TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen_Regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Regels TAM-Omgevingsplan Buitengebied, Locatie Natuurbegraafplaats Sinderen
Opdrachtgever: Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: vastgesteld Versie: 1 © 2026 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt. Inhoudsopgave Regels | 5 Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen | 6 Artikel 1 Toepassingsbereik | 6 Artikel 2 Begrippen | 7 Artikel 3 Meten en rekenen | 10 Hoofdstuk 2 Specifieke Regels over functies | 11 Artikel 4 Natuur | 11 Hoofdstuk 3 Algemene regels over functies | 13 Artikel 5 Aanvraagvereisten | 13 Artikel 6 Algemene gebruiksregels | 14 Artikel 7 Anti-dubbeltelregel | 15 Artikel 8 Bestaande maatvoering | 16 Artikel 9 Toepassingsbereik | 17 Hoofdstuk 4 Regels ter bescherming van waarden en objecten | 18 Artikel 10 Leiding - Gas | 18 Artikel 11 Vrijwaringszone - Molenbiotoop | 20 Artikel 12 Waarde - Archeologie 1 | 22 Artikel 13 Waarde - Archeologische verwachting 1 | 24 Artikel 14 Waarde - Archeologische verwachting 2 | 26 Hoofdstuk 5 Overgangsregels | 28 Artikel 15 Overgangsrecht | 28 Bijlagen bij regels Bijlage 1 | Inrichtingsplan Hof van Sinderen Bijlage 2 | Ophoogplan Hof van Sinderen TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 3 TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 4 Regels TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie
Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 5 Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1 Toepassingsbereik 1.1 Omgevingsplan Oude-IJsselstreek Dit plan wijzigt het omgevingsplan Oude-IJsselstreek in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan Oude-IJsselstreek [een hoofdstuk 22a] wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van [hoofdstuk 22a] van het omgevingsplan Oude-IJsselstreek. In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22a.] gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22a.] gelezen worden. 1.2 Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4. 1.3 Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
1.4 Verwijzing naar verbeelding De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000010-ON01. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 6 Artikel 2 Begrippen 2.1 Van toepassing verklaring Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan van het omgevingsplan. 2.2 Aanvullende begrippen In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.25 gehanteerd. 2.3 Plan Het TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000010-ON01 van de gemeente Oude IJsselstreek. 2.4 TAM-omgevingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 2.5 Locatievlak Een geometrisch bepaald vlak dat in de regels is aangewezen voor een gebruiksdoel.
2.6 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 2.7 Aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 2.8 archeologische deskundige Onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een certificerende instelling beschikkend over een certificaat op grond van artikel 5.2 van de Erfgoedwet. 2.9 archeologisch rapport De aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten. 2.10 archeologische waarde Waarde van een terrein in verband met de zich (mogelijk) daarin bevindende oudheidkundige zaken. 2.11 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 7 2.12 bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b.
bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het omgevingsplan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald, en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime. 2.13 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 2.14 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 2.15 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 2.16 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 2.17 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 2.18 gebruik(-en) Gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven. 2.19 geometrische bepaling Locatie van een ruimtelijk object, vastgelegd in een ruimtelijk referentiesysteem. 2.20 landschappelijke waarden De aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of geomorfologisch opzicht.
TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 8 2.21 natuurbegraafplaats terrein dat deel uitmaakt van een natuur- en/of bosgebied, waar lichamen worden begraven en/of urnen worden bewaard, waarbij zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van onbehandelde en/of onbewerkte natuurlijke materialen. Grafmonumenten zoals grafstenen, zerken of grafbeplanting zijn niet toegestaan, enkel een gedenkteken van vergankelijk natuurlijk materiaal. 2.22 natuurwaarden De aan een gebied eigen zijnde ecologische waarden. 2.23 normaal onderhoud, gebruik en beheer Een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 2.24 overig bouwwerk Een bouwwerk niet zijnde een bijbehorend bouwwerk. 2.25 uitvoeren Uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 9 Artikel 3 Meten en rekenen In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meetbepalingen: 3.1 De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens De kortste afstand tussen de (zijdelingse) perceelsgrens en enig punt van een bouwwerk.
3.2 Goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij het bepalen van de goothoogte worden ondergeschikte gootonderdelen, zoals bij een verhoogde entree/toegang, buiten beschouwing gelaten. 3.3 Bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3.4 Inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.5 Oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 3.6 Het bebouwd oppervlak van een bouwperceel De oppervlakte van alle op een bouwperceel/binnen een functie gelegen bouwwerken tezamen. 3.7 Oppervlakte van een ondergronds bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, verticaal geprojecteerd op het onderliggende horizontale vlak. 3.8 Verticale diepte van een bouwwerk De diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf peil. 3.9 Peil a.
voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de gemiddelde hoogte van de weg ter plaatse; b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte bouwterrein; c. vanaf het waterpeil tot het hoogste punt van het bouwwerk. 3.10 Toepassing van maten Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m. bedraagt. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 10 Hoofdstuk 2 Specifieke Regels over functies Artikel 4 Natuur 4.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000010-ON01 is aangewezen als Natuur. 4.2 Functieomschrijving Natuur Een locatie die is aangewezen als 'Natuur' heeft de volgende functies: d. bos- en natuurgebieden; e. behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden; f. voet- en fietspaden; g. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; h. agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer; i. extensief (dag)recreatief medegebruik; j.
een natuurbegraafplaats met maximaal 4000 graven, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - natuurbegraafplaats'. met de daarbij behorende bouwwerken en parkeervoorzieningen. 4.3 Bouwactiviteiten 4.3.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende: bouwwerken staan ten dienste van de functies genoemd in 4.2. 4.3.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; d. het bebouwd oppervlakte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' is aangegeven. 4.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal bedragen: 1. voor kunstobjecten 6 meter; 2. voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 3 meter.
TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 11 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Aanwijzing vergunningsplichtige gevallen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden met 50 cm of meer; c. aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen en draineren; d. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging daarvan tot gevolg kunnen hebben. 4.4.2 Uitzonderingen De in artikel 4.4.1 genoemde verboden gelden niet voor werken en/of werkzaamheden: a. die tot het normale onderhoud en beheer worden gerekend; b. die nodig zijn voor de realisering van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend of die vergunningvrij kunnen worden gebouwd; c.
die ten tijde van het van kracht worden van dit omgevingsplan in uitvoering waren of waarvoor op dat tijdstip reeds een vergunning was verleend; d. welke vallen onder grondwerkzaamheden ten behoeve van het aanleggen van natuurgraven, binnen de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur - natuurbegraven'; e. welke dienen ter uitvoering van het inrichtingsplan, zoals opgenomen in Bijlage 1; f. welke dienen ter uitvoering van het ophoogplan, zoals opgenomen in Bijlage 2. 4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Voorwaardelijke verplichting omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen van het plangebied als natuurbegraafplaats, inclusief gebouwen en bouwwerken, zoals omschreven in artikel 4, zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit is verleend ten aanzien van marterachtigen en grote bosmuis, zoals vereist op grond van artikel 11.54, eerste lid, Bal. 4.5.2 Voorwaardelijke verplichting ophoogplan Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen van het plangebied als natuurbegraafplaats, inclusief gebouwen en bouwwerken, zoals omschreven in artikel 4, zonder dat daarvoor het plangebied is opgehoogd conform het ophoogplan in Bijlage 2.
TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 12 Hoofdstuk 3 Algemene regels over functies Artikel 5 Aanvraagvereisten 1. de aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat: a. het bepaalde in artikel 22.284 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit in dit plan; en b. het bepaalde in 22.286 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in dit plan. 2. in aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de beoordelingsregels. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 13 Artikel 6 Algemene gebruiksregels 6.1 Inrichting en landschappelijke inpassing 1. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en gebouwen met de functie “Natuur” conform het bepaalde in Artikel 4 is slechts toegestaan: a. indien binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van dit artikel, de inrichting van het natuurterrein wordt gerealiseerd overeenkomstig het inrichtingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 van de planregels; b.
zolang de inrichting van het natuurterrein als bedoeld onder a, duurzaam in stand wordt gehouden; 2. burgemeester en wethouders kunnen bij maatwerkvoorschrift afwijken van het bepaalde onder 1., waarbij op ondergeschikte punten wordt afgeweken van het inrichtingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 van de planregels. 6.2 Parkeerregeling 1. Om de natuurbegraafplaats in gebruik te nemen dienen binnen het plangebied 32 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden en in stand te worden gehouden tijdens de operationele periode. 2. Burgemeester en wethouders kunnen bij maatwerkvoorschrift afwijken van het bepaalde in 1 en toestaan dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving van het bouwperceel, hetgeen met een parkeeronderzoek wordt aangetoond. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 14 Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 15 Artikel 8 Bestaande maatvoering Het in stand houden van bouwwerken waarvan de maatvoering afwijkt van het bepaalde in dit TAM-omgevingsplan is toegestaan indien de bestaande maatvoering bestond op het moment dat dit artikel in werking is getreden en het bouwwerk is gerealiseerd overeenkomstig een daartoe verleende omgevingsvergunning. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 16 Artikel 9 Toepassingsbereik De regels van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het plangebied zoals opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000010-ON01 . TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 17 Hoofdstuk 4 Regels ter bescherming van waarden en objecten Artikel 10 Leiding - Gas 10.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000010-ON01 is aangewezen als Leiding - Gas. 10.2 Functieomschrijving Leiding - Gas Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Leiding - Gas', mag worden gebruikt voor: a. de aanleg, de instandhouding en bescherming van gasleidingen; b. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding.
10.3 Bouwactiviteiten 10.3.1 Toegestane bouwactiviteiten In afwijking van het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen functies mogen geen nieuwe bouwwerken worden gebouwd, met dien verstande dat op of in deze gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd ten dienste van de bedoelde leiding(en) waarvan de bouwhoogte maximaal 4 m mag bedragen. 10.3.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 10.4 Gebruiksregels 10.4.1 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b. v. van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding. b. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten.
10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.5.1 Aanwijzing vergunningsplichtige gevallen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op deze gronden de volgende andere-werken uit te voeren: TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 18 a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c. verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden; d. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; e. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; f. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; g. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen. 10.5.2 Vergunningsvrije werkzaamheden Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c.
zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 10.5.3 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden. 10.5.4 Advies leidingbeheerder Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 10.5.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 19 Artikel 11 Vrijwaringszone - Molenbiotoop 11.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop 2' zijn, naast voor de daar voorkomende functies, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de functie van de molen als werktuig. 11.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere voorkomende functies gelden de volgende bouwregels: a.
binnen de zone van 100 m gemeten vanaf de molen mogen bouwwerken worden gebouwd met een bouwhoogte die maximaal de hoogte van het onderste punt van de verticaal staande molenwiek bedraagt; b. binnen de zone gemeten van 100 m vanaf de molen tot een afstand van 400 m gemeten vanaf de molen, mogen geen hogere gebouwen worden gebouwd dan de hoogte van het onderste punt van de verticaal staande molenwiek vermeerderd met: 1. 1/75 van de afstand tussen het nieuw op te richten bouwwerk en de molen ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop 2'; een en ander met dien verstande, dat de ingevolge de onderliggende functie maximaal toegestane bouwhoogte niet mag worden overschreden. 11.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.2 voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde overeenkomstig de andere functies, mits: a. geen blijvende onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of de waarde van de molen als landschapsbepalend element; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de adviesinstantie van de provincie Gelderland. 11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 11.1 bedoelde gronden de volgende andere.werken uit te voeren: 1. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding; 2. het ophogen van gronden, hoger dan de hoogte die is toegestaan voor bouwwerken genoemd in artikel 11.2; 3. het aanleggen van bovengrondse constructies, installaties en apparatuur met een hoogte die hoger is dan is toegestaan voor bouwwerken genoemd in artikel 11.2 ; 4. het aanplanten van bomen en/of houtgewas en het aanbrengen van beplanting met een hoogte die hoger is dan is toegestaan voor bouwwerken genoemd in artikel 11.2. b. Geen omgevingsvergunning is nodig voor: 1. andere-werken in het kader van het normale beheer en onderhoud; TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 20 2. andere-werken die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning. c. De werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 11.4 sub a zijn alleen toelaatbaar indien door die werken en werkzaamheden geen blijvende onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of de waarde van de molen als landschapsbepalend element. d.
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de adviesinstantie van de provincie Gelderland. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 21 Artikel 12 Waarde - Archeologie 1 12.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000010-ON01 is aangewezen als Waarde - Archeologie 1. 12.2 Functieomschrijving Waarde - Archeologie 1 De voor 'Waarde – Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen functies, ook aangewezen voor het behoud, bescherming en herstellen van archeologische waarden in de bodem. 12.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, ,geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.3.1 Aanwijziging vergunningsplichtige gevallen Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de gronden de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; b. grondwerkzaamheden, waartoe wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen; c.
bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 12.3.2 Uitzonderingen Het onder 12.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden die niet dieper reiken dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik; d. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; e. voor werkzaamheden welke dienen ter uitvoering van het inrichtingsplan, zoals beschreven in Bijlage 1; f.
voor werkzaamheden welke dienen ter uitvoering van het ophoogplan, zoals TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 22 beshreven in Bijlage 2. g. voor natuurbegraven, ter plaatse van aanduiding 'specifieke vorm van waarde - motte', mits het maaiveld eerst met 1,35 meter wordt opgehoogd conform het ophogingsplan in Bijlage 2. 12.3.3 Aanvullende beoordelingsregels Ten aanzien van de onder 12.3.1 genoemde omgevingsvergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een archeologisch deskundige zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologische deskundige, afdoende is vastgesteld.
12.3.4 Voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het uivoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden onder beperkingen verlenen en zij kan voorschriften aan deze omgevingsvergunning verbinden, waaronder: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen en/of 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. b.
Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 12.3.1 wint zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een dergelijke omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 23 Artikel 13 Waarde - Archeologische verwachting 1 13.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000010-ON01 is aangewezen als Waarde - Archeologische verwachting 1. 13.2 Functieomschrijving Waarde - Archeologische verwachting 1 De voor 'Waarde - Archeologische Verwachting 1' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen functies, ook aangewezen voor het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem.
13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.3.1 Aanwijzing vergunningsplichtige gevallen Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de gronden de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; b. grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 250 m2, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen; c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 13.3.2 Uitzonderingen Het onder 13.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a.
voor werken en werkzaamheden die niet dieper reiken dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik; d. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; e. voor werkzaamheden ten behoeve van het aanleggen van natuurgraven ter plaatse TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 24 van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - natuurbegraven'; f. voor werkzaamheden welke dienen ter uitvoering van het inrichtingsplan, zoals beschreven in Bijlage 1; g. voor werkzaamheden welke dienen ter uitvoering van het ophoogplan, zoals beschreven in bijage Bijlage 2. 13.3.3 Aanvullende beoordelingsregels Ten aanzien van de onder 13.3.1 genoemde omgevingsvergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen.
In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een archeologisch deskundige zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologische deskundige, afdoende is vastgesteld. 13.3.4 Voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden onder beperkingen verlenen en zij kan voorschriften aan deze omgevingsvergunning verbinden, waaronder: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3.
de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen en/of 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. b. Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 13.3.1 wint zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een dergelijke omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 25 Artikel 14 Waarde - Archeologische verwachting 2 14.1 Toepassingsbereik De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1509.OP000010-ON01 is aangewezen als Waarde - Archeologische verwachting 2.
14.2 Functieomschrijving Waarde - Archeologische verwachting 2 De voor 'Waarde - Archeologische Verwachting 2' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen functies, ook aangewezen voor het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem. 14.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.3.1 Aanwijzing vergunningsplichtige gevallen Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de gronden de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 meter; b. grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 1.000 m2, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen; c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g.
het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 14.3.2 Uitzonderingen Het onder 14.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden die niet dieper reiken dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik; d. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; e. voor werkzaamheden ten behoeve van het aanleggen van natuurgraven ter plaatse TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 26 van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - natuurbegraven'; f. voor werkzaamheden welke dienen ter uitvoering van het inrichtingsplan, zoals beschreven in Bijlage 1; g. voor werkzaamheden welke dienen ter uitvoering van het ophoogplan, zoals beschreven in Bijlage 2.
14.3.3 Beoordelingscriteria Ten aanzien van de onder 14.3.1 genoemde omgevingsvergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een archeologisch deskundige zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologische deskundige, afdoende is vastgesteld. 14.3.4 Voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden onder beperkingen verlenen en zij kan voorschriften aan deze omgevingsvergunning verbinden, waaronder: 1.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen en/of 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. b. Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in artikel 14.3.1 wint zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een dergelijke omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 27 Hoofdstuk 5 Overgangsregels Artikel 15 Overgangsrecht 15.1 Overgangsrecht bouwwerken 15.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 15.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 15.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 15.1.1 met maximaal 10 %. 15.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 15.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling.
15.2 Overgangsrecht gebruik 15.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 15.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 15.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 15.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 15.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 28 15.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 15.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen. TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Natuurbegraafplaats Sinderen | Eelerwoude | 29
www.eelerwoude.nl