Motivering - aangepast - Hiddinkdijk ong..pdf
Tekst van het document
Motivering wijziging omgevingsplan “Kom Varsseveld, locatie Hiddinkdijk naast nummer 12a”
Opdracht Het realiseren van twee vrijstaande woningen met bijgebouw Opdrachtnemer Locis Adviseurs B.V. Groten Bos 3 7131 NW Lichtenvoorde Info@locisadviseurs.nl 0315 820 100 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.
1
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................. 4 1.2 Ligging planlocatie ...................................................................................................... 4 1.3 Huidig planologisch kader ........................................................................................... 5 1.4 Participatie voorbereidingsfase ................................................................................... 6 1.5 Leeswijzer ................................................................................................................... 7
2.
Beschrijving van het plan....................................................................................................... 8 2.1 Huidige situatie ........................................................................................................... 8 2.2 Toekomstige situatie ................................................................................................. 10
3.
Beleid ................................................................................................................................. 11 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................ 11 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................. 11 3.1.2 Omgevingswet ........................................................................................... 12 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking ........................................................ 13 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda............................................................... 13 3.2 Provinciaal beleid...................................................................................................... 14 3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ................................................................. 14 3.2.3 Omgevingsverordening provincie Gelderland .............................................. 15 3.3 Regionaal beleid ....................................................................................................... 16 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 .................................................. 16 3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 ...........................................
17 3.3.3 Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek .............. 18 3.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 19 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 ......................................................... 19 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJselstreek .................................................................. 19 3.4.3 Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek ...................................................... 20 3.4.4 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek.............................. 20 3.4.5 Visie wonen en zorg 55+/uitvoeringsplan .................................................... 22 3.4.6 Visie op landschap, natuur en groene kernen .............................................. 23 3.4.6 Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026 ................ 23 3.4.7 Welstand ................................................................................................... 24
4.
Omgevingsaspecten ............................................................................................................ 25 4.1 Bodem ...................................................................................................................... 25 4.2 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................. 26 2
4.3 Natuur ...................................................................................................................... 27 4.3.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 .............................................................. 27 4.3.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk/Groene ontwikkelingszone ... 28 4.3.3 Soortenbescherming .................................................................................. 28 4.4 Geluid ....................................................................................................................... 29 4.5 Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 31 4.6 Geur ......................................................................................................................... 33 4.7 Milieubelastende activiteiten .................................................................................... 34 4.8 Omgevingsveiligheid ................................................................................................. 34 4.9 Water ....................................................................................................................... 36 4.10 Mobiliteit en parkeren ............................................................................................
38 4.11 Kabels en leidingen ................................................................................................. 39 4.12 Milieueffectrapportage ........................................................................................... 39 4.13 Gezondheid............................................................................................................. 40 4.14 Duurzaamheid ........................................................................................................ 41 4.15 Molenbiotoop ......................................................................................................... 41 5.
Juridische planopzet............................................................................................................ 43 5.1 Algemeen ................................................................................................................. 43 5.2 Toedelen van functies aan locaties ............................................................................ 43 5.3
Aanvraagvereisten .............................................................................................. 44
5.4 Algemene regels ....................................................................................................... 44 5.5 Overgangsregels ....................................................................................................... 44 6. Uitvoerbaarheid van het plan.................................................................................................. 45 6.1. Economische uitvoerbaarheid .................................................................................. 45 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................ 45 Bijlagen 1. Erfinpassingsplan 2. Verkennend bodemonderzoek 3. Quickscan natuurwaarden 4. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 5. Advies VNOG 6. Digitale watertoets 7. Waterhuishoudkundige analyse
3
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding In de bebouwde kom van Varsseveld, naast de Hiddinkdijk 12a, bestaat het voornemen om in totaal 2 woningen te bouwen. Het gaat hierbij om de beoogde realisatie van twee vrijstaande woningen op een grasveld, waar op dit moment geen sprake is van bebouwing. Binnen de regels van het geldende omgevingsplan is het niet toegestaan om woningen te realiseren op de beoogde locatie. Daarom is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Binnen de gemeente Oude IJsselstreek wordt daarvoor in ieder geval gedurende 2024 gewerkt volgens de systematiek van TAM-IMRO.
1.2 Ligging planlocatie De planlocatie is gelegen in de bebouwde kom van Varsseveld. De betreffende locatie is kadastraal bekend onder gemeente Varsseveld, sectie I, nummers 2547 en 2548 en heeft een totale oppervlakte van 3.500 m2. Het betreft momenteel een grasveld welke in gebruik is als paardenweide. Hieronder een weergave van de locatie.
