TOE Bijlage 5 QS geur_Geurinkstraat 1b, Silvolde.pdf
Tekst van het document
memo aan:
ERS Architecten
van:
SAB
c.c.:
210416
datum:
20 oktober 2022
betreft:
Quick scan geurhinder Geurinkstraat 1b
Het voornemen bestaat om in Silvolde een drietal woningen te realiseren aan de Geurinkstraat. Hiervoor dient een bestemmingsplanwijziging plaats te vinden. In de omgeving van het plangebied zijn veehouderijen gelegen. Daarom dient in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en een goede ruimtelijke ordening (Wro) onderzocht te worden of veehouderijen door het plan niet in hun rechten worden geschaad en of er ter plaatse van de nieuw te realiseren geurgevoelige objecten sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. In deze quick scan agrarisch geur wordt geïnventariseerd welke veehouderijen in de omgeving van het plangebied liggen, en waar mogelijke belemmeringen liggen. Tevens wordt onderzocht of ter plaatse van de planontwikkeling op voorhand een acceptabel woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd als gevolg van de voorgrond- en achtergrondbelasting. Indien dit niet op voorhand uit te sluiten is, worden er mogelijk vervolgonderzoeken aanbevolen waarbij een berekening van de voor- en achtergrondbelasting plaatsvindt. In figuur 1 is de locatie weergegeven.
Figuur 1 Globale begrenzing onderzoeksgebied woningbouw Geurinkstraat (in rood)
pagina 1 van 10
NORMEN EN AFSTANDEN MEST- EN VOEROPSLAGEN Voor andere agrarische bedrijfsactiviteiten dan het huisvesten van dieren geldt meestal een minimumafstand van 50 meter. Het gaat hierbij om de opslag van mest, de opslag van vaste bijvoermiddelen en een composteringshoop. Die activiteiten zijn overal binnen het agrarisch bouwvlak toegestaan. Voor een mestbassin met een oppervlakte van 350 m2 of meer geldt een minimumafstand van 100 meter (artikel 3.51 Activiteitenbesluit).
WET GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ Naast mest- en voeropslagen, zijn er in agrarisch geur twee verschillende invalshoeken die onderzocht moeten worden vanuit de wetgeving. De milieurechten en planologische rechten van de veehouderij. Hiernaast moet het woon- en leefklimaat bij het geurgevoelig object worden vastgesteld. De regelgeving voor wat betreft agrarisch geur staat omschreven in de Wet geurhinder en veehouderij. Voor een beoordeling van het woon- en leefklimaat wordt aangesloten bij de “Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij – Aanvulling: Bijlagen 6 en 7.” De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor de geurhinder vanuit veehouderijen bij de beoordeling van aanvragen om vergunning in het kader van de Wet milieubeheer. De Wgv stelt normen aan de geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten en stelt minimale afstanden vast van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. Deze normen en afstanden zijn afhankelijk van het type veehouderij, de locatie, waarbij verschillen bestaan tussen zogeheten concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden, en ook tussen binnen en buiten de bebouwde kom. Een geur gevoelig object is een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Tuinen vallen dus niet onder de noemer geur gevoelige objecten.
In de Wgv wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende geurgevoelige objecten:
Woningen (standaard geurnormen); Bedrijfswoning bij een andere veehouderij (enkel vaste afstanden); Voormalige bedrijfswoning die op of na 19 maart 2000 geen onderdeel meer was van een andere veehouderij (enkel vaste afstanden).
In onderhavige situatie is sprake van woningen, waarvoor de standaard geurnormen gelden. Normen en vaste afstanden In de Wgv worden twee soorten dieren onderscheiden. Dieren met een geuremissiefactor en dieren zonder een geuremissiefactor. Dieren met een geuremissiefactor noemen we Odour Unit-dieren (ou-dieren). Met behulp van de geuremissiefactor kan de geurbelasting van deze dieren op een pagina 2 van 10
geurgevoelig object worden berekend. Het totaal aantal dieren en het stalsysteem bepaalt de emissie. Dieren zonder een geuremissiefactor noemen we vaste afstand dieren (va-dieren). Voor deze dieren geldt een vaste afstand vanaf het emissiepunt van een dierenverblijf tot de gevel van een geurgevoelig object. Deze vaste afstand staat los van het dierenaantal. Voor alle dieren geldt een minimum afstand van 50 meter binnen de bebouwde kom en 25 meter buiten de bebouwde kom vanaf de gevel van het dierenverblijf tot de gevel van een geurgevoelig object.
