Toelichting_Bijlage 1 Beleidsplan Stichting Erfgoed Landfort.pdf
Tekst van het document
Beleidsplan Stichting Erfgoed Landfort (sEL)
-2-
Inhoudsopgave
Toekomstig gebruik buitenplaats
4
Een beknopte geschiedenis tot 1823
5
Verschijningsvormen Omvang Johann Albert Luyken en zijn familie Aankoop en nieuwbouw Jan David Zocher jr. Variëteitenrijkdom Tuinsieraden De moestuin en het koetshuis Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog Samenvattend en concluderend
6 7 7 8 9 11 11 13 13 15
16
Doelstellingen algemeen Betrokken mensen rond en op Landfort
17
19
Doelstellingen uitgewerkt Hoofddoel is het behoud en beheer van Landfort Landfort als nationaal centrum voor Nederlandse historische buitenplaatscultuur Centrum voor de beleving van een historische buitenplaats Verbondenheid met (lokale) gemeenschappen en relevante netwerken Interregionaal bezoekerscentrum voor buitenlandse geïnteresseerden Duurzaamheid (zuinigheid) Gebruik en inrichting landhuis Collectievorming Het Zocherpark Herstel moestuin Vrijwilligers Financiën en doelstellingen Partners
19 20 20 22 22 22 22 24 24 24 24 24 25 26
Colofon
-3-
Toekomstig gebruik buitenplaats
Een zinvol (historisch en financieel) verantwoord toekomstig gebruik van de historische buitenplaats Landfort te Megchelen (Oude IJsselstreek, Gelderland) en de wijze waarop sEL het wil gaan beheren, kunnen niet worden vastgesteld zonder de geschiedenis van deze buitenplaats in ogenschouw te nemen. Immers, het Landfort zoals wij het nu kennen, is de vrucht van alle inspanningen en zorg die voorgaande generaties eraan hebben gegeven, maar ook een gevolg van de uiteenlopende tijdsomstandigheden waar het goed zich in bevond. Dit alles bepaalde vorm en kwaliteit van deze buitenplaats. In het verleden berusten talrijke elementen die voor haar toekomst van nut kunnen zijn. Door de historie te betrekken, blijft het verleden met de toekomst verbonden. Om een adequaat beleidsplan voor Landfort te kunnen bepalen, volgt dan ook eerst een schets van haar lange verleden. Daarnaast bevat dit beleidsplan ook ideeën en plannen die door omstandigheden en vragen van nu worden ingegeven. sEL heeft dit beleidsplan op basis van al deze elementen samengesteld, met zinvol en verantwoord behoud van de historische buitenplaats Landfort als doel.
-4-
Beleidsplan Stichting Erfgoed Landfort (sEL)
Een beknopte geschiedenis tot 1823
De gedocumenteerde geschiedenis van Landfort begint in 1434. In dat jaar wordt het buiten in een overdrachts document voor het eerst genoemd. In dit document noemt men dit domein Lanckvoort. Dit wijst erop dat het huis bij een doorwaardbare plek of voorde in de Oude IJssel lag. Hoewel Landfort in het grensgebied ligt van wat nu Nederland en Duitsland heet, leed het in de loop van de tijd nauwelijks onder oorlogen of plunderingen. Mogelijk is dit geluk te danken aan het nabijgelegen vorstendom Anholt van de hoog-adellijke familie Zu Salm-Salm. Deze prinsen bezaten ook in Megchelen leenrechten waardoor de grenzen hier vermoedelijk nooit zijn gewijzigd. Ernstige oorlogsschade liep Landfort wel op in 1945. In de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog werd hier zwaar gevochten tussen Duitse troepen op de terugtocht en
geallieerde gevechtseenheden. Veel van het monumentale erfgoed in het dorp Gendringen is toen aangetast of vernietigd. Ook Landfort liep zware schade op. Een meer bepalende rol in de lange geschiedenis van Landfort speelden insolvente eigenaren. Doordat veel eigenaren te slecht bij kas zaten om goed voor Landfort te kunnen zorgen, had het vaak te lijden onder verwaarlozing en wanbeheer. Eigenaren gingen failliet of konden geld leningen niet terugbetalen waarna een gedwongen verkoop volgde. Dit was ook de reden waarom de buitenplaats tot het begin van de negentiende eeuw zo vaak van eigenaar wisselde en er nauwelijks geld aan onderhoud, laat staan verfraaiing werd besteed. Hierdoor bleef Landfort lange tijd een wat armoedig, op de grens gelegen slot. Onder
De oudst bekende afbeelding van t’ hüÿs Langfort bÿ Gendringen (1720)
-5-
Het ontwerp voor de achtergevel van Landfort, mogelijk door J.D. Zocher jr.
de eigenaren bevonden zich edelen maar ook leden uit de gegoede (Nederlandse en Duitse) middenstand en kooplieden, waaronder zelfs Amsterdammers.
houten kap uit de zestiende eeuw bewaard gebleven; bouwkundigen raken telkens opgewonden bij het zien van die kap want er zijn nauwelijks dakbedekkingen uit die tijd bewaard gebleven.
Verschijningsvormen
Tussen 1823-1827 ging alles op Landfort op de schop en kreeg het zijn huidige vorm. Johann Albert Luyken had het buiten begin 1823 aangekocht en ving enige jaren later aan met het vergroten van het huis door het van licht uitwaaierende vleugels te voorzien. Dit maakte van het oorspronkelijke huis een zogenaamd corps-de-logis. Verder voorzag hij de gevel van een pleisterlaag en bekroonde hij het dak met een torentje met klokuurwerk. Het omringende park kreeg naar de smaak van die tijd een landschappelijk uiterlijk. Zo veranderde Landfort van een lelijke eend in een prachtige zwaan. Het verwaarloosde kasteel werd een modieus, ruim landhuis waarbij in het ontwerp nadrukkelijk de eenheid tussen binnen en buiten werd gesmeed. Zijn bewoners zouden hier gaan genieten van het rustige landleven en van alle moderne comfort van die tijd.
Omdat Landfort in eerste instantie adellijk bezit was, noemde men het een havezate. Dat is de naam voor de buitenwoning van een edelman. Een dergelijk adellijk huis had steevast grachten met een ophaalbrug en jachtterreinen. Voorts weten wij dat er houtwallen, boomgaarden, viswaters en vermoedelijk verblijven voor paarden en enig vee zijn geweest. Lange tijd leek Landfort op het bij Velp gelegen kasteel Biljoen. Net als dat huis bestond Landfort uit een eenvoudig vierkant hoofdhuis met op iedere hoek een toren met helmdak. Gezien de ouderdom van de kelder midden in het huidige huis, is het aannemelijk dat de havezate altijd voorzien is geweest van een kelder. Hierop rusten twee bouwlagen en een zolder. Op oude tekeningen is te zien dat er veel vensters waren. Dit uiterlijk bezat het huis vanaf het begin van de zeventiende eeuw en tot aan het einde van de achttiende eeuw. Tegen die tijd waren de hoektorens al wel gesloopt. Bij de bouw van dat rechthoekige huis zijn onderdelen van een eerder huis benut. Van dat huis is op de zolder van Landfort een
-6-
Beleidsplan Stichting Erfgoed Landfort (sEL)
Omvang Toen Landfort in 1610 weer eens onder de hamer ging, ditmaal in het nabijgelegen Duitse Emmerik, telde het ruim 16 hectare. In de loop van de tijd wijzigt het grondgebied regelmatig door aan- en verkopen van landerijen. Toen Luyken in 1823 Landfort kocht, telde het 26 hectare. Een nazaat wist op de veiling van het naburige, en in verval geraakte kasteel Zwanenburg de hand te leggen op enkele percelen en zijn grondgebied daarmee flink uit te breiden. Landfort omvat nu 48 hectare waarvan de Stichting Geldersch Landschap & Kasteelen 4 hectare inclusief het landhuis langdurig aan sEL heeft verpacht. Voorts bezit sEL het bos op en rond de Keppeltjesberg, enige weilanden en een in 1980 gebouwde villa met grote schuur. Dit net buiten het complex historische buitenplaats Landfort gelegen gebied omvat 15 hectare. De buitenplaats en de Keppeltjesberg vallen onder de Natuurschoonwet (NWS).
