Onderweg naar nieuw minimabeleid.pdf
Tekst van het document
ONDERWEG NAAR NIEUW MINIMABELEID
Gemeente Oude IJsselstreek december 2023
1
Inhoud
1. Voorwoord..........................................................................................................................................3 2. Samenvatting......................................................................................................................................4 3. Inleiding en leeswijzer........................................................................................................................5 4. Inventarisatie......................................................................................................................................6 5. Uitgangspunten voor verbetering.......................................................................................................8 5.1. algemeen.....................................................................................................................................8 5.2. visie..............................................................................................................................................8 6. Oplossingsrichtingen..........................................................................................................................9 6.1. vooraf..........................................................................................................................................9 6.2.
overzichtelijk................................................................................................................................9 6.3. bureaucratie verminderen...........................................................................................................9 6.4. bereik doelgroep........................................................................................................................10 6.5. ontwikkeling..............................................................................................................................10 6.6. regie bij de inwoner...................................................................................................................11 6.7. van tegemoetkoming naar vergoeding......................................................................................11 6.8. inkomensgrens?.........................................................................................................................11 7. Gevolgen...........................................................................................................................................13 7.1. financieel...................................................................................................................................13 7.1.1.
algemeen............................................................................................................................13 7.1.2. proactieve toekenning en uitbetaling/verbetering bereik..................................................13 7.1.3. actualisering bedragen.......................................................................................................14 7.1.4. totaal..................................................................................................................................14 7.2. procedureel...............................................................................................................................15 7.3. personeel...................................................................................................................................15 7.4. administratief............................................................................................................................15 8. Invoering...........................................................................................................................................16
2
1. Voorwoord Het huidige minimabeleid voor inwoners van onze gemeente met een laag inkomen (tot 110% van de bijstandsnorm) is onnodig ingewikkeld. Voor iedere regeling moet je als inwoner een aparte aanvraag indienen. Daar komt bij dat de regelingen vaak niet genoeg zijn voor het toegekende doel. Hierdoor zien we dat vergoedingen niet worden aangevraagd en/of dat inwoners moeite hebben met een aanvraag voor de minimaregelingen. Daar willen we iets aan gaan doen: We vereenvoudigen de beleidsregels en uitvoeringsregels, waardoor ze makkelijker te begrijpen zijn. We verhogen een aantal tegemoetkomingen zodat inwoners vaker goed geholpen worden. Bij een aanvraag kijken we niet meer alleen naar wat gevraagd wordt, maar we gaan direct beoordelen of de aanvrager ook voor andere (jaarlijkse) vergoedingen/tegemoetkomingen in aanmerking komt. Ook gaan we voor volgende jaren beoordelen of de inwoner nog steeds in aanmerking komt voor één of meerdere regelingen. Als de situatie niet is veranderd, kennen we toe zonder aanvraag. We gaan uit van vertrouwen. Door het aantal aanvragen kleiner te maken, verminderen we ook het aantal gevraagde bewijsstukken. Uiteindelijk is het de bedoeling dat Oude IJsselstreek er beter in slaagt om armoede tegen te gaan. Om inwoners beter te stimuleren en te ondersteunen bij gezond opgroeien en gezond leven en bij actief deelnemen aan de samenleving.
Ik hoop dat de maatregelen en de andere aanpak zoals beschreven in deze notitie bijdragen aan onze doelen: gezonde inwoners en een samenleving waarin iedereen kan blijven meedoen.
December 2023 Wethouder John Haverdil
3
2. Samenvatting In deze notitie zetten we een belangrijke tussenstap om het beleid voor inwoners van Oude IJsselstreek met een laag inkomen te verbeteren. Het college heeft eerst gesprekken gevoerd met verschillende personen en organisaties en onderzocht wat de belangrijkste verbeterpunten zijn. De uitkomst van deze gesprekken was: - de regels zijn onoverzichtelijk en onduidelijk; - we bereiken te weinig mensen die wel aan de voorwaarden voldoen; - we moeten onnodige bureaucratie tegengaan en proactief de juiste hulp en ondersteuning bieden; - onze tegemoetkomingen zijn soms onvoldoende, met name als inwoners zelf een deel moeten betalen, en - de uitvoering is op sommige punten afwijkend van de gemeentelijke visie, die uitgaat van vertrouwen. Vervolgens hebben we op basis van de gesprekken en de gemeentelijke visie op het sociaal domein een aantal uitgangspunten en voorstellen voor verbetering geformuleerd. In de eerste plaats vinden we dat de indeling van de regels overzichtelijker en logischer moet. Om onnodige bureaucratie tegen te gaan willen we, zodra we weten dat een inwoner aan de financiële criteria voldoet, direct beoordelen of hij ook voor andere vergoedingen uit het minimabeleid in aanmerking kan komen. We willen ook stimuleren dat hij daar gebruik van maakt, omdat dat past in onze doelstellingen op het gebied van gezondheid en kwaliteit van leven.
