CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht wijzigingen (was-wordt) Verordening Sociaal Domein 2022 aug2022.pdf

Raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling (MO) 15 september 2022, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 2: Gewijzigde verordening sociaal domein i.k.v. bestuursopdracht Wmo3.594 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht wijzigingen (was-wordt) Verordening Sociaal Domein 2022 in verband met aanpassingen Wmo Versie 25 augustus 2022

1. Woordenlijst Artikel Woordenlijst

Voorgestelde wijziging De navolgende begrippen zijn toegevoegd aan de Woordenlijst: • Samen Sterker Thuis • Herstelvermogen (op advies van Adviesraad Sociaal Domein) • Positieve gezondheid (op advies van Adviesraad Sociaal Domein)

2. Inleiding verordening sociaal domein Artikel 2.3.1

Voorgestelde wijziging 2.3.1 “Naar het hart van de beweging” De gemeente heeft in 2020 haar visie op het sociaal domein herschreven. Het resultaat hiervan is het document “Naar het hart van de beweging”.

Huidige verordening Is in huidige verordening niet opgenomen.

Toelichting Betreft nieuwe tekst die nog niet eerder in de verordening was opgenomen. De tekst is ontleend aan de in 2020 vastgestelde visie op het sociaal domein. Een eerdere concept-tekst is op advies van de Adviesraad Sociaal Domein aangepast, waarbij de formulering een iets positievere toonzetting heeft gekregen.

2.3.2 Leidende principes 2. Voorkomen is beter dan genezen. Inwoners nemen steeds meer verantwoordelijkheid voor hun gedrag, hun vitaliteit en een gezonde leefstijl. Hiermee worden problemen voorkomen of juist snel opgemerkt en aangepakt.

De zinsnede “De gemeente stimuleert dit met een aanbod aan preventieve voorzieningen.” Is ingevoegd op advies van de Adviesraad Sociaal Domein.

Kernidee waarin we geloven Het kernidee waarin we geloven is dat er ruimte nodig is voor bezieling in de hulp, zorg en ondersteuning voor hen die dat nodig hebben. Hulp en ondersteuning moet makkelijk bereikbaar zijn op een manier die past bij wat inwoners logisch vinden. Dat betekent ook dat “het systeem” met zijn procedures, regels, financiën, bureaucratie, bestuurlijke drukte, ondergeschikt is aan de menselijke kant en de wereld waarin onze inwoners leven. We houden alleen de ‘systeemzaken’ die daadwerkelijk bijdragen aan wat we nastreven in stand. We bouwen geen bureaucratische organisatie of procedures maar een waarden-gedreven samenwerking waarbij de vorm ondersteunend is aan de doelstellingen. Ieder mens is van waarde, elk kind, elke jongere, elke volwassene, elke oudere. Wij geloven in de kracht van mensen en wij geloven dat mensen, soms met hulp, hun eigen oplossingen moeten en kunnen vinden. Mensen mogen ons ook uitdagen bij het organiseren van wat zij nodig hebben om mee te kunnen doen. Wij geloven dat mensen zelf een plan voor hun leven kunnen maken. Als mensen zeggen dat ze dat niet kunnen, dan leggen we ons hier niet bij neer, maar kijken we samen met de inwoner hoe deze wel zelf zijn of haar plan kan maken. 2.3.2 tweede lid

2.3.2 Leidende principes 2. Voorkomen is beter dan genezen. Inwoners nemen steeds meer verantwoordelijkheid voor hun gedrag, hun vitaliteit en een gezonde leefstijl. De gemeente stimuleert dit met een aanbod aan preventieve voorzieningen. Hiermee worden problemen voorkomen of juist snel opgemerkt en aangepakt.

3. De hulpvraag Artikel 3.1.1.D

Voorgestelde wijziging 3.1.1. D Indienen Hulpvraag bij Samen Sterker Thuis [Wmo] Inwoners van 65 en ouder die thuiswonend zijn, een hulpvraag hebben die past bij de Wmo, Wlz of ZvW met een nieuwe hulpvraag op basis van één van deze regelingen, met uitzondering van multi-problem situaties. De inwoner kan deze melding op de volgende manieren doen: • via de mogelijkheden zoals genoemd onder 3.1.1.A en nader uit te werken werkafspraken; • via de reguliere aanmeldprocedures van de deelnemende partners.

