Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen-Geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
Ook bij de nadere uitwerking, na het vaststellen van het bestemmingsplan, is ruimte voor participatieve processen. Bijvoorbeeld bij de inrichting van het noordelijke deel waar natuurontwikkeling zal plaatsvinden. In het algemeen geldt dat het niet mogelijk is om bij de ontwikkeling van een plan iedereen te laten meedenken en meebepalen. De bestemmingsplanprocedure biedt echter wel de mogelijkheid aan een ieder om zijn zienswijze over het plan kenbaar te maken. Daarmee zijn transparantie en samenspraak voldoende gewaarborgd.
17
conclusie en voorstel college a t/m i. Deze onderdelen van de zienswijze leiden niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 10. Gelderse Natuur en Milieufederatie. Gevestigd op Oude Kraan 72, 6811 LL in Arnhem. Ingekomen op 26 november 2020 (pro-forma) en 10 december 2020 (inhoudelijk). samenvatting zienswijze a. Indiener constateert dat de bron van de Seesinkbeek midden in het plangebied ligt. Concreet stelt indiener dat effecten als gevolg van bemaling en ontwatering onderbelicht zijn. Uitgangspunt moet zijn dat water wordt geborgen in plaats van afgevoerd, bronbemaling niet moet worden toegestaan en er een verbod moet zijn op ondergronds bouwen en het uitvoeren van diepere graafwerkzaamheden. Volgens indiener is de vraag of het gebied door de hydrologie wel geschikt is voor een bedrijventerrein. b. Wat betreft landschap beschrijft indiener diverse kenmerken van het plangebied met een bijzondere waarde, zoals eenmansesjes en landschapsstructuren in de vorm van groenopstanden, steilrandjes en zandpaadjes. Het gebied Hofskamp is door Stichting Achterhoek weer Mooi aangewezen als landschapsmonument. Indiener ziet, wat betreft het deel van het plangebied dat wordt ontwikkeld tot bedrijventerrein, niet in hoe de landschapskwaliteiten en kansen zijn vertaald in het bestemmingsplan. Volgens indiener verdwijnt een fraai landelijk gebied door de geplande bebouwing.
Voorwaarden om lichtvervuiling te beperken/voorkomen ontbreken volgens indiener. c. Indiener stelt dat het plangebied een relatief hoge ecologische waarde heeft. De zienswijze bevat een opsomming van bijzondere flora en fauna die zijn waargenomen. Concreet constateert indiener dat het natuuronderzoek zich beperkt tot een quickscan met een summiere veldtoets. Indiener stelt in dat kader dat nog niet is aangetoond dat het plan uitvoerbaar is gelet op de Wet Natuurbescherming. d. Met betrekking tot de natuurbestemming nabij de Boven Slinge vindt indiener het positief dat de ecologische verbindingszone (EVZ) hiermee beter wordt geborgd. Het huidige extensieve gebruik en beheer van de betreffende agrarische gronden kan daarmee niet meer worden omgezet naar intensiever gebruik. Wel pleit indiener voor ervoor om substantieel hectares toe te voegen aan de EVZ vanwege de ruimtelijke impact van het bedrijventerrein. In dat kader stelt indiener dat het voor de hand ligt de als ‘groen’ bestemde zone direct ten noorden van het bedrijventerrein toe te voegen aan de EVZ. e. Indiener ziet graag dat het plan meer natuur- en landschapsinclusief wordt. Hierbij noemt indiener onder andere maatregelen die bijdragen aan verblijf en beschutting voor diersoorten, het zorgvuldig inpassen van natte elementen en het rekening houden met cultuurhistorische elementen. f.
