CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.1509.OP000044-VA01_Motivering.pdf

Raadsvergadering 23 april 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 18: TAM-omgevingsplan “Ulft, locatie Stokhorsterweg 1”12.226 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet meer met een vaste richtafstand per bedrijfstype, maar aan de hand van een concrete waarde per activiteit wordt het ruimtebeslag bepaald.

4.15.2

Beoordeling

Voor onderhavig project dient te worden getoetst of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen veroorzaakt voor bestaande functies in de omgeving en of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen ondervindt als gevolg van de milieuhinder van naburige bedrijven en/of bedrijvigheid. De omgeving van het plangebied kan, gelet op de ligging aan de met de afwisseling van functies bedrijfsdoeleinden, woondoeleinden en maatschappelijke doeleiden worden gekarakteriseerd als gemengd gebied. Een woning betreft een gevoelige functie en de activiteit in de directe omgeving is een bedrijf in de categorie 'Natuursteenbewerkingsbedrijven' met als nadere aanduiding 'zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m²'. Dit bedrijf is gelegen aan de Oversluis 3. Het bedrijf valt in de milieucategorie 2 voor geluid en hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter. De ontwikkeling ligt op meer dan 100 meter van deze activiteiten, waardoor de activiteiten geen belemmering vormen voor een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast is ten zuidwesten van de planlocatie aan Oversluis 5 een tankstation gevestigd. Bij het tankstation kan geen gas gehaald worden, enkel diesel en benzine. Voor een benzineservicestation zonder gas geldt een richtafstand van 30 meter voor geluid en geur. De voorgevel van de bestaande woning ligt op circa 40 meter afstand van de bedrijfbestemming van het tankstation.

Het is niet mogelijk om vóór de voorgevel extra of nieuwe (vergunningvrije) bouwwerken op te richten ten dienste van de woonfunctie. Er is dan ook sprake van voldoende afstand tussen het tankstation en het plangebied. Andersom leidt het toevoegen van een woning ook niet tot belemmering op de omliggende functies.

4.15.3

Conclusie

Het aspect milieubelastende activiteiten vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.16 Duurzaamheid 4.16.1

Inleiding

Duurzame leefomgeving Een duurzame leefomgeving is belangrijk voor het goed functioneren van de natuur en mens. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te werken aan instandhouding en/of verbetering van de

ruimte voor ontwikkeling

27

kwaliteit van de leefomgeving en moet schade en overlast voorkomen worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen, verwachtingen en onzekerheden; denk daarbij aan klimaatveranderingen. Goede stedenbouwkundige plannen en bouwplannen geven hieraan een passende invulling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in klimaatbestendigheid en energietransitie. Klimaatbestendigheid Klimaatverandering is merkbaar en heeft steeds meer een effect op ons dagelijks leven. De zomers worden heter, langer en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden. De winters worden warmer en natter. Dit heeft effect op het woon- en leefklimaat door hittestress, periodes van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Door met het stedenbouwkundig plan en bouwplan rekening te houden met het veranderende klimaat, kan overlast worden voorkomen en is er sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling. Energietransitie Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransitie. De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie is de grootste omslag, maar we zullen er ook bewust van moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik.

De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied en buitengebied moeten (steden)bouwkundig worden aangepast en nieuwe ontwikkelingen worden toekomstbestendig ontwikkeld.

4.16.2

Beoordeling

De inpandige functiewijziging naar een woonfunctie brengt geen fysieke ingrepen met zich mee. Het hergebruik van het bestaande gebouw voorkomt leegstand en draagt bij aan duurzaam ruimtegebruik. Er zijn geen negatieve effecten op klimaatbestendigheid of energietransitie te verwachten. De ontwikkeling ondersteunt een toekomstbestendig en duurzaam gebruik van de bestaande bebouwing.