Huidige verordening Is in huidige verordening niet opgenomen.

Toelichting Dit is een nieuwe tekst die is toegevoegd in verband met de werkwijze binnen Samen Sterker Thuis.

3.1.2.D.

3.1.2.D Het doel van de melding is om de hulpvraag van de inwoner te onderzoeken. De medewerker van de gemeente gaat op huisbezoek en brengt de situatie in kaart.

3.1.2.D Het doel van de melding is om de hulpvraag van de inwoner in behandeling te nemen. De gemeente bevestigt de melding binnen vijf dagen schriftelijk aan de inwoner en nodigt de inwoner daarbij uit voor een gesprek met een medewerker.

Betreft aangepaste tekst in verband met de werkwijze binnen Samen Sterker Thuis.

Het doel van de melding binnen Samen Sterker Thuis is om de hulpvraag van de inwoner te onderzoeken. Na melding vindt er een triage plaats of de inwoner bij Samen Sterker Thuis op de juiste plek is en wordt er een inschatting gemaakt van de benodigde deskundigheid. Als de inwoner op de juist plek is bij Samen Sterker Thuis vindt er een gesprek plaats met een medewerker van het Samen Sterker Thuis team en wordt de situatie in kaart gebracht. 3.2.2

Verwijderd.

3.2.2 Doel en procedure gesprek [Wmo] Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van het effect dat de inwoner wil bereiken en van zijn persoonlijke situatie. Het gesprek vindt plaats binnen 2 weken na de melding. Bij de start van het gesprek identificeert de inwoner zich met een geldig identiteitsbewijs. Als de inwoner een persoonlijk plan heeft gemaakt, dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek. Als de inwoner dat wil, kan hij iemand (bijvoorbeeld een familielid/mantelzorger) vragen om bij het gesprek aanwezig te zijn.

Doel en procedure van het gesprek voor Wmo is in de nieuwe verordening geregeld in paragraaf 3.1.2.D. Hiermee is het oorspronkelijke 3.2.2 overbodig geworden.

3.2.3.B. derde lid

3.2.3.B Inhoud gesprek 3. Bij een melding voor het Samen Sterker Thuis traject wordt het gesprek gevoerd door een Samen Sterker Thuis professional. In dit team zitten consulenten van de gemeente maar ook medewerkers van de samenwerkingspartners. Tijdens het gesprek wordt er samen met de inwoner gekeken of dit traject passend is, wat de meerwaarde is van het traject en wat er in dit Samen Sterker Thuis traject nodig is. In het gesprek wordt onder andere gekeken vanuit herstelvermogen wat de inwoner zelf kan, dan wel opnieuw kan leren.

Is in huidige verordening niet opgenomen.

Betreft aangepaste tekst in verband met de werkwijze binnen Samen Sterker Thuis.

Pagina 2 van 7

Artikel 3.2.6

Voorgestelde wijziging 3.2.6 Samen Sterker Thuis-plan [Wmo] 1. Binnen het Samen Sterker Thuis traject wordt een plan gemaakt aan de hand van positieve gezondheid. Gedurende 8 tot 12 weken werken de Samen Sterker Thuis-professional en de inwoner samen aan de gestelde doelen. Het Samen Sterker Thuis team bestaat uit medewerkers vanuit verschillende organisaties die domein overstijgend werken. Domein overstijgend werken betekent in dit verband dat de professionals, ongeacht vanuit welke organisatie ze werken, uiteindelijk elke vorm van ondersteuning die nodig is kan worden ingezet.. 2. Een eventuele zorgvraag waar een maatwerkvoorziening voor nodig is die naar voren komt tijdens of na het Samen Sterker Thuis-traject wordt door de Samen Sterker Thuis-professional geïndiceerd (Wmo maatwerkvoorziening, Wlz of ZvW). Wanneer het om een Wmo voorziening gaat geldt de procedure zoals genoemd in 3.2.43. Het Samen Sterker Thuis-plan is een plan van de inwoner en wordt altijd samen met de inwoner gemaakt. De uitvoering van het plan is altijd een samenwerking tussen de Samen Sterker Thuis professional en de inwoner. Hiermee blijft de inwoner “eigenaar” van het plan en de geboden oplossing(en).