In volgende jaren wachten we niet op een nieuwe aanvraag, maar gaan we uit eigen beweging kijken of de inwoner opnieuw in aanmerking komt voor vergoeding van terugkerende kosten. Verder willen we direct het volledige bedrag uitbetalen zodat een inwoner niet steeds terug hoeft te komen als er iets uitgegeven is. Tenslotte willen we vaker afgaan op een verklaring van de inwoner in plaats van bewijsstukken vragen. Via deze veranderingen dringen we niet alleen de bureaucratie terug, maar bereiken we ook meer inwoners met een laag inkomen en geven we beter invulling aan het uitgaan van vertrouwen. De tijd die vrijvalt door het terugdringen van het aantal aanvragen willen we gebruiken om de inwoner die dat nodig heeft hulp en ondersteuning aan te bieden bij het beheren en besteden van het toegekende bedrag. Als het nodig is kunnen we ook de manier van uitbetalen afstemmen op wat nodig is voor de inwoner. Hulp en ondersteuning moet er altijd op gericht zijn dat de inwoner zoveel mogelijk zelf en op termijn zelfstandig bepaalt welke keuzes hij maakt. Tenslotte willen we een aantal bedragen verhogen en in meer gevallen uitgaan van een vergoeding van de volledige kosten. Hiermee willen we voorkomen dat een eigen aandeel in de kosten financiële problemen veroorzaakt of ervoor zorgt dat de inwoner geen gebruik maak van de regeling.
Als ook de raad instemt met de uitgangspunten en voorstellen, gaat het college de beleidsregels uitwerken en vaststellen. We zullen daar ook een raadvoorstel voor wijziging van de individuele inkomenstoeslag aan koppelen. In de laatste fase van besluitvorming zullen we ook een definitief plan maken voor invoering van de wijzigingen en voor het informeren van onze inwoners.
4
3. Inleiding en leeswijzer Al een aantal jaren wordt er in Oude IJsselstreek gesproken over verbetering van het beleid voor inwoners met een laag inkomen (tot 110% van de toepasselijke bijstandsnorm). In dat beleid zijn verschillende regelingen opgenomen om inwoners te helpen met allerlei zaken die wel belangrijk of zelfs noodzakelijk zijn, maar niet op een acceptabele manier uit hun inkomen betaald kunnen worden. In dit document wordt eerst aangegeven wie betrokken zijn bij een inventarisatie van verbeterpunten. Daarbij is ook een opsomming van de belangrijkste punten uit deze inventarisatie opgenomen. Vervolgens wordt een aantal uitgangspunten voor verbetering geformuleerd, die leidend moeten zijn bij de vormgeving van het nieuwe beleid. Deze aanpak is gekozen om te voorkomen dat bij specifieke kostensoorten meerdere keren eenzelfde afweging moet plaatsvinden (en dat de verbetervoorstellen door alle details even onoverzichtelijk worden als de verschillende regelingen). Vervolgens worden voorstellen ter verbetering van de regelingen geformuleerd, die voortvloeien uit de uitgangspunten. Deze voorstellen worden op hoofdlijnen uitgewerkt, net als de verwachte consequenties voor de uitvoering en de benodigde extra budgetten.
Wanneer het college en de raad instemmen met de uitgangspunten en voorstellen zal een invulling van de beleidsregels plaatsvinden, ter vaststelling door het college. Zo nodig zullen daarbij ook een raadvoorstel voor wijziging van de individuele inkomenstoeslag en een voorstel voor de belastingontvanger voor wijziging van de kwijtscheldingsregels opgesteld worden. In die fase zal ook een definitief plan voor invoering van de wijzigingen worden gemaakt en inhoud gegeven worden aan het informeren van onze inwoners.
