CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Reglement van orde voor de raad 2023 - alle wijzigingen bijgehouden.pdf

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 5: Wijziging raadsverordeningen (werkwijze van de raad)16.920 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Oude IJsselstreek 20232117 De raad van de gemeente Oude IJsselstreek; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; gezien het voorstel van het presidiumadvies van de commissie AFE d.d. 12 december 201614 november 2022____________; besluit vast te stellen het: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Oude IJsselstreek 2023: Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: - amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; - motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; - subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; - voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; - raadsinformatiesysteem (RIS): www.raad.oude-ijsselstreek.nl; - wet: Gemeentewet. Artikel 2. Het presidium [1.] Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters.. [2.] Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt.. [3.] Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen..

[4.] Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies, voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie.. 1.[5.] De raad stelt op voorstel van het presidium de werkwijze van het raadspresidium vast. Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen [1.] Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitters van raadscommissies, de leden van de reservepool van voorzitters en de voorzitter. Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitters van raadscommissies, de voorzitter en één raadslid per fractie die anders niet vertegenwoordigd is. 1.[2.] Ze heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies; [c.] het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de GemeentewetwWet en in het derdevolgende lid.; c.[d.] het doen van een voorstel aan de raad voor vaststelling van het vergaderrooster per vergaderjaar. 2.[3.] De agenda-onderwerpen worden van één van de volgende kwalificeringen voorzien: a. beeldvorming: in deze fase gaat het om vergaren het van informatie over het vraagstuk.

Dit doen de raadsleden door stukken te lezen en vragen te stellen aan elkaar, de inwoners, het college en de ambtenaren. Er is ruimte om met elkaar van gedachte te wisselen, maar vaste standpunten worden nog niet ingenomen. In deze fase kennen we drie subcategorieën: i. Technische toelichting ii. Informatief

1

iii. Informatieve beraadslaging b. oordeelsvorming: in deze fase nemen de raadsleden een voorlopig standpunt in. Zij wisselen argumenten uit en proberen elkaar te overtuigen; c. besluitvorming: in deze fase gaan de raadsleden verder met elkaar in debat, leggen hun standpunten uit en nemen samen een besluit; d. open gesprek: vrije gespreksvorm waarin de dialoog met de raad(scommissie), het college en inwoners/organisaties wordt gevoerd over een onderwerp; 3. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen als bedoeld in het tweede lid, onder b, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. 4. De vergaderingen van de agendacommissie worden voorgezeten door de voorzitter. 5. De agendacommissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan. Artikel 4. De griffier [1.] De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en , vergaderingen van het presidium en vergaderingen van de agendacommissie en kan aanwezig zijn in raadsde commissievergaderingen van de raad. [2.] Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 1.[3.] De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel 5.

Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. [2.] Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. Daarbij toetst de commissie tenminste de volgende stukken: [3.] ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die de kandidaat bekleedt; [4.] uittreksel uit de basisadministratie personen met woonplaats, geboorteplaats en –datum; [5.] de gedragscode, waarin het onder andere gaat over de niet toegestane nevenfuncties (artikel 15, derde lid, van de Wet); en [6.] (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat de kandidaat voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Wet. 2.[7.] Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. [8.] Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling , bedoeld in artikel 18 van de GemeentewetwWet de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

[9.] In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 6. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de GemeentewetwWet. 3. De commissie en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voor aanvang van iedere ambtstermijn (opdracht geven om) de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit (inclusief opvraag verklaring omtrent het gedrag vragen aan de kandidaat-wethouder als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens) (te) onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar.

2

Artikel 7. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. [4.] Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 4.[5.] Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 8.

Oproep en voorlopige agenda [1.] De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering de raadsleden per email of via het RIS een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken., met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de GemeentewetWet bedoelde stukken.. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een oproep een aanvullende agenda opstellen. Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt vastgesteld, Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. [2.] 1. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 9, derde lid, van toepassing. [3.] Artikel 9. Aanvullende agenda; vaststellen agenda [4.] In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt. [5.] Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de GemeentewetWet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage.