Huidige verordening Is in huidige verordening niet opgenomen.

Toelichting Betreft aangepaste tekst over het Samen Sterker Thuis-plan.

3.3.5

3.3.5 Beslistermijn [Jeugdwet, Wmo, Awb] 1. De gemeente beslist binnen 2 weken nadat de aanvraag voor een Wmo maatwerkvoorziening is ontvangen. 2. De gemeente beslist binnen 2 weken op het advies van BZJ over een maatwerkvoorziening Jeugd. 3. De beslistermijn kan schriftelijk uitgesteld worden als de inwoner niet voldoende gegevens heeft verstrekt of als de gemeente de aanvraag niet binnen de termijn kan behandelen.

3.3.5 Beslistermijn [Jeugdwet, Wmo, Awb] 1. De gemeente beslist binnen 2 weken nadat de aanvraag is ontvangen. 2. De gemeente beslist op het advies van BZJ binnen 2 weken. 3. De beslistermijn kan schriftelijk uitgesteld worden als de inwoner niet voldoende gegevens heeft verstrekt of als de gemeente de aanvraag niet binnen de termijn kan behandelen.

Het is nu duidelijker dat het eerste lid betrekking heeft op Wmo en het tweede lid op Jeugd.

3.5.2 eerste lid onder d

3.5.2 Spoedeisende gevallen … d. Het bieden van een voorziening door Samen Sterker Thuis.

Was nog niet opgenomen.

Betreft aangepaste tekst in verband met de werkwijze binnen Samen Sterker Thuis.

Huidige verordening 5.2.3 Beschermd wonen [Wmo] Voor inwoners die een maatwerkvoorziening in de vorm van beschermd wonen nodig hebben, gelden de regels die zijn vastgelegd in de verordening van de gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Doetinchem op 13 november 2018. Deze is te vinden op de website overheid.nl. De gemeente Doetinchem is als centrumgemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van beschermd wonen.

Toelichting Als gevolg van rijksbeleid wordt de Wmo-voorziening Beschermd Wonen met ingang van 1 januari 2022 gefaseerd gedecentraliseerd naar gemeenten. Vanaf 1 januari 2022 zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toegang tot Beschermd Wonen. De criteria voor de toegang tot Beschermd Wonen worden in het nieuwe artikel 5.2.3 vastgelegd. De wijzigingen in de financiële verantwoordelijkheden voor Beschermd Wonen treden op 1 januari 2023 in werking.

5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving Artikel 5.2.3

Voorgestelde wijziging 5.2.3 Beschermd wonen [Wmo] 1. De inwoner kan in aanmerking komen voor beschermd wonen indien: a. de inwoner is aangewezen op een beschermende woonomgeving, gelet op complexe problematiek; b. de complexe problematiek niet voortkomt uit een (acute) crisissituatie waarbij de gemeente nog geen indicatie voor beschermd wonen kan vaststellen;

Pagina 3 van 7

Artikel

Voorgestelde wijziging c. de maatwerkvoorziening(en) begeleiding of dagbesteding, al dan niet gecombineerd met ambulante diensten vanuit de Zorgverzekeringswet, geen passende oplossing bieden; d. het beschermd wonen (mede) gericht is op het in staat stellen van de inwoner om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 2. Een beschermende woonomgeving gaat in het geval van beschermd wonen en beschut wonen gepaard met (noodzakelijk) verblijf in een accommodatie van een aanbieder waar 24-uurs toezicht en dagelijks aangewezen (geplande en ongeplande) ondersteuning wordt geboden. 3. Afhankelijk van de aard en omvang van de complexe problematiek zoals beschreven in het eerste lid onderdeel a, kan onder een beschermende woonomgeving in het geval van beschut wonen of beschermd thuis ook een woning al dan niet in de eigen omgeving worden verstaan. Hierbij wordt het toezicht en de ondersteuning zoals beschreven in het vorige lid in de directe nabijheid geboden. 4. Doetinchem is als centrumgemeente verantwoordelijk voor de betalingen aan de aanbieders. Voor de eigen bijdrage gelden de regels uit de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Doetinchem.

