CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Smoddedijk naast 8, Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek.pdf

Raadsvergadering 21 mei 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 15: Vaststelling TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Smoddedijk naast 8, Westendorp17.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-gm.nl email info@sigma-gm.nl

januari ’25

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

Projectnummer:

24-M11530

Opdrachtgever:

BJZ.nu

Datum:

27-1-2025

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

datum

27-1-2025

projectnummer

24-M11530

in opdracht van

BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

uitgevoerd door

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.

januari ’25

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ...................................................................................................................................3 1.1

Algemeen ...............................................................................................................................3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ......................................................................................3

1.3

Doel van het onderzoek ..........................................................................................................3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................4

1.5

Opbouw van het rapport .........................................................................................................4

VOORONDERZOEK ....................................................................................................................5 2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12

3.1 Uitvoering van het veldonderzoek .......................................................................................... 14 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ......................................................................................... 15 4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK.................................................................................. 17 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek....................................................... 17

4.2

Toetsingscriteria ................................................................................................................... 18

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 19

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 22

6

LITERTUURLIJST ..................................................................................................................... 26

7

COLOFON ................................................................................................................................. 27

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Boorprofielen onderzoekslocatie 4. Analysecertificaten 5. Toetsing analyseresultaten 6. Onafhankelijkheidsverklaring

januari ’25

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BJZ.nu is in december 2024/januari 2025 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 uitgevoerd op een terrein aan de Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp (gemeente Oude IJsselstreek). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie ten behoeve van woningbouw.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is verder om vast te stellen of de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare kwaliteit voor het beoogde bodemgebruik. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging.

januari ’25

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt. 1.4

Referentiekader van het onderzoek

Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN-5725 (versie 2023); 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5740 (versie 2023); strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond'. 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

januari ’25

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is uitgevoerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. In de NEN-5725 (2023) zijn negen aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

A O

B O

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem of bijzondere bestanddelen in de grond

✓

✓

✓

✓

Geohydrologie

✓

✓

Geval van ernstige bodemverontreiniging? bodemkwaliteit o.b.v. bodemkwaliteitskaart bodemkwaliteit o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

✓

Eigendomssituatie

Aanleiding tot vooronderzoek C D1 D2 E F G ✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

H

✓ ✓

✓

O

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

Oa

Oa

✓

✓

✓b

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓b

✓

✓

✓

✓

✓

Ob

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Oc

O

Od

✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Asbestverdacht? ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect gelet op de achtergrond van het onderzoek niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd

✓

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte activiteiten, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig Toekomstig

✓

✓

✓

O

0 Optioneel a) b) c) d)

ingeval de grondwaterstand zich dieper dan 25 cm onder het ontgravingsvlak bevindt, kan geohydrologie buiten beschouwing blijven het betreft hierbij de herkomstlocatie van de te beoordelen partij bij eindonderzoek bodem verplicht, bij nulonderzoek bodem optioneel bij nulonderzoek bodem verplicht, bij eindonderzoek bodem optioneel

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2.

januari ’25

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

aanleiding vooronderzoek Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie ten behoeve van woningbouw. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.3.2 “uitvoeren van een bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie” uit de NEN-5725 (2023). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Oude IJsselstreek (info d.d. 02-12-2024); • informatie van de bodeminformatiekaart van de provincie Gelderland; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (totaal) Algemene omschrijving

Smoddedijk ong. Westendorp Oude IJsselstreek Zie bijlage 1 X = 227.192 Y= 439.501 (middelpunt) Perceel Varsseveld sectie E nr. 4284 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 5.607 m2 De onderzoekslocatie betreft een deel van het kadastrale perceel Varsseveld, sectie E, nr. 4248 gelegen aan de Smoddedijk te Westendorp. Op de locatie bevindt zich een schuur/stal. Rondom de schuur/stal bevindt zich een verharding voor het overige is de locatie als grasveld/weide in gebruik. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Hieronder wordt in figuur 1 de onderzoekslocatie weergegeven en rood omlijnd.

