CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Landgoed Over de IJssel_vastgesteld_totaal.pdf

Raadsvergadering 23 april 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 16: TAM-omgevingsplan “Buitengebied, Over de IJssel 3, Ulft”24.873 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.14

Gezondheid

De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang door alle relevante aspecten waaronder gezondheid - in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. De maatschappelijke doelen van de Omgevingswet zijn in artikel 1.3 van die wet als volgt geformuleerd: Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Met voorliggend planinitiatief voor Landgoed Over de IJssel wordt nieuwe natuur ontwikkeld, wat bedraagt aan de bovengenoemde doelstellingen. Naast de natuurdoelstellingen draagt het initiatief 50

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Landgoed Over de IJssel" (vastgesteld)

ook bij aan de maatschappelijke behoeften, zoals de mogelijkheden voor recreatie en de woonbehoeften. Dit initiatief heeft een positieve bijdrage aan het aspect gezondheid, waarbij tevens de kwaliteit van de leefomgeving wordt verbeterd.

4.15

Duurzaamheid

Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere rol in onze samenleving. De Omgevingswet biedt mogelijkheden om een transitie naar een duurzamere samenleving te bevorderen. In deze onderbouwing is het begrip duurzaamheid uitgesplitst in drie categorieën; 'energietransitie', 'circulariteit' en 'klimaatadaptatie'. Het (wettelijk) kader voor duurzaamheid onder de Omgevingswet wordt verder ingevuld door onderliggende regelgeving, zoals het Bkl en het Bbl. Energietransitie Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuw te bouwen bouwwerken. Met de nieuwbouw wordt aan deze eisen voldaan, zodat de 3 woningen nagenoeg of volledig energieneutraal zullen zijn. Circulariteit Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de milieuprestatie van een woonfunctie, een kantoorgebouw en nevengebruiksfuncties daarvan (artikel 4.159 Bbl). Een berekening milieuprestatie wordt vereist bij nieuwbouw van bouwwerken ten dienste van genoemde functies. Deze berekening(en) worden te zijner tijd overlegd bij het indienen van de technische bouwactiviteit. Klimaatadaptatie Voor het kader voor klimaatadaptatie en water wordt verwezen naar het beleid van rijk, provincie, gemeente en waterschap op het gebied van klimaatadaptatie en water. Zo heeft de provincie ook instructieregels voor klimaatadaptatie opgenomen, zie hiervoor paragraaf 3.2.

Tevens is de klimaatatlas geraadpleegd, die is opgesteld voor de gemeente Oude IJsselstreek. Uit de kaartbeelden die horen bij het aspect wateroverlast blijkt dat ter plaatse van de 3 nieuwe woongebouwen zonder maatregelen plasvorming van 20 tot 30 cm en deels meer dan 30 cm wordt verwacht bij een korte extreme bui (van 70 mm in één uur). Dit kan leiden tot plasvorming van 0,5 tot 2 dagen. Bij een lange extreme bui (160 mm in twee uur) kan plasvorming optreden meer dan 30 cm. Om risico's op waterschade te vermijden, wordt het woonerf circa 70 cm opgehoogd met de grond die vrijkomt bij de aanleg van de wadi. Hierdoor zal ter plaatse van de 3 nieuwe woningen plasvorming, ook bij lange extreme buien, niet plaats kunnen vinden. De bestaande bebouwing aan de Over de IJssel 3 en 3a heeft geen last van wateroverlast, ook niet bij lange extreme buien. Het plangebied is geen specifiek aandachtsgebied voor hitte, want op warme dagen zal de hitte normaal of zelfs koeler aanvoelen. Ter plaatse van de bestaande bebouwing wordt volgens de kaart hittestress mogelijk wel iets meer warmte ervaren. Dit is vreemd, aangezien rondom dit bestaande er in het verleden al veel groen is aangebracht. Deze inmiddels volwassen solitaire fruitbomen geven immers verkoeling bij warme dagen.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Landgoed Over de IJssel" (vastgesteld)

51

De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 weinig knelpunten en een beperkte verandering zien ten opzichte van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied. Het grondwater binnen het grootste deel van het plangebied kan wegzakken tot 0,5 – 1,2 m beneden maaiveld, terwijl dit bij de bestaande bebouwing tot 1,2 – 1,8 m beneden maaiveld kan wegzakken. Het gedeelte waar het grondwater tot 1,8 m kan wegzakken wordt in 2050 slechts beperkt groter. De beoogde natuurontwikkeling binnen het landgoed wordt hierdoor niet belemmerd, maar zal juist bijdragen aan het vasthouden van hemel- en grondwater binnen het plangebied. Door het ophogen van het nieuw te realiseren woonerf met de 3 woningen zal aldaar het grondwater naar verwachting kunnen wegzakken tot 1,2 – 1,8 m beneden maaiveld. Tot slot ligt het plangebied in het stroomgebied van en nabij de Oude IJssel. Overstromings- risico's ter plaatse van de planlocatie of in de directe omgeving zijn klein met een kans van 1 maal per 300 tot 3.000 jaar. Op de kaart 'Waterhoogte bij overstroming' is de overstromingsdiepte bij de bestaande woning Over de IJssel 3-3a tussen de 100 en 150 cm. Zonder nadere maatregelen zou de overstromingsdiepte bij de nieuw te bouwen woningen tussen de 150 en 200 cm.

Door de grondophoging van dit nieuwe woonerf worden de risico's minder groot bij een eventuele dijkdoorbraak van de Oude IJssel. Het plan houdt voldoende rekening met de diverse duurzaamheidsaspecten. Met de natuurontwikkeling en vernatting worden de effecten van klimaatverandering beperkt en daarnaast is de bouwhoogte van het nieuwe woonerf aangepast. Hierdoor is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

52

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Landgoed Over de IJssel" (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Algemeen

Het omgevingsplan is opgezet volgens een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM), namelijk TAM-IMRO. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de techniek voor planvorming zoals gebruikt onder de Wro tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening Ruimtelijkeplannen.nl. Inhoudelijk is voorliggend plan uitgewerkt volgens de Omgevingswet. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Het omgevingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: motivering, regels, verbeelding, waarbij de planregels en de verbeelding juridisch bindend zijn. De motivering heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. Het geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten, met daarnaast de interpretatie en toepassing van het omgevingsplan. De bijlagen bij de motivering en regels maken onlosmakelijk onderdeel uit van het omgevingsplan. De verbeelding bestaat uit een digitale kaart waarop functies en aanduidingen voor locaties zijn weergegeven.

