CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering Den Dam 8.pdf

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 8: Omgevingsplan Den Dam 8 Breedenbroek18.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hiermee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De inrichting van de planlocatie met de hierbij beoogde landschappelijke inpassing draagt daarnaast bij aan de positieve gezondheid. Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.14 Duurzaamheid Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere rol in onze samenleving. De Omgevingswet biedt mogelijkheden om een transitie naar een duurzamere samenleving te bevorderen waarbij duurzame ontwikkeling wordt gedefinieerd als: ”een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen" (bijlage 1 van de Ow). Toetsing aan het aspect duurzaamheid is sterk afhankelijk van het gemeentelijk beleid op dit thema. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid is nog in ontwikkeling, zodat is getoetst aan algemene uitgangspunten. Toetsing De woning zal worden gebouwd met duurzame bouwmaterialen. De woning zal aardgasvrij worden uitgevoerd. Daarbij is sprake van toepassing van zonnepanelen om grotendeels te voorzien in de eigen energiebehoefte. Verder wordt klimaatadaptief gebouwd, waarbij afvloeiend hemelwater binnen het plangebied wordt geïnfiltreerd. Conclusie Het aspect duurzaamheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

46

5. JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Algemeen Het omgevingsplan is opgezet volgens een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM), namelijk TAM-IMRO. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de techniek voor planvorming zoals gebruikt onder de Wro tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening Ruimtelijkeplannen.nl. Het omgevingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: motivering, regels, verbeelding, waarbij de planregels en de verbeelding juridisch bindend zijn. De motivering heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. Het geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten, met daarnaast de interpretatie en toepassing van het omgevingsplan. De bijlagen bij de motivering en regels maken onlosmakelijk onderdeel uit van het omgevingsplan. De verbeelding bestaat uit een digitale kaart waarop functies en aanduidingen voor locaties zijn weergegeven. De regels bestaan uit de volgende onderdelen: • Hoofdstuk 1: inleidende regels, met de begrippen en wijze van meten en rekenen; • Hoofdstuk 2: specifieke regels over functies. De functies zijn op alfabetische volgorde opgenomen.

De regels bevatten een omschrijving van de functie en regels voor het bouwen, gebruik en waar nodig over milieu; • Hoofdstuk 3: algemene regels over functies. Dit zijn de regels die gelden voor alle functies, bijvoorbeeld algemene gebruiksregels, maar ook de aanvraagvereisten voor vergunningen; • Hoofdstuk 4: overgangsrecht.

5.2 Toedelen van functies aan locaties Hieronder volgt in het kort een beschrijving van de in dit omgevingsplan opgenomen functies. Agrarisch met waarden (artikel 4) In dit omgevingsplan is de functie ‘Agrarisch met waarden’ overgenomen uit het omgevingsplan van rechtswege als basisfunctie voor de omliggende openbare gronden buiten de woonbestemming. Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ zijn gebouwen in beginsel niet toegestaan. Wel bestaat er de mogelijkheid om binnen deze bestemming onder voorwaarden bouwwerken, geen gebouw zijnde, te realiseren. Wonen (artikel 5) De nieuwe en bestaande woning hebben de functie 'Wonen' gekregen. Voor de bebouwingsmogelijkheden wordt een onderscheid gemaakt in het hoofdgebouw van de woning, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Het hoofdgebouw van de woning mag uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak gerealiseerd worden. De toegestane goot- en bouwhoogten van de woningen zijn op de verbeelding weergegeven.

47

Voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen zijn regels opgenomen over de ligging ten opzichte van de voorgevellijn, met maximum oppervlak en de goot- en bouwhoogte. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen, is een maximale maatvoering opgenomen. Hierbij is bepaald dat erfafscheidingen in het achtererfgebied tot een hoogte van 2 meter mogen worden opgericht. Voor de voorgevel mogen erfafscheidingen tot maximaal 1 meter hoogte worden opgericht. Toepassingsbereik (artikel 6) In dit artikel is aangegeven dat alle regels binnen dit hoofdstuk van toepassing zijn binnen het plangebied.

Aanvraagvereisten (artikel 7) In dit artikel zijn de aanvraagvereisten opgenomen, die van toepassing zijn op een aanvraag om omgevingsvergunning op grond van dit omgevingsplan. Als toelichting daarop nog het volgende: • Voor een bouwactiviteit op grond van dit TAM-omgevingsplan moet het aanvraagformulier behorende bij de activiteit [Bouwactiviteit (omgevingsplan)] worden gebruikt. • Voor een andere vergunningplicht in dit TAM-omgevingsplan moet het aanvraagformulier behorende bij de activiteit [afwijken van regels in het omgevingsplan] worden gebruikt. De aanvraagformulieren zijn te vinden op de website omgevingswet.overheid.nl (door daar te kiezen voor het tabblad [Aanvragen]).

5.3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel(artikel 8) Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een omgevingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Bestaande maatvoering (artikel 9) Deze bepaling bevat een algemene regel omtrent de bestaande situatie. Algemene gebruiksregels (artikel 10) In dit artikel is een regeling voor parkeren opgenomen, conform de standaard van de gemeente Oude IJsselstreek. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de landschappelijke inpassing van het plan. Ook wordt in dit artikel aangegeven dat de gronden met de bestemming wonen pas als dusdanig in gebruik mogen worden genomen als de te slopen bebouwing daadwerkelijk is gesloopt. Algemene aanduidingsregels (artikel 11) In dit artikel zijn de van toepassing zijnde waarden omtrent het landschap opgenomen voor het behoud, herstel en ontwikkeling. Tevens is hier aangegeven voor welke werkzaamheden een vergunning, ten aanzien van deze beschermde waarden, noodzakelijk is.

5.4 Overgangsregels Overgangsrecht bouwwerken en gebruik (artikel 12) Hier wordt geregeld dat een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan al aanwezig of in uitvoering is, mag blijven bestaan maar niet naar aard en omvang mag worden vergroot. Het gebruik van de grond, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag worden voortgezet.

48

6. UITVOERBAARHEID VAN HET PLAN 6.1. Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van de wijziging van een omgevingsplan dient onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Het gaat hierbij om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen. Voor de door de gemeente Oude IJsselstreek gemaakte plankosten vindt kostenverhaal plaats richting de initiatiefnemer. Hiervoor is een plankostenscan gedaan, waarover gemeente en initiatiefnemer overeenstemming hebben bereikt. De initiatiefnemer heeft zich hierbij vergewist van de economische uitvoerbaarheid. Het voorliggende omgevingsplan heeft voor de gemeente Oude IJsselstreek geen financiële consequenties. De plannen komen volledig voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Dit wordt vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Tevens wordt er met de initiatiefnemer een nadeelcompensatieovereenkomst afgesloten.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Over voorliggend plan heeft vooroverleg plaatsgevonden met het Waterschap Rijn en IJssel. De resultaten daarvan zijn verwerkt in paragraaf 4.9 van deze motivering. Vooroverleg met de provincie Gelderland is niet noodzakelijk geacht, nu er geen sprake is van directe provinciale belangen bij dit plan. Het ontwerpomgevingsplan wordt toegezonden aan zowel het waterschap als aan de provincie. In het voortraject heeft participatie plaatsgevonden. Hierover is meer opgenomen in paragraaf 1.4. Het ontwerp-omgevingsplan wordt conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Hierbij heeft eenieder de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op het ontwerpplan. Eventuele zienswijzen zullen worden voorzien van een reactie en bij de (al dan niet gewijzigde) vaststelling van het omgevingsplan worden betrokken. Uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om het omgevingsplan vast te stellen. Na vaststelling wordt het raadsbesluit bekend gemaakt en ligt het omgevingsplan gedurende 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn hebben belanghebbenden de mogelijkheid om beroep in te dienen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een omgevingsplan treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit is bekendgemaakt, tenzij bij het besluit een later tijdstip is bepaald (Afdeling 16.7.

van de Omgevingswet).

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4968/documents/32647