Johann Albert Luyken en zijn familie Het geslacht Luyken heeft een Duits-Nederlandse herkomst, waarbij de vestingstad Wesel in Noordrijn-Westfalen een centrale rol speelt in de familiegeschiedenis. In die gemeenschap zijn meerdere Luykens stadsbestuurders en kooplieden geweest, zo ook Daniël, de vader van Johann Albert Luyken. Zijn familie verwierf in 1810 Schloss Sonsfeld-Wittenhorst dat bij de stad Rees ligt, inclusief heerlijke rechten en de titel heer van Sonsfeld-Wittenhorst. Die titel ging over naar Johann Albert Luyken (1785-1867), het tiende en jongste kind van Daniël Luyken (1733-1807) en Christina Gerdrutha Löhr (1742-1823). Na het gymnasium volgde hij universitaire studies aan de universiteiten van Halle en Göttingen, waar hij zich bekwaamde als oogarts, chirurg en gynaecoloog. Ook verdiepte hij zich in de dendrologie. In zijn tijd was kennis van de natuur een belangrijk element in medische en theologische opleidingen. Immers, in de natuur ervoer men God’s scheppingskracht volop. De botanische interesses van Johann Albert Luyken zouden uitmonden in een levenslange passie. Overigens doet over hem het verhaal de ronde dat hij, nadat hij zich als jonge, getalenteerde oogarts aan de Prinsengracht 464 te Amsterdam had gevestigd, uit broodnijd door jaloerse collega-artsen met wolfskers (belladonna) zou zijn vergiftigd.
Luyken zou dit hebben overleefd door grote hoeveelheden melk te drinken. Wel zou het gif zijn gehoor hebben aangetast waardoor hij zijn medische praktijk niet meer kon uitoefenen. De vergiftiging
Johann Albert Luyken (1785-1867)
is niet aangetoond, maar wel is bekend dat hij doof was. Mogelijk dat deze handicap zijn liefde voor de natuur verder aanwakkerde. Nadat hij zijn achternicht Christina M.B. Luyken (1797-1849) had gehuwd, vestigde het echtpaar zich met zijn oudste zus op Landfort. Na de dood van zijn vrouw hertrouwde hij met Emma C. Viebahn (1822-1898). Na zijn eigen dood in 1867 en zijn teraardebestelling op een speciaal daarvoor aangelegde begraafplaats op een eiland in het bos van Landfort, ging de buitenplaats over op hun oudste zoon Albert Gustav Luyken (1856-1933), en daarna op diens zoon Albert Wilhelm en kleinzoon Albert Carl, die Landfort in 1970 uiteindelijk moest verkopen.
-7-
De aankondiging van de veiling van Landfort uit 1823; aankoop door Luyken volgde
Aankoop en nieuwbouw In 1823 koopt Luyken Landfort aan op een veiling te Gendringen en betaalt hij met een grote som contant geld. Dit geld was hem geschonken door zijn 21 jaar oudere zuster Stiencke Christina Waltmann-Luyken. Deze schatrijke (kinderloze) weduwe wilde, na de dood van haar man die bankier was geweest, dichter bij haar familie in deze grensstreek verblijven. Bij de schenking bepaalde de schenkster wel dat zij ook op Landfort zou gaan wonen en dat eventuele revenuen uit omringende landerijen haar zouden toekomen. Misschien was deze zusterlijke inwoning met vermoedelijk wat eigen personeel en ruime financiële middelen er de reden voor dat het landhuis voor Nederlandse begrippen zeer ruim werd opgezet. Overigens hield deze aankoop ook de start in van een 147-jarige verbintenis van de familie Luyken met deze buitenplaats.
Aan die band kwam in 1970 een einde toen Stichting Geldersch Landschap & Kasteelen het geheel aankocht. Na het besluit om Landfort te herinrichten, werd de Duitse architect-aannemer Johann Theodor Übbing uit Anholt bij de uitvoering van de plannen betrokken. Mogelijk dat Luyken goede aanbevelingen verkreeg van de prinselijke familie Zu Salm-Salm. Übbing werkte regelmatig aan hun monumentale waterburcht, tevens stamslot, te Anholt. Naar verluidt bemoeide de 38-jarige Luyken zich intensief met de herinrichting van Landfort. In de uitbreiding van het huis werden enige vertrekken opgenomen voor Luykens botanische hobby’s. Eén vertrek huisvestte de omvangrijke medische en botanische bibliotheek. Voorts kreeg het landhuis een inpandige oranjerie. Zoiets kwam
Uitsnede van de ontwerpplattegrond voor de parterre met de Oranjerie (links) en het Gewächs- und Treibhaus (rechts), door de architect Übbing (1823)
-8-
Beleidsplan Stichting Erfgoed Landfort (sEL)
de aanleg van kostbare buitenplaatsen. Landfort is ook om die reden dan een tamelijk zeldzaam bouwwerk. Tenslotte mixt het landhuis en gebouwde objecten in het park elementen die zowel met de Nederlandse als internationale buitenplaatscultuur te maken hebben.
Uitsnede uit de ontwerptekening voor het warme luchtverwarmingssysteem, door de architect Übbing (1825)
in ons land nauwelijks voor. In de ruimte werden na verloop van tijd geen planten meer gehuisvest. Ook werd een ruimte als zaad- en kweekkamer ingericht. Verder was de luchtverwarming in het huisdeel met de oranjerie opmerkelijk. Dit systeem werkte door middel van een oven of kachel die in de kelder stond opgesteld en die hete lucht door buizen naar boven stuwde. Tot slot is opvallend dat het huis in de kelder geen dienstvertrekken had. De (bij-)keuken en wasruimtes bevonden zich op de beletage, waar ook de ontvangstvertrekken en het leefdomein van de familie waren. Misschien zegt dit iets over de ‘burgerlijke’ herkomst van de familie Luyken. Mogelijk ook dat zij hun landleven zonder veel representatie of plichtplegingen leefden. Onbekend is of er inwonend personeel was dat op zolder slaapvertrekken had. De trappen aan de uiteinden van de aangebouwde vleugels doen dit wel vermoeden. Zo konden de ‘meisjes’ ongezien naar bed gaan en bleef de centrale trap beschikbaar voor exclusief gebruik door de familie en haar gasten. Het landhuis behoort door de uitbreiding van 1823-1827 tot de grotere landhuizen op Nederlandse historische buitenplaatsen. Bovendien is de vorm van het landhuis tamelijk zeldzaam. Ook de periode waarin Landfort haar vorm kreeg, is uitzonderlijk.