5
4. Inventarisatie In 2022 is een start gemaakt met het inventariseren hoe tegen het beleid aangekeken wordt en welke verbeteringen wenselijk gevonden worden. In deze inventarisatie is met de uitvoerders van de regelingen gesproken, overlegd met het bestuur van St. Schuldhulpmaatje, van gedachten gewisseld met de Adviesraad Sociaal Domein, een vragenlijst onder het inwonerspanel uitgezet, waarna de uitkomsten doorgesproken zijn met een aantal respondenten, en intern gesproken met vertegenwoordigers van alle raadsfracties, met het college en met het ambtelijk management. Uit de inventarisatie komt vooral naar voren dat het beleid duidelijker en overzichtelijker moet worden, met minder bureaucratische procedures. Verder moeten de bedragen beter afgestemd worden op de behoeften van inwoners en de doelstellingen van de gemeente. Iets uitgebreider omschreven gaat het om de volgende aspecten: 1. Er zijn veel verschillende gemeentelijke regelingen die zich richten op inwoners met een laag inkomen. Het gaat om de individuele inkomenstoeslag, bijzondere bijstand, meedoenregelingen, kindpakket, collectieve aanvullende ziektekostenverzekering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. De regelingen zijn grotendeels samengevoegd in de “Uitvoeringsregels bijzondere bijstand, meedoenregelingen en kindpakket” (verder Uitvoeringsregels).
De individuele inkomenstoeslag en de kwijtschelding zijn buiten de Uitvoeringsregels vastgelegd omdat de bevoegdheid om regels te stellen niet bij het college ligt, maar bij respectievelijk de raad en de gemeentelijke belastingontvanger. Omdat daarnaast de criteria niet voor alle regelingen gelijk zijn, is het geheel onoverzichtelijk en moeilijk te begrijpen. Een kwestie die hiermee samenhangt is de vraag hoe we inwoners die in aanmerking komen voor de regelingen beter kunnen bereiken en informeren. 2. Voor elke voorziening moet een afzonderlijke aanvraag worden ingediend, met alle bewijsstukken die daarbij horen. Voor de meedoenregeling moeten inwoners zich, als de tegemoetkoming besteed wordt in kleinere bedragen, steeds opnieuw melden totdat het maximumbedrag bereikt is. De inspanning die de inwoner en de medewerkers van de gemeente moeten verrichten, staat vaak niet in verhouding tot het bedrag dat ermee gemoeid is. Effect is dan ook dat inwoners zich niet altijd melden als een tegemoetkoming mogelijk is. 3. De laatste jaren wordt steeds duidelijker dat een inkomen op of rond het niveau van een bijstandsuitkering vaak te laag is om op een acceptabele manier in het levensonderhoud te voorzien. Dat betekent dat inwoners voor bijzondere kosten en kosten van deelname aan de samenleving steeds vaker afhankelijk zijn van een bijdrage van de gemeente.
De bedragen, die op grond van de minima-regelingen vergoed worden, vormen meestal een tegemoetkoming in de kosten in plaats van een volledige vergoeding. De inwoner moet dan zijn eigen aandeel in de kosten sparen uit het te lage inkomen òf afzien van de activiteit of aanschaf. In deze gevallen biedt het beleid geen adequate stimulans voor deelname aan belangrijke activiteiten of voldoende hulp bij de aanschaf van noodzakelijke artikelen en diensten.
6
4. Bij een aanvraag worden veel bewijsstukken opgevraagd om te bepalen of aan alle criteria voldaan wordt. Bij vervolgaanvragen gebeurt hetzelfde, ook als vrijwel zeker is dat de (financiële) omstandigheden ongewijzigd zijn. De vraag is hoe deze controle zich verhoudt tot de gemeentelijke visie, die aangeeft dat wij in onze benadering van inwoners uitgaan van vertrouwen. 5. Er zijn in de voorbije jaren enkele tegemoetkomingen in de regeling opgenomen die daar eigenlijk niet in thuishoren. Dat gaat bijvoorbeeld over de inkomenstoeslag voor inwoners van de pensioengerechtigde leeftijd. In plaats van een jaarlijkse toeslag hebben deze inwoners een uitkering/bijstandsnorm die ongeveer € 100 per maand hoger is dan inwoners onder de pensioengerechtigde leeftijd. Ook is de vergoeding van de eigen bijdrage, die alleen bedoeld was voor de eigen bijdrage op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO 2015), in de praktijk uitgebreid naar de inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor de Wet langdurige zorg (WLZ). 6. Bij een aantal gesprekspartners is de wens naar voren gekomen om de doelgroep van de regelingen te verbreden tot een inkomen van 120% of 130% van de toepasselijke bijstandsnorm. Naast deze overall-aspecten zijn er verschillende signalen over specifieke kostensoorten en specifieke procedures ontvangen.
Omdat in dit stadium vooral de hoofdlijnen voor verbetering van belang zijn worden deze specifieke signalen in dit document niet benoemd.
