiding, werkervaring in het ecologisch onderzoek en advies, zelfstudie en vrijwilligerswerk voor diverse soortenorganisaties en natuurverenigingen.

Hij heeft ruim 30 jaar ervaring als ecoloog en heeft een groot aantal onderzoeken en adviezen uitgevoerd voor tal van opdrachtgevers. Tevens is hij werkzaam als senior consultant, projectleider en senior docent bij een landelijk bekend opleidingsinstituut met als zwaartepunt de thema’s: natuur- en landschapsbeheer, ecologie, inventariseren en monitoren van flora & fauna, groene wetgeving en watermanagement.

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

12

4

RESULTATEN BESCHERMDE SOORTEN EN EFFECTEN

Dit hoofdstuk beschrijft het (mogelijke) voorkomen van beschermde flora en fauna. Per beschermingsregime zijn de effecten beschreven en getoetst aan de Wet natuurbescherming. Vervolgens zijn de eventuele vervolgstappen aangegeven. In dit hoofdstuk is een onderscheid gemaakt in Habitatrichtlijnsoorten (paragraaf 4.1), Vogelrichtlijnsoorten (paragraaf 4.2) en Nationaal beschermde soorten (‘Andere soorten’, paragraaf 4.3).

4.1

Habitatrichtlijnsoorten

Planten Er zijn vier planten beschermd onder de Habitatrichtlijn, te weten: drijvende waterweegbree, groenknolorchis, kruipend moerasscherm en zomerschroeforchis. Deze soorten komen alleen in zeer specifieke milieus voor en zijn afhankelijk van kalkrijke, voedselarme en vochtige tot natte omstandigheden met kwelinvloed. Van het plangebied en ruime omgeving zijn geen waarnemingen van deze soorten bekend. Vanwege de ligging en de kenmerken van het gebied zijn er geen geschikte omstandigheden voor planten van de Habitatrichtlijn aanwezig. Effecten en vervolg Effecten en vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Vleermuizen Van het plangebied en directe omgeving zijn geen waarnemingen bekend van vleermuizen. Op ruime afstand van het plangebied zijn wel waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Van overige, mogelijk in de omgeving aanwezige vleermuissoorten ontbreken waarnemingen. Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen verblijfplaatsen hebben in bomen en/of gebouwen. Gebouwen ontbreken in het plangebied. Ook zijn geen bomen aanwezig op het tot parkeervoorziening te ontwikkelen landbouwperceel. De bomen grenzend aan het landbouwperceel zijn tijdens het veldbezoek onderzocht op de aanwezigheid van potentieel geschikte rust- en/of voortplantingsplaatsen voor vleermuizen in de vorm van holtes, (spechten)gaten, spleten, scheuren, loshangende schors en dergelijke. Deze zijn niet aangetroffen. Bovendien blijven alle bomen gespaard bij de voorziene ontwikkeling van het landbouwperceel tot parkeervoorziening. Essentiële vliegroutes Potentiële vliegroutes van vleermuizen zijn opgaande lijnvormige elementen zoals bomenrijen en bosranden of brede watergangen. Deze landschappelijke structuren worden door vleermuizen veelal gebruikt om zich binnen het landschap te oriënteren op weg van verblijfplaats naar belangrijk foerageergebied en terug. Ook worden deze elementen gebruikt als migratieroute van zomerverblijven naar winterverblijven.

Vliegroutes zijn beschermd, wanneer bij verstoring van een dergelijke route dit een indirect gevolg heeft voor een verblijfplaats in de omgeving. De mate van belangrijkheid van een vliegroute houdt verband met de aanwezigheid van alternatieve routes, afstand tot (belangrijk) foerageergebied, het seizoen, weersomstandigheden en lokaal voedselaanbod. Vanwege de ruimtelijke indeling van het plangebied en de omliggende bosranden en bosstrookje is er geen aanleiding te veronderstellen dat deze in gebruik zijn als essentiële vliegroute. Bovendien blijven alle bomen gespaard bij de voorziene ontwikkeling van het landbouwperceel tot parkeervoorziening.

