CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.1509.OP000029-ON01_Motivering.pdf

Raadsvergadering 23 april 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 14: TAM-omgevingsplan “Buitengebied, locatie Koksallee 12 Megchelen”13.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.6.2 Beoordeling In het kader van de functieverandering naar een woonfunctie is een quickscan naar geurhinder uitgevoerd. Bij ruimtelijke besluitvorming gaat het erom dat voor geurhinder van veehouderijen aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: het kunnen garanderen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; het niet onevenredig schaden van iemands belangen. Hiervoor is het nodig om voldoende afstand aan te houden tussen veehouderijen en geurgevoelige gebouwen. Voor de planlocatie geldt dat deze op 19 maart 2000 nog in gebruik was als een veehouderij. De bestaande woning en de rechten van de veehouderij worden daarom beschermd met de vaste afstand van 50 meter. De woningen betreffen zogenaamde 'afstandswoningen'. Aan deze afstand kan, gemeten

ruimte voor ontwikkeling

27

tot aan de dichtstbijzijnde veehouderij aan het Asbroek 2, ruimschoots worden voldaan. Volledigheidshalve is ook een berekening van de voorgrondbelasting uitgevoerd. Uit de resultaten blijkt dat ter plaatse van de woning aan de Koksallee 12 een maximale geurbelasting van 0,4 ou/m3 berekend wordt. Bij een dusdanige geurbelasting kan uit worden gegaan van een goed woon- en leefklimaat. Het geuronderzoek is bijgevoegd als Bijlage 10 (SPAWNP, 12 december 2024).

4.6.3 Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.7

Milieubelastende activiteiten

4.7.1 Wettelijk kader Onder de Omgevingswet verdwijnt het begrip 'inrichting' en doet het begrip 'milieubelastende activiteit' zijn intrede. Het begrip 'milieubelastende activiteit' (hierna: mba) is als volgt gedefinieerd in de bijlage bij artikel 1 van de Omgevingswet: "activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewater lichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit". Het gaat dus in feite om alle activiteiten die enig negatief effect op het milieu kunnen hebben (met uitzondering van 'directe lozingen' en wateronttrekkingsactiviteiten). Het is een breed begrip want er vallen namelijk ook niet-bedrijfsmatige activiteiten, ook niet-plaatsgebonden activiteiten en tijdelijke activiteiten onder het mba-begrip. In dit gedeelte worden regels over mba's bedoeld die op gemeentelijk niveau kunnen worden geregeld. Zie bijvoorbeeld afdeling 2.3 van de Bruidsschat, die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege in het tijdelijke deel van elk gemeentelijk omgevingsplan is opgenomen. Deze afdeling 2.3 is getiteld 'Milieubelastende activiteiten' en bevat gemeentelijke regels over mba's. Het Bkl bevat in hoofdstuk 5 onder andere instructieregels voor het omgevingsplan over milieu. De Bkl-regels spreken daarbij van 'activiteiten'.

Uit de Nota van Toelichting van het Bkl blijkt dat daarmee mba's worden bedoeld.

4.7.2 Beoordeling Een woonfunctie is geen milieubelastende activiteit. Tevens bevinden er zich geen bedrijven in de directe omgeving die door de woning belemmerd worden in hun bedrijfsoering.

4.7.3 Conclusie Het aspect milieubelastende activiteiten vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.8

Omgevingsveiligheid

Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of er vanuit Omgevingsveiligheid mogelijke belemmeringen zijn. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect omgevingsveiligheid.

28

TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Koksallee 12Megchelen

4.8.1 Wettelijk kader In paragraaf 5.1.2 van het Bkl worden regels gegeven over de toelaatbaarheid van de verschillende categorieën gebouwen en locaties in verband met een veiligheidsrisico dat ontstaat door een activiteit die op grond van het omgevingsplan op die locatie is toegestaan.

4.8.2 Kwetsbare gebouwen en locaties Het Bkl werkt, net als het voorgaande recht, met de begrippen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. In bijlage VI bij het Bkl is aangegeven welke soorten gebouwen en locaties tot de verschillende categorieën behoren. Belangrijk om op te merken is dat ook gebouwen en locaties die nog niet bestaan, maar wel op grond van een omgevingsplan mogelijk gemaakt worden, tot deze categorieën worden gerekend. De lijst in bijlage VI betreft een limitatieve lijst. Indien een functie niet is genoemd in de bijlage, valt het hier dus niet onder. Het staat het bevoegd gezag vrij om functies onder een strengere categorie te scharen dan vereist. In H4 van het Bal worden de minimale afstanden van verschillende milieubelastende activiteiten tot kwetsbare locaties genoemd.