7
5. Uitgangspunten voor verbetering 5.1.
algemeen
5.2.
visie
Uit de aandachtspunten vanuit de inventarisatie vloeit een aantal uitgangspunten rechtstreeks voort: - Het moet duidelijker en overzichtelijker worden welke vergoedingen of tegemoetkomingen mogelijk zijn; - De gemeente moet meer doen/duidelijker communiceren in het streven om alle inwoners met een laag inkomen te bereiken; - Onnodige bureaucratie moet uit de behandelprocedures verdwijnen. De inwoner hoeft geen last te hebben van onze interne organisatie en we moeten die organisatie zo inrichten dat wij snel en efficiënt de juiste hulp en ondersteuning kunnen bieden; - We moeten bij elke tegemoetkoming aandacht hebben voor de vraag of het besteedbaar inkomen van de inwoner wel voldoende is om zijn eigen aandeel in de kosten te betalen; - De mate waarin wij formulieren en bewijsstukken vragen moet in overeenstemming worden gebracht met de gemeentelijke visie op het sociaal domein; - de tegemoetkomingen die niet in de uitvoeringsregels thuishoren, moeten gecorrigeerd worden en via een afbouwregeling uit het beleid geschrapt worden.
De visie van de gemeente Oude IJsselstreek op het sociaal domein, zoals vastgelegd in het document “Naar het hart van de beweging”, geeft ook een aantal aanwijzingen die richtinggevend zijn bij de verbetering van het minimabeleid. Uit de visie op het sociaal domein komt als doelstelling naar voren dat we de gezondheid en kwaliteit van leven van onze inwoners willen verbeteren. Ook bij het beleid voor inwoners met een laag inkomen moet deze doelstelling voorop staan. Bij het invullen van dit doel willen we de inwoner de gelegenheid geven om de regie over zijn eigen leven te voeren. Wij bieden ondersteuning aan voor het geval de inwoner daar behoefte aan heeft en we gaan daarbij uit van de vraag van de inwoner. In onze opstelling naar de inwoner gaan we uit van het vertrouwen dat de inwoner een intrinsieke motivatie heeft om zijn leefsituatie structureel te verbeteren binnen de doelstellingen in het sociaal domein. Vertrouwen is onze basishouding zowel ten aanzien van verstrekte gegevens in de aanvraagfase als ten aanzien van de besteding van verstrekte tegemoetkomingen. Een laatste onderdeel van de visie houdt in dat wij, door te investeren in het verbeteren van de gezondheid en kwaliteit van leven, uiteindelijk minder ondersteuning hoeven te bieden en op langere termijn de kosten van de gemeente beperken.
8
6. Oplossingsrichtingen 6.1.
vooraf
6.2.
overzichtelijk
6.3.
bureaucratie verminderen
De hierna omschreven oplossingsrichtingen hebben niet één op één een rechtstreeks lijntje naar de uitgangspunten. Sommige oplossingsideeën hebben met meerdere uitgangspunten te maken. Zoals al eerder aangegeven zijn de oplossingen alleen in hoofdlijnen uitgewerkt.
Dat de regelingen voor inwoners met een laag inkomen gebaseerd zijn op verschillende wetgeving, vastgesteld kunnen worden door verschillende bestuursorganen en op sommige onderdelen verschillende (wettelijke) voorwaarden kennen, kunnen we niet veranderen. We hebben de indruk dat de onduidelijkheid mede veroorzaakt wordt doordat de Uitvoeringsregels ingedeeld zijn per onderscheiden regeling (individuele inkomenstoeslag, bijzondere bijstand, collectieve aanvullende ziektekostenverzekering, meedoenregeling, kindpakket). Onze inwoners vinden het waarschijnlijk over het algemeen niet zo interessant uit welke wet of regeling iets voortkomt. Het gaat om de tegemoetkoming/ondersteuning die ze kunnen ontvangen. We verwachten dat het geheel overzichtelijker wordt als de beleidsregels ingedeeld worden in a. algemene regels die voor alle tegemoetkomingen gelden, b. specifieke regels voor eenmalige tegemoetkomingen, c. specifieke regels voor terugkerende tegemoetkomingen.
Om de bureaucratie te verminderen willen wij verschillende veranderingen doorvoeren. We denken aan: a. het samenvoegen / gelijktijdig beoordelen van meerdere tegemoetkomingen Bij een aanvraag in de huidige situatie blijft de behandeling vrijwel altijd beperkt tot het gevraagde. Voor een andere regeling of tegemoetkoming moet een andere aanvraag worden ingediend. We kunnen, bijvoorbeeld bij een aanvraag om bijzondere bijstand, ook direct gaan beoordelen of de inwoner en zijn gezinsleden in aanmerking kunnen komen voor andere tegemoetkomingen (denk bijvoorbeeld aan individuele inkomenstoeslag, meedoenregeling en schoolkosten). Dit geeft een forse vermindering van het aantal aanvragen en bewijsstukken, zowel voor de inwoner als voor de gemeentelijke organisatie. b. direct volledig uitbetalen We betalen pas uit als de kosten vaststaan/gemaakt zijn. Voor bijzondere bijstand kunnen we dat niet veranderen, maar voor de meedoenregeling en de tegemoetkoming voor schoolkosten kunnen we het aantal aanvragen, bewijsstukken en administratieve processen verminderen door direct het maximale bedrag uit te betalen. Hierbij gaan we uit van het vertrouwen dat de inwoner het bedrag zal besteden in lijn met de bedoeling van de tegemoetkoming. Door steekproefsgewijze controle borgen we de rechtmatige verstrekking van de tegemoetkomingen.