[6.]

2. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Artikel 109. Ter inzage leggen van stukken [1.] Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een (voorlopige) agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep in het RIS geplaatst.op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken worden bijgeplaatst in het RIS ter inzage worden gelegd, wordt hiervan (per email of via het RIS) mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. [2.] Elektronisch Stukken die digitaal beschikbare stukkenar zijn worden op de website van de gemeentein het RIS geplaatst. [3.] Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.Stukken waaromtrent Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de GemeentewetWet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. 4. Op verzoek van het presidium kan de griffier stukken als hiervoor in lid 3 bedoeld, in een gesloten envelop met opschrift “GEHEIM” aan raadsleden verstrekken.

3

Artikel 110. Openbare kennisgeving [1.] Raadsvergaderingen worden tenr openbare kennis gebracht door aankondiging in het RIS op de gemeentelijke website en de gemeentepagina’s in de plaatselijke pers. 1. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden. Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 121. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. [2.] Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst, die. A aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 132..a Aantal spreektermijnen 1. De voorzitter bepaalt het aantal spreektermijnen voor beraadslagingen over onderwerpen of voorstellen. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. [3.] Raadsleden voeren mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. [4.] Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over het door dat raadslid ingediendedaarover. [5.] Bij de bepaling hoeveel malen keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 13.b. Spreekregels 1. De deelnemers in de raadsvergadering spreken vanaf de daartoe ingerichte spreekplaatsen en interruptieplaatsen en richten zich tot de voorzitter. 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de raadsleden en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. Artikel 143c. Volgorde sprekers 1. Een deelnemer aan een raadsvergadering neemt het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 2. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd wanneer een deelnemer aan de vergadering het woord vraagt over de orde van de vergadering. 3. In het presidium dan wel de agendacommissie kunnen op voorstel van de voorzitter andere afspraken omtrent de sprekersvolgorde gemaakt worden. Artikel 153d. Aantal sprekers per fractie 1. Bij beraadslaging over onderwerpen of voorstellen spreekt per fractie maximaal één raadslid. 2. De voorzitter bepaalt over uitzonderingen op lid 1. Artikel 16.3.e Spreektijd De raad kan op voorstel van de voorzitter regels stellen omtrent de spreektijd van de raadsleden. Artikel 174.. Deelname aan de beraadslaging door anderen [1.] Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de GemeentewetwWet, kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

1.[2.] De wethouders en de burgemeester worden geacht in de raadsvergaderingen aanwezig te zijn, tenzij het presidium anders heeft bepaald. 2.[3.] In raadsvergaderingen is het regel dat wethouders en de burgemeester deelnemen aan de bespreking van onderwerpen of voorstellen die hun portefeuille betreffen, tenzij de raad of het presidium dat vooraf anders aangeeft. 3.[4.] Wethouders en de burgemeester kunnen met instemming van de voorzitter deelnemen aan beraadslagingen, voor zover die niet hun portefeuille betreffen. 4.[5.] Indien de burgemeester als portefeuillehouder deelneemt aan een beraadslaging, wordt het desbetreffende agendapunt voorgezeten door de plaatsvervangend raadsvoorzitter.

4

Artikel 18. Spreekrecht burgers 1. Tijdens de raadsvergadering bestaat er alleen spreekrecht voor burgers voor geagendeerde onderwerpen die niet zijn behandeld tijdens een raadscommissie. 2. Artikel 23 van de Verordening op de raadscommissies van de gemeente Oude IJsselstreek 2023 is van toepassing op spreekrecht voor burgers tijdens de raadsvergadering. Artikel 195. Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Paragraaf 3. Stemmingen Artikel 2016. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten.. Artikel 2117. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 2218. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.