januari ’25

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

figuur 1: onderzoekslocatie (rood omlijnd)

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Geplande herinrichting bijzonderheden: -

januari ’25

Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Voor de bestaande schuur/stal op de locatie is het bouwjaar 1964 vermeld. De onderzoekslocatie is deels verhard met betonklinkers en een mestplaat Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. Niet bekend.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)

Op basis van de topografische kaarten vanaf 1880 is reeds bebouwing (boerderij de Smodde) op de locatie aanwezig. De boerderij is in de jaren ’60 van de vorige eeuw afgebroken. Op basis van topografische kaarten na 1975 wordt alleen nog de bestaande schuur/stal weergegeven.

Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Vanaf 1880 is in de directe omgeving van de basis van onderzoekslocatie bebouwing te herkennen. Deze topografische bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / kaarten, gewijzigd. Topotijdreis) Huidig In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk agrarische percelen en woningen.

januari ’25

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

De locatie wordt gebruikt als schuur/stal met weide.

Bouwvergunning

Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten, (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied geen andere concrete aanwijzingen van bodembedreigende milieubelastende activiteiten die geleid zouden kunnen hebben tot bodemverontreiniging. T.b.v. de bestaande bebouwing is een bouwvergunningen verleend.

Milieuvergunning

Niet bekend.

Handelsregister

De onderzoekslocatie wordt niet in het handelsregister van de Kamer van Koophandel vermeld Er is geen informatie bekend over de eventuele aanwezigheid van zowel boven- als ondergrondse brandstoftanks. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en/of ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding/ De aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op basis van de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland bevinden zich op of nabij de onderzoekslocatie geen asbestverdachte daken.

Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

figuur 2: asbestdakenkaart provincie Gelderland

Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. In algemene zin wordt gesteld dat puinlagen en/of grondlagen waarin bijmenging van puin en/of ander sloopafval voorkomt worden verdacht voor aanwezigheid van asbest. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.

januari ’25

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

Ophogingen/dempingen/stortingen

Niet gesprongen explosieven

PFAS-verdachtheid

Calamiteiten

Verdachte activiteiten < 25 m

Er is geen andere informatie bekend omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. PFAS is een stofgroep van persistente, giftige fluorverbindingen die zijn toegepast in coatings van consumentenproducten als textiel, tapijt, leer en papieren in industriële producten zoals verf en blusschuim. Op en nabij locaties waar PFAS is toegepast,kan de bodem (grond en grondwater) verontreinigd zijn.

Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich voor zover bekend geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie en mobiliteit en het feit dat de stof niet of nauwelijks afbreekt. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie geen sprake geweest van activiteiten die de locatie verdacht maken op het voorkomen van PFAS. Zo is er op de locatie (voor zover bekend) bijv. geen sprake geweest van: ♦ brand met gebruik van blusschuim; ♦ brandblusoefenterrein; ♦ bedrijfsactiviteiten bijv. op het gebied van: - teflonproductie; - galvanische industrie, textiel, papier(verwerking), lak- en verfindustrie, cosmetica; - afvalverbranding, stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, ijzerinzamellocaties (inzamelen brandblussers). Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt.

In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk woningen en agrarische percelen. Op de locatie Smoddedijk 6 wordt melding gemaakt van een ondergrondse hbo-tank. Het is op voorhand onbekend of de activiteiten in de directe omgeving een negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

januari ’25

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

-

Omgeving < 25 m

Verkennend onderzoek Smoddedijk 8, Westendorp Ecopart B.V. d.d. 15-10-2003 Vervolgactie Wbb: voldoende onderzocht ►niet bekend.

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

►De ontgravingskaart bovengrond: landbouw/natuur, ondergrond: landbouw/natuur.