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

13

Essentieel foerageergebied Opgaande beplanting en grotere waterrijke delen zijn geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebieden zijn beschermd als door het (tijdelijke) verlies ervan verblijfplaatsen in de directe omgeving worden aangetast. Binnen het plangebied ontbreekt belangrijk onmisbaar foerageergebied. Mogelijk dat de bosranden langs het plangebied in gebruik zijn als foerageerplek. Deze plekken blijven echter in stand bij de voorziene ontwikkeling van het landbouwperceel tot parkeervoorziening. Ook zijn in de directe omgeving meerdere andere geschikte foerageerplekken aanwezig. Effecten en vervolg De voorgenomen ontwikkeling en ingrepen zullen niet leiden tot het verlies van verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied. Effecten en vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Grondgebonden zoogdieren De aanwezigheid van beschermde grondgebonden zoogdieren van de Habitatrichtlijn kan op voorhand worden uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren die vanuit de Habitatrichtlijn zijn beschermd (bever, hamster, hazelmuis, lynx, otter en wolf) komen niet in het plangebied en omgeving voor en er zijn hier ook geen geschikte leefgebieden voor deze soorten aanwezig. Effecten en vervolg Effecten en vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Amfibieën en reptielen Er zijn uit het plangebied en directe omgeving geen waarnemingen bekend van amfibieën (boomkikker, geelbuikvuurpad, heikikker, kamsalamander, knoflookpad, poelkikker, rugstreeppad en vroedmeesterpad) van de Habitatrichtlijn en zijn ook niet te verwachten. Deze soorten stellen allen zeer specifieke eisen aan de kwaliteit van hun leefgebied. Deze leefgebiedskenmerken ontbreken in het plangebied en directe omgeving. Een deel van de genoemde soorten heeft hun natuurlijk verspreidingsgebied bovendien uitsluitend in Zuid-Limburg. Er zijn uit het plangebied en wijde omgeving geen waarnemingen bekend van reptielen (gladde slang, muurhagedis en zandhagedis) van de Habitatrichtlijn en deze zijn ook niet te verwachten. Deze soorten stellen allen zeer specifieke eisen aan de kwaliteit van hun leefgebied. Deze leefgebiedskenmerken ontbreken in het plangebied en wijde omgeving. Effecten en vervolg Effecten en vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Vissen De aanwezigheid van vissen van de Habitatrichtlijn (houting en steur) kan op voorhand worden uitgesloten. Geschikt leefgebied in de vorm van (grote) rivieren ontbreekt. Effecten en vervolg Effecten en vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

14

Dagvlinders, libellen en andere ongewervelden De aanwezigheid van dagvlinders, libellen en andere ongewervelden die zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn zijn niet te verwachten. Deze soorten stellen vaak zeer specifieke eisen aan de kwaliteit van hun leefgebied en komen inmiddels vrijwel uitsluitend voor in natuurterreinen. Vanwege het karakter van het plangebied ontbreken dergelijke omstandigheden hier. Er zijn bovendien geen waarnemingen bekend van deze soorten uit het plangebied zelf en de zeer ruime omgeving.

Effecten en vervolg Effecten en vervolgstappen zijn niet aan de orde.

4.2

Vogelrichtlijnsoorten

Van de 16 vogelsoorten met vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen (jaarrond beschermde nesten), categorie 1 t/m 4, zijn van 9 soorten waarnemingen bekend uit de ruime omgeving van het plangebied, te weten: buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, roek, sperwer en steenuil. Voor gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus en ooievaar ontbreken geschikte elementen in het plangebied en directe omgeving om als nestplaats te kunnen functioneren. Tijdens het veldbezoek is specifiek gezocht naar jaarrond beschermde nesten van buizerd, havik, roek, sperwer en steenuil in bomen direct grenzend aan het landbouwperceel, maar deze zijn niet aangetroffen. Effecten en vervolg Jaarrond beschermde vogelnesten en/of in gebruik zijnde vaste rustplaatsen zijn niet aanwezig in het plangebied. Effecten en vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Hoewel er tijdens de veldinspectie en habitatbeoordeling geen sporen zijn aangetroffen en de directe omgeving van het plangebied een vrij sterk recreatief gebruik kent, valt niet uit te sluiten dat enkele algemene vogelsoorten het bosstrookje aan de noordzijde en mogelijk de greppels of greppelranden gelegen rondom het landbouwperceel gebruiken als nestplaats. Werkzaamheden die in gebruik zijnde nestplaatsen van vogels (incl. hun functionele omgeving) verstoren of beschadigen dienen te allen tijde te worden voorkomen. Dit is voor de meeste soorten mogelijk door de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling en ingrepen in elk geval op te starten in de periode voor circa medio maart en na circa eind juli en bovendien het plangebied vooraf te controleren op broedende vogels en nesten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd, maar is het van belang of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum c.q. periode van het jaar.