In die jaren heerste een conjuncturele neergang die te wijten was aan de Napoleontische overheersing waarin het land volkomen was leeggeplunderd. Die lang doorwerkende economische malaise is er de oorzaak van dat Nederland weinig architectuur bezit uit de eerste helft van de negentiende eeuw. Er was gewoonweg weinig kapitaal beschikbaar voor
Het parkontwerp voor Landfort, toegeschreven aan J.D. Zocher jr.
Jan David Zocher jr. Uit een kaart die Übbing bij aanvang van de werkzaam heden maakte, blijkt dat de toenmalige indeling van de landerijen rond het huis vooral werd ingegeven door hun nut en minder door esthetische overwegingen. Veel was er rechtlijnig vormgegeven. Er stond een dierenverblijf of menagerie, er waren hakhoutbossen, houtwallen, bouwland, een oude visvijver en wat grachten. Historisch onderzoek naar eerdere periodes brachten geen formele tuin of park aan het licht. Alhoewel Übbing vermoedelijk ook artistiek bijdroeg aan het tuinontwerp, is het denkbaar dat hij niet in alle opzichten aan de hoge eisen van Johann Albert Luyken wist te voldoen, want nadat een Amsterdamse vriend Luyken bij Jan David Zocher jr. had geïntroduceerd, bezocht deze Landfort in de zomer van 1825. Zocher was in zijn tijd een succesvol en drukbeklante landschaps- en tuinarchitect, die ook bouwkundige werken realiseerde. Daartoe behoorden ook enige buitenplaatsen. In datzelfde jaar namen de werkzaamheden op Landfort een aanvang. Zocher zou voor Landfort, net als voor Biljoen, een zogenaamde vogelvluchtkaart maken. Om die reden worden aan hem enige ongesigneerde en ongedateerde classicistische bouwontwerpen voor het huis toegeschreven. Desondanks zijn meerdere elementen op Landfort eerder
-9-
De oudst bekende foto van Landfort uit 1854, van de achtergevel met kuipplanten direct voor de gevel en een bloemperk op de voorgrond rechts
Duits dan Nederlands te noemen. De inpandige oranjerie, de heteluchtverwarming in het huis, het eiland met de familiegraven en de Oosterse duiventoren zijn zaken die men meer in Duitsland aantreft dan in Nederland. Het is helaas onbekend hoe de rolverdeling tussen Übbing en Zocher is geweest. Alhoewel de in ons land minder gangbare elementen niet exclusief Duits te noemen zijn, is het aannemelijk dat Übbing, al dan niet op verzoek van de in Duitsland opgegroeide Luyken, mogelijk toch een rol speelde in de uiteindelijke vormgeving van park en tuin van Landfort. Naast Jan David Zocher jr. was diens jongere broer Karel George ook actief op Landfort, maar het is onduidelijk wat hij daar heeft verricht. Bekend is dat de tuin rond 1825 werd omgevormd in een landschappelijke stijl met slingerpaden, lieflijke grachten, vergezichten, grafeiland en een meanderende beek. De achttiende-eeuwse visvijver werd ingepast in de moestuin met fruitmuren. Hier stond ook het koetshuis van de buitenplaats. Al met al ontstond een buitenplaats die elementen uit diverse culturen vermengde tot een harmonieus geheel op Nederlandse bodem. Een aantal van de delen van Alberts herbarium in het Westfälische Landesmuseum für Kunst und Kulturgeschichte te Münster
- 10 -
Beleidsplan Stichting Erfgoed Landfort (sEL)
Variëteitenrijkdom
Tuinsieraden
Tijdens een uitgebreide studiereis door Europa vlak na het beëindigen van zijn academische studies, legde Luyken een omvangrijk herbarium aan. Deze collectie van gedroogde planten en bloemen wordt in Münster in het Westfälische Landesmuseum für Kunst und Kulturgeschichte bewaard. Het wekt dan ook geen verbazing dat Luyken op Landfort een uitgebreide verzameling bomen en planten liet aanplanten. Enkele soorten waren zeldzaam. Voorts waren er talrijke bloeiende heesters, een collectie magnoliasoorten, rozen- en bloemperken en talrijke oranjerieplanten. Op tal van oude foto’s uit het omvangrijke foto- en filmarchief van sEL zijn goed de vele kuipplanten te zien die jaarlijks voor en achter het huis stonden opgesteld. Van de oorspronke lijke soortenrijkdom is weinig bewaard gebleven. De oorspronkelijke plant- en bomenlijsten zijn wel bewaard gebleven waardoor herstel niet zeer gecompliceerd hoeft te zijn.
Übbing is onbetwist de ontwerper geweest van de duiven toren in de zogenaamde Turkse, Moorse of Ottomaanse stijl. Zijn ontwerptekeningen voor deze toren zijn bewaard gebleven. Het gebouwtje werd benut om er zwanen, ganzen, kippen en eenden te houden, terwijl er natuurlijk ook duiven in waren gehuisvest. Dit gevogelte zal niet alleen om hun eieren of voor de slacht zijn gehouden, hun vruchtbare mest zal zeker dienst hebben gedaan in de moestuin en bij de kuipplanten. Deze oosterse duiventil is voor Nederland een zeldzaam bouwkundig fenomeen. Opvallend is ook de prominente plek waar de duiventil werd geplaatst. Het gebouw is goed waarneembaar vanuit de grote zaal van het landhuis en het valt bij aankomst direct op. Voorts is bekend dat er op Landfort een botenhuis was, er bij de moestuin gemetselde fruitmuren waren en dat er een prieel is geweest. Nu nog bevinden zich enige schuren en een kleine kas bij het huis. Het is denkbaar dat elders op deze buitenplaats nog een grotere kas heeft gestaan om de collecties kuipplanten te laten overwinteren. Ook bevinden zich op Landfort twee monumentale bruggen. Die voor de tuinbrug is een ontwerp uit 1872 van ingenieur Carl August Wilhelm Luyken. In die tijd bewoonden diens broer Albert Gustav en zijn gezin het buiten. De achter in de parktuin gelegen sierlijke gietijzeren boogbrug is in een ijzergieterij
Een van Übbings ontwerpen voor de duiventoren en een foto uit circa 1880 van de gerealiseerde toren
- 11 -
Het ontwerp voor de gietijzeren tuinbrug uit 1872, door ingenieur Carl August Wilhelm Luyken
Een historische opname van de gietijzeren tuinbrug met het jaartal 1873
in het Duitse Isselburg geconstrueerd. Destijds stond in bladgoud Landfort Anno 1873 op deze brug te lezen. De brug bood toegang tot het achter het huis gelegen bos waarin op een eiland de nog altijd aanwezige particuliere begraafplaats van de familie Luyken te vinden is. De robuuste toegangsbrug is in 1903 ontworpen. Bekend is dat deze op een tamelijk ingewikkelde bouwconstructie rust. Beide bruggen vergen spoedig herstel.