[2.] Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de GemeentewetwWet van deelneming niet aan de stemming te hebben deelgenomenonthouden. 2.[3.] Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. [4.] Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder . Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde. [5.] Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge , tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de GemeentewetwWet van deelneming niet aan de stemming moeten onthoudendeel behoren te nemen, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklarenuit te spreken, zonder enige toevoeging. [6.] Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

[7.] De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en. Deze d doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 2319. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 204. Stemming over personen [1.] Bij stemming over personen voor benoemingen voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.

5

[2.] Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wWet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen. [3.] Er hebben vinden zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 1.[4.] Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te ontvouwen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 2. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wWet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. Een blanco ingevuld stembriefje; b. Een ondertekend stembriefje; c. Een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemmingen zijn samengevat conform lid 3; d.

Een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e. Een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 3. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. 4. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de bepaling van het quorum. 5. Wanneer na herstemming de stemmen opnieuw staken beslist het lot terstond op grond van artikel 31 van de wWet, waarbij de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de griffier op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes worden geschreven. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal naar plaatselijk gebruik gedeponeerd en omgeschud. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. 6. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. 7. Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken Artikel 251.a. Verslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor audio/video-verslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. [2.] Uit Eeen besluitenlijstverslag blijkt bevat in ieder geval: a.

de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; [d.] een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; [e.] een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de GemeentewetwWet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; [f.] de beslispunten tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; en [g.] bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 174 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. [3.] De Een conceptverslag besluitenlijst wordten gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft.

6

[4.] Vastgestelde besluitenlijsten verslagen worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 2.[5.] Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. [6.] Elektronisch beschikbare Als verslagen en besluitenlijsten elektronisch beschikbaar zijn, worden in het RIS ze op de website van de gemeente geplaatst. Artikel 261.b. Lijst van bestuurlijke toezeggingen en actuele moties [1.] De griffier draagt zorg voor lijsten van bestuurlijke toezeggingen en actuele moties. per raadscommissie. 1.[2.] Deze lijsten worden door portefeuillehouders geactualiseerd op stand van zaken. 2. De lijsten worden als vast agendapunt in de raadscommissies geagendeerd. 3. De raadscommissie kan, al dan niet op voorstel van de portefeuillehouder, moties en toezeggingen afvoeren van de lijst. Artikel 272. Ingekomen stukken [1.] Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst in het RIS geplaatst. die aan de raadsleden wordt toegezonden en in het RIS ter inzage wwordt gelegdplaatst. 1.[2.] Na de vaststelling van het verslag stelt de raad op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Daarbij zijn de volgende categorieën: a. Ingekomen stukken voor kennisgeving aannemen; b.

Ingekomen stukken ter afdoening in handen stellen van het college; c. Ingekomen stukken ter afdoening in handen stellen van het college en de raad informeren; d. Ingekomen stukken voor advies in handen van het college stellen. Komt terug op de raadsagenda; e. Ingekomen stukken doorgeleiden naar de agendacommissie; f. Ingekomen stukken betrekken bij raadsdebat d.d. …; g. Ingekomen stukken geagendeerd voor commissie … d.d. …; h. Ingekomen stukken overlaten aan de individuele fracties; i. Ingekomen stukken ter beslissing aan de raad. Stukken welke ter afdoening in handen van het college worden gesteld (B-lijst) komen in geval van schriftelijke beantwoording door het college terug naar de raad via de C-lijst (ingekomen stukken ter kennisneming).

Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen Artikel 283. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 29. Aanwezigheid van anderen bij besloten vergaderingen 1. De agendacommissie bespreekt indien mogelijk vooraf welke anderen dan de raadsleden, de voorzitter en, de griffier aanwezig kunnen zijn in de besloten raadsvergadering. 2. In spoedgevallen kan het presidium tevens vooraf bespreken welke anderen dan de raadsleden, de voorzitter, de raadsgriffier aanwezig kunnen zijn in de besloten raadsvergadering. 3.[1.] Op het moment van aanvang van het besloten deel van de vergadering zal de raad besluiten of die anderen (zie lid 1 en 2) en wethouders, secretaris, programmamanagers, overige betrokken ambtenaren en griffiemedewerkers bij de besloten vergadering aanwezig kunnen zijn. 4. Naast de deelnemers tekenen alle aanwezigen in een besloten vergadering (incl. college) een presentielijst.