9
c. het zelf initiëren van een nieuwe beoordeling in het volgende jaar Bij verreweg de meeste huishoudens, die gebruik maken van het minimabeleid, is er sprake van een langer durende of zelfs blijvende situatie. Vaak kan de inwoner een jaar later opnieuw in aanmerking komen voor periodieke tegemoetkomingen. Er kan dan gewacht worden tot er een nieuwe aanvraag komt, maar we kunnen vanuit de gemeente ook zelf het initiatief nemen voor een nieuwe beoordeling. Wanneer we voldoende weten van de situatie van de inwoner kunnen we deze herbeoordeling zelfs volledig ambtshalve afwikkelen. De rechtmatigheid kunnen we borgen met steekproefcontroles achteraf. d. vaker gebruik maken van verklaringen over het voldoen aan de criteria Bij veel inkomstenbronnen, zoals bijvoorbeeld een Wajong-uitkering of een AOW-uitkering, is het erg onwaarschijnlijk dat het inkomen in het volgende jaar plotseling gestegen is tot boven de inkomensgrens. Ook is de kans gering dat men plotseling een aanzienlijk bedrag gespaard, geërfd of gewonnen heeft. In plaats van een aanvraag met alle bewijsstukken zouden we in dit soort gevallen kunnen volstaan met een verklaring van de inwoner dat hij aan alle voorwaarden voldoet. Via een steekproefsgewijze controle achteraf bouwen we dan garanties in voor een rechtmatige verstrekking.
Deze vermindering van bureaucratie geeft mede invulling aan het uitgangspunt dat wij bij onze gedragingen tegenover inwoners uitgaan van vertrouwen.
6.4.
bereik doelgroep
6.5.
ontwikkeling
We willen het bereik van de minimaregelingen verbeteren door in gesprekken met inwoners over andere onderwerpen, bijvoorbeeld energiekosten, periodieke bijstand, re-integratie of schuldhulpverlening, ook aan te sturen op actieve deelname aan de samenleving, met steun vanuit de minimaregelingen. Door de verschuiving van ‘eerst kosten maken en dan een tegemoetkoming aanvragen’ naar ‘direct de maximale tegemoetkoming’ verwachten we meer resultaat van een actieve benadering. Door het proactief herbeoordelen in volgende jaren is de verwachting dat we een eenmaal bereikte inwoner ook in beeld houden.
Actief deelnemen aan de samenleving heeft een positief effect op gezondheid en welzijn van de inwoner. Daarom willen we het minimabeleid beter benutten om die actieve deelname te stimuleren. De tijd die vrijkomt door het verminderen van de bureaucratie willen we benutten om meer persoonlijk contact met de inwoner te hebben. Wanneer dat nodig is willen we de inwoner ook ten aanzien van actieve deelname ondersteuning en eventueel een vorm van (budget-)begeleiding aanbieden. Als wij ondersteuning geven, is die in principe gericht op het verbeteren van de autonomie en eigen regie van de inwoner. We zien de verstrekking van een tegemoetkoming als een ingang om de inwoner beter te leren kennen en sociaal-domein-breed beter van dienst te kunnen zijn. Daarbij hoort ook een op de persoonlijke situatie afgestemde manier van uitbetalen. Het stimuleren van actieve deelname aan de samenleving moet niet beperkt zijn tot bepaalde leeftijdscategorieën. De eerste jaren in het leven van een kind zijn heel bepalend voor de ontwikkeling en voor de binding tussen kind en ouders. We willen daarom de ontwikkeling en het samen actief zijn vanaf de geboorte stimuleren en de leeftijdsgrens van vier jaar opheffen.