- 12 -
Beleidsplan Stichting Erfgoed Landfort (sEL)
Het koetshuis circa 1900
De moestuin en het koetshuis
Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog
Als men vroeger op Landfort arriveerde, kwam men na een rit door het bos uit bij de brug die toegang gaf tot het eiland waarop het landhuis staat. In de bocht naar de brug lag links een rechthoekige moestuin rond een langgerekte visvijver, een restant uit de achttiende eeuw. Op de noordzijde van de moestuin bevond zich een koetshuis dat voor zijn afbraak na zware oorlogsschade een grondoppervlak van circa 13 x 50 meter had. Hierin bevond zich een tuinmanswoning, werden koetsen en later auto’s gestald en had de tuinbaas er zijn werkplaats en materiaalopslag. Ook zal de oogst er zijn opgeslagen. Vermoedelijk is het koetshuis in de loop der tijd uitgebreid tot de monumentale omvang die het had voor de sloop. De moestuin was gedeeltelijk omgeven door gemetselde fruitmuren en zal door hekken of hagen afgezet zijn geweest om reeënvraat en diefstal van moestuinproducten te voorkomen. In de collectie bouwtekeningen van sEL bevindt zich een niet-gesigneerde ontwerptekening van een houten hek dat mogelijk als ontwerp was bedoeld voor de afgrenzing van de moestuin. Aanvullend onderzoek moet uitmaken hoe de moestuin werd benut en wat er werd verbouwd. Vrijwel zeker hebben hier hoogstam en half-hoogstam fruitbomen gestaan. In het fotoarchief van sEL bevinden zich meerdere opnames van zowel het koetshuis als de moestuin.
In deze historische samenvatting kunnen gebeurtenissen in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog niet buiten beschouwing blijven omdat de buitenplaats toen tijdens heftige gevechten tussen Duitse en geallieerde troepen ernstig werd beschadigd. De laatste dagen van oorlog pakten voor Gendringen rampzalig uit omdat deze gevechten ten koste gingen van veel monumentaal erfgoed waaronder het omvangrijke koetshuis van Landfort. Dit was zo zwaar beschadigd dat na de oorlog werd besloten om het op te ruimen. Ondergronds zijn de fundamenten wel bewaard gebleven. Ook het landhuis raakte door granaten en kogels zwaar beschadigd. Uit mondelinge overlevering is bekend dat men vanuit de kelder vrij naar de lucht of sterren kon kijken. Ondanks de zware schade aan het landhuis bewoonde de familie Luyken een min of meer bewoonbaar deel. Door uiteenlopende omstandigheden en financiële tegenvallers was de familie uiteindelijk genoodzaakt de buitenplaats te verkopen aan de Stichting Geldersch Landschap & Kasteelen. Na de verkoop trof men bouwkundige maatregelen aan de constructie van het landhuis, werden de grachten voor het laatst uitgebaggerd en wachtte men af of iemand geïnteresseerd zou zijn in een erfpacht met restauratieverplichting. Uiteindelijk nam in 1999 de Leidse Stichting Rhijngeest deze restauratieplicht tegen betaling van een gulden op zich.
Deze stichting werd geleid door de restauratie-architect Bob van Beek.
- 13 -
Oorlogsschade op Landfort: links de achtergevel van het hoofdhuis en rechts het bijna compleet verwoeste koetshuis
Hierna volgde het herstel van aanzienlijke delen van het huis en tuin. De beletage van het landhuis kreeg volop aandacht terwijl de hoger gelegen etage een strakke, meer eenvoudige indeling kreeg. Ook het omringende park werd opgeknapt, bruggen hersteld en de aan flarden geschoten duiventoren (toen inmiddels volledig geruïneerd) gerestaureerd. Ook werd een plan ontworpen voor de herbouw van het koetshuis waarin drie woningen voorzien, die te zijner tijd moesten bijdragen aan de exploitatie van de buitenplaats. Alhoewel een bouwvergunning voor deze herbouw is afgegeven, is dat plan niet ten uitvoer gebracht.
de eigenaar ingebrachte designmeubelen en moderne elementen een eigenzinnig geheel. Meerdere bruiklenen van Geldersch Landschap & Kasteelen kwamen voort uit een schenking van bij het huis behorend meubilair door de familie Luyken. Ook de tuin onderging wijzigingen en verloor een deel van zijn variëteitenrijkdom.
Na de verkoop van Landfort door de Stichting Rhijngeest Landfort aan Peter Rutten volgde nieuwe verbouwingen in het landhuis. In die tijd verloor het huis de historiserende inrichting die de Stichting Rhijngeest had ingebracht. Het huis werd gemoderniseerd en voorzien van eigentijdse (Italiaanse) designelementen. De kelder en de zolder bleven hierbij buiten beschouwing. De door de Stichting Geldersch Landschap & Kasteelen aan de Stichting Rhijngeest in bruikleen uitgegeven objecten zoals enige kronen, kachel ovens en wat meubilaire goederen vormden met de door
Landfort na de cascorestauratie van 1979-81 in opdracht van Stichting Geldersch Landschap (links) en na de restauratie door Bob van Beek in 2001 (rechts)
- 14 -
Beleidsplan Stichting Erfgoed Landfort (sEL)
Samenvattend en concluderend Met het oog op de algemene doelstelling om Landfort haar oude grandeur terug te geven, hier een centrum te vestigen ten behoeve van de Nederlandse buitenplaatscultuur en er een interessante plek voor bezoekers van te maken en kijkend naar de bouwkunstige en tuinhistorische feiten uit de markante geschiedenis van deze historische buitenplaats, is het terecht te stellen dat Landfort in de jaren 1823-1827 haar belangrijkste en fraaiste veranderingen beleefde. De verbouwing en uitbreiding van het landhuis, de her inrichting van het park met veel bloeiende bomen en heesters, de aanleg van een moestuin en de bouw van koets huis en fruitmuren vonden in die jaren plaats. Alhoewel die herinrichting veel oudere vormen voorgoed teniet deed, verkreeg de buitenplaats een nieuw elan en een esthetisch, harmonieus voorkomen. De herinrichting werd bovendien uitgevoerd in een periode waarin weinig monumentale objecten in ons land werden gebouwd vanwege de algehele economische malaise. Een groot deel van die aanleg en architectuur is bewaard gebleven, al zijn latere (oorlogs-) omstandigheden er de reden van dat het huis nog maar weinig authentieke interieurdetails bezit, het park veel van zijn oorspronkelijk soortenrijkdom heeft verloren en het geheel aan esthetische waarde heeft ingeboet.
Hier moet het verlies van het monumentale koetshuis, de moestuin, het prieel, het botenhuis, de kas en fruitmuren nog bij worden opgeteld.
Zicht op de gracht vanaf de toegangsbrug
- 15 -
sEL heeft een informatieve website gelanceerd: www.erfgoedlandfort.nl en plaatst regelmatig interessante actuele berichten op Facebook:
@erfgoedlandfort
Doelstellingen algemeen
Stichting Erfgoed Landfort komt voort uit een particulier verlangen en initiatief om in Nederland een plek te creëren waar de bijzondere belevingswaarden op historische buitenplaatsen gedeeld kunnen worden met een breed en geïnteresseerd publiek. Die wens heeft zich vertaald in de oprichting in 2017 van de stichting Erfgoed Landfort (sEL) gevolgd door de verwerving van de historische buiten plaats Landfort (1434) en de Keppeltjesberg met een monumentale villa in het Gelderse Megchelen (gemeente Oude IJsselstreek). De stichting heeft de ANBI-status voor onbeperkte tijd. Hiermee is sEL een gewaarmerkt cultureel-maatschappelijk initiatief. Zij streeft ernaar om rond Landfort een vitale gemeenschap te creëren die de buitenplaats gaat dragen. In Nederland representeren historische buitenplaatsen een tijd waarin gefortuneerde stedelingen op hun buitens een harmonieuze verbintenis (beleving) met de natuur zochten. Men dacht monumentaler dan nu mogelijk is, beleefde de seizoenen intensief, was met behulp van eigen vee en moestuin meer zelfvoorzienend en ging op een duurzame wijze om met de natuur en de leefomgeving. Veel buitens waren dikwijls volgens uniforme stijlprincipes ingericht, waarbij men ook oog had voor het dynastieke belang en de wenselijkheid om de buitens goed over te dragen aan volgende generaties.