Indiener stelt dat de geraamde behoefte uit het Regionaal Programma Werklocaties onzeker is gelet op de gehanteerde groeiscenario’s. Volgens indiener gaat het definitief reserveren van een oppervlakte tot 50 hectare een stap te ver en valt daarmee ook de druk op revitalisering en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen weg. Concreet stelt indiener dat er vanuit duurzaam ruimtegebruik eerst een beperking tot 10 hectare in het bestemmingsplan moet worden opgenomen, met een wijzigingsbevoegdheid om deze oppervlakte later te vergroten. g. Indiener ziet graag een antispeculatiebeding opgenomen in het plan om speculatie met bijbehorende gevolgen voor de prijzen, ruimteclaims en druk op nieuw uit te geven terreinen te voorkomen. h. Indiener constateert dat duurzaamheid op het gebied van materiaalkeuze, energie, gedeelde voorzieningen en mobiliteit niet zijn geborgd in het bestemmingsplan en verzoekt dit wel op te nemen in het plan. Onder meer door zonnepanelen op daken verplicht te stellen en duurzame bedrijven een voorkeursbehandeling te geven. i. Indiener wijst op de geplande biovergister AGroGas op bedrijventerrein Hofskamp-Oost II, aangrenzend aan het plangebied. Indiener vindt grootschalige mestverwerking geen duurzame oplossing. Volgens indiener kan Hofskamp-Oost III geen goedkeuring krijgen zolang de biovergister mogelijk is, gelet op risico’s voor mens en milieu.
18
j. Wat betreft het stikstofonderzoek stelt indiener dat wordt uitgegaan van een onjuiste referentiesituatie door het beweiden en bemesten mee te nemen. Hierdoor wordt volgens indiener onterecht gesteld dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Daarom is volgens indiener een passende beoordeling en me.r. nodig. reactie college a. Bij aanvang van het onderzoek werd inderdaad verondersteld dat er een bron in het gebied aanwezig zou zijn. Tijdens het veldwerk is daar naar gezocht, maar de bron is niet gevonden. Dit staat ook vermeld in paragraaf 2.5 van de watertoets. Waarschijnlijk ligt er wel een bron net ten oosten van het plangebied. Er ligt in ieder geval niet een permanente bron binnen het plangebied die de Seesinkbeek voedt, dan zou dit zijn waargenomen. Indieners beschrijven verder ook de regionale kwel- en grondwaterstroming, deze voedt inderdaad het bekenstelsel. Dit betreft echter een regionale stroming, die wordt niet aangetast door het plan. Ten opzichte van verdroging is er geen risico. Het regenwater wordt geborgen en geïnfiltreerd in het plangebied door toepassing van wadi’s en infiltratievoorzieningen. Mocht niet al het water infiltreren, dan wordt er vertraagd afgevoerd via de ‘landelijke afvoernorm’.
Dit zorgt ervoor dat de vertraagde afvoer niet groter is dan dat er natuurlijk zou worden afgevoerd via het oppervlaktewater. Daarmee wordt er hydrologisch neutraal ontwikkeld. De beschrijving van drie verschillende watersystemen duidt erop dat de watergangen rondom het plangebied in drie richtingen afstromen. Op het oppervlaktewatersysteem en de afvoer hebben de plannen geen invloed. Wat betreft grondwaterbemaling geldt dat dit aspect niet wordt geregeld in het bestemmingsplan. Mocht een bemaling nodig zijn, dan heeft het waterschap daar regels voor (in de keur), om al dan niet een vergunningaanvraag of melding te doen. Bij bezwaar tegen die regels of bezwaar op een melding/vergunningsaanvraag van een bronbemaling in het plangebied, kan daar op dat moment bij het waterschap op gereageerd worden. Tot slot is permanente bemaling, om bv kelders droog te houden, niet toegestaan. b. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan is in het kader van het Regionaal Programma Werklocaties zorgvuldig onderzocht welke oppervlakte nieuw bedrijventerrein noodzakelijk is om in de economische behoefte voor de komende jaren te voorzien. Uit ruimtelijk oogpunt is de beoogde locatie, direct aangrenzend aan het bestaande bedrijventerrein en de N318, de meest passende locatie.