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket. De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 18 m+NAP. In figuur 4 staat de geohydrologische opbouw weergegeven.

figuur 4: De geohydrologische opbouw januari ’25

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. terreinverkenning voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreinverkenning uitgevoerd. De terreinverkenning heeft als doel om te controleren of de vooraf bekende informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie. In tabel 6 is een overzicht opgenomen van de uitgevoerde terreinverkenning. tabel 6: terreininspectie onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

locatie-inspectie

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

12-12-2024

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Op basis van de bekende informatie uit het historisch onderzoek is in tabel 6 de uitgevoerde onderzoeksstrategie opgenomen. Verwacht wordt dat de gekozen onderzoeksstrategie een voldoende beeld zal geven over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Op basis van topografische kaarten was de locatie geruime tijd in gebruik als agrarisch bedrijf. Vanaf 1975 is alleen de schuur/stal nog aanwezig. Het onbebouwde terrein is dan in gebruik als grasveld/weide. Wegens het bedrijfsmatige gebruik is de locatie aangemerkt als verdacht.

In tabel 7 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 7: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie

verwachte bodemkwaliteit

grond

grondwater

onderzoeksstrategie

bovengrond voldoet aan wonen, ondergrond voldoet aan landbouw/natuur, grondwater voldoet aan de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering

-

-

NEN-5740 strategie VED-HE

NEN-5740 Smoddedijk (ca. 5.607 m2)

januari ’25

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

januari ’25

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. De bemonstering van grond t.b.v. PFAS onderzoek is uitgevoerd op basis van het protocol bemonstering PFAS-verbindingen in grond en grondwater (expertisecentrum PFAS, juli 2019). In tabel 8 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 8: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001)

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. D. Haar (in opleiding)

12-12-2024

nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

16-1-2025

Onder de bestrating is ca 0.35 m menggranulaat aanwezig. De opdrachtgever heeft aangegeven dat dit gecertificeerd materiaal betreft. geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 6. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staan weergegeven in tabel 9. tabel 9: veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

15

ca.0.5

5 t/m 19

3

ca.2.0

2 t/m 4

1

ca.3.8

1

Smoddedijk (ca. 5.607 m2)

Boringen Peilbuis

januari ’25

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

3.2 Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 10: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.08 0.08-0.5 0.5-3.0

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

klinker zand zand

zwak siltig, matig fijn zwak siltig, matig fijn

donker beige-bruin licht beige-geel

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 11. tabel 11: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

Pb1

2.0-3.0

2.0

5

6.1

EGV geleidingsvermogen µS/cm 230

troebelheid (NTU) 23

In de genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuizen slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.

januari ’25

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

zintuiglijke waarnemingen Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.

Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

januari ’25

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, het grondwatermonster, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 12: analyseschema Monstercode Grond

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

MM1

2+3+7+12

0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM2

5+8+10+13

0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM3

4+15+17+18

0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM4

1+4

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

2+3

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

1

2.0-3.0

-

NEN-grondwater(**) +AS3000

MM5 Grondwater 1 (peilbuis)

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

januari ’25

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

4.2

Toetsingscriteria

De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de volgende waarden:  Kwaliteitseisen uit het Besluit Bodemkwaliteit (bijlage B, regeling bodemkwaliteit 2022);  Interventiewaarde bodemkwaliteit (bijlage IIa, Besluit activiteiten leefomgeving);  Signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering (Bijlage Vd, Besluit kwaliteit leefomgeving = interventiewaarden Circulaire bodemsanering 2013). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). Toetsingen zijn voorlopig uitgevoerd volgens tijdelijke kaders van de Omgevingswet, in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. De in deze tabel genoemde kwaliteitseisen hebben de volgende betekenis: Landbouw/natuur Wonen Industrie Interventiewaarde Signaleringsparameter

= = = = =

bestaande kwaliteit in ‘schone’ gebieden geschikte toestand voor functie Wonen geschikte toestand voor functie Industrie aanwezigheid van mogelijke onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu beoordeling of sanering nodig is bij historische grondwaterverontreiniging