7

5. Commissieleden die hebben deelgenomen aan de voorbereidende beraadslaging in de commissie mogen bij de besloten raadsvergadering over dat onderwerp aanwezig zijn, tenzij de raad anders beslist. Artikel 30. Behandeling geheime stukken Het college maakt onderscheid in geheimhouding opgelegd aan de raad (artikel 25) en geheimhouding opgelegd aan de raadscommissies (artikel 86). Artikel 3124.. Verslag besloten vergadering [1.] Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berustenuitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier. [2.] Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 1.[3.] De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 3225.

Opheffing geheimhouding [1.] Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de GemeentewetWet voornemens is de geheimhouding op te heffen dan wel niet te bekrachtigen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. 1. De raad vraagt het college om ieder jaar een (geheim) raadsvoorstel aan te bieden met opsomming van alle geheime stukken, met advies over welke stukken de geheimhouding kan worden opgeheven. De verantwoordelijkheid op het gebied van signaleren inzake opheffen van geheimhouding ligt bij de driehoek. Paragraaf 6. Toehoorders en pers Artikel 3326. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. Artikel 3427. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 3528. Amendementen en subamendementen [1.] Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter . Dit gebeurt schriftelijk, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 1.[2.] Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 2.[3.] Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

8

Artikel 3629. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp wordt op de maandag voor 12:00 uur voor de raadsvergadering van die week aangekondigd, zodat alle fracties zich erop kunnen voorbereiden. 5. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 370. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het college kan binnen veertien dagen nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.

[3.] Nadat Een voorstel wordt nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij . Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is . In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. Artikel 381. Collegevoorstel [1.] Een voorstel van het ccollegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet wordent niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. [2.] Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 392. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.

[3.] Over verzoeken die Als het verzoek ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering is zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 3.[4.] De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 4033. Schriftelijke vragen [1.] Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester middels het daarvoor opgestelde formulier in bij de griffier, waarbij . Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 1.[2.] De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. [3.] Schriftelijke beantwoording gebeurt vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend.

[4.] Als de vVragen die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend worden , vindt mondelinge beantwoordting plaats in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 2.[5.] Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden.

9

[6.] De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel 4134. Inlichtingen [1.] Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de GemeentewetwWet schriftelijk in bij de griffier . 1.[2.] De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 2.[3.] De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen tien dagen nadat het verzoek is ingediend. Artikel 4235. Vragenuur [1.] Aan het einde van iedere raadsvergadering is er een vragenuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt. 1.[2.] Raadsleden die tijdens het vragenuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp en ten minste 24 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter.

2.[3.] De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raadsleden, het college en de burgemeester. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige raadsleden. [4.] Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. [5.] Na de beantwoording daarvan door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. [6.] Vervolgens kan dDe voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. [7.] Tijdens het vragenuur worden kunnen ggeen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. 3.[8.] De griffier brengt de vragen (of de aanduiding van het onderwerp) zo mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college. Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 4336. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel 4437.

Intrekken oude reglement Het Reglement van orde voor de vergaderingen, bijeenkomsten en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Oude IJsselstreek, vastgesteld op 24 januari 201122 december 2016, wordt ingetrokken. per … 2022117. Artikel 4538. Inwerkingtreding en citeertitel [1.] Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2023.… 2022117. [2.] Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Oude IJsselstreek 2023..