De regels bestaan uit de volgende onderdelen:  Hoofdstuk 1: inleidende regels met het toepassingsbereik, de begrippen en wijze van meten en rekenen;  Hoofdstuk 2: specifieke regels over functies. De functies zijn op alfabetische volgorde opgenomen. De regels bevatten een omschrijving van de functie en regels voor het bouwen, gebruik en waar nodig over milieu;  Hoofdstuk 3: algemene regels over functies. Dit zijn de regels die gelden voor alle functies, bijvoorbeeld algemene gebruiksregels, maar ook de aanvraagvereisten voor vergunningen;  Hoofdstuk 4: regels ter bescherming van waarden en objecten. Hierin zijn regels opgenomen ter bescherming en veiligstelling van de te verwachten archeologische waarden in de bodem;  Hoofdstuk 5: overgangsrecht. De standaardregels voor reeds aanwezige bouwwerken en afwijkend gebruik worden hier overgenomen.

5.2

Toedelen van functies aan locaties

Voor de inhoudelijke regels van dit TAM-omgevingsplan is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017', vastgesteld op 28 juni 2018 door de raad van de gemeente Oude IJsselstreek. Ook zijn voor zover mogelijk de regels van de Standaardregels van de gemeente Oude IJsselstreek aangehouden. Hieronder volgt in het kort een beschrijving van de in dit omgevingsplan opgenomen specifieke regels over functies evenals de regels ter bescherming van waarden en objecten. De inleidende en algemene regels evenals het overgangsrecht behoeven geen nadere toelichting. Wel wordt naar aanleiding van de aanvraagvereisten in artikel 7 hieronder vermeld welke aanvraagformulieren wanneer benodigd zijn.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Landgoed Over de IJssel" (vastgesteld)

53

Natuur (artikel 4) Binnen het plangebied is de functie 'Natuur' bedoeld voor de te behouden en te ontwikkelen natuurwaarden. Deze natuurwaarden betreffen bestaande landschapselementen, zoals houtsingels en solitaire bomen. Maar ook nieuw te ontwikkelen elementen met eveneens solitaire bomen, maar onder andere ook heesters, rietvegetatie en een wadi. Deze gebieden moeten behouden blijven, hersteld worden of nog worden ontwikkeld. Er mogen geen gebouwen binnen deze functie worden gerealiseerd. Wel zijn er bouwactiviteiten toegestaan voor het plaatsen van 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Denk hierbij aan afrasteringen, hekwerken, informatieborden, kunstwerken en straat-/zitmeubilair. Om de natuur te beschermen is een vergunningsstelsel opgenomen voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden die de natuurlijke en/of landschappelijke waarden kunnen beschadigen. De uit te voeren inrichtingsmaatregelen voor het nieuwe landgoed zijn reeds met voorliggend omgevingsplan beoordeeld en door de gemeente akkoord bevonden, zodat deze inrichting wordt uitgesloten van de vergunningsplicht. Wonen (artikel 5) Deze functie geldt zowel voor de bestaande dubbelbewoonde woning als voor de 3 nieuw te realiseren woningen. Voor de bestaande woning gelden de overgangsbepalingen, omdat deze woning aanzienlijk groter is dan de geldende maten in het buitengebied.

Voor de nieuwe woningen wordt 1 functievlak 'Wonen' toegekend, waarbij dit tevens het bouwvlak vormt. Dit omdat kleine wijzigingen in de vorm of contour van de 3 woongebouwen nog mogelijk dient te zijn. De gezamenlijke inhoud van deze 3 wooneenheden van het nieuwe landgoed bedraagt overeenkomstig 'Uitnodigingskader Wonen Buitengebied' maximaal 2.500 m3, omdat er meer dan 5 ha aaneengesloten natuur gerealiseerd wordt. Naast de woningen mogen tevens, onder voorwaarden, bijbehorende bouwwerken (bijvoorbeeld bijgebouwen) en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. De maatvoeringseisen van de woningen en de overige bouwwerken zijn opgenomen in de regels onder het artikel 'bouwactiviteiten'. Voor de bestaande woning Over de IJssel 3 en 3a geldt dat de bestaande inhoud en oppervlaktes van de bijgebouwen op basis van het overgangsrecht zijn toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'nevenactiviteiten' zijn de nevenfuncties verkoop van streekeigen/agrarische producten, het bewerken van agrarische producten, natuureducatie/voorlichting en ondergeschikte horeca toegestaan onder de destijds gestelde voorwaarden. Bij een burgerwoning mag een beroep of bedrijf aan huis uitgeoefend worden en is een bed en breakfast in de woning toegestaan. Daarbij mag er geen hinder zijn voor de omgeving en alleen de bewoner van de woning mag er werkzaam zijn of de bed en breakfast uitoefenen.

Aanlegvereisten (artikel 7) In artikel 7 zijn de aanvraagvereisten opgenomen, die van toepassing zijn op een aanvraag om omgevingsvergunning op grond van dit omgevingsplan. Als toelichting daarop nog het volgende: Voor een aanlegactiviteit op grond van dit TAM-omgevingsplan gebruikt u het aanvraagformulier behorende bij de activiteit [Werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren]. Voor een bouwactiviteit op grond van dit TAM-omgevingsplan gebruikt u het aanvraagformulier behorende bij de activiteit [Bouwactiviteit (omgevingsplan)]. Voor een andere vergunningplicht in dit TAM-omgevingsplan gebruikt u het aanvraagformulier behorende bij de activiteit [afwijken van regels in het omgevingsplan]. De aanvraagformulieren treft u aan op de website omgevingswet.overheid.nl. Daar kiest u voor het tabblad [Aanvragen].