4.8.3 Plaatsgebonden risico Artikel 5.7 Bkl bepaalt dat het plaatsgebonden risico voor kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen niet groter mag zijn dan 1 op de 1.000.000. In artikel 5.8 Bkl, in combinatie met de verschillende onderdelen van bijlagen VII van het Bkl en H4 van het Bal, is aangegeven bij welke afstanden aan het vereiste van artikel 5.7 Bkl wordt voldaan. Artikel 5.9 Bkl bepaalt vervolgens tot waar de afstanden gemeten dienen te worden. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties geldt dat het bevoegd gezag het plaatsgebonden risico van maximaal 1 op de 1.000.000 niet in acht neemt maar er rekening mee houdt. Dit houdt in dat het bevoegd gezag een eventuele afwijking van dit getal moet kunnen verantwoorden, maar dat die afwijking dus eventueel wel toegestaan is.

4.8.4 Aandachtsgebieden Het plaatsgebonden risico, gekoppeld aan de afstanden die daar krachtens artikel 5.8 Bkl voor gelden, zorgen voor een contour rondom het risico-object waarbinnen geen kwetsbare gebouwen of locaties gerealiseerd mogen worden. De zogenaamde aandachtsgebieden voegen meer lagen aan deze contour toe. Het Bkl kent drie soorten aandachtsgebieden: een brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied. Net als bij het plaatsgebonden risico worden ook voor de aandachtsgebieden de begrenzingsregels gegeven in het Bkl. Het aanwijzen van een aandachtsgebied heeft twee belangrijke consequenties. Ten eerste kan in het geval van een brand- dan wel explosieaandachtsgebied het gebied worden aangewezen als brandrespectievelijk explosievoorschriftengebied. Dit heeft gevolgen voor de bouwvoorschriften waar in het gebied te realiseren gebouwen aan moeten voldoen. Ten tweede moet rekening gehouden worden met het groepsrisico. Het groepsrisico is de kans op het overlijden van minstens tien personen per jaar als gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door de risico-gevende activiteit. Het bevoegd gezag moet, net als bij het plaatsgebonden risico voor beperkt kwetsbare functies, rekening houden met dit groepsrisico.

Het Bkl geeft zelf aan hoe het bevoegd gezag hier in ieder geval aan kan voldoen: er kan voor worden gekozen om geen (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties of zeer kwetsbare gebouwen te realiseren in dit aandachtsgebied. Indien deze categorieën wel worden gerealiseerd, kan het bevoegd gezag verplichten dat maatregelen worden getroffen voor de mensen in die locaties of door het aantal mensen in die locaties te beperken.

ruimte voor ontwikkeling

29

4.8.5 Beoordeling Een woning betreft een kwetsbaar gebouw, zodat getoetst dient te worden aan de wetgeving omtrent omgevingsveiligheid. Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle activiteiten en/of transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Afbeelding 8 toont een uitsnede van deze kaart.

Afbeelding 8 - Uitsnede risicokaart met aanduiding plangebied (bron: Atlas Leefomgeving). De planlocatie is met de rode ster aangeduid.

4.8.6 Transport gevaarlijke stoffen Er ligt in de directe omgeving van het plangebied (binnen 200 meter) geen hoofdvaarweg, spoorbaan of rijksweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Ook bevindt zich in of nabij het plangebied geen buistransportleiding met een PR 10-6 contour.

4.8.7 Activiteiten In de directe nabijheid van het plangebied vinden geen omgevingsveiligheid-relevante activiteiten plaats, zodat er geen sprake is van een belemmering. Anderzijds is de voorgenomen planontwikkeling geen risicovolle inrichting in het kader van het Bkl, waardoor de ontwikkeling geen gevaar vormt voor de omgeving.

4.8.8 Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

30

TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Koksallee 12Megchelen

4.9

Water

De weging van het waterbelang is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. Het heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. Deze watertoets heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het plangebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit.

4.9.1 Wettelijk kader Paragraaf 5.1.3 van het Bkl bevat het wettelijk kader voor het beschermen van waterbelangen. Hierin worden regels gegeven ter bescherming van primaire waterkeringen, de kust, grote rivieren en het IJsselmeergebied. Als een omgevingsplan of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een locatie in een van deze gebieden, gelden er regels ter bescherming van waterbelangen. De gemeente heeft de verplichting het waterbelang mee te wegen bij het vaststellen van een omgevingsplan of het verlenen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 5.37 Bkl). Hierbij moet het waterschap betrokken worden. Dit kan door middel van een watertoets. Een watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.