Huidige verordening

Toelichting

5.5

5.5 Weigeringsgronden [Wmo] Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt als: a. de inwoner de gevraagde voorziening vóór de datum van de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de inwoner dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; b. de inwoner de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van het besluit van de gemeente heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij de gemeente daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de gemeente de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.

Is in huidige verordening niet opgenomen.

Met deze nieuwe bepaling wordt een omissie in de huidige verordening hersteld. Een inwoner kan niet voor compensatie in aanmerking komen als deze de maatwerkvoorziening heeft gerealiseerd voordat de inwoner zich bij de gemeente heeft gemeld. Dit heeft met name betrekking op woningaanpassingen. Een uitzondering kan worden gemaakt als de inwoner niet kon wachten (vereiste spoed) of als de noodzaak alsnog achteraf door de gemeente kan worden vastgesteld.

5.6

5.6 Mantelzorg (betekenisvolle naaste)

5.6 Mantelzorg

5.6.1

5.6.1 Ondersteuning en waardering mantelzorger [Wmo] 1. Voor inwoners die mantelzorg geven is er vrij toegankelijke advies of hulp beschikbaar. De gemeente kan indien nodig ook een maatwerkvoorziening voor de hulpontvangende inwoner beschikbaar stellen. 2. De gemeente waardeert de inzet van langdurige en intensieve mantelzorgers voor inwoners met een chronische ziekte, lichamelijke of geestelijke beperking. Daarom stelt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om waardering uit te spreken voor hun inzet en het belang van mantelzorgers voor de samenleving te onderstrepen.

5.6.1 Ondersteuning en waardering mantelzorger [Wmo] 1. Voor inwoners die een betekenisvolle naaste zijn en mantelzorg geven, is vrij toegankelijk advies en hulp beschikbaar. De gemeente kan indien nodig een maatwerkvoorziening voor de hulpontvangende inwoner beschikbaar stellen. 2. De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een chronische ziekte, lichamelijke of geestelijke beperking. Daarom stelt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om waardering uit te spreken voor hun inzet en het belang van mantelzorgers voor de samenleving te onderstrepen.

Om de benaming “Mantelzorg” in lijn te brengen met het visiestuk over Wmo en mantelzorg, en de mantelzorger als “betekenisvolle naaste” is dit begrip hier in de verordening toegevoegd. Dit op advies van de Adviesraad Sociaal Domein. In het gewijzigde artikel wordt in het eerste lid een verband gelegd met het begrip “betekenisvolle naaste”, zoals dit in de visie-notitie over Wmo en Mantelzorg is vastgelegd. In het tweede lid wordt de formulering “langdurige en intensieve” geschrapt. Dit houdt verband met de versoepeling van de criteria voor mantelzorg zoals hieronder beschreven. Dit op advies van de ASD.

Pagina 4 van 7

Artikel 5.6.2 eerste lid onder b

Voorgestelde wijziging Verwijderd.

Huidige verordening b. De mantelzorg wordt intensief en over een langere periode verleend. In ieder geval langer dan drie maanden en/of meer dan 8 uur per week.

Toelichting De criteria om als mantelzorger te kunnen worden aangemerkt zijn versoepeld. De eis dat een mantelzorger tenminste gedurende 3 maanden 8 uur of meer per week mantelzorg moet verlenen is geschrapt. Hierdoor komen meer inwoners die mantelzorg verlenen in aanmerking voor de mantelzorgwaardering.

6. De vorm van de hulp Artikel 6.3.2 (nieuw)

Voorgestelde wijziging Verwijderd.

Huidige verordening 6.3.2. Pgb bij particuliere dienstverlening aan huis [Wmo] Voor de persoon die huishoudelijke hulp verleent vanuit een bemiddelingsbureau hanteert de gemeente een tarief gebaseerd op het Wettelijk minimumloon aangevuld met een vergoeding voor een vrijwillige verzekering voor ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkeloosheid vermeerderd met een vergoeding voor bemiddelingskosten.