10
6.6.
regie bij de inwoner
Wij kunnen de regie over het eigen leven bevorderen door de inwoner meer zelf te laten bepalen hoe en wanneer de tegemoetkomingen ingezet worden. We willen dat doen door de manier van uitbetalen af te stemmen op wat volgens de inschatting van de consulent/begeleider past bij de betreffende inwoner en zijn financiële vaardigheden. De mogelijke manieren zijn: ineens volledig betalen aan de inwoner in termijnen betalen aan de inwoner in delen betalen aan de inwoner, na een signaal van de inwoner in delen betalen aan de inwoner, na het overleggen van bewijsstuk(-ken) (in delen) betalen aan leveranciers / aanbieders Om de inwoner maximale regie te geven gaat de voorkeur uit naar ineens volledig betalen aan de inwoner. We stellen onszelf wel de vraag of dit voor de inwoner de beste manier is en of de inwoner wellicht begeleiding nodig heeft bij het beheer en de besteding van de tegemoetkoming. Begeleiding en een andere manier van betalen kunnen ingezet worden als dat nodig is. Inzet van begeleiding moet zoveel mogelijk gericht zijn op het ontwikkelen van voldoende vaardigheid in het zelfstandig beheren en besteden. De keuzevrijheid van de inwoner wordt verder wel iets ingekaderd. Hoofdlijn blijft dat de tegemoetkoming van de meedoenregeling ingezet wordt voor participatiedoelen en voor het gezinslid voor wie die is toegekend.
Zeker bij kinderen vinden we het belangrijk dat de tegemoetkoming echt aan de kinderen ten goede komt. We gaan dit zoals al eerder aangegeven steekproefsgewijs controleren. Wanneer wij in het contact met de inwoner constateren dat de besteding niet in overeenstemming met deze kaders is, proberen wij het gedrag van de inwoner te beïnvloeden. Indien nodig vallen wij terug op het alleen uitbetalen na overleggen van een bewijsstuk van besteding binnen de kaders. Ook het stopzetten van de tegemoetkoming behoort tot de mogelijkheden.
6.7.
van tegemoetkoming naar vergoeding
6.8.
inkomensgrens?
De in de Uitvoeringsregeling genoemde bedragen zijn de laatste twee jaren wel geïndexeerd, maar in de jaren daarvoor zijn ze een aantal jaren op hetzelfde niveau gebleven. Met de inflatie van de laatste periode en de hogere energielasten in het achterhoofd willen wij een aantal bedragen verhogen. Daarbij denken we met name aan de jaarlijkse bedragen van de individuele inkomenstoeslag, de meedoenregeling en het kindpakket. Met deze verhoging willen we het gebruik van de regelingen bevorderen en voorkomen dat inwoners van iets belangrijks afzien vanwege de consequenties voor hun financiële situatie. Bij incidenteel voorkomende kosten willen wij uitdrukkelijk afwegen of de inwoner in staat is om een resterend eigen aandeel in de kosten op te brengen.
Naar aanleiding van de inventarisatie is overwogen of de inkomensgrens verhoogd zou moeten worden naar 120% of 130% van de toepasselijke bijstandsnorm. Afgaande op de CBS-gegevens wordt de potentiële doelgroep van de regelingen daarmee verhoogd van ongeveer 1500 huishoudens bij 110% naar ongeveer 2100 huishoudens bij 120% of 2600 huishoudens bij 130%. Ervaring in andere gemeenten leert dat het verhogen van de inkomensgrens niet direct leidt tot een evenredige toename van het aantal aanvragen, omdat de betreffende huishoudens niet gewend zijn
11
om bij de gemeente aan te kloppen en logischerwijs net iets meer mogelijkheden hebben om zelf een oplossing te realiseren. Zoals uit dit document blijkt ziet het college ook zonder uitbreiding van de doelgroep voldoende ruimte voor verbetering. Door een actieve benadering en verhoging van bedragen kunnen we het bereik onder inwoners met het laagste inkomen vergroten en het maatschappelijk effect van de minimaregelingen verbeteren, terwijl de verhoging van de daarvoor benodigde structurele budgetten acceptabel blijft. Bij een uitbreiding van de doelgroep naar 120%, in combinatie met de voorgestane proactieve benadering van inwoners, verwachten wij op termijn een structurele verhoging van de directe uitgaven met € 450.000 tot € 500.000 per jaar. Daarnaast zal voor de uitvoering een uitbreiding met ongeveer 3 Fte nodig zijn, verdeeld over meerdere functies. Bij uitbreiding naar 130% komen daar nog vergelijkbare bedragen en aantallen bij. Er is daarom een voorkeur om de bestaande inkomensgrens te handhaven en een verhoging van de inkomensgrens verhoging niet als oplossingsrichting te kiezen. Voor inwoners met een inkomen net boven de inkomensgrens, die door omstandigheden toch in de problemen komen, willen wij de draagkrachtregeling verruimen. Nu geldt die regeling alleen voor bijzondere bijstand, maar we willen dat uitbreiden naar het hele minimabeleid.