54

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Landgoed Over de IJssel" (vastgesteld)

Leiding – Gas (artikel 11) Dit artikel zorgt voor de bescherming de aanwezige hogedruk aardgasleiding en de bescherming van het woon- en leefklimaat. Daarvoor zijn ter weerszijden van deze leiding veiligheidsafstanden opgenomen. Deze zijn op de verbeelding aangegeven. Binnen deze gebieden mogen geen nieuwe gebouwen worden gebouwd, behalve voor de leiding zelf. Opgemerkt wordt dat de middeldruk gasleiding c.q. lagedruk gasleiding ten noorden en noordoosten van de nieuw te bouwen woningen in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017'/het tijdelijke omgevingsplan geen planologisch beschermde status heeft. Deze gasleiding hoeft derhalve niet planologisch beschermd te worden. Niettemin wordt met de situering van de woonfunctie wel rekening gehouden met deze gasleiding, omdat niet buiten het functievlak 'Wonen' en/of het bouwvlak gebouwd mag worden. Waarde – Archeologische verwachting 3 (artikel 12) Dit artikel zorgt voor het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Er geldt een verplichting tot onderzoek bij werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 5.000 m² en die gepaard gaat met een grondbewerking die dieper is dan 30 cm vanaf het maaiveld.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Landgoed Over de IJssel" (vastgesteld)

55

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid van het plan

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van de wijziging van een omgevingsplan dient onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Het gaat hierbij om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen. Voor de door de gemeente Oude IJsselstreek gemaakte plankosten vindt kostenverhaal plaats richting de initiatiefnemer. Hiervoor is een plankostenscan gedaan, waarover gemeente en initiatiefnemer overeenstemming hebben bereikt. De initiatiefnemer heeft zich hierbij vergewist van de economische uitvoerbaarheid. Het voorliggende omgevingsplan heeft voor de gemeente Oude IJsselstreek geen financiële consequenties. De plannen komen volledig voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Dit wordt vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Tevens wordt er met de initiatiefnemer een nadeelcompensatieovereenkomst afgesloten.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg Over voorliggend plan heeft vooroverleg plaatsgevonden met het Waterschap Rijn en IJssel. Zij hebben op 23 mei 2025 op een tekstuele opmerking na per mail aangegeven akkoord te zijn met de inhoud van de waterparagraaf. De resultaten daarvan zijn verwerkt in paragraaf 4.9 van deze motivering. Vooroverleg met de provincie Gelderland is niet noodzakelijk geacht, nu er geen sprake is van directe provinciale belangen bij dit plan. Het ontwerp-omgevingsplan wordt toegezonden aan zowel het waterschap als aan de provincie. In het voortraject zijn de directe omwonenden geïnformeerd over de plannen (zie paragraaf 1.4). Ze hebben aangegeven geen problemen te hebben met de vorming van het nieuwe landgoed met de natuurontwikkeling en de 3 woningen. Procedure wijziging van het omgevingsplan De gemeente publiceert de wijziging van het omgevingsplan digitaal via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB), het landelijke publicatieplatform. De regels van het ontwerp-omgevingsplan komen dan automatisch in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) c.q. Omgevingsloket. Via het onderdeel 'Regels op de Kaart' kan iedereen zien welke regels waar gelden. Het ontwerp-wijzigingsbesluit en de daarbij behorende stukken hebben vana 11 december 2025 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen (afdeling 3.4 Awb).

Binnen deze termijn zijn geen zienswijzen ingediend.

56

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Landgoed Over de IJssel" (vastgesteld)

Bijlagen motivering

Bijlage 1

Beheer en inrichtingsplan Landgoed Over de IJssel Ulft

Landgoed Over de IJssel Beheer- en inrichtingsplan

Colofon

Landgoed Over de IJssel Beheer- en inrichtingsplan

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131 PZ Lichtenvoorde BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852

Opdrachtgever: eigenaar landgoed

Projectnummer en versie: 7306 versie 1.0 Ligging plangebied: Over de IJssel 3-3a Ulft Auteur: Ing. P. Leemreise

Status: Definitief Rapportdatum: 27-8-2025

De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 4

1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................................... 4 1.2 Beschrijving van het initiatief ........................................................................................................................ 4 1.3 Reikwijdte ..................................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2

Het plangebied .......................................................................................................................... 6

2.1 Situering van het plangebied ........................................................................................................................ 6 2.2 Beschrijving van het landgoed ...................................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3

Het ontwerp ............................................................................................................................ 12

3.1 inleiding....................................................................................................................................................... 12 3.2 Nieuwe bebouwing ..................................................................................................................................... 12 3.3 Wegen en paden ......................................................................................................................................... 13 3.4 Waterinfiltratie ........................................................................................................................................... 14 3.5 Landschappelijke versterking ...................................................................................................................... 15 3.6 Erfbeplanting............................................................................................................................................... 16 3.7 Grazige vegetaties ...................................................................................................................................... 17 Hoofdstuk 4

Inrichting en beheer ................................................................................................................ 18

4.1 Inleiding ...................................................................................................................................................... 18 4.2 Inrichting ..................................................................................................................................................... 18 4.3 Beheer ........................................................................................................................................................ 18

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor het oprichten van een nieuw landgoed op het adres Over de IJssel 3-3a te Ulft. Het voornemen bestaat het huidig agrarisch cultuurland meer natuurlijk te beheren en drie vrijstaande woningen te realiseren. Het landgoed zal openbaar toegankelijk worden gemaakt middels enkele wandel- en fietspaden. De reeds bestaande bebouwing in het landgoed blijft behouden. In voorliggend rapport het initiatief gepresenteerd. Naast een verbeelding van het wenselijke eindbeeld, wordt ingegaan op de wenselijke inrichting en beheer van de buitenruimte om tot het wenselijke eindresultaat te komen. 1.2 Beschrijving van het initiatief Het voornemen bestaat een landgoed op te richten met drie nieuw te bouwen grondgebonden woningen nabij het bestaande erf Over de IJsel 3-3a. Om de nieuwe woningen te ontsluiten wordt een nieuw erftoegangspad aangelegd. De agrarische percelen krijgen een natuurbestemming en in het plangebied wordt nieuwe landschappelijke beplanting aangelegd. Ook worden de nieuwe woningen landschappelijk ingepast middels de aanleg van erfbeplanting. Op onderstaande afbeelding wordt de wenselijke inrichting van het plangebied vereenvoudigd weergegeven. De totale oppervlakte van het nieuwe landgoed bedraagt circa 6,2 hectare (inclusief bestaand erf).

Indien het bestaand erf buiten het nieuwe (planologische) landgoed gelaten wordt, bedraagt de oppervlakte circa 5,8 hectare, waarvan circa 0,4 hectare erf. Het landgoed wordt toegankelijk voor wandelaars middels onverharde paden.