Toelichting Deze bepaling had betrekking op de zogeheten Alfahulp. Deze constructie is sinds 1 april 2022 wettelijk niet meer toegestaan.

6.3.3 (nieuw) onder c.

6.3.3 Pgb bij hulp door ZZP-er of zorgaanbieder

Is in huidige verordening niet opgenomen.

De kwaliteitseis voor professionele hulp die wordt vergoed vanuit het persoonsgebonden budget is aangescherpt.

6.3.4 (nieuw) zesde lid

6.3.4 Hoogte en tarief pgb De gemeente hanteert voor een pgb voor vervoer (inclusief rolstoelvervoer) om deel te nemen aan groepsondersteuning een vast tarief. Dit tarief is opgenomen in het Besluit Sociaal Domein.

De gemeente hanteert voor een pgb voor vervoer (inclusief rolstoelvervoer) om deel te nemen aan groepsondersteuning een tarief van € 18,60 per etmaal.

6.4.2 eerste lid onder a.

6.4.2 Mogelijke tegemoetkoming De hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgesteld in het Besluit Sociaal Domein.

Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming wordt uitgegaan van een normbedrag van € 620,- per jaar.

6.4.2 tweede lid onder a en b

6.4.2 Mogelijke tegemoetkoming … 2. De tegemoetkoming voor: a. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel bedraagt maximaal het in het Besluit Sociaal Domein opgenomen bedrag. Deze tegemoetkoming wordt maximaal één keer per drie jaar verstrekt. b. het bezoekbaar maken van een woning bedraagt maximaal het in het Besluit Sociaal Domein opgenomen bedrag. Het gaat om het toegankelijk maken van de woning via de voor- of achterdeur om zo de woonkamer en toilet te bereiken. Dit voor de inwoner die in het weekend naar huis gaat.

a. Aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel bedraagt € 3.500,-. Dit wordt maximaal één keer per drie jaar verstrekt. b. De maximale tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van een woning bedraagt € 2.730,-. Het gaat om het toegankelijk maken van de woning via de voor- of achterdeur om zo de woonkamer en toilet te bereiken. Dit voor de inwoner die in het weekend naar huis gaat.

In de verordening wordt het beleidskader vastgesteld. Het vaststellen van bedragen heeft betrekking op de uitvoering en is een bevoegdheid van het college tenzij de wet anders voorschrijft. Om te voorkomen dat bij elke jaarlijkse wijziging van een bedrag (bijv. i.v.m. indexering) de verordening moet worden aangepast, nemen we bedragen zoveel mogelijk op in nadere regelgeving. Deze nadere regelgeving heeft betrekking op de uitvoering en wordt steeds door het college geactualiseerd. In de verordening wordt het beleidskader vastgesteld. Het vaststellen van bedragen heeft betrekking op de uitvoering en is een bevoegdheid van het college tenzij de wet anders voorschrijft. Om te voorkomen dat bij elke jaarlijkse wijziging van een bedrag (bijv. i.v.m. indexering) de verordening moet worden aangepast, nemen we bedragen zoveel mogelijk op in nadere regelgeving. Deze nadere regelgeving heeft betrekking op de uitvoering en wordt steeds door het college geactualiseerd. In de verordening wordt het beleidskader vastgesteld. Het vaststellen van bedragen heeft betrekking op de uitvoering en is een bevoegdheid van het college tenzij de wet anders voorschrijft. Om te voorkomen dat bij elke jaarlijkse wijziging van een bedrag (bijv. i.v.m. indexering) de verordening moet worden aangepast, nemen we bedragen zoveel mogelijk op in nadere regelgeving.

Deze nadere regelgeving heeft betrekking op de uitvoering en wordt steeds door het college geactualiseerd.

c. Als hulp wordt geboden door een professionele aanbieder, dan geldt de voorwaarde dat deze persoon hiertoe is opgeleid en deskundigheid bezit op het gebied van de hulpvraag van de inwoner en/of zijn stoornis of beperking.

Pagina 5 van 7

Artikel 6.5 vierde lid

Voorgestelde wijziging 6.5 Wat is de bijdrage in de kosten? 4. De inwoner die tegen Wmo-tarief gebruik maakt van het collectief taxivervoer is aan de gemeente een jaarlijkse ritbijdrage verschuldigd. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgelegd in het Besluit Sociaal Domein.