Dit kan betekenen dat na besteding van de draagkracht aanvullend voor een deel van de kosten een tegemoetkoming wordt verleend, die op de hoogte van het inkomen is afgestemd. Verder kan in heel bijzondere omstandigheden wellicht met toepassing van de hardheidsclausule ook bij aanwezigheid van draagkracht toch hulp en ondersteuning geboden worden.
12
7. Gevolgen 7.1.
financieel
7.1.1.algemeen
Bij de inschatting van de gevolgen van de voorgestelde wijzigingen is uitgegaan van de verstrekkingen in 2022. Hiervoor is gekozen omdat dit ten tijde van de berekening het meest recente volledige uitvoeringsjaar is, zodat er geen extra omrekening naar een jaar hoeft plaats te vinden en schommelingen in de loop van een jaar ingecalculeerd zijn.
7.1.2.proactieve toekenning en uitbetaling/verbetering bereik
Het op eigen initiatief van de gemeente en samengevoegd/gelijktijdig (her-)beoordelen van het recht op jaarlijks terugkerende tegemoetkomingen zal leiden tot een verhoging van het gebruik van de regelingen. In de volgende tabel is het bereik van de meedoenregeling en de schoolkostenregeling in 2022 weergegeven. Ter vergelijking is ook -bij benadering- het aantal volwassenen en kinderen vermeld dat van een bijstandsuitkering leeft en van wie we dus al zeker weten dat het gezinsinkomen lager is dan 110%. Naast het aantal inwoners met een bijstandsuitkering is ook het percentage vermeld dat gebruik maakte van de meedoenregeling. In de laatste kolom is het aantal huishoudens in Oude IJsselstreek vermeld dat volgens het CBS leeft van een gezinsinkomen tot 110%. Ook hier is naast het aantal inwoners het percentage vermeld dat gebruik van de regeling maakt.
volwassenen kinderen kinderen
meedoen 235 126
schoolkosten
325
bijstand 650 400 400
37 32 81
%
CBS 1500 500 500
16 25 65
%
Het aantal inwoners dat gebruik maakt van de meedoenregeling is minder dan 40% van het aantal inwoners met een bijstandsuitkering. Bij de schoolkosten is het gebruik met 80% van de kinderen in bijstandsgezinnen beduidend hoger, maar bij de meedoenregeling voor kinderen is het gebruik maar 30%. Het is duidelijk dat binnen de bestaande doelgroep nog heel veel inwoners wel onder de inkomensgrens leven, maar geen beroep doen op alle mogelijkheden van de regelingen. Er kan dus nog veel gedaan kan worden om het bereik te verbeteren. Met vergroting van het bereik brengen we het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen rond gezondheid en kwaliteit van leven voor onze inwoners dichterbij. Met een proactieve en stimulerende benadering verwachten wij dat de wijzigingen zullen leiden tot een verdubbeling van het bereik en de uitgaven voor meedoen. Ook voor incidentele vergoedingen verwachten we een groter bereik, omdat de vergoedingen beter afgestemd zijn op de werkelijke kosten en de inwoners minder vaak zelf een eigen aandeel in de kosten moeten leveren. De verwachting is dat inwoners daardoor eerder gebruik maken van de mogelijkheden. Proactief beoordelen en gebruik stimuleren zal met name effect hebben op het gebruik van de meedoenregeling.
Gezien het huidige lage gebruik (235 volwassenen en 126 kinderen) moet rekening gehouden worden met tenminste 100 extra volwassenen en 150 extra kinderen. Bij de verhoogde tegemoetkoming geeft dit extra uitgaven van € 62.500.
13
Ook bij incidentele tegemoetkomingen zal het bereik groter worden. Inwoners die nu afzien van een aanvraag vanwege het bedrag dat zij zelf moeten bijdragen, zullen geneigd zijn om eerder/vaker gebruik te maken van de mogelijkheden. Verder zullen inwoners die niet goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden bij een proactieve aanpak wel een beroep op de regelingen gaan doen. Alles bij elkaar wordt op termijn een stijging met € 100.000 tot € 125.000 voorzien. Omdat de stijging geleidelijk zal verlopen wordt verwacht dat in 2024 een extra bedrag van € 75.000 zal worden uitgegeven.