Hoewel er begrip is voor de waardering die indiener heeft voor het huidige landschap, leidt het bestemmingsplan op basis van de hiervoor beschreven behoefte aan het bedrijventerrein onvermijdelijk tot het verdwijnen van het huidige agrarische gebied en enkele kenmerken van bijzondere waarde. Het plan bevat echter wel de ambitie om een bedrijventerrein met een groene en hoogwaardige uitstraling te realiseren. Dit is vastgelegd in de stedenbouwkundige opzet en het beeldkwaliteitsplan. Tot slot wordt gelijktijdig met het plan voor het bedrijventerrein geïnvesteerd in behoud en ontwikkeling van de EVZ nabij de Boven Slinge. c. Indiener constateert terecht dat het natuuronderzoek in het ontwerpbestemmingplan nog onvolledig was. Inmiddels is er voor diverse soorten aanvullend natuuronderzoek verricht, waarbij in beeld is gebracht onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is in het kader van de Wet Natuurbescherming. Aanvullend onderzoek naar de steenuil zal in 2021 nog plaatsvinden, vooruitlopend daarover kunnen en zullen alvast maatregelen door deze soort worden genomen. d. Het is goed om te constateren dat de opgenomen bescherming van de EVZ nabij de Boven Slinge door de bestemming ‘Natuur’ door indiener wordt gewaardeerd.
Wat betreft de als ‘Groen’ bestemde zone direct ten noorden van het bedrijventerrein geldt dat bij de nadere uitwerking van dat gebied zeker zal worden gekeken naar samenhang en kansen om de EVZ als geheel te versterken. Een natuurbestemming op deze groene zone is echter (nog) niet passend, omdat niet zeker is dat het accent is dit gebied ook op natuurlijke waarden komt te liggen. e. Uiteraard wordt de wens van indiener om het bedrijventerrein zoveel mogelijk natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen onderschreven. Het bestemmingsplan is echter niet het juiste
19
instrument om de maatregelen die indiener noemt in vast te leggen. Het bestemmingsplan is namelijk gebaseerd op toelatingsplanologie. Ook past het detailniveau van de genoemde maatregelen niet in het bestemmingsplan. Bij de realisatie van het bedrijventerrein zal zeker aandacht worden besteed aan natuur- en landschapsinclusieve aanleg. Ook bij de uitgifte aan bedrijven wordt natuurinclusief bouwen gestimuleerd. Er wordt graag ingegaan op het aanbod van indiener om daarover nader in gesprek te gaan. f. In het Regionaal Programma Werklocaties is gekeken naar hoge en lage conjunctuurscenario’s voor middellange en lange termijn. Dat moet ook, omdat de ontwikkeling van een bedrijventerrein ook voor de middellange tot lange termijn is. Vandaar dat de plannen voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen vanuit Varsseveld oostwaarts in de richting van Aalten al uit de jaren ’90 dateren. Dat is ook steeds in zowel provinciale als gemeentelijke plannen vastgelegd. Juist om de ruimtelijke ordening zowel kwantitatief als kwalitatief vorm te geven. Vanuit die optiek is ook de opmerking in het RPW gemaakt dat er op de lange termijn gekeken moet worden naar in totaal 50 hectare. Van die 50 hectare wordt aangeraden om nu al te beginnen met het ontwikkelen van 35 hectare bruto op Hofskamp Oost III. Economisch zijn er altijd pieken en dalen, zoals nu met de coronacrisis.
De vraag is echter allereerst op welke economische sector de coronacrisis effect gaat hebben. Dat is in 2020 vooral op sectoren als toerisme, horeca en kunst en cultuur geweest. De maakindustrie ondervindt er over de hele linie bezien op dit moment maar zijdelings last van. Bovendien gaat het in het RPW niet om de conjuncturele schommelingen, maar om de trend over een langere periode. Die is voor Oude IJsselstreek en Varsseveld in het bijzonder als positief gewaardeerd. Zowel in het lage als in het hoge groeiscenario wordt er uitgegaan van groei en dus een vraag naar ruimte. Die ruimte is alleen beschikbaar op het nieuwe bedrijventerrein Hofskamp Oost III, omdat alle andere bedrijventerreinen in Oude IJsselstreek zo goed als uitverkocht zijn. Dat is met name te danken aan de sterke ontwikkeling die de maakindustrie in de regio en dan vooral in Varsseveld doorgemaakt heeft. Vandaar dat er binnen het RPW ingezet moet worden op het werkmilieu maakindustrie voor het nieuwe bedrijventerrein. Concreet is op basis van een aantal onderdelen binnen het RPW sterk geadviseerd om een nieuw bedrijventerrein in Varsseveld te ontwikkelen a) Grondverkopen. De gronden op de bestaande bedrijventerreinen in Oude IJsselstreek zijn bijna allemaal verkocht. Naar de resterende gronden is veel vraag. Die vraag wordt concreet omgezet in reserveringen, opties en uiteindelijk ook verkopen.