4.16.3

Conclusie

Het aspect duurzaamheid vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.17 Parkeren en verkeer 4.17.1

Parkeren

Parkeren auto Op basis van de 'Nota parkeernormen Oude IJsselstreek' kan inzicht worden verkregen in de bestaande parkeersituatie. Voor een 'Fysiotherapiepraktijk (-centrum)' geldt een parkeernorm van 1,4 parkeerplaatsen per behandelkamer. Voor de locatie geldt dan een parkeernorm van 9,8 parkeerplaatsen. Hierbij is rekening gehouden met een fysiotherapiepraktijk met zeven behandelkamers in de centrum van Ulft. Ook de bedrijfswoning dient meegenomen te worden in de bestaande parkeersituatie. Voor een 'Koop, huis, vrijstaand' geldt een parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per woning. In totaal komt dit neer op een totale afgeronde bestaande parkeervraag van 12 parkeerplaatsen. Op een zelfde manier kan ook inzicht worden verkregen in de nieuwe parkeersituatie. Gezien de nieuwe functie gewijzigd wordt naar een woonfunctie geldt hier alleen de parkeernorm van een 'Koop, huis, vrijstaand', welke 1,8 parkeerplaatsen. Als de woning gesplitst wordt naar twee woningen, geldt een norm van 1,7 per (twee-onder-een-kap) woning. Daarmee komt de totale parkeerbehoefte uit op maximaal 3,4 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn reeds aanwezig op eigen terrein, doordat de parkeerbehoefte in de nieuwe situatie afneemt. In de nieuwe situatie zullen er tenminste vier parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig zijn. Navolgende afbeeldingen tonen de locatie van de parkeerplaatsen.

28

TAM-omgevingsplan Ulft, locatie Stokhorsterweg 1

Parkeerruimte voor de zuidwestelijke helft van de woning.

ruimte voor ontwikkeling

29

Parkeerruimte voor de noordoostelijke helft van de woning.

4.17.2

Verkeer

Het plangebied wordt ontsloten door de Stokhorsterweg en de Oversluis. In de huidige situatie is de verkeersgeneratie te bepalen aan de hand van kencijfers van de CROW-publicatie 744 'Parkeerkencijfers 2024, Basis voor parkeernormering'. Hierin is gekeken naar een 'Fysiotherapiepraktijk (-centrum)' met een gemiddelde verkeersgeneratie van 12,8 mvt/etmaal per behandelkamer. Dit komt neer op een verkeersaantrekkende werking van 89,6 mvt/etmaal. Hierbij is rekening gehouden met een fysiotherapiepraktijk met zeven behandelkamers in het centrum in een weinig stedelijk gebied. Het 'Koop, huis, vrijstaand' heeft een gemiddelde verkeersgeneratie van 7,9 mvt/etmaal per woning. In totaal komt dit neer op een totale afgeronde bestaande verkeersgeneratie van 98 mvt/etmaal. In de gewenste situatie is de verkeersaantrekkende op dezelfde manier te bepalen. Voor een 'Koop, huis, vrijstaand' geldt een kencijfer van 7,9 mvt/etmaal per woning en voor een 'Koop, huis, twee-onder-een-kap' geldt een kencijfer van 7,6 mvt/etmaal per woning. Dit komt neer op een verkeersaantrekkende werking van 7,9 mvt/etmaal bij een vrijstaande woning of 15,2 bij twee woningen.

4.17.3

Conclusie

Daar de parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden en de parkeervraag afneemt, vormt het aspect parkeren geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De verkeersbewegingen nemen met onderhavig initiatief af. Gezien de ligging en de verkeerssituatie ter hoogte van het plangebied wordt aangenomen dat dit leidt tot een verbetering van de verkeersafwikkeling in het plangebied.

4.18 Kabels en leidingen Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgasleidingen afhankelijk van druk; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; Uit het geldende omgevingsplan 'Bestemmingsplan De Pol - Oversluis 2005' is op te maken dat er geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn. Voor de verdere realisatie van het plan zal indien nodig een KLIC-melding gedaan worden om te achterhalen of er relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn.

4.19 Milieueffectrapportage 4.19.1

Wettelijk kader

De wet- en regelgeving omtrent de m.e.r. is geen puur nationale aangelegenheid. De verplichting om in bepaalde gevallen een soort m.e.r. op te stellen volgt uit het Europese recht, te weten de m.e.r.-richtlijn en de Europese richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling (SMB-richtlijn). De m.e.r.-regelgeving wordt onder de Omgevingswet geïmplementeerd in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Aangezien de regelgeving moet blijven voldoen aan de Europese richtlijnen verandert er relatief weinig met de inwerkingtreding van de

30

TAM-omgevingsplan Ulft, locatie Stokhorsterweg 1

Omgevingswet. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit in 1 lijst zijn zowel de mer-plichtige als de mer-beoordelingsplichtige gevallen opgenomen en de daarvoor benodigde besluiten.

