Scenario's in matrix
Tekst van het document
Scenario Wat houdt het scenario in? Voordelen Nadelen Risico’s Financiële gevolgen 1. Basisscenario Het huidige construct blijft behouden. De gemeente blijft eigenaar en verhuurt aan de Stichting. De Stichting verhuurt aan de feitelijke gebruikers en draait het culturele/maatschappelijke deel, de Horeca B.V. het horeca deel. De Stichting draait op subsidie van de gemeente en bijdrage vanuit de Horeca B.V. + Het culturele/maatschappelijke programma blijft behouden. + Maatschappelijke partners op het terrein behouden hun plek. + Gewenste synergie blijft behouden. + Voor de gemeente blijft er 1 aanspreekpunt voor de exploitatie van het park. - Horeca herstel heeft tijd nodig. * Er is geen garantie ten aanzien van de horeca-inkomsten en dus ook niet hoe hoog de exacte bijdrage van de horeca jaarlijks zal zijn. 1. Er is een oplossing nodig voor de schuldenpositie van de Stichting aan de gemeente (per 1-1-2027 zijnde een totaalbedrag € 2.082.393,-) 2. Krediet van de BNG aan de Stichting wordt opgeëist (€ 600.000,-). 3. Verhoging van de jaarlijkse subsidie met ten minste € 380.0001,-en indexeren ervan is noodzakelijk. 4. Mogelijk een extra bijdrage als de Horeca B.V. niet voldoende kan afdragen aan de Stichting. 5. Huur wordt door de Stichting voldaan aan de gemeente 6. Er zijn aanvullende investeringen nodig ten behoeve van de gebouwen, installaties en techniek. 7.
De gemeente blijft verantwoordelijk voor beheer/onderhoud van de panden. 2. Basisscenario minus Horeca De gemeente blijft eigenaar van de panden en verhuurt dit aan de Stichting. De Stichting verhuurt aan de feitelijke gebruikers en draait het culturele/maatschappelijke deel. Het horeca deel wordt losgeknipt in het construct en wordt commercieel weggezet bij een derde. + Het culturele/maatschappelijke programma blijft behouden. + Maatschappelijke partners op het terrein behouden hun plek. + Gewenste synergie blijft (grotendeels behouden). + Er komt een duidelijke knip tussen het culture/maatschappelijke deel en de horeca. - De winst vanuit de horeca komt niet langer ten goede aan het culturele/maatschappelijke programma. - Gemeente kan de huidige Horeca B.V. niet failliet laten gaan, want de gemeente is geen schuldeiser van de Horeca B.V. * De contracten uit de horeca zijn bij de gemeente niet bekend. De haalbaarheid van dit scenario hangt mede daar vanaf. * Er volgt een aanbestedingstraject. * Mogelijk sprake van "overgang van onderneming" * Synergie tussen horeca-exploitant en de Stichting hangt af van te maken afspraken. 1. Er is een oplossing nodig voor de schuldenpositie van de Stichting aan de gemeente ((per 1-1-2027 zijnde een totaalbedrag € 2.082.393,-) 2. Krediet van de BNG aan de Stichting wordt opgeëist (€ 600.000,-). 3.
Verhoging van de jaarlijkse subsidie met ten minste € 830.0002,- en een jaarlijkse index is noodzakelijk. 4. Huur wordt door de Stichting voldaan aan de gemeente. 5. Er zijn aanvullende investeringen nodig ten behoeve van de gebouwen, installaties en techniek. 6. De gemeente blijft verantwoordelijk voor beheer/onderhoud van de panden. 3. Gecontroleerde afbouw Er wordt met de Stichting een termijn afgesproken voor de afbouw van de bedrijfsvoering, waarbij de termijn passend moet zijn bij de langdurige subsidierelatie. In de tussentijd moet de gemeente dan een keus maken hoe verder om te gaan met het DRU Industriepark. Bij gewenste doorgang van het huidige dienstenaanbod moet gezocht worden naar een nieuwe exploitant. + Het culturele/maatschappelijke programma blijft voorlopig behouden. + Maatschappelijke partners op het terrein behouden hun plek. - (Goede, ervaren) medewerkers eerder vertrekken naar een baan met meer zekerheid. - Deze vertrekken kunnen de dagelijkse bedrijfsvoering in gevaar brengen. - Er mogelijk een reorganisatie nodig is tegen het einde van de afbouwperiode met de bijbehorende verplichtingen richting UWV en eventuele transitievergoedingen. - Er is geen zekerheid voor boekingen vanuit impresariaten en dergelijke * Het "nette" afbouwscenario slaat om in een ongecontroleerd leegloop en/of faillissement, terwijl gecommitteerd aan een geleidelijk traject.