Aldus vVastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 december 201615 december 2022._________ 20212,

10

De wnd. raadsgriffier

M.B.J. Looman

De raadsvoorzitter,

O.E.T. van Dijk

11

Toelichting N.B.: Deze toelichting is geschreven met de (mogelijke) keuzes die in de Model Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 20142018 gemaakt zijn in gedachte. Als een individuele gemeente op punten andere keuzes maakt, dan sluit deze toelichting mogelijk niet aan. Wel kan deze uiteraard als basis dienen voor een door de gemeente zelf op te stellen toelichting. Bovendien worden enkel die bepalingen behandeld die verdere toelichting behoeven. Voor een goed beeld dient deze modelverordening in samenhang met de hierbij behorende VNG ledenbrief VNG ledenbrief (nr. 14/015, 18 maart 2014) gelezen te worden. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikelsgewijs Artikel 1. Begripsbepalingen De In artikel 1 worden een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Voor wat betreft het begrip ‘voorzitter’ zij nog vermeld dat de burgemeester is voorzitter is van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet (hierna: wet) schrijft dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, van de Gemeentewetwet is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt.

Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewetwet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Artikel 2. Het presidium Het presidium heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad). Diverse gemeenten hebben dit takenpakket uitgebreid met meer inhoudelijke taken. De VNG is van mening dat het presidium voor wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk een ondergeschikte rol dient te vervullen, omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, hetgeen niet strookt met de Grondwet, die het primaat immers expliciet bij de raad legt (artikel 125, eerste lid, van de Grondwet). Het presidium als zodanig kan niet ook optreden als werkgeverscommissie. De werkgeverscommissie, ingesteld op basis van artikel 83 van de Gemeentewetwet, bestaat immers enkel uit raadsleden (en dus niet, zoals het presidium, ook de voorzitter van de raad). Het presidium heeft voornamelijk een procedurele rol zoals hierboven aangegeven.

In de VNG handreiking ‘De (rechts)positie van de griffie(r) in het decentrale bestuur’ is een modelbesluit voor het instellen van een werkgeverscommissie opgenomen. Het is wel mogelijk om de raadsleden van het presidium te benoemen in de werkgeverscommissie en de vergaderingen van deze commissie te laten aansluiten op de vergaderingen van het presidium, zodat er, indien nodig, snel overlegd kan worden. Men zou er voor kunnen kiezen de regie van enkele interne/ of organisatorische kwesties bij het presidium neer te leggen. In artikel 2 is als aanvullende taak opgenomen dat het presidium aanbevelingen doet aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamhedenen het functioneren van de raad [en zijn commissies].de raadscommissies]. Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van het reglement van orde, voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Oude IJsselstreek], het instrueren van de griffier en het bespreken van agendatechnische zaken. Het is van belang dat in het presidium elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten. De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig (artikel 4, eerste lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt.

Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. De aanwezigheid van de secretaris kan ook gewenst zijn, omdat de

12

secretaris aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op onderwerpen die worden voorbereid door de ambtelijke organisatie. Overeenkomstig het derde lid kan de secretaris worden uitgenodigd. Als dit een ‘staande’ uitnodiging wordt, dan kan overwogen worden zijn aanwezigheid expliciet in het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Oude IJsselstreek] te regelen. Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken [in [de raadscommissies en] in de raad. De agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. In veel gemeenten wordt gewerkt met jaaroverzichten waarbij specifieke vergaderingvergaderingen lang van te voren bekend zijn. Denk hierbij aan de begroting en jaarrekening. In het geval een gemeente deelneemt in een gemeenschappelijke regeling zalis in deze regeling zijn opgenomen hoe de raad geïnformeerd wordt door de vertegenwoordiger van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling en hoe verantwoording wordt afgelegd (artikelen 16 en 18t/m 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Van belang is dat de agendacommissie de vergadercyclus van deze besturen kent.