Figuur 1 locatie (bij rode marker) t.o.v. de kern van Varsseveld (bron:ruimtelijkeplannen.nl)
4
Figuur 2: ligging planlocatie (rood omkaderd) t.o.v. directe omgeving (bron:kadastralekaart.nl)
De planlocatie wordt aan de noordzijde begrensd door de Hiddinkdijk en aan de westzijde door het woonperceel aan de Hiddinkdijk 12a. Omliggende gronden zijn agrarisch in gebruik. Verderop bevinden zich voornamelijk woningen. Aan de oostzijde van de planlocatie bevindt zich de oostelijke rondweg. De kortste afstand tussen deze provinciale weg en de planlocatie bedraagt circa 65 meter. Aan de noordzijde van de planlocatie, tegenover de weg, bevindt zich een bos en begint het buitengebied. Op een afstand van circa 330 meter, bevindt zich een molen “De Engel”. Op grotere afstand van de planlocatie, op circa 420 meter, bevindt zich een bedrijventerrein. Het meest nabijgelegen agrarisch bedrijf ligt op een afstand van circa 440 meter van het plangebied.
1.3 Huidig planologisch kader Voor de planlocatie geldt het onherroepelijke bestemmingsplan 'Kom Varsseveld 2010’, dat is vastgesteld op 23 juni 2011. Per 1 januari 2024 (datum inwerkingtreding Omgevingswet) is dit bestemmingsplan onderdeel geworden van het omgevingsplan Oude IJsselstreek van rechtswege. Voor de gronden op de planlocatie geldt de enkelbestemming ‘Agrarisch’ en deels de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’. Er is op de planlocatie geen sprake van dubbelbestemmingen, of functieaanduidingen. Binnen de enkelbestemming ‘Agrarisch’ is agrarische bedrijvigheid, het hobbymatig houden van dieren, extensieve dagrecreatie, bijbehorende gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde, groenvoorzieningen, en water en watervoorzieningen voor de waterhuishouding toegestaan. Gebouwen 5
zijn toegestaan waarbij per bestemmingsplanvlak maximaal één gebouw mag worden gebouwd met een maximale oppervlakte van 50 m2 en maximale bouwhoogte van 3 meter. Woningbouw is niet mogelijk op grond van de regels behorende bij deze bestemming. Ook zijn in het omgevingsplan geen algemene flexibiliteitsbepalingen opgenomen om woningbouw mogelijk te maken op deze locatie. Dat betekent dat een buitenplanse procedure nodig is om hier woningbouw te kunnen realiseren. Daarbij is ingestoken op een wijziging van het omgevingsplan.
Figuur 3: geldende bestemming met planlocatie rood omkaderd (bron: ruimteljkeplannen.nl)
1.4 Participatie voorbereidingsfase Op 16 december 2021 heeft de raad ingestemd met het Participatiebeleid waarin de visie wordt beschreven van de gemeente Oude IJsselstreek op participatie. Dit heeft tot gevolg dat in de voorbereidingsfase bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen een participatieplan wordt opgesteld. Daarvan is in dit geval geen gebruik gemaakt, maar desondanks heeft er wel participatie plaatsgevonden. Een van de initiatiefnemers heeft aangegeven na zijn vertrek van zijn voormalige woonlocatie graag te willen terugkeren op de locatie. Hiervoor hebben zij beslist een tweetal percelen in eigendom te houden voor toekomstige woningbouw. Dit is ook een vorm van participatie en hierin is destijds door de omgeving positief op gereageerd. Aangezien er veel tijd is verstreken tussen de participatie en het ter inzage gaan van het plan heeft initiatiefnemer beslist kort voor de start van de procedure de buurt, per brief, nogmaals te informeren. Hieronder een weergave van de locaties welke zijn geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling. Deze locaties zijn aangrenzend aan het perceel of hebben er direct zicht op.
6
Figuur 4 weergave adressen participatie (bij blauwe ster) t.o.v. planlocatie (bij rode rondje)
1.5 Leeswijzer Een wijziging van het omgevingsplan volgens TAM-IMRO bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de functies zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde functies zijn opgenomen. De wijziging van het omgevingsplan gaat vergezeld van een motivering (voorliggend document), waarin de achtergronden van de wijziging zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het omgevingsplan. In de motivering worden de keuzes die bij de wijziging van het omgevingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hoofdstuk 2 van deze toelichting bevat de beschrijving van de huidige situatie van de planlocatie en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de geldende beleidskaders van de verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van de relevante omgevingsaspecten op de planlocatie en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd. De juridische planopzet komt aan de orde in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
7
2. BESCHRIJVING VAN HET PLAN 2.1 Huidige situatie De planlocatie bestaat momenteel geheel uit een grasveld, welke op dit moment in gebruik is als paardenwei. Er is geen sprake van verharding op de planlocatie.