sEL streeft er naar om een antwoord te vinden op de vraag wat onze voorouders dreef om veel geld en energie te steken in de aanleg en onderhoud van hun buitenplaatsen. Wat zochten zij op hun domeinen en nog belangrijker, wat vonden zij daar? Wat is van het vroegere leefritme op buitenplaatsen ook in deze tijd nog de moeite waard om vast te houden? Hoe kan de monumentale samenhang tussen natuur en architectuur/cultuur op buitenplaatsen ook nu nog waarde en betekenis houden? Bestuur, directie, medewerkers en vrijwilligers gaan zich inspannen om van Landfort een centrum te maken dat ten dienste staat aan allen die zich bezighouden met het behoud en beheer van de Nederlandse historische buitenplaatsen. Hiermee streeft Landfort ernaar om uit te
groeien tot een ontmoetingsplek waar directbetrokkenen kennis, ervaringen en vragen met elkaar en met experts kunnen delen. sEL zal zich in eerste instantie richten op het Nederlandse publiek en waar mogelijk participeren in nationale en/of regionale activiteiten rond kastelen en historische buiten plaatsen. Tegelijk onderkent de stichting het belang om ons Nederlands monumentale erfgoed in het algemeen, en Landfort in het bijzonder, ook internationaal onder de aandacht te brengen. Om die reden zal de informatie op onze website in zowel het Nederlands, Engels als Duits worden aangeboden. De stichting is zich ervan bewust dat Landfort een geschiedenis kent met zowel Duitse als Nederlandse sociale en bouwkundige elementen. Ook gezien de ligging van Landfort op de Duits-Nederlandse grens, ligt het voor de hand dat sEL interregionale activiteiten zal ontplooien. Samenwerking met diverse partijen behoort tot de doel stellingen van sEL. De stichting ziet daartoe mogelijkheden met de directies van de publiekstoegankelijke en nabij gelegen waterburcht Anholt (1,5 km) en Huis Bergh (13 km). Daarnaast ziet sEL er naar uit om een goede invulling te geven aan contacten met de toegankelijke huizen van de Stichting Geldersch Landschap & Kasteelen.
Zo kan Landfort uitgroeien tot een gastvrij centrum voor nationale en internationale gasten die in de buitenplaats cultuur van ons land geïnteresseerd zijn. Voorts hecht de stichting eraan om jongeren over het bijzondere van buitenplaatsen te vertellen. Daartoe zal zij samenwerking zoeken met scholen in de regio. sEL denkt aan het ontwikkelen van een lespakket voor basisscholen over buitenplaatsen in het algemeen met het accent op Landfort. Hiervoor zoekt sEL de samenwerking met de historische vereniging van Gendringen. De stichting ziet het als taak om Landfort zichtbaar te laten zijn in de directe omgeving. Daartoe nodigt zij buren en omwonenden op
- 16 -
Beleidsplan Stichting Erfgoed Landfort (sEL)
Bloeiende rododendrons zorgen jaarlijks voor kleurrijke beelden op Landfort
Landfort uit, werkt zij mee aan lokale tradities en gebruiken, en stelt zij zich in om de rol weer op te pakken die deze buitenplaats in deze streek lange tijd heeft gehad.
Betrokken mensen rond en op Landfort
sEL realiseert zich dat cultureel ondernemerschap nood zakelijk is voor het goed functioneren van de stichting. Dit ondernemerschap moet bijdragen aan de instandhouding van de buitenplaats Landfort en zorgen voor een zekere servicegerichtheid bij allen die bij Landfort betrokken zijn. In dat ondernemerschap passen een landgoedwinkel, kleine besloten culturele evenementen of andere kleinschalige commerciële initiatieven die een bijdrage leveren aan haar exploitatie.
• Ger Vijfvinkel, voorzitter • Paul van der Vorm, penningmeester • Erik Wanrooij, secretaris • Peter Pieters, lid • Gert-Jan Visser, lid
Een beleidsplan ontwikkelt zich tijdens gedachte wisselingen, door wensen, ideeën maar ook als gevolg van gebeurtenissen en omstandigheden. Dit plan is dan ook de eerste pijler waarop het toekomstige Landfort zal rusten. Het beleidsplan zal wijzigen, worden bijgesteld en door inzichten groeien. Zo creëert sEL de basis voor flexibel en zinvol beleid om de eeuwenoude buitenplaats Landfort door te geven aan volgende generaties.
Het stichtingsbestuur bestaat uit:
Voor de stichting zijn werkzaam: • René W.Chr. Dessing (directeur) • Marjan Wellink (directie assistente/projectleider) • Paul-Robert van der Zouw (tuinbaas van Landfort) • Sylvia Robben (interieurverzorging) Op dit moment (2017) betreft dit in totaal 2.5 fte. In 2018 gaat sEL op zoek naar een collectiebeheerder en een vrijwilligerscoördinator. Beide functies zullen parttime worden vervuld. Indien noodzakelijk zal ook een programmaleider worden aangesteld, die invulling geeft aan zowel de programmering van het Nationale Centrum ten behoeve van de Nederlandse buitenplaatscultuur (zie hierna) als aan de culturele agenda van Landfort zelf. Daarmee zou Landfort aan maximaal zeven personen (5 fte) werk kunnen geven, los van incidentele inhuur van bijvoorbeeld een hoveniersbedrijf. Voor het invullen van de doelstelling rond de Nederlandse buitenplaatsen gaat sEL inhoudelijke samenwerking aan met sKBL (stichting Kastelen, Buitenplaatsen en Landgoederen) en andere relevante partijen in dit veld. De stichting vindt het zinvol om startende (jonge) professionals een kans te bieden.
- 17 -
Bestuur en directie worden inhoudelijk geadviseerd door het Makelaars- & Rentmeesterkantoor P. Witte te Hoog-Keppel. De stichting maakt actief gebruikt van vrijwilligers. Zij krijgen in de toekomst een belangrijke ondersteunende rol in de moestuin, het park en bos van Landfort. Daarnaast zullen vrijwilligers actief zijn in jeugd- en volwasseneneducatie. Na de renovatie van Landfort zullen daarvoor opgeleide vrijwilligers rondleidingen verzorgen. In de loop van 2018 wordt een vrijwilligersstrategie opgesteld waarin wordt uiteengezet hoe sEL door de inzet van vrijwilligers haar doelen kan realiseren. Dan ook wordt bekeken volgens welk protocol de stichting vrijwilligers werft, met hen samenwerkt, hoe zij worden begeleid en - wanneer dit noodzakelijk blijkt te zijn - hoe op juiste wijze de samenwerking met een vrijwilliger wordt beëindigd. Het aantal vrijwilligers zal in verhouding staan tot de bezigheden die door vrijwilligers uitgevoerd zullen worden.
Bij inrichting en collectievorming adviseren kunsthistorici en beëdigd taxateurs. sEl hecht aan gedegen historisch onderzoek naar huis en tuin en vindt het belangrijk om voor nakomende generaties goed te documenteren wat de stichting op Landfort beoogt en verandert. Om die reden wordt een documentaire gemaakt en zal een monumentenfotograaf de komende bouwkunstige en landschappelijke veranderingen op Landfort vastleggen. Edzard Prent (Architectenbureau Prent, Doorwerth) is gevraagd om de herbouw van het verdwenen koetshuis en de fruitmuren op zich te nemen. Over de renovatie van het landhuis en het park beraadt de stichting zich nog.