Verbeelding van de wenselijke inrichting. Op de kaart zijn de nieuwe en bestaande woningen aangeduid, evenals de nieuwe erftoegangsweg en de nieuwe paden.

1.3 Reikwijdte In voorliggend rapport wordt een inrichtings- en beheerplan gepresenteerd. Het is een rapport dat ingaat op de wenselijke toekomstige inrichting en het benodigde beheer om tot het wenselijke landschappelijke eindbeeld te komen. Het is geen beeldkwaliteitsplan of allesomvattend plan waarin tevens civieltechnische voorzieningen opgenomen zijn, daarvoor worden separaat concrete rapporten opgesteld. Dit rapport beschrijft vooral het eindbeeld. Technische uitwerkingen van zaken, zoals dwarsdoorsnedes van wadi’s, wegen en paden ontbreken in dit rapport. Ook voor detailinformatie over de te bouwen woningen, wordt verwezen naar additionele rapporten.

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering van het plangebied Het plangebied is gesitueerd op het adres Over de IJssel 3 te Ulft. Het ligt ten noorden van het dorp Ulft, in de gemeente Oude IJsselstreek. Het plangebied wordt omgeven door agrarische cultuurgronden, houtsingels en watergangen. Op afbeelding 2 wordt de ligging van het plangebied op topografische kaart weergegeven.

Ligging plangebied met rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl) 2.2 Beschrijving van het landgoed Het landgoed bestaat uit een woonerf dat omgeven wordt door agrarisch cultuurland. Het landgoed ligt voor het grootste deel ten noorden van de weg Over de IJssel en voor een kleiner deel ten zuiden van de weg. Het cultuurland bestaat uit grasland, een poel, solitaire bomen, struweel, een loofhoutbosje, houtsingel en struweel. De agrarische percelen bestaan uit graslans die deels jaarrond begraasd worden en deels beheerd worden als hooiland. De opgaande beplanting in het landgoed bestaat uit een gevarieerde beplanting van knotwilgen, zwarte elzen, essen, boswilg, walnoot en zomereik. Het struweel bestaat uit een gemengde aanplangt van meidoorn, veldesdoorn, sleedoorn, rode kornoelje en liguster. Rondom het bestaande woonerf ligt een siertuin met solitaire bomen, gazon en scheerhagen. Het bomenbestand op het erf is gevarieerd en bestaat uit es, linde, lijsterbes, walnoot en zomereik.

Aanzicht op het erf vanaf Over de IJssel.

zicht op het agrarisch cultuurland ten noorden van Over de IJssel. Rechts is de gemengde struweelhaag zichtbaar die om het perceel ligt (bron foto’s: Google streetview).

Aanzicht op de agrarische percelen.

Aanzicht op de poel en de houtsingels (bron foto’s: auteur).

Op onderstaande luchtfoto wordt de begrenzing van het landgoed weergegeven.

Begrenzing van het plangebied (gele lijn) (bron luchtfoto: topotijdreis).

2.3 Landschap Het plangebied ligt in het rivierweidelandschap. Gelet op de aanwezigheid van bosjes, houtsingels en erven wijkt het landschap in het rond het plangebied af van het meer karakteristieke rivierweidelandschap, zoals we dat aantreffen in gebieden langs de Oude IJssel, Berkel en Bolksbeek. Grondsoort en de ligging van oude rivierarmen zijn echter wel zeer karakteristiek voor dit landschapstype, net als knotwilgen en struweelbeplanting van meidoorn en sleedoorn.

Ligging van verschillende landschapstypen in en rond het plangebied (bron: slgelderland.nl).

Het landschap in en rond het plangebied is in de afgelopen decennia verdicht als gevolg van de aanleg van landschappelijke beplanting. Zoals zichtbaar op historische topografische kaarten, wat het plangebied en de omgeving anno 1900 onbebouwd en vrij van opgaande beplanting.

De ligging van het landgoed op diverse topografische kaarten van 1850, 1900, 1950 en 2025.

Karakteristieke beplanting en beplantingsvormen in het rivierweidelandschap bestaat uit meidoorn, zowel solitair als in struweel- en scheerhaag, sleedoorn in struweel en solitair, es, boswilg, zwarte populier en zwarte els. Kenmerkende beplatingsvormen zijn knotbomen, solitaire bomen, struweelhagen en solitaire bomen. 2.4 Natuurwaarden Actuele natuurwaarden Het landgoed bestaat uit een relatief kleinschalig, agrarisch cultuurland met struweel, bosjes, solitaire bomen, erf, poel en grasland. Een dergelijk landschap vormt functioneel leefgebied van verschillende planten- en diersoorten. Als gevolg van het toegepaste (agrarisch) beheer, zijn de graslanden relatief kruidenrijk, maar er is geen sprake van een bijzondere vegetatie. Het landgoed vormt verder leefgebied voor diverse algemene en weinig kritisch vogel-, grondgebonden zoogdier-, amfibieën-, insecten- en vleermuissoorten. Gebouwbewonende vleermuizen bezetten mogelijk een verblijfplaats in bebouwing op het erf, maar niet in bomen op het erf of het overige landgoed. Gelet op de inrichting en gevoerde beheer, behoort het landgoed mogelijk tot functioneel leefgebied van soorten als ree, haas, vos, steenmarter, bunzing, huisspitsmuis, rosse woelmuis, bosmuis en mogelijk wezel. Gelet de aanwezige loofbomen, behoort het landgoed mogelijk tot functioneel leefgebied de grote vos; andere bijzondere dagvlinders worden niet verwacht.

Dat geld ook voor libellen. Deze soortgroep zullen de poel benutten als voortplantingsbiotoop, maar daarbij gaat het om algemene soorten. In de bebouwing op het erf nestelt in sommige jaren een paartje kerkuilen. Potentiële natuurwaarden Het plangebied bestaat grotendeels uit agrarisch cultuurland, omzoomd door houtige beplanting. Versterking van de natuurwaarden kan plaats vinden door aangepast graslandbeheer, zoals hooilandbeheer zonder kunstmest, gier en herbiciden, het op natuurlijke wijze ouder laten worden van bomen, actief hakhoutbeheer van het struweel, inbrengen van specifieke waardplanten voor bijzondere zoals pinksterbloem, sleedoorn en iepen, zandige – voedselarme randen, plas-dras grasland, rietland en specifieke faunavoorzieningen zoals steenuilenkast, broeihoop voor ringslang, takkenbossen voor kleine zoogdieren en amfibieën en droge, zandige kop als verblijfplaats voor rugstreeppad.