Figuur 5: topografische kaart, met planlocatie in rood omkadert (bron: topotijdreis)
Figuur 6 zicht vanaf Hiddinkdijk in oostelijke richting
Figuur 7 zicht vanaf Hiddinkdijk in zuidoostelijke richting
8
Figuur 8 zicht vanaf Hiddinkdijk in zuidelijke richting
9
2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is voorzien in een woningbouwontwikkeling voor in totaal 2 woningen. Het gaat hierbij om de beoogde realisatie van 2 vrijstaande woningen. Daarbij wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Beide woningen krijgen hierbij een eigen inrit, welke aansluit op de Hiddinkdijk. Uitgangspunt is hierbij dat de bestaande bomen aan de Hiddinkdijk gehandhaafd blijven. Tevens zullen er een tweetal duikers worden aangelegd om de doorstroming van de watergang niet te belemmeren. In de figuur hieronder een weergave van de beoogde situatie. In bijlage 1 is het volledige erfinpassingsplan opgenomen (Erfinpassingsplan Hiddinkdijk ongenummerd Varsseveld, nummer 6263A versie 1.0 met datum 15-07-2024).
De vrijstaande woningen zullen qua situering aansluiten op het heersende straat- en bebouwingsbeeld van de rest van de omgeving. Bij deze woningen wordt voorzien in parkeren op het eigen perceel. Beide woningen worden aardgasvrij uitgevoerd en er worden duurzame bouwmaterialen toegepast.
10
3. BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft de landelijke overheid richting aan de grote opgaven, zoals het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit. Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden.
Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid). De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen.
Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie. 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Naar sterke en gezonde steden en regio's. 4. Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. 11
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer er aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Beoordeling initiatief De NOVI gaat niet concreet in op relatief kleinschalige lokale ontwikkelingen als de beoogde woningbouw in Varsseveld. In het NOVI zijn geen belemmeringen benoemd ten aanzien van de planontwikkeling. In algemene zin draagt het project bij aan de kwaliteit van het leven in stad en land, doordat gericht wordt op een kleinschalige inbreiding, grotendeels bedoeld voor een doelgroep (senioren) met een grote behoefte aan dit type woningen. 3.1.2 Omgevingswet De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: • de dienstenrichtlijn (art.
5.1a Bkl); • waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); • beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); • beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); • beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); • het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); • het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); • het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.
Beoordeling initiatief Dit initiatief is voor wat betreft de omgevingsaspecten in hoofdstuk 4 getoetst aan de Rijksinstructieregels, Die Rijksinstructieregels worden daar waar nodig vertaald in het omgevingsplan. Voor het overige wordt voldaan aan de Rijksinstructieregels zonder dat het nodig is om daarvoor iets te regelen in het omgevingsplan. Uit hoofdstuk 4 komt naar voren dat toepassing van de Rijksinstructieregels niet leidt tot belemmeringen voor dit initiatief. Het initiatief past daarmee binnen de doelstellingen, het beleid en de regels van het Rijk. 12
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ‘buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied’ mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Beoordeling initiatief In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat de instructieregel dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder (ABRvS201501297/1/R4). De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. In beginsel is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Bij dit initiatief is sprake van het realiseren van 2 woningen binnen de bebouwde kom van Varsseveld, zodat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Conclusie De voorliggende ontwikkeling voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is niet in strijd met het Bkl. 3.1.4 Nationale Woon- en Bouwagenda In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland.
De agenda kent drie kerndoelen: 1. Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen. De bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven twee derde betaalbaar. 2. Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen. Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af. 3. Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van 2 vrijstaande woningen. Hiermee wordt invulling gegeven aan het kerndoel om meer woningen te realiseren, op een goed bereikbare plek en op relatief korte afstand van voorzieningen. Uiteraard levert het initiatief een bijdrage aan het vergroten van de beschikbaarheid van woningen. 13
3.2 Provinciaal beleid 3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie. 2. Klimaatadaptatie. 3. Circulaire economie. 4. Biodiversiteit. 5. Bereikbaarheid. 6. Vestigingsklimaat. 7. Woon- en leefklimaat. Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: • ruimtelijk beleid; • waterbeleid; • milieubeleid; • natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: • Regionaal waterprogramma. • Handreiking plussenbeleid. • Beleidslijn windenergie. Beoordeling initiatief Het initiatief om binnen het plangebied een tweetal nieuwbouwwoningen te ontwikkelen past binnen het provinciale omgevingsvisie.
De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen om voldoende passend en duurzaam woningaanbod in de provincie te garanderen, dat aansluit bij de wensen van de inwoners. Voor wat betreft de relevante themakaarten kan het volgende worden opgemerkt: • ruimtelijk beleid: geen specifieke aandachtspunten. • milieubeleid: de planlocatie is niet gelegen in een stiltegebied over andere gebied waar beperkingen gelden vanuit het oogpunt van milieu. • waterbeleid: de planlocatie is niet gelegen binnen provinciale beschermingszones ter bescherming van grondwater, oppervlaktewater of natte landnatuur. • natuur- en landschapsbeleid: de planlocatie is niet gelegen binnen een ecologische verbindingszone, Gelders Natuur Netwerk, Groene Ontwikkelingszone, Natura 2000-gebied, 14
rustgebied voor ganzen, weidevogelgebied of zoekgebied voor nieuwe natuur. De vier in het kader van de uitvoering van de omgevingsvisie vastgestelde beleidsdocumenten zijn niet van directe betekenis voor dit initiatief. 3.2.3 Omgevingsverordening provincie Gelderland De Omgevingsverordening is op 21 december 2022 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden na invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: • Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening). • Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening). • Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening).
• Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening). • Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening). • Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening). • Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening). Beoordeling initiatief De provinciale instructieregels voor natuur, erfgoed, milieu en provinciale wegen zijn niet relevant voor deze ontwikkeling. In de omgevingsverordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Voor meer informatie over deze regionale woonagenda en de gemeentelijke uitwerking zie de volgende paragrafen. Daarin wordt onderbouwd dat de ontwikkeling binnen de betreffende kaders past. Verder geldt vanwege de ligging van de planlocatie in de Achterhoek een specifieke instructieregel voor landschap. Bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling moet namelijk rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is dat niet aan de orde voor dit initiatief.
De planlocatie ligt niet in een gebied met specifiek beschermde waarden waarvoor op grond van de omgevingsverordening regels zijn gesteld, zoals Gelders Natuur Netwerk, Groene Ontwikkelingszone, waterwingebied of drinkwaterreserveringsgebied. Wel ligt de planlocatie binnen een molenbiotoop. In de Omgevingsverordening is een instructieregel ten aanzien van klimaatadaptie opgenomen. Voor zover een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de motivering bij de wijziging van het omgevingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast moet
15
de beschrijving worden opgesteld waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Op basis van de klimaatatlas gemeente Oude IJsselstreek is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de planlocatie als gevolg van klimaatverandering. 1. Wateroverlast Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van de planlocatie deels sprake is van plasvorming met een grote waterdiepte na korte extreem hevige buien of bij langdurige extreme regen. Deze plassen blijven vervolgens maximaal 1 dag op het maaiveld staan. Dit heeft alles te maken met de verlaagde ligging van een deel van de planlocatie ten opzichte van omliggend gebied, waardoor als het ware sprake is van een kom waarin het regenwater loopt en blijft staan. In de beoogde situatie zal het terrein daarom iets moeten worden opgehoogd. 2. Hittestress Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur op de planlocatie nu koeler is dan ter plaatse van omliggende bebouwing. Na realisatie van de woningen zal de temperatuur logischerwijs iets stijgen. Vanwege de openheid van het gebied is het stedelijk-hitte-eiland-effect hier veel minder groot dan in andere delen van de bebouwde kom van Varsseveld.
Voor de beoogde woningen geldt dat deze goed geïsoleerd worden conform de huidige eisen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. 3. Droogte De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 weinig verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft op de planlocatie sprake van lagere grondwaterstanden en van beperkte droogtegevoeligheid. Door het voornemen om het hemelwater binnen de planlocatie te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater langer in het gebied zelf aanwezig. De planlocatie ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. 4. Overstroming De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er geen dijken en watergangen in nabijheid van de planlocatie liggen. Daarbij vormt overstroming geen risico voor de planlocatie. Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat bij het voorliggend initiatief voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico’s door klimaatverandering. Ter voorkoming van wateroverlast en tegengaan van droogte worden specifieke maatregelen getroffen in de vorm van ophoging van het terrein. Voor het overige hoeven geen specifieke maatregelen te worden getroffen.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen hebben voorgedaan, zoals: • energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; • bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening en • de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied. De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld 16
verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en te recreëren. De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen. Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden'. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau. Dit door het benoemen van ruimtelijke speerpunten. Als regionale speerpunten worden genoemd: bevolkingsdaling, transitie van het platteland en duurzaamheid/energietransitie. Beoordeling initiatief Feit is dat er in de Achterhoek geen sprake meer is van bevolkingsdaling, maar juist van groei.
Vooral hierom is er behoefte aan extra woningen. Dit is nader beschreven in het beleidsdocument Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek (paragraaf 3.3.3). Voorliggend initiatief voegt ruimtelijke kwaliteit toe aan een inbreidingslocatie en voorziet aantoonbaar in woningbehoefte voor een specifieke doelgroep, namelijk ouderen. 3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 De regionale woonagenda 2023-2030 is geldend vanaf 4 maart 2023 en tot stand gekomen op basis van brede bevraging van stakeholders en is door het bureau Ruimtevolk opgesteld in een nauw overleg met een ruime vertegenwoordiging uit de Thematafel Wonen en Vastgoed(accounthouders) en uit het Ambtelijke overleg wonen regio Achterhoek. Daarnaast is de voortgang en de vaststelling van de woonagenda voortdurend en integraal besproken aan de Thematafel Wonen en Vastgoed. Na vaststelling door de zeven gemeenteraden vormt dit document het kader voor de uitvoering en dient het tevens als uitgangspunt voor de vraag aan de samenleving om ideeën en plannen. In de woonagenda is de woningbehoefte in beeld gebracht op basis van drie belangrijke factoren. Dat zijn de grotere en gewijzigde woonbehoeftes uit de regio zelf, de behoefte aan aanvullende arbeidskrachten en de toenemende trek naar de Achterhoek vanuit andere delen van het land. De woonagenda is gericht op de huisvesting van alle doelgroepen.