4.19.2

Beoordeling en conclusie

Voorliggende ontwikkeling kan niet gezien worden als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' (J.11 uit bijlage V Ob), waardoor er ook geen beoordeling gemaakt dient te worden of er sprake zal zijn van aanzienlijke milieueffecten.

ruimte voor ontwikkeling

31

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Algemeen

Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn alle bestemmingsplannen opgegaan in één gemeentelijk 'omgevingsplan van rechtswege'. Zo ook de voor het voorliggende wijzigingsgebied relevante bestemmingsplannen (Bestemmingsplan De Pol - Oversluis 2005, vastgesteld op 17 oktober 2005). Het omgevingsplan bestaat verder uit de Bruidsschat en een aantal gemeentelijke verordeningen. De Bruidsschat betreft een aantal regels die van het rijk zijn overgegaan naar de gemeente. Deze regels zijn verhuisd naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente. Het gaat onder andere om regels over bouwwerken en over milieubelastende activiteiten. Dit omgevingsplan van rechtswege kan door de gemeenteraad gewijzigd worden (zie oa art. 2.4 en 22.6 Ow). De voorliggende wijziging beperkt zich tot het 'bestemmingsplandeel' van het omgevingsplan ter plekke van het wijzigingsgebied. TAM-IMRO Voorliggend plan betreft een TAM-omgevingsplan. TAM-IMRO is een Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM) en is bedoeld voor gemeenten die nog geen gebruik maken van het planvormingsdeel van het DSO. Bijvoorbeeld doordat de plansoftware nog niet alle daarvoor benodigde functies biedt. Het kan ook zijn dat de gemeente te weinig tijd rest om het planproces goed te beproeven. Of dat er nog onvolkomenheden zijn in de landelijke voorziening.

Met TAM-IMRO kunnen gemeenten toch hun omgevingsplannen wijzigen. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO vraagt niet om alternatieve software. Het gaat meer om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen. De regels en verbeelding van voorliggend TAM-omgevingsplan zijn dan ook opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP). De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van een bestemmingsplan. Dit TAM-omgevingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het TAM-omgevingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de functies zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. Inhoud van dit TAM-IMRO plan Het besluit tot wijziging van het omgevingsplan bestaat een motivering, planregels en de verbeelding. In de motivering wordt gemotiveerd om welke redenen het omgevingsplan wordt gewijzigd. De voorliggende toelichting betreft dit eerste deel.

Het geeft een onderbouwing van het besluit. Het motiveert dat met deze wijziging tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt gekomen. De motivering heeft geen rechtskracht maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. Het geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten en de intepretatie en toepassing van het omgevingsplan. De regels vormen samen met de verbeelding het juridische onderdeel van het plan. De verbeelding betreft een digitale kaart waarop de functies en aanduidingen zijn weergegeven. In de regels is opgenomen wat er op die aangewezen locaties wel of niet is toegestaan. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken:

32

TAM-omgevingsplan Ulft, locatie Stokhorsterweg 1

1. Inleidende bepalingen. In dit hoofdstuk zijn de begrippen en wijze van meten opgenomen. 2. Specifieke regels over functies. In dit hoofdstuk zijn de functies op alfabetische volgorde opgenomen. Ze bevatten een omschrijving van de functies en de regels voor bouwen, gebruik en eventueel milieu. 3. Algemene regels over functies. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die gelden voor alle functies, bijvoorbeeld algemene bouwregels, algemene gebruiksregels en algemene regels voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten. 4. Regels ter bescherming van waarden. De regels ter bescherming van waarden zijn bedoeld voor bescherming van bijvoorbeeld archeologische waarden in een gebied. 5. Overgangsregels. Vergunningaanvraag op grond van dit plan Voor een aanlegactiviteit op grond van dit TAM-omgevingsplan kan het aanvraagformulier behorende bij de activiteit [Werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren] gebruikt worden. Voor een bouwactiviteit op grond van dit TAM-omgevingsplan kan het aanvraagformulier behorende bij de activiteit [Bouwactiviteit (omgevingsplan)] gebruikt worden. Voor een andere vergunningplicht in dit TAM-omgevingsplan kan het aanvraagformulier behorende bij de activiteit [afwijken van regels in het omgevingsplan] gebruikt worden. De aanvraagformulieren zijn te vinden op de website omgevingswet.overheid.nl via het het tabblad [Aanvragen].