Het kan nodig zijn dat de raad voorafgaand aan een vergadering van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de gemeentelijke vertegenwoordiger informatie of opvattingen wil meegeven. Ook de begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling is relevant voor de agendacommissie zodat de raad tijdig noodzakelijke informatie kan leveren. Het is aan de agendacommissie om de planning in te vullen maar ook om deze te bewaken. Naast gemeenschappelijke regelingen kan een gemeenten ook Hetzelfde geldt met betrekking tot andere organisaties waar de gemeente mogelijk in vertegenwoordigd zijn in ander organisatiesis (stichtingen, vennootschappen). Ook deze vergadercycli kunnen voor een agendacommissie aanleiding zijn om deze te agenderen voor een raads- of commissievergadering. Zodat, zodat er informatie uitgewisseld kan worden tussen de vertegenwoordiger van de gemeente en de raad. Het is aan de agendacommissie om de planning in te vullen maar ook om deze te bewaken. De commissie stelt de agenda's van [de raadscommissies en] de raad voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda [van een raadscommissie[de raadscommissies en] van de raad geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering.

Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewetwet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Het tweede lid brengt tot uitdrukking dat deDe voorzitter pleegt in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg pleegt met de agendacommissie. Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. Artikel 4. De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikelartikelen 100 en 107 van de Gemeentewetwet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. (eerste lid). De Gemeentewetwet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid, van de wet). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen.

In verband met artikel 22 van de Gemeentewetwet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden Vooraf Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde geeftmeldt schriftelijk aan de raad of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt wordenlegt hij aan de raad stukken overlegdover waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid

13

van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewetwet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven moeten de beslissing over de toelating moeten in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de Gemeentewetwet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie welkedie de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na de raadsverkiezingen beslist de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuw gekozen leden. Met ingang van 00:00 uur de volgende dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 van de wet en artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet).

Eerste en tweede lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Derde lid Het onderzoek van het proces -verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen.. DitHet derde lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (isof deze juist is vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag.

Dit besluit is van belang om datomdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal (bijv. 3) stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat kiezers bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na sluiting de stemmen heeft geteld, kan dit wel zijn.een dergelijk besluit kan baseren. Op 28 februari 2014 heeft de minister van BZK een circulaire uitgebracht waarin toegelicht wordt wanneer de raad gebruik kan maken van deze bevoegdheid (Gemeenteraadverkiezingen: hertellingen, kenmerk 2014-0000116196, 28 februari 2014, Ministerie van BZK. Zie: https://vng.nl/files/vng/publicatie_bijlagen/2014/20140319-hertelling-gemraadsverk-bzk20140000116196.pdf). In deze circulaire wordt onder meer uiteengezet wanneer de raad tot hertelling kan besluiten.

Het ligt niet voor de hand dat besloten wordt tot een hertelling waarvan tevoren duidelijk is dat deze niet tot een andere samenstelling in de raad kan leiden. Ook een verschil in zetels tussen de voorlopige uitslag en de definitieve uitslag is geen reden om over te gaan tot hertelling. Vierde en vijfde lid Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing kunnen de toegelaten raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling als bedoeld in artikel 18 van de wet de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. (vierde lid).

14

Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. (vijfde lid). De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewetwet vastgelegd. Artikel 6. Benoeming wethouders Dit artikelArtikel 6 geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewetwet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewetwet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit (eerste lid).

De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de raad wordt benoemd, de incomptabiliteitenvereisten voor het raadslidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. 41c van de wet). Bij de benoeming van een wethouder zal er een integriteitstoets plaatsvinden. De gedragscode politieke ambtsdragersintegriteit speelt hierbij een rol. (zie Model Gedragscode Integriteit volksvertegenwoordigers in gemeenten, provincies en waterschappen 2015). Na het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, brengt de commissie advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder (derde lid). [De kandidaat-wethouders kunnen in opdracht van de burgemeester voor aanvang van iedere ambtstermijn aan een integriteitstoets worden onderworpen. De burgemeester krijgt zicht op de volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo heeft hij een goed beeld van de kandidaat en kan hij met de kandidaat een gesprek voeren over de uitkomsten. De burgemeester kan ten aanzien van de risicoanalyse en de conclusies geheimhouding opleggen aan de raad. Met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (artikel 87 van de wet) is de burgemeester hiertoe expliciet bevoegd gemaakt (vierde lid).] De burgemeester brengt over de uitkomsten daarvan verslag uit aan de raad.