Daartoe behoren starters op de woningmarkt, ouderen en inwoners behorend tot de bijzondere aandachtsgroepen. Dit vraagt om een passend aanbod aan woningen, waarvan een aanzienlijk deel betaalbaar moet zijn zowel in de koop als in de huur. Naast kwaliteitsaspecten als duurzaam en toekomstbestendig bouwen, geeft de agenda aandacht aan de belangrijke aspecten die spelen in de fysieke leefomgeving zoals een goede leefbare woonomgeving, bereikbaarheid en voorzieningen maar ook klimaatadaptie en een goede ruimtelijke inpassing. De Regionale Woonagenda 2023-2030 anticipeert op de groeiende behoefte aan woningen en het versnellen van de woningbouw en biedt een nieuw kader voor woningbouwplannen. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van 2 vrijstaande woningen. Deze woningen zijn bedoeld voor doorstromers/ouderen en vallen buiten de categorie betaalbaar. Daarnaast richt het initiatief zich specifiek op een goed leefbare woonomgeving met voldoende groen en is sprake van een relatief korte afstand tot voorzieningen. Er zal duurzaam en toekomstbestendig worden gebouw en is sprake van een goede 17
ruimtelijke inpassing met aandacht voor klimaatadaptatie. Zie hiervoor ook de beoordeling van de verschillende omgevingsaspecten in hoofdstuk 4. Het initiatief sluit hiermee aan bij de Regionale Woonagenda 2023-2030. Het initiatief sluit tevens aan bij de Regionale woondeal 2022-2030, omdat er wordt voorzien in nieuw woningaanbod. De gemeente Oude IJsselstreek is hierbij de deal aangegaan om in de periode tot en met 2030 een aantal van 1500 nieuwe woningen te realiseren. 3.3.3 Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek De Thematafel Wonen en Vastgoed van de regio Achterhoek heeft op 20 juni 2019 een regionaal kader afgestemd en omarmd over de toe te voegen woningbouw in de Achterhoek. Het beleidsdocument “Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek” beschrijft dit regionale kader en is vastgesteld op 26 september 2019 door de gemeenteraad. Naast het regionale kader beschrijft het beleidsdocument de te hanteren werkwijze en het monitoren van nieuwe woningbouwinitiatieven. Het vervangt een deel van hoofdstuk 5 van de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025 die in 2015 is vastgesteld.
Aanleiding van de ‘Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek’ is het Achterhoeks Woonwensen- en Leefbaarheidsonderzoek 2017 (AWLO), dat laat zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen (mismatch) in de regio Achterhoek. De groei van het aantal huishoudens in de regio houdt langer aan dan eerder voorzien en dat betekent dat er extra woningen moeten komen boven op het aantal dat in afspraken is vastgelegd in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025. De ‘Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek’ geeft ruimte aan de bouw van extra woningen, maar met prioriteit voor woningen waar behoefte aan is en waarvan een duidelijk tekort in de markt te zien valt. De behoefte bestaat voornamelijk uit woningen voor starters en senioren. Er worden drie kwaliteitscriteria benoemd waaraan woningbouwinitiatieven moeten voldoen: • Behoefte is aangetoond: per cluster/kern wordt bepaald welke woningtypes en prijssegmenten nodig zijn. • Voorrang voor transformatie van leegstand vastgoed: bouwen op locaties met leegstaand vastgoed gaat voor bouwen op andere locaties binnen de bebouwde kom. In het buitengebied kan het gaan om vrijkomende agrarische bebouwing. • Inbreiding gaat voor uitbreiding: op uitleglocaties wordt in principe niet gebouwd. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking wordt hier gevolgd.
Verder is in het beleidsdocument een 4e (niet kwalitatief) criterium opgenomen, namelijk de realisatietermijn van goedgekeurde plannen om zo actiever te sturen op veranderende marktomstandigheden. Daarnaast wordt het effect van dit beleid in beeld gebracht met een monitor die zowel de kwalitatieve als kwantitatieve effecten laat zien. Beoordeling initiatief Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van woningen op een inbreidingslocatie, waar aantoonbaar behoefte aan is. Door de toevoeging van een tweetal vrijstaande woningen wordt voorzien in de lokale woningbouwbehoefte.
18
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 De gemeenteraad heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. Deze structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Dit blijft een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Naast het motto "de juiste woning op de juiste plaats", spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Beoordeling initiatief De beoogde ontwikkeling versterkt het lokale woningaanbod. Het betreft een kleine toevoeging ten opzichte van de bestaande woningvoorraad van Varsseveld, waarbij wordt ingezet op een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving en waarbij de leefbaarheid niet in het geding is door omgevingsaspecten of anderszins. 3.4.2 Toekomstvisie Oude IJselstreek De toekomstvisie is tot stand gekomen door vele ontmoetingen en bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen. De termen 'leven' en 'het maken' lopen als een rode draad door de toekomstvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. 1.