7.1.3.actualisering bedragen
individuele inkomenstoeslag In 2022 is de inkomenstoeslag in totaal 565 keer uitbetaald, tot een totaalbedrag van € 245.724. In 103 gevallen betrof dit een inwoner van 67 jaar of ouder en het totaalbedrag voor deze groep was € 43.270. In de leeftijdscategorie 21 tot 67 jaar waren er 462 verstrekkingen met een totaalbedrag van € 202.454. Bij een gemiddelde verhoging met € 75 en afgerond ongeveer 450 huishoudens onder de pensioengerechtigde leeftijd komen we op een bedrag € 35.000 extra. 1 meedoenregeling Op grond van de meedoenregeling krijgen in de huidige uitvoering (2022) 235 volwassenen en 126 kinderen een bedrag van -maximaal- € 148. We gaan uit van een verhoging van de tegemoetkoming naar € 250. De verhoging leidt dan afgerond tot meeruitgaven van € 37.500. schoolkosten In 2022 kregen 326 kinderen een tegemoetkoming voor schoolkosten. Als we de tegemoetkomingen allemaal met € 50 verhogen geeft dat extra uitgaven van € 17.500. incidentele kosten Deze verhogingen zijn nauwelijks in te schatten omdat ze op heel veel verschillende zaken betrekking hebben. Een aanzienlijke post zit wel op het gebied van zwemlessen. In 2022 is voor 55 kinderen een bijdrage aan zwemlessen gegeven. Per kind zal het verhogen naar de werkelijke prijs ongeveer € 300 tot € 400 gaan kosten. In totaal komt dat dan op ongeveer € 20.000.
Als voor alle overige incidentele kosten een zelfde totaalbedrag meegerekend wordt, komt dat op een verhoging van € 40.000 totaal.
7.1.4.totaal Het totaal van de meeruitgaven voor 2024 ziet er dan als volgt uit: Individuele inkomenstoeslag Meedoen Schoolkosten Incidentele tegemoetkomingen Groter bereik
35.000 37.500 17.500 40.000 75.000
Totaal
205.000
1
Voor inwoners van de pensioengerechtigde leeftijd willen we de toeslag -geleidelijk- afschaffen. Het ligt niet voor de hand om deze toeslagen dan nog te verhogen. Daarom zijn deze niet in de raming meegenomen.
14
Deze uitgaven passen binnen de begroting 2024. Na 2024 kunnen de extra uitgaven nog oplopen naar € 230.000 tot € 255.000 per jaar.
7.2.
procedureel
7.3.
personeel
7.4.
administratief
De voorgestelde aanpak zorgt bij jaarlijks terugkerende kosten voor een lager aantal aanvragen en een andere inhoud van het (her-)beoordelingsproces. De beoordeling is niet alleen gericht op een specifiek gevraagde tegemoetkoming, maar ook op andere mogelijke vergoedingen. Gezien het hoofdlijnenkarakter van dit document zijn deze gevolgen niet verder uitgewerkt.
De wijzigingen zorgen ervoor dat het minimabeleid verandert van voornamelijk behandeling op basis van een schriftelijke aanvraag en bewijsstukken naar een element in de integrale ondersteuning van inwoners die dat nodig hebben, met een directere binding aan de doelen van het sociaal domein. We verwachten dat er tijd vrijgespeeld wordt door het wegvallen van aanvragen en vervolg-aanvragen, maar die tijd zal zeker nodig zijn om goed met de inwoners in contact te zijn. Ook zullen aanvragen in de opstartfase leiden tot een uitgebreidere beoordeling dan voorheen, terwijl het effect van minder aanvragen nog niet merkbaar is. Vooralsnog gaan we ervan uit dat de plussen en de minnen elkaar opheffen, maar we zullen dat in de praktijk moeten ervaren. Wellicht zal in de praktijk ook naar voren komen dat medewerkers een training nodig hebben om hun gewijzigde werkzaamheden uit te voeren.
De wijzigingen brengen een aanpassing van werkinstructies en administratieve processen met zich mee, die in de verwerking ingewikkeld zal blijken te zijn omdat uit één werkproces verschillende registraties en betalingen voort kunnen vloeien. Dit vergt een heel zorgvuldige implementatie en waarschijnlijk een herinrichting van het zaaksysteem en het uitkeringensysteem. Als we er op termijn voor kiezen om de verschillende tegemoetkomingen samen te voegen tot één, zullen de systemen zeker aangepast moeten worden.
15
8. Invoering
Het zal niet mogelijk zijn om alle beschreven verbeteringen van het éne moment op het andere door te voeren. Om de werkzaamheden door het jaar heen te verdelen willen we de peildatum voor de individuele inkomenstoeslag aangrijpen om de nieuwe aanpak te starten. Wanneer de werkdruk het noodzakelijk maakt om prioriteiten te stellen willen we die prioriteit leggen bij huishoudens met kinderen.
16