HOOFDSTUK 3

HET ONTWERP

3.1 inleiding In dit hoofdstuk wordt het ontwerp van het nieuwe landgoed gepresenteerd. Daarbij onderscheiden we de nieuw te bouwen woningen, ontsluitingsweg, wandelpaden, overige paden, waterinfiltratievoorziening en nieuwe beplanting. 3.2 Nieuwe bebouwing In de noordwesthoek van het landgoed worden drie nieuwe grondgebonden woningen gebouwd. Deze woningen worden ontsloten via een nieuw aan te leggen erftoegangsweg naar de verharde weg Over de IJssel. De drie woningen worden in een U-opstelling gebouwd met een hoofdgebouw en twee, gespiegelde bijgebouwen. Het hoofdgebouw en de bijgebouwen onderscheiden van elkaar qua bouwstijl en materiaalgebruik. Het hoofdgebouw straalt meer allure uit vanwege de stijl van het gebouw (woning) en de toepassing van schoon metselwerk. De bijgebouwen zijn meer ingetogen als gevolg van de bouwstijl (schuurwoning) en houten betimmering. Dit onderscheid wordt niet gemaakt door het gebruik van beplanting. Met uitzondering van een scheerhaag wordt rondom de gebouwen geen siertuin aangelegd.

Weergave van de positionering van de drie nieuwe woningen.

Concept 3D-impressie van het nieuwe erf. Het definitieve ontwerp is op het moment van schrijven nog niet beschikbaar (bron: studio natuurlijk bouwen).

3.3 Wegen en paden De nieuwe woningen worden ontsloten via een nieuw aan te leggen erftoegangspad. Dit pad bestaat uit halfverharding. Ten behoeve van het beheer van het landgoed wordt een zandpad aangelegd, in het verlengde van het erftoegangspad.

Nieuw zandpad

Nieuwe toegangsweg

Weergave van het nieuwe zandpad

Het nieuwe landgoed wordt toegankelijk voor wandelaars. Op onderstaande afbeelding wordt het wandelpad weergegeven. Dit wandelpad bestaat uit een graspad.

Afbelding links: recreatieve ontsluiting van het landgoed (rode lijn). Afbeelding rechts: voorbeeld van het aan te leggen wandelpad.

3.4 Waterinfiltratie Afstromend hemelwater op daken en verharding wordt lokaal opgevangen en geïnfiltreerd. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van de wadi weergegeven.

Ligging van de wadi (blauwe vlak).

3.5 Landschappelijke versterking Het huidige landschap wordt versterk door middel van de aanplant van solitaire loofbomen, knotwilgen, struweelbeplanting, gemengd loofhoutbos en laanbomen, rietland en ruigte. Op onderstaande afbeelding wordt de versterking van het landschap weergegeven.

Verbeelding van het inrichtingsplan, inclusief nieuw aan te leggen beplanting.

Het centrale deel van het landgoed ten noorden van Over de IJssel wordt fors kleinschaliger door de aanleg van een zandpad met laanbeplanting van winterlinden. Haaks op dit pad, worden twee struweelstroken aangelegd met verspreid enkele meidoorn- en sleedoornstruiken. Ten zuiden van het pad wordt een bestaande rij zwarte

populieren verlengd door de aanplant van jonge zwarte populieren. Passend in het rivierweidelandschap vormt rietland. Het streven is rietland te ontwikkelen ten zuiden van de wadi.

Afbeelding links: overjarig rietland. Afbeelding links: gemengde struweelhaag.

Het voornemen bestaat een deel van het landgoed te ontwikkelen als rietland. Rietland is een zeldzaam ecotoop geworden langs de Oude IJssel.

3.6 Erfbeplanting De nieuwe woningen worden landschappelijk ingepast door middel van een beuken scheerhaag en de aanplant van solitaire loofbomen en heesters ten westen van de woningen.

Afbeelding links; zwarte populier. Afbeelding rechts; winterlinde.

Bloeiende sleedoorn (links) en meidoorn (rechts).

3.7 Grazige vegetaties Grote delen van het landgoed bestaan uit grasland. Het streven is bloem- en faunarijk grasland te ontwikkelen, deels op basis van hooilandbeheer, deels als gevolg van jaarrond begrazing. De graslandpercelen in het plangebied worden reeds enkele decennia extensief begraasd of gehooid waardoor de vegetaties zich reeds ontwikkeld hebben tot bloem- en faunarijk grasland. De totale oppervlakte bloem- en faunarijk grasland bedraagt 4.45 hectare. Binnen dit areaal zijn andere landschapselementen zoals poelen en houtsingels en bos niet meegenomen. Op onderstaande afbeelding wordt het areaal bloem- en faunarijk grasland weergegeven.

Areaal bloem- en faunarijk grasland.

HOOFDSTUK 4

INRICHTING EN BEHEER

4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan om de wijze van inrichting en beheer om tot het wenselijke eindbeeld te komen.

4.2 Inrichting De inrichting vindt plaats op basis van onderstaande uitgangspunten en voorwaarden. Algemeen Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van autochtoon plantmateriaal. Dat houdt in dat het plantmateriaal een Nederlandse herkomst heeft. Autochtoon plantmateriaal is afgestemd op het Nederlandse klimaat. Autochtoon plantmateriaal gebruiken verminderd ook hybridisatie van plantgoed van buitenlandse komaf met autochtone beplanting. Solitaire bomen We worden alleen inheemse boomsoorten gebruikt, zoals es, winterlinde, zwarte populier, zwarte els, zomereik, fladderiep en ruwe iep. Voor het gebruik van essen en iepen mogen cultivars gebruikt worden omdat die beter resistent zijn tegen ziektes en plagen. Laan- en solitaire bomen hebben een minimale stamomtrek van 14-16 cm op 1,5 meter boven de wortelvoet. Laan- en solitaire bomen worden voorzien van twee boompalen en boomband. Bosplantsoen Bestaande singels worden versterkt door middel van de aanplant van gemengd bosplantsoen. Er worden alleen inheemse boom- en struiksoorten gebruikt. Als plantmateriaal wordt driejarig plantsoen gebruikt (80-120 cm). Plantsoen wordt geplant in een plantverband van 1,5x1,5 meter. Scheerhaag Als plantmateriaal wordt driejarig plantsoen aangewend (80-120 cm). De haag bestaat uit vier stuks plantsoen per meter.