4.9.2 Beleidskader Rijksbeleid - Het Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is op 18 maart 2022 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale water- beleid in de planperiode 2022-2027, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om over- stromingen te voorkomen. In het Nationaal Water Programma 2022-2027 worden allereerst de nationale belangen opgesomd: waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO2 arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (intern)nationaal belang. Deze nationale belangen worden aangevuld met drie hoofdambities: 1. een veilige en klimaatbestendige delta; 2. een concurrerende, duurzame en circulaire delta; 3.

een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. Provinciaal beleid - Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

ruimte voor ontwikkeling

31

Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het gronden oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma's of in kaders in de verordening. Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3/jaar. De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus.

Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 zijn de doelen van waterschap Rijn en IJssel weergegeven in vier thema's: Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. De ambitie van het waterschap is dat in 2050 de keringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar op ontwikkelingen kan worden ingespeeld. Daarbij is er aandacht voor een duurzame wijze van beheer en behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken.

Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil het waterschap in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin ze haar taken klimaatneutraal uitvoert. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Er wordt naar gestreefd dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.

32

TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Koksallee 12Megchelen

Beleid Waterschap Rijn en IJssel en gemeente Oude IJsselstreek De gemeente Oude IJsselstreek en het Waterschap Rijn en IJssel hebben een Gemeentelijk Waterplan 2010-2020 opgesteld. In dit waterplan wordt een integrale visie gegeven op water in Oude IJsselstreek. Deze visie geeft een doorkijk naar de middellange termijn (circa 10 jaar) en de lange termijn (2030). Aan de visie is een uitvoeringsprogramma gekoppeld voor de korte termijn (5 jaar). Het waterplan biedt handvatten voor het opstellen van ruimtelijke plannen, voor de afstemming met rioolbeheer en geeft zo inzicht in de mogelijkheden om te komen tot een duurzaam watersysteem binnen de gemeente. Er wordt gestreefd naar een gezond, veerkrachtig, kwalitatief goed, aantrekkelijk en op de toekomst berekend watersysteem en waterketen. Naast het Gemeentelijk Waterplan 2010-2020 geldt ook het Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2020. In het rioleringsplan wordt aangegeven dat een particulier een eigen verantwoordelijkheid heeft voor het hemelwater dat op eigen terrein valt. Bij nieuwbouw verwerkt de particulier het hemelwater op eigen perceel. Watertoets Het Waterschap Rijn en IJssel geeft in de 'Handreiking Watertoets' de inhoudelijke thema's voor de watertoets. Deze vormen de basis voor de planbeoordeling door het waterschap en het daaruit voortvloeiende wateradvies.

Alle vragen zijn ontkennend beantwoord, zodat er geen wateradvies bij het waterschap hoeft te worden gevraagd. Het aspect water vormt geen belemmering voor dit plan.

4.10 Mobiliteit en parkeren 4.10.1

Mobiliteit

Het voorgenomen plan voorziet in de wijziging van de agrarische functie naar wonen. In de huidige situatie wordt het perceel al bewoond zonder agrarische activiteiten, in afwachting van de functiewijziging. De verkeersintensiteit blijft gelijk. Bij agrarische activiteiten is de verwachting dat er meer verkeersstromen zijn, zowel van licht verkeer als van landbouwvoertuigen. Verkeersstromen van licht verkeer en landbouwvoertuigen zijn na beeindiging van de agrarische activiteiten afgenomen. Het karakter van de Koksallee en de aansluitende wegen geven geen reden tot nader onderzoek. De omgeving kan de verkeersstroom behorende bij een reguliere woonfunctie aan, en heeft voldoende capaciteit.

4.10.2

Parkeren

Op basis van de 'Nota Parkeernormen Oude IJsselstreek' kan inzicht worden verkregen in de nieuwe parkeersituatie. Voor een 'Koop, huis, vrijstaand' geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning. De beoogde vrijstaande woning krijgt op eigen terrein de beschikking over minimaal 3 parkeerplaatsen. Daarmee wordt voldaan aan het gestelde aantal parkeerplaatsen.

ruimte voor ontwikkeling

33

Figuur 9 Overzicht locatie parkeerplekken op eigen terrein.

34

TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Koksallee 12Megchelen

4.11 Kabels en leidingen Aardgastransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Rioolleidingen De rioolleidingen leiden voor dit plan niet tot enige belemmeringen. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Straalverbindingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen straalverbindingen. Kabels en niet niet planologisch relevante leidingen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt de wettelijk verplichte KLIC-melding uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netwerkbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de hand van de melding sturen netwerkbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden. Binnen het initiatief vinden geen graafwerkzaamheden plaats. Conclusie In en nabij het plangebied van dit plan zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn daarom geen belemmeringen te verwachting.

Bij eventuele graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen.

4.12 Milieueffectrapportage 4.12.1

Wettelijk kader

De Omgevingswet zorgt voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingswet worden het ruimtelijk spoor en het milieuspoor verder geïntegreerd. Het gemeentelijke omgevingsplan is straks hét instrument waarin deze integratie op lokaal niveau plaatsvindt. Het beleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Overal, maar voornamelijk ter plekke van bedrijven, kunnen milieuhinderlijke activiteiten plaatsvinden die hinder opleveren voor gevoelige functies, zoals woningen. Daarom is het belangrijk om voldoende afstand te houden. Wat voldoende afstand is, is afhankelijk van de aard van de activiteiten. Meestal is geluid de belangrijkste factor, maar ook geur kan de afstand tot gevoelige functies bepalen. Gemeenten kunnen binnen de bandbreedte die het rijk geeft zelf bepalen wat aanvaardbare afstanden of aanvaardbare geluidof geurhinderniveaus zijn. Voor het bepalen welke activiteiten aanvaardbaar zijn, kan de VNG uitgave 'Handreiking activiteiten en milieuzonering' uit 2024 worden geraadpleegd. Kern van deze publicatie is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een voor een locatie beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieuwaarden.

Niet meer met een vaste richtafstand per bedrijfstype, maar aan de hand van een concrete waarde per activiteit wordt het ruimtebeslag bepaald.

ruimte voor ontwikkeling

35

4.12.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Kenmerken van het project Het project betreft de functiewijziging van een agrarisch perceel naar wonen. De reeds bestaande bedrijfswoning wordt in gebruik genomen als reguliere woning. Plaats van het project De omgeving van het project betreft voornamelijk agrarisch gebied met verspreide agrarische bedrijven en woonfuncties in het buitengebied van Megchelen. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is 'Vogelschutzgebiet 'Unterer Niederrhein' NSG Hetter-Millinger Bruch, mit Erweitung' op circa 690 meter afstand. Gelet op de soort activiteiten (wonen) en het feit dat er geen (grote) werkzaamheden plaatsvinden is uit te sluiten dat er significant negatieve effecten optreden op het Natura 2000-gebied. Dit is tevens aangetoond in de stikstofdepositieberekening behorende bij dit plan. Kenmerken van het potentiële effect Met het initiatief treden geen overtredingen op in het kader van de flora en faunawetgeving. Het voornemen leidt niet tot een onevenredige toename van verkeer, leidt niet tot luchtvervuiling, geluidsoverlast en bedrijven worden in milieutechnische zin niet extra belemmerd. In het plan worden de diverse aspecten zorgvuldig afgewogen.

4.12.3

Conclusie

De kenmerken, plaats en potentiële effecten van de ontwikkeling geven op basis van het voorgaande geen aanleiding ernstige milieugevolgen te verwachten die het nodig maken om een m.e.r-procedure te doorlopen.

4.13 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.13.1

Wettelijk kader

Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Artikel 5.129g van het Bkl geeft aan dat als een ontwikkeling voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, rekening moet worden gehouden met: a. b.

de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Dit geldt voor een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.

4.13.2

Beoordeling

Allereerst moet beoordeeld worden of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van 12 woningen. Voorliggend initiatief betreft de omzetting naar 1 reguliere woning, waardoor het doorlopen van de laddertoets niet noodzakelijk is.

4.13.3

Conclusie

De ladder voor duurzame verstedelijking is geen belemmering voor het voorliggende initiatief.

36

TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Koksallee 12Megchelen

4.14 Gezondheid De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang door alle relevante aspecten waaronder gezondheid - in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. De maatschappelijke doelen van de Omgevingswet zijn in artikel 1.3 van die wet als volgt geformuleerd: Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. b.

bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur; en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervuiling van maatschappelijke behoeften.

Het plan voorziet in de transformatie van een agrarisch perceel naar een reguliere woonfunctie. Hierbij is tevens een landschappelijke inpassing van toepassing. Het initiatief draagt hiermee bij aan een goede omgevingskwaliteit en een gezonde leefomgeving.