Bij de totstandkoming en inrichting van de (moes-)tuin geven Caroline Greve-Geysen (buitenplaats Berg & Vaart, ‘s-Graveland), Charlotte Sloet (landgoed Den Aalshorst, Dalfsen), Renske Ek (hortulane Paleis het Loo) en Willem Zieleman (tuinbaas Paleis Het Loo) onbezoldigd advies. sEL streeft er naar om in de toekomst veelvuldig gebruik te maken van experts en adviseurs die in het netwerk van de historische buitenplaatsen actief zijn.
Ontwerp en een opname van het gerealiseerde, maar nu verdwenen botenhuis
- 18 -
Beleidsplan Stichting Erfgoed Landfort (sEL)
Doelstellingen uitgewerkt
Hoofddoel is het behoud en beheer van Landfort Een verantwoord herstel en het toekomstige behoud van Landfort is het belangrijkste doel van sEL. Omdat Landfort zijn huidige vorm kreeg in de jaren 18231827 en er uit die periode redelijk veel bewaard is gebleven, streeft sEL ernaar om zich bij het komende herstel en de renovatie zoveel mogelijk te laten leiden door de situatie van toen. Dit houdt ook in dat de stichting de verdwenen tuinsieraden en bouwkundige elementen op Landfort weer terug wil brengen. Daarmee richt de stichting zich op: • herbouw van het verdwenen koetshuis, • herstel van de verdwenen moestuin, met beschermende maatregelen tegen reeën e.d., • optrekken van de verdwenen fruitmuren, • aanplant van de verdwenen boomgaard met hoogstam en half-hoogstam fruitrassen, • herbouw van het verdwenen botenhuis, • renovatie van het landhuis, zowel binnen als buiten, • geschikt maken van het huis voor bewoning en ontvangsten, • inrichting van het huis met passende meubilaire goederen en kunstvoorwerpen, • uitbaggeren van de grachten en herstel van de beschoeiingen, • uitbaggeren van de visvijver, • restauratie van bruggen, • renovatie van het park en het terugbrengen van de oorspronkelijke soortenrijkdom van bomen en planten, • plaatsing van een historische plantenkas voor de overwintering van de aan te leggen collectie oranjerieplanten, • herstel van het verdwenen prieel.
En verder • alles te doen om van Landfort een aantrekkelijke historische buitenplaats te maken.
De stichting acht het raadzaam deze restauraties en her/ verbouwingen gefaseerd uit te voeren en daarbij de hulp in te roepen van deskundige personen en vakbekwame bouwbedrijven nadat noodzakelijke overleg heeft plaats gevonden met alle betrokken partijen en nadat de vereiste vergunningen zijn afgegeven. In 2018 zal een begin worden gemaakt met de herbouw van het koetshuis en het herstel van de moestuin. In de tweede helft van 2018 volgen de renovatie van het landhuis en andere werkzaamheden. Gezien de bijzonder slechte staat van de gietijzeren brug in het park zal met dit herstel spoedig worden begonnen. De stichting streeft ernaar om eind 2019 de belangrijkste restauraties en renovaties af te ronden. sEL zal na de renovatie en de werkzaamheden in het park en bos aan een ter zakekundig bureau opdracht geven om een langjarig, integraal beheerplan voor huis en hof samen te stellen. Daarmee creëert de stichting tegelijk een werkbare richtlijn met budgettering hoe Landfort in de komende decennia zal worden beheerd en verzorgd.
Het prieel (dat ook als badhuisje werd benut) waarvan nu slechts de fundamenten resteren
- 19 -
evenementen zullen toegankelijk zijn voor deze groepen van directbetrokkenen, hun adviseurs, restauratie- en interieurspecialisten en relevante overheden. Voorts acht sEL het belangrijk dat meer wetenschappers en experts bij de instandhouding van historische buitenplaatsen worden betrokken opdat zij hun kennis delen met collega’s, de groep van eigenaren en andere directbetrokkenen. In de loop van 2019 zal aan deze doelgroepen een inhoudelijk programmavoorstel worden gemeld. Ook zal worden onderzocht hoe buitenlandse (Duitse) ervaringen met, en kennis over kastelen en historische buitenplaatsen kunnen worden ingebracht. sEL beraadt zich nog over aansluiting bij de Vereins für Deutsche Schlösser und Gärten die in Berlijn zetelt.
De toegangsbrug direct na realisatie in 1903
Landfort als nationaal centrum voor Nederlandse historische buitenplaatscultuur De stichting vindt het zinvol om de historische buitenplaats Landfort dienstbaar in te zetten voor anderen die zich inspannen voor het behoud en beheer van de Nederlandse historische buitenplaatsen. Daarvoor wil zij op Landfort ruimte, middelen en netwerk beschikbaar stellen voor bijeenkomsten van deze groepen directbetrokkenen, die bestaan uit particuliere eigenaren, natuurorganisaties, horecaondernemers en de directies/medewerkers van de circa 65 Nederlandse kasteel- en buitenplaatsmusea. Met elkaar behouden deze groepen honderden historische buitenplaatsen in heel Nederland. Op deze manier draagt sEL bij aan de vergroting van hun nationale betekenis en zorgt zij ervoor dat een vruchtbare uitwisseling van kennis en ervaringen rond de instandhouding van dit cultureel erfgoed op gang komt. Hiervoor zullen in de toekomst studiedagen, cursussen, kennisbijeenkomsten en andere vergaderingen op Landfort worden gehouden. Deze
Voor de ontvangst van deze studiegroepen wil sEL een deel van het nog te realiseren koetshuis inrichten als ontvangst ruimte en auditorium. Daaraan zouden maximaal 125/150 personen per bijeenkomst moeten kunnen deelnemen. Om die reden zal in het koetshuis een geoutilleerde keuken, een ontvangstruimte met garderobe, wc’s en een kantoor worden ingericht. Ook wil sEL hier enige gastenkamers met douche/wc realiseren voor sprekers of gasten van Landfort.
Centrum voor de beleving van een historische buitenplaats De stichting hecht eraan dat meer mensen kennisnemen van de verhalen en de culturele waarde die samenhangen met historische buitenplaatsen. Daarbij vindt zij het belangrijk dat naast algemeen geïnteresseerde personen ook politieke vertegenwoordigers zich kunnen verdiepen in de omvangrijke landschappelijke, historische en
De vroeger rijker ingevulde tuin ten zuiden van het hoofdhuis
- 20 -
Beleidsplan Stichting Erfgoed Landfort (sEL)
Uitzicht op Landfort vanaf de noordzijde van de gracht
maatschappelijke waarden van onze Nederlandse kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen. Om deze reden werkt sEL aan een educatief programma voor de bezoekers aan Landfort. Om hen tijdens een bezoek zinvol te ontvangen, streeft de stichting ernaar om de positieve waarden en genoegens van buitenplaatsen te vertellen en inleefbaar te maken. Wat bezielde onze (gefortuneerde) voorouders om vierhonderd jaar lang geld en energie te steken in de aanleg en het onderhoud van duizenden historische buitenplaatsen? Daarmee kan het verhaal worden verteld hoe monumentaal zij dachten en hoe dit in onze tijd wordt ervaren, wat seizoenswisselingen op een buitenplaats betekenden en hoe de bewoners zich hierop voorbereidden, wat de wisselingen waren in het park en de moestuin (en indirect in de keuken van een buitenplaats) en hoe er vroeger en nu wordt geleefd. In haar streven om van Landfort een goed ingerichte, plant-, boom- en bloemrijke buitenplaats te maken, streeft sEL ernaar om komende bezoekers uit te leggen wat esthetische waarden waren en zijn op historische buitenplaatsen, hoe natuurwaarden op buitenplaatsen werden en worden benut, wat zichtassen zijn, etc. Daarmee levert sEL een bijdrage aan het vergroten van de maatschappelijke appreciatie van de historische buitenplaatsen en mogelijk creëert zij hiermee ook meer politiek draagvlak voor hun algemene behoud.