Ruigtezoom De ruigtezoom ontwikkelt zich op natuurlijke wijze doordat de vegetatie niet gemaaid wordt. Grasland De graslanden worden niet doorgezaaid met en zaad- of kruidenmengsel. De huidige graslandpercelen vormen de basis voor verdere ontwikkeling. Rietland Het ontwikkelen van rietland is geen sinecure. Op de beoogde plek van het rietland wordt de bodem afgegraven tot een diepte van 40-60 cm onder de gemiddeld hoogste grondwaterpeil. Om rietgroei op gang te helpen wordt geadviseerd rietland te transplanteren of rietzaad te strooien in de bodem in de zomer. 4.3 Beheer In deze paragraaf wordt het beheer toegelicht om tot het wenselijke eindbeeld te komen.

Solitaire bomen Er wordt geen specifiek beheer uitgevoerd aan solitaire bomen. Laag hangende takken die schade of hinder veroorzaken mogen gesnoeid worden. Het streven is bomen zich te laten ontwikkelen, zoals solitaire bomen dat kunnen (breed uitgroeiend)

Voorbeeld van een op natuurlijke wijze uitgroeiende solitaire boom welke niet ‘opgesnoeid’ is.

Scheerhaag Scheerhagen worden jaarlijks 1 à 2 maal geknipt of geschoren om de hagen in de wenselijke omvang te houden. Struweelhaag De struweelhagen worden beheer als hakhout. Dat wil zeggen dat de hagen periodiek afgezet worden waarna deze zullen uitlopen. Jaarlijks wordt maximaal 20% van het areaal afgezet. De struweelhagen worden maximaal eens per vijf jaar afgezet. Knotwilgen De knotwilgen worden iedere 5-7 jaar geknot. Rietland Het beheer van rietland is gericht op tegengaan van verbossing. Minimaal 50% van het areaal bestaat uit overjarig riet. Jaarlijks wordt minimaal 10-20% van het areaal gemaaid. Maaisel wordt afgevoerd. Grasland Het grasland wordt beheer conform de uitgangspunten voor het ontwikkelen van kruiden- en faunarijk grasland1. De vegetatie kan behoren tot allerlei verbonden van graslandvegetaties; ondermeer kamgrasvegetaties of de meer algemene witbolgraslanden. Diverse soorten ruigte en struweel kunnen in dit grasland voorkomen. Het grasland wordt meestal extensief beweid of gehooid en niet of slechts licht bemest. Het beheertype Kruiden- en faunarijk grasland kan voorkomen op diverse bodems van vochtig tot droog en heeft doorgaans een (matig) voedselrijk karakter. Kruiden- en faunarijk grasland komt in vrijwel alle landschapstypen voor.

Toch is het areaal de laatste veertig jaar enorm afgenomen door de gangbare landbouwpraktijk: sterke bemesting gecombineerd met periodiek doodspuiten van de grasmat en opnieuw inzaaien met hoog productieve grasvariëteiten. De meeste overgebleven kruidenrijke graslanden liggen in overhoekjes van het agrarische gebied of komen voor in natuurgebieden. Daar kan kruidenrijk grasland een tijdelijk fase zijn als de benodigde abiotische omstandigheden voor schraallanden niet of nog niet gerealiseerd kunnen worden. Kruiden- en faunarijk grasland wordt bij een goede kwaliteit gekenmerkt door variatie in structuur (ruigte en plaatselijk struweel, hogere en lage vegetatie) en een kruidenrijke graslandbegroeiing die rijk is aan kleine fauna. Gradiënten binnen (grond)waterpeil en voedselrijkdom zorgen voor diverse vegetatietypen.

1

N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. www.bij12.nl

Kenmerkende of bijzondere soorten van schralere beheertypen ontbreken grotendeels binnen Kruiden- en faunarijk grasland, maar graslanden zijn vaak wel rijk aan minder zeldzame soorten. Het type is o.a. van belang voor vlinders en andere insecten, vogels en kleine zoogdieren De graslanden worden doorgaans niet bemest. Om verzuring tegen te gaan kan, bij uitzondering, ruige stalmest of bekalking toegepast worden (bron: Bij12). Doelen van beheer: A. Zorgen voor een kruidenrijke vegetaties en tegengaan van strooiselophoping, verruiging en verbossing, B. Zorgen voor kleinschalige structuurvariatie, om ruimte te bieden aan allerlei diergroepen (dagvlinders en andere insecten, reptielen, vogels e.d.), C. In gebieden die belangrijk zijn voor weidevogels zorgen voor een gunstige vegetatiestructuur en voldoende voedselaanbod voor deze groep. Het beheer bestaat vooral uit beweiden. Kruiden- en faunarijke graslanden zijn vegetaties van vrij voedselrijke omstandigheden, maar de productiviteit kan sterk verschillen. De intensiteit van het beheer moet worden afgestemd op de vegetatieproductie. Doorgaans kunt u met seizoensbeweiden volstaan, waarbij de dichtheid kan variëren (tot ca. 1,5 GVE/ha). Bij een nog vrij hoge productie (ca. 6 ton droge stof per ha of meer) kan – vaak tijdelijk – gemaaid en na-beweid worden om eerst verder verschraald te worden; bemesting moet dan achterwege blijven.

Als de productie afneemt kan worden overgeschakeld op beweiding. Kleinschalige structuurvariatie kan ontstaan door de veedichtheid permanent te verlagen, of door delen permanent of tijdelijk uit te rasteren (bijv. slootkanten of randen langs bos of struweel). Ook wisselingen in begrazingsdruk kunnen bijdragen aan de structuurvariatie. In gebieden die belangrijk zijn voor weidevogels kunnen ruigere delen in het najaar gebloot worden. Bij bloten wordt het gewas op ca. 10 cm vanaf de grond afgemaaid en vervolgens verspreid. Kruiden- en faunarijke graslanden zijn matig voedselrijke vegetaties, die vaak niet worden bemest. Als de omstandigheden te voedselarm of te zuur (pH-KCL < 4,8) worden, kunt u evt. licht bemesten met ruige stalmest. De keuze welke percelen gehooid of begraasd worden ligt bij de eigenaar. Dat wordt niet vastgelegd in dit rapport. (bron: BIJ12)

Voorbeeld van bloem- en faunarijk grasland.

