Oplegger Financiele verordening 2025.pdf
Tekst van het document
Oplegger Aan: Cc: Van: Datum Kenmerk: Onderwerp:
Gemeenteraad Auditcommissie Concernstaf 22 januari 2025 Oplegger Financiële verordening 2025
Aanleiding en toelichting De huidige financiële verordening uit 2016 voldoet niet aan landelijke ontwikkelingen en veranderende weten regelgeving. De nieuwe financiële verordening sluit nadrukkelijk aan bij het gewijzigde BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) en de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording. De financiële verordening 2025 vormt een duidelijke doorontwikkeling ten opzichte van de huidige verordening uit 2016. Nieuwe wet- en regelgeving is doorgevoerd, maar ook de rol van de raad is sterker genormeerd met explicietere kaders voor autorisatie, investeringen, rechtmatigheid en informatievoorziening. Waar de huidige verordening vooral hoofdlijnen bevat, biedt de nieuwe verordening een uitgewerkt en juridisch stevig kader voor financieel beleid, beheer en organisatie. Deze oplegger bevat een toelichting op het gelopen proces en een thematisch overzicht van de belangrijkste verschillen tussen de Financiële verordening 2016 en de Financiële verordening 2025. Proces totstandkoming financiële verordening 2025 Vanaf halverwege 2024 is de Auditcommissie het proces gestart om te komen tot een nieuwe financiële verordening. Hierbij is eerst de huidige verordening naast de modelverordening van de VNG gelegd. Al vrij snel is ervoor gekozen om de modelverordening als basis te gebruiken.
In diverse besprekingen in 2024, 2025 en 2026 is deze modelverordening gevuld vanuit de ideeën, overwegingen en wensen van de Auditcommissie. Ook onze nieuwe accountant Stolwijk Kelderman heeft input geleverd voor de nieuwe financiële verordening. Daarbij hebben zij in hun managementletter 2025 benadrukt dat deze verordening met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 in werking moet treden. Dit om te voldoen aan het gewijzigde BBV (voorjaar 2025) op het gebied van de rechtmatigheidsverantwoording. Een eerste concept van de financiële verordening is ook intern gedeeld met het team Financien. Ook zij hebben hun input aangeleverd, die in een vergadering met de Auditcommissie op maandag 19 januari jl. is besproken. Dit heeft nog tot een aantal aanpassingen van de financiële verordening geleid. Gezien het dringende advies van onze accountant wordt de raad voorgesteld om de financiële verordening met terugwerkende kracht te laten in gaan per 1 januari 2025. De terugwerkende kracht is van toepassing op de volgende onderdelen in de nieuwe verordening: paragraaf 3 (de rechtmatigheidsverantwoording), artikel 22 (paragraaf Bedrijfsvoering) en artikel 25 (paragraaf Openbaarheid). Hierdoor voldoet de nieuwe verordening aan de gewijzigde wet- en regelgeving. Wat betreft de andere wijzigingen komen die tot uiting in de producten vanaf het boekjaar 2027.
Dit is ook opgenomen in de toelichting van de verordening onder artikel 32. 1
Belangrijkste wijzigingen (hoofdlijnen) Onderstaand een beknopte opsomming van de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de verordening uit 2016. 1. Karakter en opzet van de verordening De financiële verordening 2025 is inhoudelijk en juridisch zwaarder aangezet dan de verordening 2016. Waar de verordening 2016 vooral kaderstellend op hoofdlijnen was, bevat de verordening 2025 meer expliciete normen, uitgebreidere verantwoordelijkheden en een sterkere aansluiting op het BBV en actuele wet- en regelgeving. 2. Rol van de raad en kaderstelling In de verordening 2025 is de kaderstellende en controlerende rol van de raad explicieter uitgewerkt. De raad stelt niet alleen de programma-indeling vast, maar ook beleidsindicatoren en aanvullende kaders. Daarnaast is de actieve informatieplicht van het college nadrukkelijker vastgelegd. 3. Begroting, autorisatie en investeringen De verordening 2025 bevat uitgebreidere bepalingen over autorisatie van investeringskredieten, prioritering van investeringen en de relatie met de meerjareninvesteringsplanning. Nieuw is de verplichting tot het vaststellen van een aparte nota investeringen. 4. Tussentijdse rapportages en bijsturing Waar de verordening 2016 twee bestuursrapportages kende zonder vaste drempels, introduceert de verordening 2025 genormeerde rapportagemomenten met vastgelegde afwijkingsgrenzen.
Hierdoor wordt tussentijdse bijsturing transparanter en consistenter. 5. Rechtmatigheid en controle Het grootste inhoudelijke verschil betreft de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording. In de verordening 2025 is vastgelegd dat het college zelf verantwoording aflegt over de rechtmatigheid van het financieel handelen, inclusief normen, verantwoordingsgrenzen en rapportage via de paragraaf bedrijfsvoering. 6. Financiële organisatie en interne beheersing De verordening 2025 werkt de financiële organisatie verder uit volgens moderne governanceprincipes, zoals het model van three lines of defense. 7. Paragrafen en beleidsnota’s In de verordening 2025 is de inhoud van de verplichte BBV-paragrafen aangescherpt en aangevuld met nieuwe verplichte paragrafen (bedrijfsvoering en openbaarheid). Daarnaast zijn aanvullende beleidsnota’s verplicht gesteld, zoals een nota investeringen en een nota grondbeleid. 8. Evaluatie en doorontwikkeling Nieuw in de verordening 2025 is een expliciete bepaling over de evaluatie van de financiële verordening. Hiermee krijgt de verordening een cyclisch en lerend karakter en kan deze periodiek worden geactualiseerd.
2