Johann Albert Luyken zette destijds de toon met zijn botanische interesses. Ook zijn nageslacht hechtte aan
een verzorgde buitenplaats, zo blijkt uit de vele historische foto’s van Landfort die zijn bewaard. Die inspanningen sluiten naadloos aan bij de aloude tradities op de Europese buitenplaatsen. Op veel plekken werden botanische collecties en (sub-)tropische plantenverzamelingen aangelegd. Om die reden is iedereen met belangstelling voor historische buitenplaatsen welkom op Landfort, rekening houdend met de kwetsbare inrichting van huis en tuin. Concreet betekent dit dat Landfort zich gaat instellen op groepen die op aanvraag huis en tuin kunnen bezichtigen. Het in het koetshuis te realiseren auditorium kan voor de ontvangst van deze groepen dienst doen. Hen zal met behulp van vrijwilligers een lichte vorm van horeca worden aangeboden (koffie/thee, gebak en eenvoudige lunches). Het huis krijgt een inrichtingssfeer van particuliere bewoning en zal wellicht ook particulier worden bewoond. Bovendien wordt het huis met passende meubilaire goederen en kunstvoorwerpen ingericht. Daarom is bezoek aan het huis enkel op aanvraag en onder begeleiding mogelijk. De rondleidingen zullen door vrijwilligers van Landfort worden gegeven. Tijdens de rondgang komt het accent vooral te liggen op het (be)leven van de cultuur- en groenhistorische karakteristieken van deze buitenplaats.
Belangrijke opdracht hierbij is om bezoekers vanuit hun eigen ervaring te verbinden met de leefomstandigheden op een buitenplaats. sEL streeft er niet naar om van Landfort een museum te maken, noch een monument op te richten voor Johann Albert Luyken en zijn nazaten. Wel ziet sEL in
- 21 -
hun botanische interesses zinvolle aanknopingspunten voor een modern publiek. Oranjerieplanten, bijzondere boom- en struikvariëteiten, bloemperken en alles wat geurt en kleurt zullen in het park worden aangebracht.
Verbondenheid met (lokale) gemeenschappen en relevante netwerken Landfort is een belangrijk cultuurhistorisch monument in de IJsselstreek die tijdens de Tweede Wereldoorlog veel erfgoed verloor. Landfort wil dan ook een gastvrije rol spelen bij representatieve verplichtingen van de gemeente Oude IJsselstreek. De stichting zal samenwerking aangaan met historische verenigingen en regionale archieven. In dit kader is sEL er zich van bewust dat het zinvol is om jeugd te vertellen over kastelen en historische buitenplaatsen. sEL is aangesloten bij Vereniging Particulier Historische Buitenplaatsen (VPHB), Federatie Particulier Grondbezit (FPG) en de Stichting voor Nederlandse Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL). Hiermee is contact met een breed en relevant landelijk (inhoudelijk) opererend veld binnen bereik.
Interregionaal bezoekerscentrum voor buitenlandse geïnteresseerden Landfort is gesitueerd op de Duits-Nederlandse grens. De particuliere waterburcht van Anholt ligt op geringe afstand. Tussen beide huizen bestonden vanouds goede betrekkingen. sEL streeft ernaar die ook nu zinvolle inhoud te geven. Dat geldt eveneens voor het nabij gelegen museale Huis Bergh. sEL wil zich inspannen om met deze en andere Gelderse kastelen en historische buitenplaatsen
samenwerking aan te gaan. Een en ander houdt ook verband met de inspanning van het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen, dat nu marketingcampagnes uitvoert in Duitsland en België met het monumentale Nederlandse erfgoed als inzet. Landfort wil zich met haar buren Anholt en Huis Bergh profileren als toegangspoort voor Duitse geïnteresseerden in Nederlandse buitenplaatsen en kastelen. Omdat Landfort wil bijdragen aan de zicht baarheid in Europa van het Nederlands monumentale erfgoed zal de informatie op onze website niet alleen in het Nederlands en Duits, maar ook in het Engels worden aangeboden.
Duurzaamheid (zuinigheid) Doorgaans was men zuinig op buitenplaatsen. Alles werd benut, weinig werd weggegooid en veel werd bewaard of indien mogelijk hersteld. sEL is zich ervan bewust dat energiegebruik en de omgang met de aarde/natuur verantwoord dienen te zijn. Daarom zal duurzaamheid en verantwoord materiaal- en grondstoffenverbruik centraal staan zijn bij de komende renovatie van de historische buitenplaats. Een respectvolle wijze van het beheer van flora en fauna en het voorkomen van lichtverontreiniging en andere vormen van vervuiling zijn belangrijke uitgangs punten van sEL.
Gebruik en inrichting landhuis De stichting kiest ervoor om het huis wellicht particulier te laten bewonen. De ervaring leert immers dat bewoning een goede manier is van behoud van een historische buitenplaats. Dan is er dagelijkse aandacht voor het huis
Onze monumentale buren: Waterburcht Anholt (Anholt) en Huis Bergh (’s-Heerenberg)
- 22 -
Beleidsplan Stichting Erfgoed Landfort (sEL)
Toentertijd bezoek door vele familieleden, in de toekomst door bezoekersgroepen
en de tuin, wordt er geleefd en voorkomt de stichting dat het geheel een museale of statische uitstraling krijgt. Toch zullen komende bezoekersgroepen op aanvraag het huis kunnen bezichtigen. Bovendien zullen in de toekomst in het landhuis geregeld culturele lezingen, exposities en huisconcerten worden georganiseerd. Om dit doel te realiseren, moet het landhuis gedeeltelijk worden gerenoveerd. Op de beletage denkt sEL aan de inrichting van stijlkamers en ontvangstruimten. Voorts zullen op de eerste etage werk- en slaapvertrekken worden ingericht en wordt nog onderzocht of enige ruimtes kunnen worden samengevoegd tot een grotere ruimte voor kleine exposities, lezingen of huisconcerten. Voor het beheer van de kunstcollectie wordt op zolder een depot ingericht. Welke functie de kelders, buiten de opslag van wijnen, krijgen is nog onduidelijk. Op de beletage zullen alle kamers in stijl worden gestoffeerd en ingericht met voorwerpen uit de eigen collectie, de schenking Luyken, bruiklenen en nog aan te kopen voorwerpen. Voorts zoekt sEL voor de herinrichting
samenwerking met kasteel- en buitenplaatsmusea en particuliere huizen voor langdurige bruiklenen en advies. Alle ingebrachte kunst- en gebruiksvoorwerpen tezamen moeten een samenhangend en aantrekkelijke ingericht huis opleveren. Tevens is het de bedoeling om de inpandige oranjerie tijdens het najaar en de winter te gebruiken als wintertuin. Hiervoor zullen de oorspronkelijke deuren weer worden teruggeplaatst en zal het later toegevoegde terras verdwijnen. Daarnaast zullen de nu dichtgewerkte vensters in de grote zaal en elders in het huis weer worden hersteld. Ook streeft sEL ernaar om alle verdwenen luiken terug te brengen en de vensters met beter materiaal te vervangen, de parket- en marmervloeren een meer oorspronkelijke uitstraling te geven en ze bovendien een betere onderlinge samenhang te geven dan nu het geval is. Voorts is herinrichting van de beletage noodzakelijk vanwege het ontbreken van een goed geoutilleerde keuken, een garderoberuimte en het gemis van een functionele toilettengroep. Bij de renovatie zal ook worden onderzocht hoe bezoekers met een fysieke beperking gebruik van Landfort kunnen maken. Misschien moet voor hen een huislift worden aangebracht.