Dat verzwakt op dat moment de onderhandelingspositie van de gemeente. * "overgang van onderneming" wanneer de afbouw gepaard gaat met het zoeken van een nieuwe exploitant voor (een deel van) de activiteiten. 1. Er is een oplossing nodig voor de schuldenpositie van de Stichting aan de gemeente ((per 1-1-2027 zijnde een totaalbedrag € 2.082.393,-) 2. Krediet van de BNG aan de Stichting wordt opgeëist (€ 600.000,-). 3. Jaarlijkse subsidie is verschuldigd tijdens de afgesproken afbouwperiode. 4. Verhoging van de jaarlijkse subsidie met ten minste € 380.000 ,- en indexeren ervan is noodzakelijk voor termijn van afbouw. 5. Mogelijk is een extra bijdrage nodig tijdens de afbouwperiode als de Horeca B.V. niet voldoende kan afdragen richting de Stichting. 6. Nieuwe exploitant zal ook een jaarlijkse subsidie willen ten minste gelijk aan hetgeen de Stichting. 7. Gemeente ontvangt wel huursom. 8. Er zijn aanvullende investeringen nodig ten behoeve van de gebouwen, installaties en techniek. 9. De gemeente blijft verantwoordelijk voor beheer/onderhoud van de panden. 1 Dit bedrag kan anders uitvallen als besloten wordt het dienstenaanbod af te schalen. welke diensten dan komen te vervallen is afhankelijk van afspraken tussen gemeente en de Stichting waarbij rekening moet worden gehouden met een ondergrens vanwege het feit dat een aantal kosten structureel zijn ongeacht het dienstenaanbod.
2 Dit bedrag is opgebouwd uit het bedrag van € 380.000,- waarvan de Stichting heeft aangegeven dat zij dat structureel tekort komt in haar exploitatie, vermeerderd met de bijdragen v an de Horeca aan de Stichting (zijnde de doorbelasting en de winst onder aan de streep die in 2026 begroot is op € 50.000,-. De winst lag de jaren ervoor vele malen hoger). (imagogschade), waarmee er de kans bestaat dat het cultureel en maatschappelijk programma terugloopt. 4. Faillissement We gaan een procedure in waarin een curator wordt aangesteld om het faillissement af te wikkelen. De gemeente moet kiezen hoe verder te gaan met het DRU Industriepark. Er zijn hieronder 3 subscenario’s uitgewerkt. + - huurovereenkomst gemeente – Stichting wordt opgezegd met een termijn van max 3 maanden. Gemeente kan geen nieuwe overeenkomst aangaan. - Imagoschade bij impressariaten. * afhankelijkheid van houding die curator inneemt. * curator kan deuren sluiten zonder overleg met de gemeente. Maatschappelijke partners (en ook de gemeente/raad) kunnen dan geen gebruik maken van de locatie. * curator kan namens de gezamenlijke schuldeisers) nog aanspraak maken op (een deel van) de al toegezegde subsidie. 1. De schuldenpositie van de Stichting (per 1-1-2027 zijnde een totaalbedrag € 2.082.393,-) valt in de boedel (los van de kwalificaties van de onderdelen). Gemeente ziet hier niets van terug. 2.
Krediet van de BNG aan de Stichting wordt opgeëist (€ 600.000,-). 3. Er zijn geen huurinkomsten binnen de opzegtermijn van 3 maanden. 4. De gemeente blijft verantwoordelijk voor beheer/onderhoud van de panden. 5. Toezegde subsidie (tot en met 2028) moet worden voldaan (2x . De gemeente ziet daar niets van of voor terug. 4a. Faillissement wordt aangevraagd, maar diensten worden voortgezet. We gaan een procedure in waarin een curator wordt aangesteld om het faillissement af te wikkelen. Gemeente kiest ervoor te zorgen voor toegang voor de maatschappelijke partners, schoonmaak, verwarming en een huismeester. De horeca komt bij een commerciële huurder/ondernemer. Voor het culturele deel zoeken we verbinding met een locatie in de nabije omgeving/buurgemeenten. + Er komt een duidelijke knip tussen de verschillende onderdelen. - Alle mogelijke aansprakelijkheden die gepaard gaan met de voortzetting komen voor rekening van de gemeente. - Visiedocumenten en beleidsstukken moeten deels worden herzien. - Vereist meer ambtelijke inzet. - Imagoschade bij impressariaten. * Mogelijk sprake van "overgang van onderneming". De gemeente komt dan aan de lat te staan voor de volledige exploitatie van de Stichting totdat er een nieuwe exploitant is. * Horeca heeft geen spin off van cultureel/maatschappelijk programma 1.
