CConstaterende datOude Ijsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Participatieverordening 9-11.pdf

Raadscommissie gecombineerd 29 november 2021, gemeente Oude IjsselstreekBij agendapunt: 1: Participatiebeleid en rapport rekenkamercommissie1.232 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatieverordening

Besluit van de raad van de gemeente Oude IJsselstreek tot vaststelling van de Participatieverordening Oude IJsselstreek (Participatieverordening Oude IJsselstreek) De raad van de gemeente Oude IJsselstreek; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en eventueel nummer]; gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie AFE; overwegende dat het van belang is lokale democratische processen door participatie van inwoners te verrijken, de samenwerking tussen gemeente en inwoners te versterken en helderheid te geven over de invulling van de participatieprocedure; besluit vast te stellen de volgende verordening: Participatieverordening Oude IJsselstreek Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - beleidsvoornemen: voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid; - participatie: het betrekken van inwoners bij het beleid en de plannen van de gemeente en het faciliteren van inwoners bij het uitvoeren van hun eigen plannen. Met als doel meer inzicht en daardoor betere plannen en beleid. - uitdaagrecht: recht van ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken deze taak beter uit te kunnen voeren.

Paragraaf 2. Participatie Artikel 2. Onderwerp van participatie 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 2. Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht. 3. Er is geen participatie mogelijk: a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht; f. als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Artikel 3. Procedure participatie 1. Het bestuursorgaan stelt bij de start van elke participatietraject vast op welke manier participatie wordt toegepast en maakt dit besluit bekend op de voor die participatieprocedure geschikte wijze. 2. Als participatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan over in ieder geval de volgende onderwerpen een besluit, en legt dit vast in een participatienota: a.

doel van participatie; b. beïnvloedingsruimte van participatie; c. kaders voor participatie; d. beschrijving van de fases van het traject en de rol van betrokkenen in deze fases;

e. begroting van de kosten. Artikel 4. Eindverslag participatie 1. Ter afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. 2. Het eindverslag bevat in ieder geval: a. een overzicht van de gevolgde participatieprocedure; b. een weergave van de zienswijzen die tijdens de participatieprocedure mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; c. een reactie op deze zienswijzen, waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen en waarom. 3. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.

Paragraaf 3. Slotbepalingen

Artikel 5. Intrekking oude regeling De Inspraakverordening wordt ingetrokken op moment dat deze verordening in werking treedt. Artikel 6. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Oude IJsselstreek

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,

Toelichting Algemeen Inspraak, participatie en ontwerpwetsvoorstel De raad is verplicht om een inspraakverordening vast te stellen (artikel 150 van de Gemeentewet). Er is een wetsvoorstel in voorbereiding om deze inspraak uit te breiden naar ‘participatie’ en eventueel ook ‘uitdaagrecht’. Het gaat hier om het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau (voluit: Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba in verband met de participatieverordening en het uitdaagrecht van inwoners en lokale maatschappelijke partijen). Het ontwerpwetsvoorstel is op 5 juni 2020 door de ministerraad aanvaard en voor advies naar de Raad van State gestuurd en tot op heden nog niet ingediend bij het parlement. Definitie participatie Participatie omvat volgens de definitie betrekken van inwoners bij het beleid en de plannen van de gemeente en het faciliteren van inwoners bij het uitvoeren van hun eigen plannen. Met als doel meer inzicht en daardoor betere plannen en beleid. Participatie is op te splitsen in overheidsparticipatie en inwonersparticipatie. Bij inwonersparticipatie is de overheid de initiatiefnemer en participeert de inwoner, dit is de meest voorkomende vorm.

Overheidsparticipatie is het betrekken van overheid bij de plannen van initiatiefnemers, anders dan de gemeente. De gemeente kan hierbij adviseren, faciliteren of kennisbijdragen.

Inwoners hebben in toenemende mate een belangrijke rol in de agendering, de voorbereiding, de totstandkoming, de uitvoering en de beoordeling van beleid. Niet alleen omdat de burger de gevolgen van beleid ervaart, maar ook omdat participatie aan het politieke proces als intrinsieke waarde van de Nederlandse samenleving wordt ervaren. Participatie mobiliseert de kennis en steun van betrokkenen bij beleidsproblemen waarvan de overheid op voorhand nog niet weet, of nog niet wil bepalen, hoe deze opgelost zullen worden. Procedure participatie Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bevat een procedure voor de voorbereiding van besluiten. Deze afdeling heeft als doelstelling het bevorderen van eenheid in de wetgeving en het systematiseren en vereenvoudigen van wetgeving. In artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is afdeling 3.4 van de Awb als hoofdregel van toepassing verklaard op de inspraak. Het is ook mogelijk een andere procedure van toepassing te verklaren. Dit is ook zo opgenomen in het ontwerpwetsvoorstel. Alternatieven voor participatie Participatie is onderdeel van het totale besluitvormingsproces, een naar tijd en strekking begrensde fase daarin. Het moet naar onze mening onderscheiden worden van de andere mogelijkheden die men heeft om zich tot het gemeentebestuur te wenden.

Te denken valt hierbij aan het spreekrecht bij raads- en commissievergaderingen (regeling via het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Oude IJsselstreek of de Verordening op de raadscommissies van de gemeente Oude IJsselstreek). Andere mogelijkheden die buiten de hier geregelde participatie vallen zijn: het schrijven van brieven, het bezoeken van spreekuren en het houden van informatiebijeenkomsten. Participatie is uiteraard ook van een andere orde dan de mogelijkheid om de concrete uitkomsten van de beleidsvaststelling aan te vechten door middel van bezwaar en beroep.

Ruimte voor initiatieven van inwoners en lokale maatschappelijke partijen Het is van wezenlijk belang dat decentrale overheden ruimte bieden voor initiatieven van onderop en dat aan de samenleving een grote rol wordt toebedeeld bij het ontwikkelen van initiatieven voor algemene voorzieningen. Inwoners kennen hun buurt en hun gemeente, weten wat er leeft en spelen daarop in. Deze maatschappelijke initiatieven kunnen aanvullend zijn op de gemeentelijke initiatieven of kunnen sommige gemeentelijke initiatieven vervangen. Tegelijkertijd moet rekening worden gehouden met het gegeven dat de primaire verantwoordelijkheid voor de uitvoering van gemeentelijke taken bij het gemeentebestuur zelf berust. Taken burgemeester en wethouders Bij het overnemen van gemeentelijke taken, na een succesvolle ‘uitdaging’, gaat het in de regel om de feitelijke uitvoering van een taak van burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders – als de verantwoordelijken voor de uitvoering van de betreffende taak of taken – beslissen naar aanleiding van een verzoek of ‘uitdaging’ of de feitelijke uitvoering van die taak of taken aan inwoners of de lokale maatschappelijke partij kan worden gelaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4322/documents/22711