- 23 -
Collectievorming sEL heeft inmiddels een collectie kunstvoorwerpen ver zameld die met elkaar uitstekend passen op de historische buitenplaats Landfort. Voorwerpen uit de tweede helft van de 18de en eerste helft van de 19de eeuw krijgen speciale aandacht. Bij de samenstelling van de collectie (schenkingen, bruiklenen en/of aankopen) ziet sEL erop toe dat nog te verwerven objecten in tijd en sfeer met elkaar harmoniëren en voor Landfort een sfeer van vanzelf sprekendheid hebben. Bij het verzamelen ligt het accent op objecten die een botanische voorstelling of thema hebben (stillevens, florale decoraties, prenten en grafiek, etc.) en die goed in ‘de tijd’ passen.
Het Zocherpark De stichting zal er veel aan doen om het oorspronkelijke ontwerp van Jan David Zocher jr. te herstellen. Op basis van historisch onderzoek wordt de tuin gerenoveerd en zal de soortenrijkdom die het park vanouds bezat weer worden teruggebracht. Bloeiende planten, stinzenplanten (waar dit i.v.m. de bodemgesteldheid mogelijk is), rozen- en bloemperken zullen samen met kuipplanten het geheel aantrekkelijk maken. Het park zal op gezette tijden en bij aanwezigheid van tuinvrijwilligers toegankelijk zijn voor individuele bezoekers en groepen. Om een collectie oranjerie- en kuipplanten aan te leggen is het noodzakelijk om een historische kas in het park te plaatsen. Voor het onderhoud van het park en de verzorging van de kuipplantencollectie wordt de hulp van vrijwilligers ingeroepen.
Herstel moestuin Landfort had vanaf 1825 een moestuin. Zocher tekende deze op dat deel van het terrein waar zich nog altijd een achttiende-eeuwse visvijver bevindt. De tuinbaas van Landfort zal op basis van onderzoek en advies, en met behulp van vrijwilligers deze oude moestuin weer tot leven brengen. De moestuin zal groentes en bloemen gaan leveren voor gebruik op het huis en voor de verkoop. Ook zal een hoogstam en half-hoogstam fruitgaard worden aangelegd. De gewassen zullen op biologisch verantwoorde wijze worden geteeld, zonder gebruikmaking van gif en kunstmest. Ook zullen fruitmuren worden opgemetseld zodat leifruit, bramen, perziken en moerbei kunnen worden geplant. Het kweken van bloemen krijgt in de moestuin extra aandacht. Een deel van het te bouwen koetshuis
wordt bestemd voor tuinmanswoning, en er zal voor de vrijwilligers een lokaliteit met douchefaciliteiten en wc’s worden ingericht, alsmede een ruimte voor opslag van tuinmachines en -gereedschappen.
Vrijwilligers Zonder vrijwilligers zijn de ambitieuze plannen niet te realiseren. Daarom zoekt sEL in de directe omgeving en daarbuiten naar mensen die zich voor Landfort willen inzetten. Hun aantal wordt afgestemd op het werk dat uitgevoerd kan worden. De stichting zoekt actieve mensen die zin hebben om onbezoldigd en op vrijwillige basis onder leiding van een deskundige tuinbaas aan de slag te gaan in de nog aan te leggen moestuin of in het fraaie landschappelijke park. Ervaren tuinders, mensen met groene vingers die zin hebben om regelmatig op Landfort de handen uit de mouwen te steken. Naast tuinvrijwilligers zijn ook mensen welkom die als gastvrouw/ heer bezoekers ontvangen, hen rondleiden, koffie of lunch serveren. Daarnaast zijn mensen met organisatorische en/ of marketingtalenten welkom. Omdat Landfort ook Duitse bezoekers verwacht, zijn mensen die vloeiend Duits en Nederlands spreken extra welkom als vrijwilliger. Om er voor de zorgen dat de stichting de juiste vrijwilligers verwerft, ontwikkelt sEL een selectieprocedure en een samenwerkingsprotocol. Daarmee blijven verwachtingen over en weer bespreekbaar en zorgt de stichting voor een goed en functioneel contact met iedere vrijwilliger. Om goed vrijwilligersbeleid en begeleiding te waarborgen, zal sEL op zoek gaan naar een parttime vrijwilligerscoördinator.
Hij/zij zal zich met de werving en selectie van vrijwilligers bezighouden, voortgangsgesprekken voeren, roosterzaken regelen alsmede directie/tuinbaas steun en advies geven.
Financiën en doelstellingen De stichting realiseert zich dat deze plannen kostbaar zijn. Voor de uitvoering moet een deugdelijke begroting worden opgesteld en worden onderzocht wie aan de realisatie van dit project willen bijdragen. Voor de realisatie zoekt sEL partners. Voort zal de stichting een financieel beroep doen op de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Gelderland, de gemeente Oude IJsselstreek en fondsen zoals het Prins Bernhard Cultuurfonds, het Mondriaanfonds en andere organisaties die het behoud van buitenplaatsen stimuleren. sEL zal ook trachten door middel van schenkingen en legaten financiële middelen
- 24 -
Beleidsplan Stichting Erfgoed Landfort (sEL)
Vroeger en nu kan de tuinbaas het werk niet alleen verrichten
te verwerven. Tegelijk realiseert de stichting zich dat een vorm van cultureel ondernemerschap een stimulerende uitwerking heeft op medewerkers en vrijwilligers. Daarom zal in de toekomst worden onderzocht hoe zekere verdienmodellen op Landfort kunnen worden geïntroduceerd.
Partners Landfort voelt zich verbonden met het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (ECAL) waar een omvangrijk archief van Landfort en eerdere eigenaren van deze buitenplaats wordt bewaard. (www.ecal.nu). Voorts is sEL aangesloten bij de Stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL) (www.skbl.nl), de Vereniging Particuliere Historische Buitenplaatsen (VPHB) (www.vphb.nl) en de Federatie Particulier Grondbezit (FPG) (www.grondbezit.nl). Er zullen er meer volgen.
Doesburg 27 november 2017
- 25 -
Colofon
Stichting Erfgoed Landfort Landfortseweg 4 7078 BT MEGCHELEN info@erfgoedlandfort.nl www.erfgoedlandfort.nl
@erfgoedlandfort
Teksten: René W.Chr. Dessing Beeldredactie: Groen Verleden (Jan Holwerda) Tekstredactie: Loth Content Creation (Theo Loth) Vormgeving: Inpetto (Chantal Vansuyt)
- 26 -
Beleidsplan Stichting Erfgoed Landfort (sEL)
- 27 -
www.erfgoedlandfort.nl
- 28 -