De kwaliteitseisen voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel. Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: tabel 13: overzicht van de toegepaste termen bij de toetsing volgens het kader van de Omgevingswet. kwaliteitseis

ondergrens kwaliteitsklasse

bovengrens kwaliteitsklasse

landbouw/natuur 1 wonen2 industrie matig verontreinigd sterk verontreinigd

landbouw/natuur wonen industrie interventiewaarde bodemkwaliteit

landbouw/natuur wonen industrie matig verontreinigd -

De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de kwaliteitseis landbouw/natuur. Overschrijding van de kwaliteitseis industrie houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de klasse landbouw/natuur en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen: 1 De kwaliteit van de grond overschrijdt niet de kwaliteitseis landbouw/natuur als bij meting van X stoffen in de grond het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de kwaliteitseis landbouw/natuur. De verhoging mag per stof maximaal 2x de kwaliteitseis landbouw/natuur voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen (met uitzondering van nikkel) geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de kwaliteitseis wonen van de betreffende stof. X

2

7

16

27

37

Y

1

2

3

4

5

2

De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X

2

7

16

27

37

Y

1

2

3

4

5

januari ’25

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na de tabellen worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. In bijlage 5 zijn de toetsingsresultaten opgenomen. onderzoeksresultaten grond (excl. PFAS onderzoek) In tabel 14 staat een samenvatting weergegeven van de toets resultaten van de onderzochte mengmonsters van de boven en ondergrond. tabel 14: samenvatting toets resultaten boven- en ondergrond. grondmengmonster/ boring

MM1 2+3+7+12 (0-0.5) MM2 5+8+10+13

landbouw/ natuur Zint.

industrie

matig verontreinigd

sterk verontreinigd (> I)

toetsing eindoordeel

-

alle onderzochte parameters

-

-

-

-

landbouw/natuur*

-

overige onderzochte parameters

cadmium, koper, zink

-

-

landbouw/natuur*

-

alle onderzochte parameters

-

-

-

landbouw/natuur*

(0-0.5)

MM3 4+15+17+18 (0-0.5)

wonen

-

alle onderzochte parameters alle MM5 onderzochte 2+3 (0.5-2.0) parameters landbouw/ beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse landbouw / natuur / natuur wonen maximale waarde landbouw/natuur < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde wonen beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse wonen industrie maximale waarde wonen < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde industrie beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse industrie

MM4 1+4 (0.5-2.0)

-

matig verontreinigd

maximale waarde industrie < gehalte (gssd) ≤ interventiewaarde beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse matig verontreinigd

sterk verontreinigd >I

beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse sterk verontreinigd

landbouw/natuur*

landbouw/natuur*

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond 1 = hier geldt de uitzonderingsregel zoals in 4.2 vermeld

januari ’25

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

onderzoeksresultaten grondwater In tabel 15 staat een samenvatting weergegeven van de toets resultaten van de onderzochte grondwatermonsters. tabel 15: samenvatting toets resultaten grondwater Peilbuis Pb1 (2.0-3.0)

<streefwaarde >streefwaarde en <signaleringsparameter >signaleringsparameter

<streefwaarde

>streefwaarde

toetsing eindoordeel overige barium <signaleringsparameters parameter beoordeling grondwatersanering Bij overschrijding zijn er geen significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig. zintuiglijk

>signaleringsparameter

Bij overschrijding zijn er geen significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig.

Bij overschrijding zijn er mogelijk significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig (voormalige interventiewaarde).

bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1en MM3 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. Het ondergrondmengmonsters MM2 bevat een verhoogd cadmium, koper en zink dat voldoet aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. ondergrond (1.0-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM4 en MM5 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur.

januari ’25

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

Grondwater peilbuis 1 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium t.o.v. de streefwaarde, de gemeten gehalten overschrijden de signaleringsparameter beoordeling grondwater niet. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan in algemene zin worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde

januari ’25

21

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal plaatselijk baksteensporen waargenomen. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is in het opgeboorde bodemmateriaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 16 en 17. tabel 16: samenvatting toets resultaten boven- en ondergrond grondmengmonster/ boring