Huidige verordening 6.5 Wat is de bijdrage in de kosten? 4. De inwoner die tegen Wmo-tarief gebruik maakt van het collectief taxivervoer is aan de gemeente een jaarlijkse bijdrage van € 60,- in de kosten verschuldigd.

Toelichting In de verordening wordt het beleidskader vastgesteld. Het vaststellen van bedragen heeft betrekking op de uitvoering en is een bevoegdheid van het college tenzij de wet anders voorschrijft. Om te voorkomen dat bij elke jaarlijkse wijziging van een bedrag (bijv. i.v.m. indexering) de verordening moet worden aangepast, nemen we bedragen zoveel mogelijk op in nadere regelgeving. Deze nadere regelgeving heeft betrekking op de uitvoering en wordt steeds door het college geactualiseerd.

Huidige verordening 8.2 Studietoeslag

Toelichting Dit is een technische wijziging die volgt op het raadsbesluit tot aanpassing van de verordening van december 2021. Bij dat besluit is paragraaf 8.2 met ingang van 1 april 2022 ingetrokken. Daarom kan deze bepaling nu worden geschrapt. Paragraaf 8.3 is vernummerd naar 8.2.

8. Inkomen en schulden Artikel 8.2

Voorgestelde wijziging Verwijderd

Studenten met een beperking hebben soms extra hulp nodig om een opleiding te volgen. Dat is belangrijk omdat de kans op werk met een afgeronde opleiding groter is. Met een studietoeslag krijgt de student een zetje in de rug omdat het inkomen wordt aangevuld. 8.2.1 Doelgroep 1. De studietoeslag is bedoeld voor de student die: a. een MBO-, HBO of WO-opleiding volgt; b. een tegemoetkoming in de schoolkosten of studiefinanciering van DUO krijgt of kan krijgen; c. wel kan werken, maar d. door een beperking niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. 2. De student is 18 jaar of ouder en heeft geen goede financiële buffer. 8.2.2. Vaststellen beperking [PW] 1. Nadat de student een aanvraag heeft ingediend, onderzoekt de gemeente of de beperking van de student zo groot is dat hij niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. De gemeente doet dat aan de hand van gegevens die zij van de student of van andere instanties heeft gekregen. Als die gegevens niet duidelijk genoeg zijn, vraagt de gemeente aan een deskundige om een advies te geven. 8.2.3 Hoogte en duur van de toeslag [PW] 1. De studietoeslag € 350,- per zes maanden en wordt eenmalig als één bedrag uitbetaald. 2. De gemeente bekijkt elk jaar of de studietoeslag verhoogt moet worden. Die verhoging gaat dan in per 1 januari van het jaar erna. 3. Als de student niet meer aan de voorwaarden voldoet, wordt de studietoeslag beëindigd.

Pagina 6 van 7

9. Afspraken tussen inwoner en gemeente Artikel 9.1.1

Voorgestelde wijziging 9.1.1 De rol van de gemeente, Buurtzorg Jong en Samen Sterker Thuis

Huidige verordening 9.1.1 De rol van de gemeente, Buurtzorg Jong

[Jeugdwet, Wmo, PW, Gemeentewet, Awb]

1. De gemeente, Buurtzorg Jong (BZJ)of zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn hulpvraag. Gemeente/BZJ en inwoner gaan daarbij op een gelijkwaardige manier met elkaar om. De dienstverlenende organisatie zorgt voor het volgende:

1. De gemeente, Buurtzorg Jong (BZJ) of Samen Sterker Thuis zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn hulpvraag. Gemeente/BZJ/Samen Sterker Thuis (verder: “de dienstverlenende organisatie”) en inwoner gaan daarbij op een gelijkwaardige manier met elkaar om. De dienstverlenende organisatie zorgt voor het volgende:

[Jeugdwet, Wmo, PW, Gemeentewet, Awb]

Toelichting Betreft aangepaste tekst in verband met het toevoegen van Samen Sterker Thuis.

Voor …etc.

Voor … etc.

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4451/documents/24484