Bijlage 2 Ulft

Vooronderzoek NEN5725 Landgoed Over de IJssel te

2025 Vooronderzoek (NEN 5725)

Landgoed Over de IJssel te Ulft

MM25009 Montferland Milieu B.V. 20-1-2025

TITELBLAD Projectnaam Projectnummer Adres Postcode en plaats Gemeente

Opdrachtgever Adres Postcode en plaats Gemeente Opdrachtnemer Adres Postcode en plaats

Landgoed Over de IJssel te Ulft MM25009 Over de IJssel (ong.) 7071 PA Ulft Oude IJsselstreek

Initiatiefnemer Over de IJssel (ong.) 7071 PA Ulft Oude IJsselstreek Montferland Milieu B.V. Zeddamseweg 77 7041 CN ‘s-Heerenberg

Opsteller

HWI

Autorisatie

AEL

E-mail

info@montferlandmilieu.nl

Website

www.montferlandmilieu.nl

Telefoonnummer

Versienummer

0314-640414

1

Status

Definitief

Datum

20 januari 2025

Aanleiding

Planologische procedure

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING....................................................................................................................................... 3 1.1

Achtergrond .......................................................................................................................... 3

1.2

Betrouwbaarheid .................................................................................................................. 3

1.3

Onafhankelijkheid ................................................................................................................. 3

1.4

Leeswijzer .............................................................................................................................. 3

2.

VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 4 2.1

Geraadpleegde bronnen ....................................................................................................... 4

2.2

Huidige en toekomstige situatie ........................................................................................... 4

2.3

Historie .................................................................................................................................. 5

2.4

Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten............................................................ 6

2.5

Asbest .................................................................................................................................... 6

2.6

PFAS....................................................................................................................................... 6

2.7

Voorgaande onderzoeken ..................................................................................................... 7

2.8

Geohydrologie ....................................................................................................................... 7

2.9

Locatie inspectie.................................................................................................................... 7

2.10

Conclusie vooronderzoek ...................................................................................................... 7

3.

CONCLUSIE ..................................................................................................................................... 8 3.1

Algemeen .............................................................................................................................. 8

3.2

Conclusie en aanbevelingen.................................................................................................. 8

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6

Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening Informatie vooronderzoek Foto’s locatie inspectie Omgevingswet

1.

INLEIDING

1.1 Achtergrond In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een vooronderzoek verricht aan het Landgoed Over de IJssel (gemeente Oude IJsselstreek). Het vooronderzoek is uitgevoerd in het kader van een planologische procedure. Het vooronderzoek (archiefonderzoek/interview/locatie-inspecties) is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek (veld- en laboratoriumonderzoek) van de bodem. Doel van het vooronderzoek is het vormen van een totaalbeeld van mogelijke bodembedreigende activiteiten die op de bodemgevoelige locatie hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden. In het onderzoek wordt vastgesteld of er aanleiding is tot het uitvoeren van een verkennend bodem- en/of asbestonderzoek. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. In bijlage 6 staan de belangrijkste nieuwe regels uit de omgevingswet samengevat. 1.2 Betrouwbaarheid Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5725 (NEN 5725:2023 nl 'Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Voor de informatie is Montferland Milieu B.V. afhankelijk van bronnen en beschikbare gegevens. De conclusies zijn dan ook gebaseerd op deze gegevens. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.

Het vooronderzoek betreft een bureauonderzoek en een momentopname. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van verkennend, nader of aanvullend onderzoek vaststelt. Montferland Milieu B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de initiatiefnemer naar aanleiding van het door Montferland Milieu B.V. uitgevoerde onderzoek neemt. 1.3 Onafhankelijkheid Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. Onze rapportage is opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en BRL protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG.

Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder KWALIBO regelgeving uit het de regeling bodemkwaliteit, prevaleert boven de AVG. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de historische informatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens zijn in hoofdstuk 3 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.

MM25009

3

2.

VOORONDERZOEK

2.1 Geraadpleegde bronnen Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. In bijlage 4 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de initiatiefnemer informatie van de website gisviewer.odachterhoek.nl informatie van de website Gelderland.nl/kaarten-en-cijfers informatie uit het provinciaal informatiesysteem informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website DINOloket.nl informatie van de website ruimtelijkeplannen.nl locatie inspectie Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Montferland Milieu B.V. afhankelijk van deze bronnen, waardoor we niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Montferland Milieu B.V. streeft wel naar het geven van een zo volledig mogelijk en betrouwbaar beeld.

Indien erop basis van het vooronderzoek (NEN 5725) aannemelijk kan gemaakt worden dat er in alle redelijkheid geen verontreiniging zijn te verwachten (niet verdacht). Is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk. 2.2 Huidige en toekomstige situatie De bodemgevoelige locatie is gelegen op het Landgoed Over de IJssel (gemeente Oude IJsselstreek). De locatie is kadastraal bekend als gemeente GDG00, sectie T, nummer 3393. De bodemgevoelige locatie heeft een oppervlakte van circa 7.080 m2. In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening weergegeven. De bodemgevoelige locatie is gelegen in het buitengebied van Ulft. Het perceel is in gebruik ten behoeve van agrarische- /natuurdoeleinden. De initiatiefnemer is voornemens de bestemming te wijzigen naar de functie ‘Wonen’ en nieuwbouw op het perceel te realiseren.

Figuur 1: Weergave ruimtelijkeplannen.nl

MM25009

Figuur 2: Bodemgevoelige locatie

4

2.3 Historie Informatie van de initiatiefnemer Er zijn geen relevante gegevens van de historie van het terrein of in de nabij omgeving bekend welke van invloed zouden kunnen zijn op de bodemgevoelige locatie. Op de bodemgevoelige locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten voorgedaan. Gezien de locatie is het tank- en bouwarchief niet geraadpleegd. Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat de locatie in het verleden altijd in gebruik is geweest ten behoeve van agrarische- /natuurdoeleinden. De onderzoekslocatie is nimmer bebouwd geweest. De historische kaarten kunnen enigszins zijn verschoven en geven geen geheel goed beeld van de locatie.

Figuur 3: Historische kaart (1900)

Figuur 4: Historische kaart (1940)

Figuur 5: Historische kaart (1970)

Figuur 6: Historische kaart (2000)

Informatie uit het provinciaal informatiesysteem Volgens informatie uit het provinciaal informatiesysteem zijn er geen historische activiteiten op het perceel bekend. De omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage 5.

Figuur 7: Weergave omgevingsrapportage

MM25009

5

2.4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten De gemeente Oude IJsselstreek beschikt, in samenwerking met 9 andere gemeenten in de Regio Achterhoek over een Nota Bodembeheer / Bodemkwaliteitskaart (Lievense Milieu B.V., projectnummer: SOB011396, 2020). De onderzoekslocatie ligt binnen de bodemfunctie "Landbouw/natuur". De gemeente Oude IJsselstreek hanteert de 80-percentielwaarde (80% van de beschikbare gemeten stofgehalten voor die zone zijn lager dan deze waarde vastgesteld) als gebiedseigen bodemkwaliteit binnen een zone. Als deze waarde onder de landelijke achtergrondwaarde (AW) is gelegen, geldt de AW als de gebiedseigen bodemkwaliteit. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. Bodemkwaliteitskaart Ontgravingsklasse bovengrond Landbouw/natuur Ontgravingsklasse tussenlaag Landbouw/natuur Ontgravingsklasse ondergrond Landbouw/natuur Toepassingsklasse bovengrond Landbouw/natuur Toepassingsklasse tussenlaag Landbouw/natuur Toepassingsklasse ondergrond Landbouw/natuur 2.5 Asbest Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland is de locatie onverdacht op het voorkomen van asbesthoudende dakplaten. De locatie is niet verdacht op het voorkomen van asbesthoudende materialen. Op de locatie heeft nimmer bebouwing plaatsgevonden en er zijn geen gegevens bekend omtrent eventuele verhardingslagen, dempingen of verdachte activiteiten.

Figuur 8: Weergave asbestdakenkaart 2.6 PFAS Op 8 juli 2019 is door het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat een brief en bijbehorend Tijdelijk Handelingskader ten aanzien van hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie aan de Tweede kamer aangeboden (8 juli 2019, kenmerk: IENW/BSK-2019/131399). Hierin staat beschreven dat bij het aanbieden en verwerken van grond inzichtelijk dient te zijn in hoeverre deze PFAS-houdend is. Op 13 december 2021 is het Handelingskader PFAS verschenen. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie (< 25 m) zijn geen gegevens bekend over de aanwezigheid van een puntbronlocatie van PFAS. Voor de definiëring van PFAS-puntbronlocaties zijn diverse documenten beschikbaar onder andere via Expertisecentrum PFAS. Daarnaast is gebruik gemaakt van een UBI-lijst waarop UBI’s/(bedrijfs-)activiteiten met een verdenking tot de aanwezigheid van PFAS voorkomen. Vooralsnog wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit beperkt tot verhoogde PFAS-gehaltes voornamelijk in de bovengrond.

MM25009

6

2.7 Voorgaande onderzoeken Op de onderzoekslocatie hebben voorzover bekend geen voorgaande bodemonderzoeken plaatsgevonden. In de directe omgeving van de projectlocatie zijn geen relevante bodemverontreiniging aanwezig die eventueel invloed hebben op de onderzoeksstrategie 2.8 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) op een hoogte van circa 13,5 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 13,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 0,5 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting zuidwestelijk is gericht. De lokale grondwaterstromingsrichting kan plaatselijk worden beïnvloed door sloten, beken, rivieren, rioleringen, onttrekkingen e.d. 2.9 Locatie inspectie Tijdens de terreininspectie zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van een bodemverontreiniging en/of mogelijke bronnen die een bodemverontreiniging zouden kunnen hebben veroorzaakt op of nabij de bodemgevoelige locatie. Er is op of nabij de bodemgevoelige locatie geen asbestverdacht (plaat-)materiaal aangetroffen op het maaiveld. De fotorapportage is opgenomen in bijlage 4.

Figuur 9: Bodemgevoelige locatie

Figuur 10: Bodemgevoelige locatie

2.10 Conclusie vooronderzoek De bodemgevoelige locatie is op basis van het vooronderzoek onverdacht op het voorkomen van bodemverontreinigingen. De bodemgevoelige locatie is eveneens onverdacht op het voorkomen van asbest en/of PFAS in de bodem.

MM25009

7

3.

CONCLUSIE

3.1 Algemeen In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een vooronderzoek verricht aan het Landgoed Over de IJssel (gemeente Oude IJsselstreek). Het vooronderzoek is uitgevoerd in het kader van een planologische procedure. 3.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde vooronderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ Op of nabij de bodemgevoelige locatie hebben geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden die van invloed kunnen zijn (geweest) op de bodemgevoelige locatie. ▪ Tijdens de locatie inspectie zijn geen bijzonderheden zijn waargenomen. ▪ Derhalve kan worden gesteld dat er geen aanleiding is voor het uitvoeren van een verkennend bodemen asbestonderzoek volgens de NEN5740/NEN5707. ▪ Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouw. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.

Standaard slotopmerking: Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

MM25009

8

BIJLAGE 1: Topografische kaart

Topografische kaart

A4

PROJECTNAAM: Landgoed Over de IJssel

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM25009

GETEKEND: HWI DATUM: 17-1-2025

BIJLAGE: 1

BIJLAGE 2: Kadastrale kaart met gegevens

Kadastrale kaart

Kadastraal object Kadastrale gemeente:

GDG00

Sectie:

T

Perceel:

3393

A4

PROJECTNAAM: Landgoed Over de IJssel te Ulft

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM25009

GETEKEND: HWI DATUM: 17-1-2025

BIJLAGE: 2

BIJLAGE 3: Situatietekening

Situatietekening

Legenda Locatiegrens Bebouwing

A4

PROJECTNAAM: Landgoed Over de IJssel te Ulft

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: 25009

GETEKEND: HWI DATUM: 17-1-2025

BIJLAGE: 3

BIJLAGE 4: Projectfoto’s

MM24183, onderzoek

MM24183, onderzoek

MM24183, onderzoek

MM24183, onderzoek

MM24183, onderzoek

MM24183, onderzoek

MM24183, onderzoek

MM24183, onderzoek

MM24183, onderzoek

MM24183, onderzoek

MM24183, onderzoek

MM24183, onderzoek

MM24183, onderzoek

MM24183, onderzoek

MM24183, onderzoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5049/documents/33384