MM1 2+3+7+12 (0-0.5) MM2 5+8+10+13

landbouw/ natuur Zint.

industrie

matig verontreinigd

sterk verontreinigd (> I)

toetsing eindoordeel

-

alle onderzochte parameters

-

-

-

-

landbouw/natuur*

-

overige onderzochte parameters

cadmium, koper, zink

-

-

-

landbouw/natuur*

-

alle onderzochte parameters

-

-

-

-

landbouw/natuur*

(0-0.5)

MM3 4+15+17+18 (0-0.5)

wonen

alle onderzochte parameters alle MM5 onderzochte 2+3 (0.5-2.0) parameters landbouw/ beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse landbouw / natuur / natuur wonen maximale waarde landbouw/natuur < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde wonen beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse wonen industrie maximale waarde wonen < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde industrie beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse industrie

MM4 1+4 (0.5-2.0)

-

matig verontreinigd

maximale waarde industrie < gehalte (gssd) ≤ interventiewaarde beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse matig verontreinigd

sterk verontreinigd >I

beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse sterk verontreinigd

landbouw/natuur*

landbouw/natuur*

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond 1 = hier geldt de uitzonderingsregel zoals in 4.2 vermeld

januari ’25

22

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

tabel 17: samenvatting toets resultaten grondwater. <streefwaarde

>streefwaarde

toetsing eindoordeel Pb1 overige barium <signalerings(2.0-3.0) parameters parameter beoordeling grondwatersanering <streefwaarde Bij overschrijding zijn er geen significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig (voormalige interventiewaarde).

peilbuis

zintuiglijk

>streefwaarde en <signaleringsparameter >signaleringsparameter

Bij overschrijding zijn er geen significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig (voormalige interventiewaarde).

>signaleringsparameter

Bij overschrijding zijn er mogelijk significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig (voormalige interventiewaarde).

eindconclusie verkennend bodemonderzoek NEN-5740 In de bovengrond zijn plaatselijk enkele stoffen verhoogd gemeten in gehalten die voldoen aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. In de ondergrond zijn enkele stoffen gemeten die voldoen aan de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen. Het grondwater bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde. De gemeten gehalten geven, naar onze mening, geen aanleiding tot het instellen van nader onderzoek. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek geldt, ten aanzien van de milieuhygiënisch kwaliteit van de bodem, naar onze mening, geen belemmering voor het beoogde gebruik van de onderzoekslocatie. Echter, het is van belang te benadrukken dat het bevoegd gezag hierin de uiteindelijke beslissing neemt en hierbij beleidsmatige afwegingsruimte heeft, wat kan resulteren in een afwijkend besluit. Aan onze inschatting (expert-judgement) kunnen dan ook geen rechten worden ontleend en deze is louter indicatief van aard.

januari ’25

23

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

toetsing hypothese In tabel 18 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 18: toetsing hypothese Locatie

Hypothese

Correct?

Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

bodemkwaliteit bovengrond voldoet aan wonen en de ondergrond voldoet aan landbouw/natuur, grondwater bevat geen verhoogde gehalten t.o.v. de signaleringsparameters

ja

Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese? nee, onderzoeksinspanning voldoende

Nader onderzoek?

nee, er zijn geen gehalten boven de grenswaarde/ interventiewaarde, de toetsingswaarden voor nader onderzoek gemeten

Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.

Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van werkzaamheden geen andere afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002 en/of overige geldende analysemethoden.

Aanbevelingen Wanneer in het kader van herontwikkeling meer dan 25 m3 grondverzet plaatsvindt, moet dit tenminste 1 week voorafgaand aan de werkzaamheden te worden gemeld via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) als zogenaamde milieubelastende activiteit “graven in de bodem met een kwaliteit onder de interventiewaarde. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a. partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen toetsing is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig.

januari ’25

24

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op de locatie gelegen aan de Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster.

Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Geo- & Milieutechniek afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Geo- & Milieutechniek niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v. een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie.

Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.

aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.

januari ’25

25

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

6

LITERTUURLIJST 1. 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond' (Nederlandse norm 5740: oktober 2023). 2. 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (Nederlandse norm 5725:2023, oktober 2023).). 3. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 4. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017. 5. NTA 5755, Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek,NNI, juni 2022). 6. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 7. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 8. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 9. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989.

januari ’25

26

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp

7

COLOFON

opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider

: : : : :

BJZ.nu Smoddedijk nabij nr. 8 te Westendorp 28 blz. 27-1-2025 ing. A.D.M. van Wuijkhuijse

Auteur

Paraaf

Gecontroleerd door

R.F. Dob

RFD

H. Kroon

januari ’25

Paraaf

Datum

Status

27 januari 2025

definitief

27

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT jF IJi axB

Adviesgroepen:  Bouw  Milieu

Sigma Geo-& Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28

http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) jF IJi axB

1880

1900

1929

1955

1975

Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

1990

2010

Google maps 2009

Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

Google maps 2022

Boerderij De Smodde

Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

BIJLAGE 3

Foto 1. Smoddedijk, Westendorp

Foto 2. Smoddedijk, Westendorp

01

1

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1 50

0 -8

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, bruin, edelm an -50

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, zuigerboor

100 3 150 4 200

200

250

300

300 t ype dat um boorm eest er gws (m -m v)

-300

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 1

02

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50

-50 2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, edelm an -70

zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal grijs, beige, edelm an

100 3

150 4 200 t ype dat um boorm eest er x y

-200

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 2 1 2 .8 4 4 3 9 5 5 2 .7 4

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Sm od d e d ijk n a b ij 8 , W e st e n d or p 2 4 -M 1 1 5 3 0 N EN 5 1 0 4

03

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

2

zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal grijs, beige, edelm an

50

0

-50

100 3 150 4 200 t ype dat um boorm eest er x y

-200

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 2 3 7 .5 9 4 3 9 5 2 3 .1 1

04

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

2

-60

klei, zwak zandig, licht grijs, edelm an 3 100

-100 4

zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal beige, geel, edelm an

150 5 200 t ype dat um boorm eest er x y

-200

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 1 7 7 .6 1 4 3 9 4 5 9 .4 0

05

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 1 7 1 .6 3 4 3 9 5 2 2 .3 5

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Sm od d e d ijk n a b ij 8 , W e st e n d or p 2 4 -M 1 1 5 3 0 N EN 5 1 0 4

06

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

-50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 1 8 7 .5 9 4 3 9 5 3 4 .8 9

07

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 2 1 3 .7 8 4 3 9 5 3 5 .5 2

08

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 1 9 3 .3 1 4 3 9 5 1 5 .4 2

09

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 1 7 5 .3 5 4 3 9 5 0 9 .7 5

10

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

-50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 1 8 7 .8 5 4 3 9 4 9 6 .2 5

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Sm od d e d ijk n a b ij 8 , W e st e n d or p 2 4 -M 1 1 5 3 0 N EN 5 1 0 4

11

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

-50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 2 0 2 .2 3 4 3 9 5 0 3 .7 6

12

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 2 2 8 .3 8 4 3 9 5 0 6 .4 4

13

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 2 0 8 .9 5 4 3 9 4 9 4 .0 5

14

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 1 8 9 .1 1 4 3 9 4 6 8 .3 8

15

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

-50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 1 6 8 .9 5 4 3 9 4 8 8 .1 2

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Sm od d e d ijk n a b ij 8 , W e st e n d or p 2 4 -M 1 1 5 3 0 N EN 5 1 0 4

16

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

-50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 1 4 6 .6 9 4 3 9 4 9 5 .1 0

17

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 1 3 8 .5 5 4 3 9 4 9 6 .9 4

18

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 1 5 8 .5 0 4 3 9 4 9 7 .0 9

19

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

-50

g r on d b or in g 1 2 -1 2 -2 0 2 4 V e ld w e r k e r 2 2 7 1 5 5 .4 0 4 3 9 5 0 6 .8 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5057/documents/33841