4.15 Duurzaamheid Met het oog op de klimaatbestendigheid van het plangebied is in beeld gebracht wat de gevolgen van klimaatverandering zijn. Aan de hand van onder andere kaartmateriaal uit de Klimaateffectatlas is getoetst wat de gevolgen van klimaatverandering op het plangebied zijn en in hoeverre hier rekening mee is gehouden bij het planvoornemen.

4.15.1

Wateroverlast

De omgeving van de planlocatie gaat op een goede manier om met langdurige en extreme regenval. De planlocatie beschikt over een 'kleine kans' op waterschade, een goede begaanbaarheid bij piekbuien en tot slot een tijdsduur van enkele uren plasvorming na een piekbui.

Afbeelding 7 - Waterdiepte bij piekbuiw 160 mm/2 uur (bron: Klimaateffectatlas)

ruimte voor ontwikkeling

37

4.16 Hitte(stress) Het plangebied voelt op warme dagen volgens de Klimaateffectatlas "veel warmer" aan. Dit komt door de aanwezige bebouwing en verstening op planlocatie. In de omgeving van de planlocatie worden de temperatuurverschillen gekenmerkt als "normaal" met daarbij aanwezige "koele plekken". Gezien de ligging van de planlocatie in landelijk gebied is er geen sprake van warme nachten als gevolg van het stedelijk hitte-eiland effect. Met het oog op de afname van aanwezige bebouwing, en het inpassingsplan waarbij extra groen wordt gerealiseerd, is de verwachting dat dit een positief effect heeft op de planlocatie.

38

TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Koksallee 12Megchelen

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Algemeen

Voorliggend plan betreft een TAM-omgevingsplan. TAM-IMRO is bedoeld voor gemeenten die nog geen gebruik kunnen maken van het planvormingsdeel van het DSO. Bijvoorbeeld doordat de plansoftware nog niet alle daarvoor benodigde functies biedt. Het kan ook zijn dat de gemeente te weinig tijd rest om het planproces goed te beproeven. Of dat er nog onvolkomenheden zijn in de landelijke voorziening. Met TAM-IMRO kunnen gemeenten toch hun omgevingsplannen wijzigen. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO vraagt niet om alternatieve software. Het gaat meer om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen. De regels en verbeelding van voorliggend TAM-omgevingsplan zijn dan ook opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP). De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van een bestemmingsplan. Dit TAM-omgevingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het TAM-omgevingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de functies zijn aangegeven.

Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: inleidende bepalingen; bevat de begrippen en wijze van meten; regels over functies; regels bevatten een omschrijving van de functie en regels voor het bouwen, gebruik en eventueel over milieu; algemene regels; dit zijn de regels die gelden voor alle functies; overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Toedelen van functies aan locaties

In dit plan is de functie Wonen en Agrarisch van toepassing. Aan de woonfunctie is een koppeling aangebracht met de landschappelijke inpassing, welke binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit plan gereed moet zijn en in stand moet worden gehouden.

ruimte voor ontwikkeling

39

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid van het plan

In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het plan beschreven, zowel de economische uitvoerbaarheid als de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

De planontwikkeling komt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De ontwikkeling zal geschieden conform hetgeen bepaald is in de Omgevingswet. De verwezenlijking van het plan is dan ook niet afhankelijk van gemeentelijke investeringen. De kosten voor de ambtelijke afhandeling van de procedure worden verrekend op basis van de daarvoor geldende leges. Voor wat betreft nadeelcompensatie zal de gemeente indien nodig met initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst afsluiten. Het plan wordt dan ook economisch haalbaar geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Participatie In het kader van de voorgestelde wijziging van het omgevingsplan voor het perceel aan de Koksallee 12 te Megchelen is er burenparticipatie uitgevoerd om de betrokkenheid van de omliggende bewoners te waarborgen. Het verslag is als Bijlage 1 toegevoegd. De omwonenden hebben positief gereageerd op het plan en zien de ontwikkeling als een positieve impact op zowel het perceel als de nabije omgeving.

6.2.2 Procedure Het ontwerp TAM-omgevingsplan en de bijbehorende stukken liggen voor een periode van zes weken voor een ieder ter inzage. Binnen deze zes weken vanaf het moment van terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan kan een ieder zienswijzen inbrengen. Dit kan schriftelijk of mondeling plaatsvinden.

40

TAM-omgevingsplan Buitengebied, locatie Koksallee 12Megchelen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5049/documents/33362