Wettelijk gelden de onderstaande normen en afstanden. Tabel 1 Normen en afstanden volgens de Wgv
Dieren Ou-dieren (geldt voor varkens, pluimvee, vleeskalveren, geiten en schapen) Va-dieren (geldt voor koeien, paarden en konijnen) – emissiepunt-totgevel afstand Alle dieren (geldt voor alle andere veehouderijtypen)gevel-tot-gevel afstand
Bebouwde kom Buiten
Concentratiegebied 14 ouE/m
3
3
Nietconcentratiegebied 3 8 ouE/m
Binnen
3 ouE/m
Buiten
50 m
50 m
Binnen
100 m
100m
Buiten
25 m
25 m
Binnen
50 m
50 m
2 ouE/m
3
Een gemeente mag gebruik maken van de mogelijkheid die de Wgv biedt om, binnen afgesproken bandbreedtes, af te wijken van de wettelijke normen.
WOON- EN LEEFKLIMAAT Om het woon- en leefklimaat ter plaatse van het geurgevoelig object te beschouwen dient gekeken te worden naar de voorgrond- en achtergrondbelasting. Voor de beoordeling wordt aangesloten bij de “Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij – Aanvulling: Bijlagen 6 en 7.” In deze handreiking is een relatie gegeven tussen de voor- en achtergrondbelasting en de geurhinder weergegeven voor een concentratiegebied en een niet-concentratiegebied. De relaties zijn opgenomen in onderstaande tabellen.
pagina 3 van 10
Tabel 2 Milieukwaliteitseisen volgens Handreiking Wgv voor een concentratiegebied
Milieukwaliteit Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht
Geurgehinderden [%] <5 5 - 10 10 - 15 15 - 20 20 - 25 25 - 30 30 - 35 > 35
Voorgrondbelasting 3 [ouE/m ] <1,5 1,5 – 3,5 3,5 – 6,5 6,5 - 10 10 - 14 14 - 19 19 - 25 > 25
Achtergrondbelasting 3 [ouE/m ] <3 3-7 7 - 13 13 - 20 20 - 28 28 - 38 38 - 50 > 50
Tabel 3 Milieukwaliteitseisen volgens Handreiking Wgv voor een niet-concentratiegebied
Milieukwaliteit Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht
Geurgehinderden [%] <5 5 - 10 10 - 15 15 - 20 20 - 25 25 - 30 30 - 35 > 35
Voorgrondbelasting 3 [ouE/m ] <0.5 0,5 – 1,5 1,5 - 3 3 – 4,5 4,5 – 6,5 6,5 – 8,5 8,5 - 11 > 11
Achtergrondbelasting 3 [ouE/m ] < 1,5 1,5 – 3,5 3,5 – 6,5 6,5 - 10 10 - 14 14 - 19 19 - 25 > 25
Op het gebied van woon- en leefklimaat zijn geen harde eisen. Wel kan een gemeente een minimale milieukwaliteit eisen.
pagina 4 van 10
TOELICHTING EN LOCATIE PLAN Het plangebied is gelegen aan de Geurinkstraat 1b, ten oosten van de kern van Silvolde. Het perceel is op dit deels bebouwd met een woning en bijgebouwen. Bij onderhavig plan wordt de bestaande bebouwing gesloopt, en worden drie woningen mogelijk gemaakt. In figuur 2 is een uitsnede van de verbeelding horend bij het bestemmingsplan opgenomen.
Figuur 2 Uitsnede plangebied uit de verbeelding horend bij het bestemmingsplan
Het voornemen bestaat om te voorzien in een nieuw woongebied met circa 3 woningen. De definitieve invulling van het plan ligt ten tijde van dit onderzoek nog niet vast. Derhalve wordt in dit onderzoek de randen van het plangebied aangehouden.
LOCATIE IN RELATIE TOT NORMEN EN AFSTANDEN De locatie is gelegen in de gemeente Oude IJsselstreek. Deze gemeente valt in een concentratiegebied (conform de Meststoffenwet bijlage 1). Verder ligt het gebied buiten de bebouwde kom.