Daaruit blijkt dat er een vraag is vanuit de markt en het aanbod aan gronden heel beperkt is. Zelfs op andere bestaande en volgebouwde bedrijventerreinen in de gemeente Oude IJsselstreek is er vanuit het bedrijfsleven vraag naar uitbreidingsmogelijkheden. De druk op revitalisering van bestaande bedrijventerreinen blijft en is daarom ook opgenomen in het RPW. De gemeente Oude IJsselstreek heeft in haar begroting ook aangegeven hier voor de komende jaren financiën aan te besteden. Het bieden van uitbreidingsruimte is dus, ondanks revitalisering, alleen maar te realiseren via een nieuw bedrijventerrein. Dit is overigens een beeld dat in de hele Achterhoek te zien is (en dus kunnen bedrijven ook niet uitwijken naar een andere gemeente als ze dat al willen), maar volgens het RPW specifiek voor Varsseveld geldt. b) Groei werkgelegenheid. In de afgelopen jaren is de werkgelegenheid in Varsseveld met liefst 22% gegroeid. Daarmee behoort Oude IJsselstreek tot de top 3 gemeenten in Gelderland met de sterkste werkgelegenheidsgroei. Dat geeft een beeld over de economische dynamiek van de afgelopen jaren. c) Bedrijven in Varsseveld behoren landelijk tot de innovatieve koplopers. Er zijn bovengemiddeld veel bedrijven in Varsseveld die op allerlei terreinen tot de innovatieve top van Nederland horen op het gebied van duurzame productie, robotisering en digitalisering.
Denk aan 247Tailorsteel en Van Raam. Deze bedrijven hebben als gevolg van toenemende duurzame productie, robotisering en digitalisering meer ruimte nodig. Door al deze factoren te combineren en ruimtelijk op één plek in te passen, ontstaat juist duurzaam ruimtegebruik voor economische dynamiek.
20
g. Het standpunt van indiener wordt onderschreven. Het gevraagde antispeculatiebeding maakt nu al onderdeel uit van de algemene uitgiftevoorwaarden van Oude IJsselstreek die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Deze bepaling is toegepast bij de uitgifte van de huidige nieuwbouwkavels en dit zal ook bij de uitgifte van de kavels op Hofskamp-Oost III/Het VIP gebeuren. h. In het proces naar het bestemmingsplan toe zijn hoge duurzaamheidsambities vastgesteld door de gemeenteraad. Met het vaststellen van deze ambities is richting gegeven aan toekomstige ruimtelijke en niet-ruimtelijke invulling. Niet alles kan vooraf worden vastgelegd om de ambities te garanderen. Waar dit wel kan gebeurt dat uiteraard wel. Zo wordt het beeldkwaliteitsplein tegelijkertijd met vaststelling van het bestemmingsplan toegevoegd aan de welstandsnota, waarmee deze naast een inspiratiedocument ook een toetsingskader vormt bij vergunningverlening voor bouwende partijen. Daarnaast is bij de invulling van het bestemmingsplan rekening gehouden met de verschillende duurzaamheidsthema’s. De groene wegenstructuur en de natuurontwikkeling in het noorden van het plangebied zijn hier uitwerkingen van. Tot slot worden ondernemers in dit proces in een vroeg stadium meegenomen. Wat betreft het bestemmingsplan geldt dat het daarin opnemen van concrete bepalingen cq.
verplichtingen over zaken als energie, mobiliteit, materiaalkeuze en gedeelde voorzieningen niet passend of toegestaan is. Het bestemmingsplan gaat uit van toelatingsplanologie. Wat betreft zonnepanelen geldt dat via stedenbouwkundige bepalingen de randvoorwaarden hiervoor kunnen worden gecreëerd (bijvoorbeeld door bepalingen over dakoriëntatie). Nu de gebouwen op het bedrijventerrein overwegend een plat dak zullen krijgen, wordt daarvoor geen aanleiding gezien. Tot slot draagt het opgenomen stikstofdepositieplafond uiteraard wel bij aan een duurzame ontwikkeling, vanwege het stimulerende effect daarvan op het gebruik van duurzame energie. i. De PR10-6 contour wordt in het vast te stellen bestemmingsplan alsnog opgenomen, zie ook de thematische beantwoording over AGroGas. De realisatie van het bedrijventerrein Hofskamp-Oost III staat hiermee echter niet ter discussie, omdat de contour gelegen is op de gronden van AgroGas zelf dan wel op een klein gedeelte van de naastgelegen kavel op het bestaande bedrijventerrein HofskampOost II. De contour strekt zich niet uit over de gronden van Hofskamp-Oost III en vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het nieuwe bedrijventerrein.