5.2

Toedelen van functies aan locaties

Met dit wijzigingsbesluit wordt het omgevingsplan op onderdelen gewijzigd. In de vorige hoofdstukken van deze toelichting is aangegeven op welke onderdelen de planregels worden gewijzigd, wat de aanleiding is voor de wijziging en wat, inhoudelijk, de wijziging betreft. Deze paragraaf licht de artikelen uit de planregels toe die met dit wijzigingsbesluit wezenlijk zijn gewijzigd en zijn toegevoegd. Inleidende bepalingen Toepassingsbereik (Artikel 1) Het voor een bepaalde locatie vaststellen van nieuwe regels in een TAM-IMRO omgevingsplan zorgt er niet voor dat de oude regels op die locatie automatisch vervallen. Met andere woorden: het is niet mogelijk om in een TAM-IMRO omgevingsplan te ‘ponsen’. Om te voorkomen dat op een bepaalde locatie zowel nieuwe als oude regels gelden, wordt in dit TAM-omgevingsplan een toepassingsbereikbepaling opgenomen in artikel 1 van de inleidende regels. Begrippen (Artikel 2) In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmigsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt kan worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.

Meten en rekenen (Artikel 3) Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Specifieke Regels over functies

ruimte voor ontwikkeling

33

Wonen (artikel 4) Toepassingsbereik: Verwijzing naar de locatie waarvoor de beschreven regels van toepassing op zijn. Functieomschrijving wonen: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; Gebruiksactiviteiten: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; Omgevingsplanactiviteit gebruik: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; Bouwactiviteiten: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd.

Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); Afwijken beoordelingsregels bouwactiviteit: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; Algemene regels over functies Toepassingsbereik (Artikel 5) Verwijzing naar de locatie waarvoor de beschreven regels van toepassing op zijn. Aanvraagvereisten (Artikel 6) Gegevens die noodzakelijk zijn voor een toets aan de beoordelingsregels. Anti-dubbeltelregel (Artikel 7) Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Bestaande maatvoering (Artikel 8) Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken afwijken van het bepaalde in dit plan, mits gerealiseerd met een daartoe verleende omgevingsvergunning niet meer zijn toegestaan. Algemene gebruiksregels (Artikel 9) Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin.

Daarnaast bevat de bepaling regels omtrent parkeren, slopen, landschappelijke inpassing en waterberging.

34

TAM-omgevingsplan Ulft, locatie Stokhorsterweg 1

Regels ter bescherming van waarden en objecten Waarde - Archeologische verwachting 3 (Artikel 10) Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Overgangsregels Overgangsrecht (Artikel 11) Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van de voortzetting van het gebruik van een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan.

ruimte voor ontwikkeling

35

Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid

De planontwikkeling komt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De ontwikkeling zal geschieden conform hetgeen bepaald is in de Omgevingswet. De verwezenlijking van het plan is dan ook niet afhankelijk van gemeentelijke investeringen. De kosten voor de ambtelijke afhandeling van de procedure worden verrekend op basis van de daarvoor geldende leges. Voor wat betreft nadeelcompensatie zal de gemeente indien nodig met initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst afsluiten. Het plan wordt dan ook economisch haalbaar geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Participatie De direct omwonenden zijn geïnformeerd over het voornemen om de functie van de locatie te wijzigen naar uitsluitend wonen. Vanuit de omwonenden zijn geen bezwaren geuit tegen de planwijziging.

6.2.2 Procedure Afdeling 3.4 Awb is van toepassing op de voorbereiding van een omgevingsplan of de wijziging van een omgevingsplan. Tegen het ontwerpbesluit bestaat de mogelijkheid om zienswijzen te dienen. Deze kunnen geen betrekking hebben op een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit die in het omgevingsplan moet worden omgezet (bedoeld in artikel 4.17 Omgevingswet). Hiermee wordt voorkomen dat een toegestane activiteit bij de omzetting in het omgevingsplan opnieuw ter discussie kan worden gesteld. De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. Tegen het besluit tot het wijzigen van een omgevingsplan kan rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in eerste en enige aanleg. Tegen een beschikking krachtens een omgevingsplan waarbij maatwerkvoorschriften worden gesteld, of waarbij wordt toegestaan gelijkwaardige maatregelen te treffen, staat (na de bezwaarfase) beroep in eerste aanleg open bij de rechtbank met de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als een dergelijke beschikking wordt geweigerd, geldt hetzelfde. Het omgevingsplan treedt in werking vier weken nadat van het omgevingsplan mededeling is gemaakt. Een verzoek om een voorlopige voorziening heeft niet automatisch schorsende werking.

36

TAM-omgevingsplan Ulft, locatie Stokhorsterweg 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5049/documents/33420