pagina 5 van 10
De gemeente Oude IJsselstreek heeft ten tijde van het opstellen van deze rapportage nog geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de Wet geurhinder en veehouderij biedt om, binnen bandbreedtes, af te wijken van de wettelijke normen. Derhalve zal voor onderhavige locatie uitgegaan worden van een buitengebied gelegen in een concentratiegebied. Daarmee gelden de volgende normen en afstanden voor deze locatie: 3 14,0 ouE/m voor ou-dieren: geurbelasting op het geurgevoelige object afkomstig uit de omliggende veehouderij(en). 50 meter voor va-dieren: afstand vanuit het emissiepunt tot aan het geurgevoelige object. 25 meter voor alle dieren: gevel-tot-gevel afstand
pagina 6 van 10
OMLIGGENDE VEEHOUDERIJEN De omliggende veehouderijen worden altijd in verschillende schalen bekeken: 2.000 meter; eventueel van invloed voor de achtergrondgeurberekening (ou-dieren) 500 meter; om te kijken naar de milieurechten en planologische rechten van veehouderijen met ou-dieren (voorgrondgeurberekening, omgekeerde werking) 100 meter; om te kijken naar de milieurechten en planologische rechten veehouderijen met va-dieren (vaste afstand, omgekeerde werking) Op basis van de informatie uit I-GO Veehouderijen zijn er in een straal van 2 km 16 veehouderijen gelegen. Hiervan zijn er 7 veehouderijen met ou-dieren en 9 veehouderijen met enkel va-dieren. Hiernaast zijn via satellietbeelden meerdere veehouderijen met va-dieren in de omgeving te herkennen. Ook worden in de omgeving hobbymatig va-dieren gehouden. Gezien hier geen sprake is van een grote hoeveelheid dieren, wordt hiervan geen geurhinder verwacht. Vervolgens is gekeken naar de veehouderijen binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied. De ligging van de veehouderijen zijn in figuur 3 weergegeven.
pagina 7 van 10
Figuur 3 Plangebied en 500m straal (rood) en veehouderijen binnen deze straal
In onderstaande tabel zijn de veehouderijen in een straal van 500 meter rondom het plangebied opgenomen. De veehouderijen welke mogelijk relevant zijn voor de milieurechten en planologische rechten van de veehouderij worden in dit onderzoek nader beschouwd. Tabel 4 Overzicht veehouderijen in een straal van 500 m rondom het plangebied Adres
ou / va-dieren
OUE
Afstand tot
Mogelijk
plangebied
relevant
Kapelweg 1c*
Va
-
75 m
Nee
Rabelingstraat 2
Va
-
440 m
Nee
Oude Dinxperloseweg 61
Va
-
440 m
Nee
*Bestemd als manege, wordt beschouwd als veehouderij Alle veehouderijen binnen 500 meter hebben enkel va-dieren. Géén van de veehouderijen ligt binnen de geldende va-norm van 50 meter.
pagina 8 van 10
MEST- EN VOEROPSLAGEN
Voor andere agrarische bedrijfsactiviteiten dan het huisvesten van dieren geldt meestal een minimumafstand van 50 meter. Het gaat hierbij om de opslag van mest, de opslag van vaste bijvoermiddelen en een composteringshoop. Die activiteiten zijn overal binnen het agrarisch 2 bouwvlak toegestaan. Voor een mestbassin met een oppervlakte van 350 m of meer geldt een minimumafstand van 100 meter (artikel 3.51 Activiteitenbesluit). Omliggende veehouderijen, behalve de manege op Kapelweg 1c, bevinden zich op meer dan 100 meter van de voorgenomen ontwikkeling. Het geurgevoelige object voldoet voor deze 2 veehouderijen aan de vereiste minimumafstand. Van een mestopslag in de omvang van 350 m is bij de manege op Kapelweg 1c geen sprake. Het ligt bij dit bedrijf niet voor de hand dat hiervan in de toekomst sprake zal zijn, gezien het soort bedrijf. Er is daarom geen sprake van een beperking van de bedrijfsvoering bij het aanhouden van een afstand van 50 meter in plaats van een afstand van 100 meter.
pagina 9 van 10
CONCLUSIE In Silvode bestaat het voornemen om aan de Geurinkstraat 1b een drietal woningen te realiseren. In de omgeving van het plangebied zijn veehouderijen gelegen. Om mogelijke knelpunten op gebied van geur is daarom een quick scan geurhinder uitgevoerd. Uit de quick scan komt naar voren dat binnen 500 meter van het plangebied 3 veehouderijen zijn gelegen met va-dieren. Er is géén sprake van veehouderijen met ou-dieren binnen een straal van 500 meter. Gezien onderhavig plangebied in het buitengebied ligt, en eveneens in een concentratiegebied, geldt een richtafstand van 50 meter voor va-dieren. Hieraan wordt voldaan voor alle in de omgeving gelegen veehouderijen. Daarnaast is er in deze quickscan gekeken naar mest- en voeropslag. Hoewel de manege aan de Kapelweg 1c op minder dan 100 meter van het plangebied ligt, is er geen sprake van (toekomstige) mestopslag. Ten opzichte van de andere veehouderijen wordt er ruimschoots voldaan aan de afstanden voor mest- en voeropslagen. Geconcludeerd wordt dat het aspect geur, afkomstig van veehouderijen, geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling.
pagina 10 van 10