4.3

Nationaal beschermde soorten

Planten Er zijn geen groeiplaatsen bekend in het plangebied en de directe omgeving van nationaal beschermde plantensoorten van de Wet natuurbescherming (‘Andere soorten’). Deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet aangetroffen. Op basis van terreinkenmerken, huidig gebruik en verspreidingsgegevens worden nationaal beschermde planten van de Wet natuurbescherming in het plangebied zelf niet verwacht. Effecten en vervolg Effecten en vervolgstappen zijn niet aan de orde. Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

15

Grondgebonden zoogdieren Er zijn uit de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van een aantal grondgebonden zoogdieren van de lijst met Nationaal beschermde soorten (‘Andere soorten’, artikel 3.10), te weten: boommarter, bunzing, das, eekhoorn, grote bosmuis, haas, konijn, ree en steenmarter. Voor een groot deel van deze soorten vormt het plangebied geen geschikt leefgebied en voor enkele andere van deze soorten heeft Provincie Gelderland een vrijstelling verleend voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Tijdens het terreinbezoek is extra aandacht geschonken aan het bosstrookje noordelijk van het te ontwikkelen landbouwperceel en de omliggende greppels, greppelranden en slootoever. Er is specifiek gezocht naar sporen en mogelijke verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten. Er zijn echter geen indicaties die wijzen op het gebruik van het plangebied als leefgebied, inclusief rust- en/of voortplantingsplaatsen van genoemde soorten. Gezien de ligging en kenmerken van dit element in combinatie met het recreatief gebruik van de directe omgeving, lijkt dit ook niet aannemelijk. Effecten en vervolg Effecten en vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Het is echter in het kader van de zorgplicht (Wet natuurbescherming artikel 1.11) wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden of verwonden van individuen te voorkomen. Maatregelen die invulling geven aan de algemene zorgplicht kunnen bijvoorbeeld zijn: ▪ Werken in één richting, zodat soorten de kans krijgen te vluchten naar een veilige omgeving. ▪ Werken buiten de kwetsbare periode(n) van de beschermde soort(en).

Reptielen en amfibieën Van het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van nationaal beschermde amfibieën. Het plangebied zelf biedt ook geen geschikt voortplantingsbiotoop voor deze soorten vanwege het ontbreken van waterelementen. De watervoerende sloot grenzend aan de westzijde van het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingswater voor algemeen voorkomende soorten als, bruine kikker, kleine watersalamander, bastaardkikker en mogelijk gewone pad. Ook is niet uit te sluiten dat deze soorten mogelijk gebruik maken van het bosstrookje als zomer- en/of winterbiotoop. Voor deze soorten heeft Provincie Gelderland een vrijstelling verleend voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Van de nationaal beschermde reptielen (adder, hazelworm en levendbarende hagedis) zijn geen waarnemingen bekend van het plangebied en wijde omgeving. Deze soorten stellen zeer specifieke eisen aan de kwaliteit van hun leefgebied. Vanwege de ligging en kenmerken van het plangebied worden reptielen niet verwacht. Effecten en vervolg Effecten en vervolgstappen zijn niet aan de orde. Het is echter in het kader van de zorgplicht (Wet natuurbescherming artikel 1.11) wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden of verwonden van individuen te voorkomen.

Maatregelen die invulling geven aan de algemene zorgplicht kunnen bijvoorbeeld zijn: ▪ Werken in één richting, zodat soorten de kans krijgen te vluchten naar een veilige omgeving. ▪ Werken buiten de kwetsbare periode(n) van de beschermde soort(en).

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

16

Vissen De aanwezigheid van nationaal beschermde vissen (beekdonderpad, beekprik, elrits, gestippelde alver, grote modderkruiper en kwabaal) kan worden uitgesloten. Er zijn geen waterelementen in het plangebied zelf aanwezig. De watervoerende sloot aan de westzijde van het plangebied is in potentie geschikt voor grote modderkruiper. Deze sloot blijft echter behouden bij de voorziene ontwikkeling van het landbouwperceel tot parkeervoorziening. Effecten en vervolg Effecten en vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Dagvlinders, libellen en andere ongewervelden Van het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend van nationaal beschermde dagvlinders, libellen en andere ongewervelden. Op circa 500 meter afstand tot het plangebied is in april 2022 op landgoed Landfort een waarneming gedaan van grote vos. Hoogstwaarschijnlijk betrof dit een zwervend exemplaar. Vanwege de kenmerken van het plangebied (landbouwperceel met Italiaans raaigras als groenbemester) kunnen beschermde dagvlinders, libellen en andere ongewervelden worden uitgesloten. Mogelijk dat de bosranden grenzend aan het plangebied gebruikt worden als leefgebied, maar deze blijven bij de voorziene ontwikkeling tot parkeervoorziening intact en voldoende functioneel. Effecten en vervolg Effecten en vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