Wat betreft het standpunt van indiener over grootschalige mestvergisting en de noodzaak van een transitie naar een natuurinclusieve kringloop landbouw geldt dat deze ter kennisgeving wordt aangenomen. AGroGas beschikt over een onherroepelijke omgevingsvergunning en is daarmee gerechtigd om te starten met de realisatie van de vergister. conclusie en voorstel college a en b. Deze onderdelen van de zienswijze leiden niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. c. Het aanvullend natuuronderzoek wordt toegevoegd aan het bestemmingsplan. d t/m h. Deze onderdelen van de zienswijze leiden niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Wel gaat de gemeente met betrekking tot natuur- en landschapsinclusief bouwen graag in gesprek met indiener om de mogelijkheden in de realisatiefase te bespreken. i. Zie beantwoording thema 1: Effectafstanden biovergister AGroGas. G. Overzicht wijzigingen n.a.v. de zienswijzen Voor de volledigheid wordt hieronder een overzicht gegeven van alle wijzigingen aan het bestemmingsplan als gevolg van de zienswijzen.
De plaatsgebonden risicocontour van AGroGas en een verantwoording van het groepsrisico worden opgenomen. Paragraaf 4.5 van de plantoelichting (Bedrijven en milieuzonering) wordt uitgebreid met een onderbouwing dat het bedrijventerrein bestaande bedrijven niet hindert of beperkt.
21
Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt aangepast met betrekking tot de gehanteerde oppervlakte voor emissie van fijnstof. In het definitieve bestemmingsplan worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen de bestemming 'Groen' naast de woning Aaltenseweg 105 beperkt. Het aanvullend natuuronderzoek wordt toegevoegd aan het bestemmingsplan.
H. Ambtshalve wijzigingen Naast genoemde wijzigingen als gevolg van de zienswijzen wordt ook aanleiding gezien voor enkele ambtshalve wijzigingen. Dit betreffen uitsluitend wijzigingen in de toelichting van het bestemmingsplan en bijbehorende onderzoeksrapporten.
Na terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is een nieuwe versie van de Aerius Calculator (2020) uitgebracht. Het onderzoek naar stikstofdepositie is met deze nieuwe versie geactualiseerd. Dit heeft niet geleid tot andere conclusies. In de onderzoeken naar stikstofdepositie en luchtkwaliteit wordt verwezen naar een wijzigingsbevoegdheid om bedrijven met stikstofemissie toe te staan. Dit betreft echter een afwijkingsbevoegdheid. Dit is aangepast in beide rapporten. Het akoestisch onderzoek is aangepast omdat de gehanteerde milieucategorieën in het onderzoek enigszins afweken van de grenzen van de diverse milieucategorieën op de verbeelding van het bestemmingsplan. In het aangepaste onderzoek komen beide overeen. Dit heeft niet geleid tot andere conclusies. In de notitie Verkeer is toegelicht dat nadere tellingen niet zijn uitgevoerd, omdat de spreiding van het verkeer onvoldoende representatief is als gevolg van de Corona-maatregelen. De gehanteerde aannames gaan echter voldoende uit van een worst-case scenario en/of een aannemelijke verdeling van het verkeer. De resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek op de onbebouwde agrarische percelen zijn toegevoegd. Dit onderzoek laat geen beperkingen zien voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Het schetsboek stedenbouwkundig plan is aangepast wat betreft de invulling van de groene zone aan de noordzijde van het bedrijventerrein. Hier werd eerst waterberging voorzien in de vorm van een plas. Een groene invulling is echter ook mogelijk. Het beeldkwaliteitsplan is op enkele onderdelen aangepast.
22