Benut de stroom van de Oude IJssel De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen. 2. Florerende Smart Industrie Een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem. Werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld. Gemeente Oude IJsselstreek zet zich daarmee de komende jaren nog beter op de kaart en zet in op het ontwikkelen van het nieuwe Varsseveld Industriepark (het VIP). 3. Vitaal platteland Het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler in de gemeente. De landbouwsector is voor de gemeente als plattelandsgemeente een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. Het platteland zal zich het komende decennium ontwikkelen tot een multifunctioneel buitengebied. 4. De allernieuwste energie In de gemeente vinden ontwikkeling plaats op vele fronten, van woningbouw tot het ontwikkelen van industrie en bereikbaarheid.
Bij al die ontwikkelingen wordt er optimaal gebruik gemaakt van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030. 5. Groene parels 19
Van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave ‘Groene Parels’ zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap. 6. Gezond oud worden én gezond jong zijn Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benutten de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten worden er voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen geboden. 7. Het witte vel Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die de gemeente dwingen deze Toekomstvisie bij te stellen. Hobbels en beren op de weg, maar juist ook kansen, versnellingen en innovaties. Om in de Toekomstvisie ook letterlijk de ruimte te geven om in te springen op nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente ‘Het Witte Vel’ vanaf het begin eraan toegevoegd. Een nog blanco hoofdstuk dat symbool staat voor de prachtige onzekerheid van de toekomst en al het moois dat daaruit voort gaat komen.
Beoordeling initiatief De nieuwe woningen worden duurzaam gebouwd en worden uitgevoerd met zonnepanelen. De ontwikkeling is in overeenstemming te achten met de Toekomstvisie Oude IJsselstreek. 3.4.3 Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek). De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: • De sociale huurvoorraad. • Woonzorg. • Verduurzaming. • Woningvoorraad en waarde behoud. Beoordeling initiatief In de woonvisie wordt een tekort geconstateerd aan woningen voor kleine huishoudens, met name voor starters en senioren. Om aan de toekomstige vraag in de gemeente te voldoen wil de gemeente ruimte bieden aan nieuwe initiatieven die aansluiten bij deze doelgroepen. Het voorliggende initiatief betreft de toevoeging van een tweetal vrijstaande woningen. Hierdoor komen er mogelijk elders (starters)woningen vrij wat zorgt voor doorstroming. 3.4.4 Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek Op 26 september 2019 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw' vastgesteld.
Deze Kwalitatieve toetsingscriteria zijn ook door de overige Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld en zijn een aanvulling op de eerder in de Regionale Woonagenda 2015-2025 gemaakte afspraken. Binnen de kwalitatieve toetsingscriteria is het voor de individuele gemeenten mogelijk om als verdere uitwerking daarvan lokale kwaliteitscriteria vast te stellen en zo te sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt. Op 20 februari 2020 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek deze vastgesteld in de notitie 'lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek'. Samen vormen de 20
Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw en de Lokale kwaliteitscriteria het nieuwe kader voor het toetsen van woningbouwplannen. Locaties met leegstaand vastgoed bieden onvoldoende potentieel om in de volledige woningbehoefte voor de komende jaren te voorzien. Het is daarom noodzakelijk om ook te kijken naar onbenutte inbreidingslocaties. Hiermee wordt gedoeld op niet bebouwde locaties binnen de bestaande bebouwde omgeving (Kombestemmingsplannen), te weten: • verdichting op een bestaande kavel met de bestemming 'wonen', het inpassen van woning(en) naast reeds bestaande woning(en). • woningbouw in 'gat' in de bestaande stedenbouwkundige structuur op een locatie met een 'rode' bestemming, d.w.z. een bestemming die bebouwing toestaat. • verdichting op geschikte groenstructuren met de bestemming 'agrarisch', 'groen' of 'tuin'. Beoordeling initiatief De locatie valt binnen de grens van de bebouwde kom van Varsseveld. Voor deze ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van een inbreidingslocatie met de bestemming ‘agrarisch’. Hier vindt dus verdichting plaats, maar wel met de randvoorwaarde om zorgvuldig om te gaan met de open, groene en karakteristieke omgeving. De ontwikkeling sluit hiermee aan op de regionale kwaliteitscriteria en beoogde doelgroepen. Hieronder worden de lokale kwaliteitscriteria voor realisatie van woningen op inbreidingslocaties puntsgewijs getoetst. 1. 2. 3.
4. 5. 6. 7. 8.
9.