De schuldenpositie van de Stichting (per 1-1-2027 zijnde een totaalbedrag € 2.082.393,-) valt in de boedel (los van de kwalificaties van de onderdelen). Gemeente ziet hier niets van terug. 2. Krediet van de BNG aan de Stichting wordt opgeëist (€ 600.000,-). 3. Er zijn geen huurinkomsten binnen de opzegtermijn van 3 maanden. 4. De gemeente blijft verantwoordelijk voor beheer/onderhoud van de panden. 5. Er zijn aanvullende investeringen nodig ten behoeve van de gebouwen en installaties. 6. 4b. Faillissement wordt aangevraagd, diensten stoppen. We gaan een procedure in waarin een curator wordt aangesteld om het faillissement af te wikkelen. Gemeente kiest ervoor om de diensten te stoppen. Dat vereist een keus hoe verder te gaan met het DRU Industriepark. + Ten opzichte van scenario 4a geldt niet de bescherming van personeel. - Maatschappelijke partners vertrekken. - Panden komen leeg te staan en verpauperen. - Cultureel/ maatschappelijk programma eindigt. - Geen ‘spin off’ in centra wegens minder bezoekers. - Alles wat in de loop van de tijd is opgebouwd komt te vervallen. - Visiedocumenten en beleidsstukken moeten worden aangepast. * De gemeente heeft voor grootste deel van partners geen herhuisvestingsplicht. Herhuisvesten waartoe zij niet verplicht schept een precedent. 1.
De schuldenpositie van de Stichting (per 1-1-2027 zijnde een totaalbedrag € 2.082.393,-) valt in de boedel (los van de kwalificaties van de onderdelen). Gemeente ziet hier niets van terug. 2. Krediet van de BNG aan de Stichting wordt opgeëist (€ 600.000,-). 3. Er zijn geen huurinkomsten binnen de opzegtermijn van 3 maanden. 4. De gemeente blijft verantwoordelijk voor beheer/onderhoud van de panden. 5. Reguliere exploitatiekosten en kapitaallasten lopen door. 4c. Faillissement wordt aangevraagd, onroerend goed wordt verkocht. We gaan een procedure in waarin een curator wordt aangesteld om het faillissement af te wikkelen. Na afwikkeling van het faillissement wordt het onroerend goed verkocht. + Ten opzichte van scenario 4a geldt niet de bescherming van personeel. + Gemeente is niet langer verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de panden. + Vraagt in de basis geen ambtelijke inzet meer na verkoop. - Geen plek meer voor het cultureel/maatschappelijk programma. - Gemeente raakt grip op onroerend goed kwijt. - Visiedocumenten en beleidsstukken moeten worden aangepast. * Maatschappelijke partners vertrekken. * De gemeente heeft voor grootste deel van partners geen herhuisvestingsplicht. Herhuisvesten waartoe zij niet verplicht schept een precedent. * Ook de raadszaal komt te vervallen. * Koopsom is afhankelijk van de markt. Gemeente kan hier ook verlies op draaien. 1.
De schuldenpositie van de Stichting (per 1-1-2027 zijnde een totaalbedrag € 2.082.393,-) valt in de boedel (los van de kwalificaties van de onderdelen). Gemeente ziet hier niets van terug. 2. Krediet van de BNG aan de Stichting wordt opgeëist (€ 600.000,-). 3. Er zijn geen huurinkomsten binnen de opzegtermijn van 3 maanden. 4. Reguliere exploitatiekosten en kapitaallasten lopen door tot moment van verkoop. 5. Gemeente ontvangt een eenmalige koopsom voor de panden. 5. Alternatieve invulling van het DRU Industriepark We kijken naar een andere invulling voor de panden op het DRU Industriepark. De voor- en nadelen, de risico’s en de financiële consequenties daarvan zijn totaal afhankelijk van de gewenste invulling. - Dit scenario komt pas aan de orde nadat scenario 3, 4b of 4c aan de orde is (geweest) of in geval van een combinatie van scenario’s. * afhankelijk van de gewenste activiteit is een planologische procedure nodig. Dat kost tijd en geld. Combinaties van scenario’s zijn mogelijk. Deze zijn voor nu niet uitgewerkt.