De uitkomsten van het onderzoek en het verslag zijn niet openbaar (vierde lid).] [Daarnaast kan een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) worden gevraagd. (tweede lid). De raad kan aangeven dat zij deze procedure wil volgen bij de benoeming van wethouders. De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Bij dit profiel staat de integriteit van de aspirant bestuurder centraal. Het is mogelijk om deze VOG via een spoedprocedure uit te laten voeren..] Artikel 6 is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd. De incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen dan immers opnieuw beoordeeld te worden. Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de Gemeentewet). In het geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van één stem kan het verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een nieuw raadslid te benoemen. Het vooraf ontslag nemen als raadslid is een risico. Het kan immers gebeuren dat deze persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of dat de geloofsbrieven niet worden goedgekeurd.wet). Artikel 7. Fracties Eerste en tweede lid De Kieswet en de Gemeentewetwet kennen het begrip fractie niet.

In de Gemeentewet in artikel 33, tweede lid, van de wet wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning). Bijfractieondersteuning). Vanaf de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. (eerste lid). De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter

15

voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee. (tweede lid). Vierde lid In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. (vierde lid). Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd (dit laatste door de voorzitter van het stembureau). Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de Gemeentewetwet en artikel 129 van de Grondwet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving.

Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een. Een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij, maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.

Dit betekent ook dat: - kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn, vanwege strijd met de Gemeentewetwet en de Kieswet; - personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen; - als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren. Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben, te. Te denken valt aan: fractievergoedingen en –-faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door burgerraadsleden. Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet). Vijfde lid De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde.

Indien de nieuwe fractie wil meedoen aan de eerstvolgende raadsverkiezingen zal dit ook gebeuren. Bij registratie; als een politieke groepering wordt getoetst aan hoofdstukzich voor het eerst wil laten registreren gebeurt dit ook. Op grond van artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet, waarin staat aangegeven in welke gevallen deze registratie wordt de naam van de nieuwe fractie onder meer geweigerd wordtals deze in strijd is met de openbare orde of als deze overeenkomt met of erg lijkt op de naam van een politieke groepering die al geregistreerd is voor de Tweede Kamer- of Statenverkiezingen, én daardoor verwarring te duchten is. Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam.

16

Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 8. Oproep en voorlopige agenda In artikel 19, eerste lid, van de Gemeentewetwet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. De agendacommissie bepaalt hoe de voorlopige agenda er uit ziet. Het eerste lid van dit artikel bepaaltstelt verplicht dat de voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden een schriftelijke oproep stuurt, waarin de vergadering wordt aangekondigd., en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken stuurt. Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst, de stukken en oproep nieten stukken per post maar per e-mailelektronische weg te versturen. De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het eerste lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, tegelijkertijd met de oproep aan de leden worden verzonden. De in artikel 25, eerste en tweede lid, bedoelde stukken zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd. Hier wordt melding van gemaakt op de stukken. Artikel 9. Aanvullende agenda; vaststellen agenda De agendacommissie bepaalt hoe de voorlopige agenda er uit ziet. Het versturen van de agenda en stukken is geregeld in artikel 8.

Dit is echter een voorlopige agenda.In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen. (tweede lid). Bij de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de mogelijkheid vervallen om individuele raadsleden te informeren. Als omtrent informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft deze informatie in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Raadsleden kunnen deze informatie inzien (derde lid juncto artikel 9, derde lid). Van geheimhouding wordt melding gemaakt op de stukken. Indien de geheimhouding op informatie anders dan in schríftelijke vorm rust, moet de verplichting op een passende wijze kenbaar worden gemaakt (artikel 89, eerste lid, van de wet).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4508/documents/25214