Ad 1. Ad 2. Ad 3.
de locatie is onbebouwd en ligt binnen een Kom-bestemmingsplan’; inpassing in bestaande stedenbouwkundige structuur; ontsluiting via bestaande weg(en) en bereikbaar voor hulpdiensten; er is geen onevenredige aantasting privacy en bezonning omliggende woningen; het woningbouwplan voldoet aan de parkeernormen conform het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP); zorgvuldig omgaan met verdichting aan de randen van een kern (overgang naar buitengebied), dit betekent een lagere dichtheid qua bebouwing dan in het centrum van de kernen; geen woningbouw op openbaar groen, d.w.z. gronden met de bestemming ‘groen’ en die in eigendom van de gemeente zijn (tenzij de gemeenteraad hiervoor akkoord geeft); zorgvuldig omgaan met verdichting op momenteel niet bebouwde locaties met open ruimte, (particulier groen, plein-, speel- en parkeerterrein). Woningbouw hier is mogelijk mits deze zorgvuldig in te passen is; niet bouwen op locaties met milieutechnische belemmeringen (geur, geluid, bodem), tenzij deze worden weggenomen.
de locatie is onbebouwd en ligt binnen het bestemmingsplan ‘Kom Varsseveld 2010; de nieuw te realiseren woningen zullen qua omvang en vormgeving aansluiting vinden bij de omliggende woningen; de percelen sluiten direct aan op de Hiddinkdijk. Dit betreft een bestaande weg, welke doodlopend is (uitgezonderd fietsers en voetgangers). Voorheen was dit een doorlopende weg welke zijn aansluiting, via een oversteek van de Twente-Route vond op de Vlakkeeweg. Deze kruising is omstreeks 2017 aangepast waardoor de Hiddinkdijk een doodlopende weg is geworden (uitgezonderd fietsers en voetgangers). De Hiddinkdijk zelf is niet aangepast waardoor de weg van voldoet aan de voorwaarden voor bereikbaarheid voor hulpdiensten (geen blokkades zoals paaltjes of hekwerken, voldoende van breedte etc.); 21
Ad 4.
Ad 5.
Ad 6.
Ad 7. Ad 8. Ad 9.
de percelen zijn op een dusdanige afstand van omliggende woningen gelegen dat de privacy en/of bezonning van die woningen niet wordt aangetast. De minimale afstand tot meest dichtbij zijnde woning bedraagt 55 meter (gemeten vanaf zijgevel bestaande woning tot aan grens perceel met nummer 2547); in het GVVP geldt de norm van 2,2 parkeerplaatsen per woning (woning duur, halfvrijstaand en vrijstaand in rest bebouwde kom). Er is voldoende ruimte op het perceel om te parkeren op eigen terrein. In het principeakkoord is aangegeven dat er per woning 2 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd; de locatie is gelegen aan de rand van Varsseveld. Tegenover de percelen ligt het Hiddinkbos. Aan de zuidzijde is op een afstand van circa 200 meter de kern van Varsseveld gelegen. Dit gebied aan de Hiddinkdijk kan beschouwd worden als overgangsgebied tussen de kern en het buitengebied en is beperkt bebouwd. De percelen zijn voldoende van grote waardoor er geen verdichting van bebouwing plaatsvind. De locaties worden ruim opgezet; er wordt niet gebouwd op openbare gronden; de woningen zullen zorgvuldig worden ingepast. In bijlage 1 bij deze motivering is het volledige erfinpassingsplan te vinden waarop de locatie van de beoogde woningen is weergegeven; In hoofdstuk 4 wordt er nader ingegaan op de verschillende omgevingsaspecten.
3.4.5 Visie wonen en zorg 55+/uitvoeringsplan De visie Wonen en Zorg brengt de opgave in beeld die de gemeente Oude IJsselstreek heeft voor een meer geschikte woningvoorraad voor ouderen. De gemeentelijke ambitie hierin betreft zowel woningbouw als de aanpassing van de bestaande woonvoorraad. Naast wonen gaat dit ook om een goede en voor ouderen geschikte woonomgeving, een dienstenaanbod en de mogelijkheden om elkaar te ontmoeten In de visie Wonen en Zorg zijn na analyse van de demografische ontwikkelingen en de ontwikkelingen in zorggebruik aangevuld met onderzoek onder inwoners de opgaven vertaald naar de volgende ambitie: Ouderen kunnen zo zelfstandig mogelijk hun eigen leven blijven leiden en deel uit blijven maken van de gemeenschap. De ambitie is uitgewerkt in drie thema’s: 1. Zorgzame buurten en wijken. 2. Vergroten aanbod van woon(zorg)vormen voor ouderen. 3. Versterken zelfredzaamheid en eigen regie. Beoordeling initiatief Het initiatief is getoetst aan de drie thema’s uit de visie: 1. Zorgzame buurten en wijken In de nabijheid van de planlocatie is sprake van een goed zorg- en dienstverleningsaanbod, zodat hiermee aan een belangrijke randvoorwaarde wordt voldaan om zelfstandig te kunnen functioneren en voluit mee te doen in de directe woonomgeving. Verder is sprake van een groene, toegankelijke en veilige woonomgeving. 2.
Vergroten aanbod van woon(zorg)vormen voor ouderen De te bouwen vrijstaande woningen sluiten aan bij de behoeften en wensen van ouderen, doordat de woningen levensloopbestendig kunnen worden uitgevoerd. 3. Versterken zelfredzaamheid en eigen regie De gemeente biedt praktische ondersteuning op het gebied van wonen en technologie, zodat inwoners actief en vitaal blijven en comfortabel en veilig kunnen wonen. Het omgevingsplan als zodanig kan hier geen bijdrage aan leveren.