17

5

RESULTATEN BESCHERMDE GEBIEDEN EN EFFECTEN

Door voorgenomen ingrepen kan er sprake zijn van gevolgen voor beschermde gebieden vanuit de Wet natuurbescherming. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke gebieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen in het plangebied. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.

5.1

Natura 2000-gebieden

Ruimtelijke plannen in de omgeving van Natura 2000-gebieden dienen, via de habitattoets, te worden getoetst aan de Wet natuurbescherming. De habitattoets dient om vast te stellen of, en zo ja, onder welke voorwaarden een activiteit in en rondom een Natura 2000-gebied kan worden toegelaten. De toetsing moet de zekerheid bieden dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast en verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel een verstoring van soorten niet optreedt. Bij de habitattoets worden drie fasen onderscheiden: 1. Oriëntatiefase (voortoets) 2. Verslechterings- en verstoringstoets 3. Passende beoordeling In de oriëntatiefase van de plannen wordt regelmatig een voortoets uitgevoerd. De voortoets is niet wettelijk verplicht, maar wel vaak gewenst door het bevoegd gezag om snel duidelijk te krijgen of de kans bestaat dat er negatieve effecten optreden ten gevolge van de geplande ruimtelijke ontwikkeling. Op basis van informatie over de activiteit, de natuurwaarden en de mogelijke effecten, wordt een objectieve beoordeling gemaakt. Afhankelijk van de uitkomst van de toets worden vervolgstappen bepaald.

Het plangebied (zie afbeelding 5) is gesitueerd op zeer grote afstand van het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ (ca. 15 km).

Afbeelding 5. Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

18

Effecten en vervolg Effecten in de zin van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats, de habitats van soorten in deze Natura 2000-gebieden of significant verstorende effecten op de soorten waarvoor dit Natura 2000-gebied is aangewezen, zijn gezien de afstand en aard van de voorgenomen ruimtelijke ingreep uit te sluiten. Vervolgonderzoek in dit kader is dan ook niet noodzakelijk.

5.2

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied valt net buiten de begrenzing van het NNN (in deze het Gelders natuurnetwerk), maar is wel gelegen in een Groene ontwikkelingszone. Het plangebied wordt volledig gevormd door een intensief gebruikt landbouwperceel, dat is begroeid met Italiaanse raaigras als groenbemester. Beschermde soorten en andere natuurwaarden of landschapselementen zijn afwezig.

Afbeelding 6. Ligging en begrenzing plangebied ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland, in deze (Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone).

Effecten en vervolg Ingrepen buiten de NNN (in deze het Gelders natuurnetwerk) hoeven in principe niet te worden beoordeeld op hun effecten voor de wezenlijke kenmerken en waarden. Door het uitvoeren van de voorgenomen ontwikkeling tot parkeervoorziening zal geen oppervlakte aan NNN verloren gaan en vanwege beperkte aard van de ingrepen en vervolggebruik zijn geen negatieve effecten op het NNN te verwachten. De te ontwikkelen parkeervoorziening brengt geen verlies aan natuurwaarden en/of landschapselementen met zich mee en vormt ook geen impactfactor zoals beschreven in het besluit ‘Regels versterking Groene ontwikkelingszone’ (Gedeputeerde Staten van Gelderland, 17 december 2021). Een verdere uitwerking van eventuele versterkingsmaatregelen ten aanzien van de Groene ontwikkelingszone binnen de begrenzing van het plangebied, valt buiten de scope van deze quickscan. Het is aan de initiatiefnemer om hier nader vorm en inhoud te geven in overleg met gemeente Oude IJsselstreek.

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

19

6

RESULTATEN HOUTOPSTANDEN EN EFFECTEN

Aangezien er geen bomen gekapt en gerooid gaan worden in het plangebied, is de bescherming van houtopstanden onder de Wet natuurbescherming niet van toepassing. Het is dus niet noodzakelijk om hier verder aandacht aan te besteden met betrekking tot de verdere planning en uitvoering van de voorgenomen ingrepen en werkzaamheden in het kader van de Wet natuurbescherming.

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

20

7

CONCLUSIES EN SAMENVATTING

In opdracht van Raacc Adviesbureau is een quickscan Wet natuurbescherming (Wnb) uitgevoerd ten behoeve van de ontwikkeling van een parkeervoorziening gelegen nabij Huis Landfort te Megchelen. Om vast te stellen of de ruimtelijke ontwikkeling negatieve effecten heeft op beschermde soorten, beschermde gebieden en/of beschermde houtopstanden, is als eerste stap deze quickscan uitgevoerd. Hiervan zijn onderstaand de conclusies samengevat.

BESCHERMING SOORTEN Planten Geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk. Vogels Geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk. Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen in het plangebied. Wel kunnen meer of minder algemene broedvogels de begroeiingen in of aan de randen van het plangebied gebruiken als nestgelegenheid. Ontheffing voor deze diergroep is niet mogelijk. De werkzaamheden kunnen het best buiten het broedseizoen (globaal tussen medio maart en medio juli; afhankelijk van de soort en weersomstandigheden) uitgevoerd te worden.

Zoogdieren (grondgebonden) Geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk. Het is echter in het kader van de zorgplicht (Wet natuurbescherming artikel 1.11) wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden of verwonden van individuen te voorkomen.

Vleermuizen Geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk. Reptielen en amfibieën Geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk. Het is echter in het kader van de zorgplicht (Wet natuurbescherming artikel 1.11) wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden of verwonden van individuen te voorkomen.

Vissen Geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk. Dagvlinders, libellen en andere ongewervelden Geen nader onderzoek of ontheffing noodzakelijk

BESCHERMING GEBIEDEN Natura 2000-gebieden Geen nader onderzoek noodzakelijk. Geen ontheffing of vergunning noodzakelijk. Natuurnetwerk Nederland Geen nader onderzoek noodzakelijk. Geen ontheffing of vergunning noodzakelijk. Het is raadzaam om in overleg met de gemeente te overzien of en welke eventuele versterkingsmaatregelen t.a.v. de Groene ontwikkelingszone ter plaatse wenselijk zijn.

BESCHERMING BOSOPSTANDEN Geen vergunning of meldingsplicht noodzakelijk.

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

21

8

BRONNEN

Literatuur Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff & de Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland. Verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Bouwens, S., 2017. Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Broekhuizen S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters, J.C. Buys, 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Dijkstra, K.B., Kalkman, V.J., Ketelaar, R., van der Wiede, M.J.T., 2002. De Nederlandse libellen (odonata). Nederlandse fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Sovon Vogelonderzoek Nederland, 2018. Vogelatlas van Nederland. Broesvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Spitzen - van der Sluijs, A.M., G.W. Willink, R. Creemers, F.G.W.A. Ottburg, R.J. de Boer, P.M.L. Pfaff, W.W. de Wild, D.J. Stronks, R.J.H. Schroder, M.T. de Vos, D.M. Soes, P. Frigge & R.P.J.H.

Struijk, 2007. Atlas reptielen en amfibieën in Gelderland. 1985 - 2005. Stichting RAVON, Nijmegen. Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, Vleermuisprotocol 2021, 31 december 2020. Gedeputeerde Staten van Gelderland, 2021. Regels versterking Groene ontwikkelingszone. Arnhem.

Internetwebsites www.floron.nl www.libellennet.nl www.quickscanhulp.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.vlindernet.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl

Quickscan Wet natuurbescherming l Ontwikkeling parkeervoorziening Huis Landfort l Megchelen

22

Kerkstraat 52 6996 AJ DREMPT tel. 06-11428182 geert.willink@gmail.com KvK-nummer: 62420143 BTW-id: NL001390824B22

De auteur is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van auteur; opdrachtgever vrijwaart auteur voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Geert Willink Het copyright van deze publicatie is voorbehouden aan de auteur(s). Niets uit deze publicatie mag op enigerlei wijze worden vermenigvuldigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur(s), noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. Het is de opdrachtgever toegestaan vrijelijk kopieën van deze publicatie in zijn geheel te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4589/documents/27901