22
3.4.6 Visie op landschap, natuur en groene kernen De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt een gewenst toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Beoordeling initiatief Met de ontwikkeling wordt op de planlocatie voorzien in extra bomen, ander groene elementen en berging van water. Uitgangspunt is, dat bij de aanleg van de toegangswegen tot de woningen, de bestaande bomen aan de Hiddinkdijk gehandhaafd blijven. Tevens zullen er een tweetal duikers worden aangelegd om de doorstroming van de watergang niet te belemmeren. Hiermee is de ontwikkeling in overeenstemming met de 'Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen'. 3.4.6 Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022 -2026 Op 18 januari 2022 is de Klimaatagenda 2022-2026 vastgesteld.
Met deze Klimaatagenda wordt de visie en ambitie voor een klimaatbestendige toekomst vastgelegd. Daarnaast is een uitvoeringsagenda voor 2022 tot en met 2026 beschreven. Steeds duidelijker wordt welke maatregelen nodig zijn om de gevolgen van klimaatverandering, waaronder droogte, wateroverlast, overstromingen en hittestress aan te pakken. De effecten van klimaatverandering worden opgedeeld in vier hoofdthema’s: • Meer regen: wateroverlast. Neerslagpatronen veranderen door klimaatverandering. We krijgen te maken met grotere piekbuien en langere natte winterperiodes. Dit kan leiden tot meer hemelwateroverlast en grondwateroverlast. • Hoger water: overstromingen. Door het veranderende weer krijgen we in Oude IJsselstreek vaker te maken met stormen en een sterker fluctuerende rivierafvoer. Deze factoren betekenen een extra belasting op de dijken. • Meer hitte: hitte. Klimaatverandering wordt ook wel ‘global warming’ genoemd. We moeten er rekening mee houden dat we in de zomer vaker met extreme hitte te maken krijgen. • Drogere zomers: droogte. Het wordt warmer en neerslagpatronen worden grilliger. Vooral in de zomers zullen we steeds meer te maken krijgen met langdurige periodes van droogte en de effecten van (zoet) watertekorten.
Beoordeling initiatief Op basis van de klimaatatlas gemeente Oude IJsselstreek is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de planlocatie als gevolg van klimaatverandering. 1. Wateroverlast Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van de planlocatie deels sprake is van plasvorming met een grote waterdiepte na korte extreem hevige buien of bij langdurige extreme regen. Deze plassen blijven vervolgens maximaal 1 dag op het maaiveld staan. Dit heeft alles te maken met de verlaagde ligging van een deel van de planlocatie ten opzichte van omliggend gebied, waardoor als het ware sprake is van een kom waarin het regenwater loopt en blijft staan. In de beoogde situatie wordt het perceel daarom iets opgehoogd. 2. Hittestress Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur op de planlocatie nu koeler is dan ter plaatse van omliggende bebouwing. Na realisatie van de 23
woningen zal de temperatuur logischerwijs iets stijgen. Vanwege de openheid van het gebied is het stedelijk-hitte-eiland-effect hier veel minder groot dan in andere delen van de bebouwde kom van Varsseveld. Voor de beoogde woningen geldt dat deze goed geïsoleerd worden conform de huidige eisen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. 3. Droogte De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 weinig verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft op de planlocatie sprake van lagere grondwaterstanden en van beperkte droogtegevoeligheid. Door het voornemen om het hemelwater binnen de planlocatie te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater langer in het gebied zelf aanwezig. De planlocatie ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. 4. Overstroming De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er geen dijken en watergangen in nabijheid van de planlocatie liggen. Daarbij vormt overstroming geen risico voor de planlocatie. Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico’s door klimaatverandering.
Ter voorkoming van wateroverlast en tegengaan van droogte worden specifieke maatregelen getroffen. Voor het overige hoeven geen specifieke maatregelen te worden getroffen. 3.4.7 Welstand Het gemeentelijk welstandsbeleid is vastgelegd in de Welstandsnota, waarin is opgenomen waar bij de toetsing voor een betreffend gebied of bouwwerk rekening mee moet worden gehouden. Toekomstige bouwplannen moeten wat betreft het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk getoetst worden aan het welstandsbeleid. In de nota worden algemene criteria gegeven waar bouwwerken aan moeten voldoen. Per gebied is specifiek welstandsbeleid opgesteld. Beoordeling initiatief Voor planlocatie geldt welstandsniveau 3. Het welstandsbeleid richt zich hierbij op het handhaven van de basiskwaliteit van het gebied. Bij de welstandstoets wordt vooral bekeken of het bouwplan zijn omgeving niet verstoort. Daarvan is bij voorliggende initiatief geen sprake. Bouwmassa en vorm sluiten aan bij die van de omgeving en zorgen voor versterking van de basiskwaliteit van het gebied.
24
4